nr. 62
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ECONOMISCHE ZAKEN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
's-Gravenhage, 11 juli 2001
Samenvatting
Van 25 tot en met 27 juni jl. bracht ik, op uitnodiging van federaal vice-premier
Miroljub Labus, een bezoek aan Joegoslavië. Ontmoetingen vonden plaats
met de federale ministers van buitenlandse zaken en landbouw, de gouverneur
van de Nationale Bank, de Servische minister van buitenlandse economische
betrekkingen, de Servische assistent-minister van transport, de Uitvoerende
Raad van Vojvodina en vertegenwoordigers van EBRD en Wereldbank. Met zowel
de Federatie als met Servië werd een Memorandum of Understanding getekend,
gericht op bevordering van samenwerking in de private sector (PSO).
Voor vijfentwintig bedrijven, onder leiding van drs. J. Bout (Tebodin),
had de ambassade in Belgrado een matchmaking-programma verzorgd. Tevens vond
een rondetafel bijeenkomst plaats, waar het accent lag op overdracht van praktische
informatie. Parallel aan het officiële programma verzorgde de EVD een
seminar over de aanpak van exportbevordering.
Mijn bezoek stond in het licht van verkenning van de mogelijkheden voor
versterkte bilaterale samenwerking en het uitbouwen van commerciële betrekkingen.
Het bezoek vond overigens plaats aan de vooravond van de donorconferentie
op 29 juni, ten behoeve waarvan onlangs door EU en Wereldbank een uitgebreide
«needs assessment» afgerond was. Alle gesprekken verliepen in
een prettige, open atmosfeer. De bewindslieden zijn allen uit hetzelfde hout
gesneden, realistisch en energiek. Zij deelden mee dat de tijd rijp is voor
ingrijpende maatregelen en dat versterking van de bilaterale economische relaties
daarbij zeer behulpzaam kan zijn.
Verslag
Vice-premier Labus gaf een overzicht van de economische ontwikkelingen
(positieve internationale reserves, maar erg laag BBP en hoge rente), de stand
van zaken bij de economische hervormingen (die meer tijd vergen dan
de bevolking toestaat), de relatie met Montenegro, samenwerking met ICTY en
de komende donorconferentie.
Het gesprek richtte zich voorts op de politieke situatie in de regio,
de vrijhandelsrelaties met buurlanden en de start van SAA-onderhandelingen
met de EU. Ten aanzien van bilaterale samenwerking zag Labus kansen voor onder
meer landbouw, scheepsbouw en electronica, zij het dat de financiering nog
een bottleneck kan vormen.
Met een korte ceremonie werd daarop met de Federatie een MoU gericht op
bevordering van samenwerking in de private sector bezegeld (PSO). Het betreft
een kaderovereenkomst ter bekrachtiging van afzonderlijke MoU's met de twee
republieken, waarmee ook vrijstelling van douanerechten en fiscale heffingen
wordt bewerkstelligd.
Vervolgens tekende ik met de Servische minister Pitic een tweejarig MoU,
waarmee het Programma voor Samenwerking met Oost-Europa voor Servië wordt
opengesteld.
Vanaf 1 juli dit jaar kunnen projecten worden uitgevoerd in de sectoren
landbouw, industrie en technologie alsmede private sector ontwikkeling.
Landbouwminister Vitosevic gaf duidelijk aan met welke problemen de landbouwsector
kampt, te weten verloren gegane exportmarkten, verouderde technologie en gebrek
aan kapitaal. Hij toonde zich verheugd over de reeds uitstekende bilaterale
samenwerking en bleek op de hoogte van diverse concrete transacties en lopende
contacten. Landbouwraad Gabor kon vervolgens aankondigen dat per 1 september
a.s. een Nederlands expert beschikbaar is om te worden gedetacheerd bij het
Joegoslavische ministerie van landbouw. Hij zal in het bijzonder assistentie
bieden bij het in overeenstemming brengen van de Joegoslavische regelgeving
met de EU-regels.
Minister Svilanovic van Buitenlandse Zaken benadrukte dat Joegoslavië
sterk behoefte heeft aan regionale stabiliteit, een duidelijk juridisch kader
en schuldenverlichting. Bovendien zijn buitenlandse investeringen onontbeerlijk
om werkgelegenheid en technologie te brengen. Veel hangt ook af van de binnenlandse
politiek, mede als gevolg van de toen nog aanstaande overdracht van Milosevic
aan het Joegoslavië-tribunaal.
Gouverneur Dinkic van de Nationale Bank beschreef de actuele herstructurering
van het bankwezen en zijn streven om het vertrouwen in de banken te herstellen.
Daarmee moet ook een deel van het spaargeld «vanonder de matrassen»
gehaald kunnen worden. Voorts stond hij stil bij de sanering van de buitenlandse
schulden en de onderhandelingen met de clubs van Parijs en Londen.
De ontmoeting met de Servische minister van buitenlandse economische betrekkingen,
Pitic, vormde een spoedig weerzien na zijn bezoek aan Nederland in februari
2001. Beiden zijn we voorstander van verdere intensivering van de betrekkingen.
In dat kader verzorgden EVD-directeur Bauduin en twee van zijn medewerkers
al dezelfde dag een workshop over de aanpak van exportbevordering in Nederland.
Het Commissariaat voor de Buitenlandse Investeringen, CBIN, zal over enige
tijd nadere assistentie verlenen aan enkele Servische ambtenaren.
EBRD en Wereldbank gaven een toelichting op de concrete activiteiten van
deze organisaties in de komende periode en de daartoe beschikbare middelen.
Bij het Servisch transportministerie tot slot werd nog gesproken over
enkele praktische zaken, zoals de bevaarbaarheid van de Donau, de stand van zaken bij de bilaterale onderhandelingen over wegtransport en de
komende binnenvaartconferentie in Rotterdam.
Een rondetafel bijeenkomst bood een waardevol forum voor de uitwisseling
van praktische informatie en het bespreken van een aantal concrete bedrijfsproblemen.
Overigens kwamen ook bij de officiële ontmoetingen specifieke bedrijfspunten
ter sprake, veelal opgebracht door de leider van de bedrijvendelegatie.
Parallel aan mijn officiële programma volgden de Nederlandse bedrijven
overeenkomstig hun wensen een matchmaking-programma, hetgeen leidde tot talrijke
contacten met het Joegoslavisch bedrijfsleven. Tevens vonden twee buffet-dinners
plaats, waar de bedrijven volop gelegenheid hadden om in contact te komen
met aanwezige bewindslieden en diverse andere instanties.
Aan het slot van het bezoek constateerde ik, samen met de missiedeelnemers,
dat Joegoslavië weliswaar nog kampt met een groot aantal problemen, doch
dat het land alle aandacht verdient en al op korte termijn veel mogelijkheden
biedt voor commerciële samenwerking. Een aantal bedrijven heeft overigens
al concrete projectvoorstellen onderhanden.
De Staatssecretaris van Economische Zaken,
G. Ybema