Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2000-2001 | 27716 nr. 2 |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Tweede Kamer der Staten-Generaal | 2000-2001 | 27716 nr. 2 |
In aansluiting op de tweede wijzigingswet (de suppletoire begroting samenhangende met de Najaarsnota, Wet van 2 februari 2001, Stb. ) strekt het onderhavige wetsvoorstel ertoe, op grond van artikel 10, derde lid, onder C, van de Comptabiliteitswet 1976 per begrotingsartikel een positief danwel negatief verschil tussen het beschikbare begrotingsbedrag en de realisatie op te heffen. Dit leidt per saldo voor het Infrastructuurfonds van de begroting van de uitgaven en de begroting van de ontvangsten voor 2000 tot een verlaging van de begrotingstotalen met respectievelijk ca. f 656,2 mln. en ca. f 107,2 mln.
De mutaties betreffen niet-beleidsmatige (i.c. boekhoudkundige, uitvoeringstechnische dan wel controle-technische) aanpassingen. Voor zover de mutaties van enige omvang zijn, is daarvan reeds eerder melding gemaakt in de Februarinota (Voorlopige Rekening, Kamerstukken II, 2000/2001,).
In aansluiting op de tweede suppletoire begroting ontstaat samenvattend het volgende beeld (bedragen in mln. guldens):
| 1. | Vermeld in de Voorlopige Rekening 2000 (Kamerstukken II, 2000/2001, .. ..., nr. .; Bijlage ., Infrastructuurfonds (blz. ..) | – f 780,8 mln. |
| 2. | Nadere wijzigingen (t.o.v. de Voorlopige Rekening) | |
| – diversen | f 124,6 mln. | |
| 3. | Totaal van de verlaging van de uitgaven | – f 656,2 mln. |
| Ontvangsten | ||
| 1. | Vermeld in de Voorlopige Rekening 2000 (Kamerstukken II, 2000/2001, .. ..., nr. .; Bijlage ., Infrastructuurfonds (blz. ..) | – f 245,8 mln. |
| 2. | Nadere wijzigingen (t.o.v. de Voorlopige Rekening) – Diversen | f 138,6 mln. |
| 3. | Totaal van de verlaging van de ontvangsten | – f 107,2 mln. |
2. Toelichting bij slotwetmutaties
In dit wetsvoorstel zijn alleen mutaties opgenomen die «boekhoudkundig van aard» zijn. Alleen mutaties boven de f 10 mln. zijn van een toelichting voorzien.
De overige, niet in dit wetsvoorstel verklaarde, verschillen hebben betrekking op:
• wijzigingen van het begrotingsbedrag om dat bedrag gelijk te maken aan de realisatie;
• desalderingen, die nodig zijn omdat ontvangsten niet in mindering van bezwaar mogen worden geboekt op de uitgaven;
• overboekingen tussen artikelen of begrotingen die het uitvloeisel zijn van tijdens de begrotingsuitvoering gebleken noodzaak om verplichtingen en/of uitgaven elders te verantwoorden dan waar ze oorspronkelijk begroot waren bij gelijkblijvende beleidsuitgangspunten;
• mineure kasverschuivingen die het gevolg zijn van een ander betalingstempo van lopende verplichtingen dan geraamd;
• mutaties die het gevolg zijn van de controlebevindingen van de departementale accountantsdienst of de Algemene Rekenkamer.
3. Toelichting bij wetsartikel 3
De staat in de financiële verantwoording van Infrastructuurfonds is ingericht volgens de uitgangspunten uit de regeringsnota Van Beleidsbegroting tot Beleidsverantwoording (Kamerstukken II, 26 573).
De wenselijkheid om tot een meer beleidsmatige begroting en verantwoording te komen, brengt ook de noodzaak met zich mee om al die informatie die niet direct bijdraagt tot een groter beleidsmatig inzicht in de verantwoording, niet meer op te nemen. Om die reden zijn de onderscheiden suppletoire mutaties niet meer in de verantwoordingsstaat apart zichtbaar gemaakt.
Deze komen nu gesaldeerd tot uitdrukking in de kolom Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting.
