27 565 Alcoholbeleid

27 838 Detailhandel

Nr. 143 BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN VOLKSGEZONDHEID, WELZIJN EN SPORT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 mei 2016

Uw Kamer heeft mij gevraagd om te reageren op de uitspraak van de Rechtbank Overijssel, deze rechtbank heeft 30 maart jl. de Slijtersunie in het gelijk gesteld in haar beroep tegen de gemeente Zwolle. De Slijtersunie heeft deze rechtszaak aangespannen om het feit dat de gemeente Zwolle weigerde handhavend op te treden tegen een boekhandel die, in strijd met de Drank- en Horecawet (DHW), alcoholhoudende drank verkocht. De rechtbank is van oordeel, dat de gemeente op onjuiste gronden heeft besloten om van handhaving af te zien.

Met interesse heb ik kennisgenomen van deze uitspraak. Mij is verder bekend dat naast de gemeente Zwolle, ook andere gemeenten soortgelijke plannen hebben. Ik ga ervan uit dat de betreffende gemeenten deze uitspraak zullen bestuderen en meenemen in hun overwegingen.

Eerder heb ik aan uw Kamer en de VNG laten weten dat ik alleen achter experimenten sta die blijven binnen de bestaande wettelijke kaders, dit geldt dus ook voor de experimenten die volgen uit «Verplichte regels winkelgebieden» van Platform 31 en de «Pilot gemengde horecabestemming» van de VNG. Dit uitgangspunt is met betrekking tot de Drank- en Horecawet ook expliciet opgenomen in de retailagenda, zoals die vorig jaar door de Minister van Economische Zaken naar uw Kamer is gestuurd1.

Dit jaar wordt de Drank- en Horecawet geëvalueerd. Zoals ik u heb toegezegd maken, naast onder meer de evaluatie van de verhoging van de leeftijdsgrens en de decentralisatie van bevoegdheden naar gemeenten, mengvormen van horeca en retail (het zgn. «blurring») hier een nadrukkelijk onderdeel van uit. Via onderzoeken en gesprekken met belanghebbenden span ik mij in om de feiten en voor- en nadelen omtrent blurring in kaart te brengen.

Begin 2017 zal ik hierover, als onderdeel van de gehele wetsevaluatie, uw Kamer informeren. Dat lijkt mij ook het moment om – in overleg met uw Kamer – te bezien of er aanleiding is om regelgeving aan te passen.

De Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, M.J. van Rijn


X Noot
1

Brief met Kamerstuk 27 838, nr. 13, 17 maart 2015.

Naar boven