27 456
Beleidsplan Douane 2001–2005

nr. 1
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN FINANCIËN

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 29 september 2000

Hierbij zend ik u het Beleidsplan Douane, de voortgangsrapportage van de nota rechtshandhaving Douane en een brief die namens de directeur Douane is verzonden aan de districtshoofden van de douane1. Dit laatste naar aanleiding van een verzoek dat mij op informele wijze heeft bereikt.

Met betrekking tot deze brief hecht ik aan enige toelichting mijnerzijds.

De Belastingdienst en daarmee ook de douane, kent een systeem van verantwoording en rapportage door middel van maand-, kwartaal- en jaarrapportages. De maand- en kwartaalrapportages bevatten de resultaten op hoofdlijnen, de jaarrapportages betreffen alle resultaatgebieden. De divisies en facilitaire diensten rapporteren aan de directeur-generaal Belastingdienst. De rapportages worden in de directieraad van de Belastingdienst besproken.

Bij tegenvallende resultaten van een specifiek dienstonderdeel vindt daarnaast overleg plaats tussen de directeur en de directeur-generaal.

Bij de tweede kwartaalrapportage 2000 bleken de resultaten van de douane op een aantal gebieden te gaan tegenvallen ten opzichte van de planning. Om de urgentie van analyse en maatregelen te benadrukken, heeft de directeur Douane daarom zijn districtshoofden ook schriftelijk laten weten dat het noodzakelijk was onmiddellijk actie te nemen, zowel op het analyserende vlak als met betrekking tot het treffen van maatregelen.

Inmiddels is die actie ook genomen, zowel in gezamenlijk divisieraadverband als per individueel district. De acties geven mij het vertrouwen dat het totale toezichtsniveau van de douane ook in 2000 voldoende zal zijn.

De Staatssecretaris van Financiën

W. J. Bos

Beleidsplan De 2001–2005

INHOUD blz.

INLEIDING3
   
TOELICHTING OP DE INHOUD4
   
1.KENSCHETS DOUANE4
1.1.Douane als divisie van de Belastingdienst4
1.2.Douane als rechtshandhavingsorganisatie5
1.3.Relatie tussen controle en opsporing5
   
2.WIJZE VAN WERKEN6
2.1.Uitgangspunten6
2.2.Kernfuncties Rechtshandhaving6
2.3.Formaliteitenstelsel7
2.4.Risicogericht werken8
   
3.ONTWIKKELINGEN 2001–20059
3.1.Globalisering en digitalisering9
3.2.Internationale handelspolitiek9
3.3.Uitbreiding Europese Unie10
3.4.Europese wet- en regelgeving10
3.5.Samenwerking Europese douanediensten11
3.6.Transport en logistiek11
3.7.Nationale fiscale wetgeving12
   
4.ACTUELE SITUATIE DOUANE12
   
5.STREEFBEELD DOUANE 200513
5.1.Inleiding13
5.2.Dienstverlening14
5.3.Selectie en Informatie14
5.4.Aangiftebehandeling16
5.5.Controle en Klantbehandeling16
   
6.BELEIDSTHEMA'S EN SPEERPUNTEN18
6.1. Inleiding18
6.2.Versterking stopfunctie18
6.3. Versterking bewakingfunctie20
6.4. Versterking heffing- en inningfunctie21
6.5. Intensivering fraudebestrijding21
6.6. Informatisering en Automatisering23
   
7.ORGANISATORISCHE EN PERSONELE ASPECTEN24
7.1.Allocatie en personeelsplanning24
7.2. Procesmatige organisatie24
7.3. Resultaatgericht werken25
7.4.Opleidingen25
7.5. Mobiliteit25
7.6.Motivatie26
7.7. Communicatie26
   
BIJLAGE. KWALITATIEVE EN KWANTITATIEVE PRODUCTIE-NORMEN28

Inleiding

De Douane vervult belangrijke maatschappelijke taken. Zij oefent toezicht uit op goederenstromen aan de buitengrenzen van de EU. Van oudsher is deze taak gericht op het innen van douanerechten en andere belastingen bij invoer en op het verrichten van controles bij uitvoer. Daarnaast verricht de Douane taken voor het goede functioneren van de Europese markt, zoals het tegengaan van prijsdumping en het uitvoeren van de Europese marktordeningen.

De laatste decennia is de bescherming van de Europese samenleving tegen gevaarlijke en illegale producten een belangrijke rol gaan spelen. Controles vinden in dit kader plaats aan de buitengrenzen. Zo controleert de Douane in te voeren producten op bijvoorbeeld volksgezondheids-, milieu- en veiligheidsaspecten. Ook het onderscheppen van de zgn. hoogcriminele goederen (waaronder drugs) draagt bij aan de bescherming van de kwaliteit van de samenleving.

Ook aan de binnengrenzen vinden douanecontroles plaats. Met de komst van het Mobiel Toezicht Goederenvervoer in 1998 is dit toezicht versterkt. Daarbij wordt ook toezicht uitgeoefend op de naleving van niet-fiscale maatregelen. Controles aan de binnengrenzen en in het binnenland hebben met name de vorm van gerichte acties. Deze acties worden zelfstandig of in samenwerking met beleidsdepartementen en/of andere handhavingsdiensten uitgevoerd.

Aan het begin van de 21ste eeuw staat de Douane voor de uitdaging een toenemende werklast op te vangen. Immers, de goederen- en aangiftenstroom neemt toe waardoor meer formaliteiten en meer controles moeten worden verricht. Ook wordt een groter beroep op de Douane gedaan om bij te dragen aan de uitvoering van niet-fiscale maatregelen. Om deze uitdaging aan te gaan wil de Douane optimaal gebruik maken van informatietechnologie, waardoor zij zich van een «documentgerichte dienst» tot een «elektronische dienst» ontwikkelt.

Het Beleidsplan Douane 2001–2005 staat in het teken van versterking van de primaire controle- en toezichttaken van de Douane. De inzet van mensen en middelen zal worden gericht op de kernfuncties van de Douane als rechtshandhavingsorganisatie. Deze kernfuncties zijn: stoppen (bewaken buitengrenzen), bewaken (toezicht op naleving formaliteitenstelsel) en heffen/innen (veiligstellen van Europese en nationale inkomsten).

Elementen van de aanpak zijn:

• concentratie van de inzet van mensen en middelen op risico's en verwachte kwantitatieve en kwalitatieve opbrengsten;

• inzetten van extra capaciteit in fysiek toezicht;

• meer mobiel worden van het toezicht; er is een alerte en flexibele organisatie nodig in een zich snel ontwikkelende en veranderende economie;

• een forse automatiseringsinspanning, waardoor routinematige en administratief getinte taken sneller, efficiënter en effectiever kunnen worden uitgevoerd en kwaliteitsverbetering in controle en toezicht kan worden gerealiseerd.

Het als Bijlage opgenomen overzicht van kwalitatieve en kwantitatieve productienormen past in het «Streefbeeld Douane 2005». De inspanningen zijn er op gericht om – met inachtneming van de te realiseren instroom en de daaraan gekoppelde opleidingsactiviteiten – deze normen al zoveel mogelijk in 2001 te realiseren.

Toelichting op de Inhoud

Hoofdstuk 1 bevat een kenschets van de Douane als onderdeel van de Belastingdienst en als rechtshandhavingsorganisatie en beschrijft de relatie tussen controle en opsporing.

Hoofdstuk 2 gaat in op de wijze van werken van de Douane: haar kernfuncties op het gebied van de rechtshandhaving, haar taken binnen het formaliteitenstelsel en haar aanpak van risicogericht werken.

Hoofdstuk 3 schetst de in de periode 2001–2005 verwachte omgevingsontwikkelingen die van invloed zijn op het functioneren van de Douane.

Hoofdstuk 4 gaat in op de huidige omstandigheden waarin de Douane zich bevindt.

Hoofdstuk 5 beschrijft het streefbeeld van de Douane in 2005 op de gebieden dienstverlening, selectie en informatie, aangiftebehandeling en controle en klantbehandeling.

Hoofdstuk 6 bevat de beleidsthema's voor de planperiode en de speerpunten voor de periode 2001–2002.

Hoofdstuk 7 gaat in op enkele belangrijke personele en organisatorische aspecten die zijn verbonden aan het voorgestelde beleid.

Als Bijlage is toegevoegd een overzicht van kwalitatieve en kwantitatieve productienormen behorende bij het Streefbeeld 2005.

1. Kenschets Douane

1.1. Douane als divisie van de Belastingdienst

De Douane is een onderdeel van de Belastingdienst. De permanente opdracht van de Belastingdienst is het doeltreffend en doelmatig uitvoeren van de opgedragen wet- en regelgeving. De strategische doelstelling van de Belastingdienst is het realiseren van compliance, dat wil zeggen het doen naleven van wet- en regelgeving door particulieren en bedrijven. De Douane is dan ook een rechtshandhavingsorganisatie. Om invulling te geven aan de strategische doelstelling van de Belastingdienst wordt in samenhang invulling gegeven aan:

• effectief toezicht gebaseerd op onderkende risico's;

• ondersteunen van aangevers in het nakomen van hun fiscale verplichtingen door het bieden van dienstverlening, snel en op maat;

• eenheid van beleid en uitvoering in de rechtstoepassing;

• waarborgen van rechtszekerheid en rechtsgelijkheid;

• intensieve en effectieve fraudebestrijding.

In het optreden van de Douane staan de basiswaarden van de Belastingdienst centraal: geloofwaardigheid, verantwoordelijkheid en zorgvuldigheid.

1.2. Douane als rechtshandhavingsorganisatie

De Douane is als rechtshandhavingsorganisatie belast met het controleren van de naleving van nationale en internationale regelgeving over de in-, uit- en doorvoer van goederen en de heffing van accijnzen. De daarbij behorende opgaven en bevoegdheden zijn gebaseerd op het Communautair Douanewetboek (CDW), de Toepassingsverordening CDW, de nationale douane- en accijnswetgeving en de Algemene Wet inzake Rijksbelastingen. Ook heeft de Douane taken op het gebied van de niet-fiscale wetten en -regelingen. Deze taken zijn van steeds groter belang en leveren een belangrijke bijdrage aan een gezonde, veilige en leefbare samenleving. Verder heeft de Douane taken op het gebied van de marktregulering van landbouwgoederen bij invoer en uitvoer.

De taakstelling van de Douane is daarmee complex en veelzijdig. Communicatie- en verantwoordingslijnen lopen naar de Minister en de Staatssecretaris van Financiën, naar andere beleidsdepartementen en naar de Europese autoriteiten.

1.3. Relatie tussen controle en opsporing

De Douane is vooral een controlerende dienst en houdt zich slechts in beperkte mate bezig met opsporing. De bevoegdheden van de Douane liggen primair op het gebied van rechtshandhaving: het uitoefenen van toezicht op de naleving van Europese en nationale wet- en regelgeving en het bevorderen van compliance. In de uitvoering van haar controle- en toezichttaken geeft de Douane bijzondere aandacht aan hoogcriminele goederen. In dit kader neemt de Douane deel aan bijzondere acties onder regie en verantwoordelijkheid van het Openbaar Ministerie. Deze acties worden gewoonlijk in samenwerking met andere controlediensten en/of met opsporingsdiensten verricht. Als voorbeelden kan worden verwezen naar de samenwerking in Kustwachtverband, de zgn. HitAndRunContainer(HARC)-teams en het Schipholteam.

De controlebevoegdheden van de Douane zijn in de wet vastgelegd, zoals bijv. het Communautair Douanewetboek, de Douanewet en de Algemene Wet Rijksbelastingen. De opsporingsbevoegdheden van de Douane vinden grotendeels hun basis in het Wetboek van Strafvordering. De Douane beperkt zich bij de uitoefening van haar opsporingsbevoegdheden tot de eerste fases van het opsporingstraject. Dat wil zeggen dat de Douane goederen die het object van een strafbaar feit vormen kan stoppen en zo nodig in beslag kan nemen. De Douane legt in een proces-verbaal de omstandigheden vast waaronder de goederen zijn aangetroffen, de verklaringen van de mogelijke verdachte en de vastgestelde feiten. Indien daarmee kan worden volstaan, dan handelt de Douane dit soort zaken verder zelf af. Dit gebeurt door aanbieding van een schikking ter voorkoming van strafvervolging, tenzij de fraude bepaalde drempelbedragen overschrijdt.

De opsporing van strafbare feiten is verder in beginsel opgedragen aan de Fiscale Inlichtingen en Opsporingsdienst (FIOD). Voor de aanmelding, transactie en vervolging van douanedelicten zijn in overleg met het Openbaar Ministerie richtlijnen vastgesteld. Daarin wordt beschreven welke zaken voor vervolging in aanmerking komen en welke procedure (aanmelding, selectieoverleg en tripartite-overleg) daarbij wordt gevolgd.

Voor de uitvoering van niet-fiscale douanemaatregelen zijn aan de Douane voornamelijk toezichthoudende – en – in een beperkt aantal gevallen opsporingsbevoegdheden toegekend. Afstemming is nodig met bijzondere opsporingsdiensten en met diensten die meer specifiek belastzijn met de handhaving van de niet-fiscale regelgeving. De Douane zal bij eenvoudige heterdaadzaken van minder ernstige aard een proces-verbaal opmaken. De Douane is in incidentele gevallen – bijv. eenvoudige delicten uit de Wet Bedreigde Uitheemse Diersoorten – door het Openbaar Ministerie gemandateerd om een bekeuring te geven. Zodra echter een nader opsporingsonderzoek nodig is en de afdoening niet meer past in de normale douanewerkzaamheden, wordt de zaak overgedragen aan de dienst die in het bijzonder is belast met de handhaving van de niet-fiscale regelgeving.

