Start van deze pagina
Skip navigatie, ga direct naar de Inhoud

Overheid.nl - de wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden.

De wegwijzer naar informatie en diensten van alle overheden

Tekstgrootte
+


Vergaderjaar 2000-2001
Kamerstuk 27400-X nr. 2

Gepubliceerd op 28 september 2000
Toon volledige inhoudsopgave

Gerelateerde informatie


Toon alle stukken in dossier



27 400 X
Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2001

nr. 2
MEMORIE VAN TOELICHTING

INHOUDSOPGAVE

A. Artikelsgewijze toelichting bij het wetsvoorstel4
   
B. Beleidsagenda 20015
   
Inleiding5
 – 1. Versterking van de Europese militaire capaciteiten in 20016
 – 2. Investeren in personeel: prioriteiten van het personeelsbeleid9
 – 3. Uitvoering Defensienota-2000: wat doet Defensie in 200113
 – 4. Financiële gevolgen van het voorgenomen beleid16
C. Toelichting per begrotingsartikel20
Wetsartikel 1 (uitgaven/verplichtingen)20
Inleiding20
 – Verplichtingen-kassystematiek20
 – Nieuwe mutaties20
 – Personele ramingen20
 – Loon- en prijspeil20
 – Loonbijstelling 200020
 – Prijsbijstelling 200021
 – Doelstellingen en operationele gereedheid21
 – Beleidsevaluaties21
 – Kengetallen21
 – Materieelprojecten overzicht21
 – Verdiepingsbijlage22
01.Beleidsterrein Algemeen23
Algemeen23
Artikel 01.20 Personeel en materieel23
 – Het ressort Kerndepartement25
 – Het ressort Militaire Inlichtingendienst29
 – Artikelonderdeel 0.1.20.09 Wachtgelden en inactiviteitswedden31
Artikel 01.21 Subsidies en bijdragen31
Artikel 01.22 Geheime uitgaven35
Artikel 01.23 Internationale verplichtingen35
Artikel 01.24 Garanties37
Artikel 01.25 Milieumaatregelen38
Artikel 01.26 Technologie-ontwikkeling39
Artikel 01.27 Loonbijstelling41
Artikel 01.28 Prijsbijstelling43
Artikel 01.29 Overige departementale uitgaven44
02.Beleidsterrein Pensioenen en uitkeringen49
Artikel 02.02 Militaire pensioenen en uitkeringen49
03.Beleidsterrein Koninklijke Marine54
Algemeen54
Artikel 03.20 Personeel en materieel54
 – Het ressort Commandant der zeemacht in Nederland55
 – Het ressort Commandant der zeemacht in het Caribisch gebied61
 – Het ressort Commandant van het Korps Mariniers65
 – Het ressort Ondersteunende eenheden68
 – Het ressort Admiraliteit73
 – Artikelonderdeel 03.20.21 Wachtgelden en inactiviteitswedden79
Artikel 03.21 Subsidies en bijdragen80
Artikel 03.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur81
 – Artikelonderdeel Schepen82
 – Artikelonderdeel Vliegtuigen85
 – Artikelonderdeel Voertuigen86
 – Artikelonderdeel Elektronisch materieel86
 – Artikelonderdeel Munitie88
 – Artikelonderdeel Overig groot materieel88
 – Artikelonderdeel Infrastructuur89
04.Beleidsterrein Koninklijke Landmacht90
Algemeen90
Artikel 04.20 Personeel en materieel90
 – Het ressort 1(GE/NL) Legerkorps92
 – Het ressort Nationaal Commando96
 – Het ressort Commando opleidingen Koninklijke Landmacht101
 – Het ressort Overige eenheden Bevelhebber der Landstrijdkrachten105
 – Het ressort Landmachtstaf110
 – Artikelonderdeel 04.20.21 Wachtgelden en inactiviteitswedden112
Artikel 04.21 Subsidies en bijdragen114
Artikel 04.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur115
 – Artikelonderdeel Automatisering118
 – Artikelonderdeel Logistiek118
 – Artikelonderdeel Commandovoering, verbindingen en gevechtsinlichtingen119
 – Artikelonderdeel Elektronisch materieel121
 – Artikelonderdeel NBC materieel121
 – Artikelonderdeel Luchtverdediging121
 – Artikelonderdeel Manoeuvre123
 – Artikelonderdeel Vuursteun125
 – Artikelonderdeel Gevechtssteun126
 – Artikelonderdeel Infrastructuur126
05.Beleidsterrein Koninklijke Luchtmacht128
Algemeen128
Artikel 05.20 Personeel en materieel128
 – Het ressort Tactische Luchtmacht130
 – Het ressort Decentrale Ondersteunende eenheden134
 – Het ressort Logistiek Centrum Koninklijke Luchtmacht136
 – Het ressort Koninklijke Militaire School Luchtmacht138
 – Het ressort Hoofdkwartier Koninklijke Luchtmacht (HKKLu)139
 – Artikelonderdeel 5.20.17 Wachtgelden en inactiviteitswedden144
Artikel 05.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur145
 – Artikelonderdeel Vliegtuigmaterieel148
 – Artikelonderdeel Vervoermiddelen151
 – Artikelonderdeel Elektrisch en elektronisch materieel151
 – Artikelonderdeel Bewapeningsmaterieel154
 – Artikelonderdeel Springstoffen en munitie155
 – Artikelonderdeel Overig materieel156
 – Artikelonderdeel Infrastructuur156
06.Beleidsterrein Koninklijke Marechaussee158
Algemeen158
Artikel 06.20 Personeel en materieel158
Artikelonderdeel 6.20.05 Wachtgelden en inactiviteitswedden162
Artikel 06.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur162
 – Artikelonderdeel Vervoermiddelen en vaartuigen164
 – Artikelonderdeel Elektrisch en elektronisch materieel164
 – Artikelonderdeel Automatiseringsmiddelen164
 – Artikelonderdeel Bewapeningsmaterieel165
 – Artikelonderdeel Telefooninstallaties165
 – Artikelonderdeel Overig materieel165
 – Artikelonderdeel Infrastructuur165
08.Multi-service projecten en activiteiten167
Artikel 08.01 Luchtmobiele brigade167
 – Artikelonderdeel Bewapende helikopter168
 – Artikelonderdeel Transporthelikopter169
 – Artikelonderdeel Luchtmobiel speciaal voertuig170
 – Artikelonderdeel Persoonsgebonden uitrusting170
 – Artikelonderdeel Overige, specifieke materieelprojecten170
 – Artikelonderdeel Infrastructuur grondcomponent170
 – Artikelonderdeel Infrastructuur luchtcomponent170
Artikel 08.02 Vredesoperaties171
Artikel 08.04 Overige uitgaven Internationale Samenwerking172
Artikel 08.05 Efficiencybesparing/kwaliteitsverbetering174
Artikel 08.06 EVDB-fonds174
09.Beleidsterrein Defensie Interservice Commando176
Algemeen176
Artikel 09.02 Personeel en materieel178
 – Het ressort Staf Defensie Interservice Commando180
 – Het ressort Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie182
 – Het ressort Defensie Werving en Selectie185
 – Het ressort Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf189
 – Het ressort Instituut Defensie Leergangen192
 – Het ressort Overige Interservice Diensten195
 – Artikelonderdeel 09.02.25 Wachtgelden en inactiviteitswedden200
Artikel 09.03 Investeringen groot materieel en infrastructuur200
 – Artikelonderdeel Groot materieel202
 – Artikelonderdeel Infrastructuur202
Wetsartikel 2 (ontvangsten)203
01.Beleidsterrein Algemeen203
Algemeen203
Artikel 01.20 Verrekenbare ontvangsten203
 – Artikelonderdeel Personele ontvangsten204
 – Artikelonderdeel Materiële en specifieke ontvangsten204
 – Artikelonderdeel Ontvangsten voortvloeiend uit internationale verplichtingen in verband met Navo-infrastructuur204
Artikel 01.21 Niet-verrekenbare ontvangsten205
02.Beleidsterrein Pensioenen en uitkeringen205
Algemeen205
Artikel 02.01 Verrekenbare ontvangsten206
Artikel 02.02 Niet-verrekenbare ontvangsten206
03.Beleidsterrein Koninklijke Marine207
Algemeen207
Artikel 03.20 Verrekenbare ontvangsten207
 – Artikelonderdeel Personele ontvangsten208
 – Artikelonderdeel Materiële en specifieke ontvangsten209
Artikel 03.21 Niet-verrekenbare ontvangsten210
04.Beleidsterrein Koninklijke Landmacht211
Algemeen211
Artikel 04.20 Verrekenbare ontvangsten211
 – Artikelonderdeel Personele ontvangsten212
 – Artikelonderdeel Materiële en specifieke ontvangsten213
Artikel 04.21 Niet-verrekenbare ontvangsten213
05.Beleidsterrein Koninklijke luchtmacht213
Algemeen213
Artikel 05.20 Verrekenbare ontvangsten214
 – Artikelonderdeel Personele ontvangsten214
 – Artikelonderdeel Materiële en specifieke ontvangsten215
Artikel 05.21 Niet-verrekenbare ontvangsten216
06.Beleidsterrein Koninklijke Marechaussee217
Algemeen217
Artikel 06.20 Verrekenbare ontvangsten217
 – Artikelonderdeel Personele ontvangsten217
 – Artikelonderdeel Materiële en specifieke ontvangsten218
Artikel 06.21 Niet-verrekenbare ontvangsten218
   
08.Beleidsterrein Multi-service projecten en activiteiten219
Artikel 08.01 Ontvangsten luchtmobiele brigade219
Artikel 08.02 Ontvangsten naar aanleiding van vredesoperaties219
Artikel 08.03 Overige ontvangsten Internationale Samenwerking220
09.Beleidsterrein Defensie Interservice Commando220
Algemeen220
Artikel 09.02 Verrekenbare ontvangsten221
 – Artikelonderdeel Personele ontvangsten222
 – Artikelonderdeel Materiële en specifieke ontvangsten222
   
Artikel 09.03 Niet-verrekenbare ontvangsten222
   
D. Toelichting bij de agentschapsbegrotingen223
Wetsartikel 4 (agentschapsbegrotingen)223
 – 4.1 Defensie Telematica Organisatie223
 – 4.2 Dienst Gebouwen, Werken & Terreinen223

A. ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ HET WETSVOORSTEL

Wetsartikelen 1 en 2 (uitgaven/verplichtingen en ontvangsten)

De begrotingen die onderdeel uitmaken van de Rijksbegroting, worden op grond van artikel 1, derde lid, van de Comptabiliteitswet elk afzonderlijk bij de wet vastgesteld. Het onderhavige wetsvoorstel strekt ertoe om de begroting van het ministerie van Defensie voor het jaar 2001 vast te stellen.

Alle voor dit jaar vastgestelde begrotingswetten tezamen vormen de Rijksbegroting voor het jaar 2001. Een toelichting op de Rijksbegroting als geheel is opgenomen in de Miljoenennota 2001.

Met de vaststelling van deze wetsartikelen wordt de in de begrotingsstaat opgenomen begroting van de uitgaven en de ontvangsten voor het jaar 2001 vastgesteld. De in de begroting opgenomen begrotingsartikelen worden door middel van een algemene toelichting per begrotingsartikel toegelicht in de onderdelen B en C van deze memorie van toelichting.

Wetsartikelen 4 (agentschapbegroting)

Met de vaststelling van dit wetsartikel wordt de in de begrotingsstaat opgenomen begroting van baten en lasten en van kapitaaluitgaven en -ontvangsten van de agentschappen Defensie Telematica Organisatie (DTO) en Dienst Gebouwen, Werken & Terreinen (DGW&T) voor het jaar 2001 vastgesteld. De in die begroting opgenomen begrotingsartikelen worden door middel van een algemene toelichting en een toelichting per begrotingsartikel toegelicht in onderdeel D van deze memorie van toelichting.

De Minister van Defensie,

F. H. G. de Grave

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt op grond van het bepaalde in artikel 25a, derde lid, onder b, van de Wet op de Raad van State.

B. BELEIDSAGENDA 2001

Inleiding

De ontwikkeling van Europese militaire capaciteiten bepaalt in toenemende mate de beleidsagenda van Defensie. Dit is niet alleen van belang voor de ontwikkeling van het Europees veiligheids- en defensiebeleid, maar evenzeer voor de bijdrage van de Europese landen aan de Navo. De Defensienota 2000 stelt de krijgsmacht in staat aan deze ontwikkeling mede inhoud te geven. Deze nota schetst een moderne, slagvaardige en toekomstgerichte krijgsmacht die is toegerust voor:

– de bescherming van de integriteit van het eigen en bondgenootschappelijk grondgebied;

– de bevordering van de internationale rechtsorde en stabiliteit en

– de ondersteuning van civiele autoriteiten bij rechtshandhaving, rampenbestrijding en humanitaire hulp binnen het koninkrijk.

Deze taken eisen een parate, flexibele, snel inzetbare krijgsmacht met voldoende voortzettingsvermogen. De vormgeving van de krijgsmacht is een dynamisch proces, dat wordt gevoed door operationele ervaringen, evaluaties en veranderingen in de omgeving, zoals politieke, militaire, defensie-industriële en technologische ontwikkelingen. Defensie blijft bij de uitvoering van de Defensienota 2000 alert op deze veranderingen en zal, waar nodig, de uitvoering van de nota in 2001 bijsturen. De versnelling van de Europese ontwikkelingen en de schaarste van de arbeidsmarkt als gevolg van conjuncturele en demografische ontwikkelingen hebben in dit verband bijzondere betekenis. Dit komt tot uitdrukking in de vier speerpunten van het defensiebeleid in 2001:

– versterking van de Europese militaire capaciteiten;

– versterking van het personeelsbeleid;

– voortzetting van het Veranderingsproces Defensie en

– verbetering van het financieel beheer en de bedrijfsvoering.

De Defensienota 2000 stelt – naast de artikel-5 taken – het Nederlandse ambitieniveau voor deelneming in internationale crisisbeheersingsoperaties als volgt vast:

– deelneming in een vredesafdwingende operatie met een brigade of het equivalent daarvan: een maritieme taakgroep, drie squadrons jachtvliegtuigen of een combinatie van deze eenheden;

– deelneming gedurende langere tijd aan maximaal vier vredesoperaties met bijdragen van bataljonsgrootte of equivalenten daarvan, zoals een squadron jachtvliegtuigen of twee fregatten.

Het toenemende belang van Europese militaire capaciteiten, zowel in Navo-verband als in het kader van de totstandkoming van een Europees veiligheids- en defensiebeleid (EVDB), vereist een versterking van de nationale én Europese militaire capaciteiten. Nederland wil hier een volwaardige bijdrage aan leveren en heeft hierin ook zijn verantwoordelijkheid. Deze komt mede tot uitdrukking in het door Nederland te bekleden Weu-voorzitterschap in de eerste helft van 2001. De versterking van de Europese militaire capaciteiten is in 2001 een eerste speerpunt in het defensiebeleid.

Demografische en conjuncturele ontwikkelingen hebben ingrijpende gevolgen voor de arbeidsmarkt. De concurrentie tussen werkgevers is groot: een krapper aanbod van geschoold personeel dwingt werkgevers tot extra wervingsinspanningen. Tegelijkertijd heeft de vraag naar goed opgeleid personeel een zuigende werking op het aanwezige personeel. Defensie ondervindt de gevolgen van de huidige arbeidsmarktsituatie. Werving en behoud van personeel zijn in dit licht cruciaal voor Defensie. Voor de krijgsmacht is het personeel de onmisbare schakel. Daarom is het personeelsbeleid in 2001 een tweede speerpunt voor Defensie.

Transparantie, betrouwbaarheid, slagvaardigheid en het afleggen van verantwoording zijn kernbegrippen van een moderne overheid. Dit stelt hoge eisen aan de defensie-organisatie. Het in 1999 begonnen Veranderingsproces Defensie geeft hieraan mede gestalte. Dit proces is gericht op een cultuuromslag, onder meer door de versterking van de centrale regie, de verbetering van de interne en externe informatievoorziening en het afleggen van verantwoording door de topfunctionarissen. Het Veranderingsproces Defensie wordt in 2001 met kracht voortgezet en is een derde speerpunt in de beleidsvoornemens voor 2001.

Het financieel beheer en de bedrijfsvoering bij Defensie behoeven verbetering. Hiertoe moeten beleidsvoornemens en budgettaire gevolgen, nog meer dan voorheen, zichtbaar met elkaar worden verbonden. De invoering van de nieuwe begrotingssystematiek (Van beleidsbegroting tot beleidsverantwoording (VBTB)) in 2002 en de versnelling van het afleggen van verantwoording versterken deze noodzaak. In 2001 vormt de verbetering van het financieel beheer en de bedrijfsvoering voor Defensie een vierde speerpunt.

1. Versterking van de Europese militaire capaciteiten in 2001

De Headline Goal en het Defense Capabilities Initiative.

De concretisering van het veiligheids- en defensiebeleid van de Europese Unie (EU) is goed op gang gekomen. De Europese Raden van Helsinki (december '99) en Feira (juni 2000) hebben een belangrijke impuls gegeven aan de ontwikkeling van een Europees veiligheids- en defensiebeleid. Het belang hiervan is ook onderstreept tijdens de Kosovo-crisis. Europa ontbeert voldoende militaire capaciteiten op het gebied van onder meer strategisch lucht- en zeetransport, inlichtingenverzameling, commandovoering en parate, snel inzetbare eenheden. Versterking van deze capaciteiten is nodig. De Europese Raad van Helsinki heeft hiervoor de «Headline Goal» vastgesteld: de EU-lidstaten moeten in 2003 in staat zijn binnen zestig dagen een militaire operatie uit te voeren met een omvang van 60 000 militairen en voldoende voortzettingsvermogen. Ook in de Navo zijn, vooral bij de Europese bondgenoten, tekortkomingen vastgesteld. Om die weg te werken is vorig jaar tijdens de Navo-top in Washington het «Defense Capabilities Initiative» gelanceerd. De EU- en Navo-lidstaten zullen de komende jaren forse inspanningen moeten plegen. Ook Nederland heeft hierin zijn verantwoordelijkheid.

In november 2000 moet een «capabilities commitment conference» (CCC) duidelijkheid scheppen over de nationale bijdrage van de EU-lidstaten aan de «Headline Goal». Ook moet worden vastgesteld welke middelen nodig zijn om de gebleken Europese tekortkomingen ongedaan te maken. De resultaten van deze conferentie zullen in december 2000 worden voorgelegd aan de Europese Raad van Nice. Deze zal zich ook moeten uitspreken over het tempo, de volgorde en de werkwijze voor het oplossen van deze tekortkomingen in 2001 en latere jaren. Nederland heeft in Feira met succes gepleit voor de verbreding van de «Headline Goal» naar maritieme en luchtstrijdkrachten, onder meer door het Frans-Nederlandse voorstel voor een maritieme «Headline Goal». In Feira is ook een doelstelling voor de versterking van de Europese capaciteit voor civiele politiemissies overeengekomen.

De defensie-uitgaven van de Europese landen samen bedragen bijna tweederde van het Amerikaanse defensiebudget. De feitelijke prestaties («output») die de Europese defensie-inspaningen opleveren zijn aanzienlijk kleiner dan de helft van de Amerikaanse. De versterking van de Europese militaire capaciteiten vergt daarom veel aandacht. Nederland zoekt samen met de bondgenoten en partners naar nieuwe oplossingen die militair geloofwaardig zijn. De Europese inspanningen in crisisbeheersingsoperaties zullen immers niet worden beoordeeld op woorden, maar op daden.

Het bovenstaande heeft belangrijke gevolgen voor het Nederlandse defensiebeleid. Ten eerste houdt de Defensienota, die in deze begroting wordt uitgewerkt voor het jaar 2001, in hoge mate rekening met de noodzaak van een grotere Europese bijdrage aan de bondgenootschappelijke defensie. In de tweede plaats moet de doelmatigheid van de besteding van de defensieuitgaven van de Europese landen, die sterk versnipperd zijn, worden vergroot door intensivering van de bilaterale en multilaterale samenwerking. In de derde plaats hoeven tekortkomingen niet altijd te worden verholpen door losse bijdragen van afzonderlijke landen. Het ligt veel meer voor de hand de krachten en financiën te bundelen voor een van meet af aan gemeenschappelijke aanpak. Tegen die achtergrond neemt ook het belang van poolvorming en van multinationale financiering van militaire capaciteiten toe.

De regering heeft besloten voor de versterking van de Europese defensiesamenwerking een aparte financiële voorziening te treffen, waardoor f 200 miljoen extra beschikbaar komt.

De toekomstige Nederlandse bijdrage aan de versterking van de Europese militaire capaciteit berust op de volgende uitgangspunten:

– Nederland maakt voor crisisbeheersing (niet-artikel-5 operaties) geen onderscheid tussen EU en Navo; Nederland biedt beide organisaties zijn «gereedschapskist» aan. Of deze capaciteit ook wordt ingezet, wordt per operatie bezien en blijft voorbehouden aan nationale politieke besluitvorming. Europese krijgsmachten, zeker die van kleinere landen, moeten steeds meer uitgaan van de gedachte dat zij goed inpasbare modules leveren aan multinationale verbanden;

– Nederland zoekt, in aanvulling op al bestaande multilaterale en bilaterale samenwerkingsverbanden, aansluiting bij andere landen ter bevordering van de doelmatigheid en de effectiviteit van nationale en Europese inspanningen.

Tegen deze achtergrond heeft Nederland in het kader van het «Defense Capabilities Initiative» onder meer initiatieven genomen tot:

– stroomlijning en aanpassing van de Navo-defensieplanning; dit moet leiden tot heldere aansturing van de Navo-planning, betere afstemming van de planningscycli en de instelling van een terugkoppelingsmechanisme;

– multinationale financiering van gedeelde capaciteiten, met name operationele, waardoor doelmatigheidswinst mogelijk wordt;

– versterking van de samenwerking met de Europese F-16 landen België, Denemarken, Noorwegen en Portugal bij de aanschaf, de opslag en het beheer van precisiemunitie voor de F-16.

Ten behoeve van het Nederlandse aanbod voor de Europese «Headline Goal» hebben de krijgsmachtdelen de mogelijkheden geïnventariseerd. Op aandrang van Nederland wordt thans in overleg met onder meer Duitsland, Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en de Benelux-partners de multilaterale en bilaterale samenwerking geïntensiveerd. Hierbij gaat het onder meer om:

– de versterking van de Europese strategische luchttransportcapaciteit, bijvoorbeeld door de gezamenlijke aanschaf of huur van transportvliegtuigen. Zowel in Europees als in Navo-verband schiet deze capaciteit tekort;

– de versterking van de Europese strategische zeetransportcapaciteit en het management daarvan. De inrichting van een coördinatiecel voor strategisch zeetransport binnen de Europese militaire staf (op Frans- Nederlands initiatief) maakt hier deel van uit;

– de cofinanciering van deze Europese strategische transportcapaciteiten;

– het aanbrengen van commandofaciliteiten aan boord van het tweede amfibische transportschip voor een combined joint task force;

– de uitbreiding van het Nederlandse kenniscentrum voor ondersteuning van commandovoering in vredesoperaties tot Europees kenniscentrum;

– de versterking van de «European multinational maritiem force»-in wording door de landen van het Channel Committee (België, Nederland, Frankrijk, Duitsland en het Verenigd Koninkrijk);

– de versterking van de Europese samenwerking op medisch gebied, bijvoorbeeld door gezamenlijke opleiding en uitwisseling van personeel en het opzetten van een Europese militaire capaciteit voor «derde lijn» medische zorg;

– de versterking van de Europese inlichtingencapaciteit;

– de intensivering (op Brits-Nederlands initiatief) van de Europese amfibische samenwerking tussen het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Frankrijk, Spanje en Italië;

– de versterking van de inzetbaarheid van het hoofdkwartier van het Duits-Nederlandse Legerkorps voor crisisbeheersingsoperaties in het kader van de beschikbaarheid van «High Readiness Forces HQ» in Navo- en EU-verband;

– de versterking van de Brits-Nederlandse samenwerking op het gebied van de Apache-gevechtshelikopters, mogelijk met inbegrip van gezamenlijke training van Apache-vliegers;

– de versterking van de Europese capaciteit voor civiel-militaire samenwerking (met België, Duitsland, Denemarken, Noorwegen, Polen en Tsjechië).

– het vergroten van de «air-to-air refuelling» capaciteit voor het bijtanken van Europese vliegtuigen, bijvoorbeeld door het geschikt maken hiervoor van de twee Nederlandse KDC-10 tankers;

– het vergroten van de inzetbaarheid van de Nederlandse KDC-10 tankvliegtuigen door de inzet van extra (Europese) bemanningen;

– het onderzoeken van mogelijkheden tot Europese samenwerking op het gebied van maritieme patrouillevliegtuigen;

– de uitbreiding van de Europese samenwerking op het gebied van opleidingen, bijvoorbeeld voor maritieme luchtverdediging (met Duitsland);

– samenwerking binnen de European Air Group (Nederland, België, Frankrijk, Duitsland, het Verenigd Koninkrijk, Italië en Spanje) op het gebied van «Combat Search and Rescue» en «Unmanned Aerial Vehicles».

In de komende periode wordt bepaald hoe de eerder genoemde voorziening van f 200 miljoen kan worden aangewend voor de verwezenlijking van deze projecten. De Kamer wordt daarover nader geïnformeerd in het kader van de uitwerking van de Nederlandse bijdrage aan het «Defence Capabilities Initiative» en aan de Europese «Headline Goal».

Intensivering van de samenwerking met Midden- en Oost-Europa

Defensie intensiveert in 2001 de samenwerking met Midden- en Oost-Europa. Doelmatigheidsopbrengsten uit de stroomlijning van het attachébestand maken deze intensivering financieel mogelijk. Intensivering zelf kan ook leiden tot doelmatigheidsopbrengsten. Deze kunnen onder meer worden bereikt door het versterken van de interoperabiliteit met landen die deel uitmaken van het Partnerschap voor Vrede (PvV), vooral in crisisbeheersings- en humanitaire hulpverleningsoperaties. Dit komt tot uitdrukking in een permanente samenwerking die gericht is op uitzending van een eenheid – of meer eenheden – uit deze landen als onderdeel van een groter Nederlands verband in het kader van vredesoperaties. Deze samenwerking is vooral gericht op:

– opleiding en training van eenheden van partnerlanden in Nederland;

– intensivering van leiderschapstraining en vorming.

De doelmatigheid van het aanbod van partnerlanden en hun bekendheid met werkwijzen, procedures en doctrines van de Navo wordt hierdoor vergroot. Ook het multinationale karakter van de Europese bijdragen aan crisisbeheersingsoperaties wordt hierdoor versterkt.

De samenwerking met de Midden- en Oost-Europese landen krijgt op grond van de bovengenoemde aanpak in 2001 een nieuwe dimensie. Dit sluit aan op het concentratiebesluit van de Nederlandse regering (eind vorig jaar) over de Nederlandse militaire inspanning op de Balkan en berust mede op de ervaringen die sinds 1997 zijn opgedaan met een Bulgaars geniepeloton in Sfor en Kfor. Nederland draagt een grotere verantwoordelijkheid in Sfor dan voorheen. Nederland zal vanaf eind 2001 een jaar lang het bevel voeren over de multinationale divisie zuidwest van Sfor in Bosnië. Britse, Canadese en Tsjechische eenheden maken deel uit van deze divisie. Eind 2000 zal een Roemeens detachement in het Nederlandse contingent van Sfor worden opgenomen. De inbedding van een Bulgaars en een Roemeens detachement versterkt het multinationale karakter van deze divisie en vergroot de betrokkenheid van deze landen bij het bevorderen van de stabiliteit in de regio.

2. Investeren in personeel: prioriteiten van het personeelsbeleid

Defensie ondervindt de gevolgen van de krapte op de arbeidsmarkt. De concurrentie onder werkgevers op de arbeidsmarkt is groot; zowel de werving van nieuw en jong personeel met een geschikte vooropleiding in voldoende aantallen als het behoud van intern opgeleid, bekwaam en ervaren ouder personeel staat onder druk. Defensie zet voor het personeelsbeleid in 2001 alle zeilen bij. Dit blijkt onder meer uit de toevoeging van aanzienlijke extra financiële middelen voor het personeelsbeleid. Het rendement van de wervingsinspanningen moet in 2001 worden vergroot. Ook zijn aanvullende maatregelen ter bevordering van het behoud van personeel noodzakelijk.

* Verjonging en flexibilisering van het personeelsbestand

Verjonging en flexibilisering van het personeelsbestand is noodzakelijk teneinde goed toegerust personeel beschikbaar te hebben voor uitzendingen. Naar verhouding zal er meer personeel moeten komen in de leeftijdscategorie van 18 tot 35 jaar. Hiervoor is een herschikking noodzakelijk van de huidige verhouding tussen tijdelijk personeel (BBT) en beroepspersoneel (BOT), respectievelijk 40% tijdelijk en 60% beroepspersoneel, naar meer tijdelijk en minder beroepspersoneel (respectievelijk 60% tijdelijk en 40% beroepspersoneel). De gemiddelde aanstellingsduur voor BBT'ers wordt stapsgewijs verhoogd: nu is dit nog drie tot vier jaar. In de komende jaren zal dit worden verhoogd naar vijf jaar en zo mogelijk naar zeven jaar (zie ook bijlage 1 bij de MvT (overzicht inzake personeelsgegevens))

* Werving van personeel: extra inspanningen en rendementsverhoging

De werving van personeel, met een geschikte vooropleiding en in toereikende aantallen, is in de huidige arbeidsmarkt een moeilijke taak. De belangstelling voor en bekendheid met Defensie onder jongeren, in het bijzonder schoolverlaters, moet worden vergroot. Gerichte, moderne arbeidsmarktcommunicatie, onder meer in samenwerking met het bedrijfsleven via het platform VNO/NCW-Defensie, aantrekkelijke perspectieven en het aantonen van de meerwaarde van een baan bij de krijgsmacht bij eventuele terugkeer op de civiele arbeidsmarkt maken onderdeel uit van de positionering van de krijgsmacht op de arbeidsmarkt. Extra wervingsinspanningen zijn nodig mede in het licht van de huidige arbeidsmarktsituatie. Ter ondersteuning van de werving zijn onder meer de volgende maatregelen getroffen:

– verhoging van de aanvangssalarissen;

– invoering en verruiming van aantrekkelijke wervings- en bindingspremies voor knelpuntcategorieën.

Uit het wervings-, selectie- en opleidingsproces zal maximaal rendement moeten worden gehaald. Nog vóór eind 2000 worden de volgende aanvullende maatregelen getroffen zodat de werving in 2001 substantieel kan worden verbeterd:

– de doorlooptijd van het selectieproces wordt verkort tot maximaal vier weken;

– het veiligheidsonderzoek wordt zoveel mogelijk binnen deze vier weken uitgevoerd;

– de selectieprocedures van de krijgsmachtdelen worden meer op elkaar afgestemd;

– de aanstellings- en functie-eisen van de krijgsmachtdelen worden zoveel mogelijk geharmoniseerd;

– de tijd tussen afronding van de selectie en het moment van opkomst wordt verkort.

Ook wordt het opleidingsverloop uiterlijk in 2004 teruggebracht tot maximaal 10 procent. De verbeteringen in de personeelsvoorziening worden ondersteund door een aantal externe onderzoeken die nog dit najaar gereed moeten zijn:

– een onderzoek naar mogelijkheden tot verbetering van de arbeidsmarktcommunicatie;

– een onderzoek naar de positionering van de arbeidsvoorwaarden van Defensie ten opzichte van andere overheidsorganisaties en private ondernemingen en

– een onderzoek naar mogelijkheden tot verdere verbeteringen in de doelmatigheid van het wervings- en selectieproces.

De uitkomsten van deze onderzoeken zullen de grondslag vormen voor in 2001 te nemen aanvullende maatregelen.

* Instroom van trainees

De instroom van burgerpersoneel heeft in 2000 een eigentijdse kwalitatieve impuls gekregen met het Trainee Interservice project (TRIP). Dit project biedt afgestudeerden in categorieën waarin schaarste heerst (bijvoorbeeld financieel-economen, verwervers) de mogelijkheid tot kennismaking met Defensie. In 2001 zullen de eerste groepen trainees op functies binnen de defensieorganisatie worden geplaatst.

* Behoud, loopbaan en zorg: goed werkgeverschap

Voor de personeelsvoorziening van de krijgsmacht is ook het behoud van personeel dat reeds gedurende vele jaren zijn beste krachten aan de defensieorganisatie heeft gegeven van het grootste belang. In de Defensienota 2000 en in de arbeidsvoorwaarden zijn maatregelen opgenomen die het behoud van personeel moeten ondersteunen. Het behoud van defensiepersoneel begint bij goed werkgeverschap. Defensie richt zijn inspanningen in het kader van behoud op het bieden van loopbaanperspectieven, aantrekkelijke en moderne arbeidsvoorwaarden, zorg en werkzekerheid.

* Investeringen in verbeteringen van het personeelsbeleid

Defensie investeert fors in de verbetering van het personeelsbeleid: in 2001 is dit f 200 miljoen. Dit bedrag is opgebouwd uit een structurele voorziening van f 100 miljoen uit de Defensienota 2000 en toevoegingen van respectievelijk f 50 miljoen op grond van de motie Dijkstal (Kamerstukken II 1999–2000, 28 600 nr. 6) en f 20 miljoen op grond van de Voorjaarsnota 2000. In verband met de steeds nijpender situatie op de arbeidsmarkt is besloten om bovendien voor de komende jaren door een interne herschikking additioneel f 30 miljoen vrij te maken voor verdere intensivering van het bestaande beleidsinstrumentarium gericht op het behoud van personeel. De extra middelen worden besteed aan maatregelen op het gebied van werving, behoud, zorg en werkzekerheid. Met het beschikbare budget:

– zijn de aanvangssalarissen verhoogd;

– worden wervings- en bindingspremies toegekend;

– worden bepaalde salarisschalen aangepast;

– kunnen differentiaties in beloning worden toegepast;

– wordt de kinderopvang geïntensiveerd;

– wordt preventief optreden mogelijk in het kader van arbeidsomstandigheden bij uitzendingen;

– worden maatregelen getroffen om het opleidingsverloop tegen te gaan;

– krijgt het werkzekerheidsbeleid, gericht op terugkeer van tijdelijk defensiepersoneel naar de arbeidsmarkt, een forse ondersteuning.

* Arbeidsvoorwaarden

Eind juni 2000 is met de vertegenwoordigers van de Centrales van Overheidspersoneel een zogenaamd onderhandelingsresultaat overeengekomen over de arbeidsvoorwaarden voor het defensiepersoneel. Dit resultaat is door de centrales voorgelegd aan hun leden. Na goedkeuring zou een definitief akkoord medio september 2000 kunnen worden getekend. Naast de «normale» aanpassingen van de arbeidsvoorwaarden hebben de verschillende arbeidsvoorwaardelijke effecten van de Defensienota 2000 deel uitgemaakt van de onderhandelingen met de centrales. Het gaat dan met name om de in de Defensienota 2000 aangekondigde bestedingen voor nieuw personeelsbeleid en een aanpassing van de diensteinderegeling voor militairen.

Het onderhandelingsresultaat omvat een totaalpakket aan maatregelen waarin evenwicht bestaat tussen financiële aspecten (zoals salarisverhoging) en het toenemende belang van secundaire arbeidsvoorwaarden voor het behoud van personeel. De belangrijkste bepalingen uit het nu bereikte onderhandelingsresultaat zijn:

– een structurele salarisverhoging met 3,35 procent, een verhoging van de structurele eindejaarsuitkering met 0,2 procent tot 0,6 procent en een éénmalige eindejaarsuitkering ter grootte van één procent van het jaarsalaris;

– een flexibilisering van het salarissysteem, verbetering van aanvangssalarissen van militairen, inkomensmaatregelen voor bepaalde (knelpunt)categorieën en een verruiming van het bindings- en beloningsinstrumentarium;

– een toevoeging van een extra periodiek aan de schalen 1 tot en met 7 voor burgerambtenaren;

– een verruiming van het budget van kinderopvang en de introductie van gedeeltelijk betaald ouderschapsverlof voor militairen;

– een modernisering van het stelsel van diensteinderegelingen; Samengevat gaat het daarbij om:

* een uitkeringsniveau van 73 procent in combinatie met opname van de Vaste Vergoeding voor Extra Beslaglegging in de pensioen- en uitkeringsgrondslag;

* het (stapsgewijs) verhogen van de ontslagleeftijd met drie jaar, formeel vanaf 2004 maar via stimulering van vrijwillig nadienen al vanaf heden, ter bevordering van de arbeidsparticipatie van ouderen;

* het treffen van een éénmalige uitstroommaatregel met een omvang van 2000 uitkeringsjaren teneinde (frictie-)overtolligheid te voorkomen die ontstaat als gevolg van de gelijktijdige verjonging van het personeelsbestand en de ophoging van de ontslagleeftijden (cf. motie Van den Doel/Zijlstra).

– vergaande mogelijkheden voor keuzes op het gebied van arbeidstijd. Dit betreft onder meer de mogelijkheid vrije tijd en geld te ruilen en de mogelijkheid om met behoud van de huidige 38-urige werkweek als basis, jaarlijks te kiezen voor verlenging of verkorting van de feitelijke arbeidsduur.

Bekrachtiging van dit onderhandelingsresultaat zal een belangrijke bijdrage leveren aan de verbetering van de arbeidsmarktpositie en de personeelsvoorziening van Defensie. De verschillende maatregelen die voortvloeien uit het onderhandelingsresultaat met de centrales zijn, gelet op het voorbehoud ten aanzien van de ondertekening van het arbeidsvoorwaardenakkoord in september aanstaande, wegens de te houden ledenraadplegingen, niet verwerkt in de begroting, maar wel financieel gedekt.

* Fundamenten voor vernieuwing van het personeelsbeleid

De uitvoering van de Defensienota 2000, inclusief recente maatregelen ter verbetering van de personeelsvoorziening, zet een aantal fundamentele en langdurig doorwerkende vernieuwingen in het personeelsbeleid in gang. Deze betreffen:

– de wijziging van de personeelsstructuur;

– de vernieuwing van de personeelsvoorziening;

– nadruk op werkzekerheid in plaats van lifetime-employment;

– flexibilisering van de arbeidsvoorwaarden en arbeidstijd;

– meer maatwerk in de arbeidsvoorwaarden;

– aansluiting op het kabinetsbeleid voor arbeid en zorg;

– kapitaaldekking van de militaire pensioenen en een modern stelsel van diensteinderegelingen (inclusief kapitaalgedekt pre-pensioen).

Defensie blijft alert op veranderingen en houdt de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt nauwlettend in het oog. De krapte op de arbeidsmarkt is problematisch en de verwachting is dat dit de komende jaren nog zo zal blijven.

3. Uitvoering Defensienota 2000: wat doet Defensie in 2001?

De Defensienota 2000 herschikt de personele, materiële en financiële middelen van de defensieorganisatie tussen 2000 en 2009. Ook wordt in 2001 het rijksbrede veranderingsproces van begroting en financiële verantwoording verder uitgewerkt. Hieronder volgen de belangrijkste beleidsvoornemens en veranderdoelstellingen voor Defensie die betrekking hebben op de begroting voor 2001.

* Uitvoering van de Defensienota 2000 door het Kerndepartement

Het Veranderingsproces Defensie, gericht op een cultuuromslag, wordt in 2001 met kracht voortgezet. Dit moet onder meer leiden tot:

– verbetering van het functioneren van het Politiek Beraad;

– versterking van de interne informatievoorziening door verbetering van de viermaandelijkse Toprapportages;

– versterking van de aanspreekbaarheid van topfunctionarissen op verantwoordelijkheden en resultaten;

– een onderzoek naar de mogelijkheid van «pooling» van informatie- en communicatietechnologiespecialisten;

– een onderzoek naar de versterking van de regiefunctie van het kerndepartement bij niet-gemandateerde materieelprojecten.

Het kerndepartement heeft in 2001 voorts de volgende beleidsvoornemens op personeel, materieel, financieel en juridisch gebied:

– vermindering van het aantal beleids- en beleidsondersteunende functies bij het kerndepartement en de Haagse staven van de krijgsmachtdelen. Deze afslanking wordt respectievelijk in 2002 (kerndepartement) en 2003 (Haagse staven) voltooid;

– invoering van een nieuwe bestuursvorm voor de officiersopleidingen van het Koninklijk Instituut voor de Marine, de Koninklijke Militaire Academie en het Instituut Defensie Leergangen;

– implementatie van de resultaten van de evaluatie van het Defensie Materieelkeuzeproces (DMP), die voor eind 2000 wordt afgerond;

– afronding van het interdepartementale beleidsonderzoek naar de ontwikkeling en verwerving van defensiematerieel;

– onderzoeken in het kader van Competitieve Dienstverlening (CDV);

– versterking van de regie van het kerndepartement bij financieel omvangrijke projecten;

– verbetering van de toegankelijkheid en het beheer van het archief van de Militaire Inlichtingendienst (MID) in overleg met de Rijksarchievendienst;

– bevordering van een multilaterale overeenkomst inzake maritieme drugsbestrijding in het Caribisch gebied.

* Defensie en ruimtelijke ordening en milieu

Defensie, natuur en milieu gaan hand in hand. Defensie besteedt dan ook veel aandacht aan het behoud van landschap, flora en fauna en aan de zorg voor het milieu. Omgekeerd heeft Defensie behoefte aan oefen- en schietterreinen. Bij de totstandkoming van de Vijfde Nota Ruimtelijke Ordening en het Structuurschema Militaire Terreinen dient hiermee rekening te worden gehouden. In 2001 heeft Defensie de volgende beleidsvoornemens:

– uitvoering van de Defensie Milieubeleidsnota (DMB). De extra middelen voor milieu zullen vooral worden besteed aan projecten voor alternatieve energievoorziening en energie-efficiency;

– afronding van de ontwerp-planologische kernbeslissing voor een nieuw Structuurschema Militaire Terreinen en het uitbrengen van deel 2 en 3 van de planologische kernbeslissing (respectievelijk de reacties op het ontwerp en het kabinetsstandpunt);

– afronding van de milieu-effectrapportage voor de zonering van de vliegbasis Eindhoven;

– beginnen met aanwijzings- en zoneringsprocedures voor Volkel, Woensdrecht en De Peel;

– afronding van de sanering van urgente asbestverontreinigingen.

* Uitvoering van de Defensienota 2000 door de krijgsmachtdelen

Hierna volgt een overzicht van de uitvoering van de Defensienota 2000 door de krijgsmachtdelen.

Koninklijke marine

De Koninklijke marine richt zich in 2001 op de verdere verkleining van de vloot onder gelijktijdige modernisering door nieuwbouw en moderniseringsprogramma's. Er wordt een begin gemaakt met het verder versterken van het expeditionaire vermogen door uitbreiding van de strategische mobiliteit en het verbeteren van het voortzettingsvermogen van het Korps mariniers. De beleidsvoornemens van de marine in 2001 zijn:

– de proefvaart van het eerste fregat van de De Zeven Provinciën-klasse;

– het begin van de modernisering van twaalf mijnenjagers en de bouw van de eerste Trojka-mijnveegdrone in het kader van het project aanpassing mijnenbestrijdingscapaciteit (PAM);

– de aanbesteding van twee militair-hydrografische opnemingsvaartuigen;

– het begin van de modernisering van tien P-3C Orion maritieme patrouillevliegtuigen;

– het begin van de paraatstelling van het derde mariniersbataljon (paraat per 2004), met inbegrip van de bouw van de hiervoor benodigde infrastructuur in Den Helder;

– de samenvoeging van het Maritiem Hoofdkwartier en het Kustwachtcentrum (MHKC) in een nieuw complex op het haventerrein van Den Helder;

– het afstoten van één fregat, drie mijnenjagers en drie Orions.

De Koninklijke landmacht

De Koninklijke landmacht versterkt in 2001 de gevechtskracht. Parate, flexibele, slagvaardige en snel inzetbare eenheden zijn hiervoor de basis. De beleidsvoornemens van de landmacht in 2001 zijn:

– de afronding van de herschikking van de gevechtskracht in het Duits-Nederlandse legerkorps;

– het sneller inzetbaar maken van het hoofdkwartier van het Duits-Nederlandse legerkorps voor crisisbeheersingsoperaties;

– het paraat stellen van een compagnie pantserinfanterie bij het 17 Pantserinfanteriebataljon. Dit is de eerste stap naar de volledige paraatstelling van de pantserinfanteriebataljons bij drie gemechaniseerde brigades;

– de toevoeging van een paraat brigadeverkenningseskadron aan iedere gemechaniseerde brigade;

– de toekenning van de reservestatus aan het 103 Verkenningsbataljon;

– de uitbreiding van de genie met een constructiecompagnie;

– het operationeel stellen van de RPV-batterij;

– het beoefenen van het nieuwe Air Manoeuvre concept door de Luchtmobiele Brigade in samenwerking met de Amerikaanse landmacht;

– het begin van de herstructurering binnen het Nationaal Commando (van drie Regionaal Militaire Commando's met 16 garnizoenen tot vijf Regio Commando's);

– de herschikking van de Nationale Reserve in vijf Natres-bataljons;

– het integreren per 1 januari 2001 van de taken van het Nationaal Verzorgingscommando in het Duits-Nederlandse legerkorps;

– het begin van het transformatieproces van het Commando Opleidingen Kl naar een Opleidings- en Trainingscommando;

– de versterking van de civiel-militaire capaciteit door de oprichting van een CIMIC-eenheid (eind 2001 operationeel);

– de afstoting van 136 Leopard II A-4 tanks.

De Koninklijke luchtmacht

De Koninklijke luchtmacht behoudt, door uitvoering van de motie-Van den Doel (Kamerstukken II 1999–2000, 22 900 nr. 8), 108 operationele F-16's. Hiervoor is in het kader van de Voorjaarsnota-2000 f 45 miljoen structureel aan het defensiebudget toegevoegd. Dit maakt het mogelijk het operationele concept van de «Main Operating Base», dat wil zeggen het opereren met F-16 jachtvliegtuigen vanaf de drie Nederlandse vliegbases Leeuwarden, Twenthe en Volkel, te vervolmaken. Door het op Twenthe aanwezige opleidingssquadron om te vormen tot een volwaardig operationeel squadron en de verkenningscapaciteit van het 306 squadron te verdelen over de drie vliegbases ontstaan drie gelijkwaardige eenheden, die, zonder ondersteuning vanaf een andere basis, F-16's kunnen inzetten voor crisisbeheersingsoperaties. De opleidingstaak wordt verplaatst van Twenthe naar Volkel. Hiertoe wordt het 306 squadron niet opgeheven, maar omgevormd tot een opleidingseenheid. Samengevat betekent dit:

– een herschikking van de luchtverkenningscapaciteit van het 306 squadron over Leeuwarden, Twenthe en Volkel;

– de opwaardering van de huidige F-16 opleidingseenheid op de vliegbasis Twenthe tot een volwaardig (Main Defence Force-) squadron;

– de verplaatsing van de F-16 opleiding naar Volkel en instandhouding van 306 squadron als F-16 opleidingseenheid.

De Koninklijke luchtmacht heeft in 2001 voorts de volgende beleidsvoornemens:

– de voortgang van het project opvolging F-16;

– de personele uitbreiding van de Tactische Helikoptergroep;

– de uitrusting van de transporthelikopters met elektronische zelfbeschermingsmiddelen;

– de opheffing van de Object Luchtverdedigingssquadrons van de vliegbases Leeuwarden en Twenthe;

– de integratie van het opleidingssquadron van de Groep geleide wapens op De Peel in één van de vier operationele squadrons.

De Koninklijke marechaussee

In de Voorjaarsnota 2000 zijn extra middelen toegekend aan de Koninklijke marechaussee. Deze worden gebruikt voor de compensatie van hogere exploitatie-uitgaven (met name voor de informatiserings- en communicatiesector en voor huisvesting) en extra lasten die verband houden met de opening van het vierde aanmeldcentrum in Ter Apel, de invoering van de nieuwe vreemdelingenwet en de extra opleidingsinspanning. De Koninklijke marechaussee heeft in 2001 de volgende beleidsvoornemens:

– de invoering van de integrale bedrijfsvoering;

– de reorganisatie van de Staf;

– de voltooiing van een versnelde opleiding van 270 marechaussees;

– het begin van de renovatie en de gedeeltelijke nieuwbouw van het Opleidingscentrum Koninklijke marechaussee;

– de invoering van een verbeterde systematiek voor de uitzending van marechaussees in het kader van internationale crisisbeheersingsoperaties.

Het Defensie Interservice Commando

Het Defensie Interservice Commando ondersteunt de krijgsmachtdelen en het kerndepartement. In 2001 neemt het Dico de uitwerking van doelmatigheidsindicatoren ter hand. Dit vloeit voort uit de rijksbrede verandering van de begrotingssystematiek en de financiële verantwoording (zie hieronder).

* Doelstellingen en kengetallen, begroting en verantwoording

Defensie versnelt in 2001 de verbetering van de inzichtelijkheid van doelstellingen en kengetallen voor operationele eenheden en ondersteunende diensten. De rijksbrede verandering van de begrotingssystematiek en de financiële verantwoording (VBTB) noopt hiertoe. De beschikbaarheid van de krijgsmacht, verwoord in doelstellingen en kengetallen, moet in de begroting 2003 meetbaar zijn en inzicht bieden in de relatie tussen de output van de krijgsmacht («wat kan/moet worden ingezet») en de daarvoor benodigde prestaties, middelen en uitgaven.

De doelstellingen voor operationele gereedheid bieden inzicht in de beschikbaarheid van operationele eenheden naar omvang (grootte van de eenheid), tijd (gereedheidstermijn) en kwaliteit (Navo-normering). De gereedheid is opgebouwd uit onderliggende kwalitatieve en kwantitatieve kengetallen voor personele gereedheid, materiële gereedheid en geoefendheid. De appreciatie van de operationele commandant bepaalt uiteindelijk de beoordeling van de mate van gereedheid. De doelstellingen voor ondersteunende diensten hebben betrekking op defensiebrede activiteiten zoals de werving van militairen en burgers, het transport van goederen en personeel en het reserveren van geneeskundige en opleidingscapaciteit.

4. Financiële gevolgen van het voorgenomen beleid

Naast de reguliere vergoedingen voor loon- en prijsontwikkelingen (ruim f 380 miljoen per jaar) zijn op grond van de motie Dijkstal (TK 1999–2000, 26 800 nr. 6) en de besluitvorming rond de Voorjaarsnota 2000 structureel bedragen aan de Defensiebegroting toegevoegd ten behoeve van beleidsintensiveringen. Deze toevoegingen, die voor het jaar 2001 optellen tot een bedrag van f 281,7 miljoen, beïnvloeden de Nederlandse defensie-inspanning in gunstige zin en maken duidelijk dat Nederland bereid is zijn bijdrage te leveren aan de vergroting van de Europese defensie-inspanning, ook in Navo-verband. In totaal neemt de Defensiebegroting 2001 toe met f 540,5 miljoen (een toename van 4 procent). Dit betekent dat de Defensiebegroting meer stijgt dan de groei van het nationaal inkomen. Hiermee komt Nederland tegemoet aan de oproep van de Secretaris-Generaal van de Navo tot vergroting van de defensie-inspanningen. Naast deze stijging is nog eens f 200 miljoen extra toegevoegd aan de begroting 2000 ten behoeve van een fonds ter dekking van uitgaven in het kader van het Europese Veiligheids- en Defensiebeleid.

In de onderstaande tabel zijn de financiële gevolgen zichtbaar gemaakt van het beleid dat in de Defensienota 2000 is vastgelegd, inclusief de besluitvorming over de Voorjaarsnota 2000. De budgettaire gevolgen van het beleid zijn zichtbaar gemaakt door de totale uitgaven per beleidsterrein te presenteren. De tweede tabel betreft de mutaties ten opzichte van de begroting 2000, waarin onder de beleidsmatige mutaties met name de Voorjaarsnotaverwerking is gepresenteerd, gevolgd door een toelichting op deze mutaties. Waar van toepassing, wordt een relatie gelegd tussen de budgettaire gevolgen en het beleid dat in de voorgaande paragrafen uiteen is gezet.

Totalen per beleidsterrein (x f 1 miljoen)
 1999200020012002200320042005
Algemeen760,41 046,81 203,01 189,21 145,51 130,41 160,7
Pensioenen en uitkeringen1 809,51 743,61 757,81 777,61 812,41 896,51 914,6
Koninklijke marine3 046,13 020,52 841,72 836,12 904,82 894,92 810,3
Koninklijke landmacht4 738,84 601,44 446,74 602,54 559,34 512,14 398,7
Koninklijke luchtmacht2 697,42 479,72 511,72 527,62 755,02 802,62 928,6
Koninklijke marechaussee512,6561,0605,6592,1585,2573,4573,9
Multi-service proj. en act.932,01 047,3719,1662,0360,5343,6356,2
Defensie Interservice com.498,4515,0495,6494,3496,2482,7482,0
Totaal14 995,215 015,314 581,214 681,414 618,91 4 636,214 625,0

Met name bij de Voorjaarsnota 2000 maar ook met de begrotingsvoorbereiding zijn middelen aan de Defensiebegroting toegevoegd. Samen met de eerdere toevoeging naar aanleiding van de Nota van wijziging (motie Dijkstal) en enkele technische bijstellingen geven de onderstaande bedragen de meerjarige doorwerking daarvan aan en zijn verwerkt in de voorliggende ontwerpbegroting 2001.

Mutaties ten opzichte van de begroting 2000
 20002001200220032004
Personele knelpunten vredesoperaties (motie Dijkstal)50,050,050,050,050,0
Beleidsmatige mutaties:     
* Afkomstig uit Voorjaarsnota     
– Milieuzorg18,013,013,013,013,0
– Aanhouden 108 F-16's45,045,045,045,045,0
– Intensivering Kmar40,045,040,040,040,0
– 4e aanmeldcentrum2,52,52,52,52,5
– Nieuwe vreemdelingen wet1,12,0   
– VBTB-uitgaven4,34,3   
– Gerichte P-maatregelen10,020,020,020,020,0
– HGIS: Vredesops/WEU/PSO45,092,491,991,991,9
* Afkomstig uit de begrotingsvoorbereiding     
– Extra inspanning EVDB200,0    
– Rentecompensatie leenfaciliteit Kmar 7,57,57,57,5
Subtotaal beleidsmatige mutaties (incl motie Dijkstal)415,9281,7269,9269,9269,9
Technische mutaties:     
Toevoeging loon- en prijsbijstelling386,4385,6388,2384,8382,2
Aanp. Domeinenverkopen nav DN – 67,0– 68,7– 31,836,2
Fasering Kap.dekking Pensioenen – 31,9– 86,4– 73,0– 6,4
Defensieaandeel vermogensversterking     
KSG– 22,5    
Overige technische mutaties45,0– 27,9– 34,2– 23,0– 15,3
Subtotaal technische mutaties:408,9258,8198,9257,0396,7
Totaal824,8540,5468,8526,9666,6

De middelen die zijn toegevoegd op grond van de motie Dijkstal tijdens de algemene politieke beschouwingen over de begroting 2000, zijn inmiddels gealloceerd.

De met de Voorjaarsnota toegevoegde middelen voor milieuzorg zijn nodig voor de afdekking van aangescherpte milieu-eisen die aan gebouwen en installaties van Defensie worden gesteld. De middelen voor het aanhouden van het aantal operationele F-16's op 108 stuks (motie Van den Doel, Kamerstukken II 1999–2000, 22 900 nr. 8) zijn toegevoegd aan het budget van de Koninklijke luchtmacht. De extra middelen voor de Koninklijke marechaussee worden benut voor de financiering van het toegenomen gebruik van informatie- en communicatietechnologie, ter uitbreiding van de opleidingscapaciteit en formatieve uitbreiding. De extra middelen voor het personeelsbeleid worden gebruikt voor de verbetering van de wervingsresultaten en het behoud van personeel. De vastgestelde externe wervingsbehoefte zou met deze financiële injectie moeten worden gehaald. Definitieve allocatie van deze middelen gebeurt pas na goedkeuring van het onderhandelingsresultaat en de ondertekening van het arbeidsvoorwaardenakkoord. De HGIS-besluitvorming in het kabinet heeft geleid tot een opwaartse bijstelling van de voorziening voor met name vredesoperaties. Door toevoeging van extra gelden (f 200 miljoen) voor het Europees veiligheids- en defensiebeleid (EVDB) kan Nederland een substantiële bijdrage leveren aan de intensivering van multilaterale en bilaterale samenwerkingsverbanden. De technische mutaties met betrekking tot de loon- en prijsbijstelling 2000, de verwerking van de in de Defensienota 2000 geactualiseerde Domeinenverkoopreeksen, de gevolgen van de fasering in de invoering van de kapitaaldekking voor militaire pensioenen completeren het totaal van de mutaties ten opzichte van de ontwerpbegroting 2000. In de overige technische mutaties zijn tevens de bijdrage in de kosten voor de inzet bij de vuurwerkramp in Enschede begrepen.

Bedrijfsvoering

Verbetering van het financieel beheer bij Defensie is noodzakelijk. De eigen bevindingen en die van de Algemene Rekenkamer inzake de financiële verantwoording over 1999 versterken die noodzaak. Het financieel beheer moet voldoende waarborgen in zich hebben voor een tijdig en kwalitatief goed verloop van de verbeterprocessen. De grootste zorg is van procesmatige aard. De rechtmatigheid van de uitgaven is niet in het geding. Om de verbeteringen te verwezenlijken zijn prioriteiten vastgesteld die voorzien in maatregelen op het gebied van de personele bezetting in het financieel economische functiegebied, de vooruitgang van de kennis en kunde van personeel (opleidingen), een monitor om de kwaliteit van het beheer te beoordelen, de interne controle, de administratieve organisatie, het decentraal financieel beheer en enkele andere verbeteringen die de belangrijkste tekortkomingen in het financieel beheer afdekken.

In 2001 zijn de prioriteiten in belangrijke mate afhankelijk van de bevindingen over het in het jaar 2000 gevoerde financieel beheer. Verbeteringen beperken zich niet tot procedures en processen; ook een gedragsverandering is nodig. Afspraken over financieel beheer moeten worden nagekomen. Zo maakt de beoordeling van de kwaliteit van het gevoerde financieel beheer bij de Koninklijke luchtmacht onderdeel uit van de managementcontracten. Periodiek overleg met het lijnmanagement over het financieel beheer en gerichte onderzoeken dragen ook bij tot een inhoudelijke toetsing van de kwaliteit van het financieel beheer en de toereikendheid van de genomen verbetermaatregelen.

Slot

Defensie staat in 2001 voor grote uitdagingen. De dynamiek van de totstandkoming van een Europees veiligheids- en defensiebeleid en de noodzakelijke versterking van de Europese militaire capaciteiten vergen een slagvaardige aanpak voor het opheffen van gebleken Europese tekortkomingen. Defensie ontplooit hiertoe in 2000 en 2001 initiatieven voor de intensivering van multilaterale en bilaterale samenwerkingsverbanden, de stroomlijning van de Navo-defensieplanning, poolvorming en multinationale financiering van gedeelde capaciteiten.

De krijgsmacht verandert. Moderne, slagvaardige en snel-inzetbare eenheden met voldoende voortzettingsvermogen zijn nodig voor een goede taakuitoefening. Het personeel vormt hierbij de onmisbare schakel. De krijgsmacht wordt gedragen door goed opgeleid, bekwaam en ervaren personeel. Dat moet zo blijven. In 2001 worden daarom aanzienlijke extra wervingsinspanningen verricht en worden maatregelen genomen ter bevordering van het loopbaanbeleid en het behoud van personeel. In een voortdurend veranderende omgeving, met de huidige conjunctuur en arbeidsmarkt vergt dit een dynamische, moderne en kwalitatief hoogwaardige defensie-organisatie. Het Veranderingsproces Defensie, de verbetering van het financieel beheer en verbetering van de bedrijfsvoering, die met kracht zullen worden voortgezet, dragen daartoe bij.

C. TOELICHTING PER BEGROTINGSARTIKEL

Wetsartikel 1 (uitgaven/verplichtingen)

INLEIDING

Verplichtingen-kassystematiek

In de Comptabiliteitswet, artikel 4, vijfde lid, is de bepaling opgenomen dat als verplichting van een jaar wordt geraamd het bedrag van de juridische verplichting die in dat jaar rechtstreeks ontstaat op grond van een verdrag, een wet, een koninklijk besluit, een ministeriële regeling, een beschikking of een verbintenis en die in dat jaar dan wel in een later jaar tot uitgaven leidt of kan leiden.

Het zesde lid van dit artikel biedt echter de mogelijkheid voor een beperkt aantal categorieën niet de juridische verplichting als uitgangspunt te nemen voor de verplichtingenraming, maar het bedrag dat in dat jaar als uitgaaf wordt geraamd. Dit betreft onder andere:

– salarissen, wachtgelden en soortgelijke periodieke verplichtingen (lid 6, punt a),

– huren, pachten en soortgelijke verplichtingen (lid 6, punt d),

– andere door de minister van Financiën aan te wijzen categorieën (lid 6, punt e).

Indien het bovenstaande bij een artikel van toepassing is, wordt daarvan in de artikelsgewijze toelichting melding gemaakt. Daarbij wordt tevens aangegeven welke formele regeling in dat geval van kracht is.

Nieuwe mutaties

Bij de begrotingsartikelen personeel en materieel van de beleidsterreinen worden de nieuwe verplichtingen- en uitgavenmutaties naar aard en oorzaak toegelicht op het niveau van organisatorische groep van resultaatverantwoordelijke eenheden, het zogenoemde begrotingsressort.

Personele ramingen

De uitgaven van het actief dienende personeel zijn geraamd met behulp van het Systeem Nieuwe Integrale Personeelsbegroting (SNIP). De uitkomst hiervan is aangepast aan de thans vastgestelde personeelsopbouw en voor de ontwikkelingen in de komende jaren. Tevens is rekening gehouden met de categorieën die niet in het SNIP zijn opgenomen, zoals niet-actief dienend personeel, NATRES en niet-Nederlands hulppersoneel.

Loon- en prijspeil

Loonbijstelling 2000

De aan Defensie toegekende kabinetsbijdrage 2000 in de arbeidskosten is gestald op artikel 01.27 Loonbijstelling. Omdat het met de Centrales van Overheidspersoneel bereikte onderhandelingsresultaat over de arbeidsvoorwaarden 2000 nog dient te worden geformaliseerd, zijn de loonbijstellingsbedragen nog niet uitgedeeld aan de beleidsterreinen. Dit geldt tevens voor de in de Defensienota opgenomen en in het onderhandelingsresultaat inbegrepen vernieuwing van het personeelsbeleid en het diensteindestelsel voor militairen. De daarmee verband houdende middelen zijn vanaf 2001 gestald op artikel 01.28 Prijsbijstelling. Het voor 2000 voorziene bedrag van f 50 miljoen is uitgedeeld. Het respectieve aandeel per beleidsterrein is echter in afwachting van de formalisering van het onderhandelingsresultaat centraal binnen de beleidsterreinen gestald.

Prijsbijstelling 2000

In de ontwerpbegroting 2001 is rekening gehouden met de ontwikkeling naar het prijsniveau 2000. De prijsbijstelling 2000 is via het begrotingsartikel 01.28 Prijsbijstelling over de begrotingsartikelen van de beleidsterreinen verdeeld. De prijsstijging van 1999 naar 2000 bedraagt 2,0% voor de materiële overheidsconsumptie en 2,7% voor de bouw. In de toelichting bij de betreffende begrotingsartikelen en ressorts van de beleidsterreinen zijn de prijsbijstellingsbedragen nader gespecificeerd.

Doelstellingen en operationele gereedheid

Het instrument van (meetbare) doelstelling en kengetallen wordt, zoals in mijn brief van 12 november 1999 (nummer F99006821) aangegeven, verder ontwikkeld. Het streven blijft er op gericht om in de begroting 2003 een dusdanig stadium te hebben bereikt, dat de volledige bedrijfsvoering steunt op meetbare doelstellingen van (operationele en ondersteunende) eenheden en kengetallen. Bij de drie grootste krijgsmachtdelen zijn gereedheidsmatrices opgenomen. De hier vermelde gereedheid dient permanent aanwezig te zijn.

Beleidsevaluaties

Beleidsevaluaties, zowel ex-ante als ex-post, worden binnen Defensie uitgevoerd om de inhoud, de uitvoering en/of de effecten van het gevoerde beleid te kunnen beoordelen. Om het instrument beleidsevaluaties te ondersteunen, wordt een defensiebreed Handboek Auditing Defensie opgesteld. In bijlage 7 bij deze begroting is een volledig overzicht van de afgeronde en voorziene beleidsevaluaties opgenomen.

Kengetallen

In de aanloop naar een meer beleidsmatige begroting (output-geörienteerd) zijn de ramingskengetallen in een samenvattend overzicht op het niveau van beleidsterrein, als bijlage in deze begroting opgenomen. Als uitvloeisel van het Voorhoedeproject Doelmatigheidskengetallen, waarin door het beleidsterrein Dico wordt geparticipeerd, zijn inmiddels voor de vier grote Dico-ressorts doelmatigheidskengetallen gedefinieerd. De keuze is dusdanig dat deze kengetallen een wezenlijk element kunnen uitmaken van de besturing van deze ressorts. Ook bestaat de mogelijkheid om hiermee externe vergelijkingen te maken, waarmee de doelmatigheid van de ressorts kan worden beoordeeld. In de loop van het begrotingsjaar zullen de informatiesystemen dusdanig zijn aangepast dat de normwaarden voor deze doelmatigheidskengetallen kunnen worden vastgesteld en de realisatie hiervan in de tijd kan worden gevolgd.

Materieelprojecten overzicht

In de artikelsgewijze toelichting wordt bij het artikelonderdeel «Investeringen groot materieel en infrastructuur» ingegaan op relevante projecten. Als bijlage 13 bij de artikelsgewijze toelichting is tevens opgenomen het materieelprojectenoverzicht 2001. Dit overzicht geeft de stand weer van projecten die het Defensiematerieelkeuzeproces (DMP) doorlopen en van projecten waarvan de behoeftestelling in het komende begrotingsjaar gereed komt. Tevens is een afstotingsoverzicht opgenomen, waarin de aantallen materieel worden genoemd die vrijkomen voor verkoop.

