Kamerstuk
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 27428 nr. I |
Zoals vergunningen, bouwplannen en lokale regelgeving.
Adressen en contactpersonen van overheidsorganisaties.
U bent hier:
| Datum publicatie | Organisatie | Vergaderjaar | Dossier- en ondernummer |
|---|---|---|---|
| Eerste Kamer der Staten-Generaal | 2025-2026 | 27428 nr. I |
Vastgesteld 19 februari 2026
De vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit1 heeft nader schriftelijk overleg gevoerd met de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het voorstel voor een Verordening over nieuwe genomische technieken. Bijgaand brengt de commissie hiervan verslag uit. Dit verslag bestaat uit:
• De uitgaande brief van 21 januari 2026.
• De antwoordbrief van 17 februari 2026.
De griffier van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, Wolf
Aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Den Haag, 21 januari 2026
De leden van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit hebben in de vergadering van 13 januari 2026 beraadslaagd over uw brief van 12 november 20252 met antwoorden op de vragen over het Voorstel voor een verordening over nieuwe genomische technieken.3 Het lid van de fractie-Visseren-Hamakers, met aansluiting van de leden van de fracties van GroenLinks-PvdA, D66, SP en PvdD, wenst hierover enkele vervolgvragen te stellen.
Het lid van de fractie-Visseren-Hamakers dankt u voor de beantwoording. Dit lid heeft de volgende vragen en zou graag per vraag een apart antwoord ontvangen.
In antwoord op vraag 1 «Welk wetenschappelijk bewijs heeft u dat NGT categorie 1 planten bijdragen aan duurzame ontwikkeling?» uit het vorige schriftelijke overleg stelt u: «Mijns inziens laten de rapporten uit mijn eerdere antwoord uitstekend zien dat NGT planten bijdragen aan duurzame ontwikkeling.».
1. Kunt u concreet en specifiek laten zien op welk wetenschappelijk bewijs, dat NGT planten zouden bijdragen aan duurzame ontwikkeling, het NGT-voorstel is gebaseerd? Met andere woorden, op welke wetenschappelijke publicaties die zouden aantonen dat NGTs bijdragen aan duurzame ontwikkeling is het NGT-voorstel gebaseerd?4
In het vorig schriftelijk overleg stelden sommige fractieleden de vraag «wat als 2 categorie 1 NGT planten zich op natuurlijke wijze met elkaar kruisen (...)?» (vraag 4). Ter verheldering stelt dit lid nogmaals dezelfde vraag, op een andere manier geformuleerd, omdat zij denkt dat er wellicht verwarring is ontstaan.
Er kunnen voor dezelfde soort plant voor verschillende doeleinden verschillende categorie 1 NGT planten worden ontwikkeld. Deze verschillende categorie 1 NGT planten kunnen bij elkaar in de buurt worden gebruikt. Twee verschillende categorie 1 NGT planten van dezelfde soort kunnen ieder 1–20 verschillende modificaties, en samen 2–40 modificaties omvatten (of meer, aangezien in Annex I «any number of deletions» mag plaatsvinden dus het aantal toegestane modificaties veel groter is).
2. Wat als deze twee verschillende categorie 1 NGT planten zich op natuurlijke wijze met elkaar kruisen?
3. Dan kunnen de nakomelingen uiteindelijk toch meer dan 20 modificaties hebben? Zouden deze nakomelingen dan eigenlijk onder categorie 2 NGT planten vallen, omdat ze meer dan 20 modificaties omvatten?
4. Voorkomt de uitkomst uit de trialoog deze situatie en zo ja, hoe?
5. Als deze nakomeling met bijvoorbeeld 21 modificaties direct op de markt zou worden gebracht zou deze plant toch in de categorie 2 NGT vallen en onder die wet- en regelgeving vallen?
