nr. 20
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VERKEER EN WATERSTAAT
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 27 juni 2007
Bij brief van 26 april 2007 met kenmerk (VW-07-198) verzocht u mij
om een reactie op de brief van de gemeente Hattem d.d. 24 april 2007
aan de leden van de Vaste Commissie van Verkeer en Waterstaat. Tevens verzocht
u mij om een update met betrekking tot de stand van zaken van de Hanzelijn.
Mijn reactie treft u hierbij aan.
De gemeente Hattem legt in haar brief andermaal een relatie tussen de
aanbestedingsresultaten van de Hanzelijn en het alsnog realiseren van een
tunnel voor de kruising met de IJssel in plaats van de brug. In zijn algemeenheid
verwijs ik u daarvoor tevens naar mijn antwoord op uw verzoek om de vertrouwelijke
brief over de aanbestedingsresultaten van de Hanzelijn te splitsen in een
openbaar en een vertrouwelijk deel.
Puntsgewijze beantwoording van de brief van de gemeente
Hattem:
• Wat betreft de aanbestedingsresultaten refereert de gemeente Hattem
aan de toezegging van mijn ambtsvoorganger om de Kamer te informeren over
de aanbestedingsresultaten van de Hanzelijn. De gemeente Hattem stelt met
betrekking tot de aanbestedingsresultaten vast: «Deze (vertrouwelijke)
informatie heeft ons uiteraard nog niet bereikt».
Ik hecht eraan te benadrukken dat aan de Kamer uitdrukkelijk een vertrouwelijke
brief over de aanbestedingsresultaten is toegezegd. Informatie die met het
kenmerk «vertrouwelijk» aan de Kamer wordt verstrekt, komt uiteraard
op geen enkel moment ter kennis van de gemeente.
• De gemeente verwijst naar de door de Kamer aangenomen motie Slob
c.s. van 29 april 2004.
De brief van 24 juni 2004 (kamerstuk 27 569 nr. 15) beargumenteert
uitgebreid waarom mijn ambtsvoorganger de motie niet heeft willen uitvoeren.
In het kort komt er op neer dat de voorafgaande intensieve discussies met
de Kamer geen nieuwe argumenten hebben opgeleverd die maken dat de extra kosten
nu wel zouden opwegen tegen de extra baten, dat er geen financiële
dekking bestaat voor deze wens en dat een tunnel een vertraging zou opleveren
die niet verenigbaar was met de in het regeerakkoord Balkenende II vastgelegde
versnelling van de realisatie (2012/2013). Ik ben van oordeel dat er op dit
moment evenmin sprake is van nieuwe argumenten en er derhalve ook nu geen
aanleiding is om tot een ander oordeel te komen.
• De gemeente is van mening dat het mogelijk is om de tunnel aan
te leggen binnen het oorspronkelijke budget € 901 mln.
Om te beginnen wijs ik er op dat in de begroting 2007 voor de Hanzelijn
een bedrag van € 895 mln. is gereserveerd. Het genoemde budget à € 901
mln. is afkomstig uit de begroting 2004. Het verschil met het huidige budget
is te verklaren uit de taakstelling van 3% uit de begroting 2005 alsmede
de jaarlijkse prijspeilaanpassingen. De aanlegbeschikking voor de Hanzelijn
is in 2005 verleend voor een bedrag van € 890 mln., hetgeen overeenkomt
met het beschikbare budget in de begroting 2006. Verder verwijs ik u naar
mijn eerdergenoemde reactie op de motie Slob c.s. waarin de passage is opgenomen
dat er zowel sprake is van een overschatting van de opbrengsten van de veronderstelde
financiële bronnen, als van een onderschatting van de kosten van de maatregel.