Verdiepingsbijlage

Vooruitlopend op de inrichting van een beleidsbegroting in termen van het project VBTB (Van Beleidsbegroting tot Beleidsverantwoording), is het overzicht van de opbouw van de uitgaven en verplichtingen vanaf de vorige ontwerpbegroting niet meer in de artikelsgewijze toelichting opgenomen. Deze informatie, op het niveau van begrotingsartikel, is thans als onderdeel van bijlage 12 bij deze ontwerpbegroting opgenomen.

01. BELEIDSTERREIN ALGEMEEN

Algemeen

Onder dit beleidsterrein worden naast de uitgaven voor het Kerndepartement en de Militaire Inlichtingendienst (MID), de gemeenschappelijke uitgaven geraamd die niet specifiek aan enig krijgsmachtdeel zijn toe te wijzen.

De totale uitgavenramingen van het beleidsterrein Algemeen voor de jaren 1999 tot en met 2005 zijn als volgt te specificeren:

 
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
01.20 Personeel en materieel        
– Kerndepartement (KD)221 119194 621174 219163 698144 369158 029163 529
– Militaire inlichtingendienst (MID)95 442109 514119 818111 201106 595106 078105 656
– Wachtgelden en inactiviteitswedden10 0147 7247 7757 4107 2156 6476 647
Totaal 01.20 Personeel en materieel326 575311 859301 812282 309258 179270 754275 832
01.21 Subsidies en bijdragen141 474134 846155 936138 223126 892126 880126 880
01.22 Geheime uitgaven1 0301 1001 1001 1001 1001 1001 100
01.23 Internationale verplichtingen152 009157 273153 875155 226152 326149 026147 126
01.24 Garanties       
01.25 Milieumaatregelen9 7863 02013 93022 81530 85032 40032 400
01.26 Technologie-ontwikkeling34 96229 67428 04627 84226 21026 21026 210
01.27 Loonbijstelling 303 892312 947337 043339 609339 638339 561
01.28 Prijsbijstelling 21 272137 894127 324113 85788 128115 157
01.29 Overige departementale uitgaven94 51983 99497 37297 38096 35796 35796 357
Totale uitgaven (x f 1000)760 3551 046 9301 202 9121 189 2621 145 3801 130 4931 160 566
Totale uitgaven (x € 1000)345 034475 076545 858539 664519 751512 995526 642

01.20 Personeel en materieel

De grondslag van het artikel en het te voeren beleid

In dit artikel zijn de verplichtingen en uitgaven opgenomen die nodig zijn voor het functioneren van het ambtelijk apparaat van het Kerndepartement en de Militaire Inlichtingendienst (MID), samen vormend de Centrale Organisatie (CO), welke ieder als een afzonderlijk ressort zijn opgenomen.

Deze ressorts zijn opgebouwd uit de volgende artikelonderdelen:

– ambtelijk burgerpersoneel, waarin begrepen de loonkosten en overige tot het loon te rekenen kosten van de bewindslieden;

– militair personeel;

– overige personele uitgaven;

– materiële uitgaven.

Daarnaast worden nog bedragen voor wachtgelden voor het burgerpersoneel en het aandeel van het Kerndepartement in de uitvoeringskosten USZO op dit artikel geraamd.

Nieuwe mutaties

De nieuwe mutaties in de uitgaven en de verplichtingen zijn als volgt te specificeren en worden bij de onderscheiden ressorts nader toegelicht:

 
Bedragen x f 1000200020012002 20032004
– Kerndepartement25 38410 8372 6432 3842 061
– Militaire Inlichtingendienst21 70823 7698 1703 4722 955
Totaal van de nieuwe mutaties47 09234 60610 8135 8565 016

Begrotingssterkte

Bij de raming van dit artikel behoort de volgende opbouw van de begrotingssterkte (in aantallen vte'n op basis van een 38-urige werkweek):

 
 200020012002200320042005
Burgers – stand begroting 2000*984940910910910  
Burgers – mutaties*– 34405022  
Burgers – stand ontwerpbegroting 2001*950980960912912912
MP/BOT – stand begroting 2000608605602602602 
MP/BOT – mutaties– 15– 15– 15– 15– 15 
MP/BOT – stand ontwerpbegroting 2001593590587587587587
MP/BBT – stand begroting 20002626262626  
MP/BBT – mutaties00000  
MP/BBT – stand ontwerpbegroting 2001262626262626
Totale sterkte – stand begroting 20001 6181 5711 5381 5381 538  
Totale sterkte – mutaties– 492535– 13– 13 
Totale sterkte – stand ontwerpbegroting 20011 5691 5961 5731 5251 5251 525

* exclusief niet-actief burgerpersoneel en Trip-personeel

Toelichting

Burgerpersoneel

De wijziging met betrekking tot het personeelsbestand vanaf 2001 betreft het aanhouden van het personeel in verband met de reorganisatie van de MID in 2001 en 2002 vanwege uitstel van de reductietranche en de afbouw in 2000 van de Veteranen Uitvoeringsorganisatie (VUIT). Tevens is rekening gehouden met de structurele overheveling van het bureau Vorderingen, Inhoudingen en Kwijtschelding (VIK) naar het beleidsterrein Dico, het apart administreren van Trainee Interservice project (Trip)-personeel en vanaf 2003 een vermindering van functies bij de Dienst Facilitaire Zaken als gevolg van de sluiting van de vestiging in Kerkrade.

Militair personeel Beroeps Onbepaalde Tijd (BOT)

De wijziging met betrekking tot het personeelsbestand vanaf 2001 betreft voornamelijk de reorganisatie bij de MID.

Ressort Kerndepartement

Algemeen

Het ressort Kerndepartement bestaat naast de algemene leiding (minister, staatssecretaris, secretaris-generaal, inclusief enkele onder hem ressorterende diensten) uit:

– defensiestaf;

– directoraat-generaal personeel;

– directoraat-generaal materieel;

– directoraat-generaal economie en financiën;

– inspecteur-generaal der krijgsmacht;

– de zelfstandige directies:

– directie juridische zaken;

– directie algemene beleidszaken;

– directie voorlichting;

– defensie accountantsdienst.

– de stafafdelingen:

– dienst facilitaire zaken;

– afdeling personeelszaken Centrale Organisatie;

– afdeling financieel economisch beheer en bedrijfsvoering Centrale Organisatie.

Daarnaast is nog een aantal bijzondere organisatie-eenheden aan de directoraten-generaal respectievelijk directies toegevoegd, zoals de staf van de Inspecteur-generaal der krijgsmacht en defensiepersoneel werkzaam bij de permanente vertegenwoordiging van Nederland bij de Navo.

Het Kerndepartement heeft een drietal hoofdtaken, te weten:

– ondersteuning van de bewindslieden in hun contacten met het parlement, hun rol als lid van het kabinet en bij het onderhouden van interdepartementale en internationale relaties;

– integrale sturing van de krijgsmachtdelen op hoofdlijnen;

– controle op de uitvoering van het beleid door de krijgsmachtdelen.

Personeel

Reductie-operatie

De Centrale Organisatie (CO) heeft in toenemende mate te kampen met kwalitatieve en kwantitatieve vullingsproblemen van het burgerpersoneel. Als gevolg van de toenemende werklast is besloten om de reductie van de CO te temporiseren. Zodoende komen voor de duur van twee jaar 19 formatieplaatsen beschikbaar om het werkaanbod aan te kunnen. In het kader van de zorg voor het welzijn van het personeel, vinden momenteel werkdruk- en werkbelevingsonderzoeken plaats.

Naast de afbouw in het kader van de reductietaakstelling wordt in 2000 de Veteranen Uitvoeringsorganisatie (VUIT) afgebouwd. Daarnaast is op basis van de huidige sterkteontwikkeling de begrotingssterkte 2000 (burgerpersoneel) naar beneden bijgesteld. Als nieuwe mutatie in de personele meerjarenreeks is de afbouw van DFZ-Kerkrade per 2003 opgenomen.

Voorts zal het Kerndepartement naast het kwantitatieve aspect van het personeelsbestand, aandacht besteden aan de kwalitatieve aspecten van het (burger)personeelsbestand. Naast het beheersen en sturen van in- en uitstroom, is de doorstroom een belangrijk element.

Mobiliteit

In de Defensienota is aangekondigd dat het mobiliteits- en loopbaanbeleid voor het burgerpersoneel met kracht verder vorm zal worden gegeven. Mede tegen de krapper wordende arbeidsmarkt wil Defensie haar burgerpersoneel aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden en een motiverende werkomgeving te bieden. Investeren in opleiding en vorming van het personeel maakt daar onderdeel van uit. Dit zal niet alleen gelden voor de groepen en schalen die zijn aangesloten bij de Algemene Bestuursdienst.

Voor al het burgerpersoneel wordt beleid ontwikkeld om de interne en externe mobiliteit te bevorderen. Door de CO is reeds ultimo 1998 een onderzoek hieromtrent afgerond. Tevens is daarbij expliciet aandacht besteed aan de positie en vertegenwoordiging van vrouwen in het personeelsbestand. Mede op basis van dit onderzoek wordt in 2000 gestart met de invulling van het mobiliteitsbeleid van de CO. Dit zal in interactie met de van het Directoraat-Generaal Personeel (DGP) te ontvangen kaders geschieden. De uitgaven vinden plaats in het kader van voorlichting en het beschikbaar stellen van assessment mogelijkheden.

Opleidingen

In het kader van het verbeteren van de kwaliteit van het functioneren en het bevorderen van externe werkzekerheid is het opleidingsbeleid vernieuwd en geïntensiveerd. Gestreefd wordt naar de optimale inzet van het instrument opleidingen om kennis te vergroten en te verbreden. Door een juiste afstemming van de eisen vanuit de organisatie en individuele wensen en mogelijkheden moet dit een belangrijke bijdrage leveren aan breed inzetbaar personeel.

Employee benefits

Employee benefits krijgen met ingang van het jaar 2000 gestalte bij Defensie. Gelet op de personeelssamenstelling van de CO wordt uitgegaan van 100% deelname. De twee vormen van employee benefits, een fiets of automatiseringsmiddelen, zullen uitsluitend in 2000 worden aangeboden. Van het totale bedrag dat hiermee gemoeid is, komt naar verwachting nog een klein deel na 2000 tot besteding.

Materieel

Het huisvestingsbeleid is gericht op concentratie van het Kerndepartement in het Plein/Kalvermarkt-complex in Den Haag. De huisvesting van de MID wordt in de komende jaren waar mogelijk geconcentreerd op het Van Alkemadecomplex in Den Haag.

De informatievoorziening van de CO kan naar de volgende drie aandachtsgebieden worden onderverdeeld:

– concern-informatiesystemen (salarissen en begrotingsadministratie);

– management-informatiesystemen;

– standaard technische infrastructuur Plein (STIP).

Om de informatievoorziening te stroomlijnen en te verbeteren is een projectgroep opgericht. Deze projectgroep heeft het invoeren van het nieuwe Local Area Netwerk (LAN) 2000 als eerste taak. Hiermee wordt het netwerk aangepast aan de eisen van de tijd.

Tevens geeft de CO aandacht aan de invoering van de Euro en het Rijksbrede project «Van Beleidsbegroting naar Beleidsverantwoording» (VBTB).

De verplichtingen en de uitgaven van het ressort Kerndepartement

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen (x f 1000)
Artikelonderdeel Verplichtingen
 1999200020012002200320042005
01.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel64 55364 81666 56163 88359 53359 53359 533
01.20.02 Militair personeel28 31525 77025 50425 15425 15425 15425 154
01.20.03 Overige personele uitgaven16 60621 85517 14816 16217 85916 39316 356
01.20.04 Materiële uitgaven121 20776 55975 91553 70545 47643 27562 486
Stand ontwerpbegroting 2001230 681189 000185 128158 904148 022144 355163 529
Stand 1e suppletore begroting 2000 163 616174 291156 261145 638142 294 
Nieuwe mutaties 25 38410 8372 6432 3842 061 
De onderverdeling naar artikelonderdelen van de uitgaven (x f 1000)
Artikelonderdeel Uitgaven
 1999200020012002200320042005
01.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel64 63264 81666 56163 88359 53359 53359 533
01.20.02 Militair personeel28 91525 77025 50425 15425 15425 15425 154
01.20.03 Overige personele uitgaven15 99721 85517 14816 16217 85916 39316 356
01.20.04 Materiële uitgaven111 57582 18065 00658 49941 82356 94962 486
Stand ontwerpbegroting 2001221 119194 621174 219163 698144 369158 029163 529
Stand 1e suppletore begroting 2000 169 237163 382161 055141 985155 968 
Nieuwe mutaties 25 38410 8372 6432 3842 061 

Nieuwe mutaties

Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:     
– Prijsbijstelling3 1381 7392 2171 7441 504
– Overheveling van andere departementen5757575757
– Overhevelingen van/naar andere beleidsterreinen– 1 031– 1 031– 1 031– 1 031– 1 031
– Overhevelingen binnen het beleidsterrein– 1 531– 1 231– 902– 686– 470
Sub-totaal technische bijstellingen633– 4663418460
Beleidsmatige bijstellingen:     
– Herschikkingen20 85011 3032 3022 3002001
– Verwerking maatregelen Defensienota3 901  
Sub-totaal beleidsmatige bijstellingen24 75111 3032 3022 3002001
Totaal van de nieuwe mutaties25 38410 8372 6432 3842 061

Toelichting nieuwe mutaties

Technische bijstellingen

Prijsbijstelling

De uitgavenniveaus zijn aangepast aan het prijsniveau 2000.

Overhevelingen van andere departementen

Deze mutatie betreft de overheveling van het ministerie van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu vanwege (een deel van) de financiële afwikkeling van de stelselwijziging van de rijkshuisvesting.

Overhevelingen van/naar andere beleidsterreinen

Deze post bestaat uit de volgende overhevelingen:

– twee overhevelingen naar Dico, de eerste met betrekking tot het Bureau Vorderingen, Inhoudingen en Kortingen (VIK) dat als onderdeel van de stafafdeling Juridische Zaken van staf Dico nu aldaar is opgenomen en de tweede vanwege de overgang naar Dico van het beheer van het Personeelsinformatiesysteem PROFIEL;

– de overheveling vanuit Dico in verband met een correctie op de eerder vanuit de CO ontvlochten bedragen inzake de vervoersbehoefte;

– een overheveling naar de Koninklijke Landmacht in verband met de Defensie Controller Opleidingen aan de Koninklijke Militaire Academie.

Overhevelingen naar andere artikelen binnen het beleidsterrein

Deze overhevelingen betreffen:

– de uitgaven voor Developing Defence Industries (DDI)-steunverlening die vanwege de accentverschuiving naar de (inter)nationale technologie-ontwikkeling worden overgeheveld naar artikel 01.26;

– tot slot een compensatie naar artikel 01.21 ten behoeve van de bijdrage aan de Stichting bijzondere scholen voor onderwijs op algemene grondslag.

Beleidsmatige bijstellingen

Herschikkingen

Toegevoegd zijn onder andere uitgaven ten behoeve van de renovatie van gebouw 32 op het Van Alkemadecomplex te Den Haag. Dit gebouw wordt aangepast aan de ARBO-eisen en de functionele eisen van de MID. Hierbij wordt ook rekening gehouden met het vernieuwen van de etages die in gebruik zijn bij de Defensie Telematica Organisatie (DTO).

Tevens zijn opgenomen de uitgaven verbonden aan de toetreding tot het materieel agentschap «Organisme Conjoint de Coöperation en Matière d'Armement (OCCAR)». Met het lidmaatschap van dit agentschap wordt beoogd de marktpositie te versterken door krachtenbundeling, innovatief aanbesteden en een nauwere internationale samenwerking en coördinatie op het gebied van materieelbehoeften.

Bovendien zijn uitgaven begroot voor het ARBO-onderzoek naar de werkdruk van de medewerkers van de CO.

Verwerking maatregelen Defensienota

Dit betreft de verwerking van een deel van de P-maatregelen, betrekking hebbende op het jaar 2000, zoals die zijn opgenomen in de Defensienota. Dit betreft de stalling van het aandeel van de CO in de f 50 miljoen nieuw P-beleid.

Ressort Militaire Inlichtingendienst (MID)

Algemeen

De Militaire Inlichtingendienst (MID) voert zijn werkzaamheden uit op basis van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV). Naar aanleiding van de uitspraak van de afdeling bestuursrecht van de Raad van State, ligt momenteel een geactualiseerd wetsontwerp bij de Tweede Kamer. Hiermee komt de wet weer in overeenstemming met het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens.

Voor de MID zijn vier aparte artikelonderdelen ingeruimd binnen het artikel 01.20 Personeel en materieel. Daarnaast is voor de MID een bescheiden raming opgenomen op het artikel 01.22 Geheime uitgaven.

Personeel

Op 27 juli 2000 is het reorganisatieplan MID (brief nr. PCO2000006329) gepresenteerd. De ramingen zijn met name op dit plan gebaseerd.

Materieel

In de recent geïntegreerde MID ligt het accent op onderlinge aanvulling van en samenwerking tussen diensten die voorheen voornamelijk met het eigen krijgsmachtdeel communiceerden. Deze diensten zijn geografisch gespreid (onder andere Amsterdam, Eibergen en Den Haag). De geïntegreerde MID vergt op onderdelen andersoortige apparatuur.

Het beleid van de MID is er op gericht dat de stafcomponenten van de dienst op het Van Alkemadecomplex worden geconcentreerd. Tot dat moment zullen extra uitgaven noodzakelijk zijn ten gevolge van tijdelijke verhuizingen en het herbeleggen van vrijgekomen accommodaties.

De verplichtingen en de uitgaven van het ressort Militaire Inlichtingendienst

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen (x f 1000)
Artikelonderdeel Verplichtingen
 1999200020012002200320042005
01.20.05 Ambtelijk burgerpersoneel32 94534 19136 50635 42433 71133 71133 711
01.20.06 Militair personeel31 70633 46933 86833 86833 86833 86833 868
01.20.07 Overige personele uitgaven4 2246 2935 9195 9195 9195 9195 919
01.20.08 Materiële uitgaven9 56035 06843 55836 99028 89732 82432 158
Stand ontwerpbegroting 200178 435109 021119 851112 201102 395106 322105 656
Stand 1e suppletore begroting 2000 87 31396 082104 03198 923103 367 
Nieuwe mutaties 21 70823 7698 1703 4722 955 

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de uitgaven (x f 1000)
Artikelonderdeel Uitgaven
 1999200020012002200320042005
01.20.05 Ambtelijk burgerpersoneel32 94334 19136 50635 42433 71133 71133 711
01.20.06 Militair personeel31 10333 46933 86833 86833 86833 86833 868
01.20.07 Overige personele uitgaven4 3536 2935 9195 9195 9195 9195 919
01.20.08 Materiële uitgaven27 04335 56143 52535 99033 09732 58032 158
Stand ontwerpbegroting 200195 442109 514119 818111 201106 595106 078105 656
Stand 1e suppletore begroting 2000 87 80696 049103 031103 123103 123 
Nieuwe mutaties 21 70823 7698 1703 4722 955 

Nieuwe mutaties

Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:     
– Prijsbijstelling1 0087691 1701 472955
Beleidsmatige bijstellingen:     
– Herschikking20 70023 0007 00020002000
Totaal van de nieuwe mutaties21 70823 7698 1703 4722 955

Toelichting nieuwe mutaties

Technische bijstellingen

De uitgavenniveaus zijn aangepast aan het prijsniveau 2000.

Beleidsmatige bijstellingen

Dit betreft een herschikking van gelden tussen de beleidsterreinen als gevolg van defensiebrede prioriteitsstellingen. Toegevoegd zijn onder andere projecten betreffende stabilisering informatievoorziening, archiefbeheer en het Human Resource Management (HRM)-beleid, die samenhangen met het recent opgestelde reorganisatieplan (brief nr. DIS-99001341).

Artikelonderdeel 01.20.09 Wachtgelden en inactiviteitswedden

De uitgaven op dit artikelonderdeel hebben betrekking op de diverse wachtgeldregelingen voor burgerpersoneel van het Kerndepartement en de MID.

Het beleid blijft er op gericht de instroom in de wachtgeldregelingen zoveel mogelijk te beperken door middel van een actieve herplaatsingsinspanning en het gebruik van SBK-instrumenten, waaronder om-, her- en bijscholing. Dit artikel omvat ook de uitgaven die betrekking hebben op de uitvoeringskosten van de Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en Onderwijs (USZO).

Conform het gestelde in artikel 4, lid 6, punt a van de Comptabiliteitswet wordt bij dit artikelonderdeel als verplichting opgenomen het bedrag dat als uitgaaf wordt geraamd.

De verplichtingen en de uitgaven van de wachtgelden en inactiviteitswedden

Categorie Verplichtingen en uitgaven
bedragen x f 10001999200020012002200320042005
Wachtgelden SBK/UBMO Burgerpersoneel5 9864 7094 4533 8153 5693 0743 074
WBDP Burgerpersoneel 430430430430430430
WAO Burgerpersoneel 5859201 2451 3801 3801 380
Overige uitkeringen Burgerpersoneel2 388835804755689616616
Totaal8 3746 5596 6076 2456 0685 5005 500
Uitvoeringskosten1 6401 1651 1681 1651 1471 1471 147
Stand ontwerpbegroting 200110 0147 7247 7757 4107 2156 6476 647
Stand 1e suppletore begroting 2000 7 7247 7757 4107 2156 647 
Nieuwe mutaties 00000 

01.21 Subsidies en bijdragen

De grondslag van het artikel en het te voeren beleid

Ten laste van dit artikel zijn de uitgaven geraamd voor:

– subsidies aan verschillende instellingen;

– bijdragen aan andere ministeries ten behoeve van verenigingen, stichtingen en comités.

De subsidies worden verleend aan instellingen die voor Defensie een zeker nut hebben en ook zelf financiële middelen bijeenbrengen, maar daarnaast mede afhankelijk zijn van financiële hulp van Defensie. De doelstellingen van deze instanties worden uiteengezet in bijlage 6 van de memorie van toelichting.

De verplichtingen en de uitgaven per artikelonderdeel

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen en de uitgaven (x f 1000)
Artikelonderdeel1999200020012002200320042005
I. Subsidies       
– het Comité international de médecine et de pharmacie militaires2444444
– de Koninklijke vereniging ter beoefening van de krijgswetenschap, ten behoeve van de buitengewone leerstoel militair recht aan de Universiteit van Amsterdam en (t/m 1999) het tijdschrift de «Militaire spectator»568525252525252
– Veteranenplatform270306306306306306306
– Defensie Vrouwennetwerk10101010101010
– Atlantic Exchange program15      
– Stichting Dienstverlening Veteranen10 52410 96211 05611 05611 05611 05611 056
– Stichting Maatschappij en Krijgsmacht515525525525525525525
– Stichting Homosexualiteit en Krijgsmacht55555555555555
– Nederlandse Reservisten Federatie Krijgsmacht100100100100100100100
– Stichting Koepelorganisatie militaire tehuizen1 9471 9861 9861 9861 9861 9861 986
– Stichting Protestants Interkerkelijk Thuisfront50505050505050
– Stichting Nationaal Katholiek Thuisfront25252525252525
– Bond Nederlandse Militaire Oorlogsslachtoffers (BNMO)87      
– Vormingscentrum Beukbergen7.500      
– Stichting bijzondere scholen voor onderwijs op algemene grondslag (STOAG)10 270      
– Defensie Jongerennetwerk12      
– «Verzakelijking» TNO 200021 7006 300   
Totaal subsidies31 95016 07535 86920 46914 16914 16914 169
II. Bijdragen       
– Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen(VII):       
* doelfinanciering TNO-DO/ verzakelijking TNO102 327102 380102 380102 38097 34997 33797 337
* Stichting bijzondere scholen voor onderwijs op algemene grondslag (STOAG) 8 9918 8138 7008 7008 7008 700
* Collectie Visser  2000    
– Ministerie van Buitenlandse Zaken (V):       
* Nationaal Bureau voor Verbindingsbeveiliging3 7834 1243 7483 5483 5483 5483 548
* Stichting Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen «Clingendael»1 7581 7581 7581 7581 7581 7581 758
* het Internationale Comité van het Rode Kruis70707070707070
* Stichting Atlantische Commissie298298298298298298298
– Ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII):       
* het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium1 0001 0001 0001 0001 0001 0001 000
– Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI):       
* het Informatie- en Coördinatie-orgaan Dienstverlening Oorlogsgetroffenen (ICODO)288150    
Totaal bijdragen109 524118 771120 067117 754112 723112 711112 711
Stand ontwerpbegroting 2001 (I en II)141 474134 846155 936138 223126 892126 880126 880
Stand 1e suppletore begroting 2000 131 837131 527131 543131 759131 963 
Nieuwe mutaties 3 00924 4096 680– 4 867– 5 083 

De subsidie aan het Defensie Jongerennetwerk wordt met ingang van de begroting 2000 ten laste van artikelonderdeel 01.20.03 (Overige personele uitgaven) geraamd.

Nieuwe mutaties

Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:     
– Prijsbijstelling690690690659659
– Overhevelingen binnen het beleidsterrein31919– 310– 526– 742
Sub-totaal technische bijstellingen1 009709380133– 83
Beleidsmatige bijstellingen:      
– Maatregelen Defensienota   – 5 000– 5 000
– Herschikking200023 7006 300  
Sub-totaal beleidsmatige bijstellingen200023 7006 300– 5 000– 5 000
Totaal van de nieuwe mutaties3 00924 4096 680– 4 867– 5 083

Toelichting nieuwe mutaties

Technische bijstellingen

Prijsbijstelling

Dit betreft de aanpassing van de uitgavenniveaus aan het prijspeil 2000.

Overhevelingen binnen het beleidsterrein

Dit betreft enerzijds het niet meer als subsidie opnemen van de kosten voor het beschikbaarstellen van het tijdschrift «Militaire Spectator» en de contributie ten behoeve van het Atlantic Exchange Program (overheveling naar artikel 01.29), anderzijds een suppletie (van artikel 01.20) aangaande de Stichting bijzondere scholen voor onderwijs op algemene grondslag (STOAG) en tot slot een herschikking ten behoeve van de Stichting Dienstverlening Veteranen in verband met de actualisering van het aantal Veteranenpashouders.

Beleidsmatige bijstellingen

Maatregelen Defensienota

Het betreft hier de verwerking van de in de Defensienota aangekondigde korting voor onderzoek en ontwikkeling.

Herschikkingen

Dit betreft de herschikking van de budgetten tussen de beleidsterreinen als gevolg van Defensiebrede prioriteitstellingen. Het gaat bij dit artikel om de bouwactiviteiten in de Plaspoelpolder ten behoeve van TNO in het kader van de voorgenomen «verzakelijking» in de verhouding tussen Defensie en TNO en de bijdrage in de aankoop van de «wapencollectie Visser».

Hiervoor wordt een bijdrage aan het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen verstrekt om deze collectie aan het Legermuseum en het publiek ter beschikking te stellen.

01.22 Geheime uitgaven

De grondslag van het artikel en het te voeren beleid

Overeenkomstig artikel 19 van de Comptabiliteitswet 1976 en de regeling Rijksbegrotingsvoorschriften, is artikel 01.22 bij Defensie aangewezen als het artikel waarop de geheime uitgaven worden geraamd.

Door toepassing van categorie 2.b van de «Aanwijzingsregeling verplichtingen-kas 1991» wordt bij dit artikel als verplichting opgenomen het bedrag dat als uitgaaf wordt geraamd.

De geheime uitgaven worden jaarlijks door de President van de Algemene Rekenkamer gecontroleerd.

Ten opzichte van de begroting 2000 hebben er geen ramingsbijstellingen plaatsgevonden.

01.23 Internationale verplichtingen

De grondslag van het artikel en het te voeren beleid

Nederland levert een belangrijke bijdrage aan de gemeenschappelijk gefinancierde Navo-programma's. Het betreft hier met name het Navo Veiligheids Investeringsprogramma, de Militaire Begroting van de Navo en het «Airborne Early Warming and Control System» (AWACS-)programma.

De verplichtingen en de uitgaven

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen (x f 1000)
Artikelonderdeel Verplichtingen
 1999200020012002200320042005
Navo Veiligheids Investeringsprojecten in Nederland22 17532 62032 61932 07731 27717 07732 077
Bijdrage aan Navo Veiligheids Investeringsprogramma69 29764 35664 35664 35664 35664 35664 356
Investeringen AWACS12 1123 8002002 100 4 2643 293
Exploitatie AWACS18 58914 80014 80014 80014 80014 80014 800
Bijdrage aan de militaire begroting van de Navo29 00728 10028 10028 10028 10028 10028 100
Overige bijdragen4 4394 3004 5004 5004 5004 5004 500
Stand ontwerpbegroting 2001155 619147 976144 575145 933143 033133 097147 126
Stand 1e suppletore begroting 2000 143 318143 518142 989142 989136 353 
Nieuwe mutaties 4 6581 0572 94444– 3 256 
De onderverdeling naar artikelonderdelen van de uitgaven (x f 1000)
Artikelonderdeel Uitgaven
 1999200020012002200320042005
Navo Veiligheids Investeringsprojecten in Nederland19 70032 62032 61932 07732 07732 07732 077
Bijdrage aan Navo Veiligheids Investeringsprogramma69 28864 35664 35664 35664 35664 35664 356
Investeringen AWACS10 52513 0979 50011 3938 4935 1933 293
Exploitatie AWACS18 58914 80014 80014 80014 80014 80014 800
Bijdrage aan de militaire begroting van de Navo29 46728 10028 10028 10028 10028 10028 100
Overige bijdragen4 4404 3004 5004 5004 5004 5004 500
Stand ontwerpbegroting 2001152 009157 273153 875155 226152 326149 026147 126
Stand 1e suppletore begroting 2000 152 615152 818152 282152 282152 282 
Nieuwe mutaties 4 6581 0572 94444– 3 256 

Nieuwe mutaties

Specificatie nieuwe mutaties (x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:     
– Prijsbijstelling858857844844844
Beleidsmatige bijstellingen:      
– Bijstelling betalingsschema3 8002002 100– 800– 4 100
Totaal van de nieuwe mutaties4 6581 0572 94444– 3 256

Toelichting nieuwe mutaties

Technische bijstellingen

De uitgavenniveaus zijn aangepast aan het prijsniveau 2000.

Bijstelling betalingsschema

De budgettoevoeging betreft een bijstelling van de raming voor AWACS-investeringen vanwege een te conservatieve raming van het Midtermprogramma. Dit houdt in dat het betalingsschema van Boeing te pessimistisch was ingeschat. Thans blijkt dat Boeing volgens oorspronkelijk schema levert en het betalingsschema is daaraan aangepast.

Toelichting per artikelonderdeel

Navo Veiligheids Investeringsprojecten in Nederland

De activiteiten die worden ondernomen op het gebied van veiligheidsinvesteringsprojecten in Nederland betreffen projecten die naar verwachting in de jaren tot en met 2005 zullen worden voltooid. Het gaat hier met name om vervanging en restauratie van oliepijpleidingen. Daarnaast vinden werkzaamheden plaats ten behoeve van verbeteringen en vernieuwingen van commando- en communicatiemiddelen. Een groot deel van de uitgaven voor deze activiteiten komt in aanmerking voor verrekening met de Navo. De hieruit voortvloeiende ontvangsten worden geraamd op het ontvangstenartikel 01.20. Het gedeelte van de uitgaven waarvoor de Navo het gastland verantwoordelijk houdt, zoals B.T.W. en diverse lokale voorzieningen, worden weliswaar ook op dit artikelonderdeel geraamd, maar niet met de Navo verrekend.

Bijdrage aan het Navo Veiligheids Investeringsprogramma

Dit programma beslaat alle activiteiten, die de Navo-lidstaten gezamenlijk ontplooien op het gebied van veiligheidsinvesteringsprojecten. De gemeenschappelijke financiering van deze projecten bedraagt gemiddeld f 1.285 miljoen per jaar. Het Nederlandse aandeel is ongeveer 5%. Hiervoor wordt jaarlijks een bedrag in de begroting gereserveerd van f 64,4 miljoen.

Investeringen AWACS

Nederland draagt bij aan de instandhouding en verbetering van het gemeenschappelijk gefinancierde Airborne Early Warning and Control System (AWACS). Deze vloot bestaat uit zeventien vliegende radarplatforms, met de vliegbasis Geilenkirchen als thuisbasis. De activiteiten van deze vloot bestaan momenteel uit het surveilleren bij «brandhaarden» of gebieden die daarvoor in aanmerking komen. De huidige investeringen hebben betrekking op een programma ten behoeve van de verbetering en de vernieuwing van radars en verbindingsmiddelen.

Exploitatie AWACS

Voor de activiteiten, die gemoeid zijn met de exploitatie van AWACS, wordt jaarlijks een bedrag geraamd van f 14,8 miljoen, hetgeen neerkomt op ongeveer 3,75% van de gemeenschappelijk gefinancierde begroting. Deze bijdrage in de exploitatiekosten berust op de, in het «operation and support»-budget voorziene behoeften die noodzakelijk zijn voor de exploitatie van de AWACS vloot.

Bijdrage militaire begroting van de Navo

Aan de activiteiten die door de militaire hoofdkwartieren en agentschappen worden ontplooid, draagt Nederland ongeveer 3% van de totaal gemeenschappelijk gefinancierde uitgaven bij. Jaarlijks wordt een bedrag van omstreeks f 28,1 miljoen geraamd.

Overige bijdragen

Voor de Nederlandse deelname in overige activiteiten, waaronder incidentele specifieke projecten, pensioenen voor Nederlandse functionarissen die in het verleden Navo-functies hebben vervuld en diverse voorzieningen van de Navo zoals de internationale school van SHAPE, wordt jaarlijks een bedrag geraamd van f 4,5 miljoen.

01.24 Garanties

De grondslag van het artikel en het te voeren beleid

Het ministerie van Defensie heeft de volgende garanties verleend:

– voor de lening aan de Woonstichting «Ons Belang» met een maximum van f 0,4 miljoen met een looptijd tot het jaar 2002;

– voor Eurometaal met een maximum van f 2 miljoen en

– een overeenkomst met de Vereniging Verbond van Verzekeraars (bedrag p.m.).

Naar de huidige inzichten zijn de uitgaven tot en met het jaar 2005 nihil.

01.25 Milieumaatregelen

De grondslag van het artikel en het te voeren beleid

In dit artikel zijn de uitgaven opgenomen voor aan milieumaatregelen gerelateerd wetenschappelijk onderzoek. Daarnaast wordt hier ook de inhuur van externe deskundigen op milieugebied geraamd. Tevens zijn op dit artikel bedragen gestald die nader over de krijgsmachtdelen, Dico en Centrale Organisatie worden verdeeld, zodra hiertoe projecten zijn ingebracht.

Voor wetenschappelijk onderzoek op milieugebied wordt jaarlijks een bedrag van ongeveer f 2,9 miljoen geraamd. Naast onderzoek naar oppervlaktewater- en luchtverontreiniging zijn ook onderzoeken naar overige vormen van milieubelasting en windenergie bij dit artikel ondergebracht.

De verplichtingen en de uitgaven

De verplichtingen en de uitgaven (x f 1000)
 Verplichtingen en uitgaven
 1999200020012002200320042005
Stand ontwerpbegroting 20019 7863 02013 93022 81530 85032 40032 400
Stand 1e suppletore begroting 2000 20 88525 86030 86035 86035 860 
Nieuwe mutaties – 17 865– 11 930– 8 045– 5 010– 3 460 

Nieuwe mutaties

Specificatie nieuwe mutaties (x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:     
– Prijsbijstelling135270405540540
– Overhevelingen naar andere beleidsterreinen– 18 000– 12 200– 8 450– 5 550– 4 000
Totaal van de nieuwe mutaties– 17 865– 11 930– 8 045– 5 010– 3 460

Toelichting nieuwe mutaties

Technische bijstellingen

Prijsbijstelling

De uitgaven zijn aangepast aan het prijsniveau 2000.

Overhevelingen naar andere beleidsterreinen

Deze overhevelingen houden verband met de invulling van het nieuwe milieubeleid, zoals dat in de Hoofdlijnennotitie is aangekondigd. Een aantal projecten is al over de verschillende beleidsterreinen verdeeld. Het restant is nog op dit artikel gestald, in afwachting van een nadere bestemming op het gebied van milieubeleid.

01.26 Technologie-ontwikkeling

De grondslag van het artikel en het te voeren beleid

Ten laste van dit artikel zijn de uitgaven geraamd voor de ontwikkeling en toepassing van (technologische) kennis ten behoeve van Defensie. Deze activiteiten worden, vaak in internationaal verband, uitgevoerd door Nederlandse bedrijven, (onderzoeks)instellingen en universiteiten. Incidenteel wordt uit dit artikel ook bijgedragen aan een materieelontwikkelingsproject voor een krijgsmachtdeel, indien de ontwikkeling van nieuwe technologische kennis een belangrijk deel van een dergelijk project uitmaakt. Het ministerie van Economische Zaken neemt financieel deel aan technologie- en materieelontwikkelingsprojecten, indien hierdoor de internationale concurrentiepositie van de Nederlandse industrie wordt verbeterd. Het overleg aangaande de financiële bijdrage van Economische Zaken vindt plaats in de Commissie ontwikkeling defensiematerieel (Codema), waarin de ministeries van Defensie, Economische Zaken, Financiën en Buitenlandse Zaken zijn vertegenwoordigd.

De verplichtingen en de uitgaven per artikelonderdeel

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen (x f 1000)
Artikelonderdeel Verplichtingen
 1999200020012002200320042005
Bijdrage ruimtevaartprogramma4 200       
Onderzoek en technologie41 28811 61419 39418 48811 9105 61025 010
Gebruik kennis en kunde1 9004 2183 042200  1 200
Stand ontwerpbegroting 200147 38815 83222 43618 68811 9105 61026 210
Stand 1e suppletore begroting 2000 18 15226 20022 45615 7109 410 
Nieuwe mutaties – 2 320– 3 764– 3 768– 3 800– 3 800 
De onderverdeling naar artikelonderdelen van de uitgaven (x f 1000)
Artikelonderdeel Uitgaven
 1999200020012002200320042005
Bijdrage ruimtevaartprogramma4 200       
Onderzoek en technologie29 54527 97426 84626 64225 01025 01025 010
Gebruik kennis en kunde1 2171 7001 2001 2001 2001 2001 200
Stand ontwerpbegroting 200134 96229 67428 04627 84226 21026 21026 210
Stand 1e suppletore begroting 2000 31 99431 81031 61030 01030 010 
Nieuwe mutaties – 2 320– 3 764– 3 768– 3 800– 3 800 

Nieuwe mutaties

Specificatie nieuwe mutaties (x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:     
– Prijsbijstelling550536532500500
– Overheveling binnen het beleidsterrein700700700700700
– Overheveling tussen beleidsterreinen930    
Sub-totaal technische bijstellingen:2 1801 2361 2321 2001 200
Beleidsmatige bijstellingen:      
– Maatregelen Defensienota– 4 500– 5 000– 5 000– 5 000– 5 000
Totaal van de nieuwe mutaties– 2 320– 3 764– 3 768– 3 800– 3 800

Toelichting nieuwe mutaties

Technische bijstellingen

Prijsbijstelling

Dit betreft aanpassing van de uitgavenniveaus aan het prijspeil 2000.

Overhevelingen binnen het beleidsterrein

Dit betreft de uitgaven met betrekking tot de accentverlegging van de DDI-steunverlening naar de (inter)nationale technologie-ontwikkeling; besloten is deze uitgaven vanuit artikel 01.20 naar dit artikel over te hevelen.

Overhevelingen tussen beleidsterreinen

Deze overheveling, van de Koninklijke Landmacht en de Koninklijke Luchtmacht, betreft het project «VPN-Guard Release 2/fase 2» (netwerkbeveiliging), dat onder verantwoordelijkheid van de CO zal worden gerealiseerd.

Beleidsmatige bijstellingen

Het betreft hier de verwerking van de in de Defensienota aangekondigde korting voor onderzoek en ontwikkeling. Deze is verwerkt op de artikelonderdelen «bijdrage ruimtevaartprogramma» en «gebruik van kennis en kunde».

Toelichting per artikelonderdeel

Bijdrage ruimtevaartprogramma

Defensie heeft tot en met 1999 in bescheiden mate structureel bijgedragen aan de financiering van het overheidsruimtevaartbeleid. Met ingang van het jaar 2000 is als gevolg van de taakstellende bezuiniging op Wetenschappelijk Onderzoek en Ontwikkeling deze bijdrage beëindigd.

Onderzoek en technologie

De uitgaven die worden geraamd op dit artikelonderdeel hebben betrekking op nationale en internationale technologie-ontwikkeling. De uitgaven van dit onderdeel zijn gedeeltelijk bedoeld voor de ontwikkeling, met name door nationale industrie en onderzoeksinstellingen, van voor Defensie relevante nieuwe technologieën.

De uitgaven voor onderzoek bij universiteiten, academische ziekenhuizen en andere instellingen, komen eveneens ten laste van dit artikel.

Voor internationale technologie-ontwikkeling in WEAG-verband is het Euclidprogramma opgesteld. De WEAG-landen streven naar gemeenschappelijke projecten, waaraan elk land een in beginsel gelijke bijdrage levert. Het resultaat is voor alle deelnemende landen beschikbaar.

Niet alle projectvoorstellen van internationaal samenwerkende industrieën zijn inpasbaar in Euclid. Naast samenwerking binnen het Euclidprogramma worden daarom internationale samenwerkingsovereenkomsten afgesloten met landen die voor Nederland interessant onderzoekspotentieel hebben.

Ook wil Nederland de mogelijkheid open houden om met niet aan WEAG deelnemende landen, zoals de Verenigde Staten, Canada, Zweden en Midden- en Oost-Europese landen, te kunnen samenwerken. Met deze landen worden samenwerkingsovereenkomsten gesloten. De opdrachten komen vooral bij de wetenschappelijke en technologische instituten terecht.

Gebruik kennis en kunde

Het gebruik van kennis en kunde door de CO heeft betrekking op uitgaven voor wetenschappelijke advisering en beleidsondersteuning. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de aanwezige kennisinfrastructuur bij onderzoeksinstituten of universiteiten.

01.27 Loonbijstelling

De grondslag van het artikel en het te voeren beleid

Via dit artikel worden de ontvangen bedragen voor de loonbijstelling en de incidentele looncomponent normaliter als nieuwe mutaties over de beleidsterreinen verdeeld.

De nu opgenomen ramingsbedragen voor het jaar 2000 en verder bestaan, naast de door Financiën toegekende reguliere, maar in afwachting van het onderhandelingsresultaat over de arbeidsvoorwaarden 2000 nog gestalde bedrag voor loonbijstelling 2000, uit de reeds in de begroting 2000 gepresenteerde reeks verband houdend met onder andere de in het Arbeidsvoorwaardenakkoord 1999–2000 tot stand gebrachte versoberingen in de ziektekostenvergoedingen ter dekking van de in de periode 2000–2002 conform het Regeerakkoord 1998 aan de orde zijnde taakstelling op ziektekosten.

Tevens is met de Voorjaarsnota 2000 een reeks toegevoegd voor de oplossing van arbeidsmarktknelpunten.

De verplichtingen en de uitgaven

De verplichtingen en de uitgaven (x f 1000)
 Verplichtingen en uitgaven
 1999200020012002200320042005
Stand ontwerpbegroting 2001 303 892312 947337 043339 609339 638339 561
Stand 1e suppletore begroting 2000 351 707362 947387 043389 609389 638 
Nieuwe mutaties – 47 815– 50 000– 50 000– 50 000– 50 000 

Nieuwe mutaties

Specificatie nieuwe mutaties (x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
– Maatregelen Defensienota– 50 000– 50 000– 50 000– 50 000– 50 000
– Restant loonbijstelling2 185    
Totaal nieuwe mutaties– 47 815– 50 000– 50 000– 50 000– 50 000

Toelichting nieuwe mutaties

Tijdens de behandeling van de Miljoenennota 2000 is als gevolg van de utivoering van de motie Dijkstal c.s. f 50 miljoen toegevoegd aan het Defensiebudget ten behoeve van maatregelen voor externe werkzekerheid. Deze was gestald op dit artikel en wordt nu in het kader van de verwerking van de gevolgen van de Defensienota 2000 toebedeeld aan de beleidsterreinen en hier dus afgeboekt. Het respectieve aandeel per beleidsterrein is in afwachting van de concreet te treffen maatregelen centraal bij de beleidsterreinen gestald.

Na de toekenning van de reguliere loonbijstelling 2000 aan Defensie ten tijde van de Voorjaarsnota, is in een later stadium alsnog een bedrag toegevoegd in verband met de interimvergoeding.

01.28 Prijsbijstelling

De grondslag van het artikel en het te voeren beleid

Via dit administratieve artikel worden de ontvangen bedragen voor de prijsbijstelling als nieuwe mutaties over de beleidsterreinen verdeeld. Voorts vinden stallingen plaats van nog aan beleidsterreinen en artikelen toe te rekenen budgetbedragen. Het betreft hier met name de f 100 miljoen structureel voor nieuw P-beleid zoals gereserveerd in de Defensienota en de bedragen betrekking hebbend op de nog te verwerken diensteinderegeling.

De verplichtingen en de uitgaven

De verplichtingen en de uitgaven (x f 1000)
 Verplichtingen en uitgaven
 1999200020012002200320042005
Stand ontwerpbegroting 2001 21 272137 894127 324113 85788 128115 157
Stand 1e suppletore begroting 2000 216 744312 619289 673270 490251 703 
Nieuwe mutaties – 195 472– 174 725– 162 349– 156 633– 163 575 

Nieuwe mutaties

Specificatie nieuwe mutaties (x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
– Uitdeling prijsbijstelling– 128 486– 127 806– 130 173– 127 990– 125 203
– Herschikkingen– 68 086– 52 619– 29 726– 29 393– 42 745
– Doorwerking verrekenbare ontvangsten 5 7003 8007 0004 400
– Herfasering met EZ t.b.v. themapark12 500 – 6 250– 6 250 
– Overheveling van EZ10 000    
– Defensie-aandeel in de vermogensversterking KSG– 22 500    
– Bijdrage voor de inzet in Enschede1 100  
Totaal nieuwe mutaties– 195 472– 174 725– 162 349– 156 633– 163 548

Toelichting nieuwe mutaties

Uitdeling prijsbijstelling

De totaal verkregen prijsbijstelling 2000 is aan de beleidsterreinen uitgedeeld. In de toelichting bij de betreffende artikelen/ressorts zijn de overeenkomstige mutaties gespecificeerd.

Herschikkingen

In de herschikkingen zijn onder andere opgenomen de uitdeling van de aan Defensie toegekende en in eerste instantie op dit artikel gestalde gelden ten behoeve van het aanhouden van de huidige 108 operationele F-16's en het oplossen van knelpunten bij de Koninklijke Marechaussee.

Daarnaast zijn met dit artikel de bedragen herschikt waarmee het uitgavenniveau van de Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba (zie artikel 08.04) in lijn is gebracht met de budgetten zoals die recent in de Rijksministerraad zijn vastgesteld.

Doorwerking verrekenbare ontvangsten

De doorwerking van de terugbetaling van het agentschap DTO aan het moederdepartement vanwege het boven de norm van 5% van de omzet uitkomen van het eigen vermogen, is eveneens ten gunste van dit artikel verwerkt.

Herfasering met EZ inzake themapark Den Helder

De Defensiebijdrage van f 12,5 miljoen aan het ministerie van Economische Zaken in het in Den Helder op te zetten themapark is, na een eerdere verwerking ten laste van 2000, nu voor de jaren 2002 en 2003 ten laste van dit artikel verwerkt.

Terugbetaling lening door EZ

De overheveling van Economische Zaken betreft de terugontvangst van het Defensiedeel van een door het NIB aan de voormalige Koninklijke Schelde Groep verstrekte lening.

Defensie-aandeel vermogensversterking KSG

Als uitvloeisel van de door de Staat met de B.V. Damen afgesloten overeenkomst inzake de Koninklijke Schelde Groep wordt door Defensie een bijdrage geleverd in de vermogensversterking. De financiële afwikkeling van deze overeenkomst verloopt via het ministerie van Economische Zaken.

01.29 Overige departementale uitgaven

De grondslag van het artikel en het te voeren beleid

Ten laste van dit artikel komen uitgaven ten behoeve van het gehele ministerie van Defensie. Het betreft uitgaven voor:

– voorlichting;

– schadevergoedingen;

– samenwerkingsprogramma's met de Midden- en Oost-Europese landen waaronder uitgaven voor wapenbeheersing;

– exploitatiekosten van het WEU-satellietcentrum;

– overige uitgaven, zoals drukwerk en publicatiekosten en de uitgaven in het kader van de wettelijke bepalingen omtrent telecommunicatie en frequentiebeheer;

– uitgaven met betrekking tot bouwactiviteiten;

– op het artikelonderdeel infrastructuur worden de uitgaven geraamd die betrekking hebben op de kosten van renovaties en onderhoud van de defensiegebouwen in gebruik bij TNO/DO;

– uitgaven met betrekking tot de Ziektekostenvoorziening Defensiepersoneel (ZVD-regeling).

De verplichtingen en de uitgaven per artikelonderdeel

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen (x f 1000)
Artikelonderdeel Verplichtingen
 1999200020012002200320042005
01.29.01 Voorlichting11 8075 6655 6655 6655 6655 6655 665
01.29.02 Schadevergoedingen9 75512 89012 89012 89012 89012 89012 890
01.29.03 Samenwerkingsprogramma's4 2743 0623 0623 0623 0623 0623 062
01.29.04 Overige uitgaven12 90813 03022 21722 11722 11721 86722 117
01.29.05 Infrastructuur– 1081 5862 4493 0302 2572 00759
01.29.06 ZVD-regeling59 91947 25850 36650 36650 36650 36650 366
Stand ontwerpbegroting 200198 55583 49196 64997 13096 35795 85794 159
Stand 1e suppletore begroting 2000 82 95196 05996 53295 78695 286 
Nieuwe mutaties 540590598571571 
De onderverdeling naar artikelonderdelen van de uitgaven (x f 1000)
Artikelonderdeel Uitgaven
 1999200020012002200320042005
01.29.01 Voorlichting6 8385 7365 6655 6655 6655 6655 665
01.29.02 Schadevergoedingen9 79212 89012 89012 89012 89012 89012 890
01.29.03 Samenwerkingsprogramma's4 3083 7443 2853 0623 0623 0623 062
01.29.04 Overige uitgaven12 79513 03022 21722 11722 11722 11722 117
01.29.05 Infrastructuur8651 3362 9493 2802 2572 2572 257
01.29.06 ZVD-regeling59 92147 25850 36650 36650 36650 36650 366
Stand ontwerpbegroting 200194 51983 99497 37297 38096 35796 35796 357
Stand 1e suppletore begroting 2000 83 45496 78296 78295 78695 786 
Nieuwe mutaties 540590598571571 

Nieuwe mutaties

Specificatie nieuwe mutaties (x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:     
– Prijsbijstelling3578865959
– Overheveling naar andere departementen– 7    
– Overhevelingen binnen het beleidsterrein512512512512512
Totaal nieuwe mutaties540590598571571

Toelichting nieuwe mutaties

Prijsbijstelling

Dit betreft aanpassing van de uitgavenniveaus aan het prijspeil 2000.

Overhevelingen naar andere departementen

Deze overheveling betreft het aandeel van het ministerie van Defensie in de uitgaven van Postbus 51, die centraal door het ministerie van Algemene Zaken worden gedaan.

Overhevelingen binnen het beleidsterrein

Deze overhevelingen betreffen het niet meer als subsidie opnemen van de kosten voor het beschikbaarstellen van het tijdschrift «Militaire Spectator» en de contributie ten behoeve van het Atlantic Exchange program.

Toelichting per artikelonderdeel

01.29.01 Voorlichting

De uitgaven voor specifieke voorlichting, films, exposities, Defensie-informatiecentra, voorlichtingsbrochures, Defensiemaandbladen en de Defensiekrant worden onder dit artikelonderdeel geraamd. Dit geldt ook voor de uitgaven die verband houden met het gebruik maken van nieuwe technieken zoals internet en intranet.

De totale oplagen per jaar van de diverse Defensiemaandbladen zijn als volgt te specificeren (in aantallen stuks):

Defensiekrant 1 986 000

Alle Hens 286 000

Legerkoerier 671 000

Vliegende Hollander 253 000

Militair Rechtelijk Tijdschrift 11 700

Voor de voorlichtingsuitgaven (exclusief de personele exploitatiekosten) wordt jaarlijks een bedrag van omstreeks f 5,7 miljoen geraamd.

01.29.02 Schadevergoedingen

Hieronder vallen de uitgaven voor de vergoeding van schade waarbij de krijgsmachtdelen zijn betrokken, waaronder die in verband met oefeningen en vliegtuigongevallen. Deze uitgaven, waarvoor meerjarig f 12,89 miljoen wordt geraamd, zijn als volgt verdeeld:

 
bedragen x f 1000200020012002200320042005
Koninklijke Marine1 0001 0001 0001 0001 0001 000
Koninklijke Landmacht5 8905 8905 8905 8905 8905 890
Koninklijke Luchtmacht2 0002 0002 0002 0002 0002 000
Oefenschade3 0003 0003 0003 0003 0003 000
Gerechtelijke procedures1 0001 0001 0001 0001 0001 000
Totaal12 89012 89012 89012 89012 89012 890

01.29.03 Hulp- en samenwerkingsprogramma's

Hierin zijn opgenomen de bijdragen geraamd voor de deelname aan het WEU-programma voor satellietwaarneming (te Torrejon in Spanje). Voorts worden hier de uitgaven geraamd voor de wapenbeheersings- en samen-werkingsprogramma's met de EU- en Navo-lidstaten en de Midden- en Oost-Europese landen.

 
bedragen x f 1000200020012002200320042005
WEU-programma750750750750750750
Samenwerkingsprogramma's2 9942 5352 3122 3122 3122 312
Totaal3 7443 2853 0623 0623 0623 062

01.29.04 Overige uitgaven

Deze uitgaven, waarvoor in 2001 ongeveer f 22,2 miljoen wordt geraamd, hebben betrekking op:

– uitgaven voor drukwerk ten behoeve van het ministerie van Defensie, waaronder reglementen, voorschriften en formulieren;

– uitgaven in het kader van de wettelijke bepalingen voor telecommunicatie en frequentiebeheer;

– uitgaven voor het technisch beheer van onroerende goederen door de Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen. Hieronder vallen algemeen technisch beheer door diverse regionale directies en de begeleiding van bodemsaneringsprogramma's;

– uitgaven voor incidentele conferenties.

 
bedragen x f 1000200020012002200320042005
– Drukwerk2 8932 7502 6502 6502 6502 650
– Telecommunicatie en frequentiebeheer3 4243 4243 4243 4243 4243 424
– Technisch beheer2 8701 9001 9001 9001 9001 900
– Rentecompensatie3 15713 45713 45713 45713 45713 457
– Overige uitgaven686686686686686686
Totaal13 03022 21722 21722 21722 21722 217

Ten laste van dit artikelonderdeel worden tevens de door de agentschappen DTO en DGW&T in het kader van de vermogensconversie in rekening te brengen rentebedragen geraamd. Deze conversie houdt in dat het eigen vermogen van de agentschappen wordt omgezet in een door het ministerie van Financiën te verstrekken rentedragende lening. Op basis van de verwachte omzetten bij de agentschappen zullen deze bedragen nog worden toebedeeld aan de beleidsterreinen.

01.29.05 Infrastructuur

De hier geraamde uitgaven hebben betrekking op nieuwbouw, onderhoud en renovatie van Defensiegebouwen in gebruik bij de CO.

01.29.06 Ziektekostenvoorziening Defensiepersoneel

De uitgaven in het kader van deze voor de sector Defensie van toepassing zijnde regeling worden op dit artikelonderdeel geraamd.

02. BELEIDSTERREIN PENSIOENEN EN UITKERINGEN

02.02 Militaire pensioenen en uitkeringen

De grondslag van het artikel en het te voeren beleid

De pensioenvoorziening en uitkeringen voor militair personeel waren voorheen grotendeels in eigen beheer bij Defensie. Overeenkomstig een in december 1998 met het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) afgesloten overeenkomst zal het beheer en de uitvoering van pensioenen voor personen ouder dan 65 jaar en van de militaire nabestaandenpensioenen die verband houden met overlijden als gevolg van het uitoefenen van de militaire dienst overgaan naar het ABP. De overgangsdatum is afhankelijk van de totstandkoming van de Kaderwet Militaire Pensioenen. Na de overgangsdatum zal de uitvoering van de militaire ouderdoms- en nabestaandenpensioenen in zijn geheel bij het ABP zijn ondergebracht. Voor de militaire nabestaandenpensioenen is sprake van volledige kapitaaldekking. Voor diensttijd vanaf de overgangsdatum wordt ten behoeve van de militaire ouderdomspensioenen op het kapitaaldekkingsstelsel overgegaan. Ouderdomspensioenen betrekking hebbend op tot de overgangsdatum opgebouwde diensttijd en (aanvullende) nabestaandenpensioenen worden op declaratiebasis met het ABP verrekend.

De uitvoering van de sociale zekerheid is in handen van de Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en Onderwijs (USZO). Op dit artikel worden in dit kader geraamd de uitgaven met betrekking tot de militaire invaliditeitspensioenen, daarmee verband houdende voorzieningen en verstrekkingen (sociale zorg), bovenwettelijke arbeidsongeschiktheids-uitkeringen voor militairen voorzover geen betrekking hebbend op de voor de WAO van toepassing zijnde eigen risicoperiode, uitkeringen op basis van de Uitkeringswet Gewezen Militairen (UKW) en overige uitkeringen. De werkloosheids- en wachtgelduitkeringen voor militair- en burgerpersoneel, de WAO-uitkeringen voor militair- en burgerpersoneel gedurende de eigen risicoperiode en de daarop aanvullende bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkeringen worden geraamd op de artikelen personeel en materieel van de respectieve beleidsterreinen.

In verband met het bovenstaande worden op dit artikel de volgende bedragen geraamd:

– de door het ABP op declaratiebasis in rekening te brengen militaire ouderdomspensioenen en (aanvullende) nabestaandenpensioenen;

– de door de USZO op declaratiebasis in rekening te brengen uitgaven met betrekking tot de militaire invaliditeitspensioenen, daarmee verband houdende voorzieningen en verstrekkingen (sociale zorg), bovenwettelijke arbeidsongeschiktheidsuitkeringen voor militairen voorzover geen betrekking hebbend op de voor de WAO van toepassing zijnde eigen risicoperiode, uitkeringen op basis van de Uitkeringswet Gewezen Militairen (UKW) en overige uitkeringen;

– het nominale deel van de door Defensie aan het ABP te verrichten betalingen ten behoeve van de opbouw van kapitaaldekking van de militaire ouderdomspensioenen. (De daarnaast te verrichten loonsomgerelateerde premiebetalingen worden geraamd op de artikelen personeel en materieel van de respectieve beleidsterreinen/ressorts);

– programma-uitgaven in het kader van het veteranenbeleid, met uitzondering van de op het beleidsterrein 01. Algemeen geraamde subsidies.

De onderverdeling naar artikelonderdelen
Artikelonderdeel Uitgaven
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
– Militaire nabestaandenpensioenen62 29958 90060 00060 10060 10060 20060 200
– Militaire diensttijdpensioenen635 074633 545632 827629 327624 375627 966625 900
Kapitaaldekking militaire pensioenen:        
– Kapitaaldekking nominale bijdrage79 85057 75869 41576 91580 21583 61588 215
– Kapitaaldekking lening ABP (hoofdsom)    16 90079 20076 500
– Kapitaaldekking lening ABP (rente)    3002 3005 500
– Militaire invaliditeitspensioenen188 281181 914177 752172 934167 723162 814157 953
– Uitkeringswet gewezen militairen762 351753 456771 378791 883816 376833 958853 962
– Sociale zorg12 68212 60512 60512 60512 60512 60512 605
– Overige uitkeringen15 84915 86915 86915 86915 86915 86915 869
– Reserve-overdracht9 97025 80016 80016 80016 80016 80016 800
– Veteranenbeleid43 1153 7571 1431 1441 1441 1441 144
Stand ontwerpbegroting 20011 809 4711 743 6041 757 7891 777 5771 812 4071 896 4711 914 648
Waarvan relevant1 809 4711 743 6041 757 7891 777 5771 795 2071 814 9711 832 648
Waarvan niet-relevant    17 20081 50082 000
Stand 1e suppletore begroting 2000 1 756 8691 791 9521 866 2511 887 7041 905 188 
Nieuwe mutaties – 13 265– 34 163– 88 674– 75 297– 8 717 
Nieuwe mutaties (bedragen x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
– Overheveling naar beleidsterrein Dico– 2 265– 2 280– 2 280– 2 280– 2 280
– Herschikking in verband met de herfasering kapitaaldekking 31 883– 86 394– 73 017– 6 437
– Actualisering pensioenen en uitkeringen– 11 000  
Totaal nieuwe mutaties– 13 265– 34 163– 88 674– 75 297– 8 717

Toelichting nieuwe mutaties

Overheveling naar beleidsterrein Dico

De overheveling betreft de organisatorische en administratieve onderbrenging van het personeel tewerkgesteld op het Veteraneninstituut, alsmede materiële uitgaven in verband met de oprichting van het Veteraneninstituut.

Herfasering kapitaaldekking

In de begroting 2000 werd voorlopig uitgegaan van een introductiedatum van 1 januari 2000. Deze datum is echter afhankelijk van de totstandkoming van de Kaderwet Militaire Pensioenen. Dit wetgevingstraject is nog niet afgerond. Ten behoeve van deze ontwerpbegroting wordt voorshands uitgegaan van een introductiedatum van 1 januari 2001. Deze herfasering leidt tot een ramingswijziging van de aan het ABP te verstrekken leningsbedragen en de daarover aan de orde zijnde rente (niet relevant voor de ijklijnen).

Toelichting per artikelonderdeel

Militaire nabestaandenpensioenen

De militaire weduwen- en wezenpensioenen komen ten laste van dit artikelonderdeel indien het overlijden van de actieve of post-actieve militair is toe te schrijven aan de gevolgen van de uitoefening van de militaire dienst. De uitgaven voor de overige militaire weduwen- en wezenpensioenen komen ten laste van het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP), dat voor de uitvoering daarvan zorgdraagt.

Militaire diensttijdpensioenen

Hieronder worden de uitgaven opgenomen voor pensioenen ten behoeve van voormalige beroepsmilitairen die de leeftijd van 65 jaar hebben bereikt en waarbij geen sprake is van invaliditeit als gevolg van het uitoefenen van de militaire dienst.

Kapitaaldekking

Voor de vanaf de overgangsdatum naar het ABP op te bouwen militaire ouderdomspensioenaanspraken wordt overgegaan op kapitaaldekking. De post «Kapitaaldekking (nominale bijdrage)» betreft de premiebetalingen (nominale deel) aan het ABP die met deze kapitaaldekking samenhangen.

Defensie heeft bij de overgang naar het ABP tijdelijk onvoldoende middelen beschikbaar om aan de volledige premieverplichting te voldoen, daarom is met het ABP tot een financieringsafspraak gekomen. Gedurende de periode dat de beschikbare middelen kleiner zijn dan de premieverplichting, ontstaat een vordering van het ABP op Defensie. Door het ABP worden de over deze vordering gemaakte kosten (rente en overige funding costs) aan Defensie doorberekend. Deze kosten worden gebaseerd op door het ministerie van Defensie aan het ABP te verstrekken leningen met aflossing ineens na 10 jaar. De voor deze Defensie-uitgaven benodigde middelen worden door het ministerie van Financiën buiten de ijklijnen aan de Defensiebegroting toegevoegd. Door de thans voorziene overgangsdatum van 1 januari 2001, ontstaat het premietekort twee jaar later dan bij de eerder als uitgangspunt gehanteerde datum van 1 januari 2000. Dit heeft geleid tot een herschikking van de middelen gemoeid met de financieringsafspraak.

Omdat de overgang op kapitaaldekking gelijk valt met de overgang naar het ABP, zullen de begrotingslasten, verband houdend met de pensioenuitkeringslasten voor diensttijd opgebouwd vanaf de overgangsdatum, pas later vrijvallen. Deze vrijval zal worden ingezet voor de kapitaaldekking. Dit leidt op termijn tot de situatie dat de feitelijk betaalde premiebedragen groter zijn dan de verschuldigde premiebedragen verhoogd met de rente en overige funding costs. Het desbetreffende saldo zal worden aangewend ter aflossing van de vordering van het ABP op Defensie en aan de uitgavenzijde (artikel 02.02) van de Defensiebegroting worden geraamd.

De vanaf 2013 aan de orde zijnde aflossingen van de 10-jarige leningen door het ABP aan Defensie worden aan de ontvangstenzijde van de Defensiebegroting geraamd. De overeenkomstige aflossing van de lening aan het ministerie van Financiën door het ministerie van Defensie wordt alsdan aan de uitgavenzijde (artikel 02.02) van de Defensiebegroting geraamd.

Uitkeringswet gewezen militairen

De uitgaven in het kader van de Uitkeringswet gewezen militairen vertonen vanaf 2001, als gevolg van de bestandssamenstelling, een stijgende trend.

Sociale zorg

Hieronder vallen materiële voorzieningen in het kader van sociale zorg aan postactieve militairen, alsmede de uitvoering van de regeling gezondheidszorg. Jaarlijks wordt hiervoor ruim f 12,6 miljoen geraamd.

Overige uitkeringen

Deze uitgaven hebben betrekking op:

– Uitkering RRDPL (Reglement Rechtsbijstand Dienstplichtigen),

– Gratificatie Invaliditeitspensioenen Beroepspersoneel,

– Gratificatie Invaliditeitspensioenen Verlofspersoneel,

– Uitkering Algemeen Militair Ambtenaren Reglement,

– Overlijdensuitkeringen,

– WAMIL (Wet Arbeidsongeschiktheid Militairen),

– Uitkeringen voor ontslag,

– Pensioenkosten algemeen.