2. Wijze van werken

2.1. Uitgangspunten

De Douane verricht activiteiten in het kader van de rechtshandhaving. De Douane oefent generiek toezicht uit als basis voor de rechtshandhaving en specifiek toezicht op bepaalde risicogebieden. Het douanetoezicht is gebaseerd op het formaliteitenstelsel dat is vastgelegd in het Europese en nationale douanerecht. De Douane werkt daarbij vanuit een risicogerichte aanpak. Dat betekent dat controles worden verricht vanuit een analyse van de risico's verbonden aan goederen en aan actoren (klantgroepen). De Douane wil daarbij – met inachtneming van haar rechtshandhavingstaken – zo weinig mogelijk belemmeringen creëren voor het handelsverkeer. Zij onderkent immers haar positie in de logistieke keten. Ook betekent dit het leveren van een dienstverleningsniveau aan het bedrijfsleven dat voldoet aan hoge eisen van actualiteit, toegankelijkheid en beschikbaarheid.

2.2. Kernfuncties Rechtshandhaving

De rechtshandhavingstaken van de Douane kunnen worden gegroepeerd tot drie kernfuncties: stoppen, bewaken en heffen/innen. Per kernfunctie kunnen risico's en afdekkingsmaatregelen worden bepaald.

De stopfunctie van de Douane omvat:

• er op toezien dat goederen onder het wettelijk toezichtsysteem worden gebracht met de bedoeling het nakomen van fiscale en niet-fiscale verplichtingen;

• weren van goederen die niet op het Nederlands en/of Europees grondgebied zijn toegestaan ter uitvoering van niet-fiscale maatregelen;

• er voor zorgen dat bepaalde goederen het Europese grondgebied niet verlaten ter uitvoering van niet-fiscale maatregelen.

De stopfunctie richt zich op het onder het fiscale douanetoezicht brengen van goederen en op maatregelen ter bescherming van de gezondheid en veiligheid van mens, plant en dier. In het bijzonder richt de stopfunctie zich op het weren van zogenoemde hoogcriminele goederen, de controle van strategische goederen, de controle van de naleving van milieumaatregelen, de bescherming van cultuurbezit, het verhinderen van de in-, uit- en doorvoer van beschermde planten en dieren en de naleving van boycotmaatregelen.

De bewakingfunctie van de Douane omvat:

• bewaken van goederen waarvoor nog niet aan alle verplichtingen tot het brengen van die goederen op de Nederlandse of Europese markt is voldaan;

• bewaken van goederen die zijn bestemd om buiten de Europese Unie te worden gebracht;

• bewaken van goederen waarvoor toezicht moet worden gehouden op gebruik, voorhanden hebben of verkoop.

De basisvoorwaarden voor de uitoefening van de bewakingfunctie zijn vastgelegd in het formaliteitenstelsel en de zuivering op douane- en accijnsgebied, alsmede in marktregulering en marktordening van handel, industrie, landbouw en visserij en in de handhaving van intellectuele eigendomsrechten.

De heffing- en inningfunctie van de Douane omvat:

• heffen en innen van nationale en Europese belastingen en heffingen;

• verantwoorden van geïnde middelen aan de nationale en de Europese autoriteiten.

De heffing- en inningfunctie is gericht op het waarborgen dat de aan de Europese Unie (EU) verschuldigde gelden op het gebied van douanerechten en overige heffingen bij in- of uitvoer ook daadwerkelijk worden afgedragen. Ook waarborgt zij de inkomsten van Nederland wat betreft accijnzen, verbruiksbelastingen en omzetbelasting bij invoer. De boekhoudkundige verwerking en de verantwoording daarover aan de bevoegde autoriteiten zijn hieraan onlosmakelijk verbonden.

2.3. Formaliteitenstelsel

De Douane beschikt voor de uitvoering van haar rechtshandhavingstaken over een voornamelijk fiscaal instrumentarium. Het beschikbare instrumentarium vindt zijn basis in het formaliteitenstelsel op basis van het Europese en nationale douanerecht.1 Dit stelsel is gericht op uitoefenen van toezicht op het goederenverkeer tussen de EU en overige landen. Dit betreft goederen die de EU binnenkomen, goederen die de EU uitgaan en goederen die over het grondgebied van de EU worden vervoerd. Het toezicht vindt plaats op grond van de heffing van douanerechten en overige financiële middelen, maar ook ter uitvoering van niet-fiscale maatregelen.

Belangrijk kenmerk van het formaliteitenstelsel is dat elke beweging van goederen die zich onder douanetoezicht bevinden gepaard gaat met een informatiestroom en een administratieve handeling. Het uitvoeren van douaneformaliteiten levert dan ook een veelheid aan «papieren» en elektronische informatie op die door de Douane moet worden verwerkt.

Het formaliteitenstelsel kent veel toepassingsmogelijkheden. Deze mogelijkheden sluiten aan bij de processen van transport, opslag en distributie van goederen. Concreet betekent dit dat goederen bij binnenkomst op het grondgebied van de EU onder toezicht van de Douane worden gebracht. Na binnenkomst kunnen de goederen een douanebestemming krijgen, zoals het vrije verkeer, tijdelijke opslag, douanevervoer en wederuitvoer. Het stelsel van toezicht is gericht op het bewaken van het traject dat leidt tot het bereiken van de aangegeven bestemming. Daarbij wordt ook gecontroleerd in hoeverre de fiscale en de niet-fiscale maatregelen zijn nagekomen. Bij uitvoer van goederen uit de EU wordt bijzondere aandacht besteed aan goederen die voor landbouwrestitutie in aanmerking komen en aan goederen waaraan voorwaarden zijn gesteld op grond van niet-fiscale maatregelen.

Het stelsel dwingt degene die de goederen onder zich heeft tot het vervullen van verplichtingen die door de Douane worden gecontroleerd. Bij elke goederenbeweging of verandering van douanestatus dient een aangifte te worden gedaan. Een andere verplichting is dat maatregelen worden getroffen om de handhaving van de identiteit van de goederen te waarborgen.

Vergunningen zijn een middel om de toepassing van het formaliteitenstelsel te vereenvoudigen. Het vergunningenstelsel is enerzijds gericht op dienstverlening aan het bedrijfsleven; het zo weinig mogelijk beperkingen opleggen aan de logistiek van goederenbewegingen. Anderzijds wordt het door gerichte en aan voorwaarden verbonden vergunningverlening mogelijk voor de Douane om controle- en toezichtwerkzaamheden efficiënter uit te voeren.

Het bijzondere element in de uitvoering van de douanetaken is dat de informatie die voortkomt uit de toepassing van het formaliteitenstelsel ook wordt benut voor de handhaving van niet-fiscale maatregelen. Hieronder worden verstaan de heffing en inning van overige rechten bij invoer en de maatregelen over zaken als handelspolitiek, handelsverkeer, veterinaire en fytosanitaire maatregelen, kwaliteitsbepalingen, milieueisen, volksgezondheid, openbare orde, verkeer en vervoer. De werkprocessen bij de uitvoering van fiscale en niet-fiscale douanemaatregelen vertonen dan ook een aanzienlijke mate van onderlinge verwevenheid. Meestal worden in een zelfde werkstroom fiscaal geïndiceerde én niet-fiscaal geïndiceerde activiteiten uitgevoerd.

Het formaliteitenstelsel verschaft de Douane instrumenten voor de uitoefening van haar rechtshandhavingstaak. Het instrumentarium dat de Douane binnen het formaliteitenstelsel kan toepassen omvat onder meer: fysieke controle, bescheidencontrole, administratieve controle, mobiel toezicht, initieel onderzoek, voorlichting en zekerheidstelling. De keuze van de geschikte onderdelen van dit behandelpalet wordt bepaald door de aard en de zwaarte van de onderkende risico's.

2.4. Risicogericht werken

De Douane kiest voor een aanpak van risicogericht werken. Zij geeft invulling aan haar rechtshandhavingstaken door het treffen van de volgende soorten maatregelen:

a. Generieke afdekkingsmaatregelen

Beoogd wordt over de gehele breedte van het werkterrein van de Douane een generiek handhavingsniveau te realiseren. Doel is zicht te houden op die zaken waarbij op voorhand geen bijzondere risico's voor de rechtshandhaving worden onderkend. De werkwijze is «a-select, onvoorspelbaar en frequent». Het bereiken van compliance staat voorop. Dit gebeurt door:

• toepassen van het formaliteitenstelsel.

• uitvoeren van steekproefsgewijze controles van goederen en klanten;

• realiseren van vooraf vastgestelde controledichtheden en correctiepercentages;

• voorzien in zichtbare aanwezigheid van de Douane door surveillance aan de buitengrenzen, mobiel toezicht op het goederenvervoer aan de binnengrenzen en ambulante controles in het binnenland1.

b. Specifieke afdekkingsmaatregelen

b1. Maatregelen gericht op risicobeheersing.

Hierbij wordt de inzet van instrumenten geconcentreerd op risicovolle klanten, goederen en goederenbewegingen. Het verhogen van de effectiviteit van de controle en het behalen van resultaten staan voorop. Risicobeheersing vereist de beschikking over een centrale informatiefunctie die risico's analyseert, vertaalt in afdekkingsmaatregelen en deze uitwerkt tot controleopdrachten. Risicobeheersing veronderstelt ook tijdige informatie over goederenbewegingen. Vooral het kunnen beschikken over «pre-arrival-informatie» over goederen die bestemd zijn om de EU binnengebracht te worden, is wezenlijk.

b2. Maatregelen gericht op «hoogcriminele goederen»

De Douane besteedt bij de uitvoering van haar taken voortdurend aandacht aan het weren van risicovolle goederen met een hoog crimineel gehalte (drugs, wapens) van de Europese markt. Indien deze activiteit een vervolgonderzoek in de opsporingssfeer rechtvaardigt, worden daarmee mee verbandhoudende activiteiten in nauwe samenwerking met opsporingsdiensten uitgevoerd.

b3. Maatregelen voor externe partijen

De Douane verricht vanuit haar specifieke deskundigheid niet-fiscale activiteiten voor derden in het kader van de in-, uit- en doorvoer van goederen. Deze activiteiten zijn doorgaans vastgelegd in convenanten die de Douane heeft afgesloten met beleidsdepartementen en met andere overheidsdiensten. De in dit verband van de Douane gevraagde handhavingsniveaus moeten in principe zijn gebaseerd op prioriteiten en afwegingen van deze externe partijen. De lijn is dat de Douane goederen en gegevens controleert, selecteert en kanaliseert voor andere diensten.

3. Ontwikkelingen 2001–2005

Het beleid van de Douane wordt in hoge mate beïnvloed door externe ontwikkelingen. In dit hoofdstuk wordt een schets gegeven van de verwachte relevante internationale en nationale ontwikkelingen in de komende jaren.

3.1. Globalisering en digitalisering

De voortgaande globalisering noodzaakt tot een intensieve samenwerking tussen de douanediensten en andere administraties van verschillende landen. Daarmee kan efficiencywinst worden behaald en de functie van Nederland als Europese Mainport worden gewaarborgd. De grote handelspartners in Amerika en Azië zijn al voldoende geëquipeerd om actuele informatie elektronisch te kunnen verschaffen. De controlestrategie van de Nederlandse Douane zal hierop verder worden afgestemd.

De ontwikkeling van de informatie- en communicatietechnologie biedt de handel in hoog tempo nieuwe perspectieven. Logistieke en datacommunicatieprocessen worden sneller, non-stop en interactief. In steeds grotere mate zullen goederenstromen en informatiestromen worden ontkoppeld. De Douane zal hierop blijvend inspelen. Grote hoeveelheden elektronische informatie bieden immers mogelijkheden de eenduidige controleaanpak en uitvoering aan te scherpen. Zo kunnen door centrale opslag en beschikbaarstelling van de informatie over klanten en doelgroepen van de Douane risico's beter worden geïdentificeerd en vertaald in afdekkingsmaatregelen. Verdergaande toepassing van informatietechnologie zal ook zijn positieve uitwerking hebben op de klantbehandeling en de dienstverlening. Het is mogelijk om met gebruikmaking van informatietechnologie te komen tot één douaneloket voor het bedrijfsleven.

3.2. Internationale handelspolitiek

Verwacht mag worden dat de groei van de wereldhandel zich in de komende jaren voortzet. De invoering van de gezamenlijke Europese munt in 2002 zal deze groei versterken. Het aantal goederenbewegingen en het volume van de handel naar en via Nederland zullen waarschijnlijk sterk groeien.

Wereldwijd doet zich een ontwikkeling voor in de richting van voortgaande handelsliberalisatie. Aan het begin van de planperiode is een nieuwe millenniumhandelsronde voorzien. Daarbij is een tendens tot verdere afschaffing van handelsbelemmeringen waarneembaar, bijv. in de vorm van een bredere toepassing van het nultarief bij invoer.

