27 764
Wijziging van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het provinciefonds voor het jaar 2001 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)

nr. 2
MEMORIE VAN TOELICHTING

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 en 2 (uitgaven/verplichtingen en ontvangsten)

De begrotingen die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld en derhalve ook gewijzigd. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begroting van het provinciefonds voor het jaar 2001 te wijzigen.

Met de vaststelling van deze wetsartikelen wordt de in de begrotingsstaat opgenomen begroting van de uitgaven, verplichtingen en de ontvangsten voor het jaar 2001 gewijzigd.

De in die begroting opgenomen begrotingsartikelen worden in de onderdelen B en C van deze memorie van toelichting toegelicht.

Wetsartikel 4 (verplichtingenbedrag bedoeld in artikel 5, eerste lid, van de Fvw)

Ingevolge artikel 5, eerste lid Financiële-verhoudingswet (Fvw) wordt in dit wetsartikel het bedrag vermeld dat als verplichting geldt voor het totaal van de algemene uitkeringen.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K. G. de Vries

De Staatssecretaris van Financiën,

W. J. Bos

De Minister van Financiën,

G. Zalm

B. ALGEMENE TOELICHTING BIJ DE BEGROTING(SSTAAT)

Uitgaven

In dit wetsvoorstel wordt voorgesteld de begroting van de uitgaven van het provinciefonds voor het jaar 2001 met f 81,8 miljoen te verhogen en te brengen op f 2207,0 miljoen. Dit bedrag is opgebouwd uit f 1984,7 miljoen algemene uitkeringen aan provincies en f 222,3 miljoen integratie-uitkeringen.

Tabel B.1 uitgaven provinciefonds 2001 (in NLG mln)

Stand ontwerp-begroting 20012 125,2
Voorgestelde mutaties in de algemene uitkeringen aan provincies+ 81,8
Stand 1e suppletore begroting2 207,0

De toename van het uitgavenbedrag bestaat geheel uit een verhoging van de uitgaven voor de algemene uitkeringen aan provincies. De mutatie is opgenomen in de Voorjaarsnota 2001.

Verplichtingen

In dit wetsvoorstel wordt voorgesteld de begroting van de verplichtingen van het provinciefonds voor het jaar 2001 met f 45,4 miljoen te verhogen en te brengen op f 2210,6 miljoen.

Tabel B.2 verplichtingen provinciefonds 2001 (in NLG mln)

Stand ontwerp-begroting 20012 165,2
Voorgestelde mutaties in de algemene uitkeringen aan provincies45,4
Stand 1e suppletore begroting2 210,6

De toename van het verplichtingenbedrag bestaat geheel uit een verhoging van de verplichtingen voor de algemene uitkeringen aan provincies.

Ontvangsten

In dit wetsvoorstel wordt voorgesteld de begroting van de ontvangsten van het provinciefonds voor het jaar 2001 met f 81,8 miljoen te verhogen en te brengen op f 2207,0 miljoen.

De ontvangsten van het provinciefonds zijn op grond van artikel 4, tweede lid, van de Financiële-verhoudingswet gelijk aan de uitgaven van het fonds.

C. TOELICHTING PER BEGROTINGSARTIKEL

1. Uitgaven en verplichtingen

Algemene uitkeringen aan provincies

In dit wetsvoorstel wordt ten opzichte van de ontwerp-begroting van het provinciefonds voor het jaar 2001 voorgesteld het verplichtingenbedrag van de algemene uitkeringen aan provincies per saldo met f 45,4 miljoen te verhogen tot f 1988,3 miljoen. Deze verhoging wordt hieronder in tabel C.1 gespecificeerd en vervolgens nader toegelicht.

Tabel C.1 algemene uitkeringen aan provincies 2001 (verplichtingen; in NLG mln)

Algemene uitkering 2001 volgens ontwerp-begroting (verplichtingen) 1 942,9
Accres43,5 
Brutering onkostenvergoeding provinciale bestuurders1,9 
  45,4
Algemene uitkering 2001 bij 1e suppletore begroting (verplichtingen) 1 988,3

Accres

Als gevolg van mutaties in de netto gecorrigeerde rijksuitgaven wordt het accres per saldo verhoogd met f 43,5 miljoen. Aangezien de Voorjaarsnota een zogenoemd bijstellingsmoment voor het accres van het provinciefonds is, wordt dit bedrag van de aanvullende post accres provinciefonds naar de begroting van het provinciefonds overgeboekt.