Rekening wordt gehouden met een bedrag van jaarlijks ongeveer f 15,9 miljoen.

Reserve-overdracht

Sedert 1 december 1987 biedt de Algemene Militaire Pensioenwet de mogelijkheid bij dienstverlating de financiële gevolgen van pensioenbreuk te voorkomen. Dit betekent dat de actuariële tegenwaarde van het bij Defensie opgebouwde recht op ouderdoms- en weduwenpensioen wordt overgedragen aan het pensioenfonds van de nieuwe werkgever. Sedert 8 juli 1994 is sprake van een wettelijk recht op reserve-overdracht.

In de begroting is ervan uitgegaan dat in belangrijke mate van dit recht gebruik wordt gemaakt. In het kader van de privatisering van het ABP en het Spoorwegpensioenfonds gaat het sedert 1994 ook om waarde-overdracht bij overgang naar een burgerfunctie binnen de overheid. Rekening is gehouden met de toename van het aantal beroepsmilitairen bepaalde tijd en de stimulering van de uitstroom in het kader van de herstructurering van de krijgsmacht.

Vanaf 2001 wordt hiervoor jaarlijks f 16,8 miljoen geraamd.

Veteranenbeleid

De uitgaven wegens nazorg voor veteranen zijn jaarlijks f 3,4 miljoen. Hiervan wordt f 1,1 miljoen geraamd voor het toezenden van krijgsmachtperiodieken, voor het verrichten van onderzoek en voor diverse kleinere uitgaven. Verder wordt f 2,3 miljoen geraamd door het beleidsterrein Dico ten behoeve van het Veteraneninstituut. In 2000 en 2001 zijn de laatste programmakosten zichtbaar voor de uitvoering van de eenmalige uitkering van f 1 000,00 netto als gevolg van de motie Zijlstra met betrekking tot het veteranenbeleid. De kosten verbonden aan de uitvoering belopen f 106 miljoen in de periode 1997–2001. Met de uitvoering van het initiatief wetsvoorstel Van Ardenne-Van der Hoeven is additioneel in totaal f 36 miljoen gemoeid.

03. BELEIDSTERREIN KONINKLIJKE MARINE

Algemeen

De uitgaven binnen het artikel 03.20 Personeel en materieel bij het beleidsterrein Koninklijke Marine zijn verdeeld in vijf ressorts: Commandant der Zeemacht in Nederland, Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied (CARIB), Commandant van het Korps Mariniers, Ondersteunende eenheden en Admiraliteit. De artikelen 03.21 Subsidies en bijdragen en 03.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur completeren de uitgavenbegroting van de Koninklijke Marine.

De totale geraamde uitgaven van de Koninklijke Marine zijn als volgt te specificeren:

 
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
03.20 Personeel en materieel        
– Commandant der Zeemacht in Nederland739 444704 859677 482657 619643 619639 571637 087
– Commandant der Zeemacht CARIB120 659125 707120 159119 968120 751119 815119 409
– Commandant van het Korps Mariniers209 123213 479212 563219 960230 915235 101234 333
– Ondersteunende eenheden556 664552 400530 699519 597510 998510 259506 529
– Admiraliteit500 085512 352430 407414 066410 288409 920413 426
– Wachtgelden en inactiviteitswedden32 61834 71037 91938 35937 07335 46434 252
Totaal Personeel en materieel2 158 5932 143 5072 009 2291 969 5691 953 6441 950 1301 945 036
03.21 Subsidies529483483483483483483
03.22 Groot materieel en infrastructuur886 959876 554831 990866 026950 711944 281864 802
Totale uitgaven (x f 1000)3 046 0813 020 5442 841 7022 836 0782 904 8382 894 8942 810 321
Totale uitgaven (x € 1000)1 382 2511 370 6631 289 5081 286 9561 318 1581 313 6461 275 268

03.20 Personeel en materieel

De grondslag van het artikel en het te voeren beleid

Het beleid is gericht op een resultaat gerichte bedrijfsvoering, waarbij budgetten en beheersbevoegdheden zoveel als mogelijk decentraal worden neergelegd. Daarmee wordt beoogd de doelmatigheid van opereren te verhogen. De decentrale manager, in casu de commandant of directeur van de Resultaat Verantwoordelijke Eenheid (RVE), wordt daarmee in staat gesteld de middelen (personeel, materieel en financiën) optimaal in te zetten. In 2001 zal de aandacht zich richten op verbetering van beheerskaders en beheersmaatregelen, teneinde sturing op afstand te optimaliseren.

Per onderscheiden ressort worden vier vaste artikelonderdelen gepresenteerd: ambtelijk burgerpersoneel, militair personeel, overige personele uitgaven en materiële uitgaven. De wachtgelduitgaven voor het burger- en het militair personeel worden eveneens op dit artikel geraamd.

Nieuwe mutaties

De nieuwe mutaties in de uitgaven en de verplichtingen zijn als volgt te specificeren en worden bij de onderscheiden ressorts nader toegelicht:

 
Bedragen x f 100020002001200220032004
– Commandant der Zeemacht in Nederland– 22 445– 22 721– 28 572– 31 278– 34 773
– Commandant der Zeemacht CARIB13 95510 18911 00812 04511 599
– Commandant van het Korps Mariniers– 2 576– 6 081– 6 577– 4 049– 4 029
– Ondersteunende eenheden13 0898 20636– 839– 4 767
– Admiraliteit109 0966 0396 9431 533– 1 694
– Wachtgelden en inactiviteitswedden– 4 754– 5 228– 7 647– 7 410– 9 019
Totaal van de nieuwe mutaties106 365– 9 596– 24 809– 29 998– 42 683

Bij de raming van dit artikel behoort de volgende opbouw van de begrotingssterkte (in aantallen vte'n op basis van een 38-urige werkweek):

 
Omschrijving200020012002200320042005
Burgers – stand begroting 200014 1814 1704 1084 0924 092 
Burgers – mutaties159     
Burgers – stand ontwerpbegroting 200114 2404 1704 1084 0924 0924 092
MP/BOT – stand begroting 20008 1287 9667 9857 9728 029  
MP/BOT – mutaties– 423– 648– 1 018– 1 269– 1 620 
MP/BOT – stand ontwerpbegroting 20017 7057 3186 9676 7036 4096 131
MP/BBT – stand begroting 200024 4314 3804 3424 3604 360 
MP/BBT – mutaties2– 134318011 0521 403 
MP/BBT – stand ontwerpbegroting 200124 4184 8115 1435 4125 7636 041
Totale sterkte – stand begroting 200016 74016 51616 43516 42416 481  
Totale sterkte – mutaties– 377– 217– 217– 217– 217 
Totale sterkte – stand ontwerpbegroting 200116 36316 29916 21816 20716 26416 264

1 exclusief niet-actief burgerpersoneel

2 exclusief ANTARUMIL

Toelichting personeelsoverzicht

De verschillende maatregelen zoals opgenomen in de Defensienota zijn van invloed op de geraamde begrotingssterkte van de Koninklijke Marine. Het betreft hier met name de gevolgen van de wijziging in de verhouding BBT/BOT-personeel.

Ressort Commandant der Zeemacht in Nederland

Het ressort Commandant der Zeemacht in Nederland (CZMNED) bestaat uit:

– de Groep Escorte Schepen;

– de Groep Maritieme Helikopters;

– de Groep Maritieme Patrouille Vliegtuigen;

– de Onderzeedienst;

– de Mijnendienst en

– de Overige eenheden van CZMNED, zoals het Maritiem Hoofdkwartier Nederland, het commandement, kazernes en walinrichtingen.

Operationele doelstellingen CZMNED

De operationele doelstellingen van het ressort CZMNED geven een overzicht van de inzetbaarheid van de eenheden van dit ressort. Uitgangspunt daarbij is dat binnen de aangegeven reactietijd steeds de hoogste gereedheid te leveren is.

De eenheden die direct inzetbaar zijn, zijn dat voor operaties die de hoogste gereedheid vergen. De overige eenheden maken in vredestijd deel uit van een opwerkcyclus om binnen de aangegeven reactietijd personeel en materieel operationeel gereed te hebben voor deze operaties, zodat zij de direct inzetbare eenheden kunnen aflossen. De eenheden die zich in de opwerkcyclus bevinden, worden bovendien ingezet voor andere taken, zoals bijvoorbeeld kustwachttaken op de Noordzee.

De operationele doelstellingen zijn als volgt samen te vatten:

 
Gereedheidstermijndirect inzetbaarop korte termijn inzetbaar op lange termijn inzetbaar
Type eenheid   
Fregatten472
Bevoorradingsschepen 2  
Amfibisch transportschip 1 
Onderzeeboten121
Mijnenbestrijdingsvaartuigen563
Hydrografische vaartuigen 2  
Maritieme patrouillevliegtuigen232

Activiteitentoelichting en prestatie-indicatoren

CZMNED werkt de activiteiten voor het inzetten van de Belgische en Nederlandse operationele eenheden nader uit in het jaarlijkse «Belgian and Netherlands Operation Schedule» (BENOPS). Deze activiteiten omvatten onder andere: deelname aan een veelheid van Navo-, Partnerschap voor de Vrede (PvV), multinationale en nationale oefeningen alsmede opwerkactiviteiten zowel op het niveau van de individuele eenheid als in nationaal of internationaal verband. De opwerkactiviteiten zijn erop gericht te voldoen aan de operationele doelstelling van het ressort.

Het BENOPS omvat ook activiteiten die samenhangen met de daadwerkelijke inzet voor vredesoperaties, het uitvoeren van kustwachttaken, de inzet van eenheden voor operationele verrichtingen van het Korps Mariniers, het uitvoeren van technische, operationele en materiële beproevingen en evaluaties, het leveren van eenheden voor opleidingen, de inzet van eenheden voor voorlichting, public relations en personeelswerving en voorts activiteiten die voortvloeien uit internationale en nationale (Koninkrijks-)verplichtingen en afspraken. CZMNED levert permanent een fregat met boordhelikopter en drie Orion patrouillevliegtuigen voor de inzet door CZMCARIB in het Caribisch gebied.

Voor het jaar 2001 worden naar verwachting onder meer de volgende belangrijke activiteiten uitgevoerd:

– permanente deelname met elk één fregat met boordhelikopter aan de «Standing Naval Force Atlantic» (STANAVFORLANT) en de «Standing Naval Force Mediterranean» (STANAVFORMED);

– permanente stationering van een fregat met boordhelikopter in het Caribisch gebied;

– permanente deelname met een mijnenjager aan de «Mine Counter Measure Force North» (MCMFORNORTH);

– deelname met een mijnenjager aan de «Mine Counter Measure Force Mediterranean» (MCMFORMED);

– deelname aan de «Multinational Interception Force» in de Arabische Golf als daartoe wordt besloten;

– deelname aan taken van de Kustwacht Nederland;

– deelname aan nationale en internationale oefeningen, waaronder deelname met het eskader aan de Amerikaanse «Joint Task Force Exercise 2001».

Voor het uitvoeren van de activiteiten en om te voldoen aan de operationele doelstellingen, zijn onderstaande vaardagen en vlieguren nodig. De ramingen zijn exclusief het uitvoeren van eventuele vredesoperaties.

 
 MeeteenhedenRealisatie 1999Ontwerpbegroting 2000Vermoedelijke uitkomsten 2000Raming 2001Raming 2002
Groep escorteschepenvaardagen1 6741 5711 5711 3411 341
Groep maritieme helikoptersvlieguren5 1555 8504 4754 4754 475
Groep maritieme patrouillevliegtuigenvlieguren4 0753 2753 0753 0003 000
Onderzeedienstvaardagen472480480480480
Mijnendienstvaardagen1 2801 4401 3901 3401 240

In de activiteiten van de Groep escorteschepen en de Groep maritieme helikopters is vanaf 2001 uit budgettaire overwegingen rekening gehouden met een reductie van ongeveer acht procent ten opzichte van de raming zoals opgenomen in de begroting voor het jaar 2000. Hierdoor dient de deelname aan oefeningen teruggebracht te worden. Door prioriteit te geven aan oefeningen met een hoog oefenrendement kan CZMNED wel voldoen aan de operationele doelstellingen.

In deze ramingen is niet begrepen de eventuele inzet voor vredesoperaties of het uitvoeren van extra reizen en/of havenbezoeken waaraan bijvoorbeeld een verzoek van het ministerie van Economische Zaken (handelsondersteuning), het ministerie van Buitenlandse Zaken (vlagvertoon) of het ministerie van Justitie (drugsbestrijding) ten grondslag ligt.

De verplichtingen en de uitgaven Commandant der Zeemacht in Nederland per artikelonderdeel

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen (x f 1000)
ArtikelonderdeelVerplichtingen 
 1999200020012002200320042005
03.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel71 23071 49870 70670 41870 21870 21870 218
03.20.02 Militair personeel502 863471 047457 694445 122432 643429 397426 527
03.20.03 Overige personele uitgaven56 79546 84241 21138 18536 27936 26436 264
03.20.04 Materiële uitgaven147 257112 185106 754122 421103 606103 692104 078
Stand ontwerpbegroting 2001778 145701 572676 365676 146642 746639 571637 087
Stand 1e suppletore begroting 2000 724 017699 086704 718674 024674 344 
Nieuwe mutaties – 22 445– 22 721– 28 572– 31 278– 34 773 
De onderverdeling naar artikelonderdelen van de uitgaven (x f 1000)
ArtikelonderdeelUitgaven 
 1999200020012002200320042005
03.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel71 23071 49870 70670 41870 21870 21870 218
03.20.02 Militair personeel502 863471 047457 694445 122432 643429 397426 527
03.20.03 Overige personele uitgaven50 28546 84241 21138 18536 27936 26436 264
03.20.04 Materiële uitgaven115 066115 472107 871103 894104 479103 692104 077
Stand ontwerpbegroting 2001739 444704 859677 482657 619643 619639 571637 086
Stand 1e suppletore begroting 2000 727 304700 203686 191674 897674 344 
Nieuwe mutaties – 22 445– 22 721– 28 572– 31 278– 34 773 

Nieuwe mutaties

Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:      
– ramingsbijstelling lonen– 14 422– 8 882– 5 168– 5 323– 5 070
– prijsbijstelling1 8181 7432 0942 1052 089
– VEB-mutaties3 2143 1241 5943 1483 198
Sub-totaal technische bijstellingen– 9 390– 4 015– 1 480– 70217
Beleidsmatige bijstellingen:      
– aanpassing begrotingssterkte– 19 263– 10 025– 10 025– 10 025– 10 025
– activiteitenreductie GES – 4 583– 4 648– 4 608– 4 579
– activiteitenreductie heli's – 3 581– 3 581– 3 581– 3 581
– inhuur tijdelijk personeel3 820499– 1 733– 3 426– 3 446
– onderhoud gebouwen en terreinen3 700    
– onderhoud Orions4 6415 4965 1625 1625 170
– onderhoud Lynx– 3 512– 1 090– 1 012– 106– 500
– overige mutaties, per saldo34627– 135– 858– 764
Defensienota:      
– afstoting 3 MBV's  – 1 407– 1 407– 1 407
– nieuw P-beleid– 2 475– 6 049– 9 713– 12 359– 15 858
Sub-totaal beleidsmatige bijstellingen– 13 055– 18 706– 27 092– 31 208– 34 990
Totaal van de nieuwe mutaties– 22 445– 22 721– 28 572– 31 278– 34 773

Toelichting nieuwe mutaties

Verplichtingen

De verplichtingenmutaties hangen samen met de hieronder genoemde uitgavenmutaties.

Technische bijstellingen

Ramingsbijstelling lonen

De mutaties zijn het gevolg van herziene berekeningen van het salaris op basis van de thans vastgestelde personeelsopbouw en -samenstelling.

VEB-mutaties

Als gevolg van verdere decentralisatie van taken en bevoegdheden in het kader van het Verbeterd Economisch Beheer (VEB) heeft een overheveling plaatsgevonden van budgetten vanuit het ressort Admiraliteit. Het betreft hier met name de uitgaven voor de exploitatie van de informatievoorziening.

Aanpassing begrotingssterkte

De begrotingssterkte is in 2000 verlaagd met 413 vte'n militair personeel en vanaf 2001 en 200 vte'n militair personeel. Dit is met name het gevolg van een hogere uitstroom en achterblijvende werving. In 2000 is de begrotingssterkte verhoogd met 8 vte'n burgerpersoneel vanwege het achterblijven van personele reducties.

Activiteitenreductie

Het activiteitenniveau van de vaardagen en vlieguren wordt met ingang van 2001 structureel gereduceerd ten opzichte van de ramingen zoals opgenomen in de begroting 2000 ter compensatie van tegenvallers elders binnen de begroting.

De activiteitenreductie betreft bij de Groep Escorte Schepen (de GES) 120 vaardagen en dientengevolge een budgetverlaging van f 4,5 miljoen. Deze verlaging komt bij CZMNED met name tot uiting in de toelagen van het varend personeel.

Voor de Lynx helikopters betreft het een reductie van 1 375 vlieguren en dientengevolge een verlaging van f 3,6 miljoen. Deze budgetverlaging komt met name tot uiting in de onderhoudsbudgetten.

De reductie in activiteiten wordt bereikt door een verminderde deelname aan nationale en internationale oefeningen in eskaderverband. De reductie zal daardoor leiden tot een afnemende geoefendheid. De inzet-baarheid van de individuele schepen zal hierdoor echter niet onder de gestelde eisen komen.

Onderhoud gebouwen en terreinen

Omdat de budgetten betreffende groot onderhoud van gebouwen en terreinen in verband met de overspannen bouwmarkt onder druk staan, is besloten de raming voor 2000 naar boven bij te stellen. Een onderzoek naar de noodzaak tot meerjarige bijstelling is nog gaande.

Inhuur tijdelijk personeel

De raming daalt vanaf 2002, met name doordat de noodzaak tot inhuur van beveiligingspersoneel vervalt als gevolg van het geautomatiseerde Indringer Detectie Systeem (IDS). In 2000 en 2001 is meer budget benodigd als gevolg van vacatures voor met name personeel bij de onderhoudsdiensten op de vliegkampen Valkenburg en De Kooy.

Onderhoud Lynx en Orions

De ramingen voor het onderhoud en herstel van de Lynx helikopters en de P3-C Orion maritieme patrouillevliegtuigen zijn op basis van een verbeterde methode tot stand gekomen. Het gevolg hiervan is dat de budgetten meerjarig op een realistischer niveau zijn gebracht.

Defensienota: afstoten drie mijnenbestrijdingsvaartuigen (MBV)

In lijn met het gestelde in de Defensienota 2000 is het aantal mijnenbestrijdingsvaartuigen van de Alkmaarklasse in 2002 met drie verminderd. Dit leidt tot een daling van de budgetten voor de materiële exploitatie. Het personeel dat beschikbaar komt door de reductie met 90 vte'n, zal grotendeels worden ingezet ten behoeve van het nieuwe beleid uit de Defensienota 2000, met name het tweede Amfibisch Transportschip (ATS).

Defensienota: nieuw P-beleid

De begrotingssterkte is aangepast voor de omzetting van onbepaalde tijdfuncties naar tijdelijke contracten. Verder wordt van 15% van de formatie het rangsniveau omlaag gebracht. Een nader onderzoek naar de invulling van de personeelsmaatregelen uit de Defensienota is thans gaande.

Ressort Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied

Het ressort Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied (CZMCARIB) bestaat uit:

– het commandement der zeemacht in het Caribisch gebied;

– de Marinebasis Parera, de Marinekazerne Suffisant te Curaçao en de marinierskazerne Savaneta te Aruba;

– twee infanteriecompagnieën mariniers en een ondersteuningspeloton welke deel uitmaken van het gedeeltelijk mobilisabele Vierde Mariniersbataljon;

– de Antilliaanse en Arubaanse militie;

– Hr.Ms. Pelikaan;

– de radiostations in het Caribisch gebied.

Hoewel zij niet onder dit ressort vallen, heeft CZMCARIB ook de beschikking over:

– het stationsschip met boordhelikopter en drie P3-C Orion maritieme patrouillevliegtuigen opgenomen bij het ressort CZMNED;

– overige eenheden van de Nederlandse strijdkrachten indien zij opereren in het Caribisch gebied;

– twee helikopters voor de helikoptervliegopleiding (HVO) en (resterende capaciteit) voor de Kustwacht.

Het 336 squadron is 6 juli 2000 opgeheven. Tegelijkertijd is een derde P3-C Orion maritiem patrouillevliegtuig aan de sterkte in het Caribisch gebied toegevoegd.

De Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied vervult de nevenfunctie van Commandant Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba. In de Amerikaanse «Joint Inter Agency Task Force East» (JIATF-EAST) organisatie voor de bestrijding van drugs vervult CZMCARIB de functie van «Commander Task Group (CTG) 4.4».

Operationele doelstellingen

De operationele doelstellingen van het ressort CZMCARIB geven een overzicht van de inzetbaarheid van de eenheden van dit ressort. Uitgangspunt daarbij is dat binnen de aangegeven reactietijd steeds de hoogste gereedheid te leveren is.

De eenheden die direct inzetbaar zijn, zijn continu inzetbaar voor operaties die de hoogste gereedheid vergen. De overige eenheden maken in vredestijd deel uit van een opwerkcyclus om binnen de aangegeven reactietijd personeel en materieel operationeel gereed te hebben voor deze operaties, zodat zij de direct inzetbare eenheden kunnen aflossen. De eenheden die zich in de opwerkcyclus bevinden worden bovendien ingezet voor nationale taken zoals vlagvertoon of militaire bijstand.

De operationele doelstellingen zijn als volgt samen te vatten:

 
GereedheidstermijnDirect inzetbaarOp korte termijn inzetbaarOp lange termijn inzetbaar
Type eenheid   
Fregatten1  
Ondersteuningsvaartuigen 1  
Maritieme patrouillevliegtuigen3   
Marinierspelotons met gevechtsondersteuning24  
Marinierspelotons Antilliaanse militie 2  
Marinierspelotons Arubaanse militie 1 

Activiteitentoelichting en prestatie-indicatoren

De Koninklijke Marine is belast met de verdediging van de Nederlandse Antillen en Aruba. De Defensie-inspanningen zijn er op gericht, naast de verdediging van het grondgebied van het Koninkrijk, een bijdrage te leveren aan de strijd tegen de handel in drugs. Om hieraan uitvoering te geven omvatten de hoofdactiviteiten die CZMCARIB ontplooit, het inzetten en het inzetbaar houden van de ter beschikking gestelde operationele eenheden.

De activiteiten omvatten: de deelname aan nationale en internationale oefeningen in de regio; nationale maritieme presentie; individuele opwerkactiviteiten; drugsbestrijding in het kader van CTG 4.4; opsporing en redding boven zee (OSRD); ondersteuning van de justitiële rechtshandhaving in de territoriale zee en de Economische Exclusieve Zone (EEZ) van de Nederlandse Antillen en Aruba; het oproepen, keuren, selecteren, opleiden en op peil houden van de geoefendheid van de dienstplichtige Antilliaanse en de vrijwillige (na)dienende Arubaanse militie; het uitvoeren van militaire bijstand en militaire steun in het openbaar belang; het leveren van eenheden voor opleidingen; de inzet van eenheden voor voorlichting en «public relations» en voorts overige activiteiten die voortvloeien uit internationale en nationale (Koninkrijks-) verplichtingen en afspraken.

Voor het uitvoeren van de activiteiten en om te voldoen aan de operationele doelstellingen van het ressort, zijn onderstaande vaardagen, vlieguren en mensoefendagen nodig. De ramingen zijn exclusief het uitvoeren van eventuele vredesoperaties.

 
 MeeteenhedenRealisatie 1999Ontwerpbegroting 2000Vermoedelijke uitkomsten 2000Raming 2001Raming 2002
Schepenvaardagen201254254239239
Maritieme patrouillevliegtuigenvlieguren1 8031 9251 92520002000
F27-Mvlieguren1 263600600  
Helikoptersvlieguren504525525525525
Marinierspelotonsmanoefen-dagen11 30116 00016 00016 00016 000
AntMil/AruMilmanoefen-dagen1 8263 6853 6853 6853 685

Het activiteitenniveau van de vaardagen van het stationsschip wordt met ingang van 2001 structureel verlaagd met 15 als gevolg van budgettaire problemen. Hierdoor wordt de daadwerkelijke presentie op zee in het Caribisch gebied minder dan gewenst.

De verplichtingen en de uitgaven Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied per artikelonderdeel

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen en de uitgaven (x f 1000)
Artikelonderdeel Verplichtingen en uitgaven
 1999200020012002200320042005
03.20.05 Ambtelijk burgerpersoneel6 5286 4166 3866 3816 3796 3796 379
03.20.06 Militair personeel78 53582 47681 67681 44480 82580 03579 653
03.20.07 Overige personele uitgaven12 30713 30213 25513 16213 17313 12113 169
03.20.08 Materiële uitgaven23 28923 51318 84218 98120 37420 28020 208
Stand ontwerpbegroting 2001120 659125 707120 159119 968120 751119 815119 409
Stand 1e suppletore begroting 2000 111 752109 970108 960108 706108 216 
Nieuwe mutaties 13 95510 18911 00812 04511 599 

Nieuwe mutaties

Specificatie nieuwe mutaties (x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:      
– ramingsbijstelling lonen6 7535 4656 3086 2456 253
– prijsbijstelling4 5214 3814 5244 5494 491
– VEB-mutaties5208428691 9081 960
Sub-totaal technische bijstellingen11 79410 68811 70112 70212 704
Beleidsmatige bijstellingen:      
– data- en telecommunicatie – 299– 299– 299– 299
– luchtvaartmaterieel1 569    
– brandstof368307643595360
– activiteitenreductie – 533– 546– 545– 541
– overige mutaties, per saldo419494262559615
Defensienota     
– nieuw P-beleid– 195– 468– 753– 967– 1 240
Sub-totaal beleidsmatige bijstellingen2 161– 499– 693– 657– 1 105
Totaal van de nieuwe mutaties13 95510 18911 00812 04511 599

Toelichting nieuwe mutaties

Verplichtingen

De verplichtingenmutaties hangen samen met de hierbovengenoemde uitgavenmutaties.

Technische bijstellingen

Ramingsbijstelling lonen

De mutaties zijn het gevolg van herziene berekeningen van het salaris op basis van de thans vastgestelde personeelsopbouw en -samenstelling. Voorts is ten behoeve van de Antilliaanse en Arubaanse milities op basis van de in 1999 bijgestelde arbeidsvoorwaarden de raming aangepast. Randvoorwaarde blijft de in 1986 door de staatssecretaris van Defensie vastgestelde bovengrens van f 6 miljoen (loonpeil 1986).

Prijsbijstelling

Als gevolg van de ten opzichte van de ontwerpbegroting 2000 ruim 30% hogere koers van de Antilliaanse gulden en de Arubaanse florin wordt het budget in Nederlandse guldens bijgesteld. Verder heeft een bijstelling voor het prijspeil plaatsgevonden.

VEB-mutaties

Als gevolg van verdere decentralisatie van taken en bevoegdheden in het kader van het VEB heeft een overheveling plaatsgevonden van budgetten vanuit de Admiraliteit. Het betreft hier met name de uitgaven voor de exploitatie van de informatievoorziening.

Beleidsmatige bijstellingen

Data- en telecommunicatie

Als gevolg van liberalisatie van de telecommunicatiemarkt in de Nederlandse Antillen wordt verwacht dat de tarieven voor gesprekskosten zullen dalen. Hierdoor kan vanaf 2001 worden volstaan met een lager budget.

Luchtvaartmaterieel

In de Defensienota 2000 is het afstoten van twee F-27M vliegtuigen van het 336 squadron vastgesteld. Als gevolg van de budgettaire verwerking van deze maatregel is het budget voor het onderhoud van deze toestellen verlaagd. Naar is gebleken was voor het vliegwaardig houden van deze toestellen tot medio 2000 toch nog onderhoud noodzakelijk.

Brandstof

Als gevolg van de ontwikkeling in de brandstofprijzen is het benodigde budget verhoogd.

Activiteitenreductie

Het activiteitenniveau van de vaardagen van het stationsschip wordt met ingang van 2001 structureel verlaagd met 15 als gevolg van budgettaire problemen. Hierdoor wordt de daadwerkelijke presentie op zee in het Caribisch gebied minder dan gewenst.

Defensienota: nieuw P-beleid

De begrotingssterkte is aangepast voor de omzetting van onbepaalde tijdfuncties naar tijdelijke contracten. Verder wordt van 15% van de formatie het rangsniveau omlaag gebracht. Een nader onderzoek naar de invulling van de personeelsmaatregelen uit de Defensienota is thans gaande.

Ressort Commandant van het Korps Mariniers

Het ressort Commandant van het Korps Mariniers (CKMARNS) bestaat uit de volgende organisatiedelen:

– het hoofdkwartier van CKMARNS;

– de groep operationele eenheden mariniers (GOEM), waarin de operationele eenheden zijn ondergebracht met uitzondering van het vierde mariniersbataljon, dat onder operationeel gezag staat van CZMCARIB. In vredestijd bestaat de GOEM uit het eerste en het tweede mariniersbataljon, het gevechtssteunbataljon, het amfibisch ondersteuningsbataljon en het logistieke bataljon. De Bijzondere Bijstandseenheid (BBE) is een onderdeel van het gevechtssteunbataljon;

– de marinierskazernes te Doorn, Rotterdam en Texel;

– het Mariniersopleidingscentrum;

– de mobilisabele eenheden, waaronder het derde mariniersbataljon, de gevechtsveldreserve en de bewakingsdetachementen;

– de marinierskapel van de Koninklijke Marine.

Operationele doelstellingen

De operationele doelstellingen van het ressort CKMARNS geven een overzicht van de inzetbaarheid van de eenheden van dit ressort. Uitgangspunt daarbij is dat binnen de aangegeven reactietijd steeds de hoogste gereedheid te leveren is.

De eenheden die direct inzetbaar zijn, zijn continu inzetbaar voor operaties die de hoogste gereedheid vergen. De overige eenheden maken in vredes-tijd deel uit van een opwerkcyclus om binnen de aangegeven reactietijd personeel en materieel operationeel gereed te hebben voor deze operaties, zodat zij de direct inzetbare eenheden kunnen aflossen. De eenheden die zich in de opwerkcyclus bevinden worden bovendien ingezet voor nationale taken zoals noodhulp of ceremonieel.

De operationele doelstellingen zijn als volgt samen te vatten:

 
GereedheidstermijnDirect inzetbaarOp korte termijn inzetbaarOp lange termijn inzetbaar
Type eenheid   
Mariniersbataljon met gevechts- en logistieke ondersteuning*13  
Bijzondere Bijstandseenheid (BBE)   

* Uit een dergelijk bataljon kunnen zelfstandige en uitzendbare marinierseenheden, onder het niveau van bataljon, worden samengesteld zoals een infanteriecompagnie, mortiercompagnie, bootcompagnie en lange afstandverkenningscompagnie en een tegenluchtdoeleenheid, die alle binnen de aangegeven inzetbaarheidstermijn kunnen worden ingezet.

Activiteitentoelichting en prestatie-indicatoren

Het ressort Commandant van het Korps Mariniers ontplooit de volgende hoofdactiviteiten:

– het inzetbaar maken en houden van de operationele eenheden;

– het uitvoeren van de opgedragen inzet.

Het jaarprogramma omvat activiteiten die samenhangen met de inzet voor vredesoperaties, het beschikbaar hebben van eenheden voor noodhulp, de inzet van eenheden en personeel voor operationele verrichtingen van CZMNED, de inzet van eenheden voor voorlichting, «public relations», ceremonieel en personeelswerving en voorts activiteiten welke voortvloeien uit internationale en nationale (Koninkrijks-)verplichtingen en afspraken. Een bataljon van het Korps Mariniers is paraat als strategische reserve voor inzet in het kader van Sfor in Bosnië-Herzegowina.

De activiteiten van het Korps Mariniers omvatten ook deelname aan een veelheid van oefeningen in Navo-, UK/NL-, PvV- en WEU-verband, «cross training» met verschillende landen op groeps-, pelotons- of compagniesniveau, alsmede het uitvoeren van opleidings- en opwerkactiviteiten en nationale oefeningen. Het Korps Mariniers werkt intensief samen met het Korps Commandotroepen. Deze samenwerking wordt verder geïntensiveerd op het gebied van speciale operaties.

Voor het uitvoeren van de activiteiten en om te voldoen aan de operationele doelstellingen van het ressort, zijn onderstaande manoefendagen nodig. De ramingen zijn exclusief het uitvoeren van eventuele vredesoperaties.

 
 MeeteenhedenRealisatie 1999Ontwerpbegroting 2000Vermoedelijke uitkomsten 2000Raming 2001Raming 2002
Operationele marinierseenhedenManoefendagen127 534155 000155 000139 681143 042

Het niveau van de manoefendagen wordt met ingang van 2001 structureel gereduceerd als gevolg van budgettaire problemen. Het betreft 17 000 manoefendagen en dientengevolge een budgetverlaging van f 2,3 miljoen. Door deze reductie ten koste te brengen van oefeningen met een relatief lage oefenwaarde, worden geen gevolgen voor de inzetbaarheid verwacht.

De verplichtingen en de uitgaven Commandant van het Korps Mariniers per artikelonderdeel

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen en de uitgaven (x f 1000)
ArtikelonderdeelVerplichtingen en uitgaven 
 1999200020012002200320042005
03.20.09 Ambtelijk burgerpersoneel2 7192 9152 9312 9202 9162 9162 916
03.20.10 Militair personeel162 974163 810164 282170 865178 184181 733180 960
03.20.11 Overige personele uitgaven17 57717 63615 98615 71515 87215 99915 999
03.20.12 Materiële uitgaven25 85329 11829 36430 46033 94334 45334 458
Stand ontwerpbegroting 2001209 123213 479212 563219 960230 915235 101234 333
Stand 1e suppletore begroting 2000 216 055218 644226 537234 964239 130 
Nieuwe mutaties – 2 576– 6 081– 6 577– 4 049– 4 029 

Nieuwe mutaties

Specificatie nieuwe mutaties (x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:      
– Ramingsbijstelling lonen– 4 761– 4 610– 3 424– 2 574– 1 597
– Prijsbijstelling458477616685695
– VEB-mutaties1 1181 8791 0853 4543 454
Sub-totaal technische bijstellingen– 3 185– 2 254– 1 7231 5652 552
Beleidsmatige bijstellingen:      
– Japanreis500    
– Inhuur tijdelijk personeel575    
– Activiteitenreductie manoefendagen – 2 251– 2 310– 2 332– 2 339
– Overige mutaties, per saldo202821019594
Defensienota     
– Nieuw P-beleid– 668– 1 658– 2 645– 3 377– 4 336
Sub-totaal beleidsmatige bijstellingen609– 3 827– 4 854– 5 614– 6 581
Totaal van de nieuwe mutaties– 2 576– 6 081– 6 577– 4 049– 4 029

Toelichting nieuwe mutaties

Verplichtingen

De verplichtingenmutaties hangen samen met de hierbovengenoemde uitgavenmutaties.

Technische bijstellingen

Ramingsbijstelling lonen

De mutaties zijn het gevolg van herziene berekeningen van het salaris op basis van de thans vastgestelde personeelsopbouw en -samenstelling.

Prijsbijstelling

Een deel van de uitgekeerde prijsbijstelling is aan het budget van dit ressort toegevoegd.

VEB-mutaties

Als gevolg van verdere decentralisatie van taken en bevoegdheden in het kader van het VEB heeft een overheveling plaatsgevonden van budgetten vanuit het ressort Admiraliteit. Het betreft hier met name de uitgaven voor de exploitatie van de informatievoorziening.

Japanreis

In 2000 heeft de Marinierskapel muzikale «acte de presence» gegeven tijdens de eskaderreis van vier schepen van de Koninklijke Marine naar Japan. Deze verhoging betreft de reiskosten van de Marinierskapel.

Inhuur tijdelijk personeel

Als gevolg van vacatures bij diverse ondersteunende eenheden dient tijdelijk personeel ingehuurd te worden.

Activiteitenreductie

Het niveau van de manoefendagen wordt met ingang van 2001 structureel gereduceerd als gevolg van budgettaire problemen. Het betreft 17 000 manoefendagen en dientengevolge een budgetverlaging van f 2,3 miljoen. Deze verlaging komt bij het Korps Mariniers met name tot uiting in de toelagen van het oefenend personeel. Door deze reductie ten koste te brengen van oefeningen met een relatief lage oefenwaarde, worden geen nadelige gevolgen voor de inzetbaarheid verwacht.

Defensienota: nieuw P-beleid

De begrotingssterkte is aangepast voor de omzetting van onbepaalde tijdfuncties naar tijdelijke contracten. Verder wordt van 15% van de formatie het rangsniveau omlaag gebracht. Een nader onderzoek naar de invulling van de personeelsmaatregelen uit de Defensienota is thans gaande.

Ressort Ondersteunende Eenheden

Het ressort Ondersteunende Eenheden bestaat uit:

– het Marinebedrijf;

– het Centrum voor Automatisering van Wapen- en Commando Systemen en

– de opleidingseenheden van de Koninklijke Marine.

Het Marinebedrijf is ontstaan uit de samenvoeging van de Rijkswerf, het SEWACO-bedrijf en het «Marine Elektronisch en Optisch Bedrijf Oegstgeest» (MEOB-O). De verhuizing van MEOB-O naar Den Helder en de fysieke integratie tot één Marinebedrijf zal naar verwachting begin 2001 zijn voltooid.

Activiteitentoelichting en prestatie-indicatoren

De activiteiten van het ressort Ondersteunende Eenheden zijn erop gericht voorwaarden te scheppen zodat de eenheden van de Koninklijke Marine in materieel en in personeel opzicht kunnen voldoen aan de vereiste operationele doelstellingen.

De activiteiten van het Marinebedrijf (MB) en het Centrum voor Automatisering van Wapen- en Commando Systemen (CAWCS) omvatten het innoveren, instandhouden en verbeteren van de platform- en de sensor-, wapen- en commandosystemen van de eenheden van de Koninklijke Marine en het beschikbaar stellen van de materiële middelen die nodig zijn om het materieel van de Koninklijke Marine in gebruiksgerede staat te brengen en te houden. De capaciteit van de onderhoudsbedrijven MB en CAWCS is ingericht op de minimale behoefte zodat piekbelastingen worden uitbesteed.

 
Benoemd onderhoudUitgevoerd 1999Ontwerpbegroting 2000Vermoedelijke uitkomsten 2000Raming 2001Raming 2002
Aantal MJO's34434
Aantal TTO's76667

Het meerjaarlijks onderhoud (MJO), aangegeven in het vaar- en oefenschema, is het onderhoud aan een eenheid van de vloot dat nodig is om de materiële gereedheid ten minste tot aan een volgende geplande onderhoudsperiode van die eenheid op een kosteneffectieve wijze op peil te houden. De eenheid is gedurende langere tijd niet belast met operationele taken.

Het tussentijds onderhoud (TTO) is een tussen de MJO's vallende korte onderhoudsperiode, tijdens de periodieke dokbeurt, waarbij in principe alleen de met de directe veiligheid en materiële gereedheid verband houdende werkzaamheden worden uitgevoerd. De eenheid is gedurende kortere tijd niet belast met operationele taken.

 
Incidenteel onderhoudUitgevoerd 1999Ontwerpbegroting 2000Vermoedelijke uitkomsten 2000Raming 2001Raming 2002
Aantal reparatie-orders10 90010 90010 90010 90010 900

Het incidenteel onderhoud betreft noodzakelijke reparaties tussen de geplande onderhoudsperioden (MJO/TTO).

 
EngineeringUitgevoerd 1999Ontwerpbegroting 2000Vermoedelijke uitkomsten 2000Raming 2001Raming 2002
Aantal uren151 677143 583121 000131 700127 200

De uren «engineering» betreffen het ontwerpen en ontwikkelen van kleinere verbeteringen die voortkomen uit het gebruik van het materieel. Ook het configuratiebeheer valt hieronder (het bewaren van de uniformiteit van het materieel binnen een klasse).

Binnen het functiegebied opleidingen zijn de activiteiten van de ressorts Opleidingen Koninklijke Marine (OKM) en Koninklijk Instituut voor de Marine (KIM) gericht op het geven van onderwijs aan militairen. Dit onderwijs omvat initiële opleidingen aan nieuw binnenstromend personeel, cursussen en opleidingen voor het vervullen van specifieke functies, loopbaanfase-opleidingen voor de ontwikkeling en het geschikt maken voor een hoger functieniveau, het ondersteunen met expertise bij het opwerken van operationele eenheden en het ontwikkelen van cursussen en opleidingen voor bediening, onderhoud en het vinden van storingen voor nieuw materieel.

 
OpleidingenUitgevoerd 1999Ontwerp-begroting 2000 Vermoedelijke uitkomsten 2000Raming 2001Raming 2002
Initiële opleidingen1 1261 3001 3001 3001 300
Loopbaanfase-opleidingen686700700700700
Functie-opleidingen17 50017 00017 00017 00017 000
Totaal opleidingen19 31219 00019 00019 00019 000
KIM-publicaties7881818181

De verplichtingen en de uitgaven Ondersteunende Eenheden per artikelonderdeel

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen (x f 1000)
ArtikelonderdeelVerplichtingen 
 1999200020012002200320042005
03.20.13 Ambtelijk burgerpersoneel199 592195 918191 442186 024184 569184 569184 569
03.20.14 Militair personeel138 721133 342129 614126 178125 014123 799122 786
03.20.15 Overige personele uitgaven39 12150 20039 01047 40038 75738 78740 173
03.20.16 Materiële uitgaven186 365170 440168 133157 495160 158163 104159 001
Stand ontwerpbegroting 2001563 799549 900528 199517 097508 498510 259506 529
Stand 1e suppletore begroting 2000 536 811519 993517 061509 337515 026 
Nieuwe mutaties 13 0898 20636– 839– 4 767 
De onderverdeling naar artikelonderdelen van de uitgaven (x f 1000)
ArtikelonderdeelUitgaven 
 1999200020012002200320042005
03.20.13 Ambtelijk burgerpersoneel199 592195 918191 442186 024184 569184 569184 569
03.20.14 Militair personeel138 721133 342129 614126 178125 014123 799122 786
03.20.15 Overige personele uitgaven40 85850 20039 01047 40038 75738 78740 173
03.20.16 Materiële uitgaven177 493172 940170 633159 995162 658163 104159 001
Stand ontwerpbegroting 2001556 664552 400530 699519 597510 998510 259506 529
Stand 1e suppletore begroting 2000 539 311522 493519 561511 837515 026 
Nieuwe mutaties 13 0898 20636– 839– 4 767 

Nieuwe mutaties

Specificatie nieuwe mutaties (x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:      
– Ramingsbijstelling lonen– 813– 699– 1 136– 1 343– 1 343
– prijsbijstelling2 7232 6963 1473 1993 209
– VEB-mutaties5 4905 2693 2365 6305 630
Sub-totaal technische bijstellingen7 4007 2665 2477 4867 496
Beleidsmatige bijstellingen:      
– aanpassing begrotingssterkte3 164     
– inhuur tijdelijk personeel3 751– 2 3132 029– 3581 214
– opleiding5551 1371 5102 2451 509
– instandhouding/herbevoorrading– 9 378– 3 132– 7 405– 9 111– 10 282
– onderhoud gebouwen en terreinen2 0981 897973534306
– kleine bedrijfsmatige investeringen2 5333 804817351538
– milieu730– 70– 802 471295
– taakstelling exploitatie – 561– 508– 494– 530
– Overige mutaties, per saldo3 0992 2851 320815680
Defensienota:      
– afstoting 3 MBV's  – 486– 486– 486
– nieuw P-beleid– 863– 2 107– 3 381– 4 292– 5 507
Sub-totaal beleidsmatige bijstellingen5 689940– 5 211– 8 325– 12 263
Totaal van de nieuwe mutaties13 0898 20636– 839– 4 767

Toelichting nieuwe mutaties

Verplichtingen

De verplichtingenmutaties hangen samen met de hierbovengenoemde uitgavenmutaties.

Technische bijstellingen

Ramingsbijstelling lonen

De mutaties zijn het gevolg van herziene berekeningen van het salaris op basis van de thans vastgestelde personeelsopbouw en -samenstelling.

Prijsbijstelling

Een deel van de uitgekeerde prijsbijstelling is aan het budget van dit ressort toegevoerd.

VEB-mutaties

Als gevolg van verdere decentralisatie van taken en bevoegdheden in het kader van het VEB heeft een overheveling plaatsgevonden van budgetten vanuit het ressort Admiraliteit. Het betreft hier met name de uitgaven voor de exploitatie van de informatievoorziening.

Beleidsmatige bijstellingen

Aanpassing begrotingssterkte

De begrotingssterkte is in 2000 verhoogd met 42 vte'n burgerpersoneel als gevolg van achterblijvende personele reducties.

Inhuur tijdelijk personeel

De mutaties in de ramingen van inhuur worden met name veroorzaakt door aanpassingen in het vaar- en onderhoudsplan.

Opleiding

De raming voor de opleidingen is geactualiseerd. Gebleken is dat een verhoging van het budget noodzakelijk is, met name ten behoeve van de Arbo-, geneeskundige- en vliegopleidingen.

Instandhouding/herbevoorrading

De ramingen voor de instandhouding en de bijbehorende herbevoorrading zijn als gevolg van een verwachte efficiëncyverbetering door nieuwe inkoopstrategieën naar beneden bijgesteld.

Onderhoud gebouwen en terreinen

De budgetten voor onderhoud van gebouwen en terreinen staan onder druk als gevolg van de overspannen bouwmarkt. Om het noodzakelijk onderhoud te kunnen verrichten is het nodig hier meer geld voor te reserveren.

Kleine bedrijfsmatige investeringen

Het budget voor kleine bedrijfsmatige investeringen van het Marinebedrijf is aangepast als gevolg van noodzakelijke renovaties van een aantal trafostations ten behoeve van het energiedistributienet.

Milieu

Voor de verwerking van afvalstoffen en voor het verwijderen van asbest van de Hr. Ms. Zuiderkruis zijn extra gelden gereserveerd.

Taakstelling exploitatie

Teneinde de uitgaven voor de exploitatie te reduceren is bij de ondersteunende eenheden een taakstellende korting vanaf 2001 toegepast.

Defensienota

Afstoting 3 MBV's

Als gevolg van de Defensienota wordt het aantal mijnenbestrijdingsvaartuigen van de Alkmaar-klasse met drie verminderd. Dit leidt tot een daling in de materiële exploitatie.

Defensienota: nieuw P-beleid

De begrotingssterkte is aangepast voor de omzetting van onbepaalde tijdfuncties naar tijdelijke contracten. Verder wordt van 15% van de formatie het rangsniveau omlaag gebracht. Een nader onderzoek naar de invulling van de personeelsmaatregelen uit de Defensienota is thans gaande.

Ressort Admiraliteit

Het ressort Admiraliteit bestaat uit:

– de Marinestaf,

– de Directie Materieel KM,

– de Directie Personeel KM en

– de Directie Economisch Beheer KM.

Activiteiten

De activiteiten van het ressort Admiraliteit omvatten:

– het voeren van het operationeel beleid van de Koninklijke Marine,

– het doen functioneren van de militaire eenheden en inrichtingen van de KM voor zover deze onder de Admiraliteit zijn gesteld, in onderlinge samenhang en elk afzonderlijk ter uitvoering van de opgedragen taken in vredestijd en in geval van oorlogsvoorbereiding,

– het voeren van een personeelsbeleid en het onderhouden van een personeel-logistiek proces, dat er op is gericht de KM-organisatie, te allen tijde en in alle omstandigheden te doen beschikken over de gewenste hoeveelheid voor zijn taak berekend en gemotiveerd personeel,

– het voeren van materieelbeleid gericht op de materieel-logistieke processen «voorzien in», «instandhouden» en «afvoeren»,

– het bevorderen en bewaken van de doelmatigheid van de KM door het vormgeven aan en het uitvoeren van het financieel-economisch beleid en het toetsen van de rechtmatigheid van de bestedingen,

– het voeren van een bedrijfsvoerings- en automatiseringsbeleid.

De verplichtingen en de uitgaven Admiraliteit per artikelonderdeel

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen (x f 1000)
ArtikelonderdeelVerplichtingen 
 1999200020012002200320042005
03.20.17 Ambtelijk burgerpersoneel64 68363 60462 57762 33262 22562 22562 225
03.20.18 Militair personeel116 687102 163100 59198 64098 10797 64797 254
03.20.19 Overige personele uitgaven38 86854 97146 22541 19341 50139 35238 094
03.20.20 Materiële uitgaven267 330289 094213 958213 190209 744210 696215 853
Stand ontwerpbegroting 2001487 568509 832423 351415 355411 577409 920413 426
Stand 1e suppletore begroting 2000 403 736417 312408 412410 044411 614 
Nieuwe mutaties 106 0966 0396 9431 533– 1 694 
De onderverdeling naar artikelonderdelen van de uitgaven (x f 1000)
ArtikelonderdeelUitgaven 
 1999200020012002200320042005
03.20.17 Ambtelijk burgerpersoneel64 68363 57462 57762 33262 22562 22562 225
03.20.18 Militair personeel116 687102 163100 59198 64098 10797 64797 254
03.20.19 Overige personele uitgaven40 56253 47144 72539 69340 00139 35238 094
03.20.20 Materiële uitgaven278 153293 144222 514213 401209 955210 696215 853
Stand ontwerpbegroting 2001500 085512 352430 407414 066410 288409 920413 426
Stand 1e suppletore begroting 2000 403 256424 368407 123408 755411 614 
Nieuwe mutaties 109 0966 0396 9431 533– 1 694 

Nieuwe mutaties

Specificatie nieuwe mutaties (x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:      
– Ramingsbijstelling lonen3111 1121 2671 2021 202
– VEB-mutaties– 10 342– 11 114– 6 784– 14 140– 14 242
– herdefiniëring IV-beleid– 8 331– 16 788– 15 096– 10 644– 235
Sub-totaal technische bijstellingen– 18 362– 26 790– 20 613– 23 582– 13 275
Beleidsmatige bijstellingen:      
– aanpassing begrotingssterkte400     
– inhuur tijdelijk personeel3 3314 7462 8942 0421 418
– werving 3 0001 0001 0001 000
– letselclaims asbest1 5001 5001 5001 5001 500
– activiteitenreducties GES en heli's – 1 732– 1 732– 1 732– 1 732
– instandhouding– 4 377– 11 4201 423– 8 539– 12 532
– brandstof4 6016 5267 0739 9039 598
– bijstelling IV-beleid10 53016 1388 26810 393149
– employee benefits15 0005 000   
– stalling doelmatigheidstaakstelling17 625    
– onderhoud gebouwen en terreinen9214213 4215 4215 421
– BTW58 500     
– taakstelling exploitatie – 5 168– 5 084– 5 117– 5 107
– Overige mutaties, per saldo2023 700492– 1 675– 1 579
Defensienota:      
– afstoting 3 MBV's  – 1 107– 1 107– 1 107
– externe werkzekerheid/nieuw P-beleid19 22511 26910 55914 17715 703
– intensivering samenwerking scholen – 1 351– 1 351– 1 351– 1 351
– CIMIC 200200200200
Sub-totaal beleidsmatige bijstellingen127 45832 82927 55625 11511 581
Totaal van de nieuwe mutaties109 0966 0396 9431 533– 1 694

Toelichting nieuwe mutaties

Verplichtingen

De verplichtingenmutaties hangen samen met de hierbovengenoemde uitgavenmutaties.

Technische bijstellingen

Ramingsbijstelling lonen

De mutaties zijn het gevolg van herziene berekeningen van het salaris op basis van de thans vastgestelde personeelsopbouw en -samenstelling.

VEB-mutaties

Als gevolg van verdere decentralisatie van taken en bevoegdheden in het kader van het VEB heeft een overheveling plaatsgevonden van budgetten naar de decentrale ressorts. Het betreft hier met name de uitgaven voor de exploitatie van de informatievoorziening.

Herschikking IV-beleid

Een nieuw toetsingskader heeft ertoe geleid dat uitgaven die voorheen onder exploitatie werden geraamd en verantwoord met ingang van het uitvoeringsjaar 2000 tot de investeringen worden gerekend. De herschikking heeft voornamelijk betrekking op het aanmerken van de vervanging van hardware op de werkplek als investeringsuitgaven.

Beleidsmatige mutaties

Aanpassing begrotingssterkte

De begrotingssterkte in 2000 is met acht vte'n burgerpersoneel verhoogd als gevolg van achterblijvende personele reducties. Tevens is het attachébestand geëvalueerd. De effecten hiervan op de ondersteunende organisaties vormen nog onderwerp van onderzoek. In afwachting van de uitkomsten van dit onderzoek en een eventueel daarbij behorende herschikking van aantallen personeel over de beleidsterreinen, wordt volstaan met een aanpassing in de raming in het jaar 2000. Deze incidentele neerwaartse bijstelling bedraagt f 0,4 miljoen. Hiervoor worden vier vte'n militair personeel naar de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) overgeheveld. Doordat een burger is afgelost door een militair wordt één vte burgerpersoneel aan de begrotingssterkte van de Koninklijke Marine toegevoegd.

Inhuur tijdelijk personeel

Door de toenemende krapte op de arbeidsmartk moet voor bepaalde specialismen, zoals onderhoudspersoneel voor de helikopters, personeel worden ingehuurd.

Werving

Als gevolg van onvoldoende instroom van personeel wordt voor werving meer budget gereserveerd.

Letselclaims asbest

Ten behoeve van claims van individuele werknemers van de Koninklijke Marine voortkomend uit het werken met gevaarlijke stoffen, met name asbest, wordt budget gereserveerd.

Activiteitenreductie GES en Heli's

De activiteitenreducties bij de Groep Escorte Schepen en de Groep Maritieme Helikopters leiden tot een verlaging van het brandstofverbruik.

Instandhouding

De uitgaven ten behoeve van de instandhouding van het materieel bestaan uit benoemd (in de planning opgenomen) onderhoud en incidenteel (onverwacht) onderhoud. Als gevolg van de budgettaire krapte is het budget voor incidenteel onderhoud tot het minimum beperkt. Dit kan bij concretisering van het onderhoudsplan een opwaartse bijstelling van het budget noodzakelijk maken.

Brandstof

Als gevolg van de ontwikkeling in de brandstofprijzen is het budget verhoogd.

Bijstelling IV-beleid

De meerbehoefte aan IV-beleid vloeit met name voort uit de implementatie van het project Migratie Infrastructuur naar het Project herstructurering informatievoorziening Defensie-Standaarden (MIPS). Met dit project zal de migratie van de KM-ICT-infrastructuur naar de voorgeschreven Defensie standaarden zijn beslag krijgen. Door deze standaardisatie zullen in de toekomst de uitgaven voor informatievoorzieningen beter worden beheerst. Het project MIPS wordt verantwoord op het artikel 03.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur (zie bovenstaande technische mutatie). Tevens is het prijspeil van het IV-budget bijgesteld naar 2000 en is ten behoeve van de aanpassing van de systemen aan de Euro het budget tot en met 2002 verhoogd.

Employee benefits

Personeel van het ministerie van Defensie komt dit jaar in aanmerking voor een tegemoetkoming van maximaal 1500 gulden in de aanschafkosten van computerapparatuur of voor de verstrekking van een fiets met een maximale cataloguswaarde van 1500 gulden. Hiervoor zijn gelden gereserveerd.

Stalling taakstelling boeteclausule compensatiebeleid

In de begroting 2000 was deze taakstelling tijdelijk gestald binnen het artikel 03.20 Personeel en materieel. Met het verwerken in deze begroting van deze taakstelling in het investeringsbudget van de Koninklijke Marine wordt de stalling verwijderd.

Onderhoud van gebouwen en terreinen

De budgetten voor onderhoud van gebouwen en terreinen staan onder druk als gevolg van de overspannen bouwmarkt.

BTW

In 1999 is een onderzoek naar de goederenstroom vanuit het magazijn naar de schepen afgerond. Uit de rapportage hierover blijkt dat de afdracht van omzetbelasting in de programmatuur van het voorraad administratiesysteem niet correct is berekend. De navordering van de in het verleden door de Koninklijke Marine teveel teruggevorderde BTW is in mei 2000 voldaan.

Taakstelling exploitatie

Ter compensatie van budgettaire problemen wordt het budget verlaagd. Enerzijds wordt dit opgevangen door het temporiseren van vervangingsinvesteringen zoals ARBO-meubilair en het minder deelnemen van het personeel van de Admiraliteit aan congressen en seminaars. Anderzijds zal het niveau van de dienstverlening van de Admiraliteit aan de operationele en ondersteunende eenheden afnemen.

Defensienota

Afstoting 3 MBV's

Als gevolg van de Defensienota wordt het aantal mijnenbestrijdingsvaartuigen van de Alkmaar-klasse met drie verminderd. Dit leidt tot een daling in de materiële exploitatie.

Externe werkzekerheid/nieuw P-beleid

Het betreft ondermeer de stalling van het aandeel van de Koninklijke Marine in de f 50 miljoen voor nieuw P-beleid in 2000. Daarnaast is in deze mutatie het structurele aandeel in de f 50 miljoen naar aanleiding van de motie Dijkstal begrepen voor de vergroting van de werkzekerheid voor BBT'ers na de contractafloop. In samenspraak met de Centrale Organisatie (Directoraat-Generaal Personeel) wordt hiertoe een plan ontwikkeld. Afhankelijk van het bieden van een opleiding tijdens of na afloop van de contractperiode, worden de budgetten aan de ressorts toebedeeld.

Intensivering samenwerking scholen

Door de drie opleidingsinstituten KIM, KMA en IDL samen te brengen in één nieuwe bestuursvorm ontstaat een nauwere samenwerking tussen de officiersopleidingen bij Defensie. De hiermee beoogde besparing bedraagt f 1,351 miljoen.

CIMIC

Ten behoeve van interservice capaciteit voor «Civil military coöperation» (Cimic) wordt de begrotingssterkte met 2 vte'n verhoogd. De kernstaf zal bij de Koninklijke Landmacht worden ondergebracht.

Uitgavenverdeelstaat
Bedragen x 10001999200020012002200320042005
Uitgaven Admiraliteit500 085512 352430 407414 066410 288409 920413 426
Volledig toe te rekenen aan:        
– Apparaatsuitgaven Admiraliteit255 286245 922236 999232 037228 305228 063227 670
Specifiek (uniek) toe te rekenen aan:       
– CZMNED48 23829 75428 55919 79314 93114 14317 325
– CZMCARIB9 7684 8283 3333 1903 3933 3473 347
– CKMARNS2277634851 1111 1151 121823
– Ondersteunende eenheden18 5253 72011 7484 9094 74815 90920 426
Niet specifiek toe te rekenen168 041227 365149 283153 026157 796147 337143 835

Toelichting op de uitgavenverdeelstaat

De uitgaven voor het ressort Admiraliteit betreffen enerzijds uitgaven ten behoeve van de eigen bedrijfsvoering, anderzijds uitgaven ten behoeve van het functioneren van de andere KM-ressorts.

De uitgaven ten behoeve van de eigen bedrijfsvoering zijn opgenomen in de regel apparaatsuitgaven Admiraliteit. Het betreft hier de uitgaven voor personele en materiële middelen voor alle onder het ressort vallende eenheden. Deze laatste post bestaat onder andere uit huisvestingskosten, bureauzaken, informatiesystemen en inventarisgoederen en klein materieel.

De uitgaven ten behoeve van het functioneren van de andere KM-ressorts kunnen worden onderscheiden in specifiek en niet specifiek toe te rekenen uitgaven. Deze uitgaven houden voornamelijk verband met het centraal voorzien in de functie materieel. Gezien de benodigde technische en commerciële deskundigheid en de doelmatigheidsbesparing als gevolg van de vraagaggregatie, wordt een groot deel van de materiële middelen voor met name de operationele taakuitvoering centraal verworven. Hiervoor zijn de op dit moment nog niet gedecentraliseerde budgetten opgenomen.

De specifiek (uniek) toe te rekenen uitgaven bestaan uit personele en materiële uitgaven. Dit betreft onder andere brandstoffen. Daarnaast zijn uitgaven, genoemd onder niet specifiek toe te rekenen uitgaven – met uitzondering van de uitgaven voor instandhouding – met name aan het ressort CZMNED toegerekend.

De niet specifiek toe te rekenen uitgaven bestaan uit personele en materiële uitgaven. Dit betreffen onder andere geneeskundige verzorging, opleiding, bureaukosten (waaronder communicatiekosten), oefenmunitie en de instandhouding en de stalling van de mutatie voor externe werkze-kerheid uit de Defensienota die aan de begroting van de Koninklijke Marine is toebedeeld.

Artikelonderdeel 03.20.21 Wachtgelden en inactiviteitswedden

De uitgaven op dit artikelonderdeel hebben betrekking op de diverse wachtgeldregelingen voor het burger- en militair personeel van de Koninklijke Marine. Naast het reguliere wachtgeld worden op dit artikelonderdeel ook de uitgaven voor wachtgelden en uitstroombevorderende maatregelen geraamd die voor de Koninklijke Marine uit het Sociaal Beleidskader (SBK) voortvloeien.

Volgens het gestelde in artikel 4, lid 6, punt a van de Comptabiliteitswet wordt bij dit artikelonderdeel als verplichting opgenomen het bedrag dat als uitgaaf wordt geraamd.

De geraamde bedragen wachtgelden en inactiviteitswedden

 
CategorieVerplichtingen en uitgaven  
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
Wachtgelden SBK/UBMO Burgerpersoneel13 80916 03518 36819 32018 59917 29116 152
WBDP Burgerpersoneel3 4792 7422 6782 6002 5202 2702 183
WAO-burgerpersoneel 1 3391 4902 0172 2362 2362 236
Overige uitkeringen burgerpersoneel3 1092 7072 3962 3482 1922 1572 219
Wachtgelden SBK/UBMO militair personeel864368362341353344296
Werkloosheidsbesluit BBT-militairen3 3424 9165 9774 6873 9793 9793 979
WBDP BOT-militairen975379228259235228228
WAO en BW AO 7809581 3081 4681 4661 466
Overige wachtgelden militair personeel       
Totaal25 57829 26632 45732 88031 58229 97128 759
Uitvoeringskosten7 0405 4445 4625 4795 4915 4935 493
Stand ontwerpbegroting 200132 61834 71037 91938 35937 07335 46434 252
Stand 1e suppletore begroting 2000 39 46443 14746 00644 48344 483 
Nieuwe mutaties – 4 754– 5 228– 7 647– 7 410– 9 019 

Toelichting nieuwe mutaties

De geraamde uitgaven voor wachtgelden in verband met het Sociaal Beleidskader (SBK) en de Uitstroombevorderende Maatregel Ouderen (UBMO) worden beïnvloed door de nog in uitvoering zijnde reorganisatie van de Koninklijke Marine. Het beleid blijft er op gericht de instroom in de wachtgeldregelingen te beperken, vooral door het gebruik van de SBK-instrumenten gericht op de tewerkstelling van overtollig personeel van de Koninklijke Marine, zowel binnen als buiten de (Rijks)overheid.

03.21 Subsidies en bijdragen

De grondslag van het artikel en het te voeren beleid

Ten laste van dit artikel worden uitgaven geraamd voor subsidies. De subsidies worden verleend aan instanties die activiteiten uitvoeren, waardoor het belang van de Koninklijke Marine direct of indirect wordt gediend. De doelstellingen van deze instanties worden uiteengezet in de subsidiebijlage.

In overeenstemming met het gestelde in artikel 4, lid 6, punt a van de Comptabiliteitswet wordt bij dit begrotingsartikel als verplichting opgenomen het bedrag dat als uitgaaf wordt geraamd.

De onderverdeling naar artikelonderdelen

 
Omschrijving1999200020012002200320042005
03.21.01 Koninklijke Marine jachtclub117117117117117117117
03.21.02 Marine Watersportvereniging71717171717171
03.21.03 Marine Sanatoriumfonds5555555
03.21.04 Koninklijke Vereniging Marine Officieren75757575757575
03.21.05 Zeekadetkorps Nederland50505050505050
03.21.06 Stichting Militaire Tehuizen Overzee15151515151515
03.21.07 Bijdrage aan het ministerie van Economische Zaken ten behoeve van het Nederlands Instituut voor Maritieme Ontwikkeling (NIM)196150150150150150150
Totaal529483483483483483483

In 1999 is in opdracht van het ministerie van Economische Zaken het NIM geëvalueerd. Op basis van de conclusies uit de evaluatie vindt momenteel een heroriëntatie plaats van de bijdrage aan het NIM waardoor de bijdrage vanaf 2001 wellicht nog wordt bijgesteld.

03.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur

De grondslag van het artikel en het te voeren beleid

Ten laste van dit artikel worden de uitgaven geraamd voor investeringen in groot materieel en infrastructuur.

Het beleid is gericht op verbetering van het bestaande materieel, opheffing van tekortkomingen en vervanging van verouderd materieel. De nadruk ligt op investeringen ten behoeve van luchtverdediging, maritieme operaties in kustwateren en vergroting van de strategische mobiliteit. De belangrijkste projecten in de komende jaren zijn de aanbouw van de Luchtverdedigings- en Commando Fregatten (LCF) van De Zeven Provinciën-klasse, het Project Aanpassing Mijnenbestrijdingscapaciteit (PAM), het tweede Amfibisch Transportschip (ATS), het Capability Upkeep Program (CUP) van de P3-C Orion maritieme patrouillevliegtuigen en het project NH-90-helikopters.

Daarnaast worden infrastructurele projecten uitgevoerd. Dit betreft renovatie en nieuwbouw mede als gevolg van de aanpassing van de organisatie en nieuwe wetgeving op het gebied van ARBO en milieu.

Het artikel is onderverdeeld in de volgende artikelonderdelen: schepen, vliegtuigen, voertuigen, elektronisch materieel, munitie, overig groot materieel en infrastructuur.

Het geheel van de bij de artikelonderdelen genoemde ontwikkelingen leidt tot mutaties in de verplichtingen- en uitgavenopbouw van de genoemde projecten.