Mondiaal neemt de betekenis van de niet-fiscale douanewetgeving toe. Het uitvoeren van niet-fiscale maatregelen draagt bij aan de bescherming van de kwaliteit van de samenleving binnen de EU. Ook door de Wereld Douane Organisatie (WDO) wordt steeds meer aandacht gevraagd voor de controle en toezicht op de uitvoering van niet-fiscale wetgeving zoals de in-, uit- of doorvoer van afvalstoffen, gevaarlijke stoffen, bedreigde uitheemse dier- en plantensoorten, wapens en verdovende middelen. Ook groeien niet-tarifaire belemmeringen als antidumping en productveiligheid in omvang en belang.

3.3. Uitbreiding Europese Unie

Het aantal verdragspartners in de EU groeit. Gestreefd wordt naar uitbreiding van de EU met verscheidene Oost-Europese landen. Het handelsverkeer met deze landen zal op termijn «binnenmarktverkeer» worden; verkeer zonder noemenswaardige douanebemoeienis. Deze uitbreiding van de Unie zal echter complex communautair overgangsrecht met zich meebrengen. Hierdoor kan een verhoogd fouten- en frauderisico ontstaan.

Met landen langs de Zuid- en de Oostflank van de EU zullen handelsverdragen worden afgesloten om vrij goederenverkeer te bevorderen ter vervanging van de preferentiële behandeling. Er zullen daarom tijdens de overgangsperioden versterkte controlemaatregelen van toepassing moeten zijn.

3.4. Europese wet- en regelgeving

In Europees verband wordt via het SLIM-project («Simpler Legislation in the Internal Market») gestreefd naar een zo eenvoudig mogelijke regelgeving. Dit houdt mede verband met de toetreding van nieuwe lidstaten tot de EU. Op communautair niveau zal de regelgeving zich toespitsen op het aangeven van hoofdlijnen en het bevorderen van de automatisering van douaneformaliteiten door de lidstaten.

In het douanevervoer wordt gewerkt aan herziening van de regelgeving. Deze activiteit vindt plaats naar aanleiding van de parlementaire enquête over het douanevervoer die in 1997 is verricht. Het Europees Parlement heeft de uitspraak gedaan dat ultimo 2003 de herziene regelgeving binnen de EU moet zijn verwezenlijkt. Ook in deze herziening wordt geprobeerd om de regelgeving eenvoudiger, overzichtelijker en transparanter te maken. Dat sluit ook aan op de ontwikkelingen op het gebied van transport en logistiek én op de hogere eisen die deze sectoren stellen aan de afhandeling van zendingen. Door de automatisering van het proces douanevervoer wordt het bedrijfsleven de faciliteit geboden om vervoersformaliteiten op electronische wijze af te handelen. Deze automatisering draagt ook bij aan betere controle- en volgmogelijkheden van zendingen bij het douanevervoer. Fraudegevallen kunnen hierdoor sneller en effectiever worden aangepakt. De invoering van het gehele systeem in de Lidstaten van de EU en de partners op het gebied van het Gemeenschappelijk douanevervoer zal nog enige tijd vergen.

Voor de accijnswetgeving wordt op korte termijn geen harmonisatie van de tarieven van de lidstaten verwacht. Het toezicht op de uitvoering van de accijnswetgeving volgt het formaliteitenstelsel in het kader van de douanewetgeving. Er is een noodzaak tot het uitvoeren van meer gerichte controles. Het vervoer van goederen die onder de Accijnsrichtlijnen vallen (goederen als alcohol en tabak met hoge accijnstarieven) moet beter kunnen worden gevolgd. Doel is fraudes te kunnen opsporen en risico's verantwoord af te kunnen dekken. Hiertoe is door de Europese Commissie een Early Warning System ontwikkeld, dat in de lidstaten wordt ingevoerd.

Op het gebied van milieu, gezondheid en intellectuele eigendom worden aan de bescherming van de Europese markt steeds hogere eisen gesteld. Er zal een sterker beroep worden gedaan op het toezicht aan de buitengrenzen met het doel het weren van niet-gewenste goederen.

Met het oog op de fraudebestrijding zal het toezicht door Europese organen op een juiste en uniforme toepassing van de douanewetgeving worden geïntensiveerd. Ook wordt verwacht dat de toenemende belangstelling van de Europese Commissie voor fraudebestrijding zal leiden tot meer regelgeving. De centrale eenheid van de Europese Commissie voor coördinatie van fraudebestrijding (OLAF) zal meer invloed gaan uitoefenen op de wijze van controle door de lidstaten. Hierbij is vooral de eigen bevoegdheid van de OLAF tot het instellen van controles in EU-lidstaten aan de orde.

3.5. Samenwerking Europese douanediensten

De Europese Unie streeft op grond van de eerste pijler van het Verdrag van Maastricht naar een gelijkwaardige uitvoering van het gemeenschappelijke douanebeleid in alle lidstaten. Het is immers ongewenst dat douanecontroles zouden kunnen leiden tot handelsverstoring of verlegging van handelsstromen. Het realiseren van de gemeenschappelijke doelen vereist onderlinge afstemming en samenwerking tussen lidstaten en de Europese Commissie en tussen de lidstaten onderling. Afspraken over de bevordering van die samenwerking en afstemming zijn vastgelegd in het Europese programma Douane 2002. De afspraken gaan over het onderling uitwisselen van douanemedewerkers, het uitwisselen van informatie en het onderling afstemmen en vaststellen van controlestrategieën.

De implementatie en uitvoering van controleprogramma's voor grensoverschrijdende regelingen zal meer samenwerking vergen met douaneautoriteiten van andere lidstaten. De Europese Commissie regisseert de deelname in gemeenschappelijke controles bij multinationale ondernemingen. Door Brussel wordt bovendien gestreefd naar het voor de gehele EU vaststellen van de douanewaarde door één douaneautoriteit. Ook vormt het principe van Single European Authorisation (SEA) in Brussel onderwerp van studie. SEA heeft betrekking op het aansturen van procedures en controles van de douanezaken van multinationale ondernemingen via één douaneloket per lidstaat. In dit kader worden pilots uitgevoerd.

3.6. Transport en logistiek

Landelijk gezien blijft het containervervoer groeien waardoor ook de in, op- en overslag van goederen in volume toeneemt. De distributiesector ontwikkelt zich in de richting van integrale behandeling en veredeling van goederen en uitgebreide serviceverlening aan de opdrachtgevers. Daarnaast komen er wijzigingen in de transportwijze, transportmiddelen en plaatsen waar de opslag en overslag plaatsvindt.

Ook zijn de volgende voorziene logistieke ontwikkelingen van belang voor de Douane:

• toenemende automatisering van de goederenafhandeling in de Rotterdamse haven en op Schiphol;

• uitbreiding en verschuiving van havenactiviteiten van Rotterdam naar de Maasvlakte;

• realisering van containeroverslagfaciliteiten te Venlo;

• mogelijke aanleg van een tweede Maasvlakte;

• voorziene aanleg van containerterminals te Moerdijk, Amsterdam en Vlissingen;

• ontwikkeling van de haven- en havengebonden functie van het Noordzeekanaal;

• mogelijke uitbreiding van Schiphol en/of de komst van een tweede nationale luchthaven;

• aanleg van de Betuwelijn en de Hoge Snelheidslijn;

• toename van nachtvervoer en van het vervoer over water en per spoor (evt. ondergronds) van en naar Rotterdam en van en naar Schiphol, gelet op de verkeersintensiteit over de snelwegen in de Randstad;

• groei van de logistieke functie van een aantal distributieknooppunten, zoals Arnhem/Nijmegen en in de regio Midden-Brabant;

• toename van het pakketvervoer naar Nederland (van bedrijven naar particulieren en tussen particulieren onderling) vanwege mogelijkheden van E-commerce.

3.7. Nationale fiscale wetgeving

Voor de Douane relevante elementen in het belastingstelsel van de 21-ste eeuw zijn:

• verhoging van de indirecte belastingen zoals accijnzen en omzetbelasting, gepaard gaande met verlaging van de tarieven voor de directe belasting;

• afschaffing van allerlei uitzonderingsbepalingen op de heffingen zoals vrijstellingen en aftrekposten;

• meer «groene» belastingen zoals brandstoffenheffing en ecotaks.

Deze maatregelen leiden er toe dat het fiscale belang van accijnsgoederen zal toenemen waardoor een grotere controle-inspanning nodig is.

4. Actuele situatie Douane

In de Nota Rechtshandhaving Douane (aangeboden aan de vaste commissie voor de Financiën, jan. 2000) werd geconstateerd dat de Douane zich gesteld ziet tegenover een groeiend goederen- en aangiftenvolume. In het bijzonder groeit het volume aan goederenzendingen in de Mainports Rotterdam en Schiphol. Er is ook een toename bij de uitvoering van niet-fiscale maatregelen waarneembaar. Dit alles impliceert een grotere werklast voor de Douane. Er moeten meer douaneformaliteiten worden vervuld. Bij een ongewijzigde bezetting zou dit kunnen leiden tot het niet kunnen realiseren van een basisniveau aan rechtshandhaving. Het realiseren van afgesproken controledichtheden en normeringen komt dan in het gedrang. De effectiviteit van controle en toezicht en de afschrikkende werking ervan kunnen hierdoor worden aangetast.

In samenhang hiermee is een grote administratieve druk ontstaan, zowel voor de Douane als voor het bedrijfsleven. Deze druk kan alleen worden verminderd door een verdergaande en vérgaande automatiseringsinspanning. Deze zal overwegend moeten worden gericht op de administratieve processen bij de aangiftebehandeling en de verwerking van documenten. Overal waar dat juridisch en organisatorisch mogelijk is zullen papierstromen worden vervangen door elektronisch documentenverkeer. Op deze wijze kunnen routinematige processen en werkzaamheden efficiënter worden uitgevoerd.

De Douane probeert bij de uitvoering van haar taken logistieke belemmeringen voor het handelsverkeer zo veel mogelijk te beperken. Hiertoe moet de Douane vooraf kunnen beschikken over digitale informatie over aangiften en goederenstromen. Voor zover er nog papieren procedures blijven bestaan zullen deze immers leiden tot pauzes in de handelsketen. Bij een groeiend volume zal de Douane daarom zoeken naar nieuwe mogelijkheden om aan dit uitgangspunt invulling te geven. Dit kan door inzet van elektronische transactiediensten en automatisering van de verwerking van aangiften. Dit dient te worden gecombineerd met vermindering van de papierstroom, waarbij ook optimaal gebruik wordt gemaakt van de informatie in de elektronische keten tussen bedrijven.

In de Nota Rechtshandhaving Douane zijn voor het jaar 2000 reeds maatregelen aangekondigd om de groeiende werkbelasting van de Douane op te kunnen vangen. Deze maatregelen stonden vooral in het teken van de versterking van de controle- en toezichttaken op grond van de kernfuncties Stoppen en Bewaken. De maatregelen betroffen:

• extra inzet van 300 personeelsplaatsen in fysiek toezicht en controle;

• intensivering van de automatiseringsinspanning met f 10 mln;

• intensivering van de samenwerking met andere diensten.

De financiële consequenties van deze maatregelen zijn vastgelegd in de Voorjaarsnota 2000.1

5. Streefbeeld Douane 2005

5.1. Inleiding

De Douane stelt zich ten doel om ook in 2005 als een flexibele, in de actualiteit werkende, goed geëquipeerde en effectieve rechtshandhavingorganisatie te kunnen functioneren. Het streefbeeld van de Douane in 2005 beschrijft de voorwaarden voor het bereiken van deze doelstelling.

Elementen streefbeeld Douane 2005

Dienstverlening

– Douaneprocedures verlopen elektronisch, via één loket en zijn 24 uur per dag en zeven dagen per week mogelijk voor alle transacties. Informatie over toepasselijke wet- en regelgeving is via Internet beschikbaar.

Selectie en informatie

– De risicobeheersing vindt plaats conform een rechtshandhavingsmodel Douane dat betrekking heeft op generiek en specifiek toezicht. Dit model is volledig geïmplementeerd en operationeel.

– Er is een centrale regie op informatie. Informatie wordt centraal gegenereerd, bewerkt en verwerkt. Informatie wordt elektronisch ter beschikking gesteld aan lokale informatieafdelingen ter optimalisering van risicoanalyses.

– De informatie over het gedrag van de klant en de doelgroep is actueel en op ieder moment beschikbaar voor zowel relevante gebruikers in de Belastingdienst als voor andere relevante overheidsdiensten, binnen de wettelijke kaders van geheimhouding en gegevensverstrekking.

Aangiftebehandeling

– Gegevens nodig voor het doen van aangiften zijn beschikbaar voordat de goederen Nederland binnenkomen.

– Door automatisering en herinrichting van bedrijfsprocessen wordt er bedrijfseconomisch verantwoord en zoveel mogelijk papierloos gewerkt.

Controle en Klantbehandeling

– Opdrachten voor controles van aangiften, fysieke controles, mobiele controles en administratieve controles achteraf worden door de informatiefunctie opgesteld en zijn voor de uitvoering bindend van karakter. Controles hebben een hoge scoringskans en worden lokaal uitgevoerd met een gering oponthoud in de logistiek. Controles worden verricht op basis van centraal vastgestelde normen waarbij risico's over klanten en goederen vooraf worden onderkend.

– Voor de controles ten gevolge van de uitvoering van niet-fiscale maatregelen zijn met de regelgevende beleidsministeries handhavingsniveaus vastgesteld.

