27 587
Aanpassing van de Advocatenwet aan richtlijn 98/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 februari 1998 ter vergemakkelijking van de permanente uitoefening van het beroep van advocaat in een andere lidstaat dan die waar de beroepskwalificatie is verworven (Implementatie vestigingsrichtlijn advocaten)

nr. 7
BRIEF VAN DE MINISTER VAN JUSTITIE

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 16 mei 2002

Op 18 december 2001 heeft uw Kamer de nota naar aanleiding van het verslag bij het wetsvoorstel houdende aanpassing van de Advocatenwet aan richtlijn 98/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 februari 1998 ter vergemakkelijking van de permanente uitoefening van het beroep van advocaat in een andere lidstaat dan die waar de beroepskwalificatie is verworven (Implementatie vestigingsrichtlijn advocaten) ontvangen (Kamerstukken II 2001/02, 27 587, nr. 5).

De richtlijn had op 14 maart 2000 geïmplementeerd moeten zijn. Deze termijn is vanwege capaciteitsproblemen niet gehaald. Dit wil overigens niet zeggen dat geen uitvoering aan de richtlijn kan worden gegeven. De huidige regelgeving staat aan directe toepassing van de richtlijn niet in de weg. Dit houdt in dat advocaten uit een andere lidstaat zich in Nederland bij de Raad van Toezicht van de Nederlandse orde van advocaten als Nederlands advocaat kunnen inschrijven. Dit laat onverlet dat de richtlijn geïmplementeerd moet worden.

Aangezien de Commissie van de Europese Gemeenschappen een inbreukprocedure is aangevangen (zaak C-149.02, reg. nr. 655764), is het wenselijk dat het hierboven aangehaalde wetsvoorstel zo spoedig mogelijk tot wet wordt verheven en in werking treedt. Ik wil u om die reden verzoeken om prioriteit te geven aan de behandeling van dat wetsvoorstel

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Naar boven