Nieuwe mutaties

De nieuwe mutaties in de verplichtingen en de uitgavenopbouw zijn als volgt te specificeren:

 
Bedragen x f 100020002001200220032004
De nieuwe verplichtingenmutaties:      
– Fregatten van De Zeven Provinciën-klasse163 90010 20041 300– 1 500– 34 100
– Project Aanpassing Mijnenbestrijdingscapaciteit900246 40040 20028 90011 200
– Vervanging Zuiderkruis    – 2 700
– Tweede Amfibisch Transportschip (ATS)  1 100– 255 20071 400
– Hydrografische opnemingsvaartuigen– 85 60093 700– 4 500– 400 
– Theatre Ballistic Missile Defence System (TBMD)8 800 200  
– NH-901 126 450400100– 18 90030 240
– Cup Orion99 300    
– MILSATCOM6 780– 4 20014 000 100
– Verbindingen mariniers – 114 500– 38 90051 90040 800
– Munitie62 200– 36 00063 4002 100– 200 800
– Project Millennium– 14 300    
– Project Vorming één Marinebedrijf5 0004 700    
– Infrastructurele projecten– 21 1007 000– 12 9009 4005 300
– Overige projecten, per saldo104 436– 628– 35 76723 3104 985
Totaal van de nieuwe verplichtingenmutaties1 456 766207 07268 233– 160 390– 73 575
De nieuwe uitgavenmutaties:      
– Fregatten van De Zeven Provinciën-klasse25 18717 94520 96433 4559 779
– Project Aanpassing Mijnenbestrijdingscapaciteit– 49 249– 35 3639 003– 12 4338 957
– Tweede Amfibisch Transportschip (ATS)  3 10025 80051 400
– Hydrografische opnemingsvaartuigen– 17 864– 10 058– 50422 9969 200
– Theatre Ballistic Missile Defence System (TBMD)1001004 100– 14 000– 31 900
– NH-9013 349– 9 652– 50 603– 70 1655 643
– Radar CUP-Orion – 1 000– 2 00017 0003 000
– Cup Orion– 12 47621 4003 4009 800– 20 600
– MILSATCOM728– 14 857– 1 2019 75311 546
– Verbindingen mariniers – 1 400– 2 200– 20 200– 13 100
– Munitie– 21 438– 8 0606 000– 9 4002 000
– Project Millennium– 6 408    
– Project Vorming één Marinebedrijf16 0323 0004 700  
– IV-beleid11 99319 26417 51316 942– 7 467
– Infrastructurele projecten– 10 493– 7463 9007 90012 050
– Overige projecten, per saldo28 6751 239– 15 399– 10 238– 8 823
Totaal van de nieuwe uitgavenmutaties– 21 864– 18 1887737 21031 685

Toelichting op de ramingsbedragen per artikelonderdeel

Hieronder wordt aangegeven welke grote projecten (> 25,0 miljoen) deel uitmaken van de verschillende artikelonderdelen:

Artikelonderdeel Schepen

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
Schepen123 922626 500437 000588 683534 251487 422475 221522 098491 257353 831

Op dit artikelonderdeel worden de uitgaven geraamd voor investeringen in het varend materieel van de Koninklijke Marine. De volgende projecten worden thans financieel afgerond: Multi-Purpose fregatten, Walrus-klasse onderzeeboten en het eerste Amfibisch Transportschip.

Voor het project fregatten van De Zeven Provinciën-klasse zijn de verplichtingen voor de bouwmeestercontracten alsmede een aantal Sensor-, Wapen- en Commando (SEWACO)-systemen aanbesteed.

De projecten Aanpassing Mijnenbestrijdingscapaciteit (PAM), de vervanging van Hr.Ms. Zuiderkruis en de vervanging L-fregatten, het tweede Amfibisch Transportschip (ATS) en de Hydrografische opnemingsvaartuigen (HOV) zijn in voorbereiding. Voor de projecten vervanging Hr.Ms. Zuiderkruis (aanbesteding in 2006) en vervanging L-fregatten (aanbesteding in 2008) zijn tot en met 2005 geen uitgaven geraamd. Het project tweede Amfibisch Transportschip wordt naar verwachting in 2002 aanbesteed. De projecten fregatten van De Zeven Provinciën-klasse, Aanpassing Mijnenbestrijdingscapaciteit, tweede Amfibisch Transportschip en Hydrografische opnemingsvaartuigen worden hieronder toegelicht.

Project fregatten van De Zeven Provinciën-klasse

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
De Zeven Provinciën klasse133 300254 20073 600542 199487 900436 000385 800315 600281 30096 500

Het project fregatten van De Zeven Provinciën-klasse betreft een serie van vier luchtverdedigings- en commandofregatten die de twee geleide wapenfregatten van de Tromp-klasse en twee van de vier resterende standaardfregatten van de Kortenaer-klasse zullen vervangen. De Koninklijke Marine verzorgt de verwerving en de integratie van de Sewaco-systemen. De proeftocht van het eerste schip is voorzien in 2001 en de overdracht aan de Koninklijke Marine in 2002. De volgende drie schepen zullen telkens met een jaar tussenruimte volgen. In het project wordt onder meer samengewerkt met Duitsland en Spanje.

De verplichtingen die in 2000 en 2001 worden aangegaan, hebben onder andere betrekking op het informatieverwerkend systeem, onderdelen van communicatiesystemen, quad pack cannisters voor het Evolved Sea Sparrow Missile (ESSM)-systeem, boordreservedelen en opleidingen.

Op 7 maart 2000 is het parlement ingelicht over de voortgang van het project door middel van de derde jaarrapportage LCF (Kamerstukken II, 1999–2000, 25 800 nr. 6). Het budget voor het LCF-project op prijspeil 2000 bedraagt f 3 303,0 miljoen voor nieuwbouw en f 98,3 miljoen voor walreservedelen.

Project Aanpassing Mijnenbestrijdingscapaciteit

 
Bedragen x f 1000Verplichtingen Uitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
PAM400337 100256 1005 4726 75118 95243 303133 967129 35 71e+05

Het Project Aanpassing Mijnenbestrijdingscapaciteit (PAM) betreft een moderniseringsprogramma voor de mijnenjachtcapaciteit van de Alkmaar-klasse mijnenbestrijdingsvaartuigen, waarbij zij tevens geschikt worden gemaakt om te fungeren als moederschip voor mijnenveegoperaties met zogenaamde Trojka-drones. De bouw van de drones maakt eveneens deel uit van het project.

Als gevolg van het beperkte totale investeringsbudget van de Koninklijke Marine wordt het beschikbare budget voor 2000 en 2001 verlaagd met respectievelijk f 49,2 en f 35,4 miljoen. Het totale budget bedraagt f 697,9 miljoen en is aangepast voor de vermindering van vijftien naar twaalf mijnenjagers.

De verplichtingen die in 2000 worden aangegaan hebben betrekking op onder andere het mijnenvernietigingssysteem, de sonarsystemen en het command en control-systeem. Naar verwachting wordt in 2001 gestart met de verwerving van de drones en de akoestische veegsystemen.

Project Tweede Amfibisch Transportschip (ATS)

 
Bedragen x f 1000Verplichtingen Uitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
Tweede ATS  1 000  1 0005 10040 80071 400100 000

Het tweede Amfibisch Transportschip (Landing Platform Dock) is aange-kondigd in de Defensienota. Bij de uitwerking van de behoeftestelling zal het aanbrengen van Combined Joint Task Force faciliteiten (CJTF) worden meegenomen. Het aanbrengen van deze faciliteiten is in de Defensienota afhankelijk gesteld van de mogelijkheid om hiervoor, onder meer door extra inspanningen op doelmatigheidsgebied, alsnog gelden vrij te maken. De aanbesteding van het tweede Amfibisch Transportschip vindt naar verwachting in 2002 plaats. In 2001 zijn ten behoeve van een aantal voorstudies en beproevingen reeds fondsen opgenomen. Het budget is ingevolge de Defensienota en de prijsbijstelling verhoogd tot f 408,0 miljoen.

Hydrografische opnemingsvaartuigen

 
Bedragen x f 1000Verplichtingen Uitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
Hydrografische opnemingsvaartuigen5434 100104 200 4 10025 60038 80031 1009 200 

Het project Hydrografische opnemingsvaartuigen waarborgt de instandhouding van de hydrografische capaciteit van de Koninklijke Marine en omvat de bouw van twee nieuwe schepen, ter vervanging van de twee opnemers Hr. Ms. Buyskes en Hr. Ms. Blommendal. Het project is vertraagd ingevolge een onderzoek naar competitieve dienstverlening (CDV). Hierdoor zal de aanbesteding waarschijnlijk pas in 2001 plaatsvinden. De totale projectomvang bedraagt f 108,8 miljoen. De Hr. Ms. Blommendal is inmiddels buiten dienst gesteld.

Artikelonderdeel vliegtuigen

 
Bedragen x f 1000Verplichtingen Uitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
Vliegtuigen9 8751 583 15016 60016 15748 67390 11573 09778 033118 243184 169

Op dit artikelonderdeel worden de uitgaven geraamd voor het vliegend materieel van de Koninklijke Marine. Het betreft hier voornamelijk de vervanging van de Lynx-helikopters en het Capability Upkeep Program (CUP) van de P3-C Orion maritieme patrouillevliegtuigen. Deze projecten worden hieronder toegelicht. Andere projecten die op dit artikelonderdeel worden geraamd zijn de Bolted Main Rotor Heads voor de Lynx-helikopters en de aanpassing van de navigatiesystemen voor de P3-C Orion maritieme patrouillevliegtuigen.

Project NH-90

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
NH-9020001 128 3501 90011 45125 82444 80034 00023 10039 10087 000

Het NH-90 project betreft de ontwikkeling, productie en ingebruikneming van twintig helikopters ter vervanging van de Lynx-helikopters. Het project wordt uitgevoerd in samenwerking met Duitsland, Frankrijk en Italië.

Op 31 mei 2000 heeft het parlement zich uitgesproken voor voortzetting van deelname aan het project. Het totale budget voor de NH-90 bedraagt f 1 771,9 miljoen.

Het project bevindt zich thans in de productie investerings- en productiefase. De MOU voor deze fase is op 8 juni 2000 door de deelnemende landen ondertekend. De ondertekening van het productiecontract met de industrie heeft op 30 juni 2000 plaatsgevonden. Oplevering van de eerste helikopters is voorzien in 2007.

Project Capability Upkeep Program voor de P3-C Orions

 
Bedragen x f 1000Verplichtingen Uitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
CUP Orion 427 000  13 34922 94827 69754 93379 14397 169

Het Capability Upkeep Program (CUP) betreft de modernisering van de sensor-, wapen- en commandosystemen van de P3-C Orion maritieme patrouillevliegtuigen van de Koninklijke Marine.

De in november 1999 gepresenteerde Defensienota voorziet in een afname van het aantal vliegtuigen van dertien naar tien stuks. Van deze tien vliegtuigen zullen zeven vliegtuigen het volledige CUP ondergaan. De overige drie krijgen dezelfde basisconfiguratie en worden uitgerust met verkenningsapparatuur, ter verbetering van de uitvoering van kustwachttaken onder meer in het Caribisch gebied.

Er heeft een aanpassing plaatsgevonden van de looptijd van het project ten gevolge van de budgettaire problematiek bij de Koninklijke Marine. Voor het totale project is f 427,0 miljoen gereserveerd. Naar aanleiding van de DMP-D-brief heeft het parlement op 15 juni 2000 ingestemd met het project.

Artikelonderdeel Voertuigen

Op dit artikelonderdeel worden de uitgaven geraamd voor voertuigen van de Koninklijke Marine, voor zover deze niet onder een ander artikelonderdeel of in de begroting van de Koninklijke Landmacht zijn opgenomen. Voor de begrotingsperiode worden geen uitgaven voorzien.

Artikelonderdeel Elektronisch materieel

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
Elektronisch materieel16 35173 68083 80039 17563 76032 02749 02635 70031 90039 800

Op dit artikelonderdeel worden de uitgaven geraamd voor het elektronisch materieel van de Koninklijke Marine, voor zover deze niet in een projectbudget onder een ander artikelonderdeel zijn opgenomen.

Voor de volgende projecten worden onder meer uitgaven geraamd: het project Local Area Missile System (LAMS), het project Theatre Ballistic Missile Defence (TBMD), het project satellietcommunicatie voor militair gebruik (MILSATCOM), de vervanging van verbindingsapparatuur voor Mariniers (NIMCIS), het geïntegreerd verbindingsproject, de Elektronische Oorlogsvoering Walrusklasse en de Operational Flight Trainer Orion.

De projecten TBMD, NIMCIS en MILSATCOM worden onderstaand toegelicht.

Project Theatre Ballistic Missile Defence System (TBMD)

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
TBMD 15 300  5 1005 1005 1001 0003 1005 100

Het project TBMD voorziet in een verdediging tegen tactische ballistische raketten en is aangekondigd in de Defensienota. De mogelijkheden worden onderzocht om de fregatten van De Zeven Provinciën-klasse uit te rusten met de benodigde hardware en software voor TBMD. De Koninklijke Marine reserveert vooralsnog f 300,5 miljoen voor ontwikkeling en modificatie waarbij wordt uitgegaan van samenwerking met Duitsland. In december 1999 is met Duitsland een vervolg-MOU afgesloten voor het uitvoeren van de afsluitende conceptvalidatiestudie met als doel het aantonen en valideren van het TBMD-concept aan boord van het LCF. Naar verwachting zal deze studie in 2003 worden afgerond waarna, als daartoe wordt besloten, de voorbereiding van de verwervingsfase kan worden gestart.

Vervanging verbindingsapparatuur Mariniers (NIMCIS)

De huidige generatie verbindingsapparatuur van het Korps Mariniers zal in zijn geheel worden vervangen. Bij de verwerving van nieuwe verbindingsapparatuur geeft de Koninklijke Marine prioriteit aan internationaal gestandaardiseerde apparatuur, gezien de samenwerking in de UK/NL Amphibious Force. Delen van het project Vervanging verbindingsapparatuur Mariniers zijn om budgettaire redenen vertraagd. Als gevolg hiervan wordt het gehele project nogmaals beschouwd. De operationele behoeftestelling zal naar verwachting in 2000 worden ingediend. Introductie van de nieuwe apparatuur wordt verwacht in 2003. Het projectbudget bedraagt f 153,4 miljoen.

Project MILSATCOM

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
MILSATCOM6007 68079 9005391 9405 50037 90033 70014 10011 900

Dit project voorziet in de krijgsmachtbrede behoefte aan satellietcommu-nicatiecapaciteit voor militair gebruik. De Koninklijke Marine is belast met de uitvoering van het project. Het project bestaat uit twee delen.

Voor het eerste deel van het project – het inhuren van ruimtecapaciteit en realisatie van het grootste deel van de grondcomponent – is een investeringsbudget geraamd van f 91,7 miljoen. Dit deel van het project is met ingang van 1999 geheel in de begroting van de Koninklijke Marine ondergebracht. In 2000 vindt de verwervingsvoorbereiding plaats van het eerste deel.

Deel twee betreft het realiseren van militaire ruimtecapaciteit en het resterende deel van de grondcomponent. Het realiseren van de militaire ruimtecapaciteit is nog niet in het budget opgenomen. Het budget voor de grondcomponent van het tweede deel bedraagt vooralsnog f 51,0 miljoen.

Artikelonderdeel munitie

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
Munitie82 366162 800130 00017 24827 08257 02087 410121 800118 500116 500

Op dit artikelonderdeel worden de uitgaven geraamd voor de aanschaf van kapitale munitie zoals onder andere de Harpoon-missiles, Standard-Missiles (SM), torpedo's, Nato Sea Sparrow Missiles (NSSM) en Evolved Sea Sparrow Missiles (ESSM). Tevens wordt rekening gehouden met de aanschaf van conventionele munitie, zoals die voor de klein kaliber wapens en de Oto-melara kanons, voor zover deze munitie als aanvulling van de oorlogsvoorraden wordt verworven.

Als norm voor de kapitale munitie wordt de «Nato Maritime Stockpile Policy Guidance» (NMSPG) gehanteerd. Hierin zijn de normen voor de Koninklijke Marine vastgesteld, uitgaande van de sterkte en samenstelling van de vloot.

Er vinden diverse herfaseringen en verschuivingen plaats in aanbeste-dingsmomenten, met name ten gevolge van synchronisatie met programma's van de Navo-bondgenoten. Een dergelijke afstemming levert gedurende de planperiode wijzigingen van het investeringsschema op.

Artikelonderdeel Overig groot materieel

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
Overig groot materieel170 39574 25442 550141 712110 27174 42778 772107  08094 23190 302

Dit artikelonderdeel betreft projecten die naar hun aard niet in één van de andere artikelonderdelen van het groot materieel kunnen worden ondergebracht, waaronder automatisering van de bestuurlijke informatiesystemen en projecten die niet groter zijn dan f 5,0 miljoen. Het betreft hier met name de volgende projecten:

Project Vorming één Marinebedrijf

Als uitvloeisel van de doelmatigheidsoperatie is besloten tot het vormen van één onderhoudsbedrijf voor de Koninklijke Marine. Het nieuwe bedrijf zal worden gevormd uit de Rijkswerf, het SEWACO-bedrijf en het Marine Elektronisch en Optisch Bedrijf (MEOB)-Oegstgeest. De bestuurlijke integratie heeft reeds plaatsgevonden. De verhuizing van het MEOB-Oegstgeest naar Den Helder en de volledige integratie tot één Marinebedrijf zal naar verwachting in 2001 plaatsvinden. De afdeling Avionica van de onderhoudsdienst van Marinevliegkamp De Kooy zal eveneens worden ondergebracht bij het Marinebedrijf te Den Helder. Het projectbudget bedraagt f 102,5 miljoen.

Automatisering

Dit bevat de investeringen in de automatisering van de bestuurlijke informatiesystemen. Het grootste project is de Migratie naar PHI-DEF-standaarden (MIPS). Met dit project zal de migratie van de KM-ICT infrastructuur naar de voorgeschreven Defensie-standaarden zijn beslag krijgen. Dit vereist wel een extra investering ten opzichte van de oorspronkelijke planning. Het projectbudget bedraagt f 18,0 miljoen.

Artikelonderdeel Infrastructuur

 
Bedragen x f 1000Verplichtingen Uitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
Infrastructuur117 50281 50098 40083 98492 51790 979102 50086 00090 15080 200

Op dit artikelonderdeel wordt het (nieuw)bouwprogramma voor gebouwen, werken en terreinen voor de Koninklijke Marine geraamd. Binnen dit artikelonderdeel vinden als gevolg van het actualiseren van de ramingen diverse bijstellingen plaats. In de nieuwe ramingen voor 2001 zijn ondermeer de volgende ontwikkelingen verwerkt:

– het project onderhoudsdienst Marinevliegkamp De Kooy heeft vertraging opgelopen in de aanbestedingsfase en zal naar verwachting in 2001 worden aanbesteed;

– op het Marine-etablissement Amsterdam zal naar verwachting in 2001 worden begonnen met de bouw van het bedrijfsrestaurant;

– in 2001 zal aangevangen worden met de gefaseerde infrastructuur ten behoeve van het derde Mariniersbataljon op de locatie Buitenveld te Den Helder;

– de aanpassing van het hoofdgebouw van de Van Ghentkazerne te Rotterdam zal de tweede fase ingaan (het realiseren van lesaccommodatie);

– de nieuwbouw ten behoeve van de legering van officieren op de Alexanderkazerne te 's- Gravenhage (in samenwerking met de Koninklijke Landmacht) is vertraagd door lange proceduretijden en het verkrijgen van vergunningen. Verwacht wordt dat in 2001 met de bouw kan worden begonnen;

– de projecten op de Nederlandse Antillen en Aruba zijn naar boven bijgesteld ten gevolge van de stijging van de plankoers van de Antilliaanse/Arubaanse gulden naar f 1,23.

04. BELEIDSTERREIN KONINKLIJKE LANDMACHT

Algemeen

De uitgaven van het beleidsterrein Koninklijke Landmacht zijn als volgt te specificeren:

 
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
04.20 Personeel en materieel        
– 1 (GE/NL) Legerkorps989 5001 032 7251 187 2931 197 2121 188 9051 197 7521 202 630
– Nationaal Commando1 417 2841 403 7541 198 0511 182 3711 147 6331 137 5641 122 134
– Commando Opleidingen Koninklijke Landmacht422 307429 369431 758432 659437 071437 593437 058
– Overige eenheden Bevelhebber der Landstrijdkrachten545 548562 087527 843473 573472 001478 702489 659
– Landmachtstaf182 139183 811185 956188 804193 047190 439193 717
– Wachtgelden en inactiviteitswedden96 48189 96981 22090 25596 55496 47390 888
Totaal 04.20 Personeel en materieel3 653 2593 701 7153 612 1213 564 8743 535 2113  538 5233 536 086
04.21 Subsidies en bijdragen1 8331 8331 9081 9081 9081 9081 908
04.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur1 083 690897 803832 7111 035 6801 022 223971 635860 694
Totale uitgaven (x f 1000)4 738 7824 601 3514 446 7404 602 4624 559 3424 512 0664 398 688
Totale uitgaven (x € 1000)2 150 3662 088 0022 017 8432 088 5062 068 9392 047 4861 996 038

04.20 Personeel en materieel

De grondslag van het artikel en het te voeren beleid

Met de invoering van het Verbeterd Economisch Beheer wordt inzicht gegeven in de bedrijfsvoeringsuitgaven per ressort. De vijf ressorts waar het bij de Koninklijke Landmacht om gaat zijn: het 1(GE/NL) Legerkorps, het Nationaal Commando, het Commando Opleidingen, de groep Overige Eenheden BLS en de Landmachtstaf. Per ressort worden vier vaste artikelonderdelen gepresenteerd: ambtelijk burgerpersoneel, militair personeel, overige personele uitgaven en materiële uitgaven. De wacht-gelduitgaven voor het burger- en het militair personeel worden ook op dit artikel geraamd

Nieuwe mutaties

De nieuwe mutaties in de uitgaven en de verplichtingen zijn als volgt te specificeren en worden bij de onderscheiden ressorts en het artikelonderdeel Wachtgelden en inactiviteitswedden nader toegelicht:

 
Bedragen x f 100020002001200220032004
De nieuwe verplichtingenmutaties:      
– ressort 1(GE/NL) Legerkorps16 041– 19 824– 11 351– 14 335– 15 421
– ressort Nationaal Commando4 615– 51 929– 17 341– 24 33951 072
– ressort Commando Opleidingen– 10 911– 12 115– 14 009– 14 545– 14 352
– ressort Overige eenheden BLS41 84161 11862 79273 24147 097
– ressort Landmachtstaf24 65722 82033 08538 48435 504
– wachtgelden en inactiviteitswedden1 2595 48220 46730 24633 023
Totaal van de nieuwe mutaties77 5025 55273 64388 752136 923
      
De nieuwe uitgavenmutaties:     
– ressort 1(GE/NL) Legerkorps16 041– 19 824– 11 351– 14 335– 15 421
– ressort Nationaal Commando4 615– 28 545– 31 814– 51 339– 47 106
– ressort Commando Opleidingen– 10 911– 12 115– 14 009– 14 545– 14 352
– ressort Overige eenheden BLS41 84168 46444 40862 08959 893
– resssort Landmachtstaf24 65722 82033 08538 48435 504
– wachtgelden en inactiviteitswedden1 2595 48220 46730 24633 023
Totaal van de nieuwe mutaties77 50236 28240 78650 60051 541

Toelichting op de nieuwe verplichtingen- en uitgavenmutaties

Bovenvermelde verplichtingen- en uitgavenmutaties worden toegelicht bij de ramingen van de ressorts en het artikelonderdeel Wachtgelden en inactiviteitswedden.

Bij de raming van dit artikel behoort de volgende opbouw van de begrotingssterkte (in aantallen vte'n op basis van een 38-urige werk-week):

 
Omschrijving200020012002200320042005
Burgers – stand begroting 2000*19 0648 8838 7108 5338 489 
Burgers – mutaties*177777 
Burgers – stand ontwerpbegroting 2001*19 0718 8908 7178 5408 4968 496
MP/BOT – stand begroting 200010 92710 68810 54310 36810 270  
MP/BOT – mutaties2459524021 
MP/BOT – stand ontwerpbegroting 200110 95110 74710 59510 40810 29110 207
MP/BBT – stand begroting 200012 18912 49712 91113 44213 775  
MP/BBT – mutaties– 289– 145475978 
MP/BBT – stand ontwerpbegroting 200111 90012 35212 95813 50113 85314 144
Totale sterkte – stand begroting 200032 18032 06832 16432 34332 534  
Totale sterkte – mutaties– 258– 79106106106 
Totale sterkte – stand ontwerpbegroting 200131 92231 98932 27032 44932 64032 847

*1 exclusief niet-actief burgerpersoneel

Toelichting personeelsoverzicht

Burgerpersoneel

De aantallen zijn bijgesteld door ondermeer de overname van de ARBO-taken van het beleidsterrein Dico, administratieve en logistieke opleidingen die de Koninklijke Landmacht voor andere krijgsmachtdelen verzorgt (SALO) en de oprichting van het Landelijk Bevoorradingsbedrijf Koninklijke Landmacht.

Militair personeel Beroeps Onbepaalde Tijd (BOT)

In de aantallen «Beroepspersoneel onbepaalde tijd» zijn onder andere verwerkt de samenvoeging van luchtverdedigingseenheden van de Koninklijke Land- en Luchtmacht, de concentratie van opleidingen (SALO) en lopende reorganisaties.

Militair personeel Beroeps Bepaalde Tijd (BBT)

De aantallen «Beroepspersoneel bepaalde tijd» zijn bijgesteld door onder andere de samenvoeging van luchtverdedigingseenheden, de concentratie van opleidingen (SALO) en de wervingsresultaten in 1999 en de eerste maanden van 2000.

Ressort 1(GE/NL) Legerkorps

Dit ressort betreft het Nederlandse deel van 1(GE/NL) Legerkorps. Dit bestaat uit 1(NL) Divisie «7 December», 11 Luchtmobiele brigade en het Nederlandse aandeel in de binationale legerkorpsstaf en de binationale legerkorpstroepen (Command Support Group).

Operationele doelstellingen

De algemene doelstellingen van de Koninklijke Landmacht zijn voor het ressort 1(GE/NL)Legerkorps vertaald in een gereedheidsmatrix die aangeeft hoeveel eenheden operationeel gereed zijn binnen welke termijn (reactietijd). De tabel gaat uit van de volledige implementatie van het accentmodel. Het accentmodel houdt in: eenheden bereiden zich zes maanden voor, zijn vervolgens zes maanden inzetgereed en kunnen na inzet maximaal zes maanden recupereren. De gereedheidstermijnen gelden voor parate delen van de eenheden; voor reserve-componenten geldt in principe een gereedheidstermijn van 180 dagen. Het bereiken van de inzetbaarheidtermijnen wordt permanent nagestreefd.

De operationele doelstellingen zijn als volgt samen te vatten:

 
Gereedheidstermijndirect inzetbaarop korte termijn inzetbaarop lange termijn inzetbaar
Type eenheid   
1(GE/NL)Legerkorps*  1
Bijdrage Staf 1(GE/NL)Legerkorps 1  
Command support brigade   
Staf Command support brigade 1 
Verbindingsbataljon121
Korps commandotroepen*****   
Staf speciale operaties1  
Commandotroepencompagnie21  
Luchtmobiele Brigade**1  
Luchtmobiel infanteriebataljon met gevechts- en logistieke ondersteuning3   
Divisie  1
Divisie Gevechtssteun Commando***117
Divisie Verzorgings Commando****4 1
Gemechaniseerde Brigade**  3
Pantserinfanteriebataljon met gevechts- en logistieke ondersteuning123
Tankbataljon met gevechts- en logistieke ondersteuning12  
Afdeling Veldartillerie*****12 

* Voor nationale taken zijn alle parate eenheden van de Koninklijke Landmacht op korte termijn beschikbaar.

** Uit een brigade kunnen diverse zelfstandige en uitzendbare eenheden, onder het niveau van bataljon, worden samengesteld zoals (pantser)infanteriecompagnieën, mortiercompagnie, (pantser) genie-compagnieën, stingercompagnie, luchtdoelartilleriebatterijen, bevoorradingscompagnieën, herstelcompagnieën en geneeskundige compagnieën, die alle binnen (en vaak sneller dan) de aangegeven inzetbaarheidstermijn kunnen worden ingezet.

*** Uit het Divisie Gevechtssteun Commando kunnen zelfstandige en uitzendbare eenheden als pantsergeniebataljons, een constructiebataljon en afdelingen (veld/luchtdoel)artillerie worden ingezet voor een vredesoperatie, alle binnen (en vaak sneller dan) de aangegeven inzetbaarheidstermijn.

**** Uit het Divisie Verzorgings Commando kunnen zelfstandige en uitzendbare eenheden als een materieeldienstbataljon, geneeskundig dienstbataljon, bevoorradings- en transportbataljons worden ingezet voor een vredesoperatie, alle binnen (en vaak sneller dan) de aangegeven inzetbaarheidstermijn.

***** Er is een intensieve samenwerking met het Korps Mariniers. Deze samenwerking wordt verder geïntensiveerd op het gebied van speciale operaties.

Activiteitentoelichting

Om de opgedragen taken binnen de vereiste reactietijden te kunnen uitvoeren en voortdurend bepaalde eenheden gereed te hebben voor inzet in vredesoperaties, is een constante hoge graad van geoefendheid noodzakelijk. Naast het reguliere oefen- en opleidingsschema wordt 1(GE/NL)Legerkorps belast met het uitvoeren van steunverlenende activiteiten en het plegen van operationeel onderhoud. Het behalen van de operationele doelstellingen wordt vastgesteld op basis van de mate van personele- en materiële gereedheid en geoefendheid van het 1(GE/NL)Legerkorps. In de verantwoording over 2001 wordt hierover verslag gedaan.

De afbouw van KFOR, UNFICYP en CMAC en de concentratie in Bosnië, hebben in het jaar 2000 geleid tot een afname van het aantal ingezette militairen tot ongeveer 1600 ultimo 2000. Op grond hiervan houdt het ressort de komende jaren rekening met een (gemiddelde) jaarlijkse inzet van ongeveer 1700 mensjaren.

Voor de jaren 2000 tot en met 2002 is ten aanzien van bovenstaande hoofdproducten de volgende capaciteitsinzet gepland:

 
ActiviteitenMeeteenheidRealisatie 1999Ontwerpbegroting 2000Vermoedelijke uitkomsten 2000Raming 2001Raming 2002
InzetMensjaren2 400200020001 7001 700

De verplichtingen en de uitgaven 1(GE/NL) Legerkorps per artikelonderdeel

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen (x f 1000)
ArtikelonderdeelVerplichtingen
 1999200020012002200320042005
04.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel11 86313 560111 580103 63790 51587 71987 719
04.20.02 Militair personeel860 468890 218925 874940 219946 804956 529963 157
04.20.03 Overige personele uitgaven42 82455 35466 92467 35366 87167 51167 022
04.20.04 Materiële uitgaven57 58373 84382 91586 00384 71585 99384 732
Stand ontwerpbegroting 2001972 7381 032 9751 187 2931 197 2121 188 9051 197 7521 202 630
Stand 1e suppletore begroting 2000 1 016 9341 207 1171 208 5631 203 2401 213 173 
Nieuwe mutaties 16 041– 19 824– 11 351– 14 335– 15 421 
De onderverdeling naar artikelonderdelen van de uitgaven (x f 1000)
ArtikelonderdeelUitgaven
 1999200020012002200320042005
04.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel11 86313 560111 580103 63790 51587 71987 719
04.20.02 Militair personeel860 468890 218925 874940 219946 804956 529963 157
04.20.03 Overige personele uitgaven42 42955 35466 92467 35366 87167 51167 022
04.20.04 Materiële uitgaven74 74073 59382 91586 00384 71585 99384 732
Stand ontwerpbegroting 2001989 5001 032 7251 187 2931 197 2121 188 9051 197 7521 202 630
Stand 1e suppletore begroting 2000 1 016 6841 207 1171 208 5631 203 2401 213 173 
Nieuwe mutaties 16 041– 19 824– 11 351– 14 335– 15 421 

Nieuwe mutaties

Specificatie nieuwe mutaties (x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:     
– Prijsbijstelling2 1042 8763 0193 1643 182
– Ramingsbijstellingen– 2 104– 34 668– 35 746– 33 619– 30 834
Sub-totaal technische bijstellingen0– 31 792– 32 727– 30 455– 27 652
Beleidsmatige bijstellingen:      
* Mutaties Defensienota      
– aanpassing P-structuur en functiebestand – 810– 2 653– 3 571– 6 126
– extra personeel SHORAD   4 5005 500
* Overige beleidsmatige mutaties      
– aanpassing begrotingssterkte     
– integratie NVC – 4 399– 4 399– 4 399– 4 399
– integratie RGD – 1 983– 1 983– 1 983– 1 983
– overige mutaties3 6581 1938 6273 6552 536
– verplaatsingskosten12 00010 30710 49210 53310 660
– overige mutaties3837 66011 2927 3856 043
Sub-totaal beleidsmatige bijstellingen16 04111 96821 37616 12012 231
Totaal van de nieuwe mutaties16 041– 19 824– 11 351– 14 335– 15 421

Toelichting nieuwe mutaties

Aangezien de verplichtingen- en uitgavenmutaties dezelfde oorzaken hebben, geldt wat hieronder vermeld wordt voor de uitgaven eveneens voor de verplichtingen.

Technische bijstellingen

Prijsbijstelling

De uitgavenniveaus zijn technisch aangepast aan het prijsniveau 2000.

Ramingsbijstellingen

De mutaties zijn het gevolg van herziene berekeningen van het salaris op basis van de thans vastgestelde personeelsopbouw en -samenstelling. Correctie heeft plaatsgevonden voor het in eerste instantie hanteren van te hoge middensommen van het personeel van het Nationaal Verzorgingscommando dat vanuit het ressort NATCO is overgekomen.

Beleidsmatige bijstellingen

Defensienotamutaties

Aanpassing P-structuur en functiebestand

De aanpassing van de personeelsstructuur leidt tot een verjonging van het personeelsbestand, waardoor de middensom daalt. Verder wordt het rangsniveau van 15% van de formatie omlaag gebracht. Een nader onderzoek naar de invulling van de personeelsmaatregelen uit de Defensienota is thans gaande.

Extra personeel Shorad

De samenvoeging van de objectluchtverdediging van de Koninlijke Luchtmacht en de Koninklijke Landmacht bij laatstgenoemd beleidsterrein veroorzaakt een personele overdracht naar dit ressort.

Overige beleidsmatige bijstellingen

Integratie Nationaal Verzorgingscommando

De onderhoudscapaciteit van het NATCO die momenteel is ondergebracht in het Nationaal VerzorgingsCommando (NVC), wordt geïntegreerd in het 1(GE/NL) Legerkorps. Nadere studies hebben inmiddels uitgewezen dat bepaalde taken op het gebied van 3e echelons onderhoud bij het Hoger OnderhoudsBedrijf KL (NATCO) moeten worden ondergebracht. De mutatie betreft hier de aanpassing op de reeds in een eerder stadium naar het 1(GE/NL) Legerkorps overgehevelde budgetten.

Integratie Regionaal Geneeskundige Diensten (RGD'n)

De RGD'n worden ondergebracht bij de brigades en het Divisie Verzorgings Commando. Zij krijgen de regionale verantwoordelijkheid voor de eerstelijns geneeskundige verzorging. Dit bevordert enerzijds de kwaliteit van de geneeskundige verzorging gedurende oefeningen en anderzijds de operationele kennis van het reeds bij het 1(GE/NL) Legerkorps werkzame geneeskundig personeel. Als gevolg hiervan is de doelmatigheid toegeno-men hetgeen een personeelsvermindering tot gevolg heeft gehad.

Overige bijstellingen begrotingssterkte

De begrotingssterkte BOT-personeel is aangepast op basis van de realisatie 1999. Verder is, gezien de wervingsresultaten van 1999 en de verwachte wervingsresultaten in 2000, de begrotingssterkte BBT-personeel neerwaarts bijgesteld voor 2000 en 2001.

Verplaatsingskosten

De stijging van de verplaatsingskosten is een direct gevolg van het nieuwe Verplaatsingskostenbesluit. Het betreft met name de verhoging van de financiële tegemoetkoming dagelijks woon-/werkverkeer.

Overige mutaties

Het betreft hier de restontvlechting betreffende het Nationaal VerzorgingsCommando (NVC), de Regionaal Geneeskundige Diensten (RGD) en de Afdeling Individuele Hulpverlening (AIH). In een eerder stadium zijn reeds de personeelsgerelateerde budgetten aan het ressort 1(GE/NL) Legerkorps toegevoegd. De nu opgenomen mutatie betreft de overheveling van de materiële budgetten. Tevens heeft deze mutatie betrekking op de duurdere inhuur ten behoeve van de beheersorganisatie voor Communicatie- en Informatiesystemen (CIS).

Ressort Nationaal Commando

Het ondersteunend ressort Nationaal Commando (NATCO) is ingericht op basis van resultaatverantwoordelijke eenheden, georganiseerd volgens de principes van een lijnstaforganisatie. De organisatie van het NATCO bestaat in 2001 uit de volgende eenheden: Staf, de drie Regionale Militair Commando's, het Netherlands Armed Forces Support Agency Germany (NASAG), het National Support Command, het Landelijk Bevoorradingsbedrijf KL, het Nationaal Verzorgingscommando, het Hoger Onderhoudsbedrijf KL, de prepositioned Organizational Material Site (POMS), de Arbodienst Koninklijke Landmacht en het Explosieven Opruimingscommando Koninklijke Landmacht.

Activiteitentoelichting en prestatie-indicatoren

Het NATCO is een serviceverlenend commando van de Koninklijke Landmacht, dat anderen, binnen en buiten de Koninklijke Landmacht, door het aanbieden van een scala aan producten en diensten, in staat stelt hun taken succesvol uit te voeren. Het staat garant voor de bewaking van kazernes en strategische objecten en voor de ondersteuning van bondgenoten op Nederlands grondgebied en biedt faciliteiten op het gebied van onder andere oefeningen, werken, educatie, recreatie, huisvesting en geneeskundige verzorging. Het onderhoudt materieel van allerlei aard en voorziet in de opslag en distributie daarvan. Naast deze faciliterende taken levert het Nationaal Commando ook operationele output, onder andere door het ruimen van explosieven en het leveren van host nations support aan de strijdkrachten van bondgenoten. Tevens draagt het zorg voor steunverlening en militaire bijstand, bijvoorbeeld in de vorm van humanitaire noodhulp en rampenbestrijding.

De grote differentiatie in producten en diensten van het Nationaal Commando noopt tot een clustering. De volgende clusters van activiteiten en producten worden onderscheiden:

– facilitaire diensten: dit betreft het cluster van diensten op het gebied van geneeskundige verzorging, infrastructuur en milieu, integrale veiligheidszorg, telematica, geleverde voedings- en kantinediensten en overige facilitaire diensten;

– operationele diensten: hieronder vallen alle steunverleningen;

– specifieke diensten: dit betreft de gedetineerdenzorg en explosieven-opruiming;

– logistieke diensten: hieronder wordt verstaan het uit te voeren hoger onderhoud, bevoorrading, beheer en opleg.

Voor de jaren 2000 tot en met 2002 is ten aanzien van bovenstaande hoofdproducten de volgende capaciteitsinzet gepland:

 
ActiviteitenMeeteenheidRealisatie 1999Ontwerpbegroting 2000Vermoedelijke uitkomsten 2000Raming 2001Raming 2002
Facilitaire dienstenx 1000 mensuren5 2005 7305 0303 9903 650
Operationele dienstenx 1000 mensuren150100180180180
Specifieke dienstenx 1000 mensuren580430560490490
Logistieke dienstenx 1000 mensuren3 3402 8403 1001 5201 520

De vermindering in de omvang van de geplande activiteiten wordt veroorzaakt door de overdracht van eenheden aan het 1(GE/NL) Legerkorps, de Directie Personeel en Organisatie en aan het Defensie Interservice Commando.

De verplichtingen en de uitgaven Nationaal Commando per artikelonderdeel

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen (x f 1000)
ArtikelonderdeelVerplichtingen
 1999200020012002200320042005
04.20.05 Ambtelijk burgerpersoneel485 261475 694370 165363 125360 623359 095359 095
04.20.06 Militair personeel228 046216 799142 948140 706140 537141 221140 610
04.20.07 Overige personele uitgaven193 628175 228161 860139 600137 325166 412118 688
04.20.08 Materiële uitgaven559 234589 879544 694521 347544 970602 377491 802
Stand ontwerpbegroting 20011 466 1691 457 6001 219 6671 164 7781 183 4551 269 1051 110 195
Stand 1e suppletore begroting 2000 1 452 9851 271 5961 182 1191 207 7941 218 033 
Nieuwe mutaties 4 615– 51 929– 17 341– 24 33951 072 
De onderverdeling naar artikelonderdelen van de uitgaven (x f 1000)
ArtikelonderdeelUitgaven
 1999200020012002200320042005
04.20.05 Ambtelijk burgerpersoneel485 261475 694370 165363 125360 623359 095359 095
04.20.06 Militair personeel228 046216 799142 948140 706140 537141 221140 610
04.20.07 Overige personele uitgaven160 975162 461171 187133 297129 767130 237130 629
04.20.08 Materiële uitgaven543 002548 800513 751545 243516 706507 011491 800
Stand ontwerpbegroting 20011 417 2841 403 7541 198 0511 182 3711 147 6331 137 5641 122 134
Stand 1e suppletore begroting 2000 1 399 1391 226 5961 214 1851 198 9721 184 670 
Nieuwe mutaties 4 615– 28 545– 31 814– 51 339– 47 106 

Nieuwe mutaties

Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:     
– Prijsbijstelling12 81413 14613 35913 49313 209
– Ramingsbijstellingen– 12 81415 82711 29313 93615 922
Sub-totaal technische bijstellingen028 97324 65227 42929 131
Beleidsmatige bijstellingen:      
* Mutaties Defensienota      
– aanpassing P-structuur en functiebestand – 124– 392– 525– 890
* Overige beleidsmatige mutaties     
– aanpassing begrotingssterkte5 5959 74611 39310 75310 658
– verplaatsingskosten 5 1595 1524 6454 498
– overige personele uitgaven 18 7932 330– 1 168– 9 777
– onderhoud gebouwen, werken en terreinen 11 5299 2526 2823 748
– regulier onderhoud – 44 193– 42 062– 41 559– 41 469
– munitie – 37 605– 24 700– 37 439– 25 457
– overige mutaties– 980– 20 823– 17 439– 19 757– 17 548
Sub-totaal beleidsmatige bijstellingen4 615– 57 518– 56 466– 78 768– 76 237
Totaal van de nieuwe mutaties4 615– 28 545– 31 814– 51 339– 47 106

Toelichting nieuwe mutaties

Aangezien de verplichtingen- en uitgavenmutaties dezelfde oorzaken hebben, geldt hetgeen hieronder vermeld wordt voor de uitgaven eveneens voor de verplichtingen. Indien belangrijke verschillen optreden dan zal daar expliciet melding van worden gemaakt.

Technische bijstellingen

Prijsbijstelling

De uitgavenniveaus zijn aangepast aan het prijsniveau 2000.

Ramingsbijstellingen

De mutaties zijn het gevolg van herziene berekeningen van het salaris op basis van de thans vastgestelde personeelsopbouw en -samenstelling. In de vorige begroting was onvoldoende rekening gehouden met het effect van de ontvlechting van het Nationaal Verzorgings Commando (NVC) naar 1(GE/NL) Legerkorps op de gemiddelde salarissen van het NATCO-personeel. Het overgedragen personeel heeft relatief lage schalen en rangen waardoor de middensom van het overblijvende NATCO-personeel is gestegen.

Beleidsmatige bijstellingen

Mutaties Defensienota

Aanpassing P-structuur en functiebestand

De aanpassing van de personeelsstructuur leidt tot een verjonging van het personeelsbestand, waardoor de middensom daalt. Verder wordt het rangsniveau van 15% van de formatie omlaag gebracht. Een nader onderzoek naar de invulling van de personeelsmaatregelen uit de Defensienota is thans gaande.

Overige beleidsmatige bijstellingen

Aanpassing begrotingssterkte

De beleidsmatige bijstelling betreft met name een correctie op de ontvlechting van de Elektronische Centrale Werkplaats (ECW) naar het Nationaal Verzorgings Commando van het 1GE/NL (vanaf 2001).

Verplaatsingskosten

De stijging van de verplaatsingskosten is een direct gevolg van het nieuwe Verplaatsingskostenbesluit. Het betreft met name de verhoging van de financiële tegemoetkoming voor dagelijks woon-/werkverkeer.

Overige personele uitgaven

De langere inhuur dan voorzien van personeel van de Nederlandse Veiligheidsdienst als gevolg van de vertraging van het investeringsproject Integrale Veiligheidszorg, een nieuwe aanvullende behoefte ter completering van de huidige PersoonsGebonden Uitrusting (PGU)-pakketten ten behoeve van de Peace Enforcement (PE)-brigade en hogere middensommen voor de inhuur van tijdelijk personeel op formatieplaatsen zorgen voor een stijging van de uitgaven in 2001–2003. In 2001 wordt de eerste levering voorzien van de nieuwe NBC-kleding. Van de tweede levering in 2004 zal een deel doorschuiven naar 2005.

Onderhoud Gebouwen, Werken en Terreinen

Enerzijds is sprake van een daling van het budget Klein Onderhoud omdat diverse behoeften worden afgedekt in het budget Groot Onderhoud (bij het ressort LAS/IROM). Anderzijds stijgen de uitgaven in het kader van de Commandantenvoorziening omdat nieuwe behoeften, die zijn ontstaan in het kader van nieuwe milieu-, arbo- en warenwetgeving, op decentraal niveau dienen te worden vervuld.

Regulier onderhoud

Een herziene inschatting van de financiële consequenties op de langere termijn van de ontvlechting van onderhoudstaken tussen het NATCO en de Directie Materieel (DM) heeft met betrekking tot de deelbudgetten wielvoertuigen, manoeuvre- en artillerie-materieel geleid tot een neerwaartse bijstelling van de ramingen. De correctie betreft met name modificatieprogramma's en de aanvullende behoeften volgend op onderhoudsprogramma's.

Verder is in het kader van de ontvlechting het NVC-budget overgeheveld naar 1(GE/NL) Legerkorps inzake de zelfstandige aanschaffingen van reservedelen en overige onderhoudsvoorzieningen.

Tenslotte zijn de verrekeningen met artikel 08.02 Vredesoperaties verhoogd aan de hand van de realisatie 1999. Dit op basis van de verwachting, dat de omvang van de uitzendingen wereldwijd in de begrotingsperiode op hetzelfde niveau zal blijven als in 1999.

Munitie

De volledige afstemming van de planning van de aanschaffing Unimodulaire Ladingen op de instroom van de serie Vervanging Vuurmonden M109/M114 (investeringen: vanaf 2005) en vertraging van de bestelling nieuwe PRTL-35mm munitie zorgen voor een neerwaartse bijstelling van de ramingen in de begrotingsperiode.

Overige mutaties

De overige mutaties betreffen met name bijgestelde IV&T-behoeften, die KL-breed zijn afgestemd («programmamanagement»). Herziening van de randvoorwaarden in dit kader hebben bij NATCO geleid tot een bijstelling van het IV&T-programma met een neerwaartse bijstelling van de ramingen als gevolg.

Ressort Commando Opleidingen Koninklijke Landmacht

Het ressort Commando Opleidingen Koninklijke Landmacht (COKL) bestaat uit twaalf resultaat-verantwoordelijke eenheden. Dit betreft, naast de Staf, negen opleidingscentra – Manoeuvre, Vuursteun, Genie, Logistiek, Rijden, Ede, Initiële Opleidingen, de Koninklijke Militaire School en het Instituut voor Leiderschap, Media en Opleidingskunde – en twee bijzondere organisatie-eenheden, te weten de Begeleidingsorganisatie Civiel Onderwijs (BOCO) en de Lichamelijke Oefening en Sportorganisa-tie(LO/S).

Activiteitentoelichting en prestatie-indicatoren

Het COKL verzorgt individuele opleidingen voor zover deze niet aan de Koninklijke Militaire Academie zijn opgedragen of zijn uitbesteed aan het Instituut Defensie Leergangen. Het is belast met het ontwikkelen van beleid en het verzorgen van individuele opleidingen, met inbegrip van lichamelijke opvoeding, sport, fysieke training en grensverleggende activiteiten, het certificeren van het militair onderwijs en het bieden van civiele (bij)scholingsmogelijkheden. Tevens betreft dit methoden en technieken van onderwijs en het gebruik van audiovisuele hulpmiddelen ten behoeve van opleiden en oefenen. Het COKL begeleidt het personeel van de Koninklijke Landmacht en bemiddelt inzake te volgen opleidingen.

Het COKL maakt onderscheid tussen primaire en secundaire producten. Primaire producten zijn producten die een bijdrage leveren aan de operationele gereedheid van de Koninklijke Landmacht. De secundaire producten zijn hier niet direct aan gerelateerd.

Clustering van de primaire producten leidt tot een onderscheid in de volgende hoofdproduct-groepen:

• initiële opleidingsproducten (in aantal opleidingsplaatsen): dit zijn alle initiële opleidingen die aan een instromende militair worden gegeven om in de eerste functie te kunnen functioneren;

• vervolgopleidingsproducten (in aantal opleidingsplaatsen): dit betreft een grote variëteit aan opleidingen die aan militairen worden gegeven teneinde in aanmerking te komen voor een vervolgfunctie of een hogere rang, alsmede om het functioneren van de militair te verbeteren;

• trainingsproducten (in mensdagen): faciliteiten om de geoefendheid van eenheden en individuen op peil te houden c.q. te brengen (gebruik specifieke geavanceerde onderwijsleermiddelen en simulatoren, schietbanen, beschikbaarstellen van observer/trainers);

• opleiding en training in LO/S (in mensuren): het verzorgen van LO/S-lessen aan eenheden van de Koninklijke Landmacht alsmede het voorzien in ondersteuning van grensverleggende activiteiten en fysieke training.

Clustering van de secundaire activiteiten leidt tot een onderscheid in de volgende hoofdproductgroepen:

• kennisproducten (in mensuren): studies, voorschriften en documenten die het beter functioneren van medewerkers van de Koninklijke Landmacht ondersteunen;

• steunverlening (in mensdagen): activiteiten die uitgevoerd worden ten behoeve van het imago van de Koninklijke Landmacht en het daarvoor ter beschikking stellen van personele en materiële middelen. Hierbij is onderscheid te maken tussen maatschappelijke dienstverlening en militaire steun/bijstand;

• maatschappelijke meerwaarde: bemiddeling en begeleiding van civiel onderwijs ten behoeve van BBT-ers (in positief afgeronde studiecontracten).

 
ProductenMeeteenheidRealisatie 1999Ontwerpbegroting 2000Vermoedelijke uitkomsten 2000Raming 2001Raming 2002
Primaire      
Initiële opleidingsproductenopleidingsplaatsen10 31016 16511 00013 00013 200
Vervolgopleidingsproductenopleidingsplaatsen41 13241 74043 50044 50044 400
Trainingsproducten*aantal mensdagen30 29631 21816 20016 60016 900
LO/S opleidingen en trainingmensuren204 499216 953196 500206 000208 000
Secundaire      
Kennisproducten*aantal494461   
 mensuren  63 00064 00064 000
Steunverleningmensdagenn.v.t. n.v.t.5 5005 5005 500
Maatschappelijke meerwaardeaantal1 6801 9441 6001 7001 800

* Eerstgenoemde meeteenheid geldt voor 1999 en ontwerpbegroting 2000

De verplichtingen en de uitgaven Commando Opleidingen Koninklijke Landmacht per artikelonderdeel

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen (x f 1000)
ArtikelonderdeelVerplichtingen
 1999200020012002200320042005
04.20.09 Ambtelijk burgerpersoneel63 71961 85564 50565 81667 36768 01468 014
04.20.10 Militair personeel293 400296 317295 895296 073298 708297 793297 182
04.20.11 Overige personele uitgaven41 41142 49445 65445 85846 28246 90647 025
04.20.12 Materiële uitgaven27 87028 70325 70424 91224 71424 88024 837
Stand ontwerpbegroting 2001426 400429 369431 758432 659437 071437 593437 058
Stand 1e suppletore begroting 2000 440 280443 873446 668451 616451 945 
Nieuwe mutaties – 10 911– 12 115– 14 009– 14 545– 14 352 
De onderverdeling naar artikelonderdelen van de uitgaven (x f 1000)
ArtikelonderdeelUitgaven
 1999200020012002200320042005
04.20.09 Ambtelijk burgerpersoneel63 71961 85564 50565 81667 36768 01468 014
04.20.10 Militair personeel293 400296 317295 895296 073298 708297 793297 182
04.20.11 Overige personele uitgaven41 00442 49445 65445 85846 28246 90647 025
04.20.12 Materiële uitgaven24 18428 70325 70424 91224 71424 88024 837
Stand ontwerpbegroting 2001422 307429 369431 758432 659437 071437 593437 058
Stand 1e suppletore begroting 2000 440 280443 873446 668451 616451 945 
Nieuwe mutaties – 10 911– 12 115– 14 009– 14 545– 14 352 

Nieuwe mutaties

Specificatie nieuwe mutaties (x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:     
– prijsbijstelling1 2511 3701 3931 4821 488
– ramingsbijstellingen– 1 251– 2 839– 3 762– 3 568– 2 836
Sub-totaal technische bijstellingen0– 1 469– 2 369– 2 086– 1 348
Beleidsmatige bijstellingen:      
* Mutaties Defensienota      
– aanpassing P-structuur en functiebestand – 262– 845– 1 140– 1 931
* Overige beleidsmatige mutaties     
– aanpassing begrotingssterkte– 12 997– 7 935– 7 910– 7 821– 8 196
– verplaatsingskosten 1 4131 3001 4911 479
– overige mutaties2 086– 3 862– 4 185– 4 989– 4 356
Sub-totaal beleidsmatige bijstellingen– 10 911– 10 646– 11 640– 12 459– 13 004
Totaal van de nieuwe mutaties– 10 911– 12 115– 14 009– 14 545– 14 352

Toelichting nieuwe mutaties

Aangezien de verplichtingen- en uitgavenmutaties dezelfde oorzaken hebben, geldt hetgeen hieronder vermeld wordt voor de uitgaven eveneens voor de verplichtingen.

Technische bijstellingen

Prijsbijstellingen

De uitgavenniveaus zijn aangepast aan het prijsniveau 2000.

Ramingsbijstellingen

De mutaties zijn het gevolg van herziene berekeningen van het salaris op basis van de thans vastgestelde personeelsopbouw en -samenstelling.

Beleidsmatige bijstellingen

Mutaties Defensienota

Aanpassing P-structuur en functiebestand

De aanpassing van de personeelsstructuur leidt tot een verjonging van het personeelsbestand, waardoor de middensom daalt. Verder wordt het rangsniveau van 15% van de formatie omlaag gebracht. Een nader onder-zoek naar de invulling van de personeelsmaatregelen uit de Defensienota is thans gaande.

Overige beleidsmatige mutaties

Begrotingssterkte

De beleidsmatige bijstelling van de begrotingssterkte wordt voor het grootste deel veroorzaakt door een daling van het aantal BOT-leerlingen dat bij COKL instroomt en een initiële opleiding volgt.

Verplaatsingskosten

De stijging van de verplaatsingskosten is een direct gevolg van het nieuwe Verplaatsingskostenbesluit. Het betreft met name de verhoging van de financiële tegemoetkoming dagelijks woon-/werkverkeer.

Overige mutaties

De mutatie van de begrotingssterkte en het opheffen/concentreren/verplaatsen van eenheden verklaart grotendeels de neerwaartse bijstelling van de ramingen Bureauzaken plus Inventarisgoederen en klein materieel.

Ressort Overige eenheden Bevelhebber der Landstrijdkrachten (BLS)

Het ressort Overige eenheden BLS bestaat uit de Koninklijke Militaire Academie, de Topografische Dienst Nederland, de Centrale Dienst Personeel en Organisatie (CDPO) en de Directie Materieel. Daarnaast zijn er nog enkele kleine organisatie-elementen ondergebracht bij dit ressort, zoals het personeel van de Koninklijke Landmacht bij de Navo-staven.

Activiteiten

De Overige eenheden BLS ondersteunen de Landmachtstaf en de ressorts bij het uitvoeren van de hun opdragen taken. De diensten van de huidige directies worden als centraal ondersteunend aangemerkt. Zij ondersteunen de Landmachtstaf bij onder andere het ontwikkelen van beleid, instrumenten en planalternatieven. Zo is de Directie Materieel belast met het verwerven, in stand houden en afstoten van materiële middelen terwijl de Directie Personeel en Organisatie het personele proces in de Koninklijke Landmacht ondersteunt. De Koninklijke Militaire Academie (KMA) verzorgt voor zowel de Koninklijke Landmacht als de Koninklijke Luchtmacht de opleiding en vorming tot officier voor beroepspersoneel bepaalde en onbepaalde tijd. Ook verricht de KMA wetenschappelijk onderzoek ten behoeve van het onderwijs in de militaire bedrijfskunde. De Topografische Dienst Nederland (TDN) voorziet de krijgsmacht, Navo-partners, (semi-) overheids- en private instellingen en personen van geografische producten en informatie. De ministeries van VROM en Defensie hebben een onderzoek gestart naar de haalbaarheid en consequenties van een fusie tussen het Kadaster en de TDN.

De verplichtingen en de uitgaven Overige eenheden BLS per artikelonderdeel

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen (x f 1000)
ArtikelonderdeelVerplichtingen
 1999200020012002200320042005
04.20.13 Ambtelijk burgerpersoneel104 665109 279114 105112 258111 812111 678111 678
04.20.14 Militair personeel167 068162 229168 478168 062167 996167 299169 796
04.20.15 Overige personele uitgaven62 310114 39973 10273 36977 72181 32586 388
04.20.16 Materiële uitgaven175 482144 632118 499106 508105 290112 709110 386
Stand ontwerpbegroting 2001509 525530 539474 184460 197462 819473 011478 248
Stand 1e suppletore begroting 2000 488 698413 066397 405389 578425 914 
Nieuwe mutaties 41 84161 11862 79273 24147 097 
De onderverdeling naar artikelonderdelen van de uitgaven (x f 1000)
ArtikelonderdeelUitgaven
 1999200020012002200320042005
04.20.13 Ambtelijk burgerpersoneel104 665109 279114 105112 258111 812111 678111 678
04.20.14 Militair personeel167 068162 229168 478168 062167 996167 299169 796
04.20.15 Overige personele uitgaven62 45095 08292 22981 21879 57283 17588 238
04.20.16 Materiële uitgaven211 365195 497153 031112 035112 621116 550119 947
Stand ontwerpbegroting 2001545 548562 087527 843473 573472 001478 702489 659
Stand 1e suppletore begroting 2000 520 246459 379429 165409 912418 809 
Nieuwe mutaties 41 84168 46444 40862 08959 893 

Nieuwe mutaties

Specificatie nieuwe mutaties (x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:     
– prijsbijstelling4 4884 4263 4373 5253 566
– ramingsbijstellingen18 33313 33517 26511 1149 350
Sub-totaal technische bijstellingen22 82117 76120 70214 63912 916
Beleidsmatige bijstellingen:      
* Mutaties Defensienota      
– aanpassing P-structuur en functiebestand18 775– 142– 457– 611– 1 034
– outplacement1 7192 3449381 406938
– externe werkzekerheid5 52110 77315 78420 58125 191
– overboeking CDV-gelden31 650    
– overige mutaties Defensienota470– 2 972– 2 957– 2 939– 2 995
* Overige beleidsmatige mutaties     
– aanpassing begrotingssterkte– 5 729– 4 067– 4 200– 4 449– 5 037
– verplaatsingskosten3 3174 0924 1474 2414 158
– projectmatig onderhoud 21 54317 38715 64213 197
– voorziening woonruimte 2 7493 0761 720963
– overige mutaties– 36 70316 383– 10 01211 85911 596
Sub-totaal beleidsmatige bijstellingen19 02050 70323 70647 45046 977
Totaal van de nieuwe mutaties41 84168 46444 40862 08959 893

Toelichting nieuwe mutaties

Aangezien de verplichtingen- en uitgavenmutaties dezelfde oorzaken hebben, geldt hetgeen hieronder vermeld wordt voor de uitgaven eveneens voor de verplichtingen. Indien belangrijke verschillen optreden dan zal daar expliciet melding van worden gemaakt.

Technische bijstellingen

Prijsbijstelling

De uitgavenniveaus zijn aangepast aan het prijsniveau 2000.

Ramingsbijstellingen

De mutaties zijn het gevolg van herziene berekeningen van het salaris op basis van de thans vastgestelde personeelsopbouw en -samenstelling.

Beleidsmatige bijstellingen

Mutaties Defensienota

Aanpassing P-structuur en functiebestand

De aanpassing van de personeelsstructuur leidt tot een verjonging van het personeelsbestand, waardoor de middensom daalt. Verder wordt het rangsniveau van 15% van de formatie omlaag gebracht. Een nader onderzoek naar de invulling van de personeelsmaatregelen uit de Defensienota is thans gaande. Bovendien is hier opgenomen de stalling van het aandeel van de Koninklijke Landmacht in de f 50 miljoen voor nieuw P-beleid in 2000.

Outplacement

Als gevolg van de aanpassing van de personeelsstructuur kan er overtolligheid ontstaan. Dit personeel kan op basis van vrijwilligheid gebruik maken van het herplaatsingstraject, waarbij het betrokken personeel uit de KL-organisatie wordt geplaatst. Voor de uitgaven in dit kader zijn gelden opgenomen bij CDPO.

Externe werkzekerheid

Het betreft hier de voorlopige stalling van het budget dat bestemd is voor de vergroting van de werkzekerheid voor BBT'ers na hun contractafloop. In samenspraak met de Centrale organisatie (Directoraat-Generaal Personeel) wordt hiertoe een plan ontwikkeld. Afhankelijk van het bieden van een opleiding tijdens of na afloop van de contractperiode, worden de budgetten aan de ressorts toebedeeld.

Overboeking CDV-gelden

Deze gelden, die in eerste instantie bij dit ressort waren gestald, zijn thans verwerkt in de investeringsbegroting.

Overige beleidsmatige mutaties

Begrotingssterkte

Bij dit ressort is de ARBO-dienst (onder de CDPO) uitgebreid en ontvangen de zakgeldgenietende cadetten (KMA) een wedde conform de BOT-militairen. De rangverdeling in het leerlingenbestand is aangepast omdat oorspronkelijk was uitgegaan van hogere rangen dan nu in werkelijkheid het geval is. Daarnaast zijn de BOT- en BBT-leerlingen in aantallen neerwaarts bijgesteld op basis van de verwachte wervingsresultaten.

Verplaatsingskosten

De stijging van de verplaatsingskosten is een direct gevolg van het nieuwe Verplaatsingskostenbesluit. Het betreft met name de verhoging van de financiële tegemoetkoming dagelijks woon/werkverkeer.

Projectmatig onderhoud

De Koninklijke Landmacht heeft te maken met een inhaalslag voor het onderhoud aan materieel van reserve-eenheden die thans paraat zijn gesteld. Bovendien moet het huidige materieel langer mee door vertraging in de vervanging van materieel, hetgeen leidt tot extra onderhoud aan het huidige materieelbestand. Door het eerder voldoen aan (herziene) milieu- en arbowetgeving verschuift, met betrekking tot het deelbudget wielvoertuigen, een aantal modificatieprogramma's uit latere jaren naar 2001. Het betreft onder meer het brandstoftransportmiddel YF-4442, de oplegger met werkruimte, de branders van de veldkeuken en de mobiele drinkwaterinstallatie.

Ten aanzien van het deelbudget manoeuvre-materieel heeft de behoefte aan meer inzetgereed materieel in het kader van de Vredesoperaties een kasgeldverschuiving van 2002 naar 2001 tot gevolg. Het betreft een extra uitbesteding van achterstallig onderhoud aan 22 YPR-voertuigen in navolging op het lopende onderhoudsprogramma van 234 voertuigen.

Voorziening woonruimte

De raming Voorziening woonruimte is bijgesteld als gevolg van de asbestproblematiek. In Zeven (Duitsland) is in 225 huurwoningen asbest geconstateerd waardoor Nederlandse militairen met hun gezinnen niet langer in deze woningen kunnen blijven wonen. De huurders zijn ondergebracht in nieuwbouwwoningen die een hogere huurprijs kennen. De oude woningen worden gefaseerd afgestoten. Tevens is de Koninklijke Landmacht voor de leegstaande woningen huur verschuldigd.

Overige mutaties

Met name in het verleden opgelopen vertragingen in de uitvoering van het basisonderhoud aan mortieropsporingradars alsmede de vervanging van de Back Up faciliteiten ten behoeve van het communicatiesysteem Zodiac leiden tot een stijging van de uitgaven in 2001. De daling vanaf 2002 wordt met name veroorzaakt door het vervallen van de reeds bij het investeringsartikel geraamde uitgaven voor het project ISIS (Integrated Staff Information System) bij het 1(GE/NL)Legerkorps). Dit effect wordt vanaf 2003 gecompenseerd door hogere onderhoudsuitgaven dan voorzien voor het project DS/IOT (Duelsimulatoren Geïnstrumenteerd Oefensterrein).

Uitgavenverdeelstaat

 
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
Uitgaven Overige eenheden BLS545 547562 087527 843473 573472 001478 702489 659
Volledig toe te rekenen aan:        
– Apparaatsuitgaven Overige eenheden BLS395 139402 442382 620371 897371 209370 487373 348
Specifiek (uniek) toe te rekenen aan:        
– 1 (GE/NL) Legerkorps150 408159 645134 45085 89280 21183 02486 683
Niet specifiek toe te rekenen        
– Stalling externe werkzekerheid  10 77315 78420 58125 19129 628

Toelichting op de uitgavenverdeelstaat

Met de oprichting van het Landelijk BevoorradingsBedrijf KL (LBBKL) en de gelijktijdige reorganisatie van de Directie Materieel (DM) zijn de taken en de bevoegdheden in het kader van de voorraadbeheersing door deze directie met ingang van 1999 overgedragen aan het NATCO. Het gaat hierbij met name om kleding, voeding, reservedelen, componenten, overige onderhoudsvoorzieningen en algemene verbruiksartikelen.