– Administratieve controles worden uitgevoerd in coördinatie met de eenheden (Grote) Ondernemingen; de klantbehandeling geschiedt gedeeltelijk geïntegreerd. In toenemende mate vindt hergebruik van informatie plaats.

– De klantbehandeling bij de Douane vindt grotendeels plaats door een doelgroepgerichte aanpak.

5.2. Dienstverlening

Douaneprocedures verlopen elektronisch, via één loket en zijn 24 uur per dag en zeven dagen per week mogelijk voor alle transacties. Informatie over de vigerende wet- en regelgeving is via Internet beschikbaar.

De Douane richt zich – binnen de wettelijke kaders van de haar toegekende taken – op actieve dienstverlening aan het bedrijfsleven. De dienstverlening van de Douane wordt fulltime en elektronisch. Afgestapt wordt van een werkwijze waarbij fysieke aangiften uitsluitend kunnen worden gedaan op vestigingspunten bij concentraties van aangevers en op aankomst-, opslag- en transportlocaties. In de planperiode worden volledig elektronische procedures gerealiseerd. Het doen van aangiften kan in een 24-uurs-economie via één virtueel douaneloket plaatsvinden. Inherent aan de aangifteprocedures is de behoefte aan actuele statusinformatie. Deze zal daarom elektronisch worden verstrekt.

De douanewetgeving en de daarop gebaseerde regelgeving wijzigt geregeld en dikwijls op korte termijn. Voor bedrijven is dan ook het van groot belang snel inzicht te krijgen in deze wijzigingen. Informatieverstrekking daarover maakt deel uit van het dienstenpakket van de Douane. Deze dienstverlening zal in 2005 beschikbaar zijn voor het bedrijfsleven als integraal onderdeel van Belastingnet.

5.3. Selectie en Informatie

De risicobeheersing vindt plaats conform een rechtshandhavingsmodel Douane dat betrekking heeft op generiek en specifiek toezicht. Dit model is volledig geïmplementeerd en operationeel.

De risicobeheersing wordt gerelateerd aan de combinatie van goederen, actoren en de logistieke fase waarin de goederen zich bevinden. De risicobeheersing is toegespitst op de drie kernfuncties van de Douane: stoppen, bewaken en heffen/Innen. Eenheid van beleid en uitvoering vereist dat vergelijkbare risico's op een vergelijkbare wijze worden afgedekt. Dit uitgangspunt leidt tot het onderkennen van risico's en nemen van afdekkingsmaatregelen op landelijk en (afgestemd) regionaal niveau.

Bepalend voor de te verrichten afdekkingsactiviteiten is de omvang en de relevantie van het risico. Controles worden uitgevoerd op basis van risicoanalyses en op basis van doelgroepbenadering. Dit vereist landelijk en regionaal risicomanagement.

De risicobeheersing binnen de Douane wordt verankerd door het onderbrengen van de centrale regie bij het Douane Informatie Centrum (DIC) en het aanwijzen van risicomanagers in de districten. Op divisieniveau worden risicoanalyses uitgevoerd met daaruit voortvloeiende bindende controleopdrachten. Het risicomanagement bepaalt de omvang van het risico met de daarbij behorende capaciteitsinzet.

Er is een centrale regie op informatie. Informatie wordt centraal gegenereerd, bewerkt en verwerkt. Informatie wordt elektronisch ter beschikking gesteld aan lokale informatieafdelingen ter optimalisering van risicoanalyses.

Voor risicobeheersing is het nodig dat de informatievoorziening ten behoeve van de rechtshandhaving wordt geprofessionaliseerd. Hiertoe opereert in elk district een informatieafdeling die in nauwe samenwerking met het DIC invulling geeft aan de informatiefunctie. De taken van de informatiefunctie inzake risicobeheersing worden in de planperiode versterkt. Van de informatiefunctie wordt verwacht dat zij in een cyclisch proces risico's in beeld brengt, analyseert, detectiemogelijkheden aangeeft en afdekkingsactiviteiten definieert. Om eenheid van beleid en uitvoering te verkrijgen is het nodig om vergelijkbare risico's op een vergelijkbare wijze af te dekken. De regie hiervoor is belegd bij het DIC. Daarnaast zorgt de informatiefunctie er voor dat vastgestelde controleopdrachten kunnen worden uitgevoerd, bijvoorbeeld door deze te vertalen naar selectieprofielen. In 2005 zijn alle geautomatiseerde aangiftesystemen voorzien van parameters ten behoeve van de selectie voor fysieke controle.

De informatie over het gedrag van de klant en de doelgroep is actueel en op ieder moment beschikbaar voor zowel relevante gebruikers in de Belastingdienst als voor andere relevante overheidsdiensten, binnen de wettelijke kaders van geheimhouding en gegevensverstrekking.

De Douane beschikt als onderdeel van de Belastingdienst over veel informatie over haar klanten en doelgroepen. Deze informatie wordt ter beschikking gesteld aan andere overheidsdiensten zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek en de Productschappen. De informatie is eveneens van belang voor andere onderdelen van de Belastingdienst, de eenheden (Grote) Ondernemingen voor de heffing van omzetbelasting. Klant- en doelgroepgegevens zullen ook voor andere overheidsdiensten actueel en op ieder moment beschikbaar komen, binnen de daartoe gestelde wettelijke kaders. Dit kan alleen maar in een geautomatiseerde omgeving worden gerealiseerd. Het stelt eisen aan de systemen van de Douane, aan de andere Belastingdienstsystemen en aan de systemen van c.q. de elektronische communicatie met andere overheidsdiensten.

De noodzaak van een grotere informatie-uitwisseling met de douaneautoriteiten van EU-lidstaten en van landen buiten de EU spreekt voor zich. Het DIC fungeert als centraal contactpunt voor internationale gegevensuitwisseling op douane- en accijnsgebied. Bijzondere aandacht in dit verband verdienen nog de totstandbrenging van beveiligd e-mailverkeer met andere lidstaten en toegang tot (beveiligde) websites van Douane-informatiecentra van andere lidstaten.

5.4. Aangiftebehandeling

Gegevens nodig voor het doen van aangiften zijn beschikbaar voordat de goederen Nederland binnenkomen.

De economische positie van Nederland als distributieland en Mainport voor Europa brengt met zich mee dat zo veel mogelijk aan het bedrijfsleven zekerheid moet kunnen worden gegeven over de logistiek van goederenzendingen. Dit kan vooral worden bereikt indien de Douane ruim vóór de aankomst van een schip of vliegtuig kan beschikken over ladinginformatie. Daardoor kunnen de risicovolle en dus te controleren zendingen tijdig worden geselecteerd. Op Schiphol zijn reeds vrijwel alle ladingmanifesten voor de aankomst en in elektronische vorm beschikbaar. In 2003 zullen in de zeehavens nagenoeg alle ladingsmanifesten ruim voor de aankomst van een schip in elektronische vorm worden aangeleverd. Daarnaast wordt «signaalregie» gevoerd: op basis van de van tevoren beschikbare gegevens zal de Douane ook selecties voor andere overheidsdiensten uitvoeren.

Door automatisering en herinrichting van bedrijfsprocessen wordt er bedrijfseconomisch verantwoord en zoveel mogelijk papierloos gewerkt.

Bij de automatisering van bedrijfsprocessen ligt het accent op vernieuwing en volledige automatisering van aangifteprocedures. Gestreefd wordt naar het elektronisch afhandelen van de gehele keten van binnenbrengen en invoeren tot en met uitvoeren en uitgaan. Automatisering van het aangiftetraject vormt de basis voor snelle afhandeling van formaliteiten en voor een risicogerichte aanpak. Door middel van het project Sagitta-2000 zal dit worden gerealiseerd. De Douane wil in 2005 een papierloze aangifteprocedure gerealiseerd hebben. Daarvoor is het nodig de huidige Europese en nationale regelgeving te doen aanpassen wat betreft de verplichte overlegging van allerlei bescheiden die bij een aangifte horen, zoals facturen en bewijzen van oorsprong. Ook allerlei niet-fiscale voorschriften brengen mee dat speciale formulieren of vergunningen bij aangiften moeten worden overgelegd. Om aangifteprocedures volledig elektronisch te laten verlopen, zal er een communicatiemodule beschikbaar zijn voor het berichtenverkeer tussen de aangevers en de Douane. Mede vanwege de invoering van het geautomatiseerde Transitsysteem wordt zo'n module door de Belastingdienst ontwikkeld. In 2001 zullen de invoeraangiften nagenoeg geheel elektronisch worden aangeleverd, in 2003 zal dit voor de uitvoeraangiften gelden. Het geheel elektronisch aanleveren van maandaangiften zal in 2005 een feit zijn. Voor aangevers die schriftelijk hun aangifte willen blijven inleveren, zal een centraal of een beperkt aantal invoerpunt(en) beschikbaar zijn.

5.5. Controle en Klantbehandeling

De klantbehandeling bij de Douane vindt grotendeels plaats door een doelgroepgerichte aanpak.

«Maatwerk» geldt voor de grootste klanten. De klantbehandeling van de overige actoren (een ruimer begrip dan klanten) zal vanuit een doelgroepaanpak worden geregisseerd. De ingezette doelgroepaanpak wordt dan ook geïntensiveerd. Doelstelling hiervan is de gekozen doelgroepen zo te behandelen dat eenheid van beleid en uitvoering én een effectieve en efficiënte werkwijze wordt bereikt. Daartoe worden de districten als doelgroeptrekkers aangewezen en belast met het ontwikkelen en verwezenlijken van een doelgroepaanpak.

Opdrachten voor controles van aangiften, fysieke controles, mobiele controles en administratieve controles achteraf worden door de informatiefunctie opgesteld en zijn voor de uitvoering bindend van karakter. Controles hebben een hoge scoringskans en worden lokaal uitgevoerd met een gering oponthoud in de logistiek. Controles worden verricht op basis van centraal vastgestelde normen waarbij risico's over klanten en goederen vooraf worden onderkend.

Controles van aangiften, fysieke-, mobiele- en administratieve controles gebeuren door gerichte controleopdrachten vanuit de informatiefunctie. In de uitvoering zullen de districten procesgericht en mobiel gaan werken waardoor in 2005 al deze vormen van controle door daarin gespecialiseerde teams in elk district worden uitgevoerd. De desbetreffende werkplekken, kantoren en voertuigen worden daartoe van de benodigde communicatiefaciliteiten voorzien. De administratieve controles na invoer resp. uitvoer betreffen controles in de administraties van de importeurs of exporteurs. Te controleren bedrijven en daarmee af te dekken risico's worden centraal of regionaal vastgesteld en lokaal uitgevoerd.

Voor de controles ten gevolge van de uitvoering van niet-fiscale maatregelen zijn met de regelgevende beleidsministeries handhavingsniveaus vastgesteld.

De Douane heeft een eigen verantwoordelijkheid voor de uitvoering van taken die haar bij of krachtens wet zijn opgedragen. Zo zal de Douane te allen tijde de in-, uit- en doorvoer van hoogcriminele goederen bestrijden. Daarnaast verricht de Douane tal van taken waarvoor andere departementen dan het Ministerie van Financiën beleidsverantwoordelijk zijn. Begin 1999 heeft de Algemene Rekenkamer in het rapport Douane en Douanita aanbevolen dat de beleidsdepartementen verantwoordelijkheid moeten nemen voor de aansturing van controle en toezicht. De kwaliteit van de hanhaving door de Douane wordt immers mede bepaald door de mate waarin andere departementen in staat zijn een helder handhavingsniveau aan te geven. Op basis van een expliciet gemaakt handhavingsniveau kan ook worden vastgesteld of en hoe dat niveau wordt gerealiseerd. De Douane streeft er dan ook naar om convenanten af te sluiten met overheidsdiensten die bij de uitvoering van de bepaalde niet-fiscale maatregelen zijn betrokken. Capaciteitsinzet, verantwoordelijkheden en te bereiken resultaten zijn daarin expliciet gemaakt. Deze inspanningen leiden tot meer transparant optreden van de overheid ten aanzien van niet-fiscale maatregelen.

Administratieve controles worden uitgevoerd in coördinatie met de eenheden (Grote) Ondernemingen; de klantbehandeling geschiedt gedeeltelijk geïntegreerd. In toenemende mate vindt hergebruik van informatie plaats.

Uitgangspunt is dat administratieve controles, voor welk middel dan ook, worden verricht door de Belastingdienst. Bij voor meerdere middelen relevante administratieve controles vindt onderlinge afstemming resp. gezamenlijke uitvoering plaats waardoor sprake is van doelmatiger en doeltreffender werken. Zo wordt met de eenheden (Grote) Ondernemingen samengewerkt bij de heffing en inning van accijnzen. Hergebruik van informatie vindt plaats bij invoer en uitvoer van goederen. De op dat moment vastgestelde waarde vormt de basis voor de heffing resp. teruggave van omzetbelasting. De ervaringen opgedaan in de pilotteams Grote Ondernemingen/Douane worden voorts benut om – waar dat mogelijk – is de gezamenlijke klantbehandeling aan te pakken.

6. Beleidsthema's en speerpunten

6.1. Inleiding

In de planperiode krijgen vijf beleidsthema's specifieke aandacht. Het betreft de versterking van de drie kernfuncties stoppen, bewaken en heffen/innen, de intensivering van de fraudebestrijding en het ondersteunende, maar cruciale thema informatisering en automatisering. Per thema wordt onderstaand beschreven welke ontwikkelingen zich voordoen. Per thema is een aantal speerpunten gekozen in de vorm van te bereiken resultaten. In een aantal gevallen worden de speerpunten gerealiseerd met extra personele inspanningen.

