Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum brief
Tweede Kamer der Staten-Generaal2000-200127458 nr. 1

27 458
Snellere installatie Tweede Kamer

nr. 1
BRIEF VAN DE MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN KONINKRIJKSRELATIES

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 13 oktober 2000

Hierbij zend ik u de notitie, die door de Minister-President tijdens de Algemene Politieke Beschouwingen is toegezegd naar aanleiding van een verzoek van het kamerlid Melkert.

Deze notitie behandelt de mogelijkheid om tot een zodanige inkorting van de benoemings- en installatieprocedure van de nieuwe Tweede Kamer te komen dat deze binnen een week na de dag van stemming bijeen kan komen.

Hoewel de notitie ook enige conclusies bevat, heeft zij een verkennend karakter.

De Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

K. G. de Vries

NOTITIE

1. Aanleiding

Bij de algemene politieke beschouwingen op 20 en 21 september jl. werden door de heer Melkert de volgende twee vragen aan de orde gesteld.

1. Vereist snellere installatie van de TK na de verkiezingen wijziging van de Kieswet?

2. Wat kan de TK in dit verband zelf doen?

In diens antwoord gaf de Minister-president het volgende aan:

1. Op dit moment is de eerste samenkomst van de nieuwe Tweede Kamer wettelijk vastgelegd op dertien dagen na de dag van stemming. Snellere installatie vergt dan ook wijziging van de Kieswet.

2. Binnen die termijn dienen de Kiesraad, de Commissie Onderzoek van de Geloofsbrieven en de Tweede Kamer de definitieve uitslag te hebben vastgesteld resp. dienen de nieuwe kamerleden toegelaten en beëdigd te zijn. De Kiesraad heeft ten minste 5 volle dagen nodig voor het vaststellen van de definitieve uitslag. De inkorting van de termijn naar minder dan dertien dagen zal dus vooral ten koste gaan van de tijd voor de Commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven.

De heer Melkert verzocht de regering daarop na te gaan wat een zodanige inkorting van het totale proces in de weg staat dat de nieuwe Kamer binnen een week na de verkiezingen bijeenkomt. Daarover zou dan bij de begrotingsbehandeling van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gesproken kunnen worden aan de hand van een verkennende notitie. Die notitie moet de Kamer de mogelijkheid bieden om zelf tot een afweging te komen.

2. Wettelijke termijn

Op dit moment is de eerste samenkomst van de nieuwe Tweede Kamer na reguliere verkiezingen wettelijk vastgelegd op dertien dagen na de dag van stemming.

De Kieswet geeft deze termijn niet direct aan, maar doet dit door te bepalen wanneer de datum van de stemming – via de datum van de kandidaatstelling – valt en de datum waarop de nieuwe kamer aantreedt.

De kandidaatstelling vindt plaats op de dinsdag in de periode van 18 – 24 januari (F 1, eerste lid, Kieswet), de stemming is dan op de woensdag in de periode van 1 – 7 maart (J 1 Kieswet) en de dag van eerste samenkomst valt samen met de dag van aftreden van de «oude» Tweede Kamer op de dinsdag in de periode van 14 – 20 maart (C 1, tweede lid, Kieswet).

Indien Tweede-Kamerverkiezingen in hetzelfde jaar plaatsvinden als gemeenteraads- of provinciale statenverkiezingen zijn die data respectievelijk de dinsdag in de periode van 22 – 28 maart (F 1, tweede lid, Kieswet), de woensdag in de periode van 4 – 10 mei (J 1 Kieswet) en de dinsdag in de periode van 17 – 23 mei (C 3, eerste lid Kieswet).

Hierbij moet worden opgemerkt dat in geval van (tussentijdse) ontbinding van de Tweede Kamer deze tijdstippen niet uit de wet voortvloeien doch uit het koninklijk besluit tot ontbinding van de kamer. Daarin pleegt te worden aangesloten bij de termijnen die in de wet zijn vastgelegd voor de reguliere verkiezingen.

Een verkorting van de termijn tussen de dag van stemming en de dag van eerste samenkomst vergt dus een wijziging van de Kieswet.