De huidige DM richt zich met name op de grotere onderhoudsprojecten. Deze projecten betreffen (sensor-, wapen-, commando- en communicatie)-systemen en (wiel- en rups)voertuigen, die direct zijn gerelateerd aan de taakuitvoering van 1(GE/NL)Legerkorps. Derhalve zijn alle programmauitgaven van de DM toegerekend aan dit ressort. Als lopende grote projecten kunnen worden genoemd het toestandafhankelijk onderhoud aan 180 Leopard-2 gevechtstanks en de uitbesteding van 234 YPR's in het kader van het onderhoudsprogramma 2000. Deze projecten zullen naar verwachting in 2001 worden afgerond.

Het niet specifiek toe te rekenen bedrag heeft betrekking op het bij dit ressort gestalde bedrag voor het vergroten van de externe werkzekerheid van BBT'ers na hun contractafloop.

Ressort Landmachtstaf

Tot het ressort Landmachtstaf worden de volgende eenheden gerekend: de Beleidsstaf, waaronder de Directeur Beleid en Planning, de Directeur Control en de Directeur Personeel, de Operationele Staf BLS, een ondersteunend element met daarin het kabinet van de BLS en een stafgroep met een aantal kleine eenheden.

Activiteiten

De Landmachtstaf ondersteunt de bevelhebber bij de aansturing van de Koninklijke Landmacht en in zijn rol van adviseur van de minister. Belangrijke activiteiten van de Landmachtstaf zijn het uitwerken van de grondslagen en hoofdlijnen van het beleid van de Koninklijke Landmacht en het scheppen van de beleidsmatige voorwaarden om de eenheden en/of het individuele (reserve)personeel van de Koninklijke Landmacht gereed te hebben en beschikbaar te stellen voor alle taken in het gehele crisisbeheersingsspectrum. De Landmachtstaf draagt zorg voor het integreren van het beleid in de ter beschikking staande financiële ruimte, het opstellen van plandocumenten en het verzorgen van de informatie-uitwisseling met de Centrale organisatie. Daarbij waarborgt de Landmachtstaf een doelmatige inrichting en uitvoering van de bedrijfsprocessen en verschaft zij inzicht in de kwaliteit van de bedrijfsvoering. Tenslotte verzorgt de Landmachtstaf de beleidsmatige voorbereiding, de coördinatie en de evaluatie van alle uitzendingen en treedt op als aanspreekpunt en coördinator naar de Defensiestaf, het Defensie Crisisbeheersingscentrum en instanties buiten de Koninklijke Landmacht.

De verplichtingen en de uitgaven Landmachtstaf per artikelonderdeel

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen (x f 1000)
ArtikelonderdeelVerplichtingen
 1999200020012002200320042005
04.20.17 Ambtelijk burgerpersoneel25 88626 42226 45326 51926 59426 74026 740
04.20.18 Militair personeel30 96530 81232 48132 61332 56932 55332 549
04.20.19 Overige personele uitgaven9 49210 6556 1856 1616 2066 2166 217
04.20.20 Materiële uitgaven138 687115 922120 837123 511127 678124 930128 211
Stand ontwerpbegroting 2001205 030183 811185 956188 804193 047190 439193 717
Stand 1e suppletore begroting 2000 159 154163 136155 719154 563154 935 
Nieuwe mutaties 24 65722 82033 08538 48435 504 
De onderverdeling naar artikelonderdelen van de uitgaven (x f 1000)
ArtikelonderdeelUitgaven
 1999200020012002200320042005
04.20.17 Ambtelijk burgerpersoneel25 88626 42226 45326 51926 59426 74026 740
04.20.18 Militair personeel30 96530 81232 48132 61332 56932 55332 549
04.20.19 Overige personele uitgaven9 31010 6556 1856 1616 2066 2166 217
04.20.20 Materiële uitgaven115 978115 922120 837123 511127 678124 930128 211
Stand ontwerpbegroting 2001182 139183 811185 956188 804193 047190 439193 717
Stand 1e suppletore begroting 2000 159 154163 136155 719154 563154 935 
Nieuwe mutaties 24 65722 82033 08538 48435 504 
Specificatie nieuwe mutaties (x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:     
– prijsbijstelling2 1632 4382 5532 7942 718
– ramingsbijstellingen– 2 163– 203– 833– 156150
Sub-totaal technische bijstellingen 2 2351 7202 6382 868
Beleidsmatige bijstellingen:      
* Mutaties Defensienota      
– aanpassing P-structuur en functiebestand – 29– 93– 124– 211
* Overige beleidsmatige mutaties     
– aanpassing begrotingssterkte934960960960960
– groot onderhoud en beheerskosten DGWT15 00015 23025 98529 70928 745
– overige specifieke materiële zaken3 4723 3643 5364 3142 186
– overige mutaties5 2511 060977987956
Sub-totaal beleidsmatige bijstellingen24 65720 58531 36535 84632 636
Totaal van de mutaties24 65722 82033 08538 48435 504

Toelichting nieuwe mutaties

Aangezien de verplichtingen- en uitgavenmutaties dezelfde oorzaken hebben, geldt hetgeen hieronder vermeld wordt voor de uitgaven eveneens voor de verplichtingen.

Technische bijstellingen

Prijsbijstelling

De uitgavenniveaus zijn aangepast aan het prijsniveau 2000.

Ramingsbijstellingen

De mutaties zijn het gevolg van herziene berekeningen van het salaris op basis van de thans vastgestelde personeelsopbouw en -samenstelling.

Beleidsmatige bijstellingen

Mutaties Defensienota/Aanpassing P-structuur en functiebestand

De aanpassing van de personeelsstructuur leidt tot een verjonging van het personeelsbestand, waardoor de middensom daalt. Verder wordt het rangsniveau van 15% van de formatie omlaag gebracht. Een nader onder-zoek naar de invulling van de personeelsmaatregelen uit de Defensienota is thans gaande.

Overige beleidsmatige mutaties

Aanpassing begrotingssterkte

De aanpassing van de begrotingssterkte is grotendeels het gevolg van de uitbreiding van het aantal militairen onbepaalde tijd bij de Operationele Staf met het oog op het toenemende belang van uitzendingen en de daartoe noodzakelijke sturing.

Groot onderhoud en beheerskosten DGW&T

De verhoging van het budget groot onderhoud is benodigd voor het continueren van de reeds ingezette inhaalslag om het achterstallig onderhoud aan gebouwen weg te werken. Dit moet op termijn leiden tot lagere structurele onderhoudskosten en herstel van het preventieve karakter van de onderhoudsinspanningen. De beheerskosten DGW&T worden uitgedrukt in een percentage van het budget groot onderhoud.

Overige specifieke materiële zaken

Het betreft met name uitgaven voor wetenschappelijk onderzoek.

Overige mutaties

De overige mutaties hebben betrekking op de toegenomen inhuur op formatieve en bovenformatieve arbeidsplaatsen als gevolg van het nog niet gevuld zijn van gereorganiseerde organisatiedelen. Daarnaast is sprake van stijging van de verplaatsingskosten als gevolg van het nieuwe Verplaatsings-kostenbesluit. Dit betreft met name de verhoging van de financiële tegemoetkoming dagelijks woon-/werkverkeer.

Artikelonderdeel 04.20.21 Wachtgelden en inactiviteitswedden

De uitgaven op dit artikelonderdeel hebben betrekking op de diverse wachtgeldregelingen voor het burger- en militair personeel van de Koninklijke Landmacht. Naast het regulier wachtgeld worden op dit artikelonderdeel ook de uitgaven voor wachtgelden en uitstroombevorderende maatregelen geraamd die voor de Koninklijke Landmacht uit het Sociaal Beleidskader (SBK) voortvloeien.

Volgens het gestelde in artikel 4, lid 6, punt a van de comptabiliteitswet wordt bij dit artikelonderdeel als verplichting opgenomen het bedrag dat als uitgaaf wordt geraamd.

De verplichtingen en de uitgaven wachtgelden en inactiviteitswedden per categorie

 
CategorieVerplichtingen en uitgaven
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
Wachtgelden SBK/UBMO Burgerpersoneel24 16522 26319 70722 45323 55222 61319 635
WBDP Burgerpersoneel3 7353 9363 9513 9514 4004 8004 800
WAO Burgerpersoneel4168702 3196 4698 2629 0009 800
Overige uitkeringen Burgerpersoneel6 6295 6754 9894 5484 0383 5442 946
Wachtgelden SBK/UBMO Militair personeel27 23520 28416 09917 11019 69719 49616 419
Werkloosheidsbesluit BBT-Militairen10 1329 9897 7407 9588 3268 6939 035
Werkloosheidsbesluit BOT-Militairen105240450450450450450
WAO en BW AO 5382 0263 6265 0435 3005 300
Overige wachtgelden Militair personeel1 169824632541409200126
Totaal73 58664 61957 91367 10674 17774 09668 511
Uitvoeringskosten USZO22 89525 35023 30723 14922 37722 37722 377
Stand ontwerpbegroting 200196 48189 96981 22090 25596 55496 47390 888
Stand 1e suppletore begroting 2000 88 71075 73869 78866 30863 450 
Nieuwe mutaties 1 2595 48220 46730 24633 023 

Nieuwe mutaties

Specificatie nieuwe mutaties (x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
* Mutaties Defensienota      
– Wachtgelden SBK/UBMO burgerpersoneel 422547653754
– Wachtgelden SBK/UBMO militair personeel 8281 0161 2221 434
* Overige mutaties      
– Wachtgelden SBK/UBMO burgerpersoneel 7 61814 34416 34515 966
– WBDP burgerpersoneel   449849
– Wachtgelden SBK/UBMO militair personeel 2414 3348 2059 042
– WBDP militair personeel – 4 980– 3 801– 2 910– 2 549
– WAO en BW AO burger/militair personeel – 2 2231 2504 1055 350
– Uitvoeringskosten USZO1 2593 5762 7772 1772 177
Totaal van de mutaties1 2595 48220 46730 24633 023

Toelichting op de nieuwe mutaties

De wachtgeld- en werkloosheidsuitkeringen nemen in de periode 2001–2005 toe. De stijging wordt gedeeltelijk veroorzaakt doordat in het arbeidsvoorwaardenoverleg de SBK-regeling met 3 jaar is verlengd. De instroom in de SBK-regelingen kan plaatsvinden tot en met 2003. Ook de uitvoeringskosten van USZO blijven stijgen. In de uitvoeringskosten zijn onder projectkosten opgenomen de kosten verbonden aan de invoering van de EURO. De uitgaven hiervoor hebben vooral betrekking op 2000 en 2001. Tevens is onder de uitvoeringskosten het volumebeleid BBT geraamd: door de intensieve begeleiding van het personeel met een werkloosheidsuitkering wordt de uitstroom naar de civiele arbeidsmarkt bevorderd. Deze regelingen zijn voor de komende planjaren dan ook neerwaarts bijgesteld. Defensie is eigen risicodrager voor personeel dat in de WAO-regeling terechtkomt. Derhalve is hiervoor een bedrag in de begroting opgenomen.

Toelichting wachtgelden en werkloosheidsuitkeringen

Wachtgelden SBK/UBMO/Overige uitkeringen burgerpersoneel

Het sociaal beleidskader (SBK) is in het arbeidsvoorwaardenoverleg verlengd tot 1 januari 2004 om de gevolgen van de reducties op te kunnen vangen. De verlenging van de SBK-regelingen heeft als consequentie dat de uitgaven stijgen met f 7 miljoen in 2001 oplopend tot f 16 miljoen in 2004. De uitgaven zullen na 2004 dalen omdat dan geen instroom meer plaatsvindt in de SBK-regelingen. Voor de overige wachtgelduitkeringen is de uitstroom bijgesteld.

Wachtgelden SBK/UBMO/Overige wachtgelden militair personeel

De instroom in de SBK-regelingen is voor de jaren 2000–2003 verhoogd met 150 uitkeringsjaren omdat de regeling is verlengd. Dit leidt tot een stijging van de uitgaven. Het gemiddeld uit te keren bedrag laat in de komende periode een daling zien. Dit komt onder meer doordat een deel van de uitkeringen een loonsuppletie betreft. De ontwikkeling van de «overige wachtgelden» geeft een niet-noemenswaardige afwijking te zien ten opzichte van de ontwerpbegroting 2000.

WBDP militair personeel

De uitgaven voor de werkloosheidsregeling nemen af. Minder militairen maken gebruik van de regeling door de gunstige situatie op de arbeidsmarkt en het effect van de maatschappelijke meerwaarde door opleidingen. Daarnaast bevordert de begeleiding van USZO de uitstroom.

WAO en BW AO burger/militair personeel

De uitgaven zijn bijgesteld op basis van de in- en uitstroom in 1999.

Uitvoeringskosten

De uitvoeringskosten USZO zijn gestegen door de vergoeding voor de begeleiding van BBT-militairen en het eigen-risicodragerschap in het kader van de WAO. Daarnaast is sprake van incidentele projecten met een materieel-financieel beslag waaronder de invoering van de Euro.

04.21 Subsidies en bijdragen

De grondslag van het artikel en het te voeren beleid

Ten laste van dit artikel worden uitgaven geraamd voor subsidies aan de stichtingen Koninklijk Nederlands Leger- en Wapenmuseum «Generaal Hoefer» en Jeugdwerk Duitsland. Deze stichtingen zijn uitsluitend of hoofdzakelijk werkzaam op het terrein van de Koninklijke Landmacht. De doelstellingen van deze instanties worden uiteengezet in de subsidiebijlage.

In overeenstemming met het gestelde in artikel 4, lid 6, punt a van de Comptabiliteitswet wordt bij dit begrotingsartikel als verplichting opgenomen het bedrag dat als uitgaaf wordt geraamd.

De verplichtingen en de uitgaven per artikelonderdeel

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen en de uitgaven (x f 1000)
ArtikelonderdeelVerplichtingen en uitgaven
 1999200020012002200320042005
Stichting Jeugdwerk Duitsland250250325325325325325
Stichting KNLW «Generaal Hoefer»1 5831 5831 5831 5831 5831 5831 583
Stand ontwerpbegroting 20011 8331 8331 9081 9081 9081 9081 908
Stand 1e suppletore begroting 2000 1 8331 8361 8391 8391 839 
Nieuwe mutaties  72696969 

Nieuwe mutaties

Specificatie nieuwe mutaties (x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Stichting Jeugdwerk Duitsland 75757575
Stichting KNLW «Generaal Hoefer» – 3– 6– 6– 6
Totaal van de nieuwe mutaties 72696969

04.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur

De grondslag van het artikel en het te voeren beleid

Ten laste van dit artikel worden de uitgaven geraamd voor investeringen in groot materieel en infrastructuur die niet onder het begrotingsartikel 04.20 Personeel en materieel worden geraamd.

Het beleid is gericht op verbetering van het bestaande materieel, opheffing van tekortkomingen, zowel kwantitatief als kwalitatief, en vervanging van verouderd materieel door modern hoogwaardig materieel. Door snelle ingrijpende ontwikkelingen van moderne technologieën worden hoge eisen gesteld aan het materieel, met name op de aspecten bescherming, vuurkracht, mobiliteit en leidbaarheid. Voor het materieel binnen de operationele eenheden van de Koninklijke Landmacht is voor de komende jaren een aantal hoofdaandachtspunten onderkend, te weten: verbetering van de logistieke ondersteuning, communicatiemiddelen, luchtverdedigingsmiddelen en geniematerieel.

De herstructurering van de Koninklijke Landmacht leidt tot maatregelen op infrastructureel gebied. Het beleid is erop gericht de legering op het voor een beroepsleger beoogde kwalitatieve niveau te brengen en tot een optimale kazernebelegging en oefen- en schietterreinindeling te komen. Bovendien worden infrastructuurprojecten uitgevoerd, die noodzakelijk zijn als gevolg van de invoering van de ARBO-wet en milieuwetgeving.

De verplichtingen en de uitgaven

 
Bedragen x f 1000Verplichtingen
 1999200020012002200320042005
Stand ontwerpbegroting 2001738 6902 105 1602 161 7632 737 551557 687784 0361 992 920
Stand 1e suppletore begroting 2000 2 870 9921 251 0721 826 271501 312906 300 
Nieuwe mutaties – 765 832910 691911 28056 375– 122 264 
 
Bedragen x f 1000Uitgaven
 1999200020012002200320042005
Stand ontwerpbegroting 20011 083 690897 803832 7111 035 6801 022 223971 635860 694
Stand 1e suppletore begroting 2000 1 009 803924 9681 057 288994 369943 066 
Nieuwe mutaties – 112 000– 92 257– 21 60827 85428 569 

Nieuwe mutaties

De nieuwe mutaties in de verplichtingen en de uitgavenopbouw zijn als volgt te specificeren:

 
Bedragen x f 1000 20002001200220032004
De nieuwe verplichtingenmutaties:       
Groot materieel      
Defensienota:       
– SHORAD   408 800  
Overige mutaties       
– Diversen groot materieel 151 290100 59549 697– 8 471– 3 170
– V-kaart – 15 000     
– Vervanging gewonden-transportvrachtauto – 44 00044 00015 000  
– Trekker-oplegger-combinatie 400/650 kN  1 000104 000– 150 000– 96 000
– Aggregaten 15 kW – 38 000 36 000  
– Aggregaten 60 kW – 38 500 35 500  
– MidLifeUpdate Zodiac – 82 200    
– Remotely Piloted Vehicles 23 500    
– Licht Verkennings- en Bewakingsvoertuig – 323 700440 000   
– Vervanging mitrailleur .50 inch 42 000– 42 000    
– Short Range Anti Tank – 118 000118 000   
– TACTIS – 144 000144 000   
– Gevechtsveld controle radar – 62 000 59 000  
– Grondgebonden doelopsporing – 60 000 60 000  
– SATCOM  118 500    
– Command en Control ondersteuning  84 000   
– Commandovoerings Ondersteunende Informatie Systemen (COINS)  5 0007 00010 00010 000
– TICCS  – 174 000   
– Stingerbol  17 000   
– Vervanging straalzender  5 000– 5 600600 
– Battlefield management system   – 200 000200 000  
– EOV fase 2   40 000   
– Vervanging M109   180 000   
– Mobiel telefonie systeem – 5 50015 000 – 35 000 
– Vervanging actieve IT componenten  – 5 000– 10 000– 12 000– 20 000
– Capability Upgrade Program EOV     – 40 000
Infrastructuur      
– Extra aandeel voor LuchtVerkeersDienst naar de Peel  7 00015 00028 00035 000
– Infra KL in verband met paraatstelling pantserinfanterie-compagnieën  15 00015 0005 00010 000
– Beleidsintensiveringen milieu  3 9251 750   
– Overige mutaties – 51 72213 671100 13318 246– 18 094
Totaal van de nieuwe verplichtingenmutaties – 765 832910 691911 28056 375– 122 264
De nieuwe uitgavenmutaties:      
Defensienota:      
– SHORAD    – 30 000– 25 000
Overige mutaties:       
Groot materieel      
– Diversen 11 500– 89 850103 988– 134 404– 4 137
– LAN 2000 35 200    
– V-kaart – 11 000– 5 0001 000  
– Aggregaten 15 kW – 11 000– 12 000– 13 00010 00020 000
– MidLifeUpdate Zodiac  – 24 200– 39 000– 19 000 
– Combat Net Radio – 27 100– 5 200900  
– Remotely Piloted Vehicle 45 000    
– Licht verkennings- en bewakingsvoertuig – 40 00040 000– 100 000 16 300
– Vervanging pantservoertuigen – 17 00044 00034 00054 00010 000
– Verbetering Leopard 2 – 12 5004 6007 40044 0009 000
– Medium Range Anti Tankwapen – 69 000– 2 700– 17 000– 5 000– 17 000
– Duel-Sumilatoren/geïnstrumenteerd oefenterrein – 6 000– 9 800– 13 80022 100 
– Waarnemingsopbouw – 7 0002 0005 000– 34 0007 000
– Vervanging overige personele informatiesystemen  – 3 500– 5 000– 7 000– 11 000
– Vervanging Gewondentransportauto  – 13 000– 10 00028 00010 000
– Trekker-oplegger-combinatie 400/650 kN  – 3 0003 00020 0003 000
– Aggregaten 60 kW  – 2 000– 10 0005 5008 500
– SATCOM  10 00015 00015 0004 000
– Command en Control Ondersteuning  22 50040 50021 000 
– COINS  5 0007 00010 00010 000
– Vervanging straalzender   5 0003 0002 400
– Mobiel telefonie systeem  3 0009 000– 7 000– 25 000
– Battlefield Manangement System   – 10 000 – 5 000
– EOV fase 2  – 17 000– 10 0005 0005 000
– Stingerbol 1 en 2  – 6 0002 0006 000 
– Vervanging Stinger trainer  5 0002 500  
– Levensduurverlenging Leopard 2  1 500– 1 5008 000– 8 000
– Sensor fused munition  – 15 0002 00017 000 
– Combat identification  – 2 000– 10 000– 10 000 
– Gevechtsveld controle radar  – 20 000– 26 00029 00019 000
– Vervanging M109  – 5 000 – 20 000– 30 000
– Vervanging mijnsystemen   – 10 000– 15 000 
Infrastructuur      
– Extra aandeel voor LVD naar de Peel   20 0005 00030 000
– Infra KL in verband met paraatstelling pantserinfanterie-compagnieën   5 00015 00015 000
– Overige mutaties – 3 1001 468– 11 346– 8 342– 15 494
– Beleidsintensiveringen Milieu  3 9251 750  
Totaal van de nieuwe uitgavenmutaties – 112 000– 92 257– 21 60827 85428 569

De onderverdeling naar artikelonderdelen

Onderstaand wordt inzicht gegeven in de artikelonderdelen van dit artikel, waarbij de belangrijkste ontwikkelingen alsmede een nadere specificatie van grote projecten worden aangegeven. Om de mutaties overzichtelijk te houden zijn alleen de aanpassingen en mutaties die over het algemeen meer dan f 25 miljoen bedragen als beleidsrelevant aangemerkt en separaat weergegeven. De post «diversen» in zowel de verplichtingen als de uitgaven heeft derhalve een relatief grote omvang, maar bestaat dus uit een groot aantal relatief kleine mutaties in projecten.

Artikelonderdeel Automatisering

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
Automatisering176 43093 34044 160168 550102 74052 49071 28042 77046 97047 360

In dit artikelonderdeel zijn de investeringsuitgaven opgenomen die samenhangen met de verwerving van geautomatiseerde systemen. De projecten zijn in tien programma's ondergebracht: ICT infrastructuur, informatiebeveiliging, documentaire informatievoorziening (IV), medische IV en arbo, opleidingen, standaard IV ten behoeve van de bedrijfsvoering, personeel en organisatie, materieellogistiek, financiële IV en operationele IV.

Als gevolg van het niet in serieproductie gaan van versie 2 van de ontwikkelde kaart wordt de projectomvang neerwaarts bijgesteld. Deze versie zou voorzien in een V-kaart ter beveiliging van netwerk PC's. Gebleken is dat de V-kaart niet functioneert binnen de standaard-netwerkomgeving LAN-2000. Alternatieven zijn vooralsnog niet voorhanden, dan wel op korte termijn binnen de financiële randvoorwaarden te realiseren. Het resterende projectbudget V-kaart (versie 1) is bestemd voor de beveiliging van stand-alone PC's.

Een belangrijk aandachtspunt is het bereiken van een betere ondersteuning van de logistieke processen.

Ook de uitgaven voor de Defensiebrede standaard LAN-2000 en de aanpassingen in het kader van de euro zijn in dit onderdeel opgenomen.

Artikelonderdeel Logistiek

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
Logistiek89 170190 070511 750107 46187 41071 19092 160136 820170 750120 590

Dit artikelonderdeel heeft betrekking op de investeringen in het kader van de logistieke ondersteuning van de Koninklijke Landmacht. Het betreft de verwerving van een grote diversiteit aan uitrustingsstukken voor de uitvoering van logistieke taken. De investeringen in het kader van de oprichting van een CIMIC (Civil Military Cooperation)-groep zijn in dit artikelonderdeel opgenomen.

In de begroting is een aantal projecten voorzien om logistieke voertuigen te vervangen die het einde van hun levensduur hebben bereikt. Zowel de materieelveroudering als de intensievere samenwerking in internationaal verband is voor de Koninklijke Landmacht reden geweest om een aantal studies op het gebied van de logistiek te initiëren. De resultaten van de studies zijn mede bepalend voor de aard en aantallen van aan te schaffen materieel. Prioriteitstelling heeft geleid tot bijstelling van de kwantitatieve en kwalitatieve eisen voor het project trekker-opleggercombinatie (TROPCO), waarbij de reservecomponent buiten de initiële aanschaf wordt gehouden en het resterende gedeelte wordt herfaseerd. Hierdoor is de projectomvang met f 141 miljoen verlaagd tot f 112 miljoen. Voor de reservecomponent zal een nieuw DMP-traject worden doorlopen. De verplichting ervan wordt niet voorzien in de jaren van deze begroting.

De uitgaven op dit artikelonderdeel worden gedaan voor de projecten lichte vrachtauto's en de prototypen voor het project wissellaadsystemen.

Om de onderhoudskosten van in opslag gehouden materieel te verminderen worden droge luchtsystemen aangeschaft. Voor de verbetering van geneeskundige voorzieningen is in het verleden het project mobiele geneeskundige installaties verworven en voor explosie-veilige machines bij renovatie van munitie en verpakkingsmaterieel worden nu uitgaven voorzien. Er wordt rekening gehouden met de verwerving van diverse typen aggregaten en vervanging van de lichte vrachtauto voor gewondentransport.

Artikelonderdeel Commandovoering, verbindingen en gevechtsinlichtingen

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
Commandovoering56 487145 810269 400147 841159 37098 660132 080110 97067 44052 000

De investeringen in dit artikelonderdeel hebben betrekking op de communicatie en informatie-systemen die het operationele command en control (C-2) proces ondersteunen. Als gevolg van de studie «C2 ondersteuning Koninklijke Landmacht» zal een aantal projecten worden omgebogen en nieuwe projecten worden gestart. De ramingen voor dit artikelonderdeel hebben ondermeer betrekking op reeds aangegane verplichtingen voor de projecten Combat Net Radio, Remotely Piloted Vehicle (RPV) en de vervanging van Hoog Frequent Enkel Zijband radio's (HF-EZB) inclusief de manpackversie. Eveneens zijn uitgaven voorzien voor afstandbedieningsapparatuur.

Project Remotely Piloted Vehicle (RPV)

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
RPV2 40033 000 40 90086 800     

Het project RPV voorziet in middelen voor het verkrijgen van gevechtsinlichtingen op middelbare afstand. Hiertoe is in 1995 een verplichting aangegaan voor de levering van de «Sperwer», een onbemand vliegtuigje, waarvan in 1999 het eerste systeem is afgeleverd.

In het jaar 2000 zijn f 24 miljoen extra uitgaven ontstaan naar aanleiding van technische en certificeringsproblemen. De Kamer is hierover separaat geïnformeerd. De projectomvang bedraagt hierdoor in totaal ongeveer f 180 miljoen.

Command en Control ondersteuning

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
Command and Control ost  207 500  37 50062 50046 00014 00018 500

De Command en Control (C2) ondersteuning dient aangepast te worden aan het huidige operationele optreden en de verdergaande digitalisering en toename van de informatiestromen. Het huidige communicatiesysteem ZODIAC is nog gebaseerd op spraakcommunicatie en niet in staat de grote datastromen te verwerken. Een interne studie naar aanleiding van deze tekortkomingen is in 2000 afgerond en leidt tot aanpassingen in de oorspronkelijk geplande investeringen. Een aantal oorspronkelijk geplande projecten is komen te vervallen, zoals de midlife upgrade en vervanging van het tactische communicatiesysteem ZODIAC. Daarnaast is een aantal projecten herdefinieerd en een aantal nieuwe projecten opgenomen. Het nieuwe systeem zal interoperabel zijn met (Europese) partners en de ruggegraat vormen van de C2-structuur van staf 1(GE/NL) Legerkorps. Het technische concept biedt tevens mogelijkheden om te voorzien in de C2 ondersteuning van staf 1(GE/NL) Legerkorps in haar mogelijke rol als snel uitzendbare staf (Rapid Reaction Force Headquarters). Met de implementatie zal tevens tegemoet worden gekomen aan de in het kader van het Defence Capabilities Initiative (DCI) geconstateerde tekortkomingen op het gebied van communicatie. Mede in relatie tot de reorganisatie van de verbindingseenheden is een herfasering van de geplande fondsen noodzakelijk. Hierdoor ontstaan in de komende begrotingsperiode meeruitgaven van ongeveer f 120 miljoen. De totale omvang van de nieuwe investeringen valt per saldo f 10 miljoen lager uit.

Artikelonderdeel Elektronisch materieel

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
Elektronisch materieeel2 60045 00032 00023 21214 75017 92036 98021 58018 50010 000

In dit onderdeel zijn de investeringen opgenomen die betrekking hebben op middelen voor elektronische oorlogsvoering. De geraamde uitgaven hebben betrekking op de completering voor de eerste fase van het project elektronische oorlogsvoering (EOV) (inbegrepen de (beperkte) uitbreiding van het frequentiebereik van de verkenningssystemen voor het uitvoeren van vredesoperaties) en de verwerving van fase twee. De realisatie verloopt grotendeels via internationale samenwerking (Duitsland/Nederland). Tevens zijn uitgaven voorzien voor maatregelen ter verbetering van de technische en operationele prestaties van het EOV-systeem Koninklijke Landmacht.

Artikelonderdeel NBC materieel

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
NBC-materieel20022 25010 4007483 69019 90012 03015 03012 0008 000

Dit onderdeel staat in het teken van investeringen op het gebied van alarmerings-, verkennings-, beschermings- en ontsmettingsapparatuur.

Hoewel internationaal wordt gestreefd naar het terugdringen van nucleaire, biologische en chemische (NBC) wapens blijft het risico reëel aanwezig dat Nederlandse militairen tijdens de uitvoering van hun taken worden geconfronteerd met (de dreiging van) dit soort wapens. Op het gebied van nucleaire en chemische alarmering, bescherming en verkenning is een aantal projecten in realisatie dan wel opgenomen in de ramingen.

De uitgaven hebben betrekking op diverse NBC-voorzieningen waaronder het project «Compagniesontsmetting», de vervanging van ontsmettingsapparatuur, de vervanging van tactische en residuele dosismeters en collectieve beschermingsmiddelen.

Artikelonderdeel Luchtverdediging

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
Luchtverdediging7 70024 10021 00085 67184 83027 55016 53018 02057 58072 000

De Koninklijke Landmacht zal in de komende periode maatregelen treffen om de beschikbaarheid en inzetbaarheid van haar huidige luchtverdedi-gingssystemen zeker te stellen. Ter voorbereiding op de latere vervanging van luchtverdedigingsmiddelen participeert de Koninklijke Landmacht nu in een multinationale Navo-studie die zich richt op de ontwikkeling van de opvolgers van deze middelen.

De uitgaven betreffen reeds aangegane verplichtingen voor de projecten Gevechtswaarde-instandhouding van de Pantserrups tegen Luchtdoelen (GWI-PRTL), nieuwbouw «Stingerbol 2» en modificatie «Stingerbol 1». Deze laatste twee projecten betreffen de bouw van een tweede Stingerbol (f 11 miljoen) en aansluitend de modificatie van de huidige Stingerbol (f 6 miljoen). In verband met de voorziene oprichting van een Joint Air Defence Center (JADC), inclusief een gezamenlijke school, wordt het huidige project bevroren en wordt de bouw van twee Stingerbollen in de periode 2001–2002 op vliegbasis De Peel meegenomen in de uitwerking van de studie naar het JADC.

Project Gevechtswaarde instandhouding PRTL

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
PRTL1 6001 400 67 46093 71014 510    

Het project Gevechtswaarde instandhouding PRTL (GWI PRTL) wordt in samenwerking met Duitsland uitgevoerd. Het betreft het uitvoeren van basisonderhoud met een beperkt aantal verbeteringen (systeemaanpassingen). De gevechtswaarde instandhouding wordt uitgevoerd aan 60 stukken. De totale financiële omvang van dit project bedraagt f 397 miljoen.

Project SHORAD

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
SHORAD   1 2501 050  20 00065 00080 000

Dit project Short Range Air Defence (SHORAD) betreft de verwerving van een aanvullende component voor de verdediging van eenheden en objecten die het mogelijk maakt om vliegtuigen en helikopters al op grotere afstand (ongeveer tien kilometer) te kunnen bestrijden.

Het systeem vormt een noodzakelijke aanvulling op de huidige luchtverdedigingsmiddelen. De totale financiële omvang van dit project voor de Koninklijke Landmacht bedraagt f 698 miljoen. Dit project is niet langer een interservice project met de Koninklijke luchtmacht, maar een project van de Koninklijke Landmacht dat in nauw overleg met de Koninklijke luchtmacht wordt gerealiseerd.

Naar aanleiding van de Defensienota is ook de financiële omvang van het (vervallen) project Target Information Command and Control System (TICCS) geïntegreerd in dit project. Beide projecten zullen integraalworden beschouwd, mede met het oog op de samenwerking met de Koninklijke Luchtmacht in het op te richten Joint Air Defence Centre (JADC).

Het project SHORAD is complex vanwege de vele relaties met andere projecten zoals vervanging van de HAWK. In afwachting van de resultaten van de krijgsmachtbrede «validatie grondgebonden luchtverdediging» is rekening gehouden met een latere betaling van het project SHORAD.

Artikelonderdeel Manoeuvre

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
Manoeuvre58 1401 155 690783 085298 857142 243195 897386 206405 953309 192241 499

Dit artikelonderdeel heeft betrekking op investeringen die samenhangen met tanks, (gevechts-) voertuigen en bewapening. Ook de onderwijsleermiddelen en simulatoren voor deze uitrustingsstukken vallen hieronder.

Voortschrijdende technologische ontwikkelingen leiden tot vernieuwde inzichten in operationeel optreden of het nu gaat om de bondgenootschappelijke verdedigingstaak in Navo-verband of om vredesondersteunende operaties in VN-verband. Mede op grond hiervan is voor de gevechtstank Leopard 2 een verbeteringsprogramma gaande, dat de gevechtswaarde op een aanmerkelijk hoger peil brengt. De huidige pantserbestrijdingsmiddelen zijn technisch en operationeel verouderd en zullen worden vervangen.

In dit artikelonderdeel is rekening gehouden met uitgaven voortvloeiende uit reeds aangegane verplichtingen voor ondermeer de verbetering van de Leopard 2 en pantservoertuigen voor vredesoperaties.

Project Verbetering Leopard 2

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
Leopard 2 232 000 129 12091 32061 84070 00070 00039 000 

Het project Verbetering Leopard 2 wordt in fasen uitgevoerd, waarbij verbeteringen worden doorgevoerd in de bescherming door het aanbrengen van aanvullende bepantsering en in de vuurkracht door het aanbrengen van een verlengde schietbuis. Tevens wordt verbeterde munitie verworven. De Leopard 2 is daarmee in staat alle moderne tanks uit te schakelen.

Het aanbrengen van de verbeterde bescherming is voor een deel van het bestand reeds in realisatie. De totale financiële omvang van dit project bedraagt f 772,3 miljoen. De financiële omvang is neerwaarts bijgesteld naar aanleiding van het vervallen van het deel «energie-huishouding» uit het project.

Project vervanging Licht Verkennings- en Bewakingsvoertuig (LVB)

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
LVB  440 000 69040 000 100 000100 000100 000

Het project LVB betreft de vervanging van de M113 Commando- en verkenningsvoertuigen en de verkenningsversie van de Landrover. De ontwikkeling voor dit project wordt in samenwerking met Duitsland uitgevoerd. De verwerving van de LVB'n is voorzien in 2001 en de levering van de eerste voertuigen in 2003.

In de brief van 19 januari 2000 is de Kamer geïnformeerd over de complicaties bij dit project. Dit heeft geleid tot nieuwe offertes van de industrie die ver uitgaan boven de financiële randvoorwaarde. In de brief is overigens aangegeven, dat een hogere serieprijs niet uitgesloten zou zijn. Onderhandelingen met de industrie zijn nog gaande. Aan de hand van een globale vergelijking van alternatieven op basis van prijs en kwaliteit wordt het verplichtingenbudget van het project met f 100 miljoen verhoogd. Indien het project niet binnen het bijgestelde budget realiseerbaar blijkt zal binnen dit nieuwe totaalbedrag een definitieve keuze tussen alternatieven worden gemaakt. Dit betekent mogelijkerwijs dat, gelet op de huidige markt, de kwantitatieve en/of kwalitatieve eisen aangepast zullen moeten worden. De Kamer zal separaat worden geïnformeerd over verdere ontwikkelingen in dit project.

Project Vervanging pantservoertuigen

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
Vervanging pantservoertuigen 75 000  21 00030 00010 0008 0006 00050 000

Dit project betreft de vervanging van het bestand pantserinfanteriegevechtsvoertuig YPR en afgeleide versies voor onder meer gewondentransport, commandovoering en berging. Ook het commandovoeringsvoertuig M577 zal worden vervangen. Het project wordt uitgevoerd in twee fasen. Fase 1 betreft de vervanging van alle parate voertuigen. Voor de vervanging van de YPR'n van de verkenningseenheden en alle M577 wordt aansluiting gezocht bij het Duits/Britse pantserwielvoertuigenproject.

Met betrekking tot fase 1 dient nog besloten te worden over deelname aan de ontwikkeling van het pantserwielvoertuig (PWV). Voor dit deelproject dient het beschikbare budget van f 1,9 miljard als randvoorwaarde voor zowel de ontwikkelingskosten als de serieprijs.

Artikelonderdeel Vuursteun

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
Vuursteun10 40029 50068 00026 64126 17027 19044 97046 57092 34096 000

Op dit artikelonderdeel zijn de investeringen ten behoeve van de veldartil-lerie opgenomen. Voor doelopsporing zijn verbeteringen voorzien voor de voorwaartse waarnemers in de vorm van een opbouw op het waarnemingsvoertuig. Voor de langere afstanden worden de zogenaamde «grondgebonden doelopsporingsmiddelen ten behoeve van de grondwapensysteembestrijding» voorzien. Dit zijn geavanceerde radarsystemen, waarmee op grotere afstand vijandelijke grondwapensystemen kunnen worden gelokaliseerd wanneer deze vuur uitbrengen.

Er zijn ondermeer uitgaven geraamd voor fase 1 van het vuursteun-informatie-systeem (Vuist fase 1), inbegrepen de integratie met de nieuwe Combat net radio en de integratie van mortieren in het project alsmede uitgaven voor artilleriemunitie en een prototype voor het project waarnemingsopbouw.

Zoals aangegeven in de Defensienota zal deze begrotingsperiode gestart worden met de vervanging van de Parate Gemechaniseerde Houwitser M109 en alle getrokken vuurmonden M114/39 door één type gemechaniseerde vuurmond. De huidige M109 en getrokken vuurmonden zijn technisch verouderd en operationeel binnen een aantal jaren achterhaald. De kwantitatieve behoefte betreft het absolute minimum aangezien dit project slechts de vuurmonden betreft voor de parate afdelingen van de gemechaniseerde brigades. Gezien de huidige prijsinformatie en het operationele belang van het project is de projectomvang met f 175 miljoen verhoogd ten opzichte van de A-brief. Deze verhoging is onder andere het gevolg van een hogere stuksprijs, onvoorziene meeruitgaven voor royalties en opname van de post onvoorzien.

Project VUIST fase 1

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
VUIST fase 11 7004 300 25 96012 1301 700    

Het project VUIST 1 betreft een project in realisatie om het vuursteuninformatiesysteem te automatiseren. De verplichting hiervoor is in 1997 aangegaan. De totale financiële omvang van dit project bedraagt f 118,7 miljoen. De leveringen zijn in de tweede helft van 1998 aangevangen.

In 2000 is de verwerving voorzien van de projecten VUIST 2, grondgebonden doelopsporingsmiddelen en het project integratie mortieren in VUIST.

Artikelonderdeel Gevechtssteun

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
Gevechtssteun31 67051 60022 50017 41225 23044 45019 60019 80020 00026 000

In dit artikelonderdeel zijn investeringen opgenomen ten behoeve van geniematerieel. Tot dit onderdeel behoren ook de middelen voor de ondersteuning van de mobiliteit van de eigen eenheden. Het betreft hier onder andere brugslagmiddelen en middelen voor het onder operationele omstandigheden maken van doorgangen door vijandelijke mijnenvelden.

De voorziene uitgaven hebben betrekking op ondermeer geniemunitie en het onderzoek naar middelen ten behoeve van humanitaire ontmijningsoperaties. Op de langere termijn zullen voorzieningen worden getroffen voor het verkrijgen van de mijndoorbraakcapaciteit. In 1999 is de deelname in de ontwikkeling gerealiseerd voor het project vervanging brugleggende tank Leopard-1. In 2000 is de verwerving voorzien van het mijnenveegsysteem.

Artikelonderdeel Infrastructuur

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
Infrastructuur305 739347 800399 468207 297251 370277 464223 844204 710176 863187 245

Ten laste van dit artikelonderdeel worden de uitgaven geraamd voor nieuwbouw en renovatie van kazernes en overige militaire terreinen. Binnen dit artikelonderdeel worden eveneens de bodemsaneringsprogramma's gerealiseerd.

Tevens zijn onder meer de uitgaven opgenomen ten gevolge van de herstructurering van de Koninklijke Landmacht en de Defensienota. Daarnaast wordt in zijn algemeenheid rekening gehouden met investeringen die nodig zijn voor een verdere optimalisering van de belegging van bestaande objecten.

Ten gevolge van de al langer lopende herstructurering van de Koninklijke Landmacht zijn onder andere de volgende investeringen voorzien:

– legering van militairen en de aanvullende voorzieningen zoals compagniesburelen, voedings- en kantinefaciliteiten en opleidingsfaciliteiten;

– inrichting van oefen- en schietterreinen, ondermeer voor het verkrijgen van oefenmogelijkheden voor vredes(ondersteunende)operaties;

– ten behoeve van bewaking en beveiliging van objecten worden infrastructurele en elektronische voorzieningen getroffen;

– uitgaven voor verdere concentratie van de opleidingen zoals de verplaatsing van het Opleidingscentrum Rijden naar de Strijpse Kampen in Oirschot;

– op langere termijn worden investeringen voorzien voor de verbetering van de infrastructuur van de Mechanische Centrale Werkplaats te Leusden.

In het kader van de Defensienota zullen (op hoofdlijnen) de volgende investeringen op infrastructureel gebied moeten worden gedaan:

– nieuwe infrastructuur en verplaatsing van eenheden van de luchtverdediging naar vliegbasis De Peel door de oprichting van het Joint Air Defence Centre;

– noodzakelijke investeringen in met name Oirschot, Havelte en Seedorf voor de verplaatsingen en de oprichting van bijzondere verkenningseenheden en pantserinfanteriecompagnieën en uitbreiding van de parate geniecapaciteit;

– infrastructurele voorzieningen ten behoeve van paraatstelling van ondersteunende eenheden;

– infrastructurele gevolgen door de verdere concentratie van opleg van materieel (onder andere in Coevorden);

– consequenties van de nieuwe indeling van de regio's bij het Nationaal Commando, alsmede de overheveling van logistieke taken van het NATCO naar 1(GE/NL) Legerkorps.

05. BELEIDSTERREIN KONINKLIJKE LUCHTMACHT

Algemeen

De uitgavenramingen van het beleidsterrein Koninklijke Luchtmacht zijn als volgt over de ressorts, het artikelonderdeel wachtgelden en inactiviteitswedden en het investeringsartikel verdeeld:

 
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
05.20 Personeel en materieel        
– Tactische Luchtmacht (TL)736 884893 758880 151861 100859 108850 964830 785
– Decentrale Ondersteunende Eenheden (DOE)362 712363 721
– Logistiek Centrum Koninklijke Luchtmacht (LCKLu)118 687118 711118 459118 171118 026
– Koninklijke Militaire School Luchtmacht (KMSL)149 877149 315149 053148 604148 303
– Hoofdkwartier Koninklijke Luchtmacht (HKKLu)827 176710 062790 575806 290819 942872 077888 980
– Wachtgelden en inactiviteitswedden26 85025 07123 93121 26018 71216  85315 906
Totaal 05.20 Personeel en materieel1 953 6221 992 6121 963 2211 956 6761 965 2742 006 6692002 000
05.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur743 773487 047548 521570 931789 701795 914926 649
Totale uitgaven (x f 1000)2 697 3952 479 6592 511 7422 527 6072 754 9752 802 5832 928 649
Totale uitgaven (x € 1000)1 224 0241 125 2201 139 7791 146 9781 250 1531 271 7571 328 963

05.20 Personeel en materieel

De grondslag van het artikel en het te voeren beleid

Met de invoering van het Verbeterd Economisch Beheer werden de bevoegdheden en budgetten daar gelegd waar ook de uitvoering plaatsvindt, mits dit effectief en doelmatig is. De hiermee samenhangende decentralisatie en de in de loop van 1999 doorgevoerde reorganisatie van de topstructuur Koninklijke Luchtmacht hebben in dat jaar er toe geleid dat de depots bestuurlijk zijn geïntegreerd in het Logistiek Centrum Koninklijke Luchtmacht (LCKLu) en dat de scholen zijn samengevoegd in de Koninklijke Militaire School Luchtmacht Vliegbasis Woensdrecht (KMSL Vlb Wdt). Met deze reorganisatie zijn taken, verantwoordelijkheden en budgetten met ingang van 2001 gedecentraliseerd vanuit het ressort HKKLu naar de andere ressorts. Technische bijstellingen in de begrotingssterkte per categorie en ressorts worden hierdoor grotendeels verklaard.

De vier organisatorische groepen waar het bij de Koninklijke Luchtmacht met ingang van de begroting 2001 om gaat zijn:

a. Ressort Tactische Luchtmacht (TL)

b. Ressort Logistiek Centrum Koninklijke Luchtmacht (LCKLu)

c. Ressort Koninklijke Militaire School Luchtmacht Vliegbasis Woensdrecht (KMSL/ Vlb WDT)

d. Ressort Hoofdkwartier Koninklijke Luchtmacht (HKKLu)

Voor het jaar 2000 zijn voor de ressorts KMSL en LCKLu de (financiële) gegevens nog gepresenteerd binnen het Ressort Decentrale Ondersteunende Eenheden (DOE).

Per ressort worden vier vaste artikelonderdelen gepresenteerd: ambtelijk burgerpersoneel, militair personeel, overige personele uitgaven en materiële uitgaven. De wachtgelduitgaven voor het burger- en militair personeel worden ook op dit artikel geraamd.

Nieuwe mutaties

De nieuwe mutaties in de verplichtingen- en de uitgavenopbouw zijn als volgt te specificeren:

 
Bedragen x f 100020002001200220032004
De nieuwe verplichtingenmutaties:      
– Tactische Luchtmacht (TL)22 68317 64035 99245 25229 384
– Decentrale Ondersteunende Eenheden (DOE)89 797– 275 882– 274 864– 271 558– 271 280
– Logistiek Centrum Koninklijke Luchtmacht (LCKLu) 118 687118 711118 459118 171
– Koninklijke Militaire School Luchtmacht (KMSL) 149 877149 315149 053148 604
– Hoofdkwartier Koninklijke Luchtmacht (HKKLu)– 106 824– 33 257159 52910 308– 88 735
– Wachtgelden en inactiviteitswedden1 0672 6091 104340– 1 484
Totaal van de nieuwe verplichtingenmutaties6 723– 20 326189 78751 854– 65 340
De nieuwe uitgavenmutaties      
– Tactische Luchtmacht (TL) 38 99135 09023 33826 60514 020
– Decentrale Ondersteunende Eenheden (DOE)89 797– 275 882– 274 864– 271 558– 271 280
– Logistiek Centrum Koninklijke Luchtmacht (LCKLu) 118 687118 711118 459118 171
– Koninklijke Militaire School Luchtmacht (KMSL) 149 877149 315149 053148 604
– Hoofdkwartier Koninklijke Luchtmacht (HKKLu)– 102 007– 23 0129 7813 92743 035
– Wachtgelden en inactiviteitswedden1 0672 6091 104340– 1 484
Totaal van de nieuwe uitgavenmutaties27 8487 36927 38526 82651 066

Toelichting op de nieuwe verplichtingen- en uitgavenmutaties

Bovenvermelde verplichtingen- en uitgavenmutaties worden naar oorzaak bij de ramingen van de ressorts en het artikelonderdeel Wachtgelden en inactiviteitswedden toegelicht.

Naast diverse aanpassingen in investeringsprojecten, worden verschillende maatregelen opgenomen zoals gesteld in de Defensienota die invloed hebben op de omvang van het functiebestand van de Koninklijke Luchtmacht en de materiële exploitatie. De maatregelen betreffen ondermeer de wijzigingen in het functiebestand als gevolg van de opheffing van de Object Luchtverdediging (OLVD) en de uitbreiding van de Tactische Helikopter Groep (THG). Daarnaast zijn fondsen voorzien voor externe werkzekerheid. De invoering van nieuwe helikopters (LUH) heeft uiteraard invloed op de exploitatie. Tevens zijn correcties doorgevoerd voor de reeds ingeboekte maatregelen inzake het 306 Squadron, die niet meer noodzakelijk zijn naar aanleiding van de motie Van den Doel (houden van het aantal operationele F-16's op 108 stuks) terzake. Verwerking van deze mutaties heeft bij de betreffende ressorts plaatsgevonden.

Bij de bovenstaande ramingen behoort de volgende opbouw van de begrotingssterkte (in aantallen vte'n op basis van een 38-urige werkweek):

 
Omschrijving200020012002200320042005
Burgers – stand begroting 2000*1 6981 6661 6661 6661 666  
Burgers – mutaties*33333 
Burgers – stand ontwerpbegroting 2001*1 7011 6691 6691 6691 6691 669
MP/BOT – stand begroting 20007 7677 5657 4167 3417 266  
MP/BOT – mutaties– 288– 245– 553– 807– 1 129 
MP/BOT – stand ontwerpbegroting 20017 4797 3206 8636 5346 1375 822
MP/BBT – stand begroting 20003 5353 5683 6183 6943 768  
MP/BBT – mutaties967451 2191 5371 945 
MP/BBT – stand ontwerpbegroting 20013 6314 3134 8375 2315 7136 071
Totale sterkte – stand begroting 200013 00012 79912 70012 70112 700  
Totale sterkte – mutaties– 189503669733819 
Totale sterkte – stand ontwerpbegroting 200112 81113 30213 36913 43413 51913 562

* exclusief niet-actief burgerpersoneel

Toelichting

De mutaties van de begrotingssterkte burgerpersoneel zijn het gevolg van technische overhevelingen tussen beleidsterreinen. Naast deze overhevelingen zijn voornamelijk de verschillende maatregelen zoals opgenomen in de Defensienota van invloed op de geraamde begrotingssterkte van het militair personeel van de Koninklijke Luchtmacht. Het betreft hier met name de gevolgen van de opheffing van de Object Luchtverdediging (OLVD), de uitbreiding van de Tactische Helikopter Groep (THG), het niet afstoten van 18 F-16's en de implementatie en ondersteuning van de nieuwe P-structuur (verhouding BBT/BOT-personeel). In dit overzicht start de afbouw van het OLVD-bestand in 2001 en is in 2003 compleet. De uitbreiding van de THG wordt eveneens gefaseerd ingevoerd, te beginnen in 2000 en gecompleteerd vanaf 2004. De invoering van de nieuwe P-structuur heeft een versnelling en verhoging van de BBT/BOT-verhouding tot gevolg en leidt tot een noodzakelijke verhoging van de opleidingscapaciteit, de niet-beschikbaarsheidsopslag en een nieuwe vorm van overtolligheid welke als BDOS in de begrotingssterkte is verwerkt.

Ressort Tactische Luchtmacht (TL)

Het ressort TL is opgedeeld in een aantal clusters, te weten Jachtvliegtuigen, Tactische Helikopter Groep (THG), Grond-Lucht Geleide Wapens (GLGW), Luchttransport, Air Operations Control Station (AOCS) en Overige Eenheden TL. Met ingang van 2001 zijn de organisatie-eenheden Luchtmacht Meteorologische Groep (LMG), Luchtmacht CIS Groep (LCG, voorheen 2LVG) en Vliegveiligheid Oefen Test Centrum (VOTC) vanuit het ressort DOE ondergebracht in het cluster Overige Eenheden TL. Onder het ressort TL ressorteren de vliegbases en de andere operationele Klu-onderdelen.

Operationele doelstellingen

Het uiteindelijke product van de Koninklijke Luchtmacht bestaat uit het leveren van slagkracht. De slagkracht komt tot uiting in de operationele doelstellingen waaraan de Koninklijke Luchtmacht dient te voldoen. Deze operationele doelstellingen betreffen vooral inzet en gereedheid ten behoeve van crisisbeheersingsoperaties. Hierbij valt op te merken dat de Tactische Helikopter Groep nog niet volledig inzetbaar is als gevolg van het niet voltallig zijn van de gehele vloot helikopters en de organisatie. De planning is dat medio 2003 de gehele THG, als onderdeel van de Air Manoeuvre Brigade, de Fully Operational Capability (FOC)-status zal bereiken.

De operationele doelstellingen zijn als volgt samen te vatten:

 
Gereedheidstermijn*Direct inzetbaarOp korte termijn inzetbaarOp lange termijn inzetbaar
Type eenheid   
Air Operations Control Station**1   
Squadron jachtvliegtuigen51  
Triad squadron22  
Squadron Lutra tankervliegtuigen1  
Squadron Gevechtshelikopters 2  
Squadron Transporthelikopters 2  
Squadron Light Utility helikopters 1*** 

* Voor nationale taken zijn alle eenheden van het ressort TL op korte termijn beschikbaar.

** Inclusief radarpost noord

*** Betreft 12 helikopters

Activiteitentoelichting

Het ressort TL ontplooit de volgende hoofdactiviteiten:

– draagt zorg voor de beschikbaarheid en inzetbaarheid van de wapensystemen van de Koninklijke Luchtmacht;

– zorgt dat het personeel optimaal is voorbereid op haar taak;

– is verantwoordelijk voor het gehele traject van gereedstelling, instandhouding, beschikbaarheid, geoefendheid, tot en met nazorg;

– is verantwoordelijk voor de operationele opleidingen in de Verenigde Staten en Nederland.

Ten behoeve van deze activiteiten wordt dagelijks geoefend. Daarnaast worden regelmatig oefeningen in groter verband gehouden. Deze activiteiten zijn vastgelegd in taakopdrachten. De operationele eenheden worden in de praktijk ingezet tijdens diverse vredesoperaties en humanitaire acties. Tevens worden individuele militairen van de Koninklijke Luchtmacht ingezet voor operaties in het kader van de Navo, VN en WEU.

De verplichtingen en de uitgaven Tactische Luchtmacht per artikelonderdeel

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen (x f 1000)
ArtikelonderdeelVerplichtingen 
 1999200020012002200320042005
05.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel33 93733 99933 87033 66333 40933 42633 397
05.20.02 Militair personeel544 012584 429581 315571 500565 125561 443557 064
05.20.03 Overige personele uitgaven44 654115 364114 339131 490145 622134 339122 208
05.20.04 Materiële uitgaven119 482143 658133 177137 101133 599137 119133 399
Stand ontwerpbegroting 2001742 085877 450862 701873 754877 755866 327846 068
Stand 1e suppletore begroting 2000 854 767845 061837 762832 503836 943 
Nieuwe mutaties 22 68317 64035 99245 25229 384 
De onderverdeling naar artikelonderdelen van de uitgaven (x f 1000)
ArtikelonderdeelUitgaven 
 1999200020012002200320042005
05.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel33 93733 99933 87033 66333 40933 42633 397
05.20.02 Militair personeel544 012584 429581 315571 500565 125561 443557 064
05.20.03 Overige personele uitgaven44 479133 217131 789118 836126 275118 975106 925
05.20.04 Materiële uitgaven114 456142 113133 177137 101134 299137 120133 399
Stand ontwerpbegroting 2001736 884893 758880 151861 100859 108850 964830 785
Stand 1e suppletore begroting 2000 854 767845 061837 762832 503836 943 
Nieuwe mutaties 38 99135 09023 33826 60514 021 

Nieuwe mutaties

Specificatie nieuwe mutaties (x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:     
– prijsbijstelling4 2564 1004 2005 3003 800
– burgerpersoneel1 7903 3713 2083 3673 384
– militair personeel– 58 786– 49 504– 48 455– 51 110– 56 532
– overhevelingen vliegopleidingen76 18478 53178 34281 47580 428
Subtotaal technische bijstellingen23 44436 49837 29539 03231 080
Beleidsmatige bijstellingen:      
– onderhoud infrastructuur65– 14 661– 15 232– 15 232– 15 232
– vliegopleidingen jachtvliegers– 26 013– 6 725– 25 815– 23 805– 25 405
– inhuur O-, I- en A-personeel1 9902 8991 4081 4081 408
– onderhoud voertuigen2 0002 0002 0002 0002 000
– overige mutaties37 50515 07923 68223 20220 170
Subtotaal van de beleidsmatige bijstellingen15 547– 1 408– 13 957– 12 427– 17 059
Totaal van de nieuwe mutaties38 99135 09023 33826 60514 021

Toelichting op de nieuwe mutaties

Technische bijstellingen

Prijsbijstelling

De uitgavenniveaus zijn aangepast aan het prijsniveau 2000.

Overige technische bijstellingen

De aanpassing van de raming burger- en militair personeel is gedeeltelijk een effect van de herschikking binnen de ressorts. Daarnaast leidt de aanpassing van de personeelsstructuur tot een verjonging van het personeelsbestand, waardoor de middensom daalt. Verder wordt het rangsniveau van 15% van de formatie omlaag gebracht. Een nader onderzoek naar de invulling van deze personeelsmaatregelen uit de Defensienota is thans gaande. Als gevolg van de reorganisatie topstructuur Koninklijke Luchtmacht en de daarmee gepaard gaande decentralisatie van verantwoordelijkheden en bevoegdheden van het ressort HKKLu naar het TL-ressort, zijn eveneens de bijbehorende budgetten overgeheveld. De belangrijkste mutatie hierin is de overheveling van budgetten die betrekking hebben op vliegopleidingen.

Beleidsmatige bijstellingen

Onderhoud infrastructuur

Op het gebied van onderhoud infrastructuur heeft een beleidsmatige heroverweging geleid tot aanpassing van de onderhoudsreeksen. Hierdoor zijn de uitgaven voor het onderhoud aan infrastructuur vanaf 2001 neerwaarts aangepast.

Vliegopleidingen jachtvliegers

In de lopende contracten die zijn afgesloten met de Amerikaanse overheid heeft de Koninklijke Luchtmacht voor het jaar 2000 een aantal cursusplaatsen niet afgenomen. Voor 2001 wordt een separaat éénjarig contract afgesloten; de Koninklijke Luchtmacht studeert op de mogelijkheid om vanaf 2002 uit doelmatigheidsoverwegingen de voortgezette vliegopleiding vanuit Tucson in de VS naar Nederland over te brengen. Indien dit niet tot het gewenste resultaat leidt, wordt de opleidng in Tucson gecontinueerd.

Inhuur O- I- en A-deskundigheid

Gezien de personele tekorten op het gebied van O-, I- en A-deskundigheid, de transitie-opleidingen voor personeel werkzaam aan communicatie- en informatiesystemen en het omvangrijke programma aan (centrale) IV-ICT-projecten, dient extern personeel te worden ingehuurd voor de operationele onderdelen (deze inhuur vindt uiteraard plaats op strikt minimale basis). Op grond hiervan worden de budgetten aangepast.

Onderhoud voertuigen

Een belangrijk aandeel van de verhoging wordt veroorzaakt door de uitbreiding van het voertuigenpark van de THG en het uitvoeren van het noodzakelijke onderhoud aan de bestaande voertuigen.

Overige mutaties

Een groot aantal bijstellingen is doorgevoerd voornamelijk als gevolg van meeruitgaven voor de exploitatie van de THG (groei van verzorgingssterkte en oplopen van het oefenprogramma) en ten gevolge van wettelijke verplichtingen (onder andere ARBO). Tevens zijn hierin de gestalde werkzekerheidsgelden begrepen.

Ressort Decentrale Ondersteunende Eenheden

Het ressort Decentrale Ondersteunende Eenheden bestond tot 2001 uit het Depot Mechanisch Vliegtuigmaterieel en Straalmotoren (DMVS), het Depot Elektronisch Materieel (DELM), de Defensie Pijpleiding Organisatie (DPO), de Koninklijke Militaire School Luchtmacht (KMSL), de Luchtmacht Elektronische School (LETS) en een aantal overige kleine organisatie-elementen, zowel nationaal als internationaal.

In 2000 is de bestuurlijke integratie van de depots tot het LCKLu afgerond. Tevens zijn de scholen samengevoegd tot de KMSL. Op grond hiervan wordt met ingang van het jaar 2001 de uitgaven en verplichtingen voor het Ressort LCKLu en KMSL/Vlb Wdt als afzonderlijk ressort geraamd. De organisatie-eenheden Luchtmacht Communicatie en informatiesystemen Groep (LCG), Vlieg-/ Opleiding- en Testcentrum (VOTC) en de opleidingseenheden worden begrotingstechnisch vanaf 2001 ondergebracht bij het ressort TL. De Defensie Pijplijn Organisatie (DPO) is ondergebracht bij het ressort HKKLu. Ter afsluiting van dit ressort worden de uitgaven voor de jaren 1999 en 2000 voor de ressorts LCKLu, KMSL/Vlb Wdt en overige eenheden gepresenteerd binnen het ressort DOE.

De verplichtingen en de uitgaven Decentrale Ondersteunende Eenheden per artikelonderdeel

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen (x f 1000)
ArtikelonderdeelVerplichtingen 
 1999200020012002200320042005
05.20.05 Ambtelijk burgerpersoneel48 78148 879     
05.20.06 Militair personeel231 227224 542     
05.20.07 Overige personele uitgaven31 07832 262     
05.20.08 Materiële uitgaven68 87258 038     
Stand ontwerpbegroting 2001379 958363 721     
Stand 1e suppletore begroting 2000 273 924275 882274 864271 558271 280 
Nieuwe mutaties 89 797– 275 882– 274 864– 271 558– 271 280 
De onderverdeling naar artikelonderdelen van de uitgaven (x f 1000)
ArtikelonderdeelUitgaven 
 1999200020012002200320042005
05.20.05 Ambtelijk burgerpersoneel48 78148 879     
05.20.06 Militair personeel231 227224 542     
05.20.07 Overige personele uitgaven25 61132 262     
05.20.08 Materiële uitgaven57 09358 038     
Stand ontwerpbegroting 2001362 712363 721     
Stand 1e suppletore begroting 2000 273 924275 882274 864271 558271 280 
Nieuwe mutaties 89 797– 275 882– 274 864– 271 558– 271 280 

Nieuwe mutaties

Specificatie nieuwe mutaties (x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:      
Splitsing naar LCKLu en KMSL – 275 882– 274 864– 271 558– 271 280
Beleidsmatige bijstellingen:     
– Burgerpersoneel– 464     
– Militair personeel72 919     
– Inhuur tijdelijk personeel10 670     
– Kleding en uitrusting– 396     
– Inhuur O-, I- en A-personeel2 468     
– Overige persoonsgebonden materiële uitgaven 6 535     
– Overige mutaties– 1 935    
Totaal van de nieuwe mutaties89 797– 275 882– 274 864– 271 558– 271 280

Toelichting nieuwe mutaties

Beleidsmatige bijstellingen

Inhuur tijdelijk personeel

Vanwege het uitvoeren van een aantal projecten, achterblijvende werving (BBT), alsmede voor het opvangen van piekbelastingen zijn de ramingen voor inhuur van tijdelijk personeel (met name technisch personeel bij DMVS en DELM) aangepast.

Militair personeel

De aanpassing van de raming burger- en militair personeel wordt veroorzaakt door een herverdeling van personeel tussen de ressorts.

Inhuur O-, I- en A-deskundigheid

Voornamelijk als gevolg van de bestuurlijke integratie van de depots en de samenvoeging van de scholen is meer inhuur O-, I- en A-deskundigheid benodigd.

Overig persoonsgebonden materiële uitgaven

Voornamelijk als gevolg van wettelijke verplichtingen (zoals voor ARBO, milieu en huisvesting) zijn de ramingen voor overige persoonsgebonden materiële uitgaven aangepast.

Ressort Logistiek Centrum Koninklijke Luchtmacht (LCKLu)

Het Ressort Logistiek Centrum Koninklijke Luchtmacht is in 2000 opgericht en wordt met ingang van 2001 in de begroting als afzonderlijk ressort gepresenteerd. Tevens is dit ressort ook een Resultaat Verantwoordelijke Eenheid (RVE). Het LCKLu bestaat, naast een staf, uit een drietal divisies, te weten de Divisie Wapensysteem Ondersteuning (DWO), de Logistieke Divisie Woensdrecht (LDW) en de Logistieke Divisie Rhenen (LDR).

Activiteiten

De activiteiten die door het ressort LCKLu worden uitgevoerd zijn erop gericht zodanige voorwaarden te scheppen dat de eenheden van de Koninklijke Luchtmacht in materieel opzicht kan voldoen aan de vereiste operationele doelstellingen.