6.2. Versterking stopfunctie

Het beleidsthema Versterking stopfunctie impliceert dat de controle wordt geïntensiveerd tussen het moment dat goederen op het grondgebied van de EU komen en het moment dat goederen daadwerkelijk onder het stelsel van douanetoezicht worden gebracht. Daartoe moet de Douane kunnen beschikken over voldoende voorinformatie over via de buitengrens inkomende goederen en over de betrokken importeurs en vervoerders. De goederenstromen moeten worden gekanaliseerd naar de aangewezen aangiftepunten, waar de goederen onder het formaliteitenstelsel moeten worden gebracht. Tegelijkertijd moet er inzicht bestaan in zowel de fiscale als de niet-fiscale risico-indicatie van deze goederen.

Het beschikken over betrouwbare voorinformatie over goederen en personen en over inzicht in de risico's is echter niet voldoende. Er moet ook een actief fysiek en mobiel toezicht aan de buitengrenzen zijn. Doel hiervan is het opsporen van illegale goederen én van goederen die niet via de aangewezen aangiftepunten de EU dreigen te worden binnengebracht. Dit geschiedt door het uitvoeren van surveillances in Kustwachtverband op de Noordzee en binnen de 12-mijls-zone. De desbetreffende inzet van surveillancevaartuigen wordt verhoogd en er worden nadere werkafspraken met de Kustwacht gemaakt. Boven zal de zelfstandige douanesurveillance in de kustwateren (Waddenzee en de Zeeuwse wateren) en op de kustlijn worden versterkt. Ook zullen mobiele teams opereren in de belangrijkste havens en vliegvelden. Met al deze maatregelen wordt een preventief effect, t.w. het bevorderen van compliance beoogd.

Verdere investeringen in technische hulpmiddelen voor het gerichte toezicht maken ook deel uit van de versterking van de stopfunctie. De inzet van mobiele goederenscans en vaste containerscans in de Rotterdamse haven en op Schiphol wordt geïntensiveerd, wat leidt tot een hogere controle-intensiteit. Ook wordt onderzocht of dergelijke voorzieningen ook efficiënt op andere plaatsen kunnen worden ingezet waar goederen het grondgebied van de EU binnenkomen. Bovendien zal er meer gebruik worden gemaakt van risicoanalyse om illegale resp. hoogcriminele goederen op te sporen.

Speerpunten Versterking Stopfunctie 2001–2002

1. Versterking fysiek toezicht

1.1. Uitbreiding kustsurveillance

De huidige twee surveillancevaartuigen worden in 2001, resp. 2002 vervangen door modern toegeruste schepen. Ook worden zij onder één organisatorische eenheid gebracht. Voordeel hiervan is dat de beschikbare capaciteit beter en flexibeler kan worden benut en dat de Kustwacht nog slechts met één contactpunt te maken heeft. Daarbij vindt uitbreiding van het aantal vaarploegen plaats waardoor er meer surveillance-uren kunnen worden gemaakt. Doelstelling ultimo 2002 is het realiseren van vrijwel full-time surveillance. Het Douaneaandeel in de bewaking door de Kustwacht wordt opgevoerd naar 2 weekdiensten van 56 uur per vaartuig. De zelfstandige Douanesurveillance op de Waddenzee wordt op vergelijkbare manier ingevuld.

In samenhang hiermee wordt de Douanesurveillance te land op diverse plaatsen langs de kustlijn versterkt.

1.2. Intensivering mobiel toezicht havens, binnenwateren en Schiphol

De surveillance te water in de belangrijkste havengebieden (Rotterdam, Amsterdam en Vlissingen) en op de binnenwateren wordt versterkt door verhoging van het aantal vaaruren (analoog aan speerpunt 1.1). Ook wordt voor de surveillance te water meer samenwerking gezocht met andere handhavingsdiensten, met name met de politie. In genoemde gebieden wordt ook de surveillance te land geïntensiveerd; het aantal surveillanceploegen in de nachtelijke uren wordt verhoogd tot 6 (thans 1 structureel).

Op Schiphol wordt capaciteit ingezet op het fysiek toezicht op goederen vanaf het moment dat deze uit het vliegtuig worden geladen tot aan de eerste opslag. Organiek wordt een platformteam ingesteld dat operationeel is in alle uren dat goederen worden gelost en geladen. Ook worden de controles van het reizigersverkeer jaarlijks geïntensiveerd; in 2005 zal het niveau van 400 000 reizigerscontroles worden bereikt. Voorts wordt het toezicht op de hoofd- en secundaire uitgangen van het vliegveld versterkt. In plaats van incidentele controles worden daar structureel flexibele acties met snelle locatiewisselingen uitgevoerd.

1.3. Verhoogde inzet technische controlemiddelen: vaste- en mobiele goederenscans, speurhonden Op Schiphol worden de eind 2000 in gebruik genomen ladingscans op volledige productiecapaciteit gebracht. Op alle overige vliegvelden worden flexibel en onverwacht mobiele scans ingezet. De productiecapaciteit van de containerscan in de Rotterdamse haven wordt met ruim 10% verhoogd tot 35 000 controles in 2001 en 40 000 controles in 2002.

Het aantal honden voor het opsporen van tabak en verdovende middelen wordt uitgebreid van 25 naar 35. Binnen deze uitbreiding wordt prioriteit gelegd bij Rotterdam en Schiphol.

2. Intensivering gericht toezicht in het kader van niet-fiscale maatregelen1

2.1. Uitwerking handhavingsniveaus in overeenkomsten met beleidsdepartementen resp. handhavingsdiensten

Voor een deel van de niet-fiscale maatregelen heeft de Douane convenanten afgesloten met de betrokken beleidsdepartementen en handhavingsdiensten. De Douane streeft er naar de convenanten waar dat mogelijk en effectief is – aan te vullen met normen inzake het te realiseren handhavingsniveau. De evaluatie van de convenanten is inmiddels gestart.

2.2. Toepassing extra controleprofielen inzake niet-fiscale maatregelen

In aanvulling op de reguliere taakstelling voor de niet-fiscale maatregelen vastgelegd in convenanten, zullen jaarlijks gemiddeld drie controleprofielen per beleidsdepartement worden ontwikkeld en toegepast. Hierdoor kan het toezicht aan de buitengrens gedurende een langere periode inspelen op specifieke aandachtspunten.

2.3. Uitvoering bijzondere acties in overleg met beleidsdepartementen

De Douane zal in overleg treden met beleidsdepartementen om jaarlijks gemiddeld 10 korte bijzondere acties te plannen en uit te voeren ter controle van de naleving van niet-fiscale maatregelen aan de buitengrens. Deze acties variëren naar plaats en tijd en worden – waar dat wenselijk en nuttig is – uitgevoerd in samenwerking met andere handhavingsdiensten.

6.3. Versterking bewakingfunctie

Het beleidsthema Versterking bewakingfunctie houdt in dat beter bewaakt moet worden dat goederen daadwerkelijk en op de juiste wijze onder het formaliteitenstelsel worden gehouden. Dit gebeurt door:

• boekhouding: het vastleggen en bewaken van opeenvolgende voor een goederenzending gedane aangiften;

• toezicht op de zuivering van aangiften;

• identiteitscontroles voor te vervoeren en vervoerde goederen;

• controles op opgeslagen goederen;

• controles op goederen in vervoer:

• in relatie met het formaliteitenstelsel douane

• in relatie met het formaliteitensysteem accijns

• in relatie met de niet-fiscale wetgeving

• controles op het gebruik van goederen overeenkomstig de accijnswetgeving;

• toezicht op maatregelen op grond van de niet-fiscale wetgeving.

Door de ontwikkeling van de Douane naar een «E-dienst» zal ter bewaking van het formaliteitenstelsel een verschuiving van documentgerichte naar administratief gerichte controles plaatsvinden. Deze administratieve controles zullen worden geconcentreerd op de belangrijkste klanten en doelgroepen. De controles worden zoveel mogelijk ingesteld op de plaats waar de administratie zich bevindt. Administratieve controle wordt in de planperiode aangevuld door meer fysieke controles.

In toenemende mate zal de Douane gebruik maken van korte, onaangekondigde controleacties, variërend op de aspecten tijd, locatie en risico. Dit betreft vooral het toezicht op het goederenverkeer tussen Nederland en andere lidstaten. Steekproefsgewijs zal met name aan aan de binnengrenzen, maar ook incidenteel in het binnenland worden getoetst of zich op het grondgebied van de EU bevindende goederen een illegaal karakter hebben. Denk bijvoorbeeld aan voor mens en milieu schadelijke stoffen, wapens en verontreinigde diervoeding. Hiertoe worden mobiele teams ingezet. Aan de binnengrenzen is het Mobiel Toezicht Goederenvervoer actief, in het binnenland ambulante controleteams. Beide zijn voornamelijk gericht op controle van het vrachtverkeer.

Speerpunten Versterking Bewakingfunctie 2001–2002

1. Intensivering gerichte administratieve controles voor de belangrijkste klanten en doelgroepen

Het aantal controlespecialisten zal worden uitgebreid zodat meer administratieve controles bij de belangrijkste klanten en doelgroepen kunnen worden uitgevoerd. Aandachtspunten zijn in het bijzonder opslaginstituten en het douanevervoer. De reeds aanwezige specialisten zullen flexibeler worden ingezet. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat specialisten landelijk kunnen worden ingezet voor de controle van een bepaalde doelgroep.

2. acties mobiel toezicht goederenvervoer aan binnengrenzen

De in 1999 en 2000 gestarte controles uit hoofde van het Mobiel Toezicht Goederenvervoer (MTG) aan de binnengrenzen van de EU worden voortgezet. Dit betekent controle op wegtransporten, schepen en houders van accijnsvergunningen door korte, flexibele acties met veel snelle locatiewisselingen. De MTG-acties worden uitgevoerd in samenwerking met de Koninklijke Marechaussee, het Korps Landelijke Politiediensten en de Duitse en Belgische Douane.

6.4. Versterking heffing- en inningfunctie

Het beleidsthema Versterking heffing- en inningfunctie richt zich in de planperiode op extra aandacht voor de heffingsgrondslagen van de douanerechten. Dit gebeurt mede naar aanleiding van de resultaten van door de Europese autoriteiten verrichte controlebezoeken. Het gaat daarbij in het bijzonder om intensivering van de controle op de antidumpingheffingen wat betreft de aspecten tarief, oorsprong en waarde. Ook zal er meer aandacht zijn voor de controle op bewijsmiddelen voor tariefpreferentiële regelingen. Voorkomen moet worden dat bij invoer van goederen ten onrechte een beroep wordt gedaan op verlaagde invoerheffingen.

Het toezicht op de uitvoering van de accijnswetgeving is ook een bijzonder aandachtspunt. Dit houdt verband met de aangekondigde verlegging in de fiscaliteit van directe naar indirecte belastingen. De accijnscontrole verdient dan ook extra aandacht vanwege de risico's voor misbruik en oneigenlijk gebruik. Dit geldt voor de accijnsgoederen waarvoor hoge tarieven gelden (diesel, alcohol, tabak). Door intensievere voorraadcontroles op accijnsgoederenplaatsen en ook door nauwlettender volgen van het vervoer van accijnsgoederen en het opsporen van smokkel kunnen de opbrengsten op dit terrein toenemen. Hierbij zal in toenemende mate gebruik worden gemaakt van het in Europees verband ontwikkelde Early Warning System. Dit gebeurt onder meer door het uitvoeren van kortstondige mobiele acties in nauwe samenwerking met opsporingsdiensten en/of met handhavingsautoriteiten in de aangrenzende lidstaten.1

Speerpunten versterking Heffing- en Inningfunctie 2001–2002

1. Intensivering controle invoeraangiften ten aanzien van tariefpreferenties en antidumpingheffingen

Een aanzienlijk deel van de controles op invoeraangiften wordt toegespitst op de naleving van tariefpreferentiële regelingen en op de juiste toepassing van antidumpingheffingen.

2. Intensivering accijnscontrole

Door betere selectie en een meer doelgroepgerichte aanpak zal de effectiviteit van zowel fysiek toezicht als administratieve controles worden verhoogd. De controledichtheid wordt verhoogd bij de controle van accijnsverkooppunten, het toezicht op accijnsgoederenplaatsen en de controle op in- en uitslagen in accijnsgoederenplaatsen.

6.5. Intensivering fraudebestrijding

Het beleidsthema Intensivering fraudebestrijding is mede ingegeven door de ontwikkeling van de informatiemaatschappij. In een tijd van snelle veranderingen op het gebied van de informatie- en communicatietechnologie verdwijnt papier als gegevensdrager. Informatiestromen zijn wereldwijd en worden niet gehinderd door grenzen. Ook de mobiliteit van mensen en kapitaal neemt toe. Deze ontwikkelingen hebben consequenties voor de aanpak van de fraudebestrijding.

De Douane heeft een permanente opdracht tot het weren van hoogcriminele goederen van de Europese markt. Op basis van pre-arrival informatie worden alle goederenzendingen geselecteerd waarvoor een indicatie bestaat dat het hoogcriminele goederen kan betreffen. Deze zendingen worden vervolgens gestopt en fysiek gecontroleerd. Deze taakstelling wordt in de planperiode geïntensiveerd.

