27 793
Besluit houdende uitvoering van richtlijn 1999/30/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 april 1999, betreffende grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood in de lucht (PbEG L 163) alsmede richtlijn 96/62/EG van de Raad van de Europese Unie van 27 september 1996 inzake de beoordeling en het beheer van de luchtkwaliteit (PbEG L 296) (Besluit luchtkwaliteit)

nr. 9
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 1 april 2003

Bij brief van 18 maart jl. (zie bijlage) deed de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer het verzoek, aan te geven wanneer de EU-richtlijn inzake de vaststelling van de basisnormen voor bescherming van de gezondheid van de bevolking en werknemers tegen aan ioniserende straling verbonden gevaren en de EU-richtlijn betreffende grenswaarden voor benzeen en koolmonoxide in de lucht geïmplementeerd zullen zijn.

Met de inwerkingtreding van de Wet van 5 juli 2000 tot wijziging van de Kernenergiewet en het Besluit stralingsbescherming (van kracht 1 maart 2002) en de daarbij behorende ministeriële regelingen en het Besluit kerninstallaties, splijtstoffen en ertsen (van kracht 1 oktober 2002) zijn de richtlijnen 96/29/Euratom en 97/43/Euratom met betrekking tot ioniserende straling feitelijk geïmplementeerd.

Een uitzondering hierop vormen enkele specifieke bepalingen die op het vervoer betrekking hebben. Daartoe wordt het Besluit vervoer splijtstoffen ertsen en radioactieve stoffen aangepast. Dit besluit zal in de tweede helft van dit jaar in werking treden.

Implementatie van richtlijn 2000/69 van het Europees Parlement en de Raad van 16 november 2000 betreffende grenswaarden voor benzeen en koolmonoxide in de lucht (Pb EGL 313), was voorzien middels wijziging van het Besluit luchtkwaliteit (Stb. 2001, 269), waarmee richtlijn 1999/30/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 april 1999, betreffende grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood in de lucht (PbEG L163) in de Nederlandse wetgeving is geïmplementeerd. In 2001 hebben 38 leden van de toenmalige VVD-fractie, op grond van artikel 21.6, 6e lid van de Wet milieubeheer, verzocht de in het Besluit luchtkwaliteit geregelde materie in een wet vast te leggen. Omdat ik betwijfel of implementatie van EU-regelgeving bij wet een goede keuze is, heb ik mijn gedachten hieromtrent op 25 november jl. aangegeven tijdens overleg met de vaste Commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer over de notitie«Vaste waarden, nieuwe vormen». Zoals afgesproken heb ik in aansluiting hierop in mijn brief van 23 december 2002, Kamerstukken II 28 662, nr. 4) aangegeven waarom implementatie van EU-regelgeving over luchtkwaliteit in Nederland bij wet mij niet de aangewezen weg lijkt. In een gesprek met enkele leden van uw Commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer op 25 maart jl. heb ik dit standpunt nader toegelicht. Ik heb vernomen dat in de procedurevergadering van de commissie op 26 maart jl. is besloten aan het verzoek tot implementatie van de EU-richtlijnen bij Wet vast te houden. Nu dit duidelijk is, zal ik dit besluit zo snel mogelijk uitvoeren. In het wetsvoorstel zal ik de implementatie van de dochterrichtlijnen voor koolmonoxide en benzeen en voor ozon meenemen.

Ik verwacht dat met het doorlopen van de wetgevingsprocedure nog circa 1,5 jaar gemoeid zal zijn. Naar verwachting kan de betreffende wet dan eind 2004 in werking treden. Ik maak daarbij graag gebruik van de opening die u in uw brief van 31 oktober 2002 heeft geboden, het huidige Besluit luchtkwaliteit in de tussentijd niet in te trekken.

Overigens heeft de Europese Commissie de inbreukprocedure voor richtlijn 2000/69 onlangs ingeleid.

De Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

P. L. B. A. van Geel

BIJLAGE

Aan de staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Den Haag, 18 maart 2003

Namens de commissies voor Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer verzoek ik u aan te geven wanneer de richtlijn inzake de vaststelling van de basisnormen voor bescherming van de gezondheid van de bevolking en werknemers tegen aan ioniserende straling verbonden gevaren zal zijn geïmplementeerd in verband met een mogelijke door de Europese Commissie in te stellen inbreukprocedure.

Tevens verzoek ik u namens de commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer aan te geven wanneer de richtlijn inzake de grenswaarden voor benzeen en koolmonoxide in de lucht, zal zijn geïmplementeerd in verband met een mogelijke door de Europese Commissie in te stellen inbreukprocedure.

De griffier van de vaste commissie voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

Van der Leeden

Naar boven