Met deze gewijzigde opzet van de verantwoordingsstaat wordt afgeweken van de bepaling in artikel 65, derde lid, onder b, van de Comptabiliteitswet, die voorschrijft dat de wijzigingen bij de wet in de oorspronkelijke raming zijn aangebracht, afzonderlijk in de verantwoording aangewezen moeten worden.
Zonder een nadere wettelijke voorziening kan deze gewijzigde opzet van de verantwoording niet worden doorgevoerd. Het onderhavige wetsartikel voorziet voor het jaar 2000 in die wettelijke voorziening. Een definitieve wijziging voor de jaren vanaf 2002 zal worden doorgevoerd bij de wijziging van de Comptabiliteitswet waarmee de nota Van Beleidsbegroting tot Beleidsverantwoording wordt geïmplementeerd.
Overigens wordt opgemerkt dat de onderscheiden suppletoire wijzigingen wel afzonderlijk zichtbaar zijn in de (begrotings)staat bij deze slotwet.
Wetsartikel 1 (Uitgaven/verplichtingen)
Het overschot is met name ontstaan op:
• verkenningen en planstudies (ad f 10,4 mln.):
• voor de planstudies Rw 4 De Hoek–Clausplein en Rw 4 Delft–Schiedam zijn de betalingen doorgeschoven naar 2001;
• het extra budget dat bij NJN is toegevoegd ten behoeve van het welslagen van de PPS-opzet voor Rw 59 Rosmalen-Terbregseplein is in 2000 niet tot betaling gekomen.
• het benuttingsprogramma (ad f 29 mln.) als gevolg van:
• vertragingen van het benuttingsproject monitoring door de marktinvloeden bij de levering van glasvezelkabels;
• vertraging van de oplevering van een aantal DRIP's (Dynamische Route Informatie Paneel);
• vertragingen van de busvoorziening op de A69 bij Valkenswaard als gevolg van een door een belangenorganisatie opgestarte bezwaarschriftprocedure bij de Hoge Raad.
• het realisatieprogramma rijkswegen (ad f 84 mln.) met als belangrijkste oorzaken:
• vertragingen in de grondverwerving voor de aanleg van Rw 5;
• het extra budget dat bij NJN is toegevoegd ten behoeve van het welslagen van de PPS-opzet voor Rw 31 Leeuwarden–Drachten is in 2000 niet tot betaling gekomen;
• vertraging in de financiële afhandeling van project Rw 2 Aansluiting Meibergdreef.
Het restant van het overschot betreft een saldo van diverse relatief kleine onder- en overschrijdingen.
* Verplichtingen (f 586,9 mln.)
Het betreft hier met name een versnelling van verplichtingen inzake de uitvoering van de Rw 73-Zuid door de ondertekening van de zgn. realiseringsovereenkomst.
De onderuitputting heeft voor een groot deel betrekking op de projecten die bij NS-RIB in uitvoering zijn, o.a. Utrechtboog, Hemboog en Flevolijn Oostboog: door vertragingen in de startfase, Loenen – Maarssen en Maarssen–Utrecht: als gevolg van vertragingen door een langere beschikkingsprocedure, Groningen–Sauwerd: door vertragingen als gevolg van een explosievenonderzoek en moeizame grondwerving en Emplacement (geluid): als gevolg van een langere doorlooptijd in de uitwerking van de planstudie.
Daarnaast is er sprake van een overschot op de voorbereidingskosten van de studie Hanzelijn.
Het resterende overschot doet zich voor bij het goederen-aandeel in dit artikel. Het betreft hier met name clusters voor het aslastenprogramma alsmede bij PAGE (Plan van Aanpak Goederen Emplacementen) en de tijdelijke bijdrageregeling spooraansluitingen.
* Verplichtingen (– f 2 032,9 mln.)
De onderuitputting is voornamelijk ontstaan op:
• Verkenning- en planstudies (ad f 9 mln.) en heeft voornamelijk betrekking op:
• studie Hanzelijn;
• Nieuwe Sleutel Projecten (NSP).
