Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201627625 nr. 344

27 625 Waterbeleid

Nr. 344 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 november 2015

In het Algemeen Overleg Water van 24 juni 2015 heb ik toegezegd uw Kamer najaar 2015 te informeren over de drinkwatertarieven (Kamerstuk 31 710, nr. 43). In deze brief bericht ik u over de ontwikkelingen bij de drinkwaterbedrijven van 2013 tot op heden.

De onderwerpen die in dit overzicht aan bod komen zijn: (1) tarieftoezicht drinkwater, (2) aanpak en resultaten 2013, (3) aanpak en resultaten 2014/2015 en (4) conclusie. Bij deze brief zijn bijgevoegd de adviezen van de Autoriteit Consument en Markt (ACM)1.

1. Tarieftoezicht drinkwater

Met de inwerkingtreding van de Drinkwaterwet in 2011 is het toezicht op de tarieven voor drinkwater geïntroduceerd. De centrale elementen van het tarieftoezicht zijn de eisen van kostendekkendheid, transparantie en non-discriminatie. De eisen hebben ten doel om de consument als gebonden afnemer te beschermen tegen de monopoliepositie van het drinkwaterbedrijf.

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) houdt toezicht op de naleving van de Drinkwaterwet. De ACM heeft daarbij een wettelijk vastgelegde adviserende taak.

2. Aanpak en resultaten 2013

Over de drinkwatertarieven 2013 is een brede toets uitgevoerd. De ACM heeft op verzoek van de ILT beoordeeld in hoeverre de totstandkoming van de tarieven bij de tien Nederlandse drinkwaterbedrijven in overeenstemming is met de wet- en regelgeving. De benodigde informatie is verkregen uit openbare jaarverslagen, door de bedrijven aangeleverde tariefopbouw, mondeling gepresenteerde toelichtingen en toegezonden stukken.

De ILT heeft op basis van het advies van de ACM geconcludeerd dat de drinkwaterbedrijven over 2013, in vergelijking met het voorgaande jaar, beter inzichtelijk hebben gemaakt hoe de tarieven tot stand zijn gekomen.

De ILT concludeert dat de drinkwaterbedrijven over 2013 grotendeels aan de betreffende wet- en regelgeving voldoen. De belangrijkste bevinding is dat er op een aantal punten onvoldoende transparantie is. Het betreft met name de scheiding van kosten voor drinkwater en niet-drinkwater activiteiten en de relatie tussen kosten en tarieven.

Naar aanleiding van genoemde bevindingen heeft de ILT op 8 december 2014 in Utrecht een bestuurlijk overleg georganiseerd met de sectorpartijen (drinkwaterbedrijven en Vewin2) en ACM. De bedrijven onderkennen de gesignaleerde tekortkomingen en tonen de wil om deze op te lossen. Tijdens het overleg is een proces van verbetering afgesproken. De bedrijven maken een plan van aanpak om tegemoet te komen aan de constateringen van de ILT/ACM.

Dit plan is in 2014 en 2015 aan ILT/ACM gepresenteerd. Specifiek neemt de sector zelf initiatieven om een kostprijsmodel3 te ontwikkelen en een implementatietraject in te richten. Het kostprijsmodel wordt door de drinkwaterbedrijven toegepast op de tarieven 2016 en verder.

3. Aanpak en resultaten 2014/2015

De ILT heeft met de sector afgesproken dat de resultaten zichtbaar moeten zijn bij de tarieven 2016. Aangezien de tarieven voor 2014 en 2015 naar verwachting van de ILT op een vergelijkbare wijze tot stand zijn gekomen als de tarieven voor 2013 is besloten om over deze jaren een beperkte toets uit te voeren. De ACM is verzocht om, op basis van beschikbare gegevens, enkele bepalingen uit de wet te toetsen en een analyse uit te voeren naar significante verschillen met het tariefjaar 2013.

De ILT concludeert op basis van het advies van de ACM dat vier drinkwaterbedrijven tekortkomingen laten zien. PWN Drinkwaterbedrijf Noord-Holland en Waterleiding Maatschappij Limburg begroten in 2015 beide meer opbrengsten dan kosten. Dit is niet in lijn met Artikel 9, derde lid van het Drinkwaterbesluit. Dunea neemt in de berekening van de begrote WACC4 voor 2014 en 2015 de kosten voor de drinkwatervoorziening in het buitenland niet mee. Dit is niet in lijn met artikel 8, derde lid van het Drinkwaterbesluit.

De omissies bij genoemde drie bedrijven hebben betrekking op de begroting en niet op de realisatie. Zij vormen voor de ILT op dit moment geen reden tot interventie. Bij de beoordeling van het bedrijfsverslag over 2015 zal bij deze bedrijven (achteraf) worden getoetst of de toegestane vermogenskosten niet zijn overschreden.

Bij Waternet constateert de ACM een tekortkoming in de realisatie; een overschrijding in 2012 van de vermogenskosten wordt niet volledig gecorrigeerd in 2014. Hiermee handelt het bedrijf niet in lijn met Artikel 12, derde lid van de Drinkwaterwet. Naar aanleiding van deze bevinding hebben de ILT en de ACM een nader onderzoek uitgevoerd. Hieruit blijkt dat Waternet de overschrijding van de vermogenskosten in 2012 niet volledig heeft gecompenseerd in de drinkwatertarieven van 2014, maar tot compensatie is overgegaan verspreid over de drinkwatertarieven van 2013, 2014 en 2015. Voorts constateert de ACM dat deze compensatie op onvoldoende transparante wijze heeft plaatsgevonden. Dit is niet in lijn met Artikel 11, eerste lid van de Drinkwaterwet.

De ILT heeft Waternet een waarschuwing gegeven voor het niet in lijn handelen met de Drinkwaterwet. Het bedrijf dient, indien zij de vermogenskosten overschrijdt en overgaat tot compensatie, bij het voorleggen van de tarieven aan de ILT op een transparante wijze duidelijk te maken dat er sprake is van een overschrijding die gecompenseerd wordt en ter hoogte van welk bedrag.

4. Conclusie

De afgelopen jaren overziende is de ILT met de ACM van mening dat de drinkwaterbedrijven sinds de invoering van de Drinkwaterwet (2011) belangrijke stappen hebben gezet. De bedrijven hebben zich ingespannen om hun financiële processen aan te passen en de benodigde instrumenten te ontwikkelen.

Bij de sector is de wil aanwezig om ook de volgende stap te zetten en op alle onderdelen aan de wettelijke vereisten te voldoen.

In 2016 dient het resultaat van de inspanningen van de drinkwaterbedrijven zichtbaar te zijn. De ILT heeft aangegeven dat drinkwaterbedrijven moeten voldoen aan de transparantie vereisten. De totstandkoming van de tarieven zal mede worden getoetst aan de hand van de genomen verbetermaatregelen.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus


X Noot
1

Bijlage 1: ACM Adviesrapport drinkwatertarieven 2013, d.d. 15-08-2014, Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Bijlage 2: ACM Adviesrapport drinkwatertarieven 2014 en 2015, d.d. 11-06-2015, Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

Bijlage 3: ACM Adviesrapport Onderzoek Waternet, d.d. 29-10-2015, Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl

X Noot
2

Vewin: vereniging van waterbedrijven in Nederland

X Noot
3

Kostprijsmodel: systematiek waarbij jaarlijks op dezelfde wijze de kosten worden berekend en onderliggende keuzes voor werkwijze en verdeelsleutels worden gemotiveerd

X Noot
4

WACC: Weighted Average Cost of Capital, benaming voor de gewogen gemiddelde kosten van het vermogen van een bedrijf