27 715
Wijziging van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII) voor het jaar 2000 (slotwet)

nr. 2
MEMORIE VAN TOELICHTING

Algemeen deel

1. Aansluiting

In aansluiting op de tweede wijzigingswet (de suppletoire begroting samenhangende met de Najaarsnota, Wet van 1 februari 2001, Stb. ) strekt het onderhavige wetsvoorstel ertoe, op grond van artikel 10, derde lid, onder C, van de Comptabiliteitswet 1976 per begrotingsartikel een positief danwel negatief verschil tussen het beschikbare begrotingsbedrag en de realisatie op te heffen.

Dit leidt per saldo voor de begroting van de uitgaven tot een verlaging van het begrotingstotaal met f 153,9 mln. en voor de begroting van de ontvangsten tot een verlaging van het begrotingstotaal met f 22,5 mln.

De mutaties betreffen niet-beleidsmatige (i.c. boekhoudkundige, uitvoeringstechnische dan wel controle-technische) aanpassingen. Voor zover de mutaties van enige omvang zijn, is daarvan eerder melding gemaakt in de Februarinota (Voorlopige Rekening, Kamerstukken II, 2000–2001, .. ..., nr. .).

In aansluiting op de tweede suppletoire begroting ontstaat samenvattend het volgende beeld (bedragen in mln. guldens):

Uitgaven

1.Vermeld in de Voorlopige Rekening 1999 (Kamerstukken II, 2000/2001, .. ..., nr. .; Bijlage ., XII, blz. ..)– f 160,0 mln.
2.Nadere wijzigingen (t.o.v. de Voorlopige Rekening): 
 – Diversen+ f  6,1 mln.
3.Totaal van de verlaging van de uitgaven– f 153,9 mln.

Ontvangsten

1.Vermeld in de Voorlopige Rekening 1999 (Kamerstukken II, 2000/2001, .. ..., nr. ., Bijlage ., XII, blz. ..)– f 24,3 mln.
2.Nadere wijzigingen (t.o.v. de Voorlopige Rekening): 
 – Diversen+ f 1,8 mln.
3.Totaal van de verlaging van de ontvangsten– f 22,5 mln.

2. Toelichting bij slotwetmutaties

In dit wetsvoorstel zijn alleen mutaties opgenomen die «boekhoudkundig van aard» zijn. Alleen mutaties boven de f 5 mln. zijn van een toelichting voorzien.

De overige, niet in dit wetsvoorstel verklaarde, verschillen hebben betrekking op:

• wijzigingen van het begrotingsbedrag om dat bedrag gelijk te maken aan de realisatie;

• desalderingen, die nodig zijn omdat ontvangsten niet in mindering van bezwaar mogen worden geboekt op de uitgaven;

• overboekingen tussen artikelen of begrotingen die het uitvloeisel zijn van tijdens de begrotingsuitvoering gebleken noodzaak om verplichtingen en/of uitgaven elders te verantwoorden dan waar ze oorspronkelijk begroot waren bij gelijkblijvende beleidsuitgangspunten;

• mineure kasverschuivingen die het gevolg zijn van een ander betalingstempo van lopende verplichtingen dan geraamd;

• mutaties die het gevolg zijn van de controlebevindingen van de departementale accountantsdienst of de Algemene Rekenkamer.

3. Toelichting bij wetsartikel 4

De staat in de financiële verantwoording van het Ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII) is ingericht volgens de uitgangspunten uit de regeringsnota Van Beleidsbegroting tot Beleidsverantwoording (Kamerstukken II, 26 573).

De wenselijkheid om tot een meer beleidsmatige begroting en verantwoording te komen, brengt ook de noodzaak met zich mee om al die informatie die niet direct bijdraagt tot een groter beleidsmatig inzicht in de verantwoording, niet meer op te nemen. Om die reden zijn de onderscheiden suppletore mutaties niet meer in de verantwoordingsstaat apart zichtbaar gemaakt.

Deze komen nu gesaldeerd tot uitdrukking in de kolom Verschil realisatie en oorspronkelijke vastgestelde begroting.

