Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 7 juni 2013
In haar procedurevergadering van 24 april 2013 verzocht de Vaste Commissie voor Infrastructuur
en Milieu mij om uw Kamer een reactie te geven op het bericht in het Financieele Dagblad
«Schultz steunt waterbedrijf met buitenlandse ambitie».
Daartoe strekt deze brief.
In het advies van de Topsector Water «Water verdient het» werd geconstateerd dat Nederlandse
waterbedrijven internationaal worden erkend als leveranciers van technologie, maar
dat de rol van Nederlandse bedrijven als «operator» veel kleiner is. Door de kennis
en ervaring op dat gebied, die specifiek aanwezig is bij drinkwaterbedrijven en waterschappen,
ook beschikbaar te maken voor collega publieke waterbedrijven in het buitenland, kunnen
nieuwe marktkansen voor het Nederlands bedrijfsleven worden geïdentificeerd en gerealiseerd.
In het advies werd daarbij gewezen op de businesscase «NL Watercluster» die zich richtte
op full-service aanbiedingen op de wereldmarkt door een verbinding van de leveranciersrol
van private bedrijven met de «operator»-rol van de publieke sector.
Het kabinet heeft zich toen positief uitgesproken over het verkennen van de mogelijkheden
van drinkwaterbedrijven en waterschappen om bij te dragen aan het beter benutten van
marktkansen in het buitenland.
Op initiatief van de indieners van de businesscase is die verkenning gestart, waaruit
het rapport «Rembrandt Water» is voortgekomen dat ik tijdens de Waterschapsdag 18 maart
j.l. in ontvangst heb genomen.
Strekking van dat rapport is dat wettelijke regelingen een dergelijke inzet niet in
de weg hoeven te staan, maar dat er wel een aantal kaders is waarbinnen dergelijke
activiteiten zich dienen af te spelen. Deze in het rapport genoemde kaders gelden
zowel voor de relatie tussen de publieke taak en de marktactiviteit (zoals geen gevaar
voor de publieke taak, niet drukken op tarief en geen gebruik maken van heffingsinkomsten,
voorkomen kruissubsidie, transparante administratie, relatie met aanwezige /gewenste
kennis) als voor de wijze waarop de activiteit in de markt wordt uitgevoerd (voorkomen
van concurrentievervalsing en in acht nemen van staatssteunregels).
Ik deel de strekking van het rapport dat waar mogelijk kansen voor activiteiten in
het buitenland moeten kunnen worden benut. Er zijn vele voorbeelden van Publiek Private
Samenwerking waarbij overheden of overheidsbedrijven samenwerken met bedrijven in
het realiseren van een maatschappelijke doelstelling, zoals het duurzaam verbeteren
en uitbreiden van water- en sanitatievoorzieningen in een snel verstedelijkende wereld.
Zo ondersteunt bijvoorbeeld Vitens-Evides-International (VEI), veelal met Nederlandse
adviesbureaus, in het kader van ontwikkelingssamenwerking drinkwaterbedrijven in landen
als Mozambique en Vietnam. Het betreft begeleiding bij de bedrijfsvoering (zoals management, beheer en onderhoud). Een dergelijke samenwerking is ook, en dan kostendekkend,
denkbaar in niet-ontwikkelingslanden.
Bij een besluit of men dergelijke activiteiten ook daadwerkelijk wil ondernemen, dient
het publieke waterbedrijf in de kern twee vragen te beantwoorden:
Beantwoording van die vragen is een verantwoordelijkheid van de desbetreffende besturen
en wordt uiteindelijk getoetst door hun toezichthoudende organen. In deze organen
zitten publieke aandeelhouders zoals bijvoorbeeld provincies, die dus vanzelfsprekend
het publieke belang in de gaten zullen houden. Ik heb er dan ook vertrouwen in dat
deze daarbij zorgvuldig zullen handelen en wacht met belangstelling initiatieven af
die uit die afweging voortkomen.
Door de ambities van de Topsector Water onder strikte voorwaarden van risicominimalisatie
te ondersteunen middels publiek publieke samenwerking kunnen de waterbedrijven en
waterschappen een belangrijke bijdrage leveren aan het realiseren van de doelstelling
van het topsectorenbeleid, namelijk het stimuleren van economische groei en werkgelegenheid
in Nederland naast hun publieke hoofdtaken.
Op grond van deze overwegingen heb ik mij richting het Financieele Dagblad dan ook
positief uitgelaten over de bereidheid van de publieke waterbedrijven om met hun kennis
en kunde een bijdrage te willen leveren aan het realiseren van de internationale doelstellingen
van de Topsector Water.
De minister van Infrastructuur en Milieu,
M.H. Schultz van Haegen-Maas Geesteranus