Brutering onkostenvergoeding provinciale bestuurders

Politieke ambtsdragers op provinciaal niveau ontvangen een algemene onkostenvergoeding. De hoogte van deze vergoeding verschilt naar functie. De vergoeding is bedoeld als een tegemoetkoming in de onkosten, waarvan verondersteld wordt dat de ambtsdragers deze gemiddeld in gelijke mate maken. Onder meer met het oog op deze veronderstelling was deze kostenvergoeding vrijgesteld van belastingen. Op grond van het nieuwe belastingstelsel kan de vergoeding echter niet langer onbelast worden verstrekt. Het kabinet heeft besloten het systeem van de vaste kostenvergoedingen aan te passen. De nieuwe regeling is gelijktijdig met het nieuwe belastingstelsel (2001) van kracht geworden.

De totale kosten voor de brutering van de onkostenvergoedingen voor provinciale bestuurders zijn geraamd op f 1,9 miljoen.

In dit wetsvoorstel wordt ten opzichte van de ontwerp-begroting van het provinciefonds voor het jaar 2001 tevens voorgesteld het uitgavenbedrag van de algemene uitkeringen per saldo met f 81,8 miljoen te verhogen tot f 1984,7 miljoen.

Hieronder worden de uitgaven van het provinciefonds kort toegelicht. Alle mutaties die plaatsvonden met betrekking tot de verplichtingen zijn ook van toepassing op de uitgaven. Er zijn echter nog enkele mutaties alleen van belang voor de uitgaven. In deze toelichting ligt het accent op de verschillen tussen het verplichtingen en het uitgavenbedrag.

De aansluiting tussen het verplichtingenbedrag van de algemene uitkeringen aan provincies en het uitgavenbedrag van de algemene uitkeringen aan provincies is hieronder in tabel C.2 weergegeven.

Tabel C.2 algemene uitkeringen aan provincies 2001 (uitgaven; in NLG mln)

Stand verplichtingenbedrag algemene uitkering bij ontwerp-begroting 1 942,9
Behoedzaamheidsreserve 2001 – 40,0
Stand uitgavenbedrag algemene uitkering bij ontwerp-begroting 1 902,9
   
Saldo mutaties in de verplichtingen algemene uitkering ten opzichte van ontwerp-begroting (zie tabel C.1)45,4 
uitbetaling behoedzaamheidsreserve 200036,4  
Totaal wijzigingen + 81,8
Stand uitgavenbedrag algemene uitkering bij 1e suppletore begroting 1 984,7

In 2000 is er in overeenstemming met de normeringsmethodiek een behoedzaamheidsreserve van f 40 miljoen ingehouden. Zoals in het wetsvoorstel van de Slotwet van het provinciefonds 2000 is aangegeven, is het accres voor 2000 met f 3,6 miljoen omlaag bijgesteld vanwege onderuitputting op de Rijksbegroting. Hierdoor is het uit te keren bedrag van de behoedzaamheidsreserve 2000 f 36,4 miljoen (f 40,0 miljoen min f 3,6 miljoen).

In 2001 is er wederom een behoedzaamheidsreserve van f 40,0 miljoen ingehouden.

2. Ontvangsten

Artikel 4, eerste lid van de Financiële-verhoudingswet, regelt dat bij (begrotings)wet voor ieder uitkeringsjaar een bedrag aan middelen van het Rijk wordt afgezonderd ten behoeve van het provinciefonds. Op grond van het tweede lid van genoemd artikel zijn de uitgaven en de inkomsten over ieder uitkeringsjaar aan elkaar gelijk. Gelet hierop is voor de dekking van de uitgaven ten laste van het provinciefonds een post «ontvangsten ex artikel 4 van de Fvw» geraamd. Ten opzichte van de ontwerp-begroting van het provinciefonds voor 2001 is dit artikel, analoog aan de uitgaven, met f 81,8 miljoen verhoogd tot f 2207,0 miljoen.

Naar boven