De activiteiten binnen het materieel-logistieke functiegebied omvatten het innoveren, instandhouden en verbeteren van de wapenen overige systemen van de eenheden van de Koninklijke Luchtmacht en het beschikbaar stellen van de materiële middelen die nodig zijn om het materieel van de Koninklijke Luchtmacht in gebruiksgerede staat te brengen en te houden. De systemen waar de activiteiten in hoofdzaak betrekking op hebben betreffen F-16 jachtvliegtuigen, helikopters, les- en transportvliegtuigen en geleide wapens. Voor het jaar 2001 zijn voor de genoemde systemen de volgende directe uren (capaciteit) gepland:

 
Activiteiten*MeeteenheidRaming 2001
Logistieke Divisie Woensdrecht (LDW)  
– planmatig/preventief onderhoud/modificatiex 1000 uren234
– incidenteel/correctief onderhoudx 1000 uren161
Totaal x 1000 uren395
Logistieke Divisie Rhenen (LDR)  
– planmatig/preventief onderhoud/modificatiex 1000 uren118
– incidenteel/correctief onderhoudx 1000 uren66
Totaal x 1000 uren184
Divisie Wapensysteem Ondersteuning (DWO)  
– engineeringx 1000 uren119
Totaal aantalx 1000 uren119
Totaal LCKLU 698

* de activiteiten en uren voor de zogenaamde groothandelsfunctie en de indirecte uren zijn niet in het overzicht opgenomen

Toelichting

Thans wordt onderzoek gedaan naar de ontwikkeling van een nieuwe set kengetallen die meer output-gericht is en meer waarde heeft voor de interne sturing van de bedrijfsvoering LCKLu.

Hierdoor is slechts voor het jaar 2001 een raming van activiteiten opgenomen. Verwacht wordt dat het onderhoud door de Logistieke Divisie Woensdrecht nagenoeg constant blijft. Enerzijds vindt een verschuiving plaats van de werklast voor de MLU F-16 modificatie naar andere modificaties van het F-16 wapensysteem. Daarnaast zal de werklast voor helikopterinspecties toenemen.

Doordat een aantal grote modificatieprojecten ten einde loopt, neemt op de Logistieke Divisie Rhenen de werklast planmatig/preventief onderhoud af. Verwacht wordt dat de werklast verbonden aan correctief onderhoud op beide depots nagenoeg constant blijft.

De verplichtingen en de uitgaven Logistiek Centrum Koninklijke Luchtmacht per artikelonderdeel

De onderverdeling in artikelonderdelen van de verplichtingen en de uitgaven (x f 1000)
ArtikelonderdeelVerplichtingen en uitgaven 
 1999200020012002200320042005
05.20.05 Ambtelijk burgerpersoneel  38 48738 07938 07938 07938 079
05.20.06 Militair personeel  35 23935 75735 50135 26835 083
05.20.07 Overige personele uitgaven  7 1016 9586 9586 9586 958
05.20.08 Materiële uitgaven  37 86037 91737 92137 86637 906
Stand ontwerpbegroting 2001  118 687118 711118 459118 171118 026
Stand 1e suppletore begroting 2000       
Nieuwe mutaties  118 687118 711118 459118 171 

Nieuwe mutaties

Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:      
– Splitsing vanuit ressort DOE 118 687118 711118 459118 171
Totaal van de nieuwe mutaties 118 687118 711118 459118 171

Ressort Koninklijke Militaire School Luchtmacht Vliegbasis Woensdrecht (KMSL/Vlb Wdt)

Het Ressort Koninklijke Militaire School Luchtmacht Vliegbasis Woensdrecht is opgericht in de loop van het jaar 1999 en wordt met ingang van 2001 in de begroting afzonderlijk gepresenteerd. Tevens is dit ressort ook een Resultaat Verantwoordelijke Eenheid (RVE).

Activiteiten

De activiteiten van het opleidingsinstituut KMSL/Vlb Wdt bestaan uit het verzorgen van opleidingen, in principe voor militair personeel, die niet worden verzorgd aan de Koninklijke Militaire Academie of het Instituut Defensie Leergangen. De opleidingsactiviteiten omvatten het geven van initiële- en bijscholingsopleidingen om nieuw en huidig personeel geschikt te maken en te houden om te functioneren bij de Koninklijke Luchtmacht. Verder worden cursussen en opleidingen gegeven die noodzakelijk zijn voor het vervullen van een functie en worden opleidingen verzorgd die noodzakelijk zijn om in aanmerking te kunnen komen voor een hogere functie en/of rang. Voor 2001 staan vooralsnog de volgende aantallen cursisten gepland (een opleiding kan uit diverse cursussen bestaan):

 
Aantal cursistenRaming 2001
– Algemene militaire en kaderopleidingen en initiële opleidingen858
– Initiële opleidingen717
– Loopbaanopleidingen328
– Overige opleidingen3 200
Totaal5 103

De verplichtingen en de uitgaven Koninklijke Militaire School Luchtmacht per artikelonderdeel

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen en de uitgaven (x f 1000)
ArtikelonderdeelVerplichtingen en uitgaven 
 1999200020012002200320042005
05.20.09 Ambtelijk burgerpersoneel  9 6839 5209 5209 5209 520
05.20.10 Militair personeel  101 192100 793100 531100 08299 781
05.20.11 Overige personele uitgaven  17 44817 44817 44817 44817 448
05.20.12 Materiële uitgaven  21 55421 55421 55421 55421 554
Stand ontwerpbegroting 2001  149 877149 315149 053148 604148 303
Stand 1e suppletore begroting 2000       
Nieuwe mutaties  149 877149 315149 053148 604 

Nieuwe mutaties

Specificatie nieuwe mutaties (x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:      
– Splitsing vanuit ressort DOE 149 877149 315149 053148 604
Totaal van de nieuwe mutaties 149 877149 315149 053148 604

Ressort Hoofdkwartier Koninklijke Luchtmacht (HKKLu)

Het ressort HKKLu bestaat na de herziening topstructuur uit de Staf plaatsvervangend Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten, de Directie Materieel KLu (DMKLu), de Directie Personeel KLu (DPKLu), de Directie Control KLu (DCKLu) en het Korps Luchtmachtstaven (KLS). Voorts is in het ressort HKKLu een aantal organisatie-elementen opgenomen, waaronder de Defensie Pijpleiding Organisatie (DPO), het Nederlands Administratief Korps (NAK) en diverse organisaties.

Activiteiten

De activiteiten van het ressort HKKLu omvatten:

a. het voeren van het operationele beleid van de Koninklijke Luchtmacht;

b. zowel leidinggevende als ondersteunende werkzaamheden ten behoeve van de onder de Koninklijke Luchtmacht ressorterende eenheden;

c. het er mede voor zorg dragen dat de eenheden van de Koninklijke Luchtmacht kunnen voldoen aan de gestelde normen en randvoorwaarden;

d. het voeren van een personeelsbeleid dat erop is gericht de Koninklijke Luchtmacht te allen tijde en in alle omstandigheden te doen beschikken over de gewenste aantallen voor hun taak berekend en gemotiveerd personeel;

e. het voeren van materieelbeleid gericht op de materieel-logistieke processen «voorzien in», «instandhouding» en «afvoeren»;

f. het bevorderen en bewaken van de doelmatigheid van de Koninklijke Luchtmacht door het vormgeven aan en het uitvoeren van het financieel-economisch beleid en het toetsen van de rechtmatigheid van de bestedingen.

Voor het ressort HKKLu zal een scheiding van taakvelden «beleid en plannen» en «beheer en uitvoering» plaatsvinden. Dit is onder andere het gevolg van de opsplitsing van het ressort DOE. Dit leidt tot het leggen van het taakveld beheer en uitvoering bij de ressorts TL, LCKLu en KMSL/Vlb Wdt welke integraal door de Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten worden aangestuurd. De functionele beleidsdirecties (DMKLu, DPKLu en DCKLu) behouden in de nieuwe organisatie hun verantwoordelijkheden en bevoegdheden op de respectieve functionele terreinen waar het betreft het formuleren van beleid.

De verplichtingen en de uitgaven Hoofdkwartier Koninklijke Luchtmacht per artikelonderdeel

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen (x f 1000)
ArtikelonderdeelVerplichtingen 
 1999200020012002200320042005
05.20.13 Ambtelijk burgerpersoneel42 01742 09939 50739 10039 13639 11939 147
05.20.14 Militair personeel90 20465 630158 571159 386157 989155 219153 638
05.20.15 Overige personele uitgaven142 99496 94458 02060 02361 55160 08359 703
05.20.16 Materiële uitgaven493 224555 677649 830490 721408 290412 161515 751
Stand ontwerpbegroting 2001768 439760 350905 928749 230666 966666 582768 239
Stand 1e suppletore begroting 2000 867 174939 185589 701656 658755 317 
Nieuwe mutaties – 106 824– 33 257159 52910 308– 88 735 
De onderverdeling naar artikelonderdelen van de uitgaven (x f 1000)
ArtikelonderdeelUitgaven 
 1999200020012002200320042005
05.20.13 Ambtelijk burgerpersoneel42 01742 09939 50739 10039 13639 11939 147
05.20.14 Militair personeel90 20465 630158 571159 386157 989155 219153 638
05.20.15 Overige personele uitgaven163 567101 77572 55372 57974 69964 39463 199
05.20.16 Materiële uitgaven531 389500 558519 944535 225548 118613 345632 996
Stand ontwerpbegroting 2001827 177710 062790 575806 290819 942872 077888 980
Stand 1e suppletore begroting 2000 812 069813 587796 509816 015829 042 
Nieuwe mutaties – 102 007– 23 0129 7813 92743 035 

Nieuwe mutaties

Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:     
– Prijsbijstelling15 00013 59917 26322 48419 281
– Overhevelingen vliegopleidingen– 76 184– 78 531– 78 342– 81 475– 80 428
– Overige overhevelingen naar/van andere ressorts– 11 22667 68160 10856 38449 827
Sub-totaal technische bijstellingen– 72 4102 749– 971– 2 607– 11 320
Beleidsmatige bijstellingen:      
Aanhouden 108 operationele F-16's:      
– Militair personeel 11 50018 90018 90018 900
– Onderhoud vliegtuigen 2 4004 8006 8006 800
– Overige personele uitgaven  1 2002 3004 9004 900
Andere mutaties:      
– Inhuur tijdelijk personeel523695– 33300 
– Inhuur O-, I- en A-personeel 16 3609 2028 4857 7077 707
– Kleding en uitrusting4 876– 302– 3072 116– 1 209
– Onderhoud jachtvliegtuigen– 36 377– 27 094– 21 944– 27 94517 284
– Onderhoud helikopters30 06317 08912 14813 3472 304
– Onderhoud transportvliegtuigen454 3928 7352 6833 769
– Onderhoud infrastructuur 15 5697 9595 6273 3583 465
– Vliegtuigbrandstoffen– 51 042– 6 771– 6 045– 6 274– 6 477
– Nieuw P-beleid9 811    
– Overige bijstellingen– 19 425– 46 031– 21 914– 19 358– 3 088
Sub-totaal beleidsmatige bijstellingen– 29 597– 25 76110 7526 53454 355
Totaal van de nieuwe mutaties– 102 007– 23 0129 7813 92743 035

Toelichting nieuwe mutaties

Technische bijstellingen

Als gevolg van de reorganisatie topstructuur en de daarmee samenhangende decentralisatie van verantwoordelijkheden en bevoegdheden (Verbeterd Economisch Beheer), vindt overheveling van budgetten naar de ressorts TL, LCKLu en KMSL/Vlb Wdt plaats. De belangrijkste overheveling heeft betrekking op de budgetten die bestemd zijn voor vliegopleidingen naar het ressort TL.

Personeelsraming

De verhoging van de verplichtingen en uitgaven ten behoeve van militair personeel is het gevolg van een technische bijstelling als gevolg van de gewijzigde ressortindeling. In deze raming zijn met name de effecten te zien van de herziening topstructuur Koninklijke Luchtmacht en de verdere decentralisatie.

Beleidsmatige bijstellingen

Aanhouden 108 operationele F-16's

Als gevolg van de besluitvorming naar aanleiding van de Kamerbehandeling van de Defensienota 2000 om niet over te gaan tot de afstoting van 18 F-16 vliegtuigen, worden de ingeboekte besparingen teruggedraaid. Het betreft zowel besparingen op personeel en materieel als investeringen. De exacte organisatorische en operationele inbedding van deze vliegtuigen is nog onderwerp van studie.

Inhuur O-, I- en A-personeel

De behoefte aan inhuur van O-, I- en A-personeel voor de komende jaren is voornamelijk gebaseerd op de behoefte met betrekking tot de herstructurering van de HKKLu, een aantal automatiseringsprojecten, zoals het project Implementatie Middenlaag (KLUIM – ten behoeve van distributie van administratieve en operationele informatie) en een bedrijfsbesturingssysteem. Op termijn blijft altijd de behoefte bestaan, zij het in mindere mate qua aantallen, om voor soortgelijke projecten specifieke deskundigheid in te huren.

Onderhoud F-16 vliegtuigen

Op grond van de noodzakelijke behoefte aan het onderhoud aan jachtvliegtuigen zijn de onderhoudscontracten zowel in volume als in tijd bijgesteld. Voor de latere jaren zijn de reparaties die in de Verenigde Staten worden uitgevoerd en de aanschaf van onderdelen van een hoger prijsniveau.

Onderhoud helikopters

De stijgende exploitatie uitgaven zijn het gevolg van het duurder worden van reparaties die worden uitgevoerd in de Verenigde Staten en de aanschaf van onderdelen.

Onderhoud transportvliegtuigen

Voor de uitvoering van het noodzakelijk onderhoud aan de KDC-10, rekening houdend met de unieke configuratie van dit vliegtuig, worden met name in de latere jaren hogere uitgaven gepland.

Onderhoud infrastructuur

Op het gebied van infrastructuur heeft een beleidsmatige heroverweging geleid tot aanpassing van de onderhoudsreeksen. Op grond hiervan zijn de ramingen voor het onderhoud aan infrastructuur aangepast.

Vliegtuigbrandstoffen

De raming voor vliegtuigbrandstoffen is gebaseerd op de uitgaven voor vliegtuigbrandstoffen in combinatie met de geplande vlieguren. Op basis van interne prioriteitsstelling is besloten dat in 2000 de aanwezige voorraad volledig wordt uitgeput en juist voldoende brandstof wordt aangekocht om het oefenprogramma uit te voeren. De gewijzigde uitgaven voor de latere jaren worden voornamelijk veroorzaakt doordat in de uitgaven rekening is gehouden met de verrekening van de vorderingen op brandstofaccijnzen. Daarnaast ligt de actuele brandstofprijs hoger dan eerder was voorzien. Per saldo dalen voor de jaren 2000 t/m 2005 de uitgaven voor vliegtuigbrandstoffen.

Nieuw P-Beleid

Deze mutatie betreft het aandeel van de Koninklijke Luchtmacht in de stalling van een deel van het voor nieuw P-beleid in de Defensienota voor 2000 gereserveerde bedragen.

Overige bijstellingen

De overige bijstellingen betreffen diverse mutaties, waarvan onder meer een aanpassing van het automatiseringsbudget en de behoefte aan onderhoud van overige systemen, installaties en materieel.

Toelichting op de verplichtingenmutaties

De oorzaken van de verplichtingenmutaties zijn voor een belangrijk deel gelijk aan die bij de uitgavenmutaties.

Uitgavenverdeelstaat

 
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
Uitgaven HKKLu827 177710 062790 575806 290819 942872 077888 980
Volledig toe te rekenen aan:        
– Apparaatsuitgaven HKKLu198 289121 84995 144121 863113 727133 726133 703
Specifiek (uniek) toe te rekenen aan:        
– Ressort TL354 653       
– Ressort LCKLu5 625301 860445 953388 690371 280364 119331 130
– Ressort KMSL       
Niet specifiek toe te rekenen268 610286 353249 478295 737334 935374 232424 147

Toelichting op de uitgavenverdeelstaat

De salarissen in het ressort HKKLu zijn geheel toegerekend aan de apparaatsuitgaven HKKLu.

De initiële vliegopleidingen die voorheen onderdeel uitmaakten van de overige personele uitgaven zijn gedecentraliseerd naar het ressort KMSL/Vlb Wdt.

De materiële exploitatie die voorheen uniek aan TL is toe te rekenen, (voor het belangrijkste deel uitgaven ten behoeve van vliegtrainingen en oefeningen (waaronder Goose Bay en Red Flag)), zijn met de reorganisatie van de topstructuur gedecentraliseerd naar het TL-ressort.

De materiële exploitatie (voor het jaar 2000) die uniek aan DOE is toe te rekenen betreft voor het belangrijkste deel de aanschaf van onderdelen voor de helikopters en de vastvleugelige vliegtuigen, vliegtuigonderhoud (inbesteed en uitbesteed) en onderhoud bewapeningsmaterieel en het aandeel van de Koninklijke Luchtmacht in het budget voor het Central European Pipeline System (CEPS) en de DPO. Met ingang van 2001 is dit toe te rekenen aan het ressort LCKLu.

De niet specifiek toe te rekenen personele en materiële exploitatie betreffen onder andere uitrustingsgereedschap zoals kleding, tenten en rantsoenen. Hiervan worden hoeveelheden in voorraad gehouden voor het geval ze nodig zijn als eenheden worden uitgezonden. Daar vooraf niet exact is te bepalen welk personeel wordt uitgezonden, zijn deze uitgaven niet toewijsbaar. Voorts zijn hierin opgenomen uitgaven voor onderwijs en opleidingen, onderhoud infrastructuur en de stalling van de mutatie voor het P-beleid uit de Defensienota die aan de begroting van de Koninklijke Luchtmacht is toebedeeld.

Artikelonderdeel 05.20.17 Wachtgelden en inactiviteitswedden

De uitgaven op dit artikelonderdeel hebben betrekking op de diverse wachtgeldregelingen voor het burger- en militair personeel van de Koninklijke Luchtmacht. Naast het reguliere wachtgeld worden op dit artikelonderdeel ook de uitgaven voor wachtgelden en uitstroombevorderende maatregelen geraamd die voor de Koninklijke Luchtmacht uit het Sociaal Beleidskader (SBK) voortvloeien.

Volgens het gestelde in artikel 4, lid 6, punt a van de Comptabiliteitswet wordt bij dit artikelonderdeel als verplichting opgenomen het bedrag dat als uitgave wordt geraamd.

De verplichtingen en de uitgaven wachtgelden en inactiviteitswedden per categorie

 
CategorieVerplichtingen en uitgaven 
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
Wachtgelden SBK/UBMO Burgerpersoneel6 8616 6194 8113 4912 4481 5091 032
WBDP Burgerpersoneel2 8562 7183 2993 1772 3511 9781 918
WAO Burgerpersoneel 4957781 0521 1671 1671 167
Overige uitkeringen Burgerpersoneel 353461456447422322
Wachtgelden SBK/UBMO militair personeel7 2575 1903 2132 0231 4861 094936
Werkloosheidsbesluit BBT-militairen3 8113 9044 5033 2072 5682 5552 555
WBDP BOT-militairen 1 0551 8182 5062 7612 6462 494
WAO en BW AP9874727731 0571 1861 1841 184
Overige wachtgelden militair personeel  0    
Totaal21 77220 80619 65616 96914 41412 55511 608
Uitvoeringskosten5 0784 2654 2754 2914 2984 2984 298
Stand ontwerpbegroting 200126 85025 07123 93121 26018 71216 85315 906
Stand 1e suppletore begroting 2000 24 00421 32220 15618 37218 337 
Nieuwe mutaties 1 0672 6091 104340– 1 484 

Toelichting nieuwe mutaties

Het beleid van de Koninklijke Luchtmacht is er op gericht de instroom in ontslaguitkeringsregelingen (SBK) te beperken. In het proces van herstructurering en verkleining van de Koninklijke Luchtmacht zijn de mogelijkheden voor herplaatsing van militairen burgerpersoneel beperkt. Daarnaast blijkt personeel in lagere rangen/schalen in de praktijk niet altijd herplaatsbaar. Bij met name ouder personeel doet zich bovendien het probleem voor dat om- en bijscholing op grond van rendement en/of opleidbaarheid niet in alle gevallen mogelijk is. Dit leidt ertoe dat er een kwalitatieve «mismatch» ontstaat tussen functie- en personeelsbestand.

Teneinde de haar opgedragen taken te kunnen uitvoeren dient de Koninklijke Luchtmacht te beschikken over voldoende aantallen, gemotiveerd en voor haar taak berekend personeel. Door de instroom van burgers en BOT-militairen in ontslaguitkeringsregelingen in de jaren 2000 t/m 2002 kunnen de effecten van de ontstane kwalitatieve «mismatch» tussen functie- en personeelsbestand worden geminimaliseerd. Hierdoor ontstaat de mogelijkheid nieuw gekwalificeerd personeel aan te stellen.

05.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur

De grondslag van het artikel en het te voeren beleid

Ten laste van dit artikel worden de uitgaven geraamd voor investeringen in groot materieel en infrastructuur.

Het beleid is gericht op verbetering van het bestaande materieel, opheffing van tekortkomingen, zowel kwantitatief als kwalitatief en vervanging van verouderd materieel door modern hoogwaardig materieel.

Door snelle ingrijpende ontwikkelingen van moderne technologie worden hoge eisen gesteld aan het materieel, met name op de aspecten bescherming, vuurkracht, mobiliteit en precisie. Voor het materieel van de Koninklijke Luchtmacht is voor de komende jaren een aantal kwalitatieve en kwantitatieve hoofdaandachtspunten onderkend, te weten verbetering en op termijn vervanging van de F-16, de vervanging van de Alouette III en Bölkow 105 helikopters, luchtverkennningsmiddelen, communicatiemiddelen en bewapening. Tevens worden automatiserings- en informatiseringsprojecten uitgevoerd waarmee de Koninklijke Luchtmacht in haar nieuwe structuur zo optimaal mogelijk wordt ondersteund.

Daarnaast worden infrastructuurprojecten uitgevoerd, welke noodzakelijk zijn als gevolg van de herstructurering van de Koninklijke Luchtmacht, de invoering van de ARBO-wet en milieuwetgeving.

Algemeen

Naar aanleiding van de Defensienota zijn aanzienlijke bijstellingen in investeringsprojecten doorgevoerd. Bovendien heeft op basis van een algehele projectactualisering binnen de beschikbare investeringsbudgetten een nadere prioriteitsstelling plaatsgevonden die tot aanpassing van de diverse projectramingen en -planningen heeft geleid. Onderstaand wordt per artikelonderdeel inzicht gegeven in de belangrijkste investeringsprojecten. Aangegeven worden de belangrijkste ontwikkelingen, alsmede een nadere specificatie van de grote projecten waarvan de ontwikkeling ten grondslag ligt aan de in de onderstaande tabel opgenomen mutaties.

De verplichtingen en de uitgaven

 
Bedragen x f 1000  Verplichtingen 
 1999200020012002200320042005
Stand ontwerpbegroting 2001474 474662 5461 317 1451 388 463544 955812 795797 080
Stand 1e suppletore begroting 2000 1 086 6611 219 558587 127661 160886 389 
Nieuwe mutaties – 424 11597 587801 336– 116 205– 73 594 
 
Bedragen x f 1000Uitgaven 
 1999200020012002200320042005
Stand ontwerpbegroting 2001743 773487 047548 521570 931789 701795 914926 649
Stand 1e suppletore begroting 2000 381 999560 492635 438848 687821 103 
Nieuwe mutaties 105 048– 11 971– 64 507– 58 986– 25 189 

Nieuwe mutaties

De nieuwe mutaties in de verplichtingen en de uitgavenopbouw zijn als volgt te specificeren:

 
Bedragen x f 100020002001200220032004
De nieuwe verplichtingenmutaties:      
Naar aanleiding van de Defensienota:     
– SHORAD – 118 000    
– MLU ontwikkeling, productie en inbouw37 100    
– Aanschaf Light Utility Helikopters – 150 000285 000   
Overige mutaties:     
– Verbetering Lucht grond wapens– 133 400 114 00072 600 
– Integrated electronic warfare    – 108 100
– Aanschaf MAWS 10 000  44 600
– ALQ/Block 1 update  182 300– 182 300  
– Simulator transporthelikopters– 50 000    
– AACMI23 500     
– Vervanging Orpheus LVS– 199 600 199 600   
– Link 16155 300 – 70 700   
– AH-64 D Longbow en Hellfire's  100 000– 100 000 
– Patriot PAC III Raketten en lanceerinrichtingen– 281 700281 700   
– Vervanging naderingsappatuur SAPP– 90 90090 900    
– Overige bijstellingen115 585– 135 013– 8 86493 495– 10 094
Totaal van de nieuwe verplichtingenmutaties– 424 11597 587801 336– 116 205– 73 594
De nieuwe uitgavenmutaties:     
Naar aanleiding van de Defensienota:     
– SHORAD  – 20 000– 50 000– 26 000
– Aanschaf Light Utility Helikopters 400– 44 60020 40070 000
– MLU ontwikkeling, productie en inbouw5 495– 49 14021 5587 9001 100
Overige mutaties:      
– BTW-modificatie kits F-1625 000– 25 000   
– AACMI– 7 93518 835   
– Verbetering Lucht grond wapens6 100– 1 90090051 70024 900
– Nachtzicht en laserdoelaanstralingsapparatuur– 1 9007 300– 12 4002 500  
– Lantern targeting pods15 14216 858    
– Aanschaf MAWS   – 31 300– 7 300
– Simulator transporthelikopters– 4 500– 13 000– 12 000– 10 000 
– Vervanging Orpheus LVS– 1 200– 36 900– 38 000– 10 900– 19 300
– Automatiseringsmiddelen info voorzieningen– 1 300– 3 900– 18 000– 21 300– 22 700
– Link 161 00020 00022 00022 00022 000
– AH-64 D Longbow Hellfire raketten   40 300– 1 000
– Zelfbescherming transporthelikopters13 8003 700– 10022 800– 3 100
– KLUIM– 11 30820 0009 300  
– Patriot Sweep down 5 rep 3 6 500    
– Patriot PAC III Raketten en lanceerinrichtingen– 5 000– 21 000– 31 600– 48 900– 9 200
– Infra rood lucht-lucht geleide wapens   – 24 500– 30 000
– Overige bijstellingen65 15452 176– 6 165– 59 28619 411
Totaal van de nieuwe uitgavenmutaties105 048– 11 971– 64 507– 58 986– 25 189

De onderverdeling naar artikelonderdelen

Artikelonderdeel vliegtuigmaterieel

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
Vliegtuigmaterieel138 779116 415644 883357 841111 066138 356161 369271 292277 945413 557

In 1993 is besloten dat 138 F-16 vliegtuigen een Mid Life Update (MLU) krijgen. De uitgaven op dit artikelonderdeel zijn verbonden aan de MLU-ontwikkeling, de aanschaf van de modificatiepakketten en de inbouw ervan. In de periode tot en met 2003 zal de aandacht voornamelijk gericht zijn op de inbouw van de MLU-kits in de Nederlandse F-16's, na 2003 voornamelijk op het up to date houden van de operationele capaciteiten van de F-16. Onder dit artikelonderdeel valt tevens het project Unmanned Aerial Vehicles ten behoeve van surveillance-taken. Tevens komen ten laste van dit artikelonderdeel de uitgaven die bestemd zijn voor de projecten die een aanvulling zijn op de MLU F-16. Dit betreft onder meer de aanschaf van nachtzicht- en laserdoelaanstralingsapparatuur. Tevens worden de uitgaven geraamd in het kader van de ontwikkeling en op termijn de verwerving van de vervanger van de F-16.

Voorts worden op dit artikelonderdeel de uitgaven geraamd die betrekking hebben op de aanschaf en modificatie van helikopters en (transport)vliegtuigen. De jaarlijks fluctuerende uitgaven worden hoofdzakelijk bepaald door contractueel vastgelegde betalingsschema's, die afgestemd zijn op de productievoortgang bij de leveranciers.

De projecten MLU-ontwikkeling, productie en inbouw, MLU-gerelateerde projecten, de vervanging F-16 en de vervanging Bölkow-105 en Alouette-III worden hieronder toegelicht.

Project MLU (Mid Life Update)- ontwikkeling, productie en inbouw

De operationele capaciteit en inzetmogelijkheden van de F-16 gevechtsvliegtuigen worden verbeterd door het uitvoeren van het Mid Life Update (MLU) programma. Als gevolg van de uitvoering van de motie Van den Doel, namelijk het aanhouden van 108 operationele F-16's, zijn de gereserveerde fondsen voor het inbouwprogramma bijgesteld. Daarnaast is de betalingsreeks voor het project MLU F-16 productie en inbouw geherfaseerd. Hierdoor zijn zowel de uitgaven- als de verplichtingenraming voor het project MLU F-16 productie en inbouw bijgesteld.

MLU Gerelateerde Projecten

Het project nachtzicht- en laserdoelaanstralingsapparatuur maakt deel uit van de nationale aanvulling MLU. Medio 2000 zijn de eerste van de oorspronkelijk voorziene tien laserdoelaanstralingssystemen geleverd. Aansluitend worden de zeven additioneel bestelde systemen geleverd en worden de drie tijdens «Allied Force» aangeschafte systemen op dezelfde standaard gebracht. Hiervoor zijn fondsen voorzien tot en met 2003. Op basis van de geplande levering zijn de gereserveerde fondsen voor de nachtzichtsystemen geherfaseerd. Het project betreft tevens de verwerving van «Night Vision Goggles», waarvan een deel is geleverd in 2000.

Helmet Mounted Display/Cueing System (HMCS)

Dit project behelst onder meer een geavanceerd doelaanwijssysteem dat benodigd is voor de geplande verbeterde korte afstand raket (VKAR), voorheen ASRAAM. Vanaf 2003 komt de benodigde software (M3) voor dit wapen en voor het HMCS ter beschikking. Ten behoeve van het project Link-16, zijn de fondsen voor deze raket geherfaseerd. De fondsen zijn gereserveerd voor de periode 2007–2010. Voor HMCS worden de fondsen in 2003–2005 gehandhaafd.

Vervanging F-16

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
Project Vervanging F-16  600 000  10 00021 60067 100160 100248 200

Indien geen aanvullende maatregelen worden genomen, zullen vanaf 2010 de eerste F-16's het einde van hun technische levensduur bereiken. In dit kader wordt de mogelijkheid van een levensduurverlenging (end-life update) van de F-16 bezien, danwel de vervanging door de Eurofighter, F-18, F-16 Advanced, Saap Grippen, Rafale of de Joint Strike Fighter (JSF). Op dit moment bevindt dit project zich in een voorstudie-/studiefase. De Koninklijke Luchtmacht participeert in dit kader in de «concept demonstration phase» van het JSF project. In 2001 is de vraag aan de orde of Nederland in de ontwikkelingsfase (EMD) van de JSF wil en kan deelnemen. Een en ander is toegelicht in het basisdocument vervanging F-16 (Kamerstukken II 1999–2000, 26 488, nr. 3).

Project Apache Longbow

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
Project Apache longbow       20 00030 00040 000

Vanaf het jaar 2003 is voorzien in de uitbreiding van het Apache wapensysteem met de Longbow Fire Control Radar (FCR). Dit betekent capaciteitsverbetering van de helikopters, verhoging van de overlevingkansen en vergroting van het gevechtsveld overzicht.

Project Apache RF Hellfire

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
Apache RF Hellfire       10 00010 00010 000

De verwerving van bijbehorende radargeleide Hellfire raketten is in operationeel en technisch opzicht verbonden aan de aanschaf van de Longbow Radar. De Longbow FCR verschaft informatie om Hellfire raketten naar hun doel te geleiden. Aanschaf van de RF Hellfire leidt tot een betere effectiviteit en verhoogt de overleveringskansen. Vanaf 2003 zijn hiervoor uitgaven gepland.

Zelfbescherming Transport Helikopters

Vanaf 1999 is een aanvang gemaakt met het voorzien van enkele transporthelikopters met de noodzakelijke zelfbeschermingsmaatregelen. Voor het invullen van de resterende behoefte zijn tot en met 2004 fondsen gepland.

Simulator Transporthelikopters

In de behoefte aan simulatiecapaciteit voor de transporthelikopter wordt voorzien door inhuur omdat dit doelmatiger is. Het voorgenomen investeringsproject komt hierdoor te vervallen en een B/C-brief zal achterwege blijven.

Project Light Utility Helikopters (LUH)

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
Light Utility Helikopters  1 200  40045 40080 40070 00055 000

De in de inventaris van de Koninklijke Luchtmacht aanwezige Bölkow-105 en Alouette-III helikopters zijn operationeel en technisch verouderd. Voorzien is dat deze helikopters worden vervangen door een beperkt aantal nieuwe LUH's. Voor de verwerving van de nieuwe helikopters was in de begroting 2000 totaal f 150 miljoen gereserveerd. Met de Defensienota is aan dit project f 135 miljoen toegevoegd. De verplichting voor de verwerving van een nieuw type helikopter zal naar verwachting in 2002 worden aangegaan. Invoering van de LUH's is vanaf 2003 te verwachten. De betalingen in 2001 betreffen aanloopkosten.

Artikelonderdeel Vervoermiddelen

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
Vervoermiddelen9 80630 03137 40414 53511 16224 27036 99947 60054 95047 250

De uitgaven op dit artikelonderdeel betreffen de aanschaf en bedrijfsmatige vervanging van voertuigen. Bij de uitgaven voor de bedrijfsmatige vervanging van vervoersmiddelen wordt altijd gekeken naar de mogelijkheid om de voertuigen op kosteneffectieve wijze te renoveren in plaats van te vervangen. In beginsel wordt, daar waar mogelijk, de vervanging of renovatie van voertuigen in samenwerking met de Koninklijke Landmacht gedaan. Alleen KLu-specifieke voertuigen worden door de Koninklijke Luchtmacht zelf verworven. Een voorbeeld is de verwerving van nieuwe vliegtuigbrandbestrijdingsvoertuigen.

Artikelonderdeel Elektrisch en elektronisch materieel

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
Elektrisch en elektronisch materieel159 300259 598230 945162 835130 832143 606131 376170 607154 334223 197

Onder dit artikelonderdeel vallen de uitgaven voor elektrisch en elektronisch materieel ten behoeve van systemen voor grond- en verbindingsapparatuur. In de ramingen is rekening gehouden met het NAFIN-project. Binnen dit artikelonderdeel zijn tevens fondsen opgenomen voor realisatie van het project KLUIM, alsmede resterende fondsen voor de Millennium-problematiek.

Ook de vervanging van het verouderde luchtverkenningssysteem (Orpheus) van de F-16 is in dit artikelonderdeel geraamd. Voorts is een aantal met de modernisering van de F-16 samenhangende projecten op dit artikelonderdeel geraamd, zoals Digital Electronic Engine Control (DEEC). Bij de modernisering van de F-16 komen ook systemen aan de orde die enerzijds de zelfbescherming van de F-16 verbeteren en anderzijds de werkdruk van de vlieger verlichten. Onder deze systemen vallen het Integrated Electronic Warfare Management System (IEWMS) en het Missile Approach Warning System (MAWS).

De huidige Lokale Transmissie Netwerken (LTN) worden opgewaardeerd naar Euro ISDN, de capaciteit wordt uitgebreid en de koppelingen met NAFIN worden gedigitaliseerd. Andere projecten die onder dit artikelonderdeel worden geraamd zijn Mode S apparatuur (ten behoeve van de verbetering van de informatie-uitwisseling tussen vliegtuigen en de civiele en militaire luchtverkeersbeveiliging), MIDS (datacommunicatie-apparatuur voor vliegtuigen), NIMICS (aanpassingen aan het lokale communicatiesysteem van het Air Operations Control Station (Nieuw Milligen)) en UHF-grondapparatuur (ten behoeve van radioverbindingen met vliegtuigen).

Project Vervanging luchtverkenningsysteem (LVS)

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
Vervanging LVS       38 10040 00049 000

De Koninklijke Luchtmacht beschikt voor de uitvoering van de luchtverkenningstaak over het Orpheus systeem. Dit systeem is echter technisch en operationeel verouderd. Zolang de vervanging niet is gerealiseerd, kent de Koninklijke Luchtmacht beperkingen bij het leveren van «near real time» informatie voor politieke en militaire doeleinden. De bedrijfsmatige vervanging van het verouderde systeem door een luchtverkenningssysteem met «near real time» capaciteiten en de daarbij behorende grondstations is in de begroting opgenomen. Mede op basis van de ontvangen offertes vindt herijking van de behoefte plaats en is het project vooralsnog twee jaar vertraagd

Project Link 16

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
Project Link 16 155 300  1 00020 00022 00032 00042 00042 000

Het betreft hier een tactische datalink voor snelle informatievoorziening. De integratie in het F-16 wapensysteem zal via vliegtuigsoftware worden verzorgd (versie M3). Daarnaast zijn ook hardware aanpassingen en Link-16 terminals benodigd. Nederland heeft inmiddels aan de Amerikaanse overheid gevraagd om een vrijblijvende prijsopgave voor de modificatiepakketten in de vorm van een Letter of Offer and Acceptance.

Project Naderingsapparatuur

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
Naderingsapparatuur 1 10091 000 10020 00042 00030 000  

Dit project betreft de verwerving van naderingsapparatuur ter vervanging van de huidige verouderde rondzoekradars van de vliegbases, die zorgdragen voor de zogenaamde «Sector Approach» (SAPP) van vliegtuigen. Bediening zal centraal op het AOCS Nieuw Milligen plaatsvinden.

Project Landingsapparatuur

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
Landingsapparatuur  41 000   19 40021 600  

Dit project betreft de vervanging van de huidige Precision Approach van de vliegbases en de bijbehorende vliegtuigmodificaties, die zorgdragen voor de zogenaamde Final Approach (FAPP) van vliegtuigen, door het «Instrument Landing System» (ILS).

Project NAFIN

NAFIN beoogt de realisatie van een geïntegreerd telecommunicatienetwerk ten behoeve van de gehele Defensie-organisatie. De structuur bestaat uit drie lagen: een transmissielaag, een schakellaag en een dienstenlaag. Het netwerk vervangt alle bestaande interlokale statische communicatienetwerken zowel ten behoeve van spraak- als datacommunicatie. Het project wordt als SSM/SSP-project door de Koninklijke Luchtmacht geleid. Er zijn tot 2002 fondsen geraamd voor NAFIN.

Project Nationale C2-component

De huidige Navo Command and Control- plus de melding en gevechtsleidingsystemen zijn sterk verouderd. Het ACCS-project (Air Command and Control Systems) behelst de modernisering van deze oude systemen. De oplevering van het nieuwe CRC-onderkomen zal pas in 2004 worden afgerond, waarna installatie van ACCS-apparatuur kan plaatsvinden. Vooralsnog wordt uitgegaan van een projectperiode 2005–2006.

Project Millennium

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
Millennium16 3006 900 16 30024 000     

Daar fondsen voor verschillende activiteiten uit 1999 niet konden worden gerealiseerd, zijn deze fondsen doorgeschoven naar 2000. Voor dit project is voor het jaar 2000 f 24,0 miljoen geraamd.

Project KLUIM

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
KLUIM38 71243 20014 50040 49735 30043 80019 300   

Dit project heeft tot doel het aanleggen van een KLu-ICT-architectuur op de onderdelen van de Koninklijke Luchtmacht om administratieve en operationele informatie binnen deze onderdelen te distribueren. Tevens zal KLUIM voorzien in de koppeling naar NAFIN om zo landelijke koppelingen te realiseren. De uitvoering van dit project vormt de ruggengraat voor de verdere herstructurering van de informatievoorziening. De realisatie van KLUIM loopt tot 2003. Een nadere prioriteitsstelling in het project KLUIM heeft geleid tot een herfasering en een bijstelling van het project.

Project Receiver Processor ALQ 131

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
Receiver Processor ALQ 131       6 5006 50060 500

Dit project betreft de aanpassing van de capaciteiten van het ALQ-stoorsysteem om aan de technisch en operationeel evoluerende dreigingssystemen weerstand te kunnen bieden. Bij de fasering is voorrang gegeven aan de invulling van de Reaction Force-behoefte. De verplichtingen zullen daarom in 2002 worden aangegaan.

Artikelonderdeel Bewapeningsmaterieel

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
Bewapeningsmaterieel12 45049 324274 60030 82334 47744 05044 50072 80082 350131 600

Bewapeningsprojecten, zoals de modificatie van het luchtverdedigingssysteem Patriot (voornamelijk voor het bereiken van een betere capaciteit tegen tactisch ballistische raketten), de vervanging van de HAWK-systemen van TRIAD-eenheden en Stinger-modificaties en -voorwaar-schuwingssystemen zijn bepalend voor de uitgaven op dit artikelonderdeel.

Project SHORAD

De OLVD-eenheden van de Koninklijke Luchtmacht en de luchtverdedigingseenheden van de Koninklijke Landmacht zullen worden samengevoegd op de Groep Geleide Wapens (GGW) De Peel. Op grond hiervan is besloten de fondsen van het SHORAD-project conform de Defensienota 2000 over te hevelen naar het beleidsterrein Koninklijke Landmacht.

Vervanging HAWK PIP III

De Hawk-systemen bereiken over enige tijd het einde van hun operationele en technische levensduur. Op grond hiervan dient dit systeem vanaf 2005 te worden vervangen. Het aangaan van verplichtingen hiervoor staat gepland vanaf 2004.

Project Patriot PAC III Raketten en lanceerinrichtingen

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
Patriot PAC III Raketten en lanceerinrichtingen  281 700   19 00052 00052 00052 000

Teneinde de capaciteit van het Patriot-systeem tegen Tactisch Ballistische Raketten (TBM's), kruisraketten en laagvliegende kleine doelen te verbeteren, wordt het Patriot-systeem aangevuld met PAC-III raketten en extra lanceerinrichtingen. Op grond van de prijsontwikkeling van de raket treedt vertraging op. Voorzien is dat de verplichting in 2001 wordt aangegaan en dat de uitgaven vanaf het jaar 2002 zullen aanvangen

Artikelonderdeel Springstoffen en munitie

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
Springstoffen en munitie4 639 1 90030 2816 4194 3089 90052 10054 90022 600

Dit artikelonderdeel betreft het kwalitatief en kwantitatief op peil houden van de oorlogsvoorraad munitie, bommen en raketten voor met name de F-16 vliegtuigen. Daarnaast zijn de behoeften op het gebied van Explosieven Opruiming op dit artikelonderdeel geraamd. Van belang bij de modernisering van de bewapening van de F-16 is de aanschaf van moderne wapens die een grote mate van precisie hebben teneinde onbedoelde schade te voorkomen. De operaties waaraan de Koninklijke Luchtmacht deelneemt vereisen een dergelijke grote precisie en dus een modernisering van het bewapeningsmaterieel.

Project Verbetering Lucht-Grond Bewapening

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
Verbetering Lucht-           
Grond Bewapening       59 10054 90022 600

Zowel de voortdurend evoluerende dreiging als de stringentere eisen in het licht van een optreden in crisisbeheersingsoperaties, vereisen een modernisering van het bewapeningspakket. Daarbij gaat het met name om een grote mate van precisie, alsmede weersonafhankelijke en «stand-off»-inzetbaarheid van middelbare hoogte. Dit leidt tot een aanvullende behoefte aan lasergeleide en optisch danwel infrarood geleide- en GPS geleide precisiewapens. De benodigde fondsen voor de modernisering van lucht-grond bewapening zijn vanaf 2003 voorzien. Invoering van de voor nieuwe bewapening noodzakelijke software wordt in de reeds voorziene vliegtuigsoftware M3 meegenomen. M3 zal in 2003/2004 worden ingevoerd.

Artikelonderdeel Overig materieel

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
Overig materieel5 70025 19816 280– 5 84127 05432 61219 50112 70212 9029 300

In algemene zin worden de uitgaven op dit artikelonderdeel bepaald door projecten (zoals de vervanging van werkplaats- en gronduitrustingen) met een geringe financiële omvang, die een bedrijfsmatig karakter hebben. Daarnaast worden vervangingen, aanpassingen en verbeteringen van met name werkplaats- en gronduitrustingen ingegeven door de ARBO- en Milieuwetgeving.

Artikelonderdeel Infrastructuur

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven 
 1999200020011999200020012002200320042005
Infrastructuur143 800181 980111 133153 299166 037161 319167 286162 600158 53379 145

Ten laste van dit artikelonderdeel worden de uitgaven geraamd voor renovatie en nieuwbouw van infrastructurele voorzieningen ten behoeve van de Koninklijke Luchtmacht. De investeringen als gevolg van eisen die de milieuwetgeving stelt, worden eveneens op dit artikel geraamd. De behoefte aan nieuwbouw wordt onder meer bepaald door de herstructureringsmaatregelen binnen de KLu, zoals geformuleerd in de Defensienota 2000.

De opdracht voor de realisatie van deze behoeften wordt vervat in het Behoefteplan Nieuwbouw KLu (BPNKLu). De omvang hiervan is met de Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen (DGWT) afgestemd op de beschikbare verwerkingscapaciteit. Op dit artikelonderdeel worden tevens de DGWT-apparaatsuitgaven, de uitgaven in het kader van geluidszonering en de uitgaven voor milieumaatregelen geraamd. Budgettair is het beleid ten aanzien van milieu-uitgaven binnen de Koninklijke Luchtmacht ingevuld. Ten behoeve van de herstructurering van de KLu heeft een nadere prioriteitsstelling binnen de infrastructuurbehoeften plaatsgevonden.

06. BELEIDSTERREIN KONINKLIJKE MARECHAUSSEE

Algemeen

De uitgaven bij het beleidsterrein Koninklijke Marechaussee zijn binnen het artikel 06.20 Personeel en materieel als één ressort (inclusief wachtgelden) opgenomen. Het artikel 06.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur completeert de begroting van de Koninklijke Marechaussee.

De uitgavenramingen van het beleidsterrein Koninklijke Marechaussee zijn als volgt te specificeren:

 
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
06.20 Personeel en materieel467 565504 846518 551521 826519 896518 775517 588
06.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur45 03756 11687 08070 26665 30954 61656 266
Totale uitgaven (x f 1000)512 602560 962605 631592 092585 205573 391573 854
Totale uitgaven (x € 1000)232 609254 553274 823268 680265 554260 193260 404

06.20 Personeel en materieel

De grondslag van het artikel en het te voeren beleid

Op dit artikel wordt inzicht verschaft in de bedrijfsvoeringsuitgaven van de Koninklijke Marechaussee door de presentatie in vijf artikelonderdelen: ambtelijk burgerpersoneel, militair personeel, overige personele uitgaven, materiële uitgaven en de wachtgelduitgaven en inactiviteitswedden.

Het bedrijfsvoeringsbeleid van de Koninklijke Marechaussee is gericht op de inzet van personeel voor de operationele taakuitvoering. De effectiviteit daarvan wordt in hoge mate bepaald door de beschikbaarheid van personeel. De Koninklijke Marechaussee vormt als geheel een resultaatverantwoordelijke eenheid.

Activiteiten

Het project Beleid en Bedrijfsvoering Koninklijke Marechaussee 2000 (BBKMAR 2000) vordert gestaag. Eind 2000 wordt het project afgerond zodat de begrotingsvoorbereiding voor 2002 met behulp van de nieuwe systematiek kan worden uitgevoerd. Het doel van de nieuwe systematiek is te komen tot een meer op output-gerichte sturing op basis van gemaakte afspraken over te behalen resultaten per taakveld.

De Koninklijke Marechaussee verricht diverse activiteiten binnen onderstaande taakvelden:

* Beveiliging:

– objectbeveiliging;

– persoonsbeveiliging;

– beveiliging burgerluchtvaart;

– beveiliging waardetransporten;

– ceremoniële taken.

* Handhaving vreemdelingenwet:

– grensbewaking;

– mobiel toezicht vreemdelingen;

– ondersteuning asielprocedure.

* Politietaken Defensie

* Politietaken burgerluchtvaartterreinen

* Recherchetaken

* Vredes- en internationale taken

* Assistentieverlening, samenwerking en bijstand.

De verplichtingen en de uitgaven per artikelonderdeel

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen (x f 1000)
ArtikelonderdeelVerplichtingen
 1999200020012002200320042005
06.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel18 01020 60422 47722 47722 47722 47722 477
06.20.02 Militair personeel329 465338 941344 604347 581344 376341 605339 178
06.20.03 Overige personele uitgaven51 67352 03948 08447 16747 48947 64548 981
06.20.04 Materiële uitgaven85 73093 13094 758102 07897 81199 54398 149
06.20.05 Wachtgelden en inactiviteitswedden1 0631 1071 7911 8101 7931 7111 711
Stand ontwerpbegroting 2001485 941505 821511 714521 113513 946512 981510 496
Stand 1e suppletore begroting 2000 497 921464 950475 228468 471469 142 
Nieuwe mutaties 7 90046 76445 88545 47543 839 
De onderverdeling naar artikelonderdelen van de uitgaven (x f 1000)
ArtikelonderdeelUitgaven
 1999200020012002200320042005
06.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel18 01020 60422 47722 47722 47722 47722 477
06.20.02 Militair personeel329 407338 941344 604347 581344 376341 605339 178
06.20.03 Overige personele uitgaven49 16852 03948 08447 16747 48947 64548 981
06.20.04 Materiële uitgaven69 91792 155101 595102 791103 761105 337105 241
06.20.05 Wachtgelden en inactiviteitswedden1 0631 1071 7911 8101 7931 7111 711
Stand ontwerpbegroting 2001467 565504 846518 551521 826519 896518 775517 588
Stand 1e suppletore begroting 2000 496 946464 722469 106468 093468 764 
Nieuwe mutaties 7 90053 82952 72051 80350 011 

Nieuwe mutaties

Specificatie nieuwe mutaties (x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:      
– herschikkingen met andere beleidsterreinen212– 276– 31103– 162
– prijsbijstelling2 4721 8921 8671 8331 806
– rentecompensatie infrastructuur 7 5007 5007 5007 500
Sub-totaal technische bijstellingen2 6849 1169 3369 4369 144
Beleidsmatige bijstellingen:      
– maatregelen op P-gebied7 7472 8151 277366– 1 027
– herschikkingen 41 90042 20042 20042 200
– overige bijstellingen, per saldo– 2 531– 2– 93– 199– 306
Sub-totaal beleidsmatige bijstellingen5 21644 71343 38442 36740 867
Totaal van de nieuwe mutaties7 90053 82952 72051 80350 011

Toelichting op de nieuwe verplichtingen- en uitgavenmutaties

Technische bijstellingen

Herschikkingen met andere beleidsterreinen

De herschikkingen hebben met het beleidsterrein Dico plaatsgevonden als gevolg van bijgestelde behoeften op het gebied van vervoer en werving en selectie van personeel.

Rentecompensatie infrastructuur

De huisvestingswensen van de Koninklijke Marechaussee op Schiphol worden via de leenfaciliteit gefinancierd. Daartoe wordt de begroting van Defensie verhoogd met de rentereeks vanwege het benodigde beroep op de leenfaciliteit.

Prijsbijstelling

Een deel van de uitgekeerde prijsbijstelling is aan dit artikel toegevoegd.

Beleidsmatige bijstellingen

Maatregelen op P-gebied

De mutaties vloeien voort uit de genomen maatregelen zoals genoemd in de Defensienota 2000. Het betreft de stalling van het aandeel van de Koninklijke Marechaussee in de f 50 miljoen voor nieuw P-beleid in 2000 en gelden voor het versterken van de staf, het bevorderen van externe werkzekerheid en de veranderingen in de P-structuur met betrekking tot de verhouding BOT/BBT. De aanpassing van de personeelsstructuur leidt tot een verjonging van het personeelsbestand, waardoor de middensom daalt. Verder wordt het rangsniveau van 15% van de formatie omlaag gebracht. Een nader onderzoek naar de invulling van de personeelsmaatregelen uit de Defensienota is thans gaande.

Herschikkingen

De herschikkingen hebben met name betrekking op de stijging van de exploitatie-uitgaven voor ICT en huisvesting, de activiteiten ten behoeve van het Beleidsplan KMAR2000, de gevolgen van de invoering van de Nieuwe Vreemdelingenwet en de consequenties van de inzet van de Koninklijke Marechaussee ten behoeve van het nieuwe aanmeldcentrum in Ter Apel. Deze toevoeging betreft voornamelijk het exploitatiedeel van de bij Voorjaarsnota voor de Koninklijke Marechaussee aan het Defensiebudget toegevoegde bedragen.

Bij de bovenstaande ramingen behoort de volgende opbouw van de begrotingssterkte (in aantallen vte'n op basis van een 38-urige werkweek):

 
Omschrijving200020012002200320042005
Burgers – stand begroting 2000*254254254254254 
Burgers – mutaties*2858585858 
Burgers – stand ontwerpbegroting 2001*282312312312312312
MP/BOT – stand begroting 20003 2973 2593 2443 2203 207  
MP/BOT – mutaties– 174– 164– 270– 386– 502 
MP/BOT – stand ontwerpbegroting 20013 1233 0952 9742 8342 7052 589
MP/BBT – stand begroting 20001 9171 9332 0272 0512 064  
MP/BBT – mutaties2205265389513 
MP/BBT – stand ontwerpbegroting 20011 9192 1382 2922 4402 5772 701
Totale sterkte – stand begroting 20005 4685 4465 5255 5255 525  
Totale sterkte – mutaties– 14499536169 
Totale sterkte – stand ontwerpbegroting 20015 3245 5455 5785 5865 5945 602

* exclusief niet-actief burgerpersoneel

Toelichting

In bovenstaande reeksen is rekening gehouden met de diverse P-maatregelen uit de Defensienota.

Burgerpersoneel

In het kader van de Defensienota 2000 zijn vooruitlopend op de uitkomsten van het Beleidsplan KMAR2000 reeds 12 vte'n burgerpersoneel ten behoeve van extra beleidscapaciteit toegevoegd. Tevens wordt waar mogelijk burgerpersoneel aangetrokken voor functies die voorheen door militair personeel werden gevuld. Dit draagt bij aan de oplossing van de vullingsproblematiek van militair personeel.

Militair personeel

In het kader van de Defensienota 2000 wordt de verhouding Beroepspersoneel voor Onbepaalde Tijd (BOT) en het Beroepspersoneel voor Bepaalde Tijd (BBT) tot het jaar 2010 geleidelijk gewijzigd naar 60% BBT en 40% BOT. Deze verschuiving tussen BOT en BBT-personeel vormt de belangrijkste mutatie ten aanzien van het militair personeel. De verschuiving vergt tevens een geleidelijke ophoging van de begrotingssterkte militair personeel als gevolg van de noodzakelijke opleidingsinspanning voor BBT-personeel. Voorts worden 42 vte'n BOT omgezet naar burgerper-soneel. Tenslotte zijn in het kader van de Voorjaarsnota 2000 ten behoeve van het vierde aanmeldcentrum in Ter Apel 25 vte'n toegevoegd (waarvan 10 BOT en 15 BBT).

Artikelonderdeel 06.20.05 Wachtgelden en inactiviteitswedden

De uitgaven op dit artikelonderdeel hebben betrekking op de diverse wachtgeldregelingen voor het burger- en militair personeel van de Koninklijke Marechaussee. Volgens het gestelde in artikel 4, lid 6, punt a van de Comptabiliteitswet wordt bij dit artikelonderdeel als verplichting opgenomen het bedrag dat als uitgaaf wordt geraamd.

De geraamde bedragen wachtgelden en inactiviteitswedden

 
CategorieVerplichtingen en uitgaven
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
WAO Burgerpersoneel 5992124138138138
WBDP Burgerpersoneel2982432021651359191
Werkloosheidsbesluit BBT-militairen346165563385328328328
WAO en BW AO 206340471530530530
WBDP BOT-militairen10183243314311273273
Totaal7457561 4401 4591 4421 3601 360
Uitvoeringskosten318351351351351351351
Stand ontwerpbegroting 20011 0631 1071 7911 8101 7931 7111 711
Stand 1e suppletore begroting 2000 9538701 0611 1481 148 
Nieuwe mutaties 154921749645563 

Toelichting

De toename van de uitkeringen in het kader van het Werkloosheidsbesluit BBT-militairen is een gevolg van een hoger aantal BBT'ers dat uitstroomt na afloop van de contracttermijn en waarvoor geen contractverlening meer mogelijk is.

06.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur

De grondslag van het artikel en het te voeren beleid

Ten laste van dit artikel worden de uitgaven geraamd voor investeringen in groot materieel en infrastructuur. Het beleid is gericht op verbetering van het bestaande materieel, opheffing van tekortkomingen, zowel kwantitatief als kwalitatief, en vervanging van verouderd materieel door modern hoogwaardig materieel. Door snelle ingrijpende ontwikkelingen van moderne technologieën worden hoge eisen gesteld aan het materieel, met name op de aspecten mobiliteit, bereikbaarheid, tele- en datacommunicatie. Ten laste van dit artikel worden tevens de uitgaven geraamd voor nieuwbouw, renovatie en aankoop van onroerend goed. Ook de honoraria voor bewezen ingenieursdiensten door DGW&T worden op dit artikel geraamd.

Voor de komende jaren is een aantal grote projecten gepland, waaronder het C-2000 project (aanleg netwerk en de «proefregio»), de inrichting van een tweede dependance van het opleidingscentrum te Vught ten behoeve van de opleiding van 270 additionele Marechaussees, nieuwbouw op het huidige opleidingscentrum te Apeldoorn en nieuwbouw ten behoeve van de districtsstaf Noord-Holland/Utrecht.

Nieuwe mutaties

De nieuwe mutaties in de verplichtingen- en de uitgavenopbouw zijn als volgt te specificeren:

 
Bedragen x f 1000 20002001200220032004
Technische bijstellingen:      
– Prijsbijstelling  1 0001 0001 0001 000
– Diverse overhevelingen  250– 100– 100– 250
Beleidsmatige bijstellingen      
– Intensiveringen  7 600300300300
– Infrastructuur Noord-Holland/Utrecht 8007 3002 800  
– Infrastructuur OCKMar  16 50013 00012 8004 100
Totaal van de nieuwe mutaties 80032 65017 00014 0005 150

Toelichting op de nieuwe verplichtingen- en uitgavenmutaties

Technische bijstellingen

Prijsbijstelling

Een deel van de uitgedeelde prijsbijstelling is aan dit artikel toegevoegd.

Diverse overhevelingen

Dit betreft ondermeer de bijdrage van de Coördinator Ruimtelijke Ordening en Milieu Defensie (CROMD) in het kader van een tweetal milieuprojecten zoals genoemd in de Defensie Milieu Beleidsnota 2000.

Beleidsmatige bijstellingen

Intensiveringen

De mutatie heeft betrekking op de extra wervings- en opleidingsinspanning op de Frederik Hendrikkazerne te Vught, de consequenties van de inzet van de Koninklijke Marechaussee ten behoeve van het nieuwe Aanmeldcentrum in Ter Apel en de gevolgen van de invoering van de nieuwe vreemdelingenwet.

Infrastructuur Noord-Holland/Utrecht

De mutatie betreft de verplichtingen en uitgaven die samen hangen met de nieuwbouw op de Marinekazerne Amsterdam ten behoeve van de staf van het district Noord-Holland/Utrecht.

Infrastructuur OCKMar

De mutatie betreft de aanpassing en de uitbreiding van het Opleidingscentrum van de Koninklijke Marechaussee te Apeldoorn. De huisvesting van het opleidingscentrum is ontoereikend. Voor de aanpassing van de infra is een plan ontwikkeld dat in de komende jaren in adequate huisvesting moet voorzien.

Artikelonderdeel Vervoermiddelen en vaartuigen

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
Vervoermiddelen en vaartuigen9 1138 20011 2509 2608 00011 0509 2529 6158 9008 075

Het voertuigenpark van de Koninklijke Marechaussee bestaat uit transportbusjes, personenauto's, motoren, vrachtauto's en pantserwagens. Door de groei van de organisatie als gevolg van de uitbreiding van taken, zal in de komende jaren invulling worden gegeven aan de groeiende materieelbehoefte op voertuigengebied.

Artikelonderdeel Elektrisch en elektronisch materieel

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
Elektrisch en elektronisch materieel4 4704 6507 0004 7094 6507 62513 24010 84010 0259 100

Tot 2002 is deelname van de Koninklijke Marechaussee in de proefregio van het communicatieproject C-2000 voorzien. C-2000 is de opvolger van het Interim Landelijk Mobilofoonnet (ILM). Voorts is het geraamde budget benodigd voor verbindingsmiddelen, hartslagdectectieapparatuur en de vervanging en uitbreiding van mobilofoons en portofoons.

Artikelonderdeel Automatiseringsmiddelen

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
Automatiseringsmiddelen17 52210 5008 00014 90111 9007 1006 2156 6156 6006 075

In 2000 is een inhaalslag voorzien in de aanschaf van standaard automatiseringsmiddelen. Dit is noodzakelijk als gevolg van de groei van de organisatie, uitbreiding van taken en het toenemende belang van automatiseringsmiddelen in de bedrijfsvoering van de Koninklijke Marechaussee. Het project KMarim is in 2000 succesvol afgesloten.

Artikelonderdeel Bewapeningsmaterieel

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
Bewapeningsmaterieel1 4562501 4001 4272501 4201 4251 4251 4151 405

Het geraamde bedrag is bestemd voor de vervanging van defect geraakt materieel en de initiële aanschaf van wapens ten behoeve van instromend personeel.

Artikelonderdeel Telefooninstallaties

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
Telefooninstallaties1 9063 5001 5208283 5001 5201 1251 1251 0151 005

Het geraamde bedrag is bestemd voor de uitbreiding en vervanging van telefooninstallaties, faxen en mobiele telefoonapparatuur.

Artikelonderdeel Overig materieel

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
Overig materieel3 9252 2005 1002 8982 2005 0834 4333 7023 7353 240

Op dit artikelonderdeel worden de uitgaven voor kleinere bedrijfsmatige investeringen geraamd.

Artikelonderdeel Infrastructuur

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
Infrastructuur9 29126 42254 92311 01425 61653 28234 57631 98722 92627 366

Ten laste van dit artikelonderdeel worden de uitgaven geraamd voor nieuwbouw en renovatie van diverse complexen binnen de Koninklijke Marechaussee. Door de groei van de organisatie is er op een aantal locaties behoefte aan uitbreiding van legeringsruimtes. Daarnaast worden infrastructurele uitgaven gedaan ten behoeve van de tweede opleidingsdependance in Vught, nieuwbouw ten behoeve van de districtsstaf Noord-Holland/Utrecht en een structurele aanpassing van het opleidingscentrum in Apeldoorn.

08. BELEIDSTERREIN MULTI-SERVICE PROJECTEN EN ACTIVITEITEN

Algemeen

De uitgavenramingen van het beleidsterrein Multi-service projecten en activiteiten voor de jaren 1999 tot en met 2005 zijn als volgt te specificeren:

 
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
08.01 Luchtmobiele brigade378 351346 227325 607306 07440 56824 61736 736
08.02 Vredesoperaties456 358411 607340 030340 024340 024340 024340 024
08.04 Overige uitgaven Internationale Samenwerking97 32289 43994 68282 58481 92680 69780 791
08.05 Efficiencybesparing/kwaliteitsverbetering  – 41 255– 66 661– 101 995– 101 681– 101 324
08.06 EVDB-fonds 200 000     
Totale uitgaven (x f 1000)932 0311 047 273719 064662 021360 523343 657356 227
Totale uitgaven (x € Euro 1000)422 937475 232326 297300 412163 598155 945161 649

08.01 Luchtmobiele brigade

De grondslag van het artikel en het te voeren beleid

Overeenkomstig de door de Kamer aanvaarde motie Van Middelkoop (Kamerstukken II, 1990/91, 21 991 X, nr. 18) zijn de investeringen van de oprichting van de Luchtmobiele brigade onderworpen aan de procedure controle grote projecten. Tijdens het begrotingsonderzoek in november 1988 is door de Kamer ingestemd met het voorstel de rapportages meer in lijn te brengen met de overige grote materieelprojecten. Tweemaal per jaar wordt over de oprichting van de Luchtmobiele brigade gerapporteerd. Onderstaand wordt ingegaan op de stand van zaken per 1 juli 2000 zoals opgenomen in de 17e halfjaarlijkse rapportage. Het gestelde geeft tevens een antwoord op een, tijdens het Algemeen Overleg over de verantwoording van 1999, door de Kamer gestelde vraag.

In het traject naar het volledig operationeel worden van 11 Air Manoeuvre Brigade (samengesteld uit 11 Luchtmobiele brigade en de Tactische Helikopter Groep) per medio 2003, is een aantal stappen te onderkennen. De eerste stappen worden door (delen van) de diverse eenheden separaat uitgevoerd. Uiteindelijk moet dit uitmonden in gezamenlijke, geïntegreerde oefeningen op bataljons- en brigadeniveau. De eerste geïntegreerde oefening op brigadeniveau vindt plaats van 9 t/m 27 april 2001 in Tsjechië.

De specifiek voor de oprichting van de Luchtmobiele brigade benodigde investeringen worden op dit artikel verantwoord. Het totaal taakstellende budget voor de oprichting van de Luchtmobiele brigade neemt ten opzichte van de voorgaande, 16e halfjaarlijkse rapportage (Kamerstukken II, 1999–2000, 22 327 X, nr. 50) toe met de prijsbijstelling 2000 van f 36 miljoen en komt daarmee in totaal op f 3 216 miljoen.

Nieuwe mutaties

De nieuwe mutaties in de verplichtingen- en de uitgavenopbouw zijn als volgt te specificeren:

 
bedragen x f 100020002001200220032004
Prijsbijstellling12 17610 98810 116818483
Beleidsmatige bijstellingen– 28 000– 13 000– 27 000– 20 00013 000
Totaal nieuwe mutaties– 15 824– 2 012– 16 884– 19 18213 483

Toelichting op de nieuwe mutaties

Prijsbijstelling

De uitgavenniveaus zijn aangepast aan het prijspeil 2000.

Beleidsmatige bijstellingen

De beleidsmatige bijstellingen vinden voornamelijk hun oorzaak in verschuivingen in de aanvullende investeringen voor met name de bewapende helikopter en in geringere mate voor de transporthelikopters.