Effectieve fraudebestrijding berust op samenwerking met handhavings- en opsporingsdiensten in Nederland, maar ook in de EU en in internationaal verband. Doel hiervan is het bestrijden van illegale in-, uit- en doorvoer van goederen en het opsporen van hoogcriminele goederen. Dit gebeurt in de planperiode onder meer door inzet van de «HitAndRunContainer (HARC)»-teams die met de FIOD en de politie zijn gevormd voor de opsporing van drugs in Rotterdam, Amsterdam, op Schiphol en in Zeeland. Maar ook in de vorm van deelname van de Douane aan themagerichte opsporingsacties die onder leiding van het Openbaar Ministerie plaatsvinden.

Er zijn in dit verband ook duurzame samenwerkingsverbanden met andere handhavingsdiensten. In de planperiode wordt de inzet van de Douane geconcentreerd op:

• fysiek toezicht aan de buitengrenzen in samenwerking met Kustwacht, Koninklijke Marechaussee en politie;

• mobiel toezicht aan de binnengrenzen van de EU in samenwerking met de Koninklijke Marechaussee, de politie en het Korps Landelijke Politiediensten;

• bestrijding van drugssmokkel in samenwerking met de politie en de Koninklijke Marechaussee;

• toezicht op de uitvoering van niet-fiscale maatregelen in samenwerking met diensten als de Algemene Inspectiedienst, de Rijksdienst voor Keuring van Vee en Vlees en de Inspectie Cultuurbezit;

• gemeenschappelijke toezichtoperaties in samenwerking met Douanediensten van EU-lidstaten en van andere landen.

Speerpunten intensivering Fraudebestrijding 2001–2002

1. Intensivering fysiek toezicht ter bestrijding van drugssmokkel en smokkel van andere hoogcriminele goederen.

Bestrijding van smokkel van hoogcriminele goederen is een vast aandachtspunt van de Douane. Elke signaal van zendingen waarbij sprake kan zijn van eventuele hoogcriminele goederen, wordt opgevolgd door een fysieke controle. Hierbij wordt in toenemende mate gebruik gemaakt van pre-arrival informatie ten behoeve van de selectie van zendingen voor controle. De inzet van technische controlemiddelen wordt verhoogd (scans, speurhonden).1

2. Uitvoering bijzondere acties – waar mogelijk met andere handhavingsdiensten – gericht op goederen met een hoge risico-indicatie

Bij voorkeur in samenwerking met andere handhavingsdiensten worden gemiddeld twee acties per jaar voorbereid en uitgevoerd ter bestrijding van de fraude en onregelmatigheden. De acties worden gericht op goederen met een hoge financiële of maatschappelijke risico-indicatie zoals alcohol, tabak, restitutiegoederen en strategische goederen.

6.6. Informatisering en Automatisering

Het beleidsthema Informatisering en Automatisering vervult een cruciale rol voor de activiteiten van de Douane. Het beleidsthema is mede ingegeven door de noodzakelijke versterking van de kernfuncties van de Douane op het gebied van de rechtshandhaving. Centrale aansturing van de controle op basis van een risicogerichte aanpak zal leiden tot verhoging van de effectiviteit van de rechtshandhaving, dat wil zeggen van de uitvoering van de kernfuncties Stoppen, Bewaken en Heffen/Innen. Hiervoor is het nodig dat de informatiefunctie binnen de Douane in de planperiode wordt versterkt. Selectie en opdrachtverstrekking voor controle zullen in toenemende mate centraal plaatsvinden. Daarbij vindt de feitelijke uitvoering van de controles op lokaal niveau plaats. Fysieke en administratieve controles worden steeds meer aangestuurd vanuit centraal opgestelde, bindende risicoanalyses, controleprofielen en controleopdrachten. Het maken van deze producten wordt in een specialistische functie ondergebracht: centraal bij het Douane Informatie Centrum (DIC) en regionaal bij de Districts Informatie Afdelingen (DIA's). Het creëren van dit specialisme maakt het mogelijk te werken aan continue kwaliteitsverbetering van de producten. Dit komt ook ten goede aan de eenheid van beleid en uitvoering.

Meer en meer zullen douaneprocessen vrijwel geheel electronisch worden uitgevoerd. De Douane verandert van een «documentgerichte dienst» tot een «elektronische dienst». Ook de communicatie met aangevers zal in toenemende mate elektronisch geschieden. Een voorbeeld hiervan is de electronische verwerking van aangiften met een lage risico-indicatie waarbij in principe geen aanvullende controle nodig is. De geautomatiseerde systemen van de Douane zullen de centrale aansturing van controles adequaat moeten kunnen ondersteunen. Op het automatiseringsvlak zullen de inspanningen in de planperiode vooral in het teken staan van het volkomen papierloos maken van de aangiftestromen. Deze inspanning heeft betrekking op aangiften, bewijsmiddelen en zuivering in verband met invoer, uitvoer en vervoer van goederen. Bovendien zal de beschikbaarheid van elektronische «pre-arrival informatie» in de zeehavens in de planperiode worden gemaximaliseerd. Het worden van een «E-dienst» betekent ook een toenemende elektronische informatie-uitwisseling met beleidsdepartementen en overheidsdiensten ten behoeve waarvan de Douane niet-fiscale maatregelen uitvoert.

Speerpunten Informatisering en Automatisering 2001–2002

1. Verschuiving van lokale naar centrale selectie van controles

1.1. Ontwikkeling informatiefunctie dic/dia's

Op centraal niveau wordt de rol van het DIC versterkt bij het analyseren en veredelen van informatie voor de controle en het opstellen van risico-analyses en controleopdrachten. Op districtsniveau wordt de rol van de DIA's toegespitst op het ontwikkelen van regionale controleopdrachten in samenspel met de operationele teams. Daarnaast leveren de DIA's een bijdrage aan het DIC.

1.2. verschuiving van lokale naar regionale en centrale controleprofielen

De ontwikkeling van controleprofielen wordt in toenemende mate verschoven van het lokale naar het regionale en centrale niveau. Hierdoor wordt meer eenduidigheid in de kwaliteit van de aansturing van controle gerealiseerd. Dit komt ten goede aan de eenheid van beleid en uitvoering.

2. Automatisering aangiftetraject

2.1. Uitbreiding elektronische beschikbaarheid pre-arrival informatie in zeehavens

De geautomatiseerde aanlevering van manifesten en andere informatie over goederenstromen naar de zeehavens in Nederland wordt uitgebreid.

2.2. Invoering systeem Binnenbrengen

Het systeem Binnenbrengen dekt de informatievoorziening af vanaf het moment dat goederen het EU-douanegebied binnengaan tot aan het moment dat goederen een nieuwe douanebestemming krijgen (bijv. opslag, vervoer of brengen in het vrije verkeer).

2.3. Modernisering overige aangiftesystemen

De bestaande aangiftesystemen worden gemoderniseerd en overgebracht naar een nieuw automatiseringsplatform (Sagitta 2000). Dit betreft achtereenvolgens de systemen ten behoeve van vrachtuitklaring op Schiphol, aanvullende aangifte, uitvoer uit de EU en tot slot invoer in de EU.

2.4. Implementatie systeem Transit (Douanevervoer)

Het door de EU ontwikkelde Transit-systeem wordt in Nederland geïmplementeerd ter ondersteuning van de geautomatiseerde afdoening van formaliteiten in verband met douanevervoer.

2.5. Modernisering communicatie Douane – klant

Gestreefd wordt naar het realiseren van rechtstreekse koppelingen tussen systemen van aangevers en systemen van de Douane. In 2001 wordt EDITAX aangepast aan moderne, veel gebruikte communicatiestandaards. Later worden ook nieuwe internettechnologieën toegepast. Thans loopt een gemeenschappelijk onderzoek van Douane en gebruikers.

2.6. Vernieuwing selectiesysteem voor controle

De Douane ontwikkelt voor de aangiftesystemen geavanceerde modules ten behoeve van de selectie van aangiften voor controle.

7. Organisatorische en personele aspecten

7.1. Allocatie en personeelsplanning

Het in Hoofdstuk 5 geschetste Streefbeeld Douane 2005 en de concretisering daarvan in beleidsthema's en speerpunten hebben consequenties voor de toedeling van de formatie aan de primaire en ondersteunende functies. De huidige allocatie van personeelsplaatsen aan activiteiten wordt daarom herzien, waarbij de uitbreiding van de bestaande formatie wordt betrokken. Voor dit doel wordt een allocatieplan uitgewerkt dat eind 2000 beschikbaar zal zijn. In aanvulling hierop zal de Douane een meerjarige personeelsplanning opstellen. Hierin wordt aangegeven welke acties nodig zijn op het gebied van permanente werving, selectie en opleiding ter invulling van het allocatieplan in meerjarig perspectief. Hierbij zal de Douane aansluiten bij algemene en specifieke wervingsactiviteiten van de Belastingdienst op de arbeidsmarkt.

7.2. Procesmatige organisatie

Bij een continu veranderende omgeving past een flexibele Douaneorganisatie. Een organisatie met een efficiënte en effectieve bedrijfsvoering. Op grond van de omvang en de geografische spreiding van de diverse werkstromen kiest de Douane voor procesmatige inrichting van haar organisatie. Dit draagt bij aan de eenheid van beleid en uitvoering, maar ook aan de eenheid in beleid en uitvoering. Aansturing van de werkprocessen vindt in de uitvoerende en ondersteunende eenheden gecentraliseerd plaats. Medewerkers die werkzaam zijn in hetzelfde proces kunnen zo gebruik maken van elkaars kennis en ervaring. Dit zorgt intern voor synergie-effecten en extern voor het leveren van een beter product aan de klanten.

Elk van de hoofden van de operationele eenheden is belast met de coördinatie en aansturing van de vernieuwing en de verbetering van één of meer hoofdprocessen van de Douane. In deze rol van «proceseigenaar» zijn zij verantwoordelijk voor het gehele traject van het betrokken werkproces. Dit betreft de voorbereiding van het uitvoeringsbeleid, de opdrachtformulering, de uitvoering, de implementatie en de evaluatie.

7.3. Resultaatgericht werken

De Douane werkt aan een nieuw besturingsmodel op basis van resultaatgericht werken. Dit krijgt vorm in de projecten Resultaatgericht Sturen (RGS) en Resultaatgericht Leidinggeven (RGL). Algemeen doel van deze projecten is dat de organisatie zich bewust wordt van de opbrengsten van haar werkprocessen en de kosten die daarvoor worden gemaakt. Met behulp van RGS wordt bepaald welke doelstellingen – in de vorm van producten en opbrengsten – de organisatie als geheel wil bereiken en welke onderdelen daarvoor verantwoordelijk zijn. De ontwikkeling van RGS wordt ondersteund door invoering van een baten-lastenstelsel (Belastingdienstbreed voorzien in 2003) en aanpassing van de management- en informatiecontracten en rapportages. Doel van RGL is, naast de primaire functie van loopbaanbegeleiding, mede het bevorderen van de individuele resultaatverantwoordelijkheid van de medewerkers. Met toepassing van dit instrument zijn leidinggevenden in staat met medewerkers afspraken te maken over hun bijdrage aan de organisatiedoelstellingen.

RGS én de combinatie RGS/RGL worden in 2001 in een pilot in een van de uitvoerende eenheden getest.

7.4. Opleidingen

De nagestreefde versterking van de rechthandhavingstaken van de Douane binnen een steeds mobieler werkende organisatie stelt andere eisen aan de Douaneopleidingen. De Douane heeft behoefte aan vakspecialisten op het gebied van douaneformaliteiten, controletechniek en fysiek toezicht. Ook is er in toenemende mate behoefte aan medewerkers die op diverse taakvelden en op diverse locaties inzetbaar zijn. De reguliere douaneopleidingen zullen verder worden versterkt met onderdelen die het toezicht op de uitvoering van niet-fiscale maatregelen betreffen. Alle medewerkers van de Douane dienen voorts te beschikken over een basisniveau aan kennis en vaardigheden op het terrein van de informatie- en communicatietechnologie.

Opleidingen zullen in toenemende mate flexibele startmomenten kennen, meer plaatsonafhankelijk zijn, variëren van klassikale tot werkplekgerichte training en inspelen op de meest actuele kennisbehoefte. Voor de diverse leidinggevende functies worden nieuwe managementleergangen ontworpen. In het bijzonder wordt daarbij aandacht gegeven aan de onderwerpen «communicatie met de medewerkers» en «coaching».

7.5. Mobiliteit

De Douane zal – aansluitend bij de in H. 3 geschetste veranderingen in transport en logistiek – haar fysieke toezicht gaan uitvoeren op de plaatsen waar goederen zich op een bepaald moment bevinden. Dit betekent dat toezichtactiviteiten vaker onafhankelijk van de locatie van douanevestiging zullen plaatsvinden. In toenemende mate zullen medewerkers dan ook niet op een vaste locatie opereren, maar in mobiele teams. Het aantal locaties van waaruit gewerkt wordt zal op termijn kunnen afnemen. De mobiele teams worden in die situatie vanuit een operationeel centrum per uitvoerende eenheid aangestuurd. De communicatie tussen operationeel centrum en medewerkers wordt daarbij ondersteund door moderne informatietechnologie.

