Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 10 maart 2016
De vaste commissie voor Economische Zaken heeft in haar brief van 11 februari jl.
verzocht om een kabinetsreactie op het onderzoek van het Nederlands Instituut voor
Ecologie (NIOO-KNAW) waaruit zou blijken dat medicijnresten het waterleven steeds
meer verstoren. Hierbij stuur ik u de reactie, mede namens de Staatssecretaris van
Economische Zaken.
NIOO-onderzoek
Het NIOO heeft literatuuronderzoek gedaan naar de milieueffecten van geneesmiddelen1. Het RIVM is gevraagd om een oordeel over het onderzoek.
Uit het onderzoek van het NIOO blijkt dat geneesmiddelen directe effecten op organismen
in het milieu kunnen hebben, bijvoorbeeld door verminderde overleving, voortplanting
of groei. Deze directe effecten kunnen doorwerken op het functioneren van het ecosysteem
als geheel, bijvoorbeeld doordat er minder prooidieren zijn of juist minder predatoren.
Deze feiten waren het RIVM al bekend.
Het NIOO suggereert dat geneesmiddelen vanwege hun vaak specifieke eigenschappen de
werking van natuurlijke infochemicals (stoffen die organismen gebruiken om onderling te communiceren) kunnen nabootsen of
verstoren, en daarmee een effect hebben op het ecosysteem. Als voorbeeld geven de
onderzoekers het effect van het antidepressivum fluoxetine, het werkzame bestanddeel
van Prozac, op het (voortplantings)gedrag van vissen. Ook geneesmiddelen als propranolol
(hoge bloeddruk), acetylsalicylzuur (aspirine) en ivermectine (parasieten) hebben
mogelijk infochemical-effecten.
Er zijn weinig gegevens over de gehalten van de genoemde geneesmiddelen in Nederlands
oppervlaktewater. De gemeten concentraties van acetylsalicylzuur en propranolol in
Nederlandse oppervlaktewateren zijn ongeveer 1000 keer lager dan
de concentraties waarbij in het laboratorium infochemical-effecten zijn aangetoond. Voor ivermectine is het verschil zelfs nog groter. Fluoxetine
heeft echter al bij zeer lage concentraties infochemical-effecten en effecten op gedrag. In 2010 zijn door de Vereniging van Rivierwaterbedrijven
(RIWA) enkele metingen gedaan in de Rijn2. Hierbij zijn gehaltes aangetroffen die ruim boven de concentraties liggen waarbij
infochemical-effecten en effecten op gedrag zijn aangetoond en waarbij mogelijk ook effecten optreden
op voortplanting van mosselen en groei van amfibieën. Het is dus niet uit te sluiten
dat fluoxetine directe of indirecte effecten heeft op het waterecosysteem. De informatie
ontbreekt om aan te geven of in het veld, waar organismen bovendien aan meerdere stoffen
tegelijk zijn blootgesteld, deze effecten ook daadwerkelijk optreden.
Veel geneesmiddelen worden zowel voor mensen als voor dieren toegepast (onder meer
in de veehouderij). Dit geldt ook voor fluoxetine, ivermectine en acetylsalicylzuur.
Bij de registratie van diergeneesmiddelen en humane geneesmiddelen vindt een milieurisicobeoordeling
plaats. De milieubeoordeling is gebaseerd op de informatie uit een aantal standaard
ecotoxiciteitstesten. Bij diergeneesmiddelen wordt het milieurisico gewogen in de
baten/risico analyse. Bij humane geneesmiddelen is het milieurisico geen onderdeel
van deze analyse. Er wordt vooral gekeken naar sterfte, groei en voortplanting. De
in het onderzoek besproken infochemical-effecten van propranolol, acetylsalicylzuur en ivermectine treden op bij (veel) hogere
concentraties dan waarbij de ecotoxicologische effecten in de standaardtests optreden.
Daarmee lijkt de standaardbeoordeling voldoende beschermend te zijn voor het onderkennen
van infochemical-verstoring. Voor fluoxetine zijn infochemical-effecten en effecten op gedrag wel gevonden bij lagere concentraties dan waarbij
de standaard ecotoxicologische effecten optreden (overigens wordt dit middel niet
voorgeschreven in de veehouderij). Het RIVM stimuleert overigens in diverse kaders,
waaronder de registratiekaders, de discussie over de wenselijkheid om dit soort effecten
voortaan standaard mee te nemen bij de milieurisicobeoordeling van (dier)geneesmiddelen.
Deze bevindingen ondersteunen de noodzaak van mijn inzet voor een ketenaanpak geneesmiddelen
in water, waarover u bent geïnformeerd in de brief over het waterbeleid van 25 november
2015 (Kamerstuk 31 710, nr. 44). Hierop zal ik terugkomen bij het Algemeen Overleg Waterbeleid dat staat gepland
voor juni van dit jaar.
De Staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,
S.A.M. Dijksma