Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2000-200127746 nr. 6

27 746
Wijziging van enkele belastingwetten (herstel van enige onjuistheden)

nr. 6
NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 20 juni 2001

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A. Artikel I wordt als volgt gewijzigd:

1. Na onderdeel I wordt een onderdeel ingevoegd, luidend:

Ia. In artikel 3 112, vijfde lid, wordt «1,3% van de eigenwoningwaarde» vervangen door: 1,3% van de eigenwoningwaarde, maar ten hoogste € 7 800 (f 17 189).

2. Onderdeel J komt te luiden:

J. Artikel 3 116, tweede lid, wordt als volgt gewijzigd:

1. In de aanhef wordt «Van een kapitaalverzekering eigen woning is sprake zolang:» vervangen door: Van een kapitaalverzekering eigen woning is sprake zolang de in het eerste lid bedoelde woning van de verzekeringnemer, zijn echtgenoot of degene met wie hij duurzaam een gemeenschappelijke huishouding voert een eigen woning is en:.

2. Onderdeel e komt te luiden:

e. in de overeenkomst is bepaald dat de in onderdeel a bedoelde woning een eigen woning is in de zin van de Wet inkomstenbelasting 2001.

B. Na artikel VIII worden drie artikelen ingevoegd, luidend:

ARTIKEL VIIIA

De Algemene wet inzake rijksbelastingen wordt als volgt gewijzigd:

A. In artikel 1, eerste en derde lid, wordt «compenserende interesten» vervangen door: compenserende rente.

B. In artikel 22g, onderdeel c, wordt «compenserende interesten» vervangen door: compenserende rente.

ARTIKEL VIIIB

De Invorderingswet 1990 wordt als volgt gewijzigd:

A. Artikel 2, wordt als volgt gewijzigd:

1. het eerste lid, onderdeel e, wordt vervangen door:

e. compenserende rente: de compenserende rente, bedoeld in artikel 519 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek;.

2. het tweede lid, onderdeel a, wordt «compenserende interesten» vervangen door: compenserende rente.

B. In artikel 7, tweede lid, artikel 9, vierde lid, artikel 10, derde lid, en artikel 22, derde lid, wordt «compenserende interesten» vervangen door: compenserende rente.

ARTIKEL VIIIC

De Douanewet wordt als volgt gewijzigd:

A. In artikel 39, eerste en tweede lid, wordt «de operateur» vervangen door: de in artikel 799 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek bedoelde belanghebbende.

B. In artikel 54 wordt «de compenserende interesten, bedoeld in de artikelen 589 en 709 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek» vervangen door: de compenserende rente, bedoeld in artikel 519 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek.

C. Aan Artikel X wordt in het eerste lid na «30 december 2000» toegevoegd: en de artikelen VIIIA, VIIIB en VIIIC terugwerken tot en met 1 juli 2001.

Toelichting

Deze nota van wijziging strekt ertoe in het wetsvoorstel Wijziging van enkele belastingwetten (herstel van enige onjuistheden) enkele technische wijzigingen aan te brengen. De wijzigingen betreffen redactionele aanpassingen.

Daarnaast worden als gevolg van een aanpassing van de Nederlandse taalversie van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990 en Douanewet hiermee in overeenstemming gebracht.

Artikelsgewijze toelichting

Onderdeel A.1

Artikel I, onderdeel Ia (Wet inkomstenbelasting 2001)

In de Wet inkomstenbelasting 2001 is het eigenwoningforfait gemaximeerd. Dit maximum staat niet vermeld in artikel 3 112, vijfde lid, waarin het forfaitpercentage voor woningen als bedoeld in artikel 3 111, zesde lid, is opgenomen. Het maximum was echter ook onder de Wet op de inkomstenbelasting 1964 reeds onderdeel van de regeling, het vijfde lid is in die zin aangepast.

Onderdeel A.2

Artikel I, onderdeel J (artikel 3 116 van de Wet inkomstenbelasting 2001)

Naar aanleiding van vragen van de CDA-fractie en de brief van Ernst & Young belastingadviseurs van 1 juni jl. heb ik gereageerd in de nota naar aanleiding van het verslag.

Door de voorgestelde aanpassing zal om een polis te kunnen laten kwalificeren als kapitaalverzekering eigen woning in ieder geval in de polis opgenomen moeten worden dat de in onderdeel a van het tweede lid bedoelde woning een eigen woning is van de verzekeringnemer, zijn echtgenoot of degene met wie hij duurzaam een gemeenschappelijke huishouding voert. Deze bepaling komt in de voor 1 januari 2001 afgesloten polissen niet voor. Door middel van deze bepaling kan de belastingplichtige sturen of een polis in box I (als kapitaalverzekering eigen woning) belast zal worden of in box III.

Omdat door deze wijziging nog meer de nadruk op de inhoud van polis wordt gelegd is daarbij ook een wijziging van de aanhef van het tweede lid meer passend. Hiermee wordt bepaald dat voor de kwalificatie als kapitaalverzekering eigen woning niet slechts aangesloten wordt bij de inhoud van de polis, maar ook bij de feitelijke situatie. De eigen woning dient een eigen woning te zijn in de zin van artikel 3 111. Dit is geen verzwarende wijziging, omdat krachtens de huidige redactie van het tweede lid, ondereel e, deze eis ook al bestond.

Onderdeel B en C

Artikelen VIIIA, VIIIB, VIIIC en X, eerste lid (Algemene wet inzake rijksbelastingen, Invorderingswet 1990, Douanewet)

Als gevolg van een aanpassing van de Nederlandse taalversie van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek per 1 juli 2001, is het noodzakelijk om met ingang van diezelfde datum de redactie van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, de Invorderingswet 1990 en de Douanewet hierop te laten aansluiten. Het gaat om de vervanging in de genoemde wetten van de term «compenserende interesten» door «compenserende rente» en voorts om vervanging, in artikel 39 van de Douanewet, van de aanduiding «de operateur» door «de in artikel 799 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek bedoelde belanghebbende». De bedoelde wijziging van de communautaire regelgeving is neergelegd in verordening (EG) nr. 993/2001 van de Commissie van de Europese Gemeenschappen van 4 mei 2001 tot wijziging van verordening (EEG) nr. 2454/93 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van de Europese Gemeenschappen tot vaststelling van het Commu-nautair douanewetboek (PbEG L 141).

De Staatssecretaris van Financiën,

W. J. Bos