Met deze gewijzigde opzet van de verantwoordingsstaat wordt afgeweken van de bepaling in artikel 65, derde lid, onder b, van de Comptabiliteitswet, die voorschrijft dat de wijzigingen bij de wet in de oorspronkelijke raming zijn aangebracht, afzonderlijk in de verantwoording aangewezen moeten worden.

Zonder een nadere wettelijke voorziening kan deze gewijzigde opzet van de verantwoording niet worden doorgevoerd. Het onderhavige wetsartikel voorziet voor het jaar 2000 in die wettelijke voorziening. Een definitieve wijziging voor de jaren vanaf 2002 zal worden doorgevoerd bij de wijziging van de Comptabiliteitswet waarmee de nota Van Beleidsbegroting tot Beleidsverantwoording wordt geïmplementeerd.

Overigens wordt opgemerkt dat de onderscheiden suppletore wijzigingen wel afzonderlijk zichtbaar zijn in de (begrotings)staat bij deze slotwet.

Artikelsgewijze toelichting

Wetsartikel 1 (Uitgaven/verplichtingen)

01 ALGEMENE DEPARTEMENTALE AANGELEGENHEDEN

Artikel 01.01 Personeel en materieel Centrale Diensten

* Verplichtingen (f 9,5 mln.)/ uitgaven (f 8,9 mln.)

De externe inhuur ten behoeve van uiteenlopende zaken bedroeg over 2000 f 4,5 mln. Hiermee was in de raming geen rekening gehouden.

Verder zijn bij de directie Facilitaire Zaken in het kader van een beoogd organisatie-ontwikkelingstraject tijdelijk 12 fte's boven-formatief aangenomen.

Voor het overige gaat het om diverse kleinere budgetbijstellingen die gezamenlijk optellen tot de nu opgenomen slotwetmutatie.

Artikel 01.03 Algemene beleidsaangelegenheden

* Verplichtingen (– f 29,1 mln.)/uitgaven (– f 14,9 mln.)

Op het budget voor het Euro-project (f 10,5 mln.) is f 7,2 mln. onbesteed gebleven. Gebleken is dat de planning van de totale uitgaven voor het Euro-project niet synchroon loopt met het feitelijk beschikbaar gestelde budget.

Tevens zijn de uitgaven voor het afwikkelen van het millenniumproject minder hoog uitgevallen dan gedacht (meevaller: f 2 mln.) en was sprake van een verschil (bijna f 2 mln) tussen de door de directie Strategie en Coördinatie (S&C) geplande en uitgevoerde activiteiten.

Voor het overige gaat het om de som van diverse kleinere overschotten die zich binnen dit artikel hebben voorgedaan.

Artikel 01.04 Personeelsbeleid

* Verplichtingen (– f 5,7 mln.)/uitgaven (– f 6,5 mln.)

Het overschot is nagenoeg geheel terug te voeren op de uitgaven voor de 55+-wachtgeldregeling.

Artikel 01.05 Onderzoek en ontwikkeling algemeen

* Verplichtingen (– f 5,6 mln.)/uitgaven (– f 7,6 mln.)

Door vertraging van de notificatie van de regeling voor de Stichting Connekt door de Europese Commissie in Brussel, is een belangrijk deel van de raming voor dit jaar (f 12 mln.) niet tot betaling gekomen. Dit verklaart met name de nu opgenomen verlaging op dit artikel.

Via deze begrotingswijziging worden deze gelden overigens weer aan het FES teruggegeven (zie M01.15).

Artikel 01.10 Ruimtevaartactiviteiten

* Verplichtingen (f 14 mln.)

Het gaat hier om verplichtingen die zijn aangegaan voor gebruikersondersteuning (f 1 mln.), OMI (Ozon Monitoring Instrument) Wetenschappelijke Ondersteuning (f 2 mln.) en een ophoging van de deelneming in EOEP (Earth Observation Envelope Programme; f 9,7 mln.).

