27 587
Aanpassing van de Advocatenwet aan richtlijn 98/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 februari 1998 ter vergemakkelijking van de permanente uitoefening van het beroep van advocaat in een andere lidstaat dan die waar de beroepskwalificatie is verworven (Implementatie vestigingsrichtlijn advocaten)

nr. 6
NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 18 december 2001

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

A

In artikel 2b, eerste lid, wordt na «Indien de advocaat gedurende ten minste drie jaar daadwerkelijk en regelmatig in Nederland» ingevoegd: als advocaat.

B

Artikel 2c wordt als volgt gewijzigd:

1. Voor de tekst wordt het cijfer «1.» Geplaatst.

2. Er wordt een tweede lid toegevoegd, dat luidt:

2. Indien de bevoegde autoriteit van de lidstaat van herkomst of de tuchtrechter aldaar de uitoefening van het beroep advocaat tijdelijk of blijvend heeft ontzegd is de betrokken advocaat van rechtswege niet meer bevoegd om in Nederland zijn beroep onder zijn oorspronkelijke beroepstitel uit te oefenen.

C

Artikel 9aa komt te luiden:

Artikel 9aa

1. Indien de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst of de tuchtrechter aldaar de uitoefening van het beroep van de advocaat die zich krachtens het nationale recht van die lidstaat van de Europese Unie of de desbetreffende staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte dat uitvoering geeft aan artikel 3 van richtlijn 98/5/EG van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 16 februari 1998 ter vergemakkelijking van de permanente uitoefening van het beroep van advocaat, heeft laten inschrijven, tijdelijk of blijvend heeft ontzegd, beslist de raad van toezicht in het arrondissement waar de betrokken advocaat is ingeschreven ambtshalve tot tijdelijke of blijvende schrapping van het tableau, indien er gegronde vrees bestaat dat de betrokkene als advocaat inbreuk zal maken op de voor de advocaten geldende wetten verordeningen en besluiten of zich anderszins zal schuldig maken aan enig handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt. Het besluit treedt in werking zes weken nadat het is bekend gemaakt.

2. De artikelen 5 tot en met 7 en artikel 8, vierde tot en met zesde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

3. De griffier van de rechtbank schrapt overeenkomstig de beschikking van de raad van toezicht de advocaat tijdelijk of blijvend van het tableau, nadat de beschikking onherroepelijk is geworden.

4. Het beklag schorst de werking van de beschikking van de raad van toezicht.

5. Het hof van discipline kan de raad van toezicht een termijn stellen voor het nemen van een nieuw besluit.

6. De raad van toezicht stelt de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst in kennis van de schrapping.

Toelichting

De wijziging van artikel 2b en 2c in de onderdelen A en B zijn toegelicht in de nota naar aanleiding van het verslag.

De wijziging van artikel 9aa is ook toegelicht in de nota naar aanleiding van het verslag met dien verstande dat aldaar niet nader is ingegaan op de procedure.

In de nota naar aanleiding van het verslag is voorgesteld om de buiten-landse uitspraak niet langer automatisch te laten doorwerken, maar de raad van toezicht te laten beoordelen of ook in Nederland de buitenlandse uitspraak moet leiden tot schrapping van het tableau. Daarbij wordt aangesloten bij de reeds bestaande procedure betreffende het doen van verzet door de raad van toezicht tegen de inschrijving van een advocaat op grond van het bestaan van de gegronde vrees dat de betrokkene als advocaat inbreuk zal maken op de voor de advocaten geldende wetten, verordeningen en besluiten of zich anderszins zal schuldig maken aan enig handelen of nalaten dat een behoorlijk advocaat niet betaamt (artikelen 4 en verder).

De procedure is dan als volgt. De raad van toezicht in het arrondissement waar de betrokken advocaat is ingeschreven is op grond van artikel 7 van de richtlijn op de hoogte gesteld van de buitenlandse procedure. Daardoor zal de raad op de hoogte zijn van de buitenlandse uitspraak. Nadat de buitenlandse uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan beslist de raad van toezicht ambtshalve of die uitspraak op grond van de hiervoor vermelde grond leidt tot tijdelijke of blijvende schrapping van het tableau. De raad toetst de gegronde vrees norm aan de hand van de Nederlandse wetten en verordeningen. Het gaat er immers om dat wordt beoordeeld of het uitoefenen van het beroep van advocaat in Nederland, nadat de inschrijving van de «Nederlandse» advocaat op grond van de onderhavige richtlijn in het buitenland is doorgehaald, gelet op de situatie, een inbreuk is op de Nederlandse rechtsorde.

Het besluit van de raad treedt in werking zes weken nadat het bekend is gemaakt. Daarmee wordt voorkomen dat de desbetreffende advocaat van het tableau wordt geschrapt gedurende de termijn van zes weken waarbinnen beklag kan worden gedaan (artikel 5, tweede lid). Op grond van artikel 9aa, vierde lid, schorst het beklag namelijk de werking van het besluit van de raad van toezicht. De desbetreffende advocaat kan gedurende de schorsing dus niet van het tableau worden geschrapt.

De beschikking van de raad wordt door de secretaris overeenkomstig artikel 5, eerste lid, bekend gemaakt aan de betrokken advocaat en de rechtbank bij welke de advocaat is ingeschreven.

Indien de betrokken advocaat niet binnen zes weken beklag doet bij het hof van discipline draagt de griffier van de rechtbank bij welke de advocaat is ingeschreven zorg voor de schrapping (artikel 9aa, derde lid). De handeling van de griffier is slechts een administratieve handeling. Daarmee wordt bewerkstelligd dat de feitelijke situatie in overeenstemming wordt gebracht met de juridische. Doet de advocaat beklag, dan vindt geen schrapping plaats totdat het hof van discipline hierover onherroepelijk heeft beslist.

Het hof van discipline beslist niet dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de betrokken advocaat en de raad van toezicht. Uit de uitspraak van het hof van discipline kan blijken dat de raad een nieuwe beschikking moet nemen. Het hof kan een termijn stellen waarbinnen de raad van toezicht een nieuw besluit moet nemen (vijfde lid).

De griffier zendt uiteindelijk een afschrift van de beslissing aan de desbetreffende advocaat, de raad van toezicht en de rechtbank bij welke de advocaat is ingeschreven (artikel 7). Indien de raad een nieuw besluit heeft genomen wordt dit door de secretaris van de raad van toezicht bekend gemaakt aan de betrokken advocaat en de rechtbank bij welke de advocaat is ingeschreven (artikel 5, eerste lid).

De griffier van de rechtsbank geeft de schrapping binnen acht dagen schriftelijk door aan de algemene raad en de raad van toezicht (artikel 8, vierde lid).

Gehandhaafd blijft de bepaling in het zesde lid dat de raad van toezicht de bevoegde autoriteit van de lidstaat van ontvangst in kennis stelt van de schrapping. De regel vloeit voort uit artikel 7, tweede lid, van de richtlijn.

De Minister van Justitie,

A. H. Korthals

Naar boven