• Aanleg railwegen (f 699,6 mln.) en betreft de navolgende projecten:
• Nootdorpboog: door vertragingen in het – bij aanleg nauw met Nootdorpboog samenhangende – wegenproject «ontsluiting Ypenburg»;
• Amsterdam Zuid Oost – Loenen: door vertragingen in de afgifte van de beschikking van het laatste deel van de corridor Amsterdam– Utrecht, mede doordat de aanleg van de waterdoorvoer van het Gein langer heeft geduurd dan ingeschat;
• Aansluiting Breda – Breda: door overheveling naar de HSL-Zuid.
• Beheer en onderhoud railwegen (f 1 286,5 mln.). De reden hiervan is dat er vertraging is opgetreden in de verlening van de beschikking voor 2001 aan NS-RIB.
Artikel 01.03 Regionale/lokale infrastructuur
De onderuitputting heeft hoofdzakelijk betrekking op:
• Tramtunnel Grote Markt: vertraging in de afgifte van de aanvullende beschikking betreffende de gewijzigde bouwopzet, waardoor de extra betaling niet heeft plaatsgevonden;
• Tram MAP (Midden Akerslootse Polder)–Sloten en HAL(Heerhugowaard, Alkmaar, Langedijk): vertraging in de afgifte van beschikkingen;
• diverse projecten in Oost-, Noord- en Zuid-Holland waarvoor nog geen declaraties zijn ingediend.
* Verplichtingen (f 853,8 mln.)
De overschrijding is enerzijds ontstaan doordat de bij de Gebundelde doeluitkering (art 01.03.05) voor de kaderwetgeving en provincies meerjarige beschikkingen zijn afgegeven (ca f 556 mln.). Anderzijds doordat voor een aantal aanlegprojecten meer verplichtingen zijn aangegaan dan in de begroting 2000 was voorzien (totaal ca f 242 mln. voor o.a. voor N 469, Tramplus fase 2, Randstadrail, N210) en als gevolg van het indexeren van het programma naar prijspeil 2000 (ca f 110 mln.).
Daartegenover is sprake van een onderuitputting op de artikelonderdelen «verkenningen en planstudies» (f 9 mln.) en «duurzaam veilig» (f 44 mln.).
Het overschot heeft voornamelijk betrekking op:
• een langere voorbereidingstijd dan gepland voor de uitvoering van de planstudies;
• een vertraging van de uitvoering van werken (met name doorlatend maken spoorbrug Oosterbeek);
• een vertraging in de aankoop van gronden;
• een vertraging van het project «op Delta-hoogte brengen buitenhaven Vlissingen» als gevolg van problemen met de grondaankoop;
• een aantal doorgeschoven betalingen naar 2001 (m.n. conservering Oosterscheldekeren).
* Verplichtingen (– f 127,6 mln.)
Aanvullend op de uitgaventoelichting is de onderuitputting veroorzaakt doordat de aangegane verplichtingen verder zijn achtergebleven door met name vertragingen bij de voorbereiding (o.a. als gevolg van vervuilde gronden en asbest).
Artikel 02.02 Waterbeheren en vaarwegen
Aan de lagere uitgaven ligt een aantal oorzaken ten grondslag. Het gaat hier o.a. om een vertraagde inzending van declaraties door de provincies, faillissement van een onderaannemer, capaciteitsproblemen bij de voorbereiding en vertragingen als gevolg van bestemmingsplanprocedures (f 45 mln.).
De resterende onderuitputting wordt veroorzaakt doordat het gezonken schip «IUGO» vanwege de slechte weersomstandigheden op zee niet kon worden geborgen. Verder zijn de uitgaven ten behoeve van de «Voortgangsrapportage Integraal Waterbeheer» achtergebleven ten opzichte van de planning.
* Verplichtingen (– f 138,2 mln.)