Voor het overige betreft het de aanpassing van de langer lopende verplichtingen voor onder andere ESA en EUMETSAT aan de inflatie e.d.

Artikel 01.16 Eurovignet

* Verplichtingen (– f 6,4 mln.)/uitgaven (– f 6,0 mln.)

Door een grotere omvang van het vervoer zijn meer ontvangsten op het Eurovignet gerealiseerd. Omdat een vaste verrekening met Duitsland is overeengekomen, is er per saldo minder uitgegeven.

02 RIJKSWATERSTAATSAANGELEGENHEDEN

Artikel 02.01 Indirecte uitvoeringsuitgaven

* Verplichtingen (– f 11,7 mln.)/ Uitgaven (– f 18,2 mln.)

De oorzaak van het overschot op dit artikel is voornamelijk gelegen in vertragingen bij de introductie van de Euro en bij de nieuwbouw van de Meetkundige dienst.

Verder is op dit artikel een taakstellende verlaging aangebracht ter compensatie van de lagere ontvangsten op het overeenkomstige artikel en voor de invulling van problematiek elders binnen de begroting.

Artikel 02.02 Exploitatiebijdragen

* Verplichtingen (– f 21,8 mln.)

De bijdragen aan de Stichting Groenvoorziening Schiphol zijn al in een eerder begrotingsjaar als betalingsverplichting vastgelegd. De raming voor dit jaar kan derhalve neerwaarts worden bijgesteld.

Artikel 02.10 Droge infrastructuur

* Verplichtingen (– f 7,1 mln.)/ Uitgaven (– f 7,5 mln.)

De lagere realisaties zijn voor een belangrijk deel te herleiden op het (uit het FES gefinancierde) project Expertise Centrum Meervoudig Ruimtegebruik (EMR: ca. f 4,6 mln.).

Voor het overige gaat het som van relatief kleine overboekingen naar andere artikelen en om een enkele vertraging.

Artikel 02.20 Natte infrastructuur

* Verplichtingen (– f 8,7 mln.)/ Uitgaven (– f 15,6 mln.)

De bij Najaarsnota verkregen gelden voor PPS-constructies, i.c. een project van het Hoogheemraadschap Delfland (f 5,2 mln.), zijn teruggegeven aan het ministerie van Financiën. Dit omdat deze gelden niet meer rechtmatig in het jaar 2000 konden worden uitgegeven.

Verder is op het programma «Partners voor water» ca. f 6,6 mln. onbesteed gebleven, voornamelijk door het laat beschikbaar komen van deze gelden.

Ook bleek meer tijd nodig voor de interdepartementale besluitvorming c.q. de financiële afwikkeling van de gereserveerde rijksbijdrage in de grote faciliteiten van het Waterloopkundig Laboratorium en de Grondmechanica Delft. Hierdoor is f 1,5 mln. niet in 2000 tot betaling gekomen.

Tenslotte is de kasrealisatie licht achtergebleven bij de planning, vooral als gevolg van vertraagde projectuitvoering bij het hoofdkantoor en de Meetkundige Dienst.

03 OPENBAAR VERVOER EN GOEDERENVERVOER

Artikel 03.10 Bijdragen openbaar vervoer

* Uitgaven (– f 41,2 mln.)

Het overschot op dit artikel is voor een belangrijk deel ontstaan doordat het aantal en het tempo van de ingediende declaraties voor de investeringsimpuls stads- en streekvervoer (de zogeheten «De Boer-gelden») beneden de verwachting zijn gebleven (ca. f 34 mln.).

Tevens was sprake van lagere uitgaven in het kader van Chipcard, Pionierskaart en OV-te water door respectievelijk een latere declaratie inzake de Chipkaart, tegenvallende animo bij de Pionierskaart en het stopzetten van de OV-te water trajecten «Lelystad–Amsterdam» en «Almere–Amsterdam» vanwege tegenvallende exploitatieresultaten.

* Verplichtingen (– f 193,7 mln.)