 
ArtikelonderdeelUitgaven
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
08.01.01 Bewapende helikopter288 753309 379298 130282 41135 02224 61736 736
08.01.02 Transporthelikopter73 41218 40118 10823 6635 546  
08.01.03 Luchtmobiel speciaal voertuig7 9544 071     
08.01.05 Overige specifieke maatregelen142 9 369    
08.01.07 Infrastructuur luchtcomponent8 09014 376     
Stand ontwerpbegroting 2001378 351346 227325 607306 07440 56824 61736 736
Stand 1e suppletore begroting 2000 362 051327 619322 95859 75011 134 
Nieuwe mutaties – 15 824– 2 012– 16 884– 19 18213 483 

Artikelonderdeel Bewapende helikopter

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
Bewapende helikopter98 79954 63351 195288 753309 379298 130282 41135 02224 61736 736

Het in de 16e halfjaarlijkse rapportage gemelde vliegverbod voor de twaalf geleasde AH-64A helikopters is inmiddels opgeheven. De conversie van bemanningen en technici van de AH-64A naar de AH-64D is in volle gang. Het vliegverbod heeft tot een verlaging in de getraindheid van de bemanningen, die instroomden op de AH-64D, geleid. Ter compensatie hiervan zijn de conversieopleidingen zonder extra kosten aangepast en verlengd. Deze hebben het afgelopen halfjaar dan ook ongestoord doorgang kunnen vinden. De instroom van goed opgeleide bemanningen op de AH-64D is hiermee zeker gesteld. De opleidingen van de technici verlopen volgens schema.

Thans zijn elf AH-64D helikopters in grote lijn conform het afleverplan afgeleverd. Twee van deze toestellen beschikken nog niet over een «Color Multifunctional Display» (CMD) en zijn daardoor nog niet operationeel inzetbaar. Ook de op korte termijn af te leveren helikopters zullen nog niet met CMD's zijn uitgerust. Het tekort loopt op tot vijf stuks. Inmiddels is de productie van CMD's in gang gezet en het tekort zal medio 2001 zijn aangevuld. Daar de USARMY pas in 2004 begint met de ontwikkeling van het zelfbeschermingssysteem voor de Apache, worden de geplande betalingen voor deze aanvullende investeringen van de periode 2002 t/m 2004 verschoven naar de jaren 2004 tot en met 2006.

Artikelonderdeel Transporthelikopter

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
Transporthelikopter8 04738 1277 80973 41218 40118 10823 6635 546  

De Chinook helikopters krijgen momenteel de beschikking over goedgekeurde transmissies, waardoor de inzetbaarheid van de helikopters toeneemt. De trainingen voor de vliegers kunnen hierdoor weer op het gewenste niveau worden uitgevoerd. De technische problematiek heeft effect gehad op het bereiken van de inzetgerede status van het squadron, deze is vertraagd van juli 2000 naar januari 2001.

De volledig inzetgerede status van het Cougar Squadron, is voorzien per 1 juli 2001. Dit squadron levert vanaf januari 2001 een jaar lang een bijdrage aan de gevraagde transporthelikoptercapaciteit voor SFOR. Hiertoe worden vijf Cougars, met bemanning en ondersteunend personeel, uitgezonden naar Bosnië. Om het benodigde voortzettingsvermogen zeker te stellen, traint het overblijvende deel van het squadron om de aflossing na een half jaar te garanderen. Over de restcapaciteit en hoe deze is te gebruiken in gezamenlijke oefeningen met de Luchtmobiele brigade, vindt op dit moment nadere studie plaats. Vooralsnog wordt er van uitgegaan dat de uitzending van de vijf helikopters het volledig operationeel worden van 11 Air Manoeuvre Brigade per medio 2003 niet in gevaar brengt.

Zowel voor de Cougar als voor de Chinook wordt nog onderzoek verricht naar mogelijkheden voor een passende ballistische bescherming. Het onderzoek nadert zijn afronding. De geplande verwerving van de HF-radio in 2000 voor zowel de Cougar als de Chinook zal vanwege verwervingsproblematiek vanaf 2001 tot realisatie komen.

Artikelonderdeel Luchtmobiel speciaal voertuig (LSV)

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
Luchtmobiel speciaal voertuig4 775  7 9544 071     

Inmiddels zijn 42 LSV'n ingestroomd. De instroom van de overige voertuigen is in volle gang en zal in het derde kwartaal 2000 afgerond zijn. De levering van de extra LSV'n voor gewondenafvoer is voorzien in het najaar 2000, waarna de transportopbouw zal worden geproduceerd en geplaatst door de Mechanisch Centrale Werkplaats. Instroom in de brigade zal niet voor begin 2001 plaatsvinden.

Artikelonderdeel Persoonsgebonden uitrusting

Op dit artikelonderdeel werden de uitgaven geraamd die voortvloeien uit de verwerving van parka's, speciale slaapzakken en overige persoonsgebonden uitrusting. Dit artikelonderdeel is afgesloten.

Artikelonderdeel Overige specifieke materieelprojecten

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
Overige specifieke materieelprojecten2139 185 142 9 369    

Na beoordeling van de beproevings- en gebruikersinformatie is voor zowel het zware systeem (voorzien voor de geniecompagnie) als het lichte systeem (voorzien voor de infanteriebataljons) elk één kandidaat overgebleven. Voor beide systemen is verwerving voorzien in 2001.

Artikelonderdeel Infrastructuur grondcomponent

Op dit artikelonderdeel werden de uitgaven geraamd die voortvloeien uit de infrastructurele aanpassingen te Assen en Schaarsbergen. Dit artikelonderdeel is afgesloten.

Artikelonderdeel Infrastructuur luchtcomponent

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
Infrastructuur luchtcomponent14 19214 560 8 09014 376     

De uitgaven hebben betrekking op infrastructurele aanpassingen voor de luchtcomponent van de Luchtmobiele brigade, de Tactische Helikoptergroep, te Soesterberg en Gilze Rijen. Dit deelproject wordt in 2000 afgerond.

08.02 Vredesoperaties

De grondslag van het artikel

Ten laste van dit artikel worden de uitgaven geraamd ten behoeve van crisisbeheersings- en humanitaire operaties. De uitgaven betreffen het verplichte Nederlandse aandeel (contributies) in de kosten van VN-operaties (1,62%) en de additionele uitgaven die het gevolg zijn van de deelneming van de Nederlandse krijgsmacht aan crisisbeheersings- en humanitaire operaties.

De additionele uitgaven hebben betrekking op:

– personele uitgaven, waaronder toelagen, opleidingen en reis- en verblijfkosten;

– materiële uitgaven, waaronder brandstofverbruik, munitieverbruik, verbruiksartikelen, gebruiksgereedmaken en onderhoud c.q. herstel van materieel.

Op grond van het concentratiebesluit van november 1999 is de Nederlandse militaire aanwezigheid op de Balkan herschikt. Nederland levert een substantieel aandeel van de multinationale divisie Zuid-West van SFOR (Bosnië). Vanaf oktober 2001 voert Nederland gedurende een jaar het bevel over deze divisie. Voorts levert Nederland een bijdrage aan kleinere missies op de Balkan, waaronder UNIPTF, ECMM en MAPE. De Nederlandse bijdrage aan KFOR (Kosovo) is per 1 augustus 2000 beëindigd.

Nieuwe mutaties

De nieuwe mutaties in de uitgavenopbouw zijn als volgt te specificeren:

 
Bedragen x f 100020002001200220032004
– Ramingsbijstelling56 42087 40091 90091 90091 900
Totaal nieuwe mutaties56 42087 40091 90091 90091 900
De onderverdeling naar contributies en vredesoperaties (x f 1000)
OmschrijvingUitgaven
 200020012002200320042005
VN-contributies66 00066 00066 00066 00066 00066 000
SFOR198 778244 000244 000214 000  
UNFICYP6 8034 000     
Voorziening voor vredesoperaties140 02626 03030 02460 024274 024274 024
Totaal411 607340 030340 024340 024340 024340 024

VN-contributies

Deze contributies betreffen het verplichte Nederlandse aandeel in de kosten van VN-operaties (1,62%). De VN verwacht een toename van het aantal VN-operaties. Derhalve is het budget voor de Nederlandse financiële bijdrage hierin per jaar verhoogd van f 31 miljoen tot f 66 miljoen.

SFOR

Dit betreft de uitgaven voor het KL-bataljon met ondersteunende eenheden in Bosnië/Herzegowina en voorts de voorziene uitgaven voor de Koninklijke Luchtmacht voor de stationering van de F-16's op de vliegbasis Amendola in Italië ten bedrage van f 19 miljoen. Medio 2000 is de Nederlandse deelname aan SFOR herzien. Nederland, het Verenigd Koninkrijk, Canada en Tsjechië leveren eenheden voor de Multinationale divisie Zuid-West. De Nederlandse personele inzet wordt vergroot van ongeveer 1050 tot ongeveer 1500 personen.

UNFICYP

Nederland neemt sinds 1998 met een compagnie deel aan de VN-vredesoperatie op Cyprus (UNFICYP). Deze bijdrage geldt tot medio 2001.

Voorziening voor vredesoperaties

Op deze regel is de resterende voorziening voor vredesoperaties vermeld. In dit bedrag is tevens de structurele toevoeging van f 4 miljoen begrepen voor de bijdrage aan de Navo voor de Peace Support Organisations (PSO).

08.04 Overige uitgaven Internationale Samenwerking

De grondslag van het artikel en het te voeren beleid

Ten laste van dit artikel worden de uitgaven voor attachés en in 2001 het Nederlands voorzitterschap van de West Europese Unie (WEU) geraamd. Deze uitgaven worden, naast de uitgaven voor vredesoperaties en PSO, die ten laste van artikel 08.02 worden geraamd, tot de Homogene Groep Internationale Samenwerking (HGIS) gerekend.

Daarnaast zijn vooralsnog de uitgaven ten behoeve van de Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba (NA&A), die per 2000 niet langer onder HGIS zijn begrepen, op dit artikel, onder de overige uitgaven internationale samenwerking, opgenomen.

Nieuwe mutaties

De nieuwe mutaties in de uitgavenopbouw zijn als volgt te specificeren:

 
Bedragen x f 100020002001200220032004
– Bijstelling verrekenbare ontvangsten5 9003 5001 2001 300800
– WEU 5 000   
– Prijsbijstelling2 4621 8211 9081 9341 826
– Ramingsbijstelling– 15 4606 1191 226893272
Totaal nieuwe mutaties– 7 09816 4404 3344 1272 898
De onderverdeling van de uitgaven in de artikelonderdelen (x f 1000)
ArtikelonderdeelUitgaven
 200020012002200320042005
08.04.01 Attachés (HGIS)43 14642 72242 72642 72542 72542 725
08.04.02 Kustwacht NA&A (geen HGIS)46 29346 96039 85839 20137 97238 066
08.04.03 Overige uitgaven (HGIS) 5 000  
Totaal89 43994 68282 58481 92680 69780 791

Attachés

Dit artikelonderdeel omvat de bezoldigingsuitgaven voor zowel attachés als het ondersteunende personeel. De mutaties betreffen prijsbijstellin-gen.

Kustwacht NA&A

Binnen dit artikelonderdeel is het defensie-aandeel in de exploitatie- en investeringsuitgaven ten behoeve van de Kustwacht NA&A opgenomen. Bij het volledig operationeel zijn van de Kustwacht NA&A zullen de totale exploitatie-uitgaven f 44,7 miljoen bedragen. Voor (varend) materieel en de noodzakelijke aanpassing van infrastructuur en na verwerking van prijs- en koersaanpassingen, is een investeringsbudget van f 80,9 miljoen benodigd. Het deel van de uitgaven, dat wordt gedragen door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties, wordt aldaar op de begroting geraamd en verantwoord. De bijdragen van de Nederlandse Antillen en Aruba in de investerings- en exploitatielasten worden op de Defensiebegroting als verrekenbare ontvangsten opgenomen. De geraamde bedragen zijn hiermee in overeenstemming gebracht met de Rijksministerraadbesluiten omtrent de Kustwacht NA&A.

Overige uitgaven

Onder de overige uitgaven zijn de uitgaven in het kader van het Nederlands WEU-voorzitterschap opgenomen (f 5 miljoen in 2001).

08.05 Efficiencybesparing/kwaliteitsverbetering

De grondslag van het artikel

Op dit artikel worden de besparingen geraamd als gevolg van maatregelen ter verbetering van de efficiency en de kwaliteit. Deze budgettaire voordelen worden met name gevonden naar aanleiding van het Interdepartementale beleidsonderzoek «Uitbesteding ondersteunende eenheden Defensie». De hieruit onstane vormen van concurrentiestelling met betrekking tot ondersteunende eenheden, hebben hieraan voor een deel invulling gegeven ten tijde van het opstellen van de Defensienota 2000. De resterende reeks, zoals nu nog geraamd op dit artikel, bedraagt nog ruim f 41 miljoen in 2001 tot ruim f 101 miljoen vanaf 2003.

Nieuwe mutaties

De nieuwe mutaties in de verplichtingen en de uitgavenopbouw zijn als volgt te specificeren:

 
Bedragen x f 100020002001200220032004
Prijsbijstelling – 1 255– 1 661– 1 995– 1 681
Totaal nieuwe mutaties – 1 255– 1 661– 1 995– 1 681

Toelichting op de nieuwe mutaties

Na verwerking van het aandeel in de (in dit geval negatieve) prijsbijstelling 2000 bij dit artikel, resteert de bij de grondslag reeds genoemde, nog met maatregelen in te vullen restreeks.

08.06 EVDB-fonds

De grondslag van het artikel

Op dit artikel worden de uitgaven geraamd die door Nederland gedaan gaan worden in het kader van het Europees Veiligheids- en Defensiebeleid (EVDB). Het toenemende belang om tot een in dit kader geformuleerd beleid te komen, vereist een versterking van de nationale èn Europese militaire capaciteit. Europa ontbeert immers voldoende van deze capaciteit op diverse gebieden. Deze tekortkomingen zijn in het kader van de DCI in Navo-verband al vastgesteld.

Om hieraan door Nederland mede invulling te kunnen geven, is door het Kabinet een eerste bijdrage van f 200 miljoen beschikbaar gesteld. In november 2000 kan Nederland deze bijdrage in het dan te houden EU-overleg kenbaar maken. Hiermee levert Nederland een substantiële bijdrage aan de intensivering van multilaterale en bilaterale samenwerkingsverbanden.

Bovenstaande EVDB-afspraken moeten er vanaf 2003 toe leiden dat, zoals afgesproken in de Europese Top van Helsinki, de EU-lidstaten binnen 60 dagen een strijdmacht van maximaal 60 000 manschappen beschikbaar hebben voor operaties onder leiding van de Europese Unie.

Nieuwe mutaties

De nieuwe mutaties in de verplichtingen en de uitgavenopbouw zijn als volgt te specificeren:

 
Bedragen x f 100020002001200220032004
Initiële kabinetsbijdrage200 000    
Totaal nieuwe mutaties200 000    

Toelichting op de nieuwe mutaties

Als Nederlandse bijdrage in de oplossing van de tekortkomingen in de uitvoeringsmogelijkheden van het Europese Veiligheids- en Defensiebeleid, is de daartoe verkregen Kabinetsbijdrage ten laste van dit nieuwe artikel geraamd.

09. BELEIDSTERREIN DEFENSIE INTERSERVICE COMMANDO

Algemeen

Het Defensie Interservice Commando (Dico) is het beleidsterrein waar diverse diensten en bedrijven met een defensiebrede ondersteunende taak zijn ondergebracht. Door de concentratie van gelijksoortige activiteiten bij interservice dienstverlenende organisaties is een doelmatige ondersteuning van de krijgsmacht mogelijk. De krijgsmachtdelen kunnen zich hierdoor beter op hun primaire taken concentreren.

Samenstelling Dico

Het Dico bestaat uit twee agentschappen, elf resultaatverantwoordelijke eenheden en de staf van het Dico.

De agentschappen zijn:

– Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen (DGW&T);

– Defensie Telematica Organisatie (DTO).

De begrotingen van beide agentschappen zijn opgenomen in wetsartikel 4 van de artikelsgewijze toelichting. Het beleidsterrein Dico concentreert zich op de overige diensten en bedrijven en de staf van het Dico. Daarbij wordt (begrotingstechnisch) de volgende indeling gehanteerd:

– Staf Dico;

– Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie (DVVO);

– Defensie Werving en Selectie (DWS);

– Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf (MGFB);

– Instituut Defensie Leergangen (IDL);

– Overige Interservice Diensten (OID).

Tot de Overige Interservice Diensten worden de volgende organisatie-eenheden gerekend:

– het Defensie Materieel Codificatiecentrum (DMC);

– de Dienst Personeels- en Salarisadministratie (PSA);

– de Dienst Militaire Pensioenen (DMP);

– het Defensie Archieven-, Registratie- en Informatiecentrum (DARIC);

– het Bureau Internationale Militaire Sport (BIMS);

– de Diensten voor Geestelijke Verzorging (DGV);

– de Maatschappelijke Dienst Defensie (MDD).

Ontwikkelingen

In 1999 zijn voorbereidingen getroffen voor de overheveling van het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum Bronbeek (KTOMM) van de Koninklijke Landmacht naar het Dico. Deze overdracht zal naar verwachting ultimo 2000 zijn beslag krijgen. Het KTOMM wordt als resultaatverantwoordelijke eenheid binnen de Overige Interservice Diensten gepositioneerd. Zodra de overgang wordt geëffectueerd, zullen de daarmee benodigde fondsen aan het Dico-budget worden toegevoegd.

Begin 2000 is vanuit de Centrale organisatie het Bureau Vorderingen, Inhoudingen en Kortingen (VIK) aan het Dico overgedragen. Het bureau is in de staf van het Dico ondergebracht. Het betrokken budget is derhalve aan de begroting van de staf toegevoegd.

Begin 2000 werd de oprichting van de bijzondere organisatie-eenheid Veteraneninstituut voor Defensiepersoneel geformaliseerd en is deze eenheid bij de MDD ondergebracht. Gelijktijdig met deze formele overdracht, zijn de betrokken budgetten vanuit het Kerndepartement overgeheveld.

Mogelijk wordt overgegaan tot het onderbrengen bij DARIC van diverse kleinere organisatie-elementen die zich binnen het Kerndepartement met archivering en publicitaire aangelegenheden bezighouden. Deze mogelijke overdrachten worden door het Dico onderzocht. De betrokken budgetten worden in voorkomend geval gelijktijdig met de overdracht overgeheveld.

Het moment waarop DMP en het bij DARIC ondergebrachte Team Gegevensbeheer Verzekerdenadministratie (TGV) naar het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds overgaan, is nog niet met zekerheid vastgesteld. DMP is vooralsnog onverkort in de begroting opgenomen. De budgetten voor DMP zullen gelijktijdig met de overdracht worden teruggegeven aan het Kerndepartement. De uitgaven voor het TGV worden tot de overdracht bij het ABP gedeclareerd.

Besturing

Behoudens de agentschappen hebben alle eenheden de status van resultaatverantwoordelijke eenheid en beschikken zij over decentrale uitgavenbudgetten voor personeel en materieel. Alle eenheden hebben een zodanige mate van zelfstandigheid, dat zij zelf een zakelijke relatie met de klanten bij Defensie kunnen onderhouden. Voor een goede afstemming van de dienstverlening met de klanten zijn bij de grotere eenheden afzonderlijke klantenraden ingesteld.

De besturing van het Dico is primair gericht op het op een doelmatige wijze leveren van een breed scala aan ondersteunende diensten. Via een door de Secretaris-Generaal ingesteld college oefenen de Bevelhebbers van de vier krijgsmachtdelen functioneel toezicht uit op de plannen en de uitvoering van de dienstverlenende taken.

De eenheden die onder de Overige Interservice Diensten vallen, zijn te klein om de staffuncties, die benodigd zijn voor volledige resultaatverantwoordelijkheid, op te nemen in de eigen organisatie. Voor deze eenheden is bij staf Dico ondersteunende stafcapaciteit samengebracht, die deze eenheden facilieert op onder meer het gebied van financiën, personeel en organisatie. Bij uitbreiding van het Dico met meer kleinere eenheden moet de mogelijkheid openstaan om een geringe uitbreiding van deze ondersteunende stafcapaciteit te doen plaatsvinden. In voorkomend geval wordt hierin voorzien door overdracht van functies door de overdragende beleidsterreinen.

Voortgang herstructurering

Vrijwel alle diensten en bedrijven van het Dico hebben de fase van de initiële herstructurering na opname in het Dico achter de rug. Alleen het Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf is nog doende zich te reorganiseren in het kader van de doelmatigheidsoperatie. Deze reorganisatie wordt volgens schema voortgezet. De effecten van de uit de doelmatigheidsoperatie voortkomende personeelsreducties zijn nog herkenbaar tot en met het jaar 2001. Met de herstructurering van de Dico-eenheden zijn de noodzakelijke randvoorwaarden voor een klantgericht en doelmatig Dico in belangrijke mate ingevuld.

Voor het goed functioneren van het Dico is het mede van belang dat een goede besturing en beheersing van de organisatie is zeker gesteld. Begin 2000 hebben zowel de Defensie Accountantsdienst als de Algemene Rekenkamer in het algemeen een positief oordeel geveld over het financieel en het materieel beheer bij het Dico. Daarmee heeft het verbeterproces van de afgelopen periode zijn vruchten afgeworpen. Dit verbeterproces moet echter ook op de lange termijn een goede besturing en beheersing waarborgen. Een in 1999 doorgevoerde reorganisatie in de staf van het Dico zal daar mede een belangrijke bijdrage aan leveren.

Doelmatigheidskengetallen

In samenwerking met het ministerie van Financiën wordt binnen Dico gewerkt aan het ontwikkelen van doelmatigheidskengetallen in het kader van het zogenaamde Voorhoedeproject Doelmatigheidskengetallen Defensie. Met deze indicatoren wordt inzicht gegeven in de mate van doelmatigheid waarmee de prestaties worden geleverd. Momenteel zijn voor de vier grote eenheden binnen het Dico de te hanteren doelmatigheidskengetallen gedefinieerd. De beschrijving van deze kengetallen is bij de betreffende diensten opgenomen. De afsluitende fase van dit project, het vaststellen van de streefwaarden van deze doelmatigheidskengetallen, vindt in de loop van dit begrotingsjaar plaats. Deze streefwaarden zullen dan in de begroting 2002 worden opgenomen.

De uitgavenramingen van het beleidsterrein Dico voor de jaren 1999 tot en met 2005 zijn als volgt te specificeren:

 
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
09.02 Personeel en materieel        
– Staf Dico25 80915 09512 44312 74415 29513 30613 148
– Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie (DVVO)108 598117 295118 330117 566116 063115 827115 931
– Defensie Werving en Selectie (DWS)113 531119 285110 350109 902109 842109 838109 838
– Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf (MGFB)124 390119 269114 281113 608113 007113 014113 027
– Instituut Defensie Leergangen (IDL)19 41019 08718 69718 41218 29618 29418 291
– Overige Interservice Diensten (OID)78 71577 13975 56773 14273 30973 56273 315
– Wachtgelden en inactiviteitswedden10 6138 5827 1116 3796 0105 4245 047
Totaal 09.02 Personeel en materieel481 066475 752456 779451 753451 822449 265448 597
09.03 Investeringen Groot materieel en infrastructuur17 36839 24838 84342 53344 41333 41333 413
Totale uitgaven (x f 1000)498 434515 000495 622494 286496 235482 678482 010
Totale uitgaven (x € 1000)226 179233 697224 903224 297225 182219 030218 727

09.02 Personeel en materieel

De grondslag van het artikel en het te voeren beleid

In dit artikel zijn de bedrijfsvoeringsuitgaven opgenomen die nodig zijn voor de leiding en uitvoering van activiteiten door de tot het Dico behorende diensten en bedrijven. Het artikel omvat onder meer de volgende componenten:

– loonkosten en overige tot het loon te rekenen kosten van het ambtelijk burgerpersoneel en het militair personeel;

– overige personele uitgaven;

– materiële uitgaven inclusief kleine investeringen, automatisering en telecommunicatie;

– activiteitgebonden uitgaven voor inhuur transportcapaciteit, werving en geneeskundige verzorging.

De bedrijfsvoeringsuitgaven zijn per ressort weergegeven. Per ressort worden vier vaste artikelonderdelen gepresenteerd: ambtelijk burgerpersoneel, militair personeel, overige personele uitgaven en materiële uitgaven.

Nieuwe mutaties

De nieuwe mutaties bij de verplichtingen en de uitgaven zijn als volgt te specificeren:

 
Bedragen x f 100020002001200220032004
– Staf Dico12 2202 9034 7117 5285 756
– Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie (DVVO)1 3143 2424 2172 6813 052
– Defensie Werving en Selectie (DWS)4 565966896886882
– Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf (MGFB)4 9024 9773 7842 4872 694
– Instituut Defensie Leergangen (IDL)– 150– 425– 687– 790– 792
– Overige Interservice Diensten (OID)6 9712 2601 2191 5891 982
– Wachtgelden en inactiviteitswedden– 2 107– 2 507– 2 701– 2 355– 2 331
Totaal van de nieuwe mutaties27 71511 41611 43912 02611 243

Toelichting op de nieuwe mutaties

Algemeen

De ramingen van de Dico-ressorts zijn aangepast onder invloed van:

– de salarisberekening volgens het Systeem Nieuwe Integrale Personeelsbegroting (SNIP) aan de hand van de thans vastgestelde personeelsopbouw;

– de doorwerking van de jaarafsluiting 1999 in 2000.

Andere redenen die ten grondslag liggen aan bovenvermelde mutaties worden hierna per ressort toegelicht.

Bij de bovenstaande ramingen behoort de volgende opbouw van de begrotingssterkte (in aantallen vte'n op basis van een 38-urige werkweek):

 
Omschrijving200020012002200320042005
Burgers – stand begroting 2000*1 2401 1981 1561 1541 154  
Burgers – mutaties*65171818 
Burgers – stand ontwerpbegroting 2001*1 2461 2031 1731 1721 1721 173
MP/BOT – stand begroting 20001 0081 0081 0051 0031 001  
MP/BOT – mutaties26– 14– 43– 42– 43 
MP/BOT – stand ontwerpbegroting 20011 034994962961958954
MP/BBT – stand begroting 2000377381385389391  
MP/BBT – mutaties– 636465051 
MP/BBT – stand ontwerpbegroting 2001371417431439442445
Totale sterkte – stand begroting 20002 6252 5872 5462 5462 546  
Totale sterkte – mutaties2627202626 
Totale sterkte – stand ontwerpbegr. 20012 6512 6142 5662 5722 5722 572

* exclusief niet-actief burgerpersoneel

Toelichting

De per saldo positieve mutaties worden veroorzaakt door de overname van het bureau Vorderingen, Inhoudingen en Kortingen en de onderbrenging van het Veteraneninstituut en, in het kader van de nazorg voor veteranen, vier bedrijfsmaatschappelijk werk(st)ers.

Ressort Staf Dico

Ter ondersteuning van de werkzaamheden beschikt de Commandant Dico over een kleine kernstaf. De doelstellingen van deze staf zijn:

– zorgdragen voor de invulling van de verplichtingen van het Dico als beleidsterrein, waarbij gedacht moet worden aan het opleveren van voorgeschreven documenten en aanvullende informatie over het Dico richting leveranciers, afnemers, het Kerndepartement en de bewindslieden;

– zorgdragen voor de benodigde ondersteuning van de commandant en de eenheden op het gebied van beleid en beheer en het uitvoeren van speciale taken en opdrachten;

– zorgdragen voor de ondersteuning van die resultaatverantwoordelijke eenheden die niet zijn voorzien van eigen stafcapaciteit.

De verplichtingen en de uitgaven van het ressort Staf Dico

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen en de uitgaven (bedragen x f 1000)
ArtikelonderdeelVerplichtingen en uitgaven
 1999200020012002200320042005
09.02.01 Ambtelijk burgerpersoneel3 8096 1914 1824 1644 1564 1564 156
09.02.02 Militair personeel2 1362 1512 1392 1312 1282 1272 127
09.02.03 Overige personele uitgaven7954 2911 0661 0661 0661 0661 066
09.02.04 Materiële uitgaven19 0692 4625 0565 3837 9455 9575 799
Stand ontwerpbegroting 200125 80915 09512 44312 74415 29513 30613 148
Stand 1e suppletore begroting 2000 2 8759 5408 0337 7677 550 
Nieuwe mutaties 12 2202 9034 7117 5285 756 
Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:      
– Stalling nieuw P-beleid1 957    
– Ramingsbijstelling5987809851 2011 417
Sub-totaal technische bijstellingen:2 5557809851 2011 417
Beleidsmatige bijstellingen:      
– Employee benefits1 000– 1 000    
– Inhuur O-, I- en A -deskundigen1 396     
– Overige bijstellingen, per saldo7 2693 1233 7266 3274 339
Sub-totaal beleidsmatige bijstellingen:9 6652 1233 7266 3274 339
Totaal van de nieuwe mutaties12 2202 9034 7117 5285 756

Toelichting nieuwe mutaties

Technische bijstellingen

Stalling nieuw P-beleid

Het betreft hier de stalling van een deel van het voor nieuw P-beleid in de Defensienota voor 2000 gereserveerde bedragen.

Ramingsbijstelling

De mutaties zijn het gevolg van herziene berekeningen van het salaris op basis van de thans vastgestelde personeelsopbouw en -samenstelling.

Beleidsmatige bijstellingen

Employee benefits

Op het gebied van employee benefits zal worden aangesloten bij initiatieven van de overige beleidsterreinen. Aangezien deze reeds in 2000 zijn gestart, is het hiervoor in 2001 gereserveerde bedrag van f 1 miljoen naar 2000 verschoven.

Inhuur O-, I- en A-deskundigen

Door het uitvoeren van defensiebeleid is sprake van een toenemend aantal specifieke projecten, die voor 2000 een extra grote behoefte aan het inhuren van specialistische kennis op het gebied van organisatie, informatie en automatisering met zich mee brengen.

Overige bijstellingen

Op grond van de geplande uitgaven op het gebied van bijvoorbeeld communicatie, arbo, milieu, beveiliging, de invoering van de EURO en de smartcard, heeft ramingsbijstelling plaatsgevonden.

Ressort Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie (DVVO)

Algemeen

De Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie (DVVO) is belast met het op ieder gewenst moment voorbereiden en (doen) leveren van vervoers- en verkeersdiensten voor het gehele ministerie van Defensie.

Doelstelling DVVO

De DVVO verzorgt alle niet-operationele verkeers- en vervoersdiensten, voor zover deze betrekking hebben op de algemene verdedigingstaak, crisisbeheersingsoperaties, humanitaire operaties en overige vredestaken. Deze ondersteuning wordt op een zo doelmatig mogelijke wijze geleverd, in die kwantiteit en kwaliteit zoals afgesproken met de afnemers. De DVVO is verantwoordelijk voor de doelmatigheid van het vervoer, niet voor de vervoersbehoefte zelf. De krijgsmachtdelen dienen hun transportaanvragen zelf kritisch te toetsen.

De DVVO bestaat uit een staf DVVO, gevestigd op de vliegbasis Soesterberg en drie regionale vervoerscentra (West, Oost en Zuid).

De vraag naar verkeers- en vervoersdiensten is naast de reguliere behoefte (onder meer reguliere logistieke ondersteuning en grootschalige buitenlandse oefeningen) in belangrijke mate afhankelijk van de deelname door de krijgsmachtdelen aan vredesoperaties. De regionale vervoerscentra worden rechtstreeks benaderd door de resultaatverantwoordelijke eenheden in hun werkgebied of regio. De DVVO-eenheden leveren hun diensten rechtstreeks aan deze eenheden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de DVVO-capaciteit (wagenpark, chauffeurs, spoorwegwagons) of van de bij de krijgsmachtdelen aanwezige restcapaciteit, de zogeheten virtuele transportcapaciteit. Indien geen Defensiemiddelen beschikbaar zijn, wordt (aanvullend) ingehuurd.

De taken van DVVO bestaan uit:

– het afwegen van alle vervoersaanvragen;

– het plannen, coördineren en (doen) uitvoeren van het vervoer;

– het, ter ondersteuning van de operationele commandant, coördineren en (doen) uitvoeren van strategische verplaatsingen van eenheden;

– het uitvoeren van verkeers- en vervoersleiding;

– het zorgdragen voor alle (aan de vervoersfunctie gekoppelde) douanefaciliteiten;

– het participeren in noodverkenningsteams en «movement control teams».

Activiteitentoelichting en prestatiegegevens.

De volgende presentatie van de klantvraag is gebaseerd op de plannen van DVVO. Geconstateerd moet worden dat het door de klanten – het Kerndepartement en de krijgsmachtdelen – opleveren van meerjarige behoefte aan verkeers- en vervoersproducten in beperkte mate invulling heeft gekregen. In voortdurend overleg met de klanten wordt ernaar gestreefd hier meer inzicht in te krijgen.

Het productieplan* ziet er in hoofdlijnen als volgt uit:

 
OmschrijvingEenheid1999200020012002
Wegvervoer     
Diepladervervoerdagen5 0756 5206 5206 520
Lijndienstvervoerpallets161 171188 625188 625188 625
Munitievervoerdagen1 6351 2171 2171 217
Containervervoerdagen1 0582 7142 7142 714
Overig goederenvervoerpallets140 37659 45159 45159 451
Personenvervoer met chauffeururen123 29889 03289 03289 032
Personenauto zonder chauffeurdagen145 37096 20796 20796 207
Busvervoerdagen10 57816 89416 89416 894
Luchtvervoer     
Goederenvervoertonvlieguren3 2854 9564 9564 956
Personenvervoerpersonenvlieguren58 96192 19992 19992 199
Spoorvervoer     
Goederenvervoertonkilometers33 138 02831 121 00031 138 00031 138 000
Zeeververvoer     
Goederenvervoervaardagen102 476145 735145 735145 735
Ferryvervoerpersonenovertochten3 1824 5164 5164 516
 voertuigovertochten1 1621 1461 1461 146

* de in het productieplan opgenomen hoeveelheden betreffen de inspanning door DVVO met uitzondering van de inspanningen ten behoeve van vredes- en crisisbeheersingsoperaties.

Doelmatigheidsindicatoren

In het kader van het optimaliseren van de bedrijfsvoering is DVVO druk doende haar doelmatigheidsindicatoren te optimaliseren. Belangrijke uitgangspunten hierbij zijn zowel de klantrelatie als de eigen bedrijfsvoering. In 2001 heeft DVVO zich de verdere implementatie en rapportage van doelmatigheidsindicatoren ten doel gesteld.

Bezettingsgraad eigen chauffeurs

Teller: Aantal aan opdrachten gerelateerde uren

Noemer: Normaal aantal uren (113 uren per maand per chauffeursformatieplaats)

Bezettingsgraad eigen voertuigen

Teller: Aantal aan opdrachten gerelateerde uren

Noemer: Normaal aantal uren (220 per maand per voertuig)

Inzetgraad eigen voertuigen

Teller: Aantal aan opdrachten gerelateerde inzetdagen

Noemer: Normaal aantal inzetdagen (22,0 dagen per maand per voertuig)

Beladingsgraad voertuigen

Teller: Vervoerde lading volgens planning

Noemer: Maximale capaciteit getotaliseerd over de uitgevoerde ritten

Verdeling inzet eigen middelen, virtuele pool, inhuur

Hiervoor worden drie indicatoren gehanteerd, waardoor een verhoudingsgetal wordt weergegeven van de productie. Respectievelijk wordt in de teller opgenomen de eigen productie, de virtuele productie (het gebruik van transport van de betreffende krijgsmachtdelen) en de inhuur. In de noemer wordt per indicator de totale productie opgenomen.

De verplichtingen en de uitgaven van het ressort DVVO

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen en de uitgaven (bedragen x f 1000)
ArtikelonderdeelVerplichtingen en uitgaven
 1999200020012002200320042005
09.02.05 Ambtelijk burgerpersoneel15 72016 27516 12215 82915 72715 65215 652
09.02.06 Militair personeel29 13231 07132 15731 84231 87931 73631 840
09.02.07 Overige personele uitgaven5 8185 2835 2835 2835 2835 2835 283
09.02.08 Materiële uitgaven57 92864 66664 76864 61263 17463 15663 156
Stand ontwerpbegroting 2001108 598117 295118 330117 566116 063115 827115 931
Stand 1e suppletore begroting 2000 115 981115 088113 349113 382112 775112 775
Nieuwe mutaties 1 3143 2424 2172 6813 052 
Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:     
– Ramingsbijstelling– 375829408480306
Beleidsmatige bijstellingen:      
– Meerbehoefte inhuur3 1053 1053 1053 1053 105
– Overige bijstellingen– 1 416– 692704– 904– 359
– Sub-totaal beleidsmatige bijstellingen:1 6892 4133 8092 2012 746
Totaal van de nieuwe mutaties1 3143 2424 2172 6813 052

Toelichting nieuwe mutaties

Technische bijstellingen

Ramingsbijstelling

De mutaties zijn het gevolg van herziene berekeningen van het salaris op basis van de thans vastgestelde personeelsopbouw en -samenstelling.

Beleidsmatige bijstellingen

Meerbehoefte inhuur

De meerbehoefte aan inhuur van transportcapaciteit betreft programmauitgaven die direct gerelateerd zijn aan de klantenvraag.

Overige bijstellingen

Deze bijstellingen hebben betrekking op de bedrijfsvoering, onder andere op het gebied van brandstofverbruik.

Ressort Defensie Werving en Selectie (DWS)

Algemeen

Defensie Werving en Selectie (DWS) is als interservice eenheid belast met de volledige werving en selectie van het door de krijgsmachtdelen en de centrale organisatie benodigde militair personeel. De werving van burgerpersoneel is eveneens een taak van DWS. Selectie van burgerpersoneel wordt door de personeelsdiensten van de Defensie-onderdelen gedaan. DWS bevat naast de staf een afdeling Werving, waarin ook de banenwinkels van de Koninklijke Landmacht zijn opgenomen, en een afdeling Selectie.

Doelstelling DWS

Het op zo doelmatig mogelijke wijze werven en selecteren van, voor de krijgsmacht en de Centrale Organisatie benodigd, personeel in de met de afnemers overeengekomen kwaliteit en kwantiteit.

Na een periode van opbouw van het bedrijf DWS wordt nu de bedrijfsvoering gestabiliseerd en verder geoptimaliseerd. De onderwerpen doeltreffendheid en doelmatigheid krijgen hierbij grote aandacht zoals blijkt uit de verkorting van de doorlooptijd van de selectie en de geïntroduceerde kortere periode tussen aanstelling en opleiding. Onder leiding van de Centrale organisatie (Directoraat-Generaal Personeel) en in overleg met de krijgsmachtdelen wordt verder intensief gekeken naar de totale keten instroom, doorstroom en uitstroom. De belangrijkste ontwikkelingen voor de komende jaren in het deel van de arbeidsmarkt waarop DWS zich vooral richt, zijn:

– de geleidelijke demografische afname van de omvang van de doelgroep;

– een relatieve toename van de arbeidsparticipatie van vrouwen en allochtonen;

– een aanhoudende groei van de werkgelegenheid.

Bij de werving zal aandacht worden besteed aan het werven van meer vrouwen en allochtonen. Daarnaast is er per krijgsmachtdeel een aantal bijzondere aandachtspunten aan te geven, die zich concentreren op kwetsbare of moeilijk te realiseren categorieën personeel. Dit zijn in het algemeen de functies voor technisch personeel en voor de gevechts- en gevechtsondersteunende functies.

Activiteitentoelichting

Voor 2000 en verdere jaren wordt uitgegaan van de volgende externe wervingsaantallen militair personeel:

 
Krijgsmachtdeel1999200020012002
Militairen/BOT339525449449
Militairen/BBT5 3817 8626 7866 786
Natres432495231231
Sub-totaal6 1528 8827 4667 466
Speciale selecties 4 9125 0005 000
Totaal6 15213 79412 46612 466

Noot: de gepresenteerde wervingsaantallen betreffen de maximale externe wervingsaantallen voor DWS. De krijgmachtdelen werven daarnaast ook intern, bijvoorbeeld het overgaan van BBT naar BOT. In het jaar 2001 worden nog 250 BBT'ers intern geselecteerd voor BOT-functies (in totaal dus 7 485 aanstellingen excl. Natres).

Doelmatigheidsindicatoren DWS

In het kader van het optimaliseren van de bedrijfsvoering is DWS druk doende haar doelmatigheidsindicatoren te optimaliseren. Belangrijke uitgangspunten hierbij zijn zowel de klantrelatie als de eigen bedrijfsvoering. In 2001 heeft DWS zich de verdere implementatie en rapportage van doelmatigheidsindicatoren ten doel gesteld.

«Kostprijs» selectie

Teller: het (arbitrair) te bepalen bedrag voor uitgaven selectie

Noemer: totaal aantal sollicitanten dat het selectieproces heeft doorlopen.

«Kostprijs» werving

Teller: het (arbitrair) te bepalen bedrag voor uitgaven werving

Noemer: totaal aantal kandidaten dat zich heeft aangemeld voor de selectie.

«Kostprijs» aanstelling

Teller: het totale relevante uitgavenbudget van DWS

Noemer: het totaal aantal aangestelden.

Watervallen

Teller: aantal op hun eerste voorkeur afgekeurde kandidaten dat alsnog op een andere functie binnen hetzelfde of een ander krijgsmachtdeel wordt aangesteld

Noemer: totaal aantal op eerste voorkeur afgekeurde kandidaten dat zich heeft aangemeld voor de selectie.

Doorlooptijd selectie

Invulling nog nader te bepalen.

Bezettingsgraad selectieproces

Invulling nog nader te bepalen.

De verplichtingen en de uitgaven van het ressort DWS

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen en de uitgaven (bedragen x f 1000)
ArtikelonderdeelVerplichtingen en uitgaven
 1999200020012002200320042005
09.02.09 Ambtelijk burgerpersoneel12 65113 05912 73612 31312 29012 28912 289
09.02.10 Militair personeel19 74120 53820 25120 17520 14220 13920 139
09.02.11 Overige personele uitgaven2 9712 7212 6512 6512 6512 6512 651
09.02.12 Materiële uitgaven78 16882 96774 71274 76374 75974 75974 759
Stand ontwerpbegroting 2001113 531119 285110 350109 902109 842109 838109 838
Stand 1e suppletore begroting 2000 114 720109 384109 006108 956108 956 
Nieuwe mutaties 4 565966896886882 
Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:     
– Ramingsbijstelling– 252315264254250
Beleidsmatige bijstellingen:      
– Aanpassing wervingsbudget7 984     
– Aanpassing selectiebudget– 654– 500– 500– 500– 500
– Servicekosten banenwinkels900900900900900
– Overige bijstellingen, per saldo– 3 413251232232232
Sub-totaal beleidsmatige bijstellingen:4 817651632632632
Totaal van de nieuwe mutaties4 565966896886882

Toelichting nieuwe mutaties

Technische bijstellingen

Ramingsbijstelling

De mutaties zijn het gevolg van herziene berekeningen van het salaris op basis van de thans vastgestelde personeelsopbouw en -samenstelling.

Beleidsmatige bijstellingen

Aanpassing wervingsbudget

Aan de hand van de voor het jaar 2000 geactualiseerde wervingsprogramma's, die in overleg met de krijgsmachtdelen en het Kerndepartement zijn vastgesteld, is het wervingsbudget voor dat jaar verhoogd.

Aanpassing selectiebudget

Het budget voor de declaraties voor de gemaakte reiskosten en de vergoeding van inkomstenderving voor sollicitanten kan bij een op het huidige niveau blijvend aantal sollicitanten structureel tot f 2,5 miljoen worden verlaagd.

Servicekosten banenwinkels

Voor het instandhouden van de banenwinkels van de Koninklijke Landmacht werden voorheen alleen de kosten van de huur aan DWS overgedragen. Nu worden voor de bijkomende kosten eveneens aan DWS gelden ter beschikking gesteld.

Overige bijstellingen

In deze post zijn bijstellingen begrepen naar aanleiding van de laatste inzichten alsmede kleinere budgetoverhevelingen.

Ressort Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf (MGFB)

Algemeen

Het Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf (MGFB) levert medisch specialistisch personeel, voorziet in medisch specialistische zorg en verzorgt de geneeskundige opleidingen en logistiek. Het MGFB draagt hiermee bij aan de zorgverlening die de geneeskundige diensten van de krijgsmachtdelen leveren bij de inzet van operationele eenheden in het kader van crisisbeheersingsoperaties, humanitaire en noodhulpoperaties en de algemene verdedigingstaak. Het MGFB levert deze ondersteuning bij daadwerkelijke inzet, de voorbereidingen hierop en bij de nazorg. Het MGFB vervult tevens een belangrijke rol in het bevorderen van de samenhang en gezamenlijkheid binnen de militaire gezondheidszorg en met de civiele gezondheidszorg.

Doelstelling MGFB

Het MGFB verricht op een zo doelmatig mogelijke wijze, in de met de afnemers overeengekomen kwaliteit en kwantiteit, de volgende activiteiten:

– het voorzien in de behoefte aan uitzendbaar medisch specialistisch personeel;

– het bieden van zorgcapaciteit (medisch specialistische en revalidatie) voor de opvang van (grotere aantallen) militaire slachtoffers;

– het, in Nederland, voorzien in medisch specialistische zorg en revalidatiezorg;

– het verzorgen van de geneeskundige opleidingen voor militair personeel;

– het verzorgen van de logistiek van geneeskundige goederen en diensten;

– het verstrekken van informatie over gezondheidsrisico's en preventieve maatregelen in relatie tot de uitvoering van operationele opdrachten;

– het ontwikkelen van beleid ten aanzien van de militaire gezondheidszorg;

– het binnen de militaire gezondheidszorg bevorderen van de gezamenlijkheid;

– het bevorderen van de samenhang met de civiele gezondheidszorg.

Het MGFB bestaat uit vier divisies, een gemeenschappelijke geneeskundige beleidsstaf en een kernstaf. De divisies zijn het Centraal Militair Hospitaal (CMH), het Militair Revalidatie Centrum (MRC), het Opleidingscentrum Militair Geneeskundige Diensten (OCMGD) en het Militair Geneeskundig Logistiek Centrum (MGLC).

Activiteitentoelichting en prestatiegegevens

De medisch specialistische capaciteit wordt in de komende jaren beter afgestemd op het tegelijkertijd kunnen ondersteunen van vier crisisbeheersingsoperaties. De hiervoor benodigde capaciteit is vastgesteld in een gezamenlijke studie met de Defensiestaf en de krijgsmachtdelen. In 1999 zijn 15 relatieziekenhuizen geselecteerd. Het hen voorgelegde concept-contract is door acht ziekenhuizen reeds getekend. Met de overige ziekenhuizen wordt verder onderhandeld. Gedurende de planperiode zal door besluitvormers terughoudend moeten worden omgegaan met het aanbieden van capaciteit.

Het OCMGD bevindt zich nog steeds in een reorganisatiefase, waarbij het aantal verschillende cursussen drastisch zal worden beperkt. Het opleidingsprogramma bij het OCMGD omvat nu nog ongeveer 50 verschillende opleidingen voor algemeen militaire artsen, algemeen militaire verpleegkundigen en overige opleidingen.

Aangezien het MGLC, als gevolg van de recente oprichting en het uitblijven van adequate klantbehoeftes, nog onvoldoende inzicht heeft in het verloop van de productiecijfers van geneeskundige goederen en diensten, zijn deze voor het jaar 2000 en verder afgeleid van de realisatiecijfers van 1999.

Jaarlijks vindt door het MRC overleg met de zorgverzekeraars plaats over de toegestane productie.

Prestatiegegevens MGFB (in aantallen)
 1999200020012002
Hospitaaldiensten    
Bedcapaciteit45454545
Bedcapaciteit calamiteitenhospitaal (maximaal)300300300300
1e consulten polikliniek16 62218 00018 00018 000
Verpleegdagen9 9549 2009 2009 200
Verrichtingen polikliniek16 64918 00018 00018 000
Verrichtingen OK3 2303 0003 0003 000
Functieonderzoeken16 08315 70015 70015 700
Revalidatie    
Bedcapaciteit80808080
Revalidatie behandeluren43 36443 00043 00043 000
Verpleegdagen25 39724 50024 50024 500
Geneeskundige opleidingen    
Cursistdagen Algemeen Militair Arts6 1955 0004 0004 000
Cursistdagen Algemeen Militair Verpleegkundige27 60530 00049 00049 000
Cursistdagen Management en Specialisten5 33910 50013 50013 500
Cursistdagen Militairen met Geneeskundige neventaak18 10829 50032 00032 000
Cursistdagen Geneeskundig hulppersoneel15 94036 00036 00036 000
Levering geneeskundig materieel    
Aantal orderregels bevoorrading71 18297 00097 00097 000
Aantal receptregels apotheek56 85658 00058 00058 000
Aantal bloedverstrekkingen (vers + diepvries)1 0151 1201 1201 120
Aantal assemblages optiek9 9871200012 00012 000

Doelmatigheidsindicatoren MGFB

Het in de tweede helft van 1998 opgerichte MGLC is nog in de inrichtingsfase. Bedrijfsvoeringsinstrumenten voor besturing en beheersing zijn nog in ontwikkeling. Het MGLC is daarom (nog) niet betrokken bij het Voorhoedeproject Doelmatigheidskengetallen Defensie.

Tarieven en productie CMH

De door het College Tarieven Gezondheidszorg en de Stichting Ziektenkosten Verzekering Krijgsmacht bepaalde tarieven en de productie van het CMH.

Tarieven en productie MRC

De in overleg met de zorgverzekeraars bepaalde tarieven en productie van het MRC.

Cursusbezettingsgraad OCMGD

Teller: totaal aantal bezette plaatsen in de bij het OCMGD gegeven opleidingen

Noemer: totale mogelijke capaciteit van deze opleidingen.

Bezettingsgraad leslokalen OCMGD

Teller: totaal aantal uren gebruikte leslokalen

Noemer: normaal aantal leslokaaluren (8 uur per aanwezig leslokaal per dag).

Gemiddelde kostprijs per cursist OCMGD

Teller: totaal aan het OCMGD toegekend budget

Noemer: totaal aantal opgeleide cursisten (van de diverse onderling zeer verschillende cursussen).

Slagingspercentage OCMGD

Teller: aantal geslaagde cursisten na afronden opleiding x 100%

Noemer: totaal aantal deelnemende cursisten aan deze opleidingen.

De verplichtingen en de uitgaven van het ressort MGFB

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen en de uitgaven (bedragen x f 1000)
ArtikelonderdeelVerplichtingen en uitgaven
 1999200020012002200320042005
09.02.13 Ambtelijk burgerpersoneel29 33730 67928 19826 64626 61126 62126 634
09.02.14 Militair personeel37 86039 85839 77239 62139 55539 55239 552
09.02.15 Overige personele uitgaven13 00711 31711 0409 8559 8559 8559 855
09.02.16 Materiële uitgaven44 18637 41535 27137 48636 98636 98636 986
Stand ontwerpbegroting 2001124 390119 269114 281113 608113 007113 014113 027
Stand 1e suppletore begroting 2000 114 367109 304109 824110 520110 320 
Nieuwe mutaties 4 9024 9773 7842 4872 694 
Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:     
– Ramingsbijstelling2 6122 5872 4782 4632 470
Beleidsmatige bijstellingen:      
– Tekort ontvlechting MRC (KL)280280280280280
– Tekort ontvlechting OCMGD (KL)3 1003 1003 1003 1003 100
– Niet ontvlochten materiële uitgaven MGLC (KL)510510510510510
– Overige bijstellingen, per saldo– 1 600– 1 500– 2 584– 3 866– 3 666
Sub-totaal beleidsmatige bijstellingen:2 2902 3901 30624224
Totaal van de nieuwe mutaties4 9024 9773 7842 4872 694

Toelichting nieuwe mutaties

Technische bijstellingen

Ramingsbijstelling

De mutaties zijn het gevolg van herziene berekeningen van het salaris op basis van de thans vastgestelde personeelsopbouw en -samenstelling.

Beleidsmatige bijstellingen

Tekort ontvlechting MRC en OCMGD

Betreft budgetten voor onderhoudskosten infrastructuur en «groene» goederen die alsnog worden overgeheveld naar het MGFB.

Niet ontvlochten materiële uitgaven MGLC

Betreft budgetten voor onderhoudskosten van de infrastructuur en outillage die alsnog worden overgeheveld naar het MGFB.

Overige bijstellingen

Onder deze noemer geeft het MGFB de budgetten terug die, als gevolg van door te voeren doelmatigheidsmaatregelen inzake de oprichting van het MGFB, vrijvallen.

Ressort Instituut Defensie Leergangen (IDL)

Algemeen

Het Instituut Defensie Leergangen (IDL) is het geïntegreerde opleidingscentrum voor loopbaanopleidingen en militaire aspectcursussen ten behoeve van Defensie-managers en staffunctionarissen van midden-, hoger en topniveau. Tevens worden internationale opleidingen voor officieren uit Midden- en Oost-Europa verzorgd. De organisatie van het IDL bestaat naast een staf uit een facilitaire dienst, opleidingsafdelingen voor de krijgsmachtdelen en een interservice opleidingsafdeling.

Doelstelling IDL

Het op zo doelmatig mogelijke wijze in de met de afnemers overeengekomen kwaliteit en kwantiteit:

– verzorgen van loopbaanopleidingen en militaire aspectcursussen voor officieren en hogere burgerambtenaren van Defensie;

– verzorgen van opleidingen voor officieren uit Midden- en Oost-Europa;

– ondersteunen en faciliteren bij de organisatie en uitvoering van congressen, seminars en andere opleidingsactiviteiten van Defensie-onderdelen;

– exploiteren van de restcapaciteit aan faciliteiten door verhuur aan andere overheidsinstellingen.

Teneinde de doelmatigheid niet alleen binnen de Dico-eenheden, maar ook krijgsmachtbreed te verbeteren, heeft de CDS, op basis van de rapportage van de projectgroep Onderzoek Integratie KIM, KMA en IDL, opdracht gegeven de bestuurlijke integratie van de drie instituten en de opgelegde krijgsmachtbrede jaarlijkse besparing van f 5 miljoen door een beter gebruik van vergader- en congresfaciliteiten, nader te ontwikkelen.

Activiteitentoelichting en prestatiegegevens

De opleidingscapaciteit bij het IDL wordt uitgedrukt in cursistweken. In de plannen van IDL is voor de cursusplanning voor 2001 gebruik gemaakt van de behoeftestellingen van het Kerndepartement en de krijgsmachtdelen, alsmede van een geprognosticeerde behoefte voor de oriëntatie-cursussen voor Midden- en Oost-Europeanen (ISOOC).

Prestatiegegevens IDL (aantal cursistenweken)
 1999200020012002
Opleidingen KM, KL en KLu4 5115 6295 6295 629
Interservice Opleidingen (niet ISOOC)368722762762
ISOOC1 2321 0661 0661 066

Doelmatigheidsindicatoren IDL

In het kader van het optimaliseren van de bedrijfsvoering is IDL druk doende haar doelmatigheidsindicatoren te optimaliseren. Belangrijke uitgangspunten hierbij zijn zowel de klantrelatie als de eigen bedrijfsvoering. In 2001 heeft IDL zich de verdere implementatie en rapportage van doelmatigheidsindicatoren ten doel gesteld.

Cursusbezettingsgraad IDL

Teller: totaal aantal bezette plaatsen in de bij het IDL gegeven opleidingen

Noemer: totale mogelijke capaciteit van deze opleidingen.

Gemiddelde kostprijs per cursist

Teller: totaal aan het IDL toegekend budget

Noemer: totaal aantal opgeleide cursisten.

Bezettingsgraad lokalen IDL ten behoeve van cursussen (inclusief auditorium, syndicaatsruimten enzovoort)

Teller: totaal aantal dagdelen gebruikte lokalen voor cursussen

Noemer: normaal aantal dagdelen (2 dagdelen per aanwezig leslokaal per dag).

Bezettingsgraad lokalen IDL ten behoeve van congresservices (inclusief auditorium, syndicaatsruimten enzovoort)

Teller: totaal aantal dagdelen gebruikte lokalen als congresfaciliteit

Noemer: normaal aantal dagdelen (2 dagdelen per aanwezig leslokaal per dag).

Bezettingsgraad «hotel»

Teller: totaal aantal in gebruik zijnde hotelkamerdagen

Noemer: normaal aantal hotelkamerdagen (norm per kamer 48 weken x 5 dagen).

Slagingspercentage

Teller: aantal geslaagde cursisten na afronden opleiding x 100%

Noemer: totaal aantal deelnemende cursisten aan deze opleidingen.

De verplichtingen en de uitgaven van het ressort IDL

De onderverdeling naar artikelonderdelen van de verplichtingen en de uitgaven (bedragen x f 1000)
ArtikelonderdeelVerplichtingen en uitgaven
 1999200020012002200320042005
09.02.17 Ambtelijk burgerpersoneel3 5023 6593 6743 5403 4963 4983 497
09.02.18 Militair personeel5 3845 0254 9654 9324 9184 9144 912
09.02.19 Overige personele uitgaven5 1671 9651 9651 9351 9251 9251 925
09.02.20 Materiële uitgaven5 3578 4388 0938 0057 9577 9577 957
Stand ontwerpbegroting 200119 41019 08718 69718 41218 29618 29418 291
Stand 1e suppletore begroting 2000 19 23719 12219 09919 08619 086 
Nieuwe mutaties – 150– 425– 687– 790– 792 
Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:     
– Ramingsbijstelling– 562– 570– 714– 759– 761
Beleidsmatige bijstellingen:      
– Onderbrengen Ethiekdesk Krijgsmacht12512520   
– Overige bijstellingen287207– 31– 31
Sub-totaal beleidsmatige bijstellingen:41214527– 31– 31
Totaal van de nieuwe mutaties– 150– 425– 687– 790– 792

Toelichting nieuwe mutaties

Technische bijstellingen

Ramingsbijstelling

De mutaties zijn het gevolg van herziene berekeningen van het salaris op basis van de thans vastgestelde personeelsopbouw en -samenstelling.

Beleidsmatige bijstellingen

Onderbrengen Ethiekdesk Krijgsmacht

Betreft inhuur van een administratief medewerker voor één dag per week en inrichting van de Ethiekdesk. Tevens worden twee congressen georganiseerd.

Overige bijstellingen

Intern Dico hebben met betrekking tot het beheer en het onderhoud van de infrastructuur enkele kleinere budgetoverhevelingen plaatsgevonden.

Ressort Overige Interservice Diensten (OID)

Onder de Overige Interservice Diensten zijn ondergebracht:

– het Defensie Materieel Codificatiecentrum (DMC);

– de Dienst Personeels- en Salarisadministratie (PSA);

– de Dienst Militaire Pensioenen (DMP);

– het Defensie Archieven, Registratie- en Informatiecentrum (DARIC);

– het Bureau Internationale Militaire Sport (BIMS);

– de Diensten voor Geestelijke Verzorging (DGV);

– de Maatschappelijke Dienst Defensie (MDD).

Ontwikkelingen

De overheveling van het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum Bronbeek (KTOMM) van de Koninklijke Landmacht naar het Dico zal naar verwachting in 2000 zijn beslag krijgen. Het KTOMM wordt als resultaatverantwoordelijke eenheid binnen de Overige Interservice Diensten ondergebracht. De overheveling van de desbetreffende budgetten zal plaatsvinden zodra de overgang is geëffectueerd.

Begin 2000 werd de oprichting van de bijzondere organisatie-eenheid Defensiepersoneel bij het Veteraneninstituut geformaliseerd en is deze eenheid bij de MDD ondergebracht. Gelijktijdig met deze overdracht worden de budgetten vanuit het Kerndepartement ter beschikking gesteld.

Mogelijk wordt overgegaan tot het onderbrengen bij DARIC van diverse kleinere organisatie-elementen die zich binnen het Kerndepartement met archivering en publicitaire aangelegenheden bezig houden. Deze mogelijke overdrachten worden door het Dico onderzocht. De betrokken budgetten worden in voorkomend geval gelijktijdig met de overdracht overgeheveld.

Naar verwachting zullen in 2001 zowel DMP als het bij DARIC ondergebrachte Team Gegevensbeheer Verzekerdenadministratie (TGV) naar het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) overgaan. DMP is vooralsnogonverkort in de begroting opgenomen. De budgetten voor DMP worden gelijktijdig met de overdracht teruggegeven aan het Kerndepartement. De transitiekosten welke gepaard gaan met de overgang van DMP naar het ABP komen voor rekening van Dico. De uitgaven voor het TGV worden tot het moment van overdracht bij het ABP gedeclareerd.

Activiteitentoelichting

DMC

Het DMC levert op zo doelmatig mogelijke wijze ondersteuning op het gebied van materieelcodificatie, in die kwantiteit en kwaliteit zoals afgesproken met de afnemers. DMC voert als Nationaal Codificatie Bureau de door de Navo vereiste codificatie-werkzaamheden uit. Het DMC beheert daartoe een codificatie informatiesysteem en stelt dit ter beschikking van de krijgsmachtdelen. De codificatieaanvragen zijn afkomstig van buitenlandse Nationale Codificatie Bureaus voor het codificeren van in Nederland geproduceerde, nieuwe artikelen. Het aantal artikelen in onderhoud betreft de Nato Stock Nummers voor in Nederland geproduceerde artikelen waarvoor in het verleden een aanvraag is ingediend.

 
Prestatiegegevens DMC1999200020012002
– aantal codificatie-aanvragen1 857200020002000
– aantal artikelen in onderhoud41 06540 00040 50040 500

PSA

PSA levert op zo doelmatig mogelijke wijze ondersteuning op het gebied van salarisadministratie, in die kwantiteit en kwaliteit zoals afgesproken met de afnemers. PSA verzorgt de salarisbetalingen aan het burgerpersoneel van Defensie en voorziet in personeels- en financiële informatie. Vanwege de grote onderlinge afhankelijkheid van salaris- en personeelsinformatiesystemen is de dienst PSA betrokken bij een aantal vervangings- en nieuwbouwprojecten voor deze informatiesystemen.

 
Prestatiegegevens PSA1999200020012002
– aantal individuele arbeidsrelaties (IAR's)23 39124 50024 50024 500
– spaarloonregeling (aantal militair)33 50033 50033 50033 500
– spaarloonregeling (aantal burgers)13 80013 50013 50013 500

Het aantal individuele arbeidsrelaties betreft uitsluitend burgerpersoneel waarmee Defensie een dienstverhouding heeft. De spaarloonregeling Defensie wordt uitgevoerd voor alle medewerkers van Defensie.

DMP

DMP levert op zo doelmatig mogelijke wijze ondersteuning op het gebied van militaire pensioenregelingen, in die kwantiteit en kwaliteit zoals afgesproken met de afnemers. DMP is belast met het uitvoeren van wetten en regelingen voor nabestaanden- en ouderdomspensioenen van militairen en met het uitvoeren van waarde-overdrachten en -overnames.

 
Prestatiegegevens DMP1999200020012002
– aantal ouderdomspensioenen (overgangers en uitgesteld)25 00025 00025 00025 000
– aantal nabestaandenpensioenen4 4004 4004 4004 400
– aantal waarde-overdrachten en -overnames1 5001 5001 5001 500

DARIC

DARIC levert op zo doelmatig mogelijke wijze ondersteuning op het gebied van documentaire informatievoorziening, in die kwantiteit en kwaliteit zoals afgesproken met de afnemers. Het DARIC verzorgt de centrale documentaire informatievoorziening, de algemene secretarie alsmede de postregistratie van het ministerie. In het kader van het verzorgen van de centrale documentaire informatievoorziening verstrekt DARIC telefonische en schriftelijke informatie. De archiveringstaak omvat het in goede staat houden en bewaren van aan DARIC toevertrouwde informatiebronnen, alsmede de overbrenging van archieven naar rijksarchiefbewaarplaatsen.

 
Prestatiegegevens DARIC1999200020012002
– aantal strekkende meters in beheer40 00039 30038 60038 600
– aantal strekkende meters vernietigd1 3001 3001 3001 300
– aantal strekkende meters ontvangen1 510600600600
– aantal informatieverstrekkingen60 00060 00060 00060 000

BIMS

BIMS levert op zo doelmatig mogelijke wijze ondersteuning op het gebied van internationale militaire sport, in die kwantiteit en kwaliteit zoals afgesproken met de afnemers. BIMS zorgt voor de organisatie van internationale militaire sportwedstrijden en de uitzending van militaire equipes. Tevens coördineert het de militaire sport op nationaal niveau. Daarnaast wordt gezorgd voor stimulering van (top)sportbeoefening en (individuele) begeleiding van topsporters binnen de defensie-organisatie.

 
Prestatiegegevens BIMS1999200020012002
– deelname internationale sporttoernooien in Nederland9363636
– deelname aan internationale sporttoernooien in het buitenland40323232
– deelname aan wereldkampioenschappen15151717

DGV

DGV levert op zo doelmatig mogelijke wijze ondersteuning op het gebied van geestelijke verzorging. DGV verleent geestelijke verzorging aan militairen en waar nodig ook aan de gezinsleden van militairen, volgens de richtlijnen van de zendende instanties. De Geestelijke verzorging in de krijgsmacht wordt verzorgd door vier interservice diensten geestelijke verzorging: de rooms-katholieke, de protestantse, de joodse en de humanistische.

MDD

De MDD levert op zo doelmatig mogelijke wijze ondersteuning op het gebied van bedrijfsmaatschappelijk werk, in die kwantiteit en kwaliteit zoals afgesproken met de afnemers. De MDD is belast met het bedrijfsmaatschappelijk werk bij Defensie. De MDD richt zich primair op de ondersteuning bij de operationele inzet, levert diensten in het kader van het reguliere bedrijfsmaatschappelijke werk en levert speciale ondersteuning bij reorganisaties. Genoemde taakaspecten vinden plaats door: hulpverlening aan het Defensie-personeel, dienstverlening aan lijnverantwoordelijken en het verrichten van bijzondere taken (zoals berichtgeving en 06-dienst).

