27 625 Waterbeleid

Nr. 457 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN WATERSTAAT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 20 december 2018

In mijn brief van 3 december 2018 heb ik u geïnformeerd over de laatste stand van zaken met betrekking tot de droogte (Kamerstuk 27 625, nr. 455). Op dat moment was er nog geen significante verbetering te melden in de droogtesituatie. Inmiddels is er veel neerslag gevallen, zowel in Nederland als in de stroomgebieden van de Rijn en Maas1. Met name de afvoer van de Rijn is sterk gestegen, waardoor van een dreigend watertekort geen sprake meer is. De verwachting van het KNMI is dat ook de komende weken neerslag blijft vallen, waardoor de afvoerverwachting voor de Rijn positief is. Daarom is besloten af te schalen van niveau 1 (dreigend watertekort) naar niveau 0 (normaal beheer).

Wel is er nog extra aandacht van de waterbeheerders voor:

  • De nog steeds lichte verzilting van het IJsselmeer. Deze situatie wordt verbeterd met het doorspoelen van het IJsselmeer door de toenemende aanvoer van zoet water uit de IJssel. Gezien de grootte van het IJsselmeer is de verwachting dat het, afhankelijk van de afvoerontwikkeling van de Rijn en IJssel, minimaal nog enkele weken zal duren voor het IJsselmeer het normale zoutgehalte heeft bereikt.

  • Droogtegevoelige keringen. De langdurige droogte en extreem lage waterstanden kunnen effect hebben gehad op de bodem condities en daarmee op waterkeringen. Inspecties bij droogtegevoelige waterkeringen zullen daarom ook de komende weken en maanden worden uitgevoerd.

  • Bevorderen van herstel van grondwaterstanden. Er worden de komende periode maatregelen uitgevoerd om herstel van de grondwaterstanden te bevorderen. De grondwaterstanden zullen zich echter pas kunnen herstellen na langdurige neerslag. De waterbeheerders zijn nu al bezig met het opstellen van scenario’s voor het volgende droogteseizoen. Daarin zijn de ontwikkelingen van de grondwaterstanden een belangrijk aspect.

Evalueren

Eerder meldde ik u al dat de evaluatie naar de crisisorganisatie wordt uitgevoerd en dat een beleidstafel droogte is ingesteld om de leerervaringen van deze droogte waar nodig te vertalen naar beleid. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen enerzijds de urgente vraagstukken die geadresseerd moeten zijn voordat zich onverhoopt in het voorjaar een nieuwe droogteperiode voordoet. En anderzijds onderwerpen waarvoor we wat meer tijd moeten nemen. Ik heb u toegezegd u in het voorjaar van 2019 te informeren over de eerste uitkomsten.

Tot slot

Deze brief over de actuele stand van zaken van de droogte is de laatste van het droogteseizoen 2018. Graag wil ik iedereen bedanken die een bijdrage heeft geleverd om ons land zo goed mogelijk door de lange periode van warmte en droogte heen te helpen.

De Minister van Infrastructuur en Waterstaat, C. van Nieuwenhuizen Wijbenga


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Naar boven