Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2000-200127431 nr. 22

27 431
Wijziging van belastingwetten c.a. (Belastingplan 2001)

nr. 22
GEWIJZIGD AMENDEMENT VAN DE LEDEN VENDRIK EN GISKES TER VERVANGING VAN DAT GEDRUKT ONDER NR. 21

Ontvangen 20 november 2000

De ondergetekenden stellen het volgende amendement voor:

I

Artikel I wordt gewijzigd als volgt:

1. De onderdelen X, Y en Z met de daarin opgenomen afdeling aftrekbedragen voor maatschappelijke beleggingen vervallen.

2. De onderdelen AA, AB en AX met de daarin opgenomen afdeling aftrekbedragen voor beleggingen in durfkapitaal vervallen.

II

In artikel I worden na onderdeel AG nieuwe onderdelen ingevoegd, luidende:

AGa. In artikel 8.2 van de Wet inkomstenbelasting 2001 wordt, onder vervanging van het woordje «en» aan het slot van onderdeel i door een puntkomma en onder vervanging van de punt aan het slot van onderdeel j door een puntkomma, na onderdeel j een nieuw onderdeel ingevoegd, luidende:

k. de korting voor maatschappelijke beleggingen en

l. de korting voor beleggingen in durfkapitaal.

AGb. In Afdeling 8.2 worden na artikel 8.18 twee nieuwe artikelen ingevoegd, luidende:

8.19 Korting voor maatschappelijke beleggingen

1. De korting voor maatschappelijke beleggingen geldt voor de belastingplichtige van wie maatschappelijke beleggingen zijn vrijgesteld op grond van artikel 5.13.

2. De korting voor maatschappelijke beleggingen bedraagt 1,3% van het bedrag dat ingevolge artikel 5.13 is vrijgesteld.

8.20 Korting voor beleggingen in durfkapitaal

1. De korting voor beleggingen in durfkapitaal geldt voor belastingplichtigen van wie beleggingen in durfkapitaal zijn vrijgesteld ingevolge artikel 5.16.

2. De korting voor beleggingen in durfkapitaal bedraagt 1,3% van het bedrag dat ingevolge artikel 5.16 is vrijgesteld.

Toelichting

Dit amendement zorgt ervoor dat de jaarlijkse persoonsgebonden aftrekposten voor belastingplichtigen die investeren in maatschappelijke beleggingen en beleggingen in durfkapitaal worden omgezet in heffingskortingen van 1,3%. Een fundamentele discussie over het omvormen van bestaande aftrekposten in heffingskortingen zal volgen bij de behandeling van de «Fiscale Verkenningen» medio volgend jaar. Nieuw in te voeren aftrekposten die bij een hoger inkomen een hoger geldelijk voordeel opleveren dienen echter te worden vermeden. In plaats hiervan zou zoveel mogelijk moeten worden gewerkt met inkomensonafhankelijke heffingskortingen. Tevens wordt met dit amendement een bijdrage geleverd aan het verminderen van ongewenst boxoverschrijdend verkeer.

Vendrik

Giskes