Het verplichtingenoverschot is ontstaan doordat de verplichting voor de contractsector spoorvervoer niet meer in 2000 kon worden aangegaan, zoals ten tijde van de Najaarsnota nog werd verwacht. De ondertekening heeft pas in 2001 plaatsgevonden, waardoor de verplichting ten laste van de begroting 2001 is vastgelegd.

Artikel 03.19 Bijdragen aan de Nederlandse Spoorwegen

* Verplichtingen (– f 99,6 mln.)

In het convenant is afgesproken dat de convenantspartijen telkens na verloop van 5 jaar zullen evalueren of het doel van het convenant (i.c. het zo spoedig mogelijk saneren van de NS-bodemsaneringsgevallen met een gezamenlijk door NS Vastgoed, VenW en VROM bijeen te brengen budget) in de voorliggende periode in voldoende mate is behaald.

Tevens wordt de doelstelling voor de volgende periode bepaald. Het aangaan van de nieuwe verplichting was pas mogelijk na afronding van de afgesproken evaluatie. Deze afronding was in december 2000 voorzien, maar is niet gehaald. De nieuwe beschikking zal dan ook pas begin 2001 kunnen worden verleend.

Artikel 03.32 Stimulering van en bijdragen aan derden

* Verplichtingen (f 56,4 mln.)

Het gaat hier met name om de meerjarige vastlegging van de bijdrage aan de provincies (periode 2000–2004).

04 LUCHTVAARTAANGELEGENHEDEN

Artikel 04.11 Zonering in het kader van de luchtvaartwet

* Verplichtingen (– f 25,2 mln.)/uitgaven (– f 22,6 mln.)

De nu opgenomen verlagingen kunnen vrijwel geheel worden toegeschreven aan het Geluidsisolatie-programma Schiphol fase 2. De oorzaak is gelegen in vertragingen in de procedures bij het isoleren van woningen.

Artikel 04.20 Veiligheid en toezicht op het gebied van de luchtvaart

* Uitgaven (– f 5,2 mln.)

De lagere uitgaven zijn met name ontstaan door vertraging van het project Examens en brevetten en door uitstel van het project Tycodas. Vanwege een aantal nog openstaande vragen ten aanzien van deze projecten is ervoor gekozen deze voorlopig uit te stellen.

05 ZEESCHEEPVAART EN MARITIEME AANGELEGENHEDEN

Artikel 05.12 Bereikbaarheidsbevorderende en mobiliteitsgeleidende maatregelen

* Uitgaven (– f 15,0 mln.)

De volgende oorzaken liggen ten grondslag aan de lagere uitgaven.

– een achterblijvend aantal aanvragen uit het bedrijfsleven, waardoor minder subsidies zijn verstrekt dan aanvankelijk was voorzien (f 3,2 mln.) voor TMS (Transport Modal Shift) en de SGG-regeling (Subsidieregeling Gecombineerd Goederenvervoer);

– een verrekenstuk van f 2,8 mln. dat niet op tijd is aangeboden door Senter;

– de beoogde regeling Facilitatie Nieuwe Toetreders is vertraagd door het besluit om de resultaten van EIS-R (Economische Impact Studie-Railgoederen) af te wachten. Bovendien zijn er in 2000 geen nieuwe toetreders tot de markt geweest. Hierdoor is f 2 mln. niet tot betaling gekomen.

– het niet realiseren van het BVE-programma (beleid, voorbereiding en evaluatie), waardoor f 1,3 mln. niet tot betaling is gekomen;

– vertraging in de uitvoering van een aantal kleinere projecten.

* Verplichtingen (f 6,5 mln.)

Wat betreft de verplichtingenraming geldt dat voor de twee tenders van de subsidieregeling Transportpreventie bijna f 7 mln. verplichtingenruimte meer benodigd was.

Artikel 05.32 Zeehavenontwikkeling

* Verplichtingen (– f 11,2 mln.)/ Uitgaven (f 20,9 mln.)

