27 547
Wijziging van de Gemeentewet, de Provinciewet en de Waterschapswet inzake verbetering van de afstemming op de Algemene wet bestuursrecht en enige andere verbeteringen

nr. 4
VERSLAG

Vastgesteld 20 februari 2001

De vaste commissie voor Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties1, belast met het voorbereidend onderzoek van dit wetsvoorstel, heeft de eer als volgt verslag uit te brengen van haar bevindingen.

Onder het voorbehoud dat de regering de gestelde vragen tijdig zal hebben beantwoord, acht de commissie de openbare beraadslaging over dit wetsvoorstel voldoende voorbereid.

1. Algemeen

In het algemene deel verwijst de regering naar publicaties over de afstemming tussen de Gemeentewet en de Algemene wet bestuursrecht. Graag vernemen de leden van de PvdA-fractie op welke publicaties de regering doelt en voorzover de publicaties niet openbaar zijn, wensen zij hierover te beschikken.

De Raad van State adviseert bij de aanpassingsoperatie onder meer de Kaderwet bestuur in verandering aan te passen. Volgens de regering ligt wijziging van de Kaderwet niet in de rede, omdat deze wet in het jaar 2003 afloopt. Deze praktische aanpak vinden deze leden begrijpelijk. Maar zal dit niet lijden tot onduidelijkheden, aangezien de in het wetsvoorstel betrokken wetten aangepast worden juist om onvolkomenheden te repareren? Is het risico niet aanwezig dat, door de niet-aanpassing in de Kaderwet bestuur in verandering, onduidelijkheid bestaat over de begrippen «besluit» en «beslissing»?

De leden van de PvdA-fractie hebben er goede nota van genomen dat medio 2001 een voorstel in procedure zal worden gebracht om de Wet gemeenschappelijke regelingen aan te passen. Zij gaat er vanuit dat hiermee bedoeld wordt dat medio 2001 een wetsvoorstel zal worden ingediend.

De Raad van State heeft geadviseerd de artikelen 152 en 153 van de Gemeentewet te schrappen en artikel 85 aan te passen. De regering deelt mede in het nader rapport dat dit zal worden meegenomen in het voorstel van wet dualisering gemeentebestuur. In genoemd voorontwerp is opgenomen de mogelijkheid van beroep tegen besluiten van het college van burgemeester en wethouders of de burgemeester op de raad te schrappen. Nu ook de regering het eens lijkt te zijn met het advies van de Raad van State, lijkt het deze leden niet bezwaarlijk om het advies op te volgen. Wat zijn de bezwaren om de geadviseerde aanpassingen niet op te nemen?

2. Artikelen

Artikel I

Onderdeel L

Is er samenhang tussen de voorgestelde wijziging van artikel 116, derde lid en de aanhangige wetsvoorstellen betrefffende de bezwaarprocedure (27 563) en de samenvoeging van afdelingen 3.4 en 3.5 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) (27 023)? Zo ja, hoe verhouden deze wetsvoorstellen zich dan tot elkaar, vragen de leden van de PvdA-fractie.

Onderdeel M, O en U

De leden van de PvdA-fractie kunnen instemmen met de voorgestelde wijzigingen van de artikelen 156, 165 en 187 naar aanleiding van het advies van de Raad van State. In dit verband vragen deze leden waarom het advies van de Raad van State niet is overgenomen om de bevoegdheid tot het beslissen op bezwaar expliciet uit te zonderen van de mogelijkheid tot delegatie aan commissies, zoals is geregeld in de artikelen 156, 172 en 178 Gemeentewet.

Onderdeel N (en artikel II, onderdeel N)

Naar de mening van de leden van de PvdA-fractie kan het tweede lid wel eens leiden tot onnodige juridische complicaties over de bevoegdheid tot procederen in burgerlijke zaken, inclusief kort gedingen in eerste aanleg. Wat is er op tegen om het college bevoegd te maken in alle burgerlijke zaken in eerste aanleg, tenzij de raad daarover in voorkomende gevallen een beslissing heeft genomen?

Onderdeel T

De leden van de PvdA-fractie vragen op welke besluiten gedoeld wordt in artikel 177. Voorts verzoeken deze leden de regering voorbeelden te geven welke «andere handelingen» wel of niet verricht mogen worden bij inwerkingtreding van dit artikel.

De voorzitter van de commissie,

De Cloe

De griffier van de commissie,

De Gier


XNoot
1

Samenstelling: Leden: Schutte (GPV), Te Veldhuis (VVD), ondervoorzitter, De Cloe (PvdA), voorzitter, Van de Camp (CDA), Van den Berg (SGP), Scheltema-de Nie (D66), Van der Hoeven (CDA), Van Heemst (PvdA), Oedayraj Singh Varma (GroenLinks), Rijpstra (VVD), Noorman-den Uyl (PvdA), Hoekema (D66), Dankers (CDA), O.P.G. Vos (VVD), Rehwinkel (PvdA), Wagenaar (PvdA), Luchtenveld (VVD), De Boer (PvdA), Verburg (CDA), Rietkerk (CDA), Halsema (GroenLinks), Kant (SP), Duijkers (PvdA), Balemans (VVD) en De Swart (VVD).

Plv. leden: Rouvoet (RPF), Van Beek (VVD), Zijlstra (PvdA), Van Wijmen (CDA), Ravestein (D66), Augusteijn-Esser (D66), Balkenende (CDA), Barth (PvdA), Rabbae (GL), Cherribi (VVD), Gortzak (PvdA), Dittrich (D66), Wijn (CDA), Van den Doel (VVD), Van Oven (PvdA), Apostolou (PvdA), Cornielje (VVD), Kuijper (PvdA), Mosterd (CDA), Eurlings (CDA), Van Gent (GroenLinks), Poppe (SP), Belinfante (PvdA), Essers (VVD) en Nicolaï (VVD).

Naar boven