Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2001-200227566 nr. 3

27 566
Overdracht van aandelen in COVRA aan de Staat

nr. 3
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

's-Gravenhage, 24 april 2002

In mijn brief van 12 december 2000 heb ik u alsmede uw collega van de Eerste Kamer op grond van art. 29 van de Comptabiliteitswet het voornemen van de Staat voorgelegd om de deelneming van de Staat der Nederlanden in het kapitaal van de Centrale Organisatie voor Radioactief Afval uit te breiden van 10% naar 100%. Voorts heb ik u daarbij geïnformeerd over de totstandkoming van een intentieverklaring tussen de aandeelhouders (EPZ, GKN, ECN en de Staat), waarin de voorwaarden zijn vastgelegd waaronder een volledige overdracht van aandelen in COVRA naar de Staat zou kunnen plaatsvinden.

Gelet op het feit dat geen van beide Kamers heeft geoordeeld dat voor de voorgenomen deelneming een speciale machtigingswet vereist is, zijn er geen wettelijke belemmeringen om dit voornemen uit te voeren. Ik stel het dan ook op prijs u, mede namens de Minister van Economische Zaken en de Minister van Financiën, te kunnen mededelen dat op 15 april 2002 de koopovereenkomsten tussen de Staat en de uittredende aandeelhouders zijn ondertekend. Met de ondertekening van deze koopovereenkomsten is de aandelentransactie een feit en is de Staat voor 100% eigenaar van COVRA geworden. Hiermee is gevolg gegeven aan een van de aanbevelingen van de Commissie Herkströter met betrekking tot het onderwerp kernenergie.

De koopovereenkomsten zijn in overeenstemming met de principes, de afspraken en de rekenmethodieken die zijn gehanteerd in de intentieverklaring.

Dit betekent dat de kosten verbonden aan het beheer, de opslag en definitieve berging van het hoogradioactief afval volledig worden gedragen door de producenten van dit afval.

Met betrekking tot de toekomstige verplichtingen van COVRA, in het bijzonder de exploitatie van het HABOG en de eindberging van radioactief afval, zijn met de uittredende aandeelhouders individuele, voor iedere aandeelhouder verschillende betalingsregelingen getroffen. Deze zijn met zodanige zekerheden omgeven dat de risico's voor COVRA en de Staat minimaal zijn. De vrij lange periode die verlopen is tussen het ondertekenen van de intentieverklaring en van de koopovereenkomsten heeft onder meer te maken met het lange onderhandelingstraject dat nodig was om deze zekerheden te verkrijgen.

De kosten verbonden aan het beheer, de opslag en de eindberging voor het laag- en middelradioactief afval worden ten dele verrekend met de uittredende aandeelhouders, omdat deze ook slechts ten dele verantwoordelijk zijn voor het ontstaan van dit afval. Bij de aandelentransactie is hiervoor door de uittredende aandeelhouders een bedrag van € 4,7 miljoen aan de algemene middelen toegevoegd. Bij najaarsnota 2000 hebben de ministeries van EZ en VROM ieder reeds een bedrag van € 11 miljoen gestort, teneinde volledige dekking te hebben voor toekomstige verliezen bij COVRA, die naar verwachting vanaf 2013 structureel van aard zullen zijn. In de toekomst zullen exploitatieverliezen van COVRA met betrekking tot het LMRA dan ook uit de algemene middelen worden betaald.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

J. P. Pronk