6. Bent u het met dit lid eens dat, indien categorie 1 NGT planten op enige schaal worden toegepast, op de langere termijn de genetische samenstelling van landbouwgewassen, tuinen, boomgaarden, plantages en natuurgebieden op grote schaal en ongecontroleerd kan veranderen, gezien de mogelijkheid van kruising van verschillende categorie 1 NGT planten en hun nakomelingen, en kruisingen van categorie 1 NGT gewassen met wilde soorten, conventionele gewassen en biologische gewassen en hun nakomelingen?
7. De impact over generaties (van planten) is toch niet te overzien en op termijn niet meer terug te draaien? Graag ontvangt het lid een reactie hierop.
In het antwoord op vraag 5 over monitoring op de lange termijn in het vorig schriftelijk overleg stelt u: «Categorie 1 NGT planten hebben een vergelijkbaar risicoprofiel met conventioneel veredelde planten (...).».
8. Wat wordt bedoeld met «vergelijkbaar» in dit antwoord?
9. Wat is de wetenschappelijke basis van deze uitspraak? Dit lid ontvangt graag de exacte, specifieke bronnen.5
In antwoord op de eerdere vraag of het kabinet de COGEM om advies heeft gevraagd antwoordt u bevestigend. Het meest recente advies dat te vinden is dateert van voor de huidige uitslag van de trialogen, namelijk mei 2025. In dit advies heeft de COGEM kritiek op zowel de tekst van het Europees Parlement als de Raad.
10. Bent u bereid de COGEM om advies te vragen over de uitkomst van de trialogen?
Tabel 1 in het COGEM advies van mei 2025 vat de kritiek van de COGEM helder samen. Volgens de COGEM zijn de definities van categorie 1 NGT planten van zowel de Raad als het Europees Parlement niet equivalent aan conventionele technieken.
11. Hoe beoordeelt u de definitie van categorie 1 NGTs in de uitkomst van de trialogen op de 3 aspecten in tabel 1 van het COGEM advies (number of modifications allowed, insertion of continuous DNA sequences, inversions)?
12. Bent u van mening dat de definitie van categorie 1 NGTs in de uitkomst van de trialogen «equivalent» is aan conventionele technieken? Zo ja, op basis van welke argumenten en bronnen? Zo nee, waarom heeft u dan positief geoordeeld over het voorstel?
De COGEM is ook kritisch over de mogelijkheid om NGT1-vrije productieketens (zoals biologisch) te behouden.
13. Hoe kan, en gaat, u, op basis van de uitkomst van de trialogen, garanderen dat NGT1-vrije productieketens en producten mogelijk blijven?
De uitkomst van de trialogen maakt patenteren van categorie 1 NGT planten mogelijk. Het voorstel kan hiermee verdere concentratie in de landbouwsector, onder meer onder kwekers en veredelaars, bewerkstellingen. Dit heeft potentieel grote consequenties voor boeren, kwekers en veredelaars.
14. Hoe kunt u, op basis van de uitkomst van de trialogen, de onafhankelijkheid van (Nederlandse) boeren, kwekers en veredelaars garanderen van producenten van categorie 1 NGT planten, op de korte en langere termijn?
Ook is geen traceerbaarheid door de keten heen geregeld, geen etikettering voor de eindconsument, en geen aansprakelijkheid voor de GGO-vrije sector in geval van contaminatie.
15. Waarom heeft u, gezien de uitkomsten, niet net zo als acht andere lidstaten, tegen het voorstel gestemd? Ook gezien aangenomen Tweede Kamermoties en de uitkomsten van een onderzoek van het Rathenau Instituut over de opvattingen van Nederlandse burgers over NGTs?
16. Bent u bereid, gezien alle kritiek, uw positie over het voorstel te heroverwegen, met name omdat dit besluit onomkeerbare consequenties kan hebben? Zorgvuldigheid is op dit dossier van immens belang.
De leden van de vaste commissie voor LNV zien uw reactie met belangstelling tegemoet en ontvangen deze graag uiterlijk 17 februari 2026.
