Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2000-200127678 nr. 13

27 678
Verbetering van de procesgang in het eerste ziektejaar en nieuwe regels voor de ziekmelding, de reïntegratie en de wachttijd van werknemers alsmede met betrekking tot de loondoorbetalingverplichting van de werkgever (Wet verbetering poortwachter)

nr. 13
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN HET LID SCHIMMEL C.S. TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 10

Ontvangen 18 juni 2001

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

Artikel III. Burgerlijk Wetboek wordt als volgt gewijzigd:

A

Onderdeel A wordt als volgt gewijzigd:

Subonderdeel 2 komt te luiden:

2. Lid 3 wordt als volgt gewijzigd

a. In onderdeel c wordt na «passende arbeid» ingevoegd: als bedoeld in artikel 658a lid 2.

b. Onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel c door een puntkomma, wordt een nieuw onderdeel toegevoegd, luidende:

d. voor de tijd, gedurende welke hij zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan door de werkgever of door een door hem aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen die erop gericht zijn om de werknemer in staat te stellen passende arbeid als bedoeld in artikel 658a lid 2 te verrichten.

B

In onderdeel B, onder 1, wordt in de voorgestelde zinsnede na «passende arbeid» ingevoegd: als bedoeld in artikel 658a lid 2.

C

Na onderdeel B wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Ba

Na artikel 658 wordt een nieuw artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 658a

1. De werkgever is verplicht zo tijdig mogelijk zodanige maatregelen te treffen en voorschriften te geven als redelijkerwijs nodig is, opdat de werknemer, die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is de bedongen arbeid te verrichten, in staat wordt gesteld de eigen of andere passende arbeid te verrichten. Indien vaststaat dat de eigen arbeid niet meer kan worden verricht en in het bedrijf van de werkgever geen andere passende arbeid voorhanden is, bevordert de werkgever de inschakeling van de werknemer in voor hem passende arbeid in het bedrijf van een andere werkgever.

2. Onder passende arbeid als bedoeld in lid 1 wordt verstaan alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de werknemer is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd.

D

Na onderdeel B wordt een onderdeel ingevoegd, luidende:

Bb

Na artikel 660 wordt een artikel ingevoegd, luidende:

Artikel 660a

De werknemer die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is de bedongen arbeid te verrichten, is verplicht:

a. gevolg te geven aan door de werkgever of een door hem aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften en mee te werken aan door de werkgever of een door hem aangewezen deskundige getroffen maatregelen als bedoeld in artikel 658a lid 1;

b. passende arbeid als bedoeld in artikel 658a lid 2 te verrichten waartoe de werkgever hem in de gelegenheid heeft gesteld.

II

In artikel IX. Wet Terugdringing Ziekteverzuim wordt onderdeel 2 vervangen door:

2. Aan het achtste lid worden, onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel g door een puntkomma, een onderdeel toegevoegd, luidende:

h. zonder deugdelijke grond weigert mee te werken aan door de werkgever of door een door hem aangewezen deskundige gegeven redelijke voorschriften of getroffen maatregelen die erop gericht zijn om de betrokkene in staat te stellen passende arbeid te verrichten.

Toelichting

Dit amendement strekt er toe in titel 7:10 betreffende de arbeidsovereenkomst de rechtsverhouding tussen de werkgever en werknemer in geval van ziekteverzuim sec vast te leggen. Deze verhouding behoort gezien haar aard in het BW te worden geregeld. De burgerlijke rechter is dan ook bevoegd om in voorkomend geval over een vordering van de werknemer ter zake te beslissen. Dit laat onverlet de verplichtingen die voortvloeien uit het in het wetsvoorstel opgenomen artikel 8 Wet REA. In dit artikel wordt de reïntegratietaak van de werkgever in relatie tot het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen en de gemeenten geregeld. Laatstgenoemden zijn publiekrechtelijke organen. Taken en bevoegdheden van deze organen en zo ook van de minister behoren niet in het BW.

Onder de maatregelen die de werkgever moet treffen om passende arbeid aan te bieden wordt mede begrepen het bemiddelen en bevorderen van passende arbeid bij een andere werkgever, voorzover geen passende arbeid binnen het eigen bedrijf kan worden geboden.

Met dit amendement worden de wederzijds verplichtingen van de werkgever en de zieke werknemer opgenomen.

Artikel 658a

Met dit artikel wordt de jurisprudentie op grond van artikel 611 gecodificeerd met betrekking tot de op de werkgever rustende verplichting om te bevorderen dat zijn werknemer, die wegens ziekte niet in staat is de bedongen arbeid te verrichten, in staat wordt gesteld de arbeid te hervatten. Deze verplichting omvat mede de verplichting de arbeidsplaats of organisatie aan te passen als bedoeld in artikel 9 van de Wet REA. De op de werkgever rustende verplichting is niet beperkt tot de hervatting in arbeid in de onderneming van de werkgever. Indien niet te verwachten is dat de gedeeltelijke arbeidsongeschikte werknemer binnen een redelijke termijn het werk binnen de onderneming kan hervatten, dient de werkgever te bevorderen dat de werknemers elders in de arbeid kan worden ingeschakeld.

Artikel 660a

In dit artikel wordt aangegeven waartoe de zieke werknemer gehouden is, teneinde zijn reïntegratie te bevorderen. Hij is daarbij onder meer verplicht andere passende arbeid te aanvaarden indien hij de eigen arbeid niet meer kan verrichten. Onder passende arbeid wordt verstaan alle arbeid die voor de krachten en bekwaamheden van de werknemer is berekend, tenzij aanvaarding om redenen van lichamelijke, geestelijke of sociale aard niet van hem kan worden gevergd. Hiermee wordt aangesloten bij hetgeen dienaangaande is bepaald in de Werkloosheidswet. Beoogd is hiermee te verduidelijken dat de op dit begrip gebaseerde jurisprudentie hier ook van toepassing zou kunnen zijn. Een nadere concretisering in de wet ligt niet in de rede vanwege de grote verscheidenheid in omstandigheden die bepalen of aangeboden arbeid in een specifiek geval als passend kan worden aangemerkt.

Schimmel

Van der Knaap

Wilders