Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 4 april 2012
Naar aanleiding van uw verzoek van 7 maart 2012, zend ik u bij dezen mijn reactie
op het rapport inzake verstrengeling bedrijfsleven en EFSA, opgesteld door Corporate
Europe Observatory (CEO) en Earth Open Source (EOS), getiteld «Conflicts on the menu.
A decade of industry influence at the European Food Safety Authority (EFSA)».1
Het rapport is in februari 2012 verschenen naar aanleiding van het feit dat EFSA in
2012 tien jaar bestaat. De auteurs van het rapport zijn leden van wat zij zelf noemen
een onderzoeks- en actiegroep die de invloed onderzoekt van private partijen en lobbygroepen
op de politiek beleidsmatige ontwikkelingen van de EU.
De conclusies van het rapport kunnen als volgt worden samengevat:
-
1 Bij de beoordelingen van EFSA is de invloed van de industrie groter dan die van de
publieke omgeving. Hierdoor wordt de risicobeoordeling van EFSA gecompromitteerd;
-
2 Medewerkers, panelleden en leden van de Management Board van EFSA staan onder invloed
van de industrie en er is sprake van belangenverstrengeling.
-
3 EFSA stelt haar eigen regels m.b.t. de selectie van medewerkers en deskundigen, de
wijze waarop dossiers worden beoordeeld en de wijze waarop richtsnoerenworden opgesteld.
Add 1. Gebruikmaking van resultaten van industrieel onderzoek is in bepaalde gevallen
niet meer dan logisch. Onderzoek voor markttoelating wordt uiteraard niet met publiek
geld uitgevoerd en heeft daarnaast vanwege concurrentieposities of mogelijke octrooiaanvragen
vaak een vertrouwelijk karakter. Naast de aangeleverde gegevens en literatuur van
private instanties baseren de EFSA- panelleden hun advies ook op publiek beschikbare
gegevens en literatuur.
Add 2. Bij de oprichting van de EFSA zijn veel mensen uit de bestaande nationale organisaties
opgenomen in de lijsten van deskundigen voor de panels van EFSA.
De meeste van deze deskundigen brengen een netwerk mee dat ze op nationaal niveau
opgebouwd hebben. In veel gevallen zullen in een dergelijk persoonlijk netwerk mensen
voorkomen die actief zijn in het bedrijfsleven. Nederland heeft een traditie van publiekprivate
samenwerking met veel aandacht voor onderzoek in combinatie met innovatie, denk bijvoorbeeld
aan TNO en de WUR. Bij deze onderzoeksinstellingen werken academische en industriële
partijen samen. Deskundigen van die onderzoeksinstellingen, die regelmatig een bijdrage
leveren aan EFSA-werkzaamheden, hebben per definitie contacten met private partijen.
Aanwijzingen voor belangenverstrengeling, op nationaal, dan wel op Europees niveau,
zijn deze contacten echter niet.
Add 3. Met het oprichten van de EFSA werd een strikte scheiding aangebracht tussen
risicobeoordeling en risicomanagement. De Europese Commissie, de Lidstaten en het
Europees Parlement (EP) werken samen met EFSA om een effectieve samenhang tussen deze
beide aspecten te bevorderen. Zo worden de leden van de Raad van Bestuur van EFSA
door de Lidstaten in overleg met het EP benoemd. Zaken die gerelateerd zijn aan de
risicobeoordeling, zoals de EFSA- richtsnoeren, blijven echter een verantwoordelijkheid
van EFSA als onafhankelijke autoriteit.
Het kabinet deelt de conclusies van het rapport niet. De werkwijze van EFSA met betrekking
tot de risicobeoordeling van voedsel is al sinds 1960 nationaal en internationaal
in gebruik en is mondiaal geaccepteerd. Er is geen aanleiding om aan de onafhankelijkheid
en de kwaliteit van de EFSA-adviezen te twijfelen. Het werk van EFSA speelt een centrale
rol bij het waarborgen van de voedselveiligheid in Europa. Het ten onrechte in twijfel
trekken van de oordelen van EFSA, het diskwalificeren van EFSA-medewerkers en het
bemoeilijken van het aantrekken van de juiste expertise brengt de voedselveiligheid
in het geding. Ik wijs u erop dat EFSA haar uitvoeringsregels ten behoeve van haar
onafhankelijkheid recent heeft aangescherpt.2 Het kabinet erkent deze verantwoordelijkheidsexercitie van EFSA en steunt haar in
de uitvoering daarvan.
Voor het overige verwijs ik naar de brief van de Staatssecretaris van Infrastructuur
en Milieu die op 9 november 2011 aan uw Kamer is gestuurd (TK 27 428, nr. 208).
De staatssecretaris van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie,
H. Bleker