De voorzitter van de vaste commissie voor Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, G.J. Oplaat
Aan de Voorzitter van de Eerste Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 17 februari 2026
Hierbij zend ik u de antwoorden op de vervolgvragen van de fractie Visseren-Hamakers, fractie Groenlinks-PvdA, fractie D66, fractie SP en Fractie PvdD van de Eerste Kamer, die zijn gesteld op 21 januari 2026. Deze vragen gingen over het Commissievoorstel over Nieuwe Genomische Technieken (NGTs) en mijn beantwoording van eerdere vragen van 23 juni 2025 en 12 november 2025.
De Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur, J.F. Rummenie
Beantwoording SO vragen Eerste Kamer over het NGT-voorstel en de Kamerbrief van 11 april 2025 (Kamerstuk 27 428, nr. 409) getiteld «Akkoord algemene oriëntatie NGT dossier in de Raad», de brief aan de Eerste Kamer van 23 juni 2025 (Kamerstukken I, 27 428 nr. G) getiteld «Beantwoording vragen Eerste Kamer over NGT-voorstel en Raasmandaat» en de brief van 12 november 2025 (Kamerstukken I, 27 428 nr. H) getiteld «Beantwoording vervolgvragen Eerste Kamer over Raadsmandaat NGT-voorstel».
1.
Kunt u concreet en specifiek laten zien op welk wetenschappelijk bewijs, dat NGT planten zouden bijdragen aan duurzame ontwikkeling, het NGT-voorstel is gebaseerd? Met andere woorden, op welke wetenschappelijke publicaties die zouden aantonen dat NGTs bijdragen aan duurzame ontwikkeling is het NGT-voorstel gebaseerd?
Voor de impact assessment van de Europese Commissie over het NGT-voorstel zijn door het Joint Research Centre (JRC) van de Europese Commissie zogenoemde «case studies» uitgevoerd. Het duidelijkste voorbeeld van een bijdrage aan duurzame ontwikkeling door NGT’s is ziekteresistentie door middel van cisgenese. Het JRC-rapport6 beschrijft het gebruik van NGT’s voor resistentie tegen aardappelziekte (Phytophthora infestans) in aardappel en schurft (Venturia inaequalis) in appel. Het inbrengen van meerdere resistentiegenen met behulp van NGTs leidt in combinatie met een goede landbouwpraktijk tot verminderd gebruik van gewasbeschermingsmiddelen. Dit rapport van de JRC verwijst naar een groot aantal wetenschappelijke publicaties.
2.
Wat als deze twee verschillende categorie 1 NGT planten zich op natuurlijke wijze met elkaar kruisen?
In het NGT-voorstel is de definitie van een categorie 1 NGT plant vastgelegd. Een categorie 1 NGT plant is een plant die de verificatieprocedure voor categorie 1 NGT planten positief heeft doorlopen, of een plant die een nakomeling is van een categorie 1 NGT plant. Twee verschillende categorie 1 NGT planten kunnen zich kruisen en de nakomelingen zullen categorie 1 NGT planten zijn, op voorwaarde dat er geen verdere wijzigingen worden geïntroduceerd door middel van gerichte mutagenese, cisgenese of technieken die onder de ggo-richtlijn vallen.
3.
Dan kunnen de nakomelingen uiteindelijk toch meer dan 20 modificaties hebben? Zouden deze nakomelingen dan eigenlijk onder categorie 2 NGT planten vallen, omdat ze meer dan 20 modificaties omvatten?
Door de natuurlijke geslachtelijke voortplanting van planten vinden duizenden mutaties en modificaties in het DNA plaats. Dat is de bron van genetische diversiteit die veredelaars gebruiken om nieuwe rassen te ontwikkelen. Door de modificaties in een categorie 1 NGT plant worden geen nieuwe genetische bronnen beschikbaar gesteld voor veredelaars, wel worden de bestaande genetische bronnen toegankelijker gemaakt. Modificaties die worden aangebracht in een categorie 1 NGT plant moeten onderdeel zijn van de «gene pool for conventional breeding purposes»7, en zijn ook bereikbaar met klassieke veredeling. Dit is juist het voordeel van categorie 1 NGT planten, hiermee kan een versnelling in de veredeling worden bereikt. Na verificatie van een categorie 1 NGT plant wordt deze plant onderdeel van het materiaal dat veredelaars tot hun beschikking hebben voor klassieke veredeling. Kruisbare categorie 1 NGT planten mogen met elkaar gekruist worden, op voorwaarde dat er geen verdere wijzigingen worden geïntroduceerd door middel van gerichte mutagenese, cisgenese of technieken die onder de ggo-richtlijn vallen.