3. Praktijk

In de praktijk vanaf 1972 duurde het gemiddeld 6 dagen (zie tabel) voordat de Kiesraad de definitieve uitslag van de verkiezingen voor de leden van de Tweede Kamer had vastgesteld en bekendgemaakt. De termijn wordt beïnvloed doordat er een weekeinde in valt en eventueel door feest- en gedenkdagen. Op dit punt is het bij de Tweede Kamer aanhangige wetsvoorstel 27 009 van belang. Op grond van de huidige Kieswet vindt bij samenval van de Tweede-Kamerverkiezingen met gemeenteraads- of statenverkiezingen in één jaar, de Tweede-Kamerverkiezing plaats op de woensdag in de periode van 4 – 10 mei. In het wetsvoorstel 27 009 wordt voorgesteld die periode met een week te verschuiven naar de periode van 11 – 17 mei, zodat de verkiezing van de Tweede Kamer plaatsvindt op de woensdag in die periode.

StemmingUitslag door centraal stembureau
29 november 19724 december 1972 (5 dagen)
25 mei 197731 mei 1977 (6 dagen)
26 mei 19812 juni 1981 (7 dagen)
8 september 198214 september 1982 (6 dagen)
21 mei 198627 mei 1986 (6 dagen)
6 september 198911 september 1989 (5 dagen)
3 mei 199410 mei 1994 (7 dagen)

Bij de laatste Tweede-Kamerverkiezingen in 1998 bleek in de gemeente Gramsbergen de uitslag van een aantal stembureaus niet te zijn meegeteld, waardoor de uiteindelijke uitslag later dan gebruikelijk definitief vastgesteld werd.

De eerste uitslag van de TK verkiezingen op 6 mei 1998 was door de Kiesraad op 11 mei 1998 vastgesteld. Op 13 mei 1998 ontving de Commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven een brief van de voorzitter van het Hoofdstembureau Zwolle dat de totaaluitslag van de gemeente Gramsbergen niet correct was aangeleverd, waardoor aanmerkelijke verschillen ontstonden in de totaaltelling die ten grondslag had gelegen aan het vaststellen door het centraal stembureau van de uitslag van de verkiezingen. De Commissie bracht op 18 mei 1998 verslag uit aan de Tweede Kamer met het voorstel om één lid niet toe te laten wegens de onjuistheid van de vaststelling van de uitslag. De Tweede Kamer heeft conform dit voorstel besloten. De Kiesraad heeft daarna op 19 mei 1998 de herziene uitslag – inclusief de uitslagen van de drie ontbrekende stembureaus – vastgesteld.

De vaststelling van de uitslag door de Kiesraad vergt ten minste vijf dagen. Dit laat zich als volgt verklaren.

Op de tweede dag na de stemming (vrijdag) vergaderen de hoofdstembureaus om de uitslag voor hun kieskring te berekenen.

Ingevolge artikel O 1 van de Kieswet dient het hoofdstembureau op de tweede dag na die van de stemming zitting te houden tot vastelling van de uitslag.

Een vervroeging van deze zitting is niet mogelijk, omdat de donderdag na de stemming nodig is om via de betrokken burgemeesters de gegevens van de stembureaus te verkrijgen en te verwerken, alsmede zonodig contact op te nemen met de gemeenten over eventuele onduidelijkheden. De stembureaus verrichten op de avond van de stemming een aantal handelingen ter voorbereiding van de uitslagberekening door het hoofdstembureau (met name artt. N 1 tot en met N 10 Kieswet).

De voorzitter van het hoofdstembureau zendt terstond een afschrift van het proces-verbaal naar de voorzitter van de Kiesraad (O 4, eerste lid, Kieswet). Deze kan de processen-verbaal nog op dezelfde dag (vrijdag) ontvangen. In 1998 is dat ook gebeurd bij de Tweede Kamerverkiezingen.

