27 406 Nota «De kenniseconomie in zicht»

Nr. 181 BRIEF VAN DE MINISTER VAN ECONOMISCHE ZAKEN EN STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAP

Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Den Haag, 25 juni 2010

Conform de motie (31 700 VIII, nr. 21) die uw Kamer op dinsdag 17 november 2009 heeft aanvaard tijdens het Algemeen Overleg over de creatieve industrie van 1 oktober 2009, naar aanleiding van de brief Cultuur en Economie 2009 «Waarde van Creatie» (zie TK 2009/2010, 27 406, nr. 154), informeren wij u met deze brief voor het zomerreces van 2010 over het aandeel van de creatieve industrie in de toekenningen van de FES-aanvragen.

Op 3 augustus 2009 (zie TK, 2008–2009, 27 406 nr. 148) bent u geïnformeerd over het kabinetsbesluit van 10 juli 2009 om, onder andere op het onderwerp Creatieve Industrie, een nieuw voorstel te laten ontwikkelen en indienen. Dit voorstel is ingediend op 14 december 2009 en vervolgens beoordeeld door de Commissie van Wijzen voor Kennis & Innovatie en het Centraal Planbureau. Op basis van deze beoordelingen is op 28 mei jl. in de ministerraad besloten om het voorstel van de creatieve industrie, CIRP, te honoreren met € 10,5 mln euro (zie TK 2009/2010, 27 406 nr. 178).

Het voorstel voor CIRP is ontwikkeld door een consortium van de TU Delft (de faculteit Industrieel Ontwerpen), de TU Eindhoven, de Universiteit Twente, de Design Academy Eindhoven, de Universiteit van Amsterdam, de Vrije Universiteit en NWO. Hierbij is nauw samengewerkt met het bedrijfsleven. De ministeries van Economische Zaken (EZ) en Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW) hebben dit ontwikkelingsproces ondersteund. CIRP richt zich op het ontwerpen van complexe Product Service Systems (PSS). PSS betekenen een ommekeer van het ontwerpen van een concreet product naar het ontwerpen van een combinatie van fysieke en digitale producten en diensten. De zorgsector zou bijvoorbeeld veel baat kunnen hebben bij PSS-oplossingen. Hoofddoel van CIRP is verder (uit)ontwikkelen van de kennisbasis, methoden en instrumenten voor het ontwerpen van PSS. Dit zal een positieve invloed hebben op zowel de concurrentiekracht van de Nederlandse creatieve industrie, in het bijzonder de ontwerpsector, als de Nederlandse industriële sector.

Een andere belangrijke impuls voor de innovatiekracht van de Nederlandse creatieve industrie is de ontwikkeling van een innovatieprogramma, vanuit haar positie als sleutelgebied voor innovatie. Medio 2009 is een werkgroep samengesteld, die namens de hele creatieve industrie verantwoordelijk is voor het uitwerken van een voorstel voor dit innovatieprogramma. Hierin participeren onder andere vertegenwoordigers van de Federatie Dutch Creative Industries, Logica, LostBoys, Designlink, Waag Society en Design Connection Brainport Eindhoven. Vanuit de overheid ondersteunt Agentschap NL de creatieve industrie bij dit proces.

Allereerst is de werkgroep, in dialoog met haar achterban en potentiële opdrachtgevers, aan de slag gegaan met het opstellen van een gemeenschappelijke visie en strategische agenda voor het innovatieprogramma. Deze zijn onlangs beoordeeld door de Strategische Adviescommissie Innovatieprogramma’s (SAC). De SAC adviseert de minister van EZ over nieuwe innovatieprogramma’s en een eventuele overheidsbijdrage daaraan. Op basis van het SAC-advies is de creatieve industrie door de minister van EZ uitgenodigd om de visie en strategische agenda aan te scherpen en uit te werken tot een concreet programmavoorstel. Van belang hierbij zijn de samenhang en eventuele samenwerking met CIRP. Naar verwachting wordt in oktober 2010 een concreet uitgewerkt programmavoorstel met duidelijke doelen, mijlpalen en beoogde eindresultaten voorgelegd aan de SAC. Op basis van dit voorstel en het SAC-advies daarover zal worden besloten over een eventuele overheidsbijdrage voor een innovatieprogramma creatieve industrie.

CIRP en een innovatieprogramma voor de creatieve industrie kunnen elkaar, en daarmee de innovatiekracht van de Nederlandse creatieve industrie, de komende jaren versterken.

De minister van Economische Zaken,

M. J. A. van der Hoeven

De staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,

J. M. van Bijsterveldt-Vliegenthart

Naar boven