nr. 14
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 5 november 2008
Conform mijn toezegging tijdens het Algemeen Overleg op 21 mei 2008
over de EVDB-missie in Kosovo wil ik u hierbij aanvullend informeren over
de inzet van Nederlandse politie in vredesmissies. Gelijktijdig wil ik, mede
namens de minister van Buitenlandse Zaken en de minister van Defensie, met
deze brief ingaan op uw recente verzoek om informatie over nieuwe ontwikkelingen
op dit gebied.
De Nederlandse politie neemt sinds 2001 op structurele basis deel aan
vredesmissies1. Het kader voor deelname is vastgelegd
in een nota van de ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
ministerie van Buitenlandse Zaken en ministerie van Defensie aan de Tweede
Kamer (TK 27 476 van 1 oktober 2000).
De inzet van politiefunctionarissen tijdens vredesmissies dient verschillende
doelstellingen; bevorderen van de internationale rechtsorde, handhaving van
regionale stabiliteit, bijdragen aan nationale veiligheid, bevorderen van
een intensieve internationale politiesamenwerking en de ontwikkeling van een
internationaal politienetwerk.
De internationale vraag naar politiefunctionarissen bij vredesmissies
is de laatste jaren toegenomen. Niet alleen omdat er sprake is van een groeiend
aantal vredesmissies maar ook omdat steeds vaker wordt onderkend dat de politie
een belangrijke rol vervult bij vredesmissies.
Om de bovengenoemde doelstellingen zoveel mogelijk te bewerkstelligen
en de uitgezonden politiefunctionarissen zo effectief en relevant mogelijk
in te zetten, heb ik een nieuwe beleidsvisie met een hoger ambitieniveau ontwikkeld.
In deze brief zal ik de belangrijkste voorgenomen beleidswijzigingen toelichten
en de stand van zaken aangeven.
Verruiming van de inzet
In de huidige situatie verricht de Nederlandse politie tijdens vredesmissies
niet-executieve taken die veelal waarnemend en adviserend van aard zijn.
Om meer flexibel en effectief bij te kunnen dragen aan het vervullen van
de eerder genoemde doelstellingen en de inzet van de politiefunctionarissen
zoveel mogelijk te kunnen koppelen aan de operationele belangen van de politie
ben ik voornemens om de inzet van de Nederlandse politie te verbreden door
executieve inzet mogelijk te maken. Ook wil ik politiefunctionarissen in relatief
meer risicovolle gebieden in gaan zetten. De voorgenomen participatie van
de Nederlandse politie in de EUPOL-missie in Afghanistan is daarvan een goed
voorbeeld.
Uiteraard is executieve inzet alleen mogelijk indien het mandaat van de
missie daar in voorziet. Het is ook niet de bedoeling dat het een vanzelfsprekendheid
wordt. De te verrichtten taken vormen een onderdeel van de integrale beoordeling
van de veiligheidssituatie. Een verzoek tot bijdrage waarin executieve inzet
aan de orde is zal door mij – naast veiligheid, een adequaat immuniteitenregime
en inpasbaarheid in het vigerende beleid – dan ook onder meer getoetst
worden op het feit of de beginselen van proportionaliteit en subsidiariteit
opgenomen zijn in de geweldsinstructie.
Om executieve inzet mogelijk te maken dient het besluit «beschikbaarstelling
politieambtenaren bij vredesmissies» aangepast te worden. Ik heb hierover
met de politievakbonden overeenstemming bereikt en naar verwachting treedt
het aangepaste besluit begin volgend jaar in werking.
Vergroting van de kwantitatieve inspanning
Naast verruiming van de inzet wil ik de effectiviteit en relevantie van
de inzet ook vergroten door meer politiefunctionarissen beschikbaar te hebben.
Momenteel kunnen maximaal 40 politiefunctionarissen per jaar worden uitgezonden.
Mijn streven is om voldoende ruimte te creëren om maximaal 100 personen
per jaar uit te zenden.
Dit aantal is overigens geen doel op zich, maar nadrukkelijk een maximum.
Voordat substantieel meer politiefunctionarissen kunnen worden uitgezonden
moet een aantal randvoorwaarden worden ingevuld. Zo zal de zogenaamde «pool»
van uit te zenden politiefunctionarissen worden uitgebreid. Daarnaast streef
ik naar meer diversiteit (o.a. in specialisme, rang en sekse) in het aanbod.
Op deze wijze kan beter aan de vraag naar specifieke kwaliteiten van de Nederlandse
politie worden voldaan en wordt de mogelijkheid van een plaatsing, ook op
hoge functies, vergroot.
Deze en andere afspraken zijn in een convenant vervat dat ik binnenkort
hoop te tekenen met de Nederlandse korpsbeheerders.
Intensivering van de samenwerking en versterking van het
uitzendmechanisme
Voor de Nederlandse politie zijn uitzendingen in het kader van vredesmissies –
in tegenstelling tot het ministerie van Defensie – geen kerntaak. Om
de effectiviteit en de efficiency van de Nederlandse inbreng bij dergelijke
missies te bevorderen, wordt de samenwerking met andere ministeries geïntensiveerd.
Hierbij wordt vooral aansluiting gezocht bij het ministerie van Defensie.
De samenwerking zal in het bijzonder gericht zijn op het traject voor en na
uitzendingen. Hierbij kunt u bijvoorbeeld denken aan gezamenlijke opleidingen
en trainingen. Ook zal in toenemende mate gebruik worden gemaakt van de faciliteiten
van het ministerie van Defensie tijdens gezamenlijke missies. Hierbij kan
gedacht worden aan huisvesting en medische faciliteiten.
In alle gevallen wordt nadrukkelijk gekeken naar de bestaande praktijk
van het ministerie van Defensie.
De intensivering van de samenwerking met het ministerie van Defensie wordt
vastgelegd in een convenant.
De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,
G. ter Horst
BIJLAGE
Overzicht deelname politiefunctionarissen aan vredesmissies
sinds 2000
Sinds de invoering van het Nederlands beleid rond politievredesmissies
in 2000 heeft Nederland een continue inzet in vredesmissies van rond de 30
fte per jaar.
Sinds 2000 hebben Nederlandse politiefunctionarissen aan de onderstaande
vredesmissies deelgenomen:
• Albanië (ECPAP)
• Kosovo (KPSS/EULEX)
• Bosnië-Herzovina (EUPM)
• Servië en Montenegro (OVSE)
• Macedonië (PROXIMA I en II)
• Soedan UN Beiroet (EU steun aan AMIS II)
• Afghanistan (EU/ISAF)
Momenteel (najaar 2008) zijn Nederlandse politiefunctionarissen actief
in de onderstaande missies:
• Soedan UN Beiroet (EU steun aan AMIS II) (4 politiefunctionarissen)
• Kosovo (EULEX) (5 politiefunctionarissen)
• Servië en Montenegro (OVSE) (1 politiefunctionarissen)
• Cyprus (UNFICYP) (7 politiefunctionarissen)
• Bosnië-Herzovina (EUPM) (6 politiefunctionarissen)
Mogelijke bijdragen aan vredesmissies in Afghanistan (EUPOL) en Georgie
(EUMM) zijn in voorbereiding.