27 455
Nationaal Verkeers- en Vervoersplan

nr. 15
MOTIE VAN HET LID VAN GIJZEL

Voorgesteld in het Nota-overleg van 19 november 2001

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

constaterende, dat de absorptiecapaciteit van onze steden maar een beperkt aantal auto's toelaat en dat transferia en park&ride-gelegenheden vaak grotendeels leeg blijven en dus weinig efficiënt blijken te zijn;

overwegende, dat het voor de doorstroom op het hoofdwegennet van belang is dat de steden de toestroom van verkeer efficiënt kunnen afhandelen;

overwegende, dat het voor de veiligheid en leefbaarheid in steden van belang is het autoverkeer binnen steden zoveel mogelijk te reduceren;

verzoekt de regering de volgende tekst op te nemen in paragraaf 2.2.6 van deel B van de PKB:

«De rijksoverheid stimuleert op korte termijn projecten voor het realiseren van mobiliteitscentra, zodat het autoverkeer via gebundelde rijstroken de steden wordt ingeleid»,

en gaat over tot de orde van de dag.

Van Gijzel

Naar boven