4.
Voorkomt de uitkomst uit de trialoog deze situatie en zo ja, hoe?
Nee, de uitkomst van het triloog voorkomt deze situatie niet.
5.
Als deze nakomeling met bijvoorbeeld 21 modificaties direct op de markt zou worden gebracht zou deze plant toch in de categorie 2 NGT vallen en onder die wet- en regelgeving vallen?
Nee, deze nakomeling zou niet in de categorie 2 NGT vallen. Een nakomeling van een categorie 1 NGT plant waar geen verdere wijzigingen worden geïntroduceerd door middel van gerichte mutagenese, cisgenese of technieken die onder de ggo-richtlijn vallen blijft een categorie 1 NGT plant. Zie hiervoor ook het antwoord op vraag 3.
6.
Bent u het met dit lid eens dat, indien categorie 1 NGT planten op enige schaal worden toegepast, op de langere termijn de genetische samenstelling van landbouwgewassen, tuinen, boomgaarden, plantages en natuurgebieden op grote schaal en ongecontroleerd kan veranderen, gezien de mogelijkheid van kruising van verschillende categorie 1 NGT planten en hun nakomelingen, en kruisingen van categorie 1 NGT gewassen met wilde soorten, conventionele gewassen en biologische gewassen en hun nakomelingen?
De genetische samenstelling van landbouwgewassen, tuinen, boomgaarden, plantages en natuurgebieden verandert nu reeds al van nature ongecontroleerd en op grote schaal door natuurlijke processen. Dit gebeurt door recombinatie en willekeurige mutaties bij de geslachtelijke voortplanting. Op genetisch niveau vinden met elke generatie duizenden mutaties en modificaties in het DNA plaats. In de veredeling wordt sturing gegeven aan deze natuurlijke processen. Het gebruik van NGT’s in de veredeling heeft geen significante invloed op het totaal aan veranderingen in de genetische samenstelling; de natuurlijke processen leiden tot veel meer veranderingen in de genetische samenstelling van landbouwgewassen, tuinen, boomgaarden, plantages en natuurgebieden.
7.
De impact over generaties (van planten) is toch niet te overzien en op termijn niet meer terug te draaien? Graag ontvangt het lid een reactie hierop.
Modificaties die worden aangebracht in een categorie 1 NGT plant moeten onderdeel zijn van de «gene pool for conventional breeding purposes»2, en zijn ook bereikbaar met klassieke veredeling en daardoor ook niet wezenlijk anders. Door de modificaties in een categorie 1 NGT plant worden geen nieuwe genetische bronnen beschikbaar gesteld voor veredelaars, wel worden de bestaande genetische bronnen toegankelijker gemaakt. Dit is juist het voordeel van categorie 1 NGT planten, hiermee kan een versnelling in de veredeling worden bereikt.
In het antwoord op vraag 5 over monitoring op de lange termijn in het vorig schriftelijk overleg stelt u: «Categorie 1 NGT planten hebben een vergelijkbaar risicoprofiel met conventioneel veredelde planten (...).».
8.
Wat wordt bedoeld met «vergelijkbaar» in dit antwoord?
Met mijn antwoord bedoel ik dat categorie 1 NGT planten gelijksoortige risico’s hebben als conventioneel veredelde planten. Categorie 1 NGT planten leiden niet tot nieuwe risico’s ten opzichte van conventioneel veredelde planten, maar ook conventionele veredeling kan leiden tot risico’s. Ik doel bijvoorbeeld op het glycoalkaloïden-gehalte van aardappels, dat kan leiden tot de vorming van de voor mensen giftige stof acrylamide. Bij registratie van een nieuw consumptieaardappelras moet dan ook worden vastgesteld of het glycoalkaloïden-gehalte onder het gemiddelde glycoalkaloïden-gehalte van het referentieras Innovator blijft. Dit risicoprofiel is vergelijkbaar voor een categorie 1 NGT aardappel en een conventioneel veredelde aardappel.
