Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202027625 nr. 499

27 625 Waterbeleid

Nr. 499 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 27 mei 2020

Met deze brief informeer ik u over de stand van zaken van de huidige droogteperiode en over het feit dat de Landelijke Coördinatiecommissie Waterverdeling (LCW) is opgeschaald naar niveau 1 «dreigend watertekort».

Actuele stand van zaken

Sinds medio maart is het overwegend droog. Een omvangrijk hogedrukgebied zorgt in ons land en in de stroomgebieden van de Maas en de Rijn voor aanhoudend droog weer. We hebben op dit moment te maken met het hoogst gemeten neerslagtekort voor deze tijd van het jaar sinds het begin van de metingen. De gevallen neerslag van het afgelopen weekeinde heeft in Nederland maar beperkt verlichting gebracht.

De wateraanvoeren in de Rijn en Maas zijn aanzienlijk lager dan normaal in deze tijd van het jaar, maar nog voldoende om, in de gebieden waar wateraanvoer mogelijk is, aan de watervraag te voldoen. Dit betekent dat:

  • er nog geen significante knelpunten of beperkingen zijn voor de scheepvaart;

  • het effect op de verzilting of de waterkwaliteit op dit moment beperkt is;

  • de droogte vooralsnog geen impact heeft op de drinkwatervoorziening of andere nutsvoorzieningen. Een aandachtspunt bij drinkwater voor de komende periode is dat het gebruik momenteel verhoogd is.

De effecten van de droogte zijn het duidelijkst merkbaar in Oost- en Zuid-Nederland en dan met name in de landbouw en natuur. Dit komt omdat de grondwaterstanden sinds maart weer flink gedaald zijn en de aanvoer van rivierwater naar deze gebieden niet mogelijk is. De grondwaterstanden zijn door het grote neerslagtekort in Oost- en Zuid-Nederland laag tot zeer laag voor de tijd van het jaar. Lokaal vallen watergangen droog en in een groot deel van Oost- en Zuid-Nederland zijn onttrekkingsverboden en -beperkingen uit oppervlaktewater van kracht. Deze situatie kan alleen normaliseren na een langdurige natte periode.

Voor de landbouw ontstaan vooral problemen op de locaties waar niet beregend kan worden, onder andere door de onttrekkingsverboden en -beperkingen. Hierdoor vermindert de gewasgroei. Dit is met name het geval in Zeeland en in Zuid-Limburg. Ook op de hogere zand- en dalgronden vermindert de groeikracht van gewassen.

De impact op de natuur in Oost- en Zuid-Nederland heeft vooral betrekking op de watergebonden natuur, omdat de afstroom van water van de hoge gebieden naar de beken en vennen op de lage zandgronden nu gering is.

Niveau 1 «dreigend watertekort»

De huidige Rijnaanvoer (ongeveer 1.300 m3/s) ligt onder het LCW-criterium van mei (1.400 m3/s1) en zal verder dalen. Om deze redenen is de LCW per 25 mei 2020 officieel opgeschaald naar niveau 1 «dreigend watertekort».

Niveau 1 «dreigend watertekort» betekent dat er wordt overgegaan naar landelijke coördinatie en advisering op de verdeling van het beschikbare water. Deze coördinatie vindt plaats samen met de Regionale Droogte Overleggen (RDO-en). Rijkswaterstaat, waterschappen en provincies zijn leidend bij de uitvoering van de maatregelen en laten daarbij de adviezen van de LCW en de RDO-en meewegen.

Hoe verder?

Het volgende niveau is niveau 2 »feitelijk watertekort». In dit niveau komt het Management Team Watertekorten (MTW) bijeen. Opschaling naar niveau 2 kan plaatsvinden wanneer door oplopende droogte en watertekort bijvoorbeeld waterakkoorden, wettelijke besluiten zoals peilbesluiten, niet meer kunnen worden nagekomen. Dit niveau is voorlopig nog niet aan de orde. Indien er op een later moment alsnog opgeschaald moet worden naar een volgend niveau, zal ik uw Kamer wederom informeren.

Tot slot

Het KNMI verwacht dat het neerslagtekort de komende twee weken verder toeneemt. Het Water Management Centrum Nederland (WMCN) monitort de situatie nauwlettend. Rijkswaterstaat en de waterschappen nemen waar nodig al maatregelen zoals het preventief opzetten van waterpeilen en het vasthouden van water. Dit gebeurt niet alleen in de regionale watersystemen maar ook in het IJsselmeergebied en de Maas.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga


X Noot
1

Het LCW-criterium voor de aanvoer van de Rijn is maandafhankelijk en varieert van 1.000 m3/s tot 1.400 m3/s.