A
OORSPRONKELIJKE TEKST VAN HET VOORSTEL VAN WET EN VAN DE MEMORIE VAN
TOELICHTING ZOALS VOORGELEGD AAN DE RAAD VAN STATE EN VOORZOVER NADIEN GEWIJZIGD
Wetsvoorstel
In onderdeel f van artikel 194a, lid 2 is
het woord «mede» vervangen door: in elk geval.
Artikel 195, eerste lid, is geherformuleerd. In artikel 195, tweede lid,
zijn de woorden «en artikel 194a» ingevoegd.
De aanhef van onderdeel D. van het voorstel is redactioneel aangepast.
Memorie van toelichting
Hoofdstuk 3, Samenvatting van opzet en inhoud van de richtlijn
(p. 6)
oorspronkelijke tekst:
Op grond van artikel 7, lid 4, wordt het de lidstaten voorts toegestaan
verboden van vergelijkende reclame voor bepaalde waren of diensten te handhaven
of te introduceren, voor zover het betreft verboden die rechtstreeks dan wel
via een instantie of organisatie die volgens de wetgeving van de lidstaten
bevoegd is om de uitoefening van een commerciële, industriële of
ambachtelijke activiteit of een vrij beroep te reguleren, worden opgelegd.
Lidstaten zijn, voor die waren of diensten op grond van de richtlijn niet
verplicht vergelijkende reclame toe te staan en evenmin om bestaande verboden
af te schaffen. Als het reclameverbod beperkt is tot bepaalde media, is de
richtlijn evenwel van toepassing op de media waarvoor het verbod niet geldt.
Deze uitgangspunten gelden volgens artikel 7, lid 5, ook voor beroepsmatige
dienstverlening.
nieuwe tekst:
Op grond van artikel 7, lid 4, wordt het de lidstaten voorts toegestaan
reclameverboden voor bepaalde goederen of diensten te handhaven of te introduceren,
voor zover het betreft verboden die rechtstreeks dan wel via een instantie
of organisatie die volgens de wetgeving van de lidstaten bevoegd is om de
uitoefening van een commerciële, industriële of ambachtelijke activiteit
of een vrij beroep te reguleren, worden opgelegd. Lidstaten zijn, voor die
goederen of diensten, op grond van de richtlijn niet verplicht vergelijkende
reclame toe te staan. Als het reclameverbod beperkt is tot bepaalde media,
is de richtlijn evenwel van toepassing op de media waarvoor het verbod niet
geldt. Een zekere vrijheid voor lidstaten om regels te handhaven of te introduceren
voor vergelijkende reclame voor beroepsmatige dienstverlening, al dan niet
beperkt tot specifieke media, is geregeld in artikel 7, lid 5. Een lidstaat
is ook bevoegd tot een verbod of beperking van het gebruik van vergelijkingen
in reclame voor beroepsmatige dienstverlening, terwijl een dergelijk verbod
of dergelijke beperking niet afhankelijk is van een (algemeen) reclameverbod
voor deze dienstverlening.
Hoofdstuk 4, Wijze van uitvoering van de richtlijn, onderdeel
c (p. 9)
eerste alinea, ingevoegd na «toe te staan.»:
«Wel kunnen zij het verbod beperken tot bepaalde
goederen of diensten.»
Zelfde onderdeel, tweede alinea(p. 9):
ingevoegd na «te introduceren»:
«Op grond van lid 5 hebben lidstaten een zekere vrijheid verboden
of beperkingen op vergelijkende reclame te introduceren, waarbij de toepassing
van die verboden of beperkingen beperkt kan zijn tot bepaalde media, zodat
de richtlijn in dat geval betekenis heeft voor media die niet door het verbod
of de beperking zijn getroffen. Ook kan op grond van lid 5 een verbod of beperking
van toepassing worden verklaard op bepaalde goederen of diensten. Daarbuiten
gelden de regels van de richtlijn.»
Artikelen, Artikel 194a, eerste lid, Boek 6 Burgerlijk
Wetboek (p. 16)
ingevoegd na «verspreidt.»:
«Met het «wervende» karakter van de contekst waarin
wordt geciteerd, kan door de rechter worden rekening gehouden in het licht
van toetsing de criteria voor een beroep op artikel 15a Auteurswet 1912, in
het bijzonder het criterium onder lid 1, onder 2e, dat het citeren in overeenstemming
is met hetgeen naar de regels van het maatschappelijk verkeer redelijkerwijs
geoorloofd is en aantal en omvang der geciteerde gedeelten door het te bereiken
doel zijn gerechtvaardigd.»
Artikel 194a, tweede lid, Boek 6 Burgerlijk Wetboek (p.
17)
eerste alinea, geschrapt na «bevat,» de woorden
«in het bijzonder de leden 1 en 2».
Lid 2, sub h (p. 25)
ingevoegd na «afgedrukt»:
«Een ander voorbeeld is wanneer het eigen product of de eigen dienst
wordt gepresenteerd als een imitatie van een product of dienst met een beschermd
merk of een beschermde handelsnaam.»
Lid 2, sub h (p. 25)
ingevoegd na «van toepassing zijn»:
Zoals hiervoor is opgemerkt onder de toelichting op lid 2, sub b), mag
er van worden uitgegaan dat van misleiding sprake is indien de vergelijking
betrekking heeft op goederen of diensten die in het geheel niet op de markt
zijn of daar niet op afzienbare tijd zijn te verwachten.
Artikel 195 Boek 6 Burgerlijk Wetboek (p. 25)
ingevoegd na «Wetboek,»:
eerste en tweede lid.
oorspronkelijke tekst:
«De richtlijn wijzigt artikel 6, a in die zin dat de bewijslastomkering
of -verlichting wordt gehandhaafd, maar voor vergelijkende reclame wordt voorts
geeist dat de adverteerder voor de materiele juistheid van de feitelijke gegevens
in de reclame binnen korte termijn op verzoek van de belanghebbende gegevens
aandraagt.:
nieuwe tekst:
«De richtlijn wijzigt artikel 6, a in die zin dat de bewijslastomkering
of – verlichting wordt gehandhaafd, dus voor zowel misleidende als vergelijkende
reclame geldt. Voor vergelijkende reclame wordt echter voorts geëist
dat de adverteerder voor de materiële juistheid van de feitelijke gegevens
in de reclame binnen korte termijn op verzoek van de belanghebbende bewijzen
aandraagt.»
Artikel 196 Boek 6 Burgerlijk Wetboek (p. 27)
ingevoegd na «uitdrukkelijk noemt»:
«Zo kunnen genoemd worden de vordering tot winstafdracht (artikel
104 van Boek 6 BW) en de vordering tot terughaling van materiaal dat uitingen
bevat van niet geoorloofde reclame.»
In het vervolg van dit onderdeel is de verwijzing naar artikel 305a, Boek
3, Burgerlijk Wetboek, geactualiseerd.