27 560
Wijziging van de Politiewet 1993 in verband met de aanpassing van de bevoegdheden op regionaal niveau, alsmede van de bevoegdheden van de Raad voor het Korps landelijke politiediensten

nr. 10
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES HOUDENDE INTREKKING VAN HET WETSVOORSTEL

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 24 september 2004

Bij de Tweede Kamer der Staten-Generaal is reeds geruime tijd aanhangig het voorstel van wet tot wijziging van de Politiewet 1993 in verband met de aanpassing van de bevoegdheden op regionaal niveau, alsmede van de bevoegdheden van de Raad voor het Korps landelijke politiediensten (Kamerstukken II, 2000–2001, 27 560). Onderdelen van dit wetsvoorstel, in het bijzonder de daarin voorgestelde regeling omtrent de benoeming en het ontslag van de korpsbeheerder, de verdeling van verantwoordelijkheden tussen het regionale college en de korpsbeheerder en het gemeentelijk inbrengrecht, zijn onlangs overgenomen in een nieuw voorstel tot wijziging van de Politiewet 1993. Dit nieuwe voorstel, waarin voorts de bevoegdheden op rijksniveau ten aanzien van de politie worden versterkt en de Raad voor het Korps landelijke politiediensten wordt opgeheven, is op 22 juli jl. bij de Tweede Kamer ingediend (Kamerstukken II, 2003–2004, 29 704). Eerstgenoemd wetsvoorstel heeft derhalve geen zelfstandige betekenis meer. Daartoe gemachtigd door de Koningin trek ik bedoeld wetsvoorstel, mede namens de Minister van Justitie, hierbij in.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

J. W. Remkes

Naar boven