Het centraal stembureau (de Kiesraad) kan doorgaans de vrijdag na de stemming beginnen met het berekenen van de uitslag, maar heeft de maandagochtend daarna nodig om nog eventuele problemen op te lossen of navraag te doen bij bijvoorbeeld de hoofdstembureaus naar onduidelijkheden.

Niet eerder dan op maandagmiddag, de vijfde dag na de stemming, kan de uitslag door de Kiesraad worden vastgesteld.

Ingevolge artikel P 20 van de Kieswet maakt de voorzitter van de Kiesraad de uitslag van de verkiezingen zo spoedig mogelijk bekend. Destijds is bewust geen tijdslimiet verbonden aan de vaststelling en de bekendmaking van de uitslag door de voorzitter, omdat de omvang van de werkzaamheden per soort verkiezing verschillen en uit de Kieswet al een uiterste termijn voortvloeit door de bepaling van de eerste dag van samenkomst van de nieuwe kamer (zie hiervoor onder 2). Bij de Tweede Kamerverkiezingen in 1998 werd op de maandagmiddag na de verkiezingen door de Kiesraad de officiële uitslag vastgesteld en bekendgemaakt.

Op de (maan)dag van de bekendmaking van de uitslag zendt de voorzitter van de Kiesraad het proces-verbaal van de uitslag aan de Tweede Kamer (art. P 24 Kieswet).

Op de dag daarna, in dit geval de dinsdag werd aan de benoemden schriftelijk kennisgegeven van hun benoeming door de voorzitter van de Kiesraad. De wet schrijft voor dat deze kennisgeving moet plaatsvinden uiterlijk op de derde dag na de vaststelling van de uitslag van de verkiezing (art. V 1, eerste lid, Kieswet). Dit voorschrift heeft bij een verkorting van de totale termijn geen betekenis en zou gewijzigd kunnen worden in bijv. uiterlijk de dag na de vaststelling.

Tevens werd op die dinsdag de voorzitter van de Tweede Kamer in kennis gesteld van de benoemingen. Deze in kennis stelling strekt de benoemde tot geloofsbrief (art. V 1, derde lid, Kieswet). Op grond van de wet vinden de kennisgeving aan betrokkene resp. aan de voorzitter van de Tweede Kamer op hetzelfde moment plaats.

Zo spoedig mogelijk na de vaststelling maakt de voorzitter van de Kiesraad de uitslag van de verkiezing bekend in de Staatscourant (art. P 23, eerste lid, Kieswet).

4. Commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven

Vervolgens moeten de gekozenen de gelegenheid krijgen om hun benoeming te aanvaarden en de vereiste stukken over te leggen, waarna de kamer nog over de toelating moet beslissen. Daarbij neemt de Commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven de processen-verbaal van de ongeveer 10 000 stembureaus door en brengt verslag uit aan de TK. Dit vergt blijkens de inlichtingen van de griffier van de commissie ongeveer een halve dag controle en een halve dag voor het opstellen van het rapport van de Commissie. Hierbij is van belang dat de Commissie de processen-verbaal tijdig verkrijgt. Afspraak is dat op de vrijdag na de stemming door de hoofdstembureaus een afschrift van de processen-verbaal van de stembureaus en hoofdstembureaus wordt bezorgd bij de Tweede Kamer; daarmee kan de Commissie voor het onderzoek van de Geloofsbrieven op de vrijdag na de stemming over deze afschriften beschikken. In artikel O 4, tweede lid, van de Kieswet is al wettelijk geregeld dat de voorzitters van de hoofdstembureaus deze afschriften aan de Tweede Kamer dienen te zenden. In de wet zou nog kunnen worden vastgelegd dat dit op de vrijdag na de stemming dient te geschieden, doch, zoals uit het voorgaande blijkt, zou dit slechts vastlegging van de bestaande praktijk betekenen.

Blijkens artikel 19 van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer brengt de Commissie de Kamer schriftelijk of mondeling verslag uit over de toelating van de leden, en zo nodig over het verloop van de verkiezingen en de vaststelling van de uitslag.

Door deze formulering heeft de Commissie de vrijheid om zelf te bepalen hoe uitgebreid haar rapportage is. Alleen het onderdeel over de toelating van de leden is verplicht.

