Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2000-200127472 nr. 9

27 472
Aanpassing van wetten in verband met de vervanging van de gulden door de euro (Aanpassingswet euro)

nr. 9
AMENDEMENT VAN DE LEDEN CRONE EN GISKES

Ontvangen 13 juni 2001

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

In hoofdstuk 12 wordt na artikel 3 een artikel tussengevoegd, luidende:

Artikel 3a

1. Bij de omzetting in euro van door het Rijk, een provincie, een gemeente of een waterschap bij wettelijk voorschrift vastgestelde geldbedragen, wordt het bedrag in euro zoveel mogelijk vastgesteld op het overeenkomstig verordening (EG) nr. 1103/97 van de Raad van de Europese Unie van 19 juni 1997 (PbEG L 162) berekende equivalent van het bedrag in guldens.

2. Indien verdere afronding noodzakelijk is, wordt het bedrag in euro zoveel mogelijk zodanig vastgesteld, dat de burger van de afronding geen nadeel ondervindt.

3. In afwijking van het eerste en het tweede lid kan in bijzondere gevallen en gemotiveerd bij wettelijk voorschrift een ander bedrag in euro worden vastgesteld.

4. Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op de omzetting in euro van geldbedragen die bij wettelijk voorschrift zijn vastgesteld door een gemeenschappelijk orgaan of een bestuursorgaan van een openbaar lichaam dat met toepassing van de Wet gemeenschappelijke regelingen is ingesteld.

Toelichting

Het eerste lid geeft als hoofdregel, dat bedragen zoveel mogelijk technisch worden omgezet, overeenkomstig de op Europees niveau vastgestelde rekenregels. Praktisch betekent dit, dat het guldensbedrag word gedeeld door 2, 20 371, waarna het resultaat wordt afgerond op twee decimalen. Het tweede lid bevat het uitgangspunt dat, indien toch moet worden afgerond, de afronding niet ten nadele van de burger mag werken. Het derde lid bepaalt dat de decentrale overheden in uitzonderingsgevallen en indien gemotiveerd zelf van deze regels mogen afwijken. Dit is noodzakelijk, omdat er in een enkel geval toch goede redenen kunnen zijn om bijvoorbeeld enigszins naar boven af te ronden. Het vierde lid zorgt ervoor, dat het artikel ook geldt voor samenwerkingsverbanden van decentrale overheden.

Langs deze weg wordt duidelijk gemaakt dat alle overheden bij de omzetting van de Euro het goede voorbeeld moeten geven, ook aan het bedrijfsleven.

Crone

Giskes