9.
Wat is de wetenschappelijke basis van deze uitspraak? Dit lid ontvangt graag de exacte, specifieke bronnen.
Deze uitspraak is gebaseerd op meerdere adviezen van de COGEM8 en rapporten van de EFSA. Voor de impact assessment van de Europese Commissie voor het NGT-voorstel heeft de EFSA de risico’s van planten gemaakt met NGT’s in kaart gebracht9. In dit rapport concludeert de EFSA dat planten waarbij cisgenesetechnieken worden toegepast (onderdeel van categorie 1 NGT) een vergelijkbaar risicoprofiel hebben met conventioneel veredelde planten. Dit in tegenstelling tot planten waarbij intragenesetechnieken worden toegepast (onderdeel van categorie 2 NGT), hiervoor concludeert EFSA dat er wel een mogelijkheid is op nieuwe risico’s. Het risicoprofiel van categorie 2 NGT planten is dus niet altijd vergelijkbaar met conventioneel veredelde planten en moet per situatie beoordeeld worden. Daarom wordt in het NGT-voorstel een proportionele risicobeoordeling voor categorie 2 NGT planten voorgesteld.
10.
Bent u bereid de COGEM om advies te vragen over de uitkomst van de trialogen?
Ja, ik ben bereid om de COGEM om advies te vragen over de uitkomst van Annex I uit de trilogen en informatievereisten om equivalentie aan te tonen. Ik zal dit advies meenemen in het opstellen van uitvoerende regelgeving.
Tabel 1 in het COGEM advies van mei 2025 vat de kritiek van de COGEM helder samen. Volgens de COGEM zijn de definities van categorie 1 NGT planten van zowel de Raad als het Europees Parlement niet equivalent aan conventionele technieken.
11.
Hoe beoordeelt u de definitie van categorie 1 NGTs in de uitkomst van de trialogen op de 3 aspecten in tabel 1 van het COGEM advies (number of modifications allowed, insertion of continuous DNA sequences, inversions)?
Het COGEM-advies waarnaar u refereert heeft de Annex I van de Raadspositie, en het akkoord van het Europese Parlement waarmee ze de trilogen ingingen getoetst aan het uitgangspunt van het NGT-voorstel van de Europese Commissie, dat NGT-I planten vergelijkbaar zijn met planten die door natuurlijke of conventionele veredeling zijn verkregen. Vervolgens heeft de COGEM een advies opgesteld om beide annexen beter aan het uitgangspunt te laten voldoen. Ik beoordeel de definitie van categorie 1 NGT en de equivalentiecriteria in Annex I van de uitkomst van de trilogen positief aan de hand van de COGEM adviezen.
(1) Het aantal modificaties dat is toegestaan met gerichte mutagenese is maximaal 3 per deel eiwit coderend DNA. Daarnaast mag het inbrengen van nieuw DNA als gerichte mutagenese niet meer dan 20 basenparen zijn. Deze combinatie van voorwaarden voorkomt het stapelen van nieuwe basenparen DNA («stacken»), wat volgens de COGEM niet mogelijk is met conventionele veredeling. Daarom vind ik dit een goede invulling van equivalentie vereisten.
(2) Onder cisgenese is de insertie van DNA alleen toegestaan als dit DNA voorkomt in de «gene pool for conventional breeding purpose»7, en beschikbaar is voor conventionele veredeling. Intragenese, een combinatie van delen van verschillende genen, is geen onderdeel van de «gene pool for conventional breeding purpose». Dit is in lijn met de bestaande adviezen van de COGEM.
