Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2015-201627625 nr. 342

27 625 Waterbeleid

Nr. 342 BRIEF VAN DE MINISTER VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 26 oktober 2015

Op grond van artikel 10, tweede en derde lid, van de Drinkwaterwet, dient elke twee jaar de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet en het maximaal toegestane aandeel eigen vermogen voor drinkwaterbedrijven te worden vastgesteld. Voor de periode 2016–2017 heb ik, conform de Drinkwaterwet, advies gevraagd aan de Autoriteit Consument en Markt (hierna: ACM). Hierbij doe ik u dit advies toekomen1.

Ik neem het advies van de ACM over. Op basis van het advies stel ik de gewogen gemiddelde vermogenskostenvoet voor de periode 2016–2017 vast op 4,2%. Dit is 0,6% lager dan de huidige vermogenskostenvoet. Dit verschil is vooral het gevolg van de daling van de rente op de financiële markten.

Naast de vermogenskostenvoet dient ook het maximaal toegestane aandeel eigen vermogen te worden vastgesteld. Voor de periode 2014–2015 is deze vastgesteld op 70%. Ik heb de ACM gevraagd mij te melden, indien er aanleiding is dit percentage te wijzigen. De ACM heeft niet aangegeven dat er reden is tot aanpassing. Ik zal daarom voor de periode 2016–2017 het maximaal toegestane aandeel eigen vermogen vaststellen op 70%.

De Minister van Infrastructuur en Milieu, M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus


X Noot
1

Raadpleegbaar via www.tweedekamer.nl