27 562
Verstedelijkingsbeleid tot 2010

nr. 5
BRIEF VAN DE MINISTER VAN VOLKSHUISVESTING, RUIMTELIJKE ORDENING EN MILIEUBEHEER

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 2 juni 2005

Hierbij bied ik u de rapportage «Voortgang Verstedelijking VINEX 2004» aan1.

Achtergrond

In de rapportage wordt verslag gedaan van de wijze waarop kaderwetgebieden en provincies uitvoering geven aan de VINEX-verstedelijkingsconvenanten. Centraal hierin staat de woningbouw in samenhang met de thema's verkeer en vervoer, bodemsanering, verplaatsing van glastuinbouw en groene verbindingen, voor de periode 1995–2005. Met deze afspraken zou de integraliteit in de uitvoering gewaarborgd moeten worden. De RPC heeft bij de start van de VINEX-convenanten opdracht gegeven om de voortgang van de uitvoering jaarlijks te monitoren.

Woningbouw

De woningproductie laat in 2003 nog een verdere daling zien, maar herstelt zich licht in 2004. De kwantitatieve woningbouwopgave uit de Vinex-convenanten wordt daardoor in 2004 landelijk gehaald.

Hierbij dient opgemerkt te worden dat bij de netto productiecijfers in de rapportage over de betreffende periode 1995–2004 nu ook 42 000 woningen als toevoegingen anderszins (zoals splitsing van woningen, verbouwing andere panden etc.) zijn meegeteld. Voor de periode 1995 t/m 2004 gaat het om ca. 48 500 toevoegingen anderszins. Dit is in lijn met de meetmethode zoals die ook voor de Woningbouwafspraken 2005–2010 is overeengekomen.

De realisatie van de opgave uit de Vinex-convenanten betekent niet dat de druk voor wat betreft de woningbouw van de ketel is. Integendeel: door de toegenomen woningbehoefte sinds het afsluiten van de Vinex-convenanten en het teruggelopen van de woningproductie is de druk op de woningmarkt nog steeds een urgent punt. Bovendien blijkt uit de rapportage dat de realisatie van de woningbouwopgave in de Vinex-stadsgewesten en in het bijzonder in de Kaderwetgebieden achterblijft.

Het woningtekort per 2005 bedraagt ca. 2,6% (185 000 woningen): dat is 40 000 woningen hoger dan de beleidsdoelstelling van 2%. Niet alleen moet deze achterstand worden weggewerkt, daarnaast is het ook mijn ambitie om in de periode 2005–2010 het woningtekort terug te brengen tot 1,5% in 2010. Met de inmiddels grotendeels afgesloten convenanten woningbouwafspraken met de stedelijke regio's is, om dit te bereiken, een woningproductie voor de periode tot 2010 overeengekomen die aanzienlijk hoger is dan de productie in de afgelopen 5 jaren. Dit betekent dat er een blijvende noodzaak is om de woningproductie te verhogen, zowel binnenstedelijk als in de uitleggebieden.

Voor uitgebreide informatie over de Woningbouwafspraken 2005–2010 alsmede over de meest recente inventarisatie van de plancapaciteit voor woningbouw, verwijs ik U naar mijn brief van heden aan U over deze beide onderwerpen.

Overige thema's

De aanleg van nieuwe infrastructuur, de realisatie van werklocaties en het tot stand komen van groene verbindingen lopen weliswaar achter op schema, maar dit heeft niet geleid tot vertraging van de woningbouw. Bodemsanering leidt incidenteel tot vertragingen van de woningbouw. Voor het realiseren van verkeer- en vervoerprojecten en voor bodemsanering wordt door decentrale overheden de financiering als knelpunt genoemd. De aanleg van groene verbindingen verloopt nog steeds moeizaam.

Decentralisatie, bundeling en ontschotting van middelen zullen aan de decentrale overheden ruimte bieden om tot eigen prioriteitstelling te komen.

Vervolg

In de laatste Vinex-rapportage in 2006 zal een kwantitatief totaaloverzicht over de gehele Vinex-periode worden gegeven. Daarnaast wordt een evaluatie van het Vinex-verstedelijkingsbeleid uitgevoerd. In de evaluatie worden de Vinex-aanpak, de gehanteerde instrumenten en de gerealiseerde ruimtelijke kwaliteit op Vinex-locaties onderzocht. Tevens kijk ik naar de integraliteit van de gerealiseerde opgave.

In de convenanten over de woningbouwafspraken 2005–2010 zijn afspraken opgenomen over de jaarlijkse monitoring en evaluatie van de woningbouwproductie en de bestemmingsplancapaciteit.

De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer,

S. M. Dekker


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij het Centraal Informatiepunt Tweede Kamer.

Naar boven