Mobiliteit komt overigens niet alleen tot uiting in de wijze van werken van de Douane. Functionele mobiliteit draagt bij aan de integriteit van de Douane. Geregelde functie- en/of locatiewisseling van medewerkers bevordert immers een correct, betrouwbaar en onafhankelijk optreden van de Douane.

7.6. Motivatie

De zorg voor blijvende motivatie van de medewerkers is een belangrijke succesfactor voor het behalen van de beleidsdoelstellingen. De Douane zal zich inzetten om de betrokkenheid van de medewerker bij het werk te versterken. Medewerkers worden daartoe geregeld geïnformeerd over de beleidsontwikkeling en worden in staat gesteld om daarop invloed uit te oefenen. Medewerkers zullen in dit verband worden gestimuleerd om kennis, ervaringen en opvattingen over de werksituatie met elkaar en met het management te delen.

De motivatie van de medewerker wordt mede bepaald door de kwaliteit van de arbeidsomstandighedenzorg. Deze zorg richt zich binnen de Douane in het bijzonder op het veiligheidsaspect van het werk en op het opvangen van de stijgende werkdruk. Een andere factor die de motivatie van de medewerker beïnvloedt is het pakket aan arbeidsvoorwaarden. De arbeidsvoorwaarden kunnen gezien de ontwikkelingen op het terrein van de CAO voor Rijksambtenaren steeds flexibeler worden toegepast. Instrumenten als «gericht belonen» worden vooral toegepast met het oog op de bijdrage van de individuele medewerker aan de bedrijfsresultaten. Dit geldt in eenzelfde mate voor leidinggevenden als voor medewerkers.

7.7. Communicatie

De Douane zal de interne communicatie zowel «bottom-up» als «top-down» verbeteren. De wijze van communicatie zal een vast agendapunt blijven in het overleg tussen de directeur Douane en de hoofden van eenheden en in het overleg op werkniveau tussen medewerkers en teamleiders. Ook via het formele overleg tussen bestuurders en medezeggenschapsorganen wordt de interne communicatie bevorderd. Aan de medezeggenschapsorganen zijn reeds uitgebreide faciliteiten verleend waardoor hun rol optimaal tot zijn recht kan komen. Op de verschillende bestuurlijke niveaus wordt de medezeggenschap steeds zo vroeg mogelijk betrokken bij alle onderwerpen die organisatie en personeel raken. Door de frequente contacten die medezeggenschapsorganen met hun achterban hebben, vervullen deze organen ook een goede bewakings- en signaleringsfunctie voor de bestuurder.

Speerpunten Personeel en Organisatie 2001–2002

1. Opstellen allocatieplan (gereed 1 dec. 2000).

Dit betreft het toedelen van mensen en middelen aan douaneprocessen.

2. Opstellen meerjarige personeelsplanning (gereed eerste helft 2001).

3. Pilot Resultaatgericht sturen/Resultaatgericht leidinggeven.

4. Uitvoeren opleidingsplannen voor onderscheiden groepen medewerkers.

5. Constant onderhouden van het Communicatieplan.

Dit geschiedt mede naar aanleiding van monitoring.

BIJLAGE Kwalitatieve en kwantitatieve productienormen.

Op basis van het Streefbeeld Douane 2005.

Divisie Douane

Kwalitatieve en kwantitatieve produktienormen

Korte omschrijvingTaakstelling
1 Europese controledoelstellingen 
(ook aan gewijzigde Europese regelgeving zal gevolg worden gegeven)  
  
1.1 Uitvoer met restitutie  
Met risico analyse in % fysiek controleren (ILP)>0,5%
Zonder risico analyse in % fysiek controleren (ILP)>5%
Uitvoer met restitutie overig fysiek controleren>5%
  
1.2 Substitutiecontrole landbouwgoederen 
Aantal substitutiecontroles op niet-verzegelde zendingen1
Landbouwgoederen (per dag per kantoor van uitgang)  
  
1.3 Controle volgens Vo 4045/89  
Aantal controles EG/Vo 4045/8990
  
2 Accijns 
  
2.1 Administratieve controles 
Administratieve controles dagaangiften accijns210
Administratieve controles paarse diesel700
  
2.2 Administratief geleidedocumenten  
Kortstondige administratieve controle Administratief Geleide Document (AGD) bij vergunninghouders Accijns Goederen Plaats (AGP)1 200
Terugontvangen AGD gerenseigneerd>1%
Controle op echtheid van de aftekening>5%
  
2.3 Controle uitgaande accijnsgoederen 
Aantal controles op uitgaande accijnsgoederen (per dag per kantoor van uitgang)1
  
2.4 Opgeslagen accijnsgoederen  
Opgeslagen voorraad bij AGP/IVB controleren>20%
  
3 Niet-fiscale douanecontrole (NFD) 
  
3.1 NFD invoer  
Van de 4% fysieke controle Sagitta-invoer is gericht op NFD-aspecten:>45%
  
3.2 NFD uitvoer overig  
Van de 1% fysieke controle uitvoer overig is gericht op NFD-aspecten:>50%
  
4 Overige douanecontrole 
  
4.1 Aspectgerichte kortlopende (niet)fiscale acties  
Aspectgerichte kortlopende (niet)fiscale acties, centraal georganiseerd15
  
4.2 Douanevervoer 
Fysieke controle vervoersdocumenten NEU-EU>1%
Correctiepercentage>15%
  
4.3 Invoer Sagitta 
Fysieke controle Sagitta invoer>4%
Correctiepercentage>15%
  
4.4 Uitvoer overig 
Fysieke controle uitvoer overig>1%
Correctiepercentage>10%
  
4.5 Initiële onderzoeken 
Initiële onderzoeken voor vergunningen klasse 1 t/m 3100%
  
4.6 Controledichtheid administratieve controles  
Klantgroep I (vergunninghouders)  
Controledichtheid klasse 1 en 2 (= 1 000 grootste klanten)1:3
Controledichtheid klasse 3 (AGP)1:3
Controledichtheid klasse 3 (excl. AGP)1:4
Controledichtheid klasse 41:4
Klantgroep II en III (controle na in- of uitvoer) 
Controledichtheid administratieve controle klantgroep II>30%
Aantal administratieve controles klantgroep III600
  
4.7 Controleresultaat administratieve controles  
Controleresultaat klantgroep I>25%
Controleresultaat klantgroep II>35%
Controleresultaat klantgroep III>30%
  
4.8 Controles op meldingen  
Aantal fysieke controles op in- en uitslagen entrepotregelingen, meldingen TA/TG en domproc invoer>40 000
Correctiepercentage>5%
  
4.9 Ambulante controles 
Aantal ambulante controles met klantcontact>65 000
Waarvan gericht op BPM, Accijns, Eurovignetten en NFD>85%
Correctiepercentage>12,5%
  
4.10 Mobiel Toezicht Goederenvervoer (MTG)  
Fysieke controles MTG globaal80 000
Fysieke controles MTG diepgaand13 000
  
4.11 Douanecontrole reizigers/bemanningsleden  
Fysieke controles binnenkomende reizigers/bemanningsleden NEU/Nederland en EU200 000*
Correcties>8%
* groeit naar 400 000 
  
4.12 Echtheidscontroles  
Aantal echtheidscontroles met behulp van Docubox>16 000
  
4.13 X-ray-containerscans Rotterdam  
Aantal controles35 000
Waarvan transit-containers (>1% van alle transitcontainers)25 000
Waarvan overige containers (invoer, uitvoer, leeg)10 000
Aantal nadere controles1 500
Aantal hits525
  
4.14 X-ray-containerscans Schiphol  
Aantal controles20 000
Aantal nadere controles2 000
Aantal hits300
  
4.15 Generiek toezicht buitengrens  
Inzet capaciteit generiek toezicht conform Beleidsplan100%
  
5 Kwaliteitsborging 
  
5.1 Doorlooptijden 
Bezwaarschriften AWB-conform afgedaan100%
Verzoeken om teruggaaf AWB-conform afgedaan100%
Aanvragen vergunningen binnen AWB termijn afgedaan100%
  
5.2 Toewijzen bezwaarschriften  
Geheel of gedeeltelijk toewijzen van bezwaarschriften (exclusief administratieve fouten, niet-zuivering en aanvulling eigen aangifte)< 25 %
  
5.3 Decharge 
Beïnvloedbare achterstand invordering t.o.v. totale ontvangsten<1%
  
5.4 Bindende tariefinlichtingen (BTI's) 
AWB conform afgegeven BTI,s100%
Maximaal gecorrigeerd door de Europese Commissie5%
  
6. Rechtshandhaving 
  
6.1 Aanmelding en opsporing 
Aantal vervolgingswaardige zaken140
NFD-zaken met een (aanvangs) proces-verbaal overgedragen4 000

STAND VAN ZAKEN NOTA RECHTSHANDHAVING DOUANE

1 PERSONELE MAATREGELEN

Uitbreiding met 300 medewerkers

Een van de belangrijkste in de nota aangekondigde maatregelen is het uitbreiden van de personeelssterkte van de Douane met 300 medewerkers. Dit is gerealiseerd. Een intensieve wervingscampagne in het voorjaar leverde een groot aantal sollicitanten op. Er zijn 1479 kandidaten betrokken in de selectieprocedure. Tot dusver zijn 443 nieuwe medewerkers aangetrokken voor de toezichthoudende functies (Zie tabel 1). Een deel hiervan betreft medewerkers die zijn aangetrokken om de normale uitstroom aan te vullen.

Voorts zijn bijna 70 administratief-ondersteunende medewerkers geschikt bevonden om door te stromen naar vacatures voor toezichthoudende functies.

Voor deze groepen zal er doorlopend geworven worden.

Tabel 1. Externe sollicitanten: stand per 15 september 2000

Dossiers1 479
  
Waarvan: 
Opgeroepen1 403
  
Waarvan: 
Inmiddels voorgedragen voor benoeming443
Afgewezen336
Ingetrokken/niet verschenen386
Nog te selecteren238

Ter aanvulling van het natuurlijk verloop en om een kwalitatieve ophoging van het personeelsbestand te realiseren zijn voorts 80 medewerkers op MBO- (32), HBO- (32) en academisch niveau (16) aangetrokken. Zij treden in het najaar in dienst en starten dan met een opleiding. Gebleken is dat de wervingskracht van de Douane als werkgever relatief gunstig is.

Instroom en opleiding toezichthoudende medewerkers

Het grootste deel van de nieuwe toezichthoudende medewerkers is in september in dienst getreden, de overigen volgen in de komende maanden. Doorgaans starten zij kort na de indiensttreding met de opleiding. Er is vooraf altijd een introductieweek op de standplaats.

De in september ingestroomde medewerkers zijn gestart met de opleiding. In tabel 2, hieronder, is de opleidingsplanning voor 402 medewerkers zichtbaar gemaakt, zoals die op dit moment bekend is. De medewerkers, bestemd voor de districten Hoofddorp en Rotterdam worden ingezet op respectievelijk de mainports Schiphol en de Rotterdamse havens.

Tabel 2. Planning C-opleiding Douane: aantallen en bestemming cursisten, startdata en einddata

 4-9-00 tot en met 30-1-0125-9-00 tot en met 20-2-0130-10-00 tot en met 27-3-0127-11-00 tot en met 24-4-012-1-01 tot en met 22-5-01Totaal per district
Hoofddorp3030454545195
Rotterdam3045303030165
Roosendaal  1215 27
Overige districten    1515
TOTAAL6075879090402

De omvang van de lesgroepen is 15 personen. In de opleiding wordt lesgegeven in douanetechniek en in de niet-fiscale regelingen. Omdat elke toezichthoudende ambtenaar tevens bijzonder opsporingsambtenaar (BOA) moet zijn, worden hiervoor de kennis en vaardigheden bijgebracht conform de eisen van het Ministerie van Justitie. Voorts wordt aandacht besteed aan communicatieve vaardigheden.

De eerste drie weken van de opleiding geschieden in conferentieverband, uit oogpunt van onderlinge samenwerking en «corporate identity». In de volgende veertien weken participeren de cursisten op drie dagen van de week in les- en werkgroepen en besteden de andere twee dagen aan zelfstudie. Na circa drie en een halve maand leggen zij examen af in de reguliere vakken en na nog eens anderhalve maand in het BOA-deel.

Effect op performance van de Douane

De introductie en de opleiding tot toezichthoudend medewerker (C-niveau) beslaat in totaal een tijdsduur van vijf maanden. Zoals blijkt uit de bovenstaande tabel komt de eerste groep beschikbaar voor de douanedistricten op 1 februari 2001. Daarna is er doorgaans nog een zekere inwerktijd nodig, alvorens men volledig productief is. Gedurende de inwerktijd neemt men deel aan zogenaamde verdiepingsmodules om zich voor te bereiden op specifieke taken. De omvangrijke instroom van nieuw personeel vergt ook een forse inzet van ervaren personeel als docent en als mentor tijdens de inwerkperiode.

In de komende periode is al met al ruim 10% van de medewerkers in opleiding. Daarnaast is ongeveer 10% van de ervaren medewerkers op enigerlei wijze betrokken bij opleidingen in de rol van docent of voor het ontwikkelen van lesmateriaal. Het volledige effect van de personeelsuitbreiding op de performance van de Douane is in verband met de hiervoor omschreven inspanning niet eerder dan medio 2001 te verwachten.

