nr. 113
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN
MILIEUBEHEER
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 22 april 2008
Hierbij bied ik u het rapport «De controle van (collectieve) leidingwaterinstallaties
in 2006» aan1. Het betreft de resultaten
van de controles door de waterleidingbedrijven bij de aangesloten collectieve
leidingwaterinstallaties. De gegevens zijn in opdracht van de VROM-Inspectie
door het RIVM verzameld.
Inleiding
In 2001 zijn de waterleidingbedrijven in het Waterleidingbesluit aangewezen
als controleur van de aangesloten collectieve leidingwaterinstallaties. Hiervoor
is in afstemming tussen de Vereniging van Waterbedrijven in Nederland (VEWIN)
en VROM een controlesysteem opgebouwd bij de waterleidingbedrijven. De methode
van controle, het controlevolume en de controlefrequentie zijn vastgelegd
in de Inspectierichtlijn 2005 «Controle leidingwaterinstallaties door
waterleidingbedrijven». Afspraken zijn gemaakt over de geleidelijke
uitbouw van het controlevolume tot een definitieve omvang van ca. 50 000
controles in 2006. Daar er vaak meerdere collectieve installaties achter één
aansluiting aanwezig zijn komt dit in de praktijk neer op de controle van
ca. 45 000 aansluitingen op het distributienet.
Na wijziging van het Waterleidingbesluit eind 2004 met het hoofdstuk Legionellapreventie,
is Legionellapreventie als risicoklasse opgenomen in de Inspectierichtlijn.
De uitvoering van de Legionellapreventie bij de aangewezen, zogenoemde prioritaire
doelgroepen wordt nu ook door de waterleidingbedrijven gecontroleerd.
Resultaten
De rapportage bevat een overzicht van de resultaten van de controles bij
ca. 46 000 aansluitingen (collectieve leidingwaterinstallaties) in de
bestaande bouw en de nieuwbouw. De belangrijkste resultaten zijn:
• bij de bestaande bouw (42 000 installaties) blijkt dat 29%
van de installaties bij eerste controle gebreken vertoont. Na
het aanpassen van de installatie en hercontrole door het waterleidingbedrijf
zijn deze gebreken meestal weggenomen en voldoet 88% van de bestaande
installaties;
• na de eerste hercontrole in de nieuwbouw blijkt van de gecontroleerde
ca. 4 000 nieuwbouwinstallaties in 2006 13% nog niet goedgekeurd
te kunnen worden. Dit goedkeuren vergt vaak nog een extra controle;
• binnen het totaal aan gecontroleerde installaties zijn ca. 2 000
installaties gecontroleerd waar sprake is van een wettelijke plicht tot Legionellapreventie.
Bij een eerste controle door het waterleidingbedrijf blijkt dat 18%
van deze installaties volledig voldoet aan de regels voor Legionellapreventie.
Na hercontrole door het waterleidingbedrijf voldoet 92%. Een van de
bevindingen bij de controles door de waterleidingbedrijven is dat normoverschrijdingen
regelmatig niet gemeld worden aan de VROM-Inspectie.
De resterende 8% (ca. 160) van de installaties die na controle
door het waterleidingbedrijf niet voldeed is overgedragen voor sanctionerend
optreden aan de VROM-Inspectie. Bij deze installaties is de Legionella-preventie
na bestuursrechtelijke en/of strafrechtelijke handhaving op het peil gebracht
dat door het Waterleidingbesluit verplicht gesteld is.
Conclusies
Bij de controles van de leidingwaterinstallaties blijkt dat er in de praktijk
veel verbeterd kan worden. De controleverplichting, zoals die in de wet is
opgenomen, bewijst met deze resultaten het nut en de noodzaak en effectiviteit
van deze controles. Het blijkt dat eigenaren van drinkwaterinstallaties en/of
installateurs in veel gevallen niet volgens de voorschriften handelen of dat
er gebreken aan de installaties zijn. Het spontane nalevinggedrag is als laag
te kwalificeren.
De installatiebranche is in 2007 benaderd om te bewerkstelligen dat installaties
volgens de voorschriften worden aangelegd en onderhouden. Door Uneto-VNI,
ISSO (het kennisinstituut voor de installatiesector), OTIB (Opleidings- en
ontwikkelingsfonds voor het Technisch InstallatieBedrijf), SEI (Stichting
erkenning installatiebedrijven) en TVVL (Nederlandse technische vereniging
voor installaties in gebouwen) is het «Actieplan Veilige Leidingwaterinstallaties»
ontwikkeld. ISSO organiseert in het tweede kwartaal 2008 instructiebijeenkomsten «Veilige
leidingwaterinstallaties» voor installateurs.
De waterleidingbedrijven is gevraagd om de controles in de nieuwbouw te
verscherpen.
Met de waterleidingbedrijven is afgesproken dat alle nu bekende leidingwaterinstallaties
waar sprake is van een plicht tot Legionellapreventie eind 2008 gecontroleerd
zijn. Dit zal op zich leiden tot een betere uitvoering van de Legionellapreventie
door bedrijven.
Om de naleving van de Legionellaregelgeving te verbeteren wordt door de
VROM-Inspectie en een vertegenwoordiging van de waterleidingbedrijven een
nieuwe interventiestrategie ontwikkeld, die door de waterleidingbedrijven
en de VROM-Inspectie zal worden toegepast. Deze strategie zal ook gericht
worden op het vergroten van de bewustwording en de kennis en het verbeteren
van de houding van de doelgroep, waarmee deze beter de primaire verantwoordelijkheid
voor de naleving kan waarmaken.
Tot slot wijs ik u in dit verband op het RIVM-rapport «Drinkwaterkwaliteit
in nieuwbouwwoningen» wat u rond deze tijd eveneens is/wordt aangeboden.
De minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,
J. M. Cramer