27 793
Besluit houdende uitvoering van richtlijn 1999/30/EG van de Raad van de Europese Unie van 22 april 1999, betreffende grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, zwevende deeltjes en lood in de lucht (PbEG L 163) alsmede richtlijn 96/62/EG van de Raad van de Europese Unie van 27 september 1996 inzake de beoordeling en het beheer van de luchtkwaliteit (PbEG L 296) (Besluit luchtkwaliteit)

nr. 5
Brief van de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 november 2001

In uw brief van 11 oktober jl. (zie bijlage) geeft u aan een indicatie te willen ontvangen van de tijdstippen waarop een voorstel tot intrekking van het Besluit luchtkwaliteit en een wetsvoorstel ter vervanging van het Besluit luchtkwaliteit in procedure gebracht zullen worden.

Een algemene maatregel van bestuur ter intrekking van het Besluit luchtkwaliteit en aanpassing van het bij dat besluit gewijzigde Subsidiebesluit openbare lichamen milieubeheer kan naar verwachting eind november in de wetgevingsprocedure worden gebracht. De algemene maatregel van bestuur zal – afhankelijk van de snelheid waarmee de procedure doorlopen kan worden – in het voorjaar van 2002 in werking kunnen treden.

Op het moment van intrekking van het huidige Besluit luchtkwaliteit zal ik een ministeriële regeling van kracht doen worden ter implementatie van de eerste en tweede dochterrichtlijn luchtkwaliteit. Daarmee wordt voorkomen dat Nederland door de Europese Commissie in gebreke gesteld zal worden wegens het niet implementeren van EU regelgeving en wordt tevens voorkomen dat er een lacune ontstaat in de regelgeving op het gebied van luchtkwaliteit.

Een wetsvoorstel ter vervanging van het Besluit luchtkwaliteit kan naar verwachting in april 2002 aan de RvS worden voorgelegd. Hierbij speelt ook een rol de inbouw van latere EU verplichtingen, die nu ook bij wet geregeld zullen moeten worden. Indiening bij uw Kamer zal dan vermoedelijk na de zomer van 2002 kunnen plaatsvinden.

Tot slot herhaal ik mijn verzoek, om overleg over de situatie rond het Besluit luchtkwaliteit. De op Uw verzoek gekozen weg is lang. Ik zou het op prijs stellen om in een dergelijk overleg, waarom ik twee maal eerder verzocht, met u te verkennen in hoeverre die weg uiteindelijk meerwaarde oplevert.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. P. Pronk

BIJLAGE

Den Haag, 11 oktober 2001

Aan de minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer

Uw brief van 2 oktober 2001, kenmerk LMV 2001101101, is op 10 oktober in het Presidium besproken. Het Presidium vestigt er uw aandacht op dat de Kamer de wens om het Besluit Luchtkwaliteit in te trekken reeds heeft uitgesproken in de vorm die artikel 21.6, vijfde lid van de Wet Milieubeheer daarvoor aangeeft. Gemakshalve stuur ik u het desbetreffende kamerstuk hierbij.

Het Presidium rekent erop dat u de intrekking in procedure brengt zo spoedig mogelijk een wetsvoorstel ter zake indient. Graag ontvang ik een indicatie van de tijdstippen voor deze beide handelingen.

Met vriendelijke groet,

J. van Nieuwenhoven

Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Naar boven