(3) Inversies zijn toegestaan als het ingebrachte DNA voorkomt in de «gene pool for conventional breeding purpose»7 beschikbaar voor conventionele veredeling óf als het ingebrachte DNA geen endogeen gen onderbreekt. Volgens de COGEM zijn in conventionele veredeling inversies in alle mogelijke combinaties mogelijk en kunnen deze ook een endogeen gen onderbreken. In dit geval is het voorstel strenger dan volgens de COGEM noodzakelijk, dat kan ik echter accepteren.
12.
Bent u van mening dat de definitie van categorie 1 NGTs in de uitkomst van de trialogen «equivalent» is aan conventionele technieken? Zo ja, op basis van welke argumenten en bronnen? Zo nee, waarom heeft u dan positief geoordeeld over het voorstel?
Ja, op basis van de eerdere COGEM adviezen ben ik van mening dat de definitie van categorie 1 NGT planten equivalent is aan conventioneel veredelde planten. Daarnaast biedt het voorstel de Europese Commissie de mogelijkheid om de equivalentiecriteria in Annex I te herzien naar aanleiding van nieuwe wetenschappelijke inzichten, indien deze ontstaan.
13.
Hoe kan, en gaat, u, op basis van de uitkomst van de trialogen, garanderen dat NGT1-vrije productieketens en producten mogelijk blijven?
Zaadproducenten kunnen hun zaad NGT-vrij houden door geen gebruik te maken van NGTs en NGT-planten voor de veredeling van hun rassen. In het NGT-voorstel is opgenomen dat NGT-uitgangsmateriaal verplicht wordt geëtiketteerd, de NGT-status van uitgangsmateriaal wordt opgenomen in het rassenregister, en toegelaten categorie 1 NGT planten openbaar worden gemaakt in een publieke database. Deze maatregelen zorgen ervoor dat veredelaars, boeren en verwerkers in de hele productieketen een bewuste keuze kunnen maken welk materiaal zij willen gebruiken voor de teelt of voor de veredeling. Zo kunnen zij de keuze maken om vrij van NGT gewassen te opereren. In het voorstel wordt het gebruik van NGT gewassen in de biologische sector uitgesloten. Categorie 1 NGT gewassen zullen, net als conventionele gewassen, in de keten gescheiden moeten worden van biologische productie om vermenging te voorkomen. Daarnaast kunnen private initiatieven worden opgezet om NGT-vrije productieketens te vormen. Categorie 2 NGT gewassen blijven onder de bestaande ggo-richtlijn vallen, hier zijn mogelijkheden om co-existentiemaatregelen te nemen tussen teelt van categorie 2 NGT gewassen en NGT-vrije teelten.
14.
Hoe kunt u, op basis van de uitkomst van de trialogen, de onafhankelijkheid van (Nederlandse) boeren, kwekers en veredelaars garanderen van producenten van categorie 1 NGT planten, op de korte en langere termijn?
Het is niet mogelijk om een octrooi aan te vragen op een NGT-plantenras. Wel is het mogelijk om een octrooi aan te vragen op een technisch proces om een planteneigenschap in te brengen. Het NGT-voorstel heeft geen invloed op de octrooieerbaarheid van planten of planteneigenschappen. Sinds 2017 geldt dat octrooien die worden aangevraagd voor eigenschappen die met behulp van genetische technieken worden geïntroduceerd, uitsluitend bescherming bieden voor eigenschappen die met behulp van die genetische technieken worden geïntroduceerd en niet voor dezelfde eigenschap die via traditionele veredeling tot stand is gekomen. Daarnaast kent het Europese recht diverse beperkingen en uitzonderingen op het octrooirecht. Voor boeren bestaat de uitzondering onder voorwaarden om zaden met geoctrooieerde eigenschappen van hun eigen oogst opnieuw op hun bedrijf te gebruiken. Ook geldt in Nederland de beperkte kwekersvrijstelling waardoor kwekers geoctrooieerd materiaal vrij mogen gebruiken voor hun onderzoeksfase. Het staat boeren, kwekers en veredelaars vrij om rassen naar keuze te kiezen, rassen met of zonder kwekersrecht, met of zonder geoctrooieerde eigenschappen, en rassen ontwikkeld met of zonder NGT’s. Hierdoor behouden boeren, kwekers en veredelaars de ruimte om hun eigen keuzes te maken ten aanzien van categorie 1 NGT planten.
