27 466
Wijziging van de Wet inkomstenbelasting 2001, de Invoeringswet Wet inkomstenbelasting 2001 en enige andere belastingwetten c.a. (Veegwet Wet inkomstenbelasting 2001)

nr. 10
AMENDEMENT VAN DE LEDEN DIJSSELBLOEM EN DE VRIES

Ontvangen 20 november 2000

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

Artikel IX, onderdeel B.12., wordt als volgt gewijzigd:

I

De aanhef komt als volgt te luiden:

Na onderdeel AKa worden twee nieuwe onderdelen ingevoegd, luidende:

II

Na het voorgestelde onderdeel AKaa wordt een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

AKab. Overgangsrecht eigenwoningregeling bij echtscheiding

Voor zover per 31 december 2000 een woning de belastingplichtige niet meer anders dan tijdelijk ter beschikking staat als hoofdverblijf, maar zijn gewezen partner wel, wordt de termijn als genoemd in artikel 3111, vierde lid, van de Wet IB 2001 geacht te zijn aangevangen op 1 januari 2001.

Toelichting

In het vierde lid van artikel 3111 van de Wet IB 2001 is een tijdelijke voorziening opgenomen, waardoor in gevallen van echtscheiding gewezen echtgenoten of partners de voormalige woning die hen niet meer als hoofdverblijf ter beschikking staat, gedurende ten hoogste twee jaren kunnen aanmerken als eigen woning indien de woning de andere gewezen echtgenoot of partner anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staat. Voor reeds bestaande echtscheidingsgevallen kan het echter gebeuren dat, afhankelijk van het tijdstip waarop de scheiding heeft plaatsgevonden, de overbruggingsperiode van 2 jaar op dat moment (voor een deel) reeds is verstreken, waardoor zij per 1 januari 2001 per direct met de nieuwe regeling geconfronteerd zullen worden. Met dit amendement wordt geregeld dat de termijn voor reeds bestaande echtscheidingsgevallen op 31 december 2000, wordt geacht te zijn aangevangen op 1 januari 2001. Indien voor bestaande echtscheidingssituaties geen overgangsregeling wordt getroffen, zouden zich situaties kunnen voordoen waarbij belastingplichtigen met ingang van 1 januari 2001 onmiddellijk zouden worden geconfronteerd met het vervallen van de hypotheekrenteaftrek. Met de voorgestelde overgangsregeling wordt voorkomen dat belastingplichtigen als gevolg daarvan in de financiële problemen zouden raken.

Dijsselbloem

De Vries

Naar boven