Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal2019-202027428 nr. 370

27 428 Beleidsnota Biotechnologie

Nr. 370 BRIEF VAN DE MINISTER VAN LANDBOUW, NATUUR EN VOEDSELKWALITEIT

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 12 juni 2020

Tijdens het debat over Biotechnologie en Kwekersrecht op 25 april 2019 (Kamerstuk 27 428, nr. 357) heb ik u toegezegd u op de hoogte te houden over de procedure bij de Vergrote Kamer van Beroep van het Europees Octrooibureau (EOB) inzake de octrooieerbaarheid van planten op basis van klassieke veredeling. Mede namens de Minister van EZK kan ik u het volgende mededelen.

Op 14 mei jl. heeft de Vergrote Kamer van Beroep van het EOB uitspraak1 gedaan in zaak G3/19 over een octrooi op pepers. Ik heb met veel interesse naar deze uitspraak uitgekeken, omdat in deze zaak de vraag werd voorgelegd of de nieuwe uitvoeringsregel 28(2) bij het Europees Octrooiverdrag rechtsgeldig is. Deze regel werd in 2017 aangepast, zodat er geen octrooien meer kunnen worden verleend op de producten van essentieel biologische processen, oftewel de producten van klassieke plantenveredeling. Het verheugt mij u te kunnen mededelen dat de Vergrote Kamer van Beroep heeft beslist dat deze regel rechtsgeldig is, en dat daarmee definitief vaststaat dat er geen octrooien op klassiek veredelde groenten kunnen worden verleend. Hiermee is de wens van Nederland, waar we ons sinds 2009 eerst nationaal en later op Europees niveau langdurig voor hebben inzet, in vervulling gegaan. Onbelemmerde toegang tot genetische bronnen is voor de plantenveredeling van groot belang om nieuwe rassen te kunnen ontwikkelen met het oog op vermindering van middelengebruik in de landbouw en het oog op een veranderend klimaat.

Aan deze definitieve duidelijkheid is een lang proces voorafgegaan. In 2015 oordeelde dezelfde Vergrote Kamer van Beroep in twee zaken over tomaat en broccoli2 nog dat octrooien op de producten van klassieke veredeling wel mogelijk zijn. Hierbij werd gekeken naar artikel 53(b) van het Europees Octrooiverdrag, dat dezelfde tekst bevat als artikel 4 lid 1 onder b van de Biotechrichtlijn3. Hierin staat dat werkwijzen van wezenlijk biologische aard voor de voortbrenging van planten of dieren niet octrooieerbaar zijn. In de broccoli- en tomaatzaken lag de vraag voor of de producten van dergelijke processen dan wel octrooieerbaar zijn. De Vergrote Kamer van Beroep, het hoogste beroepsorgaan van het EOB, kwam na vele overwegingen tot het oordeel dat de tekst niet anders kan worden geïnterpreteerd dan dat de producten van deze processen niet van octrooieerbaarheid zijn uitgezonderd. Deze uitspraak leidde tot veel politieke en maatschappelijke ophef.

Nederland heeft dit onderwerp daarna meerdere malen ter sprake gebracht in de Raad voor Concurrentievermogen en in de Landbouw- en Visserijraad. Het voorzitterschap van de Raad van de EU begin 2016 heeft Nederland aangegrepen om dit onderwerp op de Europese agenda te krijgen. Volgend op een door het Nederlands voorzitterschap georganiseerd symposium, heeft de Europese Commissie eind 2016 een interpretatieve verklaring4 van artikel 4 lid 1 onder b van de Biotechrichtlijn gepubliceerd. Hierin staat dat het nooit de bedoeling van de EU wetgever is geweest bij de totstandkoming van de Biotechrichtlijn om octrooien op de producten van klassieke veredeling mogelijk te maken. Deze interpretatieve verklaring werd ondersteund door het Europees parlement en de Raad.

Vervolgens is door de 38 lidstaten van de Europese Octrooiorganisatie besloten om uitvoeringsregel 28(2) bij het Europees Octrooiverdrag overeenkomstig de interpretatieve verklaring aan te passen per 1 juli 2017, zodat duidelijk werd dat er geen octrooien mogen worden verleend op de producten van klassieke veredeling. Hiermee leek de kwestie opgelost.

Echter, eind 2018 oordeelde een Technische Kamer van Beroep van het EOB in een zaak over een octrooi op pepers5 dat de nieuwe regel 28(2) niet rechtsgeldig was, omdat deze in strijd was met eerdere jurisprudentie van de Vergrote Kamer van Beroep. Deze uitspraak zorgde wederom voor veel onrust en onduidelijkheid. Daarom heeft de president van het EOB in april 2019 deze zaak via een speciale juridische procedure voorgelegd6 aan de Vergrote Kamer van Beroep. Ruim 40 lidstaten en organisaties hebben gebruikgemaakt van de mogelijkheid om een zienswijze in deze zaak in te dienen middels een amicus curiae brief. Ook Nederland heeft een zienswijze ingediend. Hiervan heb ik op 14 oktober 2019 een afschrift naar uw Kamer verzonden (Kamerstuk 27 428, nr. 363).

Op 14 mei heeft de Vergrote Kamer van Beroep uiteindelijk dus geoordeeld dat de nieuwe uitvoeringsregel 28(2) rechtsgeldig is. Het Europees Octrooiverdrag moet dynamisch worden geïnterpreteerd, en daarbij moet rekening worden gehouden met relevante ontwikkelingen, zoals de wijziging van regel 28(2) overeenkomstig de interpretatieve verklaring.

Ik ben blij dat dit met deze uitspraak van de Vergrote Kamer van Beroep is bevestigd. Natuurlijke planteneigenschappen of -genen behoren aan niemand toe en daarom vind ik het ongepast als deze geoctrooieerd zouden kunnen worden. Het is voor plantenveredelaars van cruciaal belang dat ze goede toegang hebben tot genetische bronnen. Deze toegang kwam onder druk te staan door de toegenomen octrooiering van planteigenschappen, hetgeen de innovatie in de veredelingssector kan belemmeren.

Het octrooirecht en het kwekersrecht spelen een belangrijke rol in het bevorderen van innovatie, waarbij het octrooirecht breed van toepassing is en het kwekersrecht specifiek is gericht op bescherming van nieuwe plantenrassen. Echter voor het beschermen van innovaties van klassieke plantenveredeling is het octrooirecht geen geschikt systeem. Voor dergelijke innovaties is het kwekersrecht beschikbaar. Uiteraard zal ik mij blijven inzetten voor een doeltreffende bescherming via het kwekersrecht.

De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit, C.J. Schouten


X Noot
2

G 2/12 (Tomatoes II), Decision of the Enlarged Board of Appeal; OJ EPO 2016, A27 en G 2/13 (Broccoli II) Decision of the Enlarged Board of Appeal; OJ EPO 2016, A28

X Noot
3

Richtlijn 98/44/EG van het Europees parlement en de Raad betreffende de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen

X Noot
4

Mededeling van de Europese Commissie inzake bepaalde artikelen van Richtlijn 98/44/EG van het Europees parlement en de Raad betreffende de rechtsbescherming van biotechnologische uitvindingen (2016/C 411/03)

X Noot
5

T 1063/18, Decision of Technical Board of Appeal 3.3.04

X Noot
6

Referral of a point of law by the President of the EPO; OJ EPO 2019, A52