Intensivering surveillance

In het begin van 2000 zijn de surveillancediensten in de Rotterdamse havens geïntensiveerd, onder meer door het inzetten van extra ervaren medewerkers. Gewaarborgd is nu dat in en om de havens onafgebroken wordt gepatrouilleerd per surveillanceauto en -boot. Zeeschepen worden in ruime mate gevisiteerd: dit betrof in de eerste zeven maanden van dit jaar 455 schepen, waarbij in ruim 20% van de gevallen onregelmatigheden zijn geconstateerd. Zodra de nieuwe toezichthoudende medewerkers kunnen worden ingezet, kan ervaren personeel worden vrijgemaakt voor verdere versterking van de surveillancediensten.

Op Schiphol is bij wijze van proef gestart met een «platformteam», dat toeziet op het lossen van goederen uit het vliegtuig en het overbrengen in de eerstelinieloods. In de komende jaren zal ook de surveillance in de andere districten worden versterkt. Uitbreiding van het aantal vaaruren van het surveillancevaartuig op de Zeeuwse wateren wordt voorbereid.

Differentiatie in arbeidsvoorwaarden

Binnen de Belastingdienst als geheel zijn maatregelen getroffen om de krapte op de arbeidsmarkt zo goed mogelijk het hoofd te kunnen bieden. Eenheden in regio's met een schaars aanbod kunnen zo gemakkelijker personeel aantrekken of binden door ruimere mogelijkheden voor inschaling en voor vergoeding van studie- en reiskosten. Bij de Douane is de werving tot op heden geslaagd zonder gebruik te maken van deze nieuwe regelingen.

Wel wordt extra aandacht besteed aan een adequate opvang en begeleiding van de nieuwe instroom, vooral in de eerste periode van het dienstverband. Daarmee wordt mede beoogd het verloop van die groep zo laag mogelijk te houden.

Voor zittende medewerkers worden doorstroommogelijkheden vergroot, onder meer door het werk- en denkniveau als selectiecriterium te hanteren in plaats van diploma's. Beoogd wordt het gebruik van zittend talent te optimaliseren en loopbaanperspectieven voor medewerkers te vergroten.

Versterking douanetechnische kennis

Gezien het toegenomen belang van de niet-fiscale controles is de scholing hierover in de basisopleidingen voor de nieuwe toezichthoudende medewerkers uitgebreid. De niet-fiscale kennis die wordt opgedaan is daarmee gelijkwaardig aan de douanetechnische kennis.

Voorts wordt een plan opgesteld om de basiskennis op het gebied van automatisering van de douanemedewerkers te vergroten. Verder wordt geïnventariseerd op welke douanetechnische onderwerpen een extra opleidingsinspanning moet worden gericht, wil deze maximaal vrucht afwerpen. Opdracht is gegeven om een automatiseringstoepassing te ontwikkelen, die medewerkers ondersteunt bij het ontsluiten van de douanetechnische kennis, nodig voor de dagelijkse taakuitoefening.

Communicatie met medewerkers

Op verschillende wijzen wordt aan deze thematiek aandacht besteed. Coaching en communicatie zullen in de leergangen voor nieuwe leidinggevenden meer nadrukkelijk aan de orde komen. Voorbereidingen zijn gestart om ook het huidige management hierin te trainen. Zo zijn er in 1999 in diverse douanedistricten projecten gestart, die onder meer ten doel hebben de communicatie tussen leidinggevenden en medewerkers te verbeteren. Een en ander is mede naar aanleiding van de resultaten van de in 1998 uitgevoerde Personeelsmonitor.

In 2000 heeft de jaarlijkse managementdag voor alle leidinggevenden van de Douane in het teken gestaan van de communicatie over de visie op het douanewerk. Naar aanleiding hiervan hebben de douanedistricten actie ondernomen om de visieontwikkeling en de communicatie hierover in te bedden in het gebruikelijke personeelsinstrumentarium, zoals werkoverleg en personeelsbeoordeling. Een en ander is ondersteund met een informatieve brochure over de visie ten behoeve van de leidinggevenden. De leiding van de douane heeft het aantal bezoeken aan eenheden en posten verhoogd.

Een element van de visie op het douanewerk is de centrale sturing van controles, die momenteel in ontwikkeling is. Binnen de districten worden informatierondes en workshops gehouden om te bereiken dat de toezichthoudende medewerkers de nieuwe methodiek leren kennen en accepteren. Daarnaast worden medewerkers vanwege hun specifieke deskundigheid ingeschakeld bij projecten inzake de centrale sturing en bij de totstandkoming van concrete risicoanalyses.

2 AUTOMATISERING

Een andere maatregel uit de nota is het verhogen van het automatiseringsbudget van de Douane in het jaar 2000 met f 10 miljoen. Dit budget is aangewend om enkele projecten te versnellen en andere eerder te starten. Het betreft:

Sagitta 2000

Een deel van de budgetverhoging is aangewend voor versnelling van de ontwikkeling en bouw van het systeem voor geïntegreerde aangifteverwerking Sagitta 2000. Inmiddels is versneld de procesbeschrijving afgerond ten behoeve van de functionaliteit «binnenbrengen van goederen» binnen dit systeem. Deze functionaliteit beoogt selectiemogelijkheden op basis van pre arrival-informatie en aangifteverwerking, zowel bij transport over zee als door de lucht. Hierdoor wordt het mogelijk in een vroeg stadium te komen tot risicodetectie en controlemogelijkheden. Neveneffect is minimale verstoring van de logistiek van het vervoersproces. De procesbeschrijving vormt de basis voor het automatiseringstraject.

De migratie van het huidige systeem Sagitta-uitvoer naar Sagitta 2000 is naar voren getrokken. De eerste fase, het functioneel ontwerp, zal in december van dit jaar afgerond worden. Tijdige afronding is van belang om de verwachte groei van het aantal elektronische uitvoeraangiften te kunnen opvangen.

Integratie van Europese systemen

Een deel van de extra middelen wordt besteed aan de verbetering van de inpassing en integratie van de Europese systemen, met name het systeem Transit. Dit is een Europese applicatie die ten doel heeft de efficiëntie en effectiviteit van de afhandeling van de vervoersaangiften te verhogen en de controle te verbeteren door middel van elektronische zuivering van vervoersdocumenten. Voor Transit zal vanaf 15 oktober een nationale pilot worden gehouden. Voor de pilot met Duitsland in november zijn voorbereidingen getroffen.

Operationele systemen

Voorts wordt het extra budget benut voor het uitbreiden en verbeteren van enkele operationele systemen. Een belangrijk resultaat is geboekt bij het systeem Rodos. Dit systeem verwerkt de inklaringsgegevens van goederen die via zee de Rotterdamse havens binnenkomen. Door verbeteringen in Rodos konden enkele grote klanten hun eigen systemen erop aansluiten. Hierdoor is een toename van elektronische aangiften te verwachten van 75 000 naar 200 000. Ook andere klanten zijn door de verbeteringen overgegaan op elektronisch aangeven.

Met het oog op het tot stand komen van het Vrachtinformatiesysteem Schiphol is opdracht gegeven tot een versnelde realisatie van het Vrachtuitklaringspunt Schiphol. Begin 2001 zal de eerste versie in gebruik worden genomen.

Voor het systeem Accijnzen/Inning is dankzij het extra budget de ontkoppeling van heffings- en inningsaspecten gerealiseerd. Hierdoor is een verbetering van de performance bereikt en is de mogelijkheid tot het bieden van inningsfaciliteiten aan andere heffingssystemen vereenvoudigd. Opdracht is verstrekt voor de realisatie van de laatste fase van het zuiveringssysteem. Afronding is te verwachten in het tweede kwartaal van 2001. De afronding van deze beide systemen heeft een arbeidsbesparend effect.

Editax onder Windows

Aan de klanten die elektronisch aangeven wordt het communicatieprogramma «Editax» ter beschikking gesteld. Het onder Windows brengen van dit programma is vervroegd, zodat het in januari 2001 in gebruik genomen kan worden.

3 TECHNISCHE HULPMIDDELEN

Zoals in de nota is aangegeven maakt de Douane meer en meer gebruik van geavanceerde technische hulpmiddelen, zoals röntgenscans voor containers en vluchtvracht. Op de kleinere vliegvelden zijn in 1999 kofferscans geïnstalleerd. Begin oktober worden na een lange periode van voorbereiding en bouw twee scans voor luchtvracht op Schiphol in gebruik genomen. Er wordt een studie gedaan naar de inzet van een containerscan in één van de havens van Amsterdam. Recent is besloten om naast de vernieuwing van de beide vaartuigen die dienstdoen in kustwachtverband, over te gaan tot vernieuwing van het surveillancevaartuig op de Waddenzee. Voorts is een meerjarig vervangingsschema opgesteld voor de overige vaartuigen.

4 SAMENWERKING MET ANDERE DIENSTEN

Samenwerking met Politie en andere diensten

In de nota is gesproken over het belang van de samenwerking met andere diensten. Op lokaal niveau wordt momenteel nagegaan op welke wijze deze samenwerking kan worden geïntensiveerd. Primair richt dit zich op de regiopolitie. In Rotterdam is met de Rivierpolitie een nieuw samenwerkingsconvenant opgesteld, dat binnenkort zal worden getekend. Bezien wordt hoe de bestaande samenwerking met Justitie inzake de opsporing van gestolen automobielen kan worden geïntensiveerd.

Overigens is samenwerking met andere instanties gebruikelijk. Recente voorbeelden zijn een viertal duikacties in samenwerking met het duikteam van de Regiopolitie Roermond, een verkeersactie op de A16 en een controleactie gericht op lege containers en niet-fiscale onregelmatigheden.

Samenwerking inzake de niet-fiscale controles

In de afgelopen jaren zijn samenwerkingsconvenanten gesloten tussen de Douane en de handhavingsdiensten van de departementen, waarvoor de Douane niet-fiscale controles uitvoert. Momenteel worden deze convenanten geëvalueerd en op hun actualiteit bezien.

Met de betrokken beleidsverantwoordelijke departementen worden overkoepelende (kader)overeenkomsten gesloten. Hierin wordt onder meer vastgelegd dat elk jaar de controletaakstelling per departement zal worden vastgesteld. Deze taakstelling kan dan zo goed mogelijk worden afgestemd op de capaciteit die de Douane voor de niet-fiscale controles beschikbaar heeft.

Inmiddels is in 1999 met het Ministerie van Verkeer en Waterstaat, alsmede recent met het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen een dergelijke overeenkomst gesloten. De overeenkomst met het Ministerie van Vervoer, Ruimtelijke Ordening en Milieu is in vergevorderd stadium.

5 VEREENVOUDIGING VAN DOCUMENTEN

In de nota is genoemd dat in Europees verband wordt gewerkt aan afschaffing van de verplichting tot het overleggen van bescheiden zoals bijvoorbeeld vergunningen en facturen bij elektronische aangiften. Op dit moment ligt het voorstel tot wijziging van de douanewetgeving voor een tweede lezing bij het Europese Parlement. De invoering van de gewijzigde wetgeving wordt verwacht per 1 januari 2001.

Vooruitlopend hierop is in Nederland in 1999 gestart met de eerste aanzet tot papierloos werken. Per 1 oktober 1999 behoeven in een aantal gevallen geen facturen meer te worden overlegd bij elektronische invoeraangiften. Tevens is op 1 juni jongstleden binnen het douanedistrict Hoofddorp een proef gestart met het niet meer laten overleggen van preferentiële certificaten van oorsprong (nodig voor een verlaagd tarief van invoerrecht). Onderzocht wordt wat de risico's zijn en op welke wijze deze afgedekt kunnen worden. Beoogd wordt om de aangifte achteraf, in de administratie van de klant te controleren.

Er wordt naar gestreefd om in het eerste kwartaal 2001 de werkwijze van de proef landelijk toe te passen. Dit moment is gekoppeld aan de inwerkingtreding van de gewijzigde Europese douanewetgeving.

Voor de overige bescheiden wordt op dit moment onderzocht of niet overleggen dan wel elektronisch indienen mogelijk is.

6 RISICOMANAGEMENT

De Douane kent per district een Informatieafdeling (DIA). Recent is een audit ingesteld naar het functioneren van de DIA's. In het najaar zal een conferentie worden belegd, waar op basis van de uitkomsten van dit onderzoek de aanpak zal worden opgesteld voor verbetering op de korte zowel als de lange termijn.


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

XNoot
1

Ook de accijnswetgeving kent een eigen formaliteitenstelsel.

XNoot
1

Bij het uitoefenen van fiscale toezichttaken wordt de handhaving van niet-fiscale maatregelen gewoonlijk meegenomen.

XNoot
1

In deze Nota is reeds aangekondigd dat er aanvullende maatregelen – ook met betrekking tot middelen – nodig zijn voor de jaren na 2000. In de Rijksbegroting 2001 is een en ander geconcretiseerd.

XNoot
1

Dit betreft maatregelen ten aanzien van de in-, door- en uitvoer van goederen op het gebied van productveiligheid, controle op namaak, bescherming volksgezondheid en milieu, smokkel drugs en precursoren, beschermde planten en dieren, cultuurgoederen, wapens, anti-dumpingheffingen en strategische goederen.

XNoot
1

NB: De handhaving van accijnsregelingen via mobiele acties wordt meegenomen in het kader van het Mobiel Toezicht Goederenvervoer (zie 6.3, speerpunt 2).

XNoot
1

Zie ook H. 6.2, speerpunt 1.3.

Naar boven