Uitgaande van de in kennisstelling aan betrokkene van diens benoeming op de dinsdag na de verkiezingen zou deze dag ook gebruikt kunnen worden voor aanvaarding van de benoeming en het overleggen van de benodigde papieren door de verkozen kamerleden.

Daarbij kan meespelen dat sommige kandidaten door het systeem van voorkeurzetels daarop niet voorbereid zijn, omdat hun verkiezing gezien hun plaats op de kandidatenlijst onverwacht is. Dit kan enige vertraging geven.

Op woensdag of donderdag (om meer respijt te hebben in geval van onverwachte vertragingen) kunnen de nieuwe leden vervolgens toegelaten worden. Over de toelating beslist de Kamer in oude samenstelling. Hoe dit precies georganiseerd wordt, is uiteraard een zaak van de Tweede Kamer.

In het geheel van de procedure is het van belang op te merken dat besluiten tot toelating van Tweede Kamerleden onherroepelijk zijn, omdat daartegen geen beroep bij een rechter mogelijk is. Bovendien beslist op grond van artikel 2, derde lid, van het Reglement van Orde van de Tweede Kamer de aftredende kamer over de toelating van leden die benoemd zijn verklaard na periodieke aftreding of ontbinding.

Dit betekent dat er met de huidige wettelijke termijnen een termijn van dertien dagen na de stemming bestaat, waarbinnen eventuele fouten geconstateerd en gecorrigeerd kunnen worden.

In de zaak Gramsbergen (zie hiervoor onder 3) kwam de fout zeven dagen na de verkiezingsdag aan het licht. Vervolgens diende de oude kamer te beslissen tot niet-toelating van één lid en de Voorzitter van de Kiesraad opdracht te geven de uitslag opnieuw vast te stellen. Nadat de Kiesraad dat had gedaan diende opnieuw de kamer in de oude samenstelling te beslissen over de toelating van het laatst gekozen kamerlid. Dit alles bleek nog juist mogelijk binnen de wettelijke termijn voor de eerste samenkomst van de nieuwe kamer.

Indien de totale termijn 7 dagen had beslagen, dan lijkt mij deze aan de korte kant voor het constateren en corrigeren van een dergelijke fout. Anderzijds betreft het hier een uniek geval.

Wellicht zou in het Reglement van Orde van de Tweede Kamer kunnen worden opgenomen dat in een dergelijk geval in afwijking van het derde lid van artikel 2, de nieuwe – onvolledige – kamer beslist over de toelating van het kamerlid waarover de zeteldiscussie ging.

5. Conclusies

Naar mijn mening is het niet onmogelijk om de totale procedure in 7–8 dagen doorlopen te hebben. Daartoe is wijziging van de Kieswet nodig en daartoe ben ik desgewenst gaarne bereid.

De Kiesraad kan de uitslag van de Tweede Kamerverkiezingen niet eerder dan op de vijfde dag na de stemming vaststellen.

De termijn van 7–8 dagen is aan de korte kant voor het corrigeren van eventuele fouten.

Of de Tweede Kamer een termijn van enkele dagen voor de procedures die zij moet volgen voor de toelating van nieuwe leden voldoende vindt, laat ik aan haar oordeel over.

BIJLAGE Schematische indeling kortst mogelijke procedure

Dag van stemmingwoensdag
Handelingen stembureauswoensdagavond
Berekening uitslag hoofdstembureausvrijdag
Verzending processen-verbaal aan de Kiesraad en aan de commissie voor het Onderzoek naar de Geloofsbrieven Tweede Kamervrijdag
Uitslagberekening door Kiesraadvrijdag/zaterdag/zondag
Verificatie uitslagberekening bij hoofdstembureaus door Kiesraadmaandagochtend
Vaststelling/bekendmaking uitslag door Kiesraadmaandagmiddag
Kennisgeving benoemingen en geloofsbrievenonderzoek Commissiedinsdag
Beslissing oude Tweede Kamer over toelating nieuwe ledenwoensdag
Uitloopdag proceduredonderdag