Het betreft hier een saldo van enerzijds een tekort op het verplichtingenbudget van beheer- en onderhoudsprojecten (ad f 70,2 mln.). Door innovatieve aanbesteding zijn meerjarige contracten afgesloten, waardoor meer verplichtingenbudget noodzakelijk was. Anderzijds is er sprake van een onderuitputting van f 205,8 mln. voornamelijk als gevolg van:
• Vertragingen in het aangaan van meerjarige verplichtingen voor met name «voorbereiding Maasroute» (o.a. door wijzigingen in de randvoorwaarden, bijvoorbeeld ten aanzien van de waterhoogten).
• Vertragingen in de afsluiting van nieuwe aanleg contracten door stagnatie in de voorbereiding (m.n. Natuurinrichting IJsselmonding (Ketelmeer), Doorlaatmiddel Veerse meer en Verbetering Maasroute (onderdeel Maassteigers)).
Artikel 03.01 Westerscheldetunnel
* Verplichtingen (– f 14,7 mln)
De relatief beperkte verplichtingenmutatie wordt veroorzaakt doordat er zowel voor de aankoop van gronden als voor de personele RWS-uitgaven (betreft het toezichthoudende RWS-personeel) minder verplichtingen zijn aangegaan.
De onderuitputting bestaat enerzijds uit lagere apparaatskosten (f 8 mln.) en anderzijds uit lagere (f 9,6 mln.) uitgaven bij de Managementgroep Betuweroute (MgBR).
Bij de apparaatskosten wordt het overschot veroorzaakt door:
• Inhuur Private Exploitatie Betuweroute; het contract met het betreffende bureau is eerder beëindigd dan voorzien waardoor de uitgaven voor de inhuur van deze medewerkers aanzienlijk lager zijn uitgevallen.
• Communicatie; de lagere uitgaven van de afdeling communicatie zijn het gevolg van een gebrek aan personele capaciteit.
Bij de MgBR liggen o.a. de volgende oorzaken ten grondslag:
• De verlate start van het tracédeel Br3–Br8.
• Het vervallen van een aantal werkzaamheden op het tracédeel Kijfhoek. Hierdoor zijn de declaraties lager uitgevallen dan voorzien.
* Verplichtingen (– f 315,3 mln.)
De onderuitputting wordt voornamelijk veroorzaakt doordat verplichtingen (geraamd voor 2000) zijn doorgeschoven naar 2001 en later.
Artikel 03.03 Hogesnelheidslijn
De uitgaven voor de HSL-Zuid bleken achteraf (voor een bedrag van ca. f 151 mln.) toch sneller te lopen dan bij het opstellen van de 2e suppletoire wet 2000. Hierin werden aanzienlijke overschotten gemeld.
Daartegenover staat dat in 2000 nog geen contracten zijn afgesloten en uitgaven zijn gedaan (verwachte kasuitgaven voor 2000 waren f 127,8 mln.) voor de aansluiting van station Breda CS op het hogesnelheidsspoor en de verlegging en verbreding van aanpalende weggedeeltes van de A16.
Ook zijn de uitgaven voor de HSL-Oost trager verlopen (f 7 mln.), omdat er in 2000 enkel kosten zijn gemaakt voor afronding van de Trajectnota/MER. Dit in tegenstelling tot de planning, waarbij er van uitgegaan werd dat er een begin zou worden gemaakt met het Ontwerptracé besluit.
* Verplichtingen (f 2 272,8 mln.)
Het betreft hier voornamelijk een technische overboeking van f 1 981 mln. aan lopende verplichtingen van DGP naar de RWS-uitvoeringsorganisatie. Daarnaast is de verplichting voor de BTW als gevolg van de in 2000 afgesloten bouwcontracten méérjarig vastgelegd.
Artikel 03.04 Deltaplan Grote Rivieren
De onderuitputting wordt deels veroorzaakt door vertraging in de uitvoering van de werken Ramspol (problemen met doek) en afgedamde Maas (opruimen munitie). Naar verwachting zullen deze werken grotendeels in 2001 worden voltooid. Daarnaast bleek voor de uitvoering van versterking van de dijken rond Flevoland en de Noordoostpolder als gevolg van vertragingen minder budget benodigd dan beschikbaar. Een kleinere onderschrijding wordt veroorzaakt door achterblijvende declaraties van waterschappen in Noord-Brabant.
