Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2007-200827659 nr. 100

27 659
Vereenvoudiging van het stelsel van overheidsbemoeienis met het aanbod van zorginstellingen (Wet toelating zorginstellingen)

nr. 100
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 19 mei 2008

Tijdens het Algemeen Overleg op 26 februari 2008 (Kamerstuk 27 295, nr. 100) over ziekenhuiszorg heb ik toegezegd de Kamer te informeren over de beslissing op bezwaar inzake behoud van waarde van onroerende zaken voor de zorg. Met deze brief voldoe ik, mede namens de Staatssecretaris, aan deze toezegging.

Er zijn ruim 400 bezwaren ingediend tegen de voorschriften d.d. 23 juli 2007 die aan de toelatingen van zorginstellingen zijn verbonden. Deze voorschriften hebben als doel de waarde van onroerende zaken van zorginstellingen te behouden voor de zorg.

Op 21 december 2007 heeft de VWS-commissie bezwaarschriften Awb (de commissie) advies aan mij uitgebracht.

De commissie laat het uitgangspunt van de voorschriften ongemoeid. Het uitgangspunt dat toegelaten instellingen de waarde van hun onroerende zaken voor de zorg dienen te (blijven) bestemmen, staat onverminderd overeind.

Naar aanleiding van de bezwaarschriftenprocedure heb ik een beslissing op bezwaar genomen (bijlage 1)1 en heb ik de regeling toezicht WTZi (bijlage 2)1 en de beleidsregels WTZi (bijlage 3)1 aangepast. De inhoud van deze gewijzigde beleidsregels is per beschikking als voorschrift verbonden aan de toelating van de instellingen.

Er zijn drie redenen voor de wijziging van de beleidsregels WTZi. Naar aanleiding van het overleg met de Tweede Kamer op 11 oktober 2007 over «Integrale en transparante tarieven/bouwbeleid» is besloten – anders dan aanvankelijk beoogd – het College sanering zorginstellingen (College sanering) ook na de afschaffing van het bouwregime met een toezichthoudende rol te belasten. Voorts was op enkele punten vereenvoudiging en verduidelijking wenselijk. Tenslotte gaven de door instellingen tegen de voorschriften ingediende bezwaarschriften en het advies van de commissie aanleiding tot aanpassingen.

De beleidsregels WTZi met betrekking tot behoud van waarde van onroerende zaken voor de zorg, zijn als volgt gewijzigd.

De afstortverplichting in het Algemeen Fonds Bijzonder Ziektekosten in geval van bedrijfsbeëindiging vervalt. Daarmee wordt tegemoet gekomen aan de bezwaren. De verplichting blijft bestaan om bij bedrijfsbeëindiging de waarde van onroerende zaken te bestemmen voor zorg of een plan beschikbaar te hebben dat blijk geeft van een voorgenomen aanwending van de waarde van onroerende zaken. Deze verplichting kan ook zonder afstortverplichting goed gehandhaafd worden. Op grond van artikel 37 WTZi is de minister bevoegd om bestuursdwang toe te passen of een last onder dwangsom op te leggen. De waarde van onroerende zaken zal op die wijze voor zorg worden bestemd. Het College sanering ziet hierop toe.

Het investeren van kapitaal in het buitenland wordt in de beleidsregels niet uitgesloten, maar ingekaderd. De gewijzigde beleidsregel laat de mogelijkheid open van aanwending voor zorg in een andere lidstaat van de EU of de Nederlandse Antillen of Aruba. Daarbij blijft de eis gelden dat het gaat om zorg die gelijksoortig is aan die welke in het kader van de Zorgverzekeringswet of de AWBZ wordt verleend. Het moet daarbij tevens gaan om zorg die mede ten goede komt aan Nederlandse ingezetenen. Het College sanering houdt toezicht op de herinvesteringen in het buitenland en zal daar met nadruk aandacht aan besteden in zijn toezicht.

Op verzoek van een instelling kan ik voor één of meer onroerende zaken afwijkende voorschriften vaststellen indien bijzondere redenen, gelet op herkomst of bestemming van de onroerende zaak, daartoe aanleiding geven, of gebruik van de waarde van een onroerende zaak voor de zorg redelijkerwijs niet mogelijk is.

Deze afwijkingsmogelijkheid kan worden toegepast naar aanleiding van een daartoe strekkende aanvraag van een instelling en op basis van een zorgvuldige beoordeling van de individuele omstandigheden van de instelling. In voorkomend geval zal het College sanering terzake om advies worden verzocht.

Tevens vervalt de verplichting tot vijf-jaarlijkse taxatie. In de voorschriften d.d. 23 juli 2007 was de verplichting opgenomen dat de instelling ten minste éénmaal per vijf jaar haar onroerende zaken door een onafhankelijke taxateur dient te laten taxeren. Deze verplichting was opgenomen uitgaande van de situatie dat het ex ante toezicht door het College sanering zou vervallen. De bedoelde periodieke taxatie, die vermeld zou moeten worden in de jaarverslaggeving van de instelling, zou dan een richtsnoer zijn voor het uit te voeren ex post toezicht.

Nu het ex ante toezicht door het College sanering in stand blijft vervalt de noodzaak van de vijf-jaarlijkse taxatie. Ook het College sanering zelf heeft aangegeven bij de uitvoering van zijn toezicht geen waarde te hechten aan de vijf-jaarlijkse taxatie. Het College sanering zal een taxatie verlangen op het moment van een voorgenomen rechtshandeling waarbij onroerende zaken betrokken zijn.

De beleidsregels WTZi zijn voorts gewijzigd naar aanleiding van de wijzigingen van het Uitvoeringsbesluit WTZi, die per 1 januari 2008 in werking zijn getreden.

Het gaat hierbij om de volgende onderwerpen: standpunt van de verzekeraar en de kleinschalige woonvoorzieningen in relatie tot de postcode.

Daarnaast is met de wijziging van het Uitvoeringsbesluit het bouwregime voor de ziekenhuizen per 1 januari 2008 afgeschaft. De beleidsregels uit hoofdstuk 4, voor zover die betrekking hebben op toetsing van de toelatingsaanvraag met bouw, komen hiermee voor de ziekenhuizen te vervallen.

Voorts is de inleiding van de beleidregels aangepast aan de nieuwe ontwikkelingen.

Op grond van de aangepaste beleidsregels heb ik het voorschrift «Behoud van waarde» voor alle instellingen herzien. Zo wordt voorkomen dat voor verschillende instellingen in vergelijkbare situaties verschillende voorschriften gelden. Dit betekent dat ik alle instellingen individueel op de hoogte heb gesteld van de gewijzigde voorschriften.

Tevens heb ik de Regeling toezicht WTZi gewijzigd. Ik heb het College sanering aangewezen als toezichthouder op de naleving van het voorschrift, voor zover dat betrekking heeft op behoud van waarde voor de zorg, dat door de (gewijzigde) beschikking aan de toelating is verbonden.

De wijziging van de Regeling toezicht WTZi en de beleidsregels WTZi zijn gepubliceerd in Staatscourant nr. 79 van 23 april 2008.

Ik verwacht u met het voorgaande voldoende te hebben geïnformeerd.

De minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport,

A. Klink


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.