27 625 Waterbeleid

Nr. 174 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN INFRASTRUCTUUR EN MILIEU

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 17 november 2010

Bij deze informeer ik u, zoals is aangekondigd in het regeerakkoord «Vrijheid en Verantwoordelijkheid», over de intrekking van het Besluit beheer Haringvlietsluizen (het Kierbesluit). De intrekking van dit besluit zal ik binnenkort in de Staatscourant bekend maken.

De voormalige bewindslieden van Verkeer en Waterstaat en Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben tezamen met het college van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland de Deltacommissaris, de heer W. Kuijken, gevraagd om advies uit brengen over de wijze waarop zo snel mogelijk én binnen het beschikbare budget uitvoering kan worden gegeven aan het Besluit beheer Haringvlietsluizen. De Deltacommissaris heeft mij met zijn brief van 11 november jl. laten weten dat hij tot de conclusie is gekomen dat dit niet mogelijk is binnen de aangegeven randvoorwaarden van tijd en geld. Dit blijkt ook uit een brief van Gedeputeerde Staten Zuid-Holland, waarin het college mij en de Deltacommissaris informeert over de kaders waarbinnen het Kierbesluit eventueel alsnog kan worden uitgevoerd. Hiervoor zou echter wel een aanvullende rijksfinanciering van circa € 6 miljoen benodigd zijn. Gezien het regeerakkoord is de discussie hierover echter niet opportuun.

De provincie heeft mij ook geïnformeerd over de gevolgen van de intrekking van het Kierbesluit. Aangezien het hier de stopzetting betreft van een project in uitvoering, kan op dit moment nog geen definitief beeld gegeven worden van de gevolgen van de intrekking.

De Deltacommissaris geeft mij in overweging om, gezien internationale afspraken, te laten onderzoeken of er andere mogelijkheden zijn om visintrek op de rivier te verbeteren. Omwille van in de internationale commissies voor Rijn en Maas gemaakte afspraken met betrekking tot migratie van trekvis zoals zalm, zeeforel en (glas)aal/paling en de instandhoudingsdoelstellingen Natura 2000 zal ik nader laten onderzoeken of Nederland op een andere manier alsnog aan internationale afspraken kan voldoen. Hiervoor zal ik eerst de resultaten afwachten van de thans lopende monitoring van vismigratie zoals door Rijkswaterstaat regulier wordt uitgevoerd en waarvan het rapport in het voorjaar van 2011 verschijnt. Bij de beoordeling van de monitoringsresultaten zal ook aandacht worden besteed aan de intrek van vis uit zee via de Nieuwe Waterweg en het Hartelkanaal, waar boeren en anderen in Zuid-Holland vragen over hebben gesteld. Ik zal de Tweede Kamer naar verwachting voor de zomervakantie van 2011 over de monitoringsresultaten en de uitkomsten van het nadere onderzoek informeren.

Andere aan de Rijn en de Maas gelegen lidstaten zijn inmiddels op de hoogte van het feit dat het kabinet het Kierbesluit zal intrekken. Deze lidstaten worden in eerste instantie via regulier overleg in het verband van de internationale commissies voor Rijn- en Maas geïnformeerd. Dit geldt ook voor de Europese Commissie, daar waar het internationaal overleg over de implementatie van de EU Kaderrichtlijn Water betreft.

Ik stel het op prijs en acht het van groot belang dat de Deltacommissaris op basis van zijn analyse een aantal behartigenswaardige leerervaringen in beeld heeft gebracht, zodat deze leerervaringen ook betrokken kunnen worden bij de toekomstige uitvoering van projecten van bijvoorbeeld het Deltaprogramma. De brief van de Deltacommissaris en het rapport «Analyse uitvoering Besluit beheer Haringvlietsluizen» treft u daarom bijgevoegd aan1.

De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu,

J. J. Atsma


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Naar boven