* Verplichtingen (f 12,3 mln.)
Het betreft hier onder andere een ophoging van de verplichting ten behoeve van waterkerende infrastructuur bij Harlingen en op Terschelling.
De naam van dit artikel is gewijzigd van Rekeningrijden in Spitstarieven.
Ten behoeve van de saneringswerkzaamheden rond de aanleg van de Calandtunnel zijn in 2000 minder uitgaven gedaan, mede omdat de omvang van de sanering minder is dan verwacht. Daarnaast is de start van de sanering van de Jan Gerritsepolder (2e Heinenoordtunnel) verschoven van 2000 naar 2001, waardoor er in 2000 geen betalingen hebben plaatsgevonden.
Daarnaast zijn de bij de Miljoenennota 2001 aan dit artikel toegevoegde gelden uit het voordelig saldo1999 nog niet tot uitbetaling gekomen.
Artikel 04.03 Intermodaal vervoer
* Verplichtingen (– f 10,1 mln.)/Uitgaven (– f 13,8 mln.)
De onderuitputting vindt zijn oorzaak voornamelijk in:
• project Waalhaven: de afrekening is verschoven naar 2001, gezien de verlate instemming van de Europese Commissie ten aanzien van de subsidieverlening (ad f 3,4 mln.);
• vertragingen in het planstudieprogramma (ad f 4 mln.);
• Gemeentelijk Havenbedrijf Amsterdam: de overboeking van het ministerie van Economische Zaken bestemd voor een bijdrage aan het Gemeentelijk Havenbedrijf in Amsterdam voor de aanleg van openbare infrastructuur is niet conform het afgesproken kasritme verwerkt in de Najaarsnota. (f 5 mln. wordt doorgeschoven naar 2001 en 2002);
• een late ontvangst van een declaratie ten behoeve van Braakmanhaven (ad f 0,8 mln.).
Artikel 01.01 Ontvangsten Rijkswegen
Deze mutatie heeft betrekking op meer ontvangsten uit schaderijdingen van derden (vergoedingen in verband met schade aan het wegmeubilair) dan redelijkerwijs kon worden voorzien. Daarnaast betreft het een saldo van over- en onderschrijdingen op nieuwbouw- en onderhoudsprojecten. De bijdragen van derden hierin hangen samen met de voortgang van de uitgavenprogramma's.
Artikel 02.01 Ontvangsten waterkeren
De realisatie van de ontvangsten is achtergebleven bij de raming door o.a. vertraging van Spoorbrug Oosterbeek en een aantal kleinere INTERREG Rijn-Maas Activiteiten (IRMA) projecten. Naar verwachting zullen in 2001 en 2002 alle hiervoor geraamde EU ontvangsten worden gerealiseerd.
De verwachte Trans European Network-subsidie (TEN) van de Europese Commissie is in 2000 uitgebleven.
De hogere ontvangsten hebben betrekking op de volumekorting van f 12,5 mln. van de VOF (samenwerkingsverband DHV, Holland Railconsult en NS-RIB) en een bijdrage van f 6 mln. van de provincie Noord-Brabant voor aanpassing van het viaduct Langeweg. Daarentegen is f 6 mln. minder aan EU-bijdragen ontvangen. De vertraging in de EU-bijdragen is ontstaan doordat er aanvullende vragen zijn gesteld door de EU.
03.04 Deltaplan Grote Rivieren
Door vertraging in de werken Ramspol en afgedamde Maas worden de ontvangsten van derden hierin ook later ontvangen.
05 BIJDRAGEN TEN LASTE VAN ANDERE BEGROTINGEN VAN HET RIJK
05.04 Bijdrage ten laste van de begroting van het Fes
De bodemsaneringswerkzaamheden met betrekking tot de Calandtunnel bleken mee te vallen (omvang is minder dan verwacht). Daarnaast is de onderuitputting een gevolg van de verschuiving van de aanvang van de sanering van de Jan Gentsepolder (2e Heinenoordtunnel) naar 2001.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27716-2.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.