De projecten die in het kader van de subsidieregeling HIP II (Haven Interne Projecten) zijn gesubsidieerd betreffen met name kortlopende projecten. Hierdoor is een discrepantie ontstaan tussen de gewenste uitgaven en verplichtingen per jaar en de daarvoor beschikbare meerjarige middelen. Om de beschikbare budgetten meer in de lijn te brengen met de gewenste uitgaven, zijn extra middelen in 2000 beschikbaar gesteld. Dit bedrag zal in latere jaren worden tegengeboekt.

06 TELECOMMUNICATIE EN POSTZAKEN

Artikel 06.10 Telecommunicatie en post

* Verplichtingen (f 12,9 mln.)

Dit heeft hoofdzakelijk betrekking op het meerjarig vastleggen van de bijdragen aan ITU en UPU op dit arikel.

07 METEOROLOGISCHE AANGELEGENHEDEN

Artikel 07.05 Bijdragen aan het agentschap KNMI

* Verplichtingen (f 9,4 mln.)/Uitgaven (f 9,4 mln.)

Dit betreft voornamelijk een eenmalige compensatie voor het agentschap KNMI voor de extra kosten die zijn gemoeid met het afboeken van de immateriële vaste activa, als gevolg van een stelselwijziging.

Wetsartikel 2 (Ontvangsten)

01 ALGEMENE DEPARTEMENTALE AANGELEGENHEDEN

Artikel 01.15 Bijdragen ten laste van het FES

* Ontvangsten (– f 16,4 mln.)

Door middel van deze begrotingswijziging worden de niet volledig uitgegeven FES-gelden voor het Expertise Centrum Meervoudig Ruimtegebruik (EMR; artikel 02.10) en voor de Stichting Connekt (artikel 01.05) weer teruggeboekt naar de begroting van het FES.

02 RIJKSWATERSTAATSAANGELEGENHEDEN

Artikel 02.01 Indirecte uitvoeringsontvangsten

* Ontvangsten (– f 8,8 mln.)

Structureel blijkt de raming, gezien de realisaties in de afgelopen jaren, op een te hoog niveau te liggen.

03 PERSONENVERVOER

Artikel 03.20 Dividenden

* Ontvangsten (– f 6,1 mln.)

De lagere ontvangst betreft de dividendbelasting over het dividend van het Verenigd Streekvervoer Nederland (VSN), dat eerst in 2001 van Financiën zal worden terugontvangen.

04 LUCHTVAARTAANGELEGENHEDEN

Artikel 04.11 Zonering in het kader van de Luchtvaartwet

* Ontvangsten (f 18,7 mln.)

Voor f 5 mln. gaat het hier om de dwangsom die de Luchthaven Schiphol is opgelegd voor het aantal keren dat de geluidsnormen zijn overschreden.

De resterende hogere ontvangsten zijn een gevolg van een toename van het aantal vliegbewegingen. Deze zijn hoger dan vooraf ingeschat.

05 GOEDERENVERVOER

Artikel 05.34 Herstructurering binnenvaart

* Ontvangsten (– f 6,5 mln.)

De lagere ontvangsten hangen samen met het feit dat in 2000 minder schepen in de vaart zijn genomen dan verwacht. Hierdoor is minder aan Oud-voor-Nieuw heffingen geïnd.

Wetsartikel 3

Koninklijk Nederlands Meteorologisch Instituut (KNMI) Agentschap Rijksdienst voor Radiocommunicatie (RDR)

Voor een toelichting bij de slotwet van het agentschap KNMI en het agentschap RDR verwijs ik kortheidshalve, en om een herhaling van dezelfde toelichtingen te voorkomen, naar de separate financiële verantwoording over 2000 van het ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII).

Hierin is, als onderdeel van de totale Verkeer en Waterstaat-verantwoording, de financiële verantwoording van beide agentschappen opgenomen. Deze bestaan uit de rekening van baten en lasten en van kapitaaluitgaven en -ontvangsten en de balans per 31 december 2000, alle voorzien van een toelichting.

De Minister van Verkeer en Waterstaat,

T. Netelenbos

Naar boven