15.
Waarom heeft u, gezien de uitkomsten, niet net zoals acht andere lidstaten, tegen het voorstel gestemd? Ook gezien aangenomen Tweede Kamermoties en de uitkomsten van een onderzoek van het Rathenau Instituut over de opvattingen van Nederlandse burgers over NGTs?
Het kabinet heeft in het BNC-fiche haar positie uiteengezet en het voorstel voldoet aan de inzet van het kabinet. Het kabinet ziet het gebruik van NGT’s in de plantenveredeling als een belangrijk gereedschap dat ik de plantaardige sector wil bieden om uitdagingen omtrent biotische stress (ziekten en plagen) en a-biotische stress (als gevolg van klimaatverandering) het hoofd te kunnen bieden.
16.
Bent u bereid, gezien alle kritiek, uw positie over het voorstel te heroverwegen, met name omdat dit besluit onomkeerbare consequenties kan hebben? Zorgvuldigheid is op dit dossier van immens belang.
Het kabinet heeft in het BNC-fiche geoordeeld dat het NGT-voorstel in lijn is met het voorzorgsprincipe. Ik neem mijn besluiten zeer zorgvuldig, mede op basis van de adviezen van de COGEM, en blijf positief oordelen over het NGT-voorstel.
Samenstelling:
Van Aelst-Den Uijl (SP), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Holterhues (ChristenUnie), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Jaspers (BBB), Kanis (D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van Knapen (BBB), Van der Linden (VVD), Van Meenen (D66), Nicolaï (PvdD), Oplaat (BBB) (voorzitter), Perin-Gopie (Volt), Prins (CDA), Rietkerk (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Straus (VVD), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
«gene pool for conventional breeding purpose» is de totale genetische informatie (inclusief van verwante plantensoorten) die beschikbaar is voor conventionele veredeling.
Samenstelling:
Van Aelst-Den Uijl (SP), Baumgarten (JA21), Beukering (Fractie-Beukering), Fiers (GroenLinks-PvdA), Van der Goot (OPNL), Van Gurp (GroenLinks-PvdA) (ondervoorzitter), Holterhues (ChristenUnie), Janssen-van Helvoort (GroenLinks-PvdA), Jaspers (BBB), Kanis (D66), Kemperman (FVD), Van Kesteren (PVV), Kluit (GroenLinks-PvdA), Van Knapen (BBB), Van der Linden (VVD), Van Meenen (D66), Nicolaï (PvdD), Oplaat (BBB) (voorzitter), Perin-Gopie (Volt), Prins (CDA), Rietkerk (CDA), Van Rooijen (50PLUS), Straus (VVD), Thijssen (GroenLinks-PvdA), Visseren-Hamakers (Fractie-Visseren-Hamakers), De Vries (SGP), Walenkamp (Fractie-Walenkamp)
«gene pool for conventional breeding purpose» is de totale genetische informatie (inclusief van verwante plantensoorten) die beschikbaar is voor conventionele veredeling.
Kopieer de link naar uw clipboard
https://zoek.officielebekendmakingen.nl/kst-27428-I.html
De hier aangeboden pdf-bestanden van het Staatsblad, Staatscourant, Tractatenblad, provinciaal blad, gemeenteblad, waterschapsblad en blad gemeenschappelijke regeling vormen de formele bekendmakingen in de zin van de Bekendmakingswet en de Rijkswet goedkeuring en bekendmaking verdragen voor zover ze na 1 juli 2009 zijn uitgegeven. Voor pdf-publicaties van vóór deze datum geldt dat alleen de in papieren vorm uitgegeven bladen formele status hebben; de hier aangeboden elektronische versies daarvan worden bij wijze van service aangeboden.