Met betrekking tot de opbrengsten van de financiële bronnen verwijs ik
u tevens naar mijn brief van 17 november 2004 (kamerstuk 29 800
A nr. 5) waarin onder ad 3) wordt ingegaan op de motie Slob c.s. Wat betreft
de door ProRail (destijds RIB) onderzochte mogelijkheden en kosten van tunnelvarianten
verwijs ik u naar mijn brieven van 18 maart 2002 (kamerstuk 27 569
nr 4), 22 april 2002 (kamerstuk 27 569 nr. 5) en 26 april 2004
(kamerstuk 27 569 nr. 12). Daarin is aangegeven dat de meerkosten van
de goedkoopste tunnelvariant (ten opzichte van de gekozen brugoplossing) worden
geraamd op € 127 mln. en dat overigens aan deze tunnelvariant risico’s
kleven wat betreft interne veiligheid, geluidsemissie en vermindering van
het doorstroomprofiel van de IJssel.
• De gemeente Hattem geeft aan geen direct voordeel, maar wel een
groot nadeel te ondervinden van de Hanzelijn.
Antwoord: De brief van de gemeente Hattem van 24 augustus 2006 bevat
een gelijkluidende vraag. Op verzoek van de Kamer is op deze brief gereageerd
door mijn ambtsvoorganger (18 oktober 2006, kamerstuk 27 569 nr.
18). Daarin wordt het punt van de gemeente niet ontkend, maar wel gerelativeerd
met de constatering dat de nieuwe brug stiller is dan de bestaande en er sprake
is van extra inpassingsmaatregelen. Bovendien wordt de bereidheid uitgesproken
om, onder voorwaarden, de mogelijkheid te bezien om de spoorbrug te voorzien
van een fietspad. Inmiddels kan ik u mededelen dat ik, in afwachting van mijn
besluit op de definitieve beschikkingsaanvraag van ProRail voor deze aanvulling,
ProRail heb verzocht de aanbestedingsprocedure te vervolgen op basis van de
integrale variant met fietspad.
• Tenslotte legt de gemeente Hattem een relatie met de uitbreiding
van de capaciteit van de A28 bij Zwolle en een eventuele Hanzelijn + of ++.
Ook deze vraag is eerder gesteld in de brief van de gemeente Hattem van
24 augustus 2006. Voor het antwoord verwijs ik u kortheidshalve naar
de antwoordbrief van 18 oktober 2006.
• De gemeente Hattem vraagt u om in overleg met mij te komen tot
een constructieve en structureel juiste oplossing voor het Noorden van Nederland èn
voor Hattem.
Mede onder verwijzing naar de reeds gevoerde discussies over dit onderwerp,
blijf ik van oordeel dat die oplossing binnen de randvoorwaarden
zo goed mogelijk wordt benaderd met de huidige keuze voor een brug, zo mogelijk
gecombineerd met een fietspad.
Stand van zaken Hanzelijn:
• Als gevolg van de toegezegde medewerking aan de aanpassing van
het tracébesluit (TB) Hanzelijn, in verband met het anticiperen op
een by-pass voor de IJssel, heeft het ontwerp voor deze aanpassing van 5 september
t/m 16 oktober 2006 ter inzage gelegen. Hierop zijn drie inspraakreacties
ontvangen, te weten van de provincies Flevoland en Overijssel en het Waterschap
Zuiderzeeland. De inspraakreacties hebben er toe geleid dat het TB op onderdelen
is aangepast. Het TB is medio mei 2007 gepubliceerd. Deze aanpassing is, conform
de gestelde randvoorwaarde, niet van invloed op de overeengekomen datum van
in gebruik name van de Hanzelijn in 2012 (dienstregeling 2013).
• Voor de tunnel Drontermeer, onderbouw oude land en onderbouw nieuwe
land zijn de contracten afgesloten. De aanbestedingsprocedure voor de IJsselbrug
is in een vergevorderd stadium. Zoals toegezegd in eerder genoemde brief van
18 oktober 2006 wordt daarbij nog de optie opengehouden om, als aanvullende
inpassingsmaatregel, deze brug met een fietspad uit te voeren, indien tijdig
voldaan is aan de voorwaarden die hierover zijn gesteld.
• Met deze voortgang ligt het project op schema en zal oplevering
in 2012 (in gebruik met ingang van dienstregeling 2013) mogelijk zijn, conform
de eerdere toezeggingen.
De minister van Verkeer en Waterstaat,
C. M. P. S. Eurlings