De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:
I
In het opschrift wordt na «14» ingevoegd «, 15, 17, 18,» en wordt na «daartoe» ingevoegd:
, en invoering zelfstandig recht van initiatief en van amendement voor de leden van
de Staten van Aruba, Curaçao en Sint Maarten.
II
In de beweegreden wordt voor de puntkomma toegevoegd: , alsmede dat voor de leden
van de Staten van Aruba, Curaçao en Sint Maarten een zelfstandig recht van initiatief
en van amendement wordt ingevoerd.
III
Aan artikel I worden drie onderdelen toegevoegd, luidende:
C
Artikel 15, derde lid, komt als volgt te luiden:
-
3. De Gevolmachtigde Minister van Aruba, Curaçao of Sint Maarten, en een of meer leden
van de vertegenwoordigende lichamen van die landen, zijn bevoegd aan de Tweede Kamer
voor te stellen een voordracht tot een voorstel van rijkswet te doen.
D
Artikel 17 komt als volgt te luiden:
Artikel 17
-
1. De Gevolmachtigde Minister en de leden van het vertegenwoordigende lichaam van het
land, waarin de regeling zal gelden, worden in de gelegenheid gesteld in de kamers
der Staten-Generaal de mondelinge
behandeling van het ontwerp van rijkswet bij te wonen en daarbij zodanige voorlichting
aan de kamers te verstrekken als zij gewenst oordelen.
-
2. De Gevolmachtigde Ministers en de leden van het vertegenwoordigende lichaam, bedoeld
in het eerste lid, zijn niet gerechtelijk vervolgbaar voor hetgeen zij in de vergadering
van de kamers der Staten-Generaal hebben gezegd of aan haar schriftelijk hebben overgelegd.
-
3. De Gevolmachtigde Ministers en de leden van het vertegenwoordigende lichaam, bedoeld
in het eerste lid, zijn bevoegd bij de behandeling in de Tweede Kamer wijzigingen
in het ontwerp voor te stellen.
E
Artikel 18, tweede lid, komt als volgt te luiden:
-
2. Wanneer in de vergadering van de kamers leden van een vertegenwoordigend lichaam
als bedoeld in artikel 17, eerste lid, aanwezig zijn, komt de in het eerste lid bedoelde
bevoegdheid toe aan een door het vertegenwoordigende lichaam daartoe aangewezen lid.
Toelichting
Onderdeel C
Het onderhavig voorstel betreft een initiatief van leden van de Tweede Kamer en houdt
een regeling in die in de landen zal gelden in de zin van artikelen 16 tot en met
19 van het Statuut. Het voorstel is voorts mede ontstaan naar aanleiding van beraadslagingen
tijdens het Contactplan, voorloper van het Interparlementair Koninkrijksoverleg («IPKO»),
waar in de toelichting uitdrukkelijk naar wordt verwezen. De leden der Staten van
Aruba, Curaçao en Sint Maarten ontberen in het Statuut evenwel een zelfstandig recht
van initiatief om aan de Tweede Kamer voor te stellen een voordracht tot een zodanig
voorstel van rijkswet te doen. Het amendement schept gelet daarop de bevoegdheid opdat
de leden der Staten van Aruba, Curaçao en Sint Maarten, gelijk als de Gevolmachtigde
Ministers, een voordracht tot een voorstel van rijkswet kunnen doen. Een zodanig recht
van initiatief past in de strekking van het onderhavig voorstel van rijkswet, te weten
een bijdrage te leveren aan het zoveel mogelijk opheffen van het democratisch deficit.
Onderdeel D
Dit onderdeel betreft een technische aanpassing nu bij een zelfstandig recht van initiatief
om een voordracht tot een voorstel van rijkswet te mogen doen niet past dat Statenleden
telkens en afzonderlijk moeten worden afgevaardigd. Het recht van amendement komt
thans voorts logischerwijs zelfstandig toe aan de Statenleden.
Onderdeel E
Ook dit onderdeel betreft een technische aanpassing nu uit onderdeel D voortvloeit
dat ieder lid van de vertegenwoordigde lichamen door het amendement direct en permanent
een gedelegeerde zal zijn: de in het eerste lid bedoelde bevoegdheid om zich tegen een voorstel van rijkswet uit te spreken
komt dan thans toe aan een daartoe door de Staten aangewezen Statenlid.
Bikker De Sousa-Croes De Weever Marlin-Romeo Sulvaran Thijsen