De verplichtingen en de uitgaven van het ressort OID

Specificatie nieuwe mutaties (bedragen x f 1000)
Omschrijving20002001200220032004
Technische bijstellingen:     
– Ramingsbijstelling– 312– 973– 2 643– 2 321– 2 216
Beleidsmatige bijstellingen:     
– Brandstof en onderhoud leasevoertuigen725725725725725
– Overname veteraneninstituut1 7451 7601 7601 7601 760
– Uitbreiding bedrijfsmaatschappelijk werk-nazorg560560560560560
– Overige bijstellingen, per saldo4 2531888178651 153
Sub-totaal beleidsmatige bijstellingen:7 2833 2333 8623 9104 198
Totaal van de nieuwe mutaties6 9712 2601 2191 5891 982

Toelichting nieuwe mutaties

Technische bijstellingen

Ramingsbijstelling

De mutaties zijn het gevolg van herziene berekeningen van het salaris op basis van de thans vastgestelde personeelsopbouw en -samenstelling.

Beleidsmatige bijstellingen

Brandstof en onderhoud lease-voertuigen

Met ingang van 1999 wordt door de Koninklijke Landmacht zowel de aanschaf van brandstof alsmede de onderhoudslease van voertuigen doorberekend. Aangezien hiervoor nog niet eerder fondsen beschikbaar zijn gesteld, dient dit alsnog meerjarig plaats te vinden.

Overname Veteraneninstituut

Met ingang van 2000 is de bijzondere organisatie-eenheid Defensiepersoneel bij het Veteraneninstituut geformaliseerd en binnen het Dico bij de MDD ondergebracht. Budgettoewijzing vindt bij deze meerjarig plaats.

Uitbreiding bedrijfsmaatschappelijk werk-nazorg

In lijn met de ontwikkeling van het Veteraneninstituut is er voor de MDD een doelgroep veteranen bijgekomen. Hiervoor had de MDD reeds de beschikking gekregen over vier bedrijfsmaatschappelijk werkers-nazorg. Budgettoewijzing vindt nu meerjarig plaats.

Overige bijstellingen

In deze post zijn bijstellingen begrepen naar de laatste inzichten met betrekking tot magazijnverstrekkingen en automatisering, alsmede kleinere budgetoverhevelingen. De relatief omvangrijke bijstelling voor 2000 heeft betrekking op een correctie van in het verleden aangebrachte verschuivingen in de begroting.

Artikelonderdeel 09.02.25 Wachtgelden en inactiviteitswedden

De uitgaven op dit artikelonderdeel hebben betrekking op de diverse wachtgeldregelingen voor het burgerpersoneel van het Dico. Naast het regulier wachtgeld wordt in dit hoofdstuk ook ingegaan op de uitgaven voor wachtgelden en uitstroombevorderende maatregelen die voor het Dico uit het Sociaal Beleidskader (SBK) voortvloeien. Dit onderdeel is nog gebaseerd op de begroting 1999 en behoeft aanpassing. Volgens het gestelde in artikel 4, lid 6, punt a van de Comptabiliteitswet wordt bij dit artikelonderdeel als verplichting opgenomen het bedrag dat als uitgaaf wordt geraamd.

De geraamde bedragen wachtgelden en inactiviteitswedden

 
CategorieVerplichtingen en uitgaven
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
Wachtgelden SBK/UBMO Burgerpersoneel6 3925 3274 1193 4783 1482 9272 746
WBDP Burgerpersoneel2 4851 8551 3621 044910641540
WAO-burgerpersoneel 410644871966966966
Overige uitkeringen Burgerpersoneel 29028628628619095
Totaal8 8777 8826 4115 6795 3104 7244 347
Uitvoeringskosten1 736700700700700700700
Stand ontwerpbegroting 200110 6138 5827 1116 3796 0105 4245 047
Stand 1e suppletore begroting 2000 10 6899 6189 0808 3657 755 
Nieuwe mutaties – 2 107– 2 507– 2 701– 2 355– 2 331 

Toelichting

De raming is gebaseerd op de geraamde in- en uitstroom en berekend met behulp van de zesjaarsraming op basis van prognoses van USZO en de verwachte realisatie. De opbouw van de rechthebbenden inzake het SBK en de Uitstroombevorderende Maatregel Ouderen (UBMO) wijzigt in de loop van de jaren zodat er geen sprake is van een constante maar van een dalende reeks.

09.03 Investeringen groot materieel en infrastructuur

De grondslag van het artikel en het te voeren beleid

Ten laste van dit artikel worden de uitgaven geraamd voor investeringen in groot materieel en infrastructuur.

Het beleid is gericht op de vervanging en zonodig verbetering van materieel en infrastructuur, waarbij de bestaande tekortkomingen, zowel kwantitatief als kwalitatief, worden opgeheven.

Nieuwe mutaties

De nieuwe mutaties in de uitgavenopbouw zijn als volgt te specificeren:

 
Bedragen x f 100020002001200220032004
– Infrastructurele voorzieningen6 0006 0009 00012 00012 000
– Asbest, infra en milieu4 0004 0004 0004 0004 000
– DVVO-Zuid3 0006 100   
– DVVO-Oost  3 5001 000 
– Restaurant IDL  2 5002 500 
– Staf DVVO   8 000 
– Voertuigen1 0001 0001 6002 7001 400
– Spoorwagons20003 000   
– Infrastructuur MRC1 191    
– Infrastructuur OCMGD 4 0009 400  
– Overige investeringen– 2 4542 9725 0726 8728 672
Totaal van de nieuwe mutaties14 73727 07235 07237 07226 072

Toelichting op de nieuwe mutaties

Infrastructurele voorzieningen

Deze mutatie betreft het, op basis van de bij het Dico in beheer zijnde gebouwen en terreinen, berekende bedrag dat nodig is voor de instandhoudingsvoorzieningen.

Asbest, arbo en milieu

Dit betreft diverse projecten om de asbestproblematiek op te lossen en de benodigde arbo- en milieumaatregelen te kunnen nemen.

DVVO-Zuid

Diverse infrastructurele aanpassingen vanwege de collocatie van diverse DVVO-eenheden op de vliegbasis Eindhoven zijn noodzakelijk. Deze collocatie vindt plaats enerzijds om doelmatigheidsredenen en anderzijds door gedwongen verhuizing, als gevolg van het sluiten van complexen waar een aantal eenheden nu als gast is gevestigd.

DVVO-Oost

Vooruitlopend op de besluitvorming omtrent de toekomst van het magazijnencomplex Harskamp is rekening gehouden met nieuwbouwplannen voor DVVC-Oost.

Restaurant IDL

In de plannen is rekening gehouden met aanpassingen van het bedrijfsrestaurant. Aanpassingen om aan arbo- en hygiëne-eisen te voldoen blijven noodzakelijk. Het op termijn afstoten van de sociëteit zal tot alternatieve aan- of ombouw van het restaurant leiden.

Staf DVVO

De reorganisatie DVVO 2003, waarbij een managementlaag wordt opgeheven, heeft tot gevolg dat het huidige stafgebouw te klein is om alle te concentreren stafelementen te huisvesten. Aanvullende infrastructuur is dan ook nodig.

Voertuigen

Betreft aanvullende behoefte bij alle RVE'n door uitbreiding van de dienstverlening.

Spoorwagons

Gelet op de huidige staat van de spoorwagons dient er in de jaren 2000 en 2001 grootschalig onderhoud plaats te vinden om de planken van alle 403 spoorwagons te vervangen.

Infrastructuur MRC

Vertragingen bij dit project hebben geleid tot verschuivingen in de betalingsschema's waarbij reeds in 1999 gelden zijn vrijgegeven.

Infrastructuur OCMGD

Betreft de geraamde meeruitgaven als gevolg van de uitbreiding van het project.

Overige investeringen

De geraamde uitgaven hebben met name betrekking op de uitvoering van kleinere bedrijfsvoeringsprojecten en vervangingsinvesteringen bij de verschillende Dico-eenheden. Vanaf 2004 zijn onder andere uitgaven geraamd voor de aanschaf van ERP-pakketten.

Artikelonderdeel Groot materieel

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
Groot materieel8 28615 0009 0009 41417 64612 93311 93115 33116 56116 781

Artikelonderdeel Infrastructuur

 
Bedragen x f 1000VerplichtingenUitgaven
 1999200020011999200020012002200320042005
Infrastructuur10 48645 12725 8757 95421 60225 91030 60229 08216 85216 632

Wetsartikel 2 (ontvangsten)

Inleiding

In rekening gebrachte tarieven zijn in het algemeen kostendekkend. Bij de toelichting op de artikelen wordt in voorkomend geval ingegaan op de redenen voor het afwijken van een kostendekkend tarief.

01. BELEIDSTERREIN ALGEMEEN

Algemeen

De ontvangstenbegroting van het beleidsterrein Algemeen beslaat in 2001 f 43,8 miljoen. Van dit bedrag wordt op het artikel 01.20 ongeveer f 43,2 miljoen als verrekenbaar met de defensie-uitgaven geraamd en op het artikel 01.21 wordt, gelet op de aard van de ontvangsten, f 0,7 miljoen geraamd ten gunste van de niet-verrekenbare ontvangsten.

01.20 Verrekenbare ontvangsten

De grondslag van het artikel

De geraamde ontvangsten hebben betrekking op ontvangsten die gerelateerd zijn aan de personele en materiële uitgaven op artikel 01.20, de overige departementale uitgaven op artikel 01.29 en de ontvangsten die voortvloeien uit internationale verplichtingen in verband met Navo-infrastructuur op artikel 01.23 van de uitgavenbegroting.

De ontvangsten

 
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
Stand ontwerpbegroting 2000 37 48537 48537 48537 48537 485 
Mutatie 33 945     
Stand 1e suppletore begroting 2000 71 43037 48537 48537 48537 485 
Nieuwe mutaties  5 7003 8007 0004 400 
Stand ontwerpbegroting 2001 (x f 1000)17 59571 43043 18541 28544 48541 88543 585
Stand ontwerpbegroting 2001 (x € 1000)7 98432 41419 59618 73420 18619 00719 778

De nieuwe mutaties hebben betrekking op de terugbetaling van vermogen aan het moederdepartement door het agentschap DTO. De verwachting is dat het eigen vermogen van het DTO boven de norm van 5% van de omzet uit zal komen.

De onderverdeling naar artikelonderdelen

Artikelonderdeel Personele ontvangsten

 
Bedragen x f 1000Ontvangsten 
 1999200020012002200320042005
Personele ontvangsten7 2401 0361 0361 0361 0361 0361 036

Ten gunste van dit artikelonderdeel worden ontvangsten en inhoudingen voor verschillende verstrekkingen, zoals voeding, huisvesting en geneeskundige verzorging en ontvangsten in het kader van de inhouding van de nominale AWBZ-premie geraamd. Bij de gehanteerde tarieven zijn de daarmee gemoeide uitgaven als uitgangspunt gehanteerd.

Artikelonderdeel Materiële en specifieke ontvangsten

 
Bedragen x f 1000Ontvangsten 
 1999200020012002200320042005
Materiële en specifieke ontvangsten1 94638 59410 3498 44911 6499 04910 749

Ten gunste van dit artikelonderdeel worden geraamd:

– advertenties die zijn geplaatst in defensiepublicaties.

Voor de tarieven van advertenties in de personeelsbladen van Defensie wordt uitgegaan van marktconforme kostendekkende tarieven die zijn gepubliceerd in het handboek «Nederlandse pers en publiciteit»;

– overige ontvangsten, waaronder verrekening van uitgaven met derden en met het ministerie van Justitie inzake maatregelen die zijn gericht op criminaliteitsbestrijding en de terugbetaling van vermogen door het agentschap DTO aan het moederdepartement.

De hoge ontvangst in 2000 heeft betrekking op de rente-uitkering in verband met de vermogensconversie bij de agentschappen.

Artikelonderdeel Ontvangsten voortvloeiend uit internationale verplichtingen in verband met Navo-infrastructuur

 
Bedragen x f 1000Ontvangsten 
 1999200020012002200320042005
Ontvangsten voorvloeiend uit internationale verplichtingen in verband met Navo-infrastructuur8 40931 80031 80031 80031 80031 80031 800

Ten gunste van dit artikelonderdeel worden ontvangsten geraamd in verband met verrekening met de Navo van uitgaven voor Navo Veiligheids Investeringsprojecten in Nederland. De desbetreffende uitgaven zijn opgenomen in artikel 01.23 Internationale verplichtingen. De basis voor de verrekening zijn de uitgaven zoals die bij de voorfinanciering van de projecten zijn gerealiseerd.

01.21 Niet-verrekenbare ontvangsten

De grondslag van het artikel

Ten gunste van dit artikel worden de ontvangsten geraamd die niet verrekenbaar zijn met het uitgavenniveau. Dit betreft:

– boetes voor te late levering van goederen door leveranciers ingevolge artikel 22 van de Algemene Rijksinkoopvoorwaarden;

– restitutie van te veel betaalde sociale lasten;

– terugvordering van studiekosten;

– royalties.

Gezien de samenstelling van dit artikel is het verloop van de ontvangsten moeilijk te voorspellen en kunnen tarieven in dit geval niet als instrument worden gehanteerd. Dientengevolge wordt een vast bedrag aan ontvangsten geraamd, dat ten tijde van de uitvoering van de begroting hoger of lager kan uitvallen.

De ontvangsten

 
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
Stand ontwerpbegroting 2000 280 600700700700700 
Mutatie – 10 773     
Stand 1e suppletore begroting 2000 269 827700700700700 
Nieuwe mutaties       
Stand ontwerpbegroting 2001 (x f 1000)11 925269 827700700700700700
Stand ontwerpbegroting 2001 (x € 1000)5 411122 442318318318318318

Voor de ontwerpbegroting 2001 worden geen nieuwe mutaties voorgesteld.

De hoge ontvangst in 2000 is het directe gevolg van de vermogensconversie bij de agentschappen. Het betreft de terugetaling aan het moederdepartement van een deel van het eigen vermogen dat per 31 december 1999 aanwezig was. In deze vermogensbehoefte wordt bij de agentschappen voorzien door middel van een lening die wordt verstrekt door het Ministerie van Financiën.

02. BELEIDSTERREIN PENSIOENEN EN UITKERINGEN

Algemeen

De ontvangstenbegroting van het beleidsterrein Pensioenen en uitkeringen beslaat in 2001 f 4,1 miljoen. Van dit bedrag wordt op het artikel 02.01 f 1,5 miljoen als verrekenbaar met de defensie-uitgaven geraamd en op het artikel 02.02 wordt, gelet op de aard van de ontvangsten, f 2,6 miljoen geraamd ten gunste van de niet-verrekenbare ontvangsten.

02.01 Verrekenbare ontvangsten

De grondslag van het artikel

De ramingen hebben betrekking op ontvangsten die gerelateerd zijn aan pensioenen en uitkeringen van de uitgavenbegroting.

De ontvangsten

 
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
Stand ontwerpbegroting 2000 1 5001 5001 5001 5001 500 
Mutatie       
Stand 1e suppletore begroting 2000 1 5001 5001 5001 5001 500 
Nieuwe mutaties       
Stand ontwerpbegroting 2001 (x f 1000)2 8611 5001 5001 5001 5001 5001 500
Stand ontwerpbegroting 2001 (x € 1000)1 298681681681681681681

Voor de ontwerpbegroting 2001 worden geen nieuwe mutaties voorzien.

02.02 Niet-verrekenbare ontvangsten

De grondslag van het artikel

Ten gunste van dit artikelonderdeel worden de ontvangsten verantwoord in het kader van de restitutie van te veel genoten uitkeringen op grond van het anti-cumulatiebeding en die niet verrekenbaar zijn met het uitgavenniveau.

De ontvangsten

 
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
Stand ontwerpbegroting 2000 2 6002 6002 6002 6002 600 
Mutatie       
Stand 1e suppletore begroting 2000 2 6002 6002 6002 6002 600 
Nieuwe mutaties       
Stand ontwerpbegroting 2001 (x f 1000)4702 6002 6002 6002 6002 6002 600
Stand ontwerpbegroting 2001 (x € 1000)2131 1801 1801 1801 1801 1801 180

Voor de ontwerpbegroting 2001 worden geen nieuwe mutaties voorzien.

03. BELEIDSTERREIN KONINKLIJKE MARINE

Algemeen

De ontvangstenbegroting van de Koninklijke Marine beslaat in 2001 f 103,8 miljoen. Van dit bedrag wordt op het artikel 03.20 ongeveer f 101,7 miljoen als verrekenbaar met de defensie-uitgaven geraamd, terwijl op het artikel 03.21, gelet op de aard van de ontvangsten, f 2,1 miljoen wordt geraamd ten gunste van de niet-verrekenbare ontvangsten.

Waar de ontvangsten het gevolg zijn van in rekening gebrachte tarieven, zijn deze tarieven kostendekkend. De tarieven zijn grotendeels vastgelegd in interne regelgeving. Het gaat hierbij met name om het verrekenen van activiteiten van decentrale eenheden. Op grond van de verrichtingen en de daarvoor geldende tarieven worden de te verrekenen bedragen bepaald en vervolgens in rekening gebracht.

Voor zover tarieven niet zijn vastgesteld in interne regelgeving, wordt per geval een kostendekkend tarief bepaald op basis van de additionele uitgaven, verhoogd met een bedrag voor wettelijk vastgestelde toeslagen.

03.20 Verrekenbare ontvangsten

De grondslag van het artikel

Op dit artikel worden de ontvangsten gesplitst in enerzijds personele- en anderzijds materiële- en specifieke ontvangsten. De geraamde ontvangsten zijn in het bijzonder te relateren aan de geraamde personele en materiële uitgaven van het uitgavenartikel 03.20 Personeel en materieel.

De ontvangsten

 
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
Stand ontwerpbegroting 2000 118 111113 907112 607112 607112 607 
Mutatie       
Stand 1e suppletore begroting 2000 118 111113 907112 607112 607112 607 
Nieuwe mutaties:       
– B.T.W. – 15 000– 15 000– 15 000– 15 000– 15 000 
– FMS 2 887      
– Overige mutaties, per saldo 1 7282 8203 1362 6012 601 
Totaal nieuwe mutaties – 10 385– 12 180– 11 864– 12 399– 12 399 
Stand ontwerpbegroting 2001 (x f 1000)130 020107 726101 727100 743100 208100 208100 206
Stand ontwerpbegroting 2001 (x € 1000)59 00148 88446 16245 71545 47245 47245 472

Toelichting nieuwe mutaties

B.T.W.

In 1999 is een onderzoek naar de goederenstroom vanuit het magazijn naar de schepen afgerond. Uit de rapportage hierover blijkt dat de afdracht van omzetbelasting in de programmatuur van het voorraad administratiesysteem niet correct is berekend. Als gevolg hiervan zullen de ontvangsten naar verwachting structureel f 15,0 miljoen lager zijn.

Overige mutaties

Gezien de realisatie in de afgelopen jaren is de raming structureel naar boven bijgesteld.

De onderverdeling naar artikelonderdelen

Artikelonderdeel Personele ontvangsten

 
Bedragen x f 1000Ontvangsten 
 1999200020012002200320042005
Personele ontvangsten24 37327 64025 99025 77025 12525 12525 125

Ten gunste van dit artikelonderdeel worden ontvangsten geraamd die als volgt zijn samen te vatten:

– te verhalen salaris;

– terugstorting spaarloon;

– verstrekking van kleding, voeding, huisvesting e.d.;

– geneeskundige verzorging;

– overige verrekenbare personele ontvangsten.

Te verhalen salaris

De verrekening van uitgeleend personeel aan Navo-partners geschiedt op basis van berekende middensommen. Bij uitgeleend personeel aan overige instanties worden de werkelijke salariskosten gehanteerd.

Verstrekking van kleding, voeding, huisvesting e.d.

In de raming voor kleding en uitrusting is rekening gehouden met de ontwikkeling van de personeelssterkte. De gehanteerde tarieven zijn kostendekkend.

De militair die voeding geniet is onder bepaalde omstandigheden een bijdrage verschuldigd. In de raming is rekening gehouden met de ontwikkeling van de personeelssterkte en de verkoop van maaltijdbonnen aan buitenlandse militairen. De gehanteerde tarieven zijn kostendekkend.

De geraamde ontvangsten voor huisvesting hebben betrekking op inhouding op de wedde van militair personeel wegens verlening van huisvesting. Verder zijn ramingen opgenomen voor te ontvangen huren van ambtswoningen. De grondslag van de tarieven is kostendekkend.

Geneeskundige verzorging

Bij de oprichting van het beleidsterrein Defensie Interservice Commando (Dico) is de geneeskundige zorgtaak gedeeltelijk overgedragen. Deze zorg betreft de zogenaamde 2e lijnszorg, zoals ziekenhuisopname en specialistische medische zorg. Dientengevolge komen de ontvangsten uit hoofde van 2e lijnszorg eveneens ten gunste van dat beleidsterrein. Daarnaast blijft een deel van de geneeskundige zorg, de zogenaamde 1e lijnszorg, zoals consultatie van huisartsen en tandartsen, de verstrekking van geneesmiddelen en fysiotherapie, ten laste van de Koninklijke Marine plaatsvinden. De ontvangstenramingen terzake zijn onder dit artikelonderdeel opgenomen.

Overige verrekenbare personele ontvangsten

De belangrijkste post is de raming uit hoofde van opleidingskosten buitenlandse militairen. De gehanteerde tarieven voor de verrekening zijn kostendekkend.

Artikelonderdeel Materiële en specifieke ontvangsten

 
Bedragen x f 1000Ontvangsten 
 1999200020012002200320042005
Materiële en specifieke ontvangsten105 64780 08675 73774 79375 08375 08375 081

Ten gunste van dit artikelonderdeel worden de ontvangsten geraamd die betrekking hebben op:

– verrichte werkzaamheden en verleende diensten;

– teruggevorderde B.T.W.;

– de verkoop van zeekaarten, berichten aan zeevarenden, zeemansgidsen e.d.;

– ingebruikgevingen en medegebruik;

– ontvangsten uit hoofde van Navo infrastructuur-projecten;

– terugontvangsten op Foreign Military Sales-programs;

– levering brandstoffen en kleine inventarisgoederen;

– overige materiële en specifieke ontvangsten.

Verrichte werkzaamheden en verleende diensten

Deze post betreft de verrekening door marinebedrijven wegens verrichte werkzaamheden voor voornamelijk Navo-partners. Verrekening vindt plaats op basis van kostendekkende tarieven.

Teruggevorderde B.T.W.

Ten gunste van dit artikelonderdeel wordt de terugvordering geraamd van betaalde omzetbelasting voor goederen die worden verstrekt aan zee-gaande schepen. Voor deze goederen is geen omzetbelasting verschuldigd.

De verkoop van zeekaarten, berichten aan zeevarenden, zeemansgidsen e.d.

De vervaardiging van hydrografische kaarten vloeit voort uit een wettelijke verplichting. Om veiligheidsredenen worden de kaarten niet altijd kostendekkend verkocht (om zo te voorkomen dat te lang met verouderde kaarten wordt doorgevaren). De marktprijs moet min of meer worden gevolgd. In dit verband verdient het tevens vermelding dat hier sprake is van een «bijproduct» van de betrokken dienst.

Navo-infrastructuurprojecten

De ontvangsten uit hoofde van de door de Koninklijke Marine voorgefinancierde Navo-projecten, worden op dit artikelonderdeel geraamd.

Terugontvangsten FMS

Op dit artikelonderdeel worden de terugontvangsten op diverse Foreign Military Sales programma's vanuit de Verenigde Staten geraamd.

Levering brandstoffen en kleine inventarisgoederen

Ten gunste van dit artikelonderdeel worden de ontvangsten geraamd voor de levering van kleine inventarisgoederen aan derden en de levering van brandstoffen aan Navo-partners. De tarieven zijn niet gebaseerd op wettelijke regelingen. Het uitgangspunt voor de tariefbepaling is de laatst bekende vervangingsprijs vermeerderd met een opslag voor behandeling en opslag. Tarieven worden automatisch aangepast aan de laatst bekende aanschaffingsprijs. Deze prijs is derhalve kostendekkend voor de verstrekking alsmede de behandelingskosten.

Overige materiële en specifieke ontvangsten

Hierin zijn begrepen de afrekening voor het gebruik van de Lynx-helikoptersimulator op het Marinevliegkamp De Kooy en de verrekening uit hoofde van samenwerking op onder andere het gebied van LW08-radarsysteem en het Goalkeeper-wapensysteem met het Verenigd Koninkrijk. De daadwerkelijk gemaakte kosten worden verrekend.

03.21 Niet-verrekenbare ontvangsten

De grondslag van het artikel

Ten gunste van dit artikel worden de ontvangsten geraamd die niet verrekenbaar zijn met het uitgavenniveau. Deze ontvangsten komen ten gunste van de algemene middelen. Het betreft in het bijzonder ontvangsten terzake van:

– krijgstuchtelijke boetes;

– boetes wegens te late levering en nalatigheid;

– ontvangen royalties;

– rente-ontvangsten;

– overige ontvangsten.

De ontvangsten

 
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
Stand ontwerpbegroting 2000 2 1002 1002 1002 1002 100 
Mutatie       
Stand 1e suppletore begroting 2000 2 1002 1002 1002 1002 100 
Nieuwe mutaties       
Stand ontwerpbegroting 2001 (x f 1000)5 2482 1002 1002 1002 1002 1002 100
Stand ontwerpbegroting 2001 (x € 1000)2 381953953953953953953

In de ontwerpbegroting 2001 zijn ten opzichte van de ontwerpbegroting 2000 geen nieuwe mutaties opgenomen.

04. BELEIDSTERREIN KONINKLIJKE LANDMACHT

Algemeen

De ontvangstenbegroting van de Koninklijke Landmacht beslaat in 2001 ongeveer f 123,2 miljoen. Van dit bedrag wordt op het artikel 04.20 f 115,9 miljoen als verrekenbaar met de defensie-uitgaven geraamd en op het artikel 04.21 wordt, gelet op de aard van de ontvangsten, f 7,4 miljoen geraamd ten gunste van de niet-verrekenbare ontvangsten.

04.20 Verrekenbare ontvangsten

De grondslag van het artikel

Ten gunste van dit artikel worden de ontvangsten geraamd die in het bijzonder betrekking hebben op verhaalde salaris- en ziektekosten bij ongevallen, inhoudingen wegens het verstrekken van kleding, voeding, huisvesting en dergelijke en verhuur van woningen. Daarnaast betreft het artikel de ontvangsten van terugvordering van B.T.W., de verkoop van topografische kaarten en drukwerk en de ontvangsten uit dienstverlening. De geraamde ontvangsten zijn te relateren aan de uitgaven van het artikel 04.20 Personeel en materieel.

De ontvangsten

 
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
Stand ontwerpbegroting 2000 114 251114 301114 351114 401114 451 
Mutatie 15 626     
Stand 1e suppletore begroting 2000 129 877114 301114 351114 401114 451 
Nieuwe mutaties:       
Personele ontvangsten       
Voeding  2 0402 0402 0402 040 
Huisvesting  – 4 800– 700    
Overige mutaties  – 471– 421– 421– 421 
Materiële en specifieke ontvangsten       
Materiële en specifieke ontvangsten  3 8963 8963 8963 896 
Overige mutaties  893893893893 
Stand ontwerpbegroting 2001 (x f 1000)146 736129 877115 859120 059120 809120 859120 859
Stand ontwerpbegroting 2001 (x € 1000)66 58658 93652 57554 48054 82154 84354 843

Toelichting nieuwe mutaties

Op basis van de feitelijke realisatie zijn de ontvangsten aangaande verstrekking van voeding met ruim f 2 miljoen verhoogd. De aanpassing van het budget huisvesting wordt veroorzaakt door het van kracht worden van nieuwe huisvestingsnormen. Indien een locatie hieraan niet voldoet, wordt bij het personeel een verminderde bijdrage huisvesting ingehouden. Vooralsnog wordt er van uitgegaan dat in 2003 alle locaties voldoen aan de nieuwe normen waardoor de ontvangsten weer op het oude niveau zullen zijn.

Op basis van de feitelijke realisatie zijn de verwachte terugvorderingsbedragen inzake B.T.W. met f 2 miljoen en de ontvangsten inzake afrekeningen FMS-cases met f 1,8 miljoen verhoogd.

De onderverdeling naar artikelonderdelen

Artikelonderdeel Personele ontvangsten

 
Bedragen x f 1000Ontvangsten 
 1999200020012002200320042005
Personele ontvangsten96 19497 82678 96983 11983 81983 81983 819

De ontvangsten betrekking hebbend op het artikelonderdeel personele ontvangsten worden geraamd op basis van de realisatie van voorgaande jaren, rekening houdend met de ontwikkeling in de personele sterkte. De gehanteerde prijzen voor verstrekking van maaltijden, kleding en uitrusting en de gehanteerde huurprijzen zijn kostendekkend.

Artikelonderdeel Materiële en specifieke ontvangsten

 
Bedragen x f 1000Ontvangsten 
 1999200020012002200320042005
Materiële en specifieke ontvangsten50 54232 05136 89036 94036 99037 04037 040

De materiële en specifieke ontvangsten zijn geraamd op basis van de verwachte terugvorderingen van B.T.W., de afrekeningen inzake Foreign Military Sales (FMS) en de leveringen van materieel. De opbrengsten van aan derden verkochte topografische kaarten zijn gebaseerd op de vraag vanuit de overige beleidsterreinen, andere instanties binnen de Rijksoverheid (bijvoorbeeld het kadaster) en de civiele sector. In beginsel worden deze kaarten kostendekkend verkocht.

04.21 Niet-verrekenbare ontvangsten

De grondslag van het artikel

Ten gunste van dit artikel worden de ontvangsten geraamd die niet verrekenbaar zijn met het uitgavenniveau. Het betreft onder andere royalty's, boetes en rente van voorschotten. De overige ontvangsten worden op basis van de realisatie van voorafgaande jaren geraamd.

De ontvangsten

 
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
Stand ontwerpbegroting 2000 7 3907 3907 3907 3907 390 
Mutatie       
Stand 1e suppletore begroting 2000 7 3907 3907 3907 3907 390 
Nieuwe mutaties       
Stand ontwerpbegroting 2001 (x f 1000)12 2787 3907 3907 3907 3907 3907 390
Stand ontwerpbegroting 2001 (x € 1000)5 5723 3533 3533 3533 3533 3533 353

In de ontwerpbegroting 2001 zijn ten opzichte van de ontwerpbegroting 2000 geen nieuwe mutaties opgenomen.

05. BELEIDSTERREIN KONINKLIJKE LUCHTMACHT

Algemeen

De ontvangstenbegroting van de Koninklijke Luchtmacht beslaat in 2001 f 77,2 miljoen. Van dit bedrag wordt op het artikel 05.20 f 69,5 miljoen als verrekenbaar met de defensie-uitgaven geraamd. Met het artikel 05.21 wordt, gelet op de aard van de ontvangsten, f 7,7 miljoen geraamd ten gunste van de niet-verrekenbare ontvangsten.

05.20 Verrekenbare ontvangsten

De grondslag van het artikel

Ten gunste van dit artikel worden de ontvangsten geraamd die in het bijzonder betrekking hebben op de personele, de materiële en de specifieke ontvangsten.

De geraamde ontvangsten zijn in het bijzonder te relateren aan de geraamde personele en materiële uitgaven van het uitgavenartikel 05.20 Personeel en materieel. Waar de ontvangsten worden gegenereerd via in rekening gebrachte tarieven, zijn deze tarieven kostendekkend. Bij de toelichting wordt in voorkomend geval ingegaan op de redenen voor het afwijken van een kostendekkend tarief.

De ontvangsten

 
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
Stand ontwerpbegroting 2000 90 20089 50089 50089 50089 500 
Mutatie       
Stand 1e suppletore begroting 2000 90 20089 50089 50089 50089 500 
Nieuwe mutaties  – 20 000– 20 000– 20 000– 20 000 
Stand ontwerpbegroting 2001 (x f 1000)90 89090 20069 50069 50069 50069 50069 500
Stand ontwerpbegroting 2001 (x € 1000)41 24440 93131 53831 53831 53831 53831 538

Toelichting nieuwe mutaties

De nieuwe mutatie is een gevolg van het feit dat vanaf deze begroting een overeenkomst is afgesloten met de Douane, waarbij sprake is van een fictief entrepot voor de brandstof. Bij de aankoop van de brandstof is geen accijns verschuldigd, de verrekening bij het daadwerkelijk gebruik blijft dientengevolge achterwege.

De onderverdeling naar artikelonderdelen

Artikelonderdeel Personele ontvangsten

 
Bedragen x f 1000Ontvangsten 
 1999200020012002200320042005
Personele ontvangsten24 74925 10025 10025 10025 10025 10025 100

De personele ontvangsten bestaan uit inhoudingen en verrekeningen die betrekking hebben op salarissen, kleding en uitrusting, voeding, huisvesting, voorziening woonruimte, geneeskundig verzorging, onderwijs en opleiding en diversen.

De salaris- en de studiekostenvorderingen zijn de werkelijke te restitueren bedragen. Bij het militair personeel betreffen de ontvangsten de verrekeningen inzake bezoldiging van personeel werkzaam bij de explosieven opruimingsdienst en communicatietorens en de ontvangsten voor tand-heelkundige verrichtingen.

De inhouding wegens huisvesting en voeding vindt plaats conform het arbeidsvoorwaardenakkoord. De gehanteerde tarieven zijn vastgesteld in ministeriële publicaties en zijn kostendekkend.

De gehanteerde prijs bij kleding en uitrusting is de laatst bekende uitgaafprijs. De Koninklijke Luchtmacht is Single Service Manager voor de aanschaf van burgerdienstkleding.

Voor houdbare voeding wordt een vaste verrekenprijs gebruikt en voor verse voeding de werkelijke kosten plus een opslagpercentage.

De tarieven voor de voorziening van woonruimte zijn in beginsel kostendekkend. Het tarief mag echter niet meer zijn dan 17% van het bruto salaris van de militair.

De gehanteerde tarieven voor geneeskundige verzorging worden voorna-melijk vastgesteld door het Centraal Orgaan Tarieven Gezondheidszorg (COTG).

Voor bijdragen in schade wordt de werkelijke schade in rekening gebracht.

Bij onderwijs en opleidingen worden de door derden gevolgde cursussen, die door de Koninklijke Luchtmacht zijn verzorgd, door middel van een kostendekkend tarief in rekening gebracht.

De ontvangsten voor de inzet van personeel ten behoeve van de Rijks-luchtvaartdienst worden verrekend met het ministerie van Verkeer en Waterstaat. De tarieven zijn gebaseerd op de binnen Defensie vastgestelde middensommen.

Artikelonderdeel Materiële en specifieke ontvangsten

 
Bedragen x f 1000Ontvangsten 
 1999200020012002200320042005
Materiële en specifieke ontvangsten66 14165 10044 40044 40044 40044 40044 400

De materiële en specifieke ontvangsten hebben betrekking op de verrekening van militaire steunverlening, diensten en werkzaamheden voor derden, medegebruik vliegbases, afname door derden van (vlieg-tuig)brandstof, olie, smeermiddelen, materieel, gebouwen, werken en terreinen, verbruiksbelasting (BTW, invoerrechten en accijnzen), in gebruikgeving, medegebruik en overig materieel.

De ontvangsten voor groot materieel hebben in het bijzonder betrekking op aan derden beschikbaar gestelde F-16 gereedschappen en de ontvangsten in het Foreign Military Sales Holding Account in de Verenigde Staten van Amerika. De hoogte van de hiermee gemoeide bedragen zijn contractueel overeengekomen met de Verenigde Staten van Amerika.

De ontvangsten voor aan derden geleverde diensten en verrichte werkzaamheden worden op dit artikelonderdeel geraamd. Tarieven zijn vastgesteld in ministeriële publicaties. Tevens worden de ontvangsten naar aanleiding van de afrekeningen van de door de Koninklijke Luchtmacht voorgefinancierde Navo-projecten op dit artikelonderdeel geraamd.

Voor de ontvangsten van levering brandstof, elektra en water, alsmede van de te verrekenen schades aan kazernes, worden de werkelijke kosten in rekening gebracht.

De extra kosten in de exploitatie voor het civiele medegebruik van vliegbases worden verrekend, zoals dat is vastgelegd in twee separate overeenkomsten tussen de Koninklijke Luchtmacht en Twente Airport en Eindhoven Airport. De materiële extra kosten worden jaarlijks geïndexeerd, terwijl de personele extra kosten worden berekend op basis van de door Defensie gehanteerde middensommen.

De aan derden geleverde brandstoffen, olie, smeermiddelen en dergelijke worden in rekening gebracht. De tarieven zijn kostendekkend en volgen de prijzen op de oliemarkt. De tarieven worden maandelijks aangepast.

05.21 Niet-verrekenbare ontvangsten

De grondslag van het artikel

Ten gunste van dit artikel worden de ontvangsten geraamd die niet verrekenbaar zijn met de uitgaven. Het betreft bijvoorbeeld krijgstuchtelijke geldboetes, royalties, boetes en rente van voorschotten. Deze ontvangsten komen ten gunste van de algemene middelen.

De ontvangsten

 
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
Stand ontwerpbegroting 2000 7 7007 7007 7007 7007 700 
Mutatie       
Stand 1e suppletore begroting 2000 7 7007 7007 7007 7007 700 
Nieuwe mutaties       
Stand ontwerpbegroting 2001 (x f 1000)16 6417 7007 7007 7007 7007 7007 700
Stand ontwerpbegroting 2001 (x € 1000)7 5513 4943 4943 4943 4943 4943 494

In de ontwerpbegroting 2001 zijn ten opzichte van de ontwerpbegroting 2000 geen nieuwe mutaties opgenomen.

06. BELEIDSTERREIN KONINKLIJKE MARECHAUSSEE

Algemeen

De ontvangstenbegroting van de Koninklijke Marechaussee beslaat in 2001 f 10,1 miljoen. Van dit bedrag wordt met het artikel 06.20 ongeveer f 9,5 miljoen als verrekenbaar met de defensie-uitgaven geraamd en met het artikel 06.21 wordt, gelet op de aard van de ontvangsten, ongeveer f 0,6 miljoen geraamd ten gunste van de algemene middelen. Waar de ontvangsten worden gegenereerd via in rekening gebrachte tarieven, zijn deze tarieven kostendekkend.

06.20 Verrekenbare ontvangsten

De grondslag van het artikel

Ten gunste van dit artikel worden de ontvangsten geraamd die in het bijzonder betrekking hebben op:

– verhaalde salaris- en ziektekosten bij ongevallen;

– inhoudingen wegens het verstrekken van kleding, voeding en huisvesting en dergelijke;

– verrekeningen met derden in verband met dienstverlening.

De geraamde ontvangsten zijn in het bijzonder te relateren aan de geraamde personele en materiële uitgaven van het uitgavenartikel 06.20 Personeel en materieel.

De ontvangsten

 
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
Stand ontwerpbegroting 2000 9 5109 5109 5109 5109 510 
Mutatie 1 720     
Stand 1e suppletore begroting 2000 11 2309 5109 5109 5109 510 
Nieuwe mutaties       
Stand ontwerpbegroting 2001 (x f 1000)8 75611 2309 5109 5109 5109 5109 510
Stand ontwerpbegroting 2001 (x € 1000)3 9735 0964 3154 3154 3154 3154 315

Er zijn geen nieuwe mutaties geraamd.

De onderverdeling naar artikelonderdelen

Artikelonderdeel Personele ontvangsten

 
Bedragen x f 1000Ontvangsten 
 1999200020012002200320042005
Personele ontvangsten3 6143 7623 7623 7623 7623 7623 762

Op het artikelonderdeel personele ontvangsten worden voornamelijk terugontvangsten Algemene Arbeidsongeschiktheidswet geraamd.

Artikelonderdeel Materiële en specifieke ontvangsten

 
Bedragen x f 1000Ontvangsten 
 1999200020012002200320042005
Materiële en specifieke ontvangsten5 1427 4685 7485 7485 7485 7485 748

Op het artikelonderdeel materiële en specifieke ontvangsten worden ontvangsten geraamd wegens diverse verstrekkingen alsmede genot van kleding, voeding, huisvesting en dergelijke. Voorts worden ontvangsten geraamd die voortvloeien uit verrekeningen met derden vanwege geleverde diensten in het kader van:

– grensoverschrijdende criminaliteit (Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties);

– inzet van personeel ten behoeve van vertegenwoordigingen in het buitenland (ministerie van Buitenlandse Zaken);

– begeleiding van waardetransporten van De Nederlandsche Bank NV.

06.21 Niet-verrekenbare ontvangsten

De grondslag van het artikel

Ten gunste van dit artikel worden de ontvangsten geraamd die niet verrekenbaar zijn met het uitgavenniveau. Het betreft met name de ontvangsten in het kader van verstrekte reisdocumenten. Deze ontvangsten dienen, voor zover er niet direkt uitgaven tegenover staan en deze niet een bepaald bedrag te boven gaan, te worden afgedragen aan het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Voorts worden nog bedragen ontvangen in verband met krijgstuchtelijke geldboetes, boetes, rente en dergelijke.

De ontvangsten

 
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
Stand ontwerpbegroting 2000 600600600600600 
Mutatie       
Stand 1e suppletore begroting 2000 600600600600600  
Nieuwe mutaties       
Stand ontwerpbegroting 2001 (x f 1000)1 196600600600600600600
Stand ontwerpbegroting 2001 (x € 1000)543272272272272272272

In de ontwerpbegroting 2001 zijn ten opzichte van de ontwerpbegroting 2000 geen nieuwe mutaties opgenomen.

08. BELEIDSTERREIN MULTI-SERVICE PROJECTEN EN ACTIVITEITEN

08.01 Ontvangsten Luchtmobiele brigade

De grondslag van het artikel

Voorshands worden geen ontvangsten ten gunste van dit artikel voorzien.

De ontvangsten

 
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
Stand ontwerpbegroting 2000       
Mutatie       
Stand 1e suppletore begroting 2000       
Nieuwe mutaties       
Stand ontwerpbegroting 2001 (x f 1000)1 961      
Stand ontwerpbegroting 2001 (x € 1000)890      

In 1999 is een bedrag van f 1,961 miljoen ontvangen inzake boetes voor de vertraging in de overdracht van de Chinook en Cougar-helicopters.

08.02 Ontvangsten naar aanleiding van vredesoperaties

De grondslag van het artikel

De ontvangsten hebben betrekking op de verwachte vergoedingen van, in casu honorering van claims door de Verenigde Naties (VN). Het artikel Vredesoperaties maakt integraal deel uit van de Homogene groep Internationale Samenwerking (HGIS).

De kosten van humanitaire vluchten ten behoeve van Ontwikkelingssamenwerking worden ook via dit artikel verrekend.

De ontvangsten

 
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
Stand ontwerpbegroting 2000 3 6003 1003 1003 1003 100 
Mutatie       
Stand 1e suppletore begroting 2000 3 6003 1003 1003 1003 100 
Nieuwe mutaties 11 400     
Stand ontwerpbegroting 2001 (x f 1000)10 51115 0003 1003 1003 1003 1003 100
Stand ontwerpbegroting 2001 (x € 1000)4 7706 8071 4071 4071 4071 4071 407

Toelichting nieuwe mutaties

In februari 1998 is met de Verenigde Naties overeenstemming bereikt over het totaal van de VN-vergoedingen voor de inzet van Nederlandse eenheden in voormalig Joegoslavië. Dit leidt tot een verhoging van de vordering op de Verenigde Naties met f 35 miljoen. Vanwege de onzekerheid van het moment van betaling door de VN van deze claim, wordt per jaar ingeschat welk deel hiervan naar verwachting door de VN zal worden betaald.

08.03 Overige ontvangsten Internationale Samenwerking

De grondslag van het artikel

Ten gunste van dit artikel worden de overige ontvangsten voortvloeiend uit internationale samenwerking, anders dan naar aanleiding van vredesoperaties, geraamd en verantwoord. Dit betreffen voornamelijk bijdragen van de Nederlandse Antillen en Aruba in de Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba. Deze ontvangsten (en de betrokken uitgaven) zijn per 2000 niet langer onder de HGIS begrepen.

De ontvangsten

 
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
Stand ontwerpbegroting 2000 8 4008 2008 2008 0008 000 
Mutatie       
Stand 1e suppletore begroting 2000 8 4008 2008 2008 0008 000 
Nieuwe mutaties 5 9003 5001 2001 300800 
Stand ontwerpbegroting 2001 (x f 1000)8 20214 30011 7009 4009 3008 8008 000
Stand ontwerpbegroting 2001 (x € 1000)3 7226 4895 3094 2664 2203 9933 630

Toelichting nieuwe mutaties

In de ontwerpbegroting 2001 zijn als nieuwe mutaties opgenomen de verwachte hogere bijdragen van de Nederlandse Antillen en Aruba in de investerings- en exploitatie-uitgaven ten behoeve van de Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba.

09. BELEIDSTERREIN DEFENSIE INTERSERVICE COMMANDO

Algemeen

De ontvangsten van het Defensie Interservice Commando (Dico) bedragen in 2001 ongeveer f 46,6 miljoen. Ze kunnen als verrekenbaar met het uitgavenartikel 09.02 Personeel en materieel worden beschouwd.

Waar de ontvangsten voortkomen uit in rekening gebrachte tarieven, zijn deze tarieven kostendekkend.

09.02 Verrekenbare ontvangsten

De grondslag van het artikel

Ten gunste van dit artikel worden de ontvangsten geraamd die betrekking hebben op:

• geneeskundige verzorging;

• verhuur van wagons aan de Nederlandse Spoorwegen;

• levering van transportcapaciteit aan de agentschappen;

• verhuur faciliteiten door het Instituut Defensie Leergangen.

De ontvangsten

 
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
Stand ontwerpbegroting 2000 43 69544 19544 69545 19545 195 
Mutatie       
Stand 1e suppletore begroting 2000 43 69544 19544 69545 19545 195 
Nieuwe mutaties:        
Meerontvangsten DWS 587587587827737  
Meerontvangsten DVVO 1 285970542106106  
Overige meerontvangsten 2248778771 3131 313 
Stand ontwerpbegroting 2001 (x f 1000)43 61645 79146 62946 70147 44147 35147 451
Stand ontwerpbegroting 2001 (x € 1000)19 79220 77921 15921 19221 52821 48721 532

Toelichting nieuwe mutaties

Meerontvangsten DWS

Deze meerontvangsten hebben betrekking op een gewijzigde technische verwerking van kortingen op facturen van de Rijksvoorlichtingsdienst.

Meerontvangsten DVVO

Deze meerontvangsten hebben met name betrekking op de levering van transportcapaciteit aan de agentschappen.

Overige meerontvangsten

Deze meerontvangsten hebben betrekking op diverse kleinere ontvangsten bij de overige Dico-eenheden.

De onderverdeling naar artikelonderdelen

Artikelonderdeel Personele ontvangsten

 
Bedragen x f 1000Ontvangsten 
 1999200020012002200320042005
Personele ontvangsten41 06840 51741 67042 17042 67042 67042 670

De ontvangsten hebben voor het merendeel betrekking op verrekening van verpleegkosten met de ziektekostenverzekeraars.

Artikelonderdeel Materiële en specifieke ontvangsten

 
Bedragen x f 1000Ontvangsten 
 1999200020012002200320042005
Materiële en specifieke ontvangsten2 5485 2744 9594 5314 7714 6814 781

Deze ontvangsten hebben betrekking op het beschikbaar stellen van faciliteiten door het Instituut Defensie Leergangen alsmede verrekening van verhuur van wagons aan de Nederlandse Spoorwegen en het leveren van transportcapaciteit aan de agentschappen door de Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie.

09.03 Niet-verrekenbare ontvangsten

De grondslag van het artikel

Voorshands worden geen ontvangsten ten gunste van dit artikel voorzien.

De ontvangsten

 
Bedragen x f 10001999200020012002200320042005
Stand ontwerpbegroting 2000       
Mutatie       
Stand 1e suppletore begroting 2000       
Nieuwe mutaties       
Stand ontwerpbegroting 2001 (x f 1000)890      
Stand ontwerpbegroting 2001 (x € 1000)404      

D. TOELICHTING BIJ DE AGENTSCHAPSBEGROTINGEN

Wetsartikel 4 (agentschappen)

4.1 DEFENSIE TELEMATICA ORGANISATIE

Algemeen

De Defensie Telematica Organisatie (DTO) is het facilitaire ICT-bedrijf van Defensie. De DTO is per 1 september 1997 opgericht en opereert vanaf 1 januari 1998 als agentschap.

Producten en diensten

De producten en diensten die DTO aanbiedt zijn in vijf productgroepen ondergebracht. Het betreft:

Advies/Ontwikkeling

Deze productgroep bevat de levering van advies met betrekking tot specificatie, ontwikkeling, verwerving, invoering, beheer, exploitatie, mogelijkheden en toepassing van ICT-middelen, -systemen en -infrastruc-turen.

Verder bevat deze productgroep de ontwikkeling, integratie en modificatie van ICT-infrastructuren, -systemen, -applicaties en gegevensbanken op nagenoeg alle soorten platforms.

Beheer/exploitatie

De productgroep beheer/exploitatie bevat het uitvoeren van het technisch, functioneel en applicatiebeheer van de eigen telematica- en IT-infrastruc-tuur en -systemen. Tevens wordt, op basis van te maken afspraken, het technisch beheer en de exploitatie van ICT-infrastructuren en -systemen van afnemers uitgevoerd.

Elektronisch transportnetwerk

De productgroep elektronisch transportnetwerk bevat de communicatiefaciliteiten voor spraak, data en video, evenals de toegang tot externe netwerken.

Generieke diensten

De productgroep generieke diensten bevat de diensten en applicaties voor algemeen gebruik die op of via de telematica-infrastructuur geleverd kunnen worden, zoals kantoorautomatisering, «electronic mail» en informatiegidsen.

Overige producten en diensten

Naast voornoemde producten en diensten levert DTO producten en diensten in de sfeer van opleiding, installatie en verhuur/verkoop van telematicamiddelen. Deze producten en diensten worden niet zelfstandig doch uitsluitend in relatie met de in de overige productgroepen opgenomen producten en diensten geleverd.

De hoofdvestiging van DTO bevindt zich in Den Haag. De overige vestigingen zijn in Soesterberg, Den Helder en Maasland. Daarnaast bevindt zich in Woensdrecht een uitwijkcentrum.

Het ministerie van Defensie is de markt van DTO. Binnen grenzen vast te stellen door de voorzitter van de Bestuursraad kan DTO, onder bepaalde voorwaarden, ook producten en diensten leveren aan afnemers binnen de Rijksoverheid («tweeden») en de Navo.

De missie van DTO luidt: «De Defensie Telematica Organisatie draagt als agentschap van Defensie zorg voor een doeltreffende en doelmatige dienstverlening op het gebied van Informatie en Communicatie Technologie aan de krijgsmacht, zowel in vredestijd, crisis- en oorlogsomstandigheden, als tijdens crisisbeheersingsoperaties».

Begroting van baten en lasten van het agentschap DTO

De begroting van baten en lasten van het agentschap DTO (bedragen x f 1 miljoen)
 1999120002200032000420012001 in euro's2002200320042005
Baten          
opbrengst moederdepartement523,5430,5439,5371,9479,1217,4494,1505,3507,5510,5
opbrengst overige departementen3,88,48,38,58,53,98,58,58,58,5
opbrengt derden0,00,00,00,00,00,00,00,00,00,0
rentebaten0,30,00,00,00,00,00,00,00,00,0
buitengewone baten5,48,91,80,00,00,00,00,00,00,0
exploitatiebijdrage0,00,00,00,00,00,00,00,00,00,0
Totaal baten533,0447,8449,6380,4487,6221,3502,6513,8516,0519,0
           
Lasten          
apparaatskosten          
– personele kosten233,7196,0196,0210,0283,7128,7294,2302,0301,6302,2
– materiële kosten248,9202,8202,8123,6150,368,2154,1155,9155,7155,7
rentelasten0,19,511,39,013,05,912,312,814,616,1
afschrijvingskosten          
– materieel27,930,630,628,529,013,229,930,631,331,9
– immaterieel3,72,92,93,13,81,74,34,75,05,3
dotaties voorzieningen2,21,21,21,21,20,51,21,21,21,2
buitengewone lasten15,90,00,00,00,00,00,00,00,00,0
Totaal lasten532,4443,0444,8375,4481,0218,3496,0507,2509,4512,4
           
Saldo van baten en lasten0,64,84,85,06,63,06,66,66,66,6

1 realisatie

2 vastgestelde begroting

3 1e suppletore begroting 2000

4 vermoedelijk beloop

TOELICHTING OP DE «BEGROTING VAN BATEN EN LASTEN VAN HET AGENTSCHAP DTO»

ALGEMEEN

De producten en diensten die DTO levert worden verrekend op basis van tarieven. De tarieven worden jaarlijks op voordracht van de Directeur DTO vastgesteld door de Commandant Dico. Deze tarieven zijn gebaseerd op de integrale kosten en concurrerende marktprijzen.

DTO is een omzet- en resultaatverantwoordelijke organisatie zonder winstoogmerk. Het agentschap DTO moet haar opbrengsten betrekken uit de verkoop van producten en diensten, waarbij de totale kosten uit de opbrengsten moeten worden gedekt. Tussen DTO en de beleidsterreinen bestaat een zakelijke relatie. Door daadwerkelijke verrekening treedt regulering op van vraag en aanbod. Tevens bestaat voor de beleidsterreinen (in beperkte mate) de mogelijkheid diensten uit de vrije markt te betrekken. Deze (interne) marktwerking vormt een belangrijke prikkel voor de effectiviteit en efficiency bij DTO.

De toename van de omzet (en hieraan gerelateerde kosten) in de periode van 2001 t/m 2005 manifesteert zich met name bij de producten- en dienstencategorie Beheer-/exploitatie. Dit hangt samen met het verder implementeren en beheren van de algemene standaard voor kantoorautomatisering bij Defensie (LAN2000), en ook met het onderbrengen van extra ICT-beheertaken bij DTO die nu nog bij de beleidsterreinen plaatsvinden. DTO zal vanaf 2001 zijn uitgebreid met die delen van de telematica groepen van de KL die zich bezighouden met ICT-beheer, de zogenaamde Krijgsmacht Telematica Organisaties (KTO's). Gegeven de grootschaligheid van beide bovengenoemde projecten (LAN2000 en integratie KTO's) en de financiële risico's die hier mogelijkerwijs voor DTO aan vastzitten, wordt het niet verstandig geacht in dit stadium reeds, op zich gewenste en beoogde, tariefsverlagingen in de meerjarige financiële reeks te verwerken. Er is met andere woorden uitgegaan van constante prijzen (niveau 2000). Met een mogelijke toekomstige overheveling van andere ICT-taken van de beleidsterreinen naar DTO is in deze ontwerpbegroting geen rekening gehouden.

In de paragraaf «baten» zal nader worden ingegaan op de financiële effecten van deze ontwikkelingen.

De rentelasten die het gevolg zijn van de «vermogensconversie en leenfaciliteit» worden getoond in de rentelasten en maken tevens deel uit van de in de baten opgenomen omzetreeksen.

Baten

Opbrengsten overige departementen en opbrengsten moederdepartement

De post «opbrengst overige departementen» omvat de omzet die DTO verwacht te realiseren bij andere departementen dan het ministerie van Defensie.

De post «opbrengsten moederdepartement» omvat de omzet die DTO bij het ministerie van Defensie verwacht te realiseren. De neerwaartse bijstelling van de omzet (en kosten) in de meerjarenraming ten opzichte van de omzetreeks in de ontwerpbegroting 2000, is met name veroorzaakt door een relatief geringere stijging van de afzetvolumes. Zo is er geen rekening gehouden met een eventuele toekomstige overheveling van additionele ICT-taken van de beleidsterreinen. Ook de toename van de LAN2000-beheerdiensten is gematigder dan waarvan in de ontwerpbegroting 2000 was uitgegaan.

Ten opzichte van 2000 (vermoedelijk beloop) zijn de komende jaren de volgende belangrijke omzetontwikkelingen (en gerelateerde kostenontwikkelingen) zichtbaar.

Een toename van de omzet door het verder implementeren van de standaardisering van de kantoorautomatisering (LAN2000) waartoe Defensie besloten heeft. Onder deze standaardisering zijn ook begrepen de gerelateerde beheerdiensten. Dit wordt mede mogelijk door het overhevelen van de activiteiten van de krijgsmacht telematica groepen naar DTO. De hiermee gepaard gaande toename van omzet en kosten ten opzichte van 2000 worden vooralsnog ingeschat op ongeveer f 85 miljoen voor 2001, oplopend tot ongeveer f 110 miljoen in 2005 (met name beheer-/exploitatiediensten).

Er wordt in 2001 (en volgende jaren) een verdere toename van de zogenoemde NAFIN-diensten (netwerk) verwacht, gedeeltelijk als gevolg van de autonome groei van data- en spraakverkeer. Ook de hierboven gememoreerde integratie van de KTO's zal leiden tot toename van het gebruik van elektronisch transport netwerk (ETN). In totaal wordt een toename van de ETN-omzet verwacht met f 14 miljoen in 2001, oplopend tot f 19 miljoen in 2005.

Voorzien wordt dat de overgang van de gulden naar de EURO in 2001 een additionele omzet van f 6 miljoen (met name advies/ontwikkeling) zal genereren.

Tenslotte zal er, doordat DTO in het verlengde van de vermogensconversielening tevens gehouden is aan het moeten lenen voor nieuwe investeringen, sprake zijn van het toenemen van de hiervoor verschuldigde rente. Deze rentelasten dient DTO in de tarieven naar de beleidsterreinen door te berekenen, hetgeen een toename van de omzet betekent van ongeveer 1%.

In tegenstelling tot de vorige ontwerpbegroting is voorshands uitgegaan van in principe gelijkblijvende tarieven. Een uitzondering hierop is de prijsstijging van ongeveer 1%, die het gevolg is van de door het ministerie van Financiën aan agentschappen opgelegde vermogensconversie (zie hierboven). Er is gekozen voor deze voorzichtige benadering omdat in de planperiode enkele grote operaties moeten worden uitgevoerd. Deze operaties, met name het samengaan met de KTO's en de verdere uitbouw van de LAN2000-diensten, zijn, qua geschatte kosten en opbrengsten, voor zover nu bekend, in dit plan meegenomen. De omvang, het tempo waarin, en daarmee samenhangend de financiële consequenties, zijn voor de DTO-organisatie nog dermate onduidelijk, dat het op voorhand niet verantwoord wordt geacht tariefdalingen in de plannen te verwerken.

De procentuele verdeling van de opbrengsten van het moederdepartement en overige klanten is als volgt:

 
KlantenOmzetaandeel
Koninklijke Marine16%
Koninklijke Landmacht44%
Koninklijke Luchtmacht15%
Koninklijke Marechaussee6%
Centrale Organisatie10%
Defensie Interservice Commando7%
Overige klanten2%
Totaal100%

Rentebaten

Een positief liquiditeitssaldo op de rekening-courant met het ministerie van Financiën leidt tot rente-inkomsten. De te ontvangen rente betreft de voorschotrente van De Nederlandsche Bank. Gegeven de per 1 januari 2000 doorgevoerde vermogensconversie, die tevens een dividenduitkering aan het moederdepartement ten laste van de rekening-courantpositie van DTO inhoudt, is voor de planperiode uitgegaan van verwaarloosbare rentebaten.

Buitengewone baten

De onder 2000 (ontwerpbegroting) opgenomen buitengewone baten hebben betrekking op «compensatie» voor de rentelasten behorende bij de vermogensconversie. Voor de ontwerpbegroting 2001, is deze compensatie, zoals inmiddels is overeengekomen met Defensie, vervangen door verhoging van de omzet(tarieven).

Lasten

Personeel

De categorie personeel omvat de totale personeelskosten van DTO-medewerkers ( burgers en militairen) én de geraamde kosten van inhuur en tijdelijk personeel (externen).

Personeelssterkte van het agentschap DTO
personeelsomvang (aantal vte'n)1999120002200032000420012002200320042005
Militair personeel144163163156165165165165165
Burger personeel1 0231 2841 2841 3491 9211 9842 0392 0362 041
Totaal DTO-personeel1 1671 4471 4471 5052 0862 1492 2042 2012 206
          
Inhuur personeel388154154148242256264264264
Totaal1 5551 6011 6011 6532 3282 4052 4682 4652 470

1 realisatie

2 ontwerpbegroting

3 eerste suppletore begroting

4 vermoedelijk beloop

Door verdere integratie met ICT-delen van Defensie en nieuwe beheertaken, zal de personele omvang van DTO substantieel toenemen. Deze toename zal zich met name in 2001 manifesteren, vanwege de integratie van de KTO's en doordat de door DTO te leveren LAN2000-diensten dan voor een aanzienlijk deel zullen zijn uitgebouwd. DTO streeft er naar het aantal (ten opzichte van vaste medewerkers, dure) inhuurkrachten terug te dringen. Door de schaarste op de arbeidsmarkt, met name in de automatiseringsbranche, tezamen met de te bieden arbeidsvoorwaarden, lukt dit echter in de praktijk nauwelijks. Derhalve is dit streven in bovenstaande inhuurcijfers buiten beschouwing gelaten.

Materiële kosten

Materiële exploitatiekosten agentschap DTO
(bedragen x f 1 miljoen)1999120002200032000420012002200320042005
directe kosten162,1119,1119,121,023,423,323,323,223,2
huisvestingskosten10,011,511,513,815,815,815,715,715,7
kantoorkosten5,55,45,45,18,99,910,410,410,4
verkoopkosten1,22,82,81,81,81,81,81,81,8
algemene kosten3,74,44,43,53,53,53,53,53,5
kosten hard- en software66,459,659,678,496,999,8101,2101,1101,1
Totaal248,9202,8202,8123,6150,3154,1155,9155,7155,7

1 realisatie

2 ontwerpbegroting

3 eerste suppletore begroting

4 vermoedelijk beloop

Deze post omvat alle lopende (exploitatie-)lasten van DTO. De verlaging ten opzichte van het niveau ontwerpbegroting 2000 is het gevolg van de neerwaarts bijgestelde omzet. Met name het voorzichtiger ingestoken groeiscenario van de beheerdiensten heeft tot lagere (directe) kosten geleid. In verband met de integratie van de KTO's zal het aantal DTO-locaties met een tiental worden uitgebreid hetgeen zichtbaar wordt in een aanzienlijke toename van de huisvestingskosten. De kosten hard- en software nemen vergeleken met 2000 met name toe als gevolg van de integratie van de KTO's.

Rentelasten

In 2001 en volgende jaren is rente verschuldigd voor de «vermogens-conversie-» en «investeringsleningen» die DTO afsluit bij het ministerie van Financiën. Door een cumulatieve toename van het voor 2001 en volgende jaren voor investeringen te lenen bedrag, is er sprake van een toename van de verschuldigde rentelasten.

Afschrijvingen activa

Op de vaste activa worden op jaarbasis de volgende afschrijvingspercen-tages toegepast.

 
Immateriële vaste activa 
licenties20,0%
materiële vaste activa 
grond0,0%
gebouwen, glasvezel3,3%
terreinen (bestrating)10,0%
machines en installaties12,5%
computer apparatuur10,0–33,3%
overige bedrijfsmiddelen20,0–25,0%

Dotaties aan voorzieningen

Voor de jaren 2001 t/m 2005 zijn jaarlijkse dotaties voor assurantiekosten opgenomen. Er wordt vanuit gegaan dat de werkelijke uitgaven aan assurantie meerjarig gezien gelijk zullen zijn aan de opgenomen dotaties.

Buitengewone lasten

Hieronder worden in principe de dotaties geschaard, die benodigd zijn om bijzondere, niet structurele projecten te realiseren, zonder dat een en ander dan ten laste behoeft te worden gebracht van het bedrijfsresultaat. In de ontwerpbegroting 2001 is hier niets voor opgenomen.

Saldo baten en lasten

In het voorcalculatorische saldo van baten en lasten is uitgegaan van een «marge» van ongeveer 1,3%, dat wil zeggen van ongeveer f 7 miljoen. Dit is een minimale marge ter compensatie van financiële «tegenvallers».

Wanneer als gevolg van het aanhouden van deze marge het agentschapsvermogen boven 5% van de omzet (over de afgelopen drie jaren) uitkomt, wordt het meerdere uitgekeerd aan het moederdepartement.

Kengetallen

DTO is onderhevig aan concurrentie. Gegeven de marktpositionering, vormt de ontwikkeling van de tarieven van de producten en diensten van de DTO één van de primaire kengetallen. De volgende kengetallen geven informatie over de verwachte ontwikkelingen op korte en middellange termijn.

Kengetallen Defensie Telematica Organisatie
 1999120002200032000420012002200320042005
Omzet per werknemer (x f 1000)337286286224209209208209210
Resultaatmarge2,0%1,1%3,2%1,3%1,4%1,3%1,3%1,3%1,3%

1 realisatie

2 ontwerpbegroting

3 eerste suppletore begroting

4 vermoedelijk beloop

Omzet per werknemer

De omzet per medewerker is de omzet (excl. eventuele tariefmutaties) per medewerker (incl. ingehuurd personeel). De afname van dit kengetal ten opzichte van 2000 wordt veroorzaakt door de integratie van de KTO's. Deze integratie versterkt de trend van de laatste jaren die een afname betekent van het aandeel in de totale omzet van de kapitaalsintensieve producten ten faveure van de arbeidsintensieve diensten. Vanwege de geringere marge op deze laatste categorie van diensten leidt dit per saldo tot een verlaging van dit kengetal.

Resultaatmarge

De resultaatmarge is het saldovan baten en lasten ten opzichte van de opbrengsten en beweegt zich zoals eerder gesteld tussen de 1 en 2%.

Kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht van het agentschap Defensie Telematica Organisatie (bedragen x f 1 miljoen)
 1999120002200032000420012001 in euro's2002200320042005
Rekening courant RHB 1 januari95,938,297,197,149,022,349,949,749,351,5
Totaal operationele kasstroom27,138,637,018,439,417,937,841,942,943,8
– totaal investeringen– 31,0– 29,2– 38,8– 38,8– 40,0– 18,2– 40,0– 40,0– 40,0– 40,0
+ totaal boekwaarde desinvesteringen5,10,00,00,00,00,00,00,00,00,0
Totaal investeringskasstroom– 25,9– 29,2– 38,8– 38,8– 40,0– 18,2– 40,0– 40,0– 40,0– 40,0
– uitkering aan moederdepartement0,0– 223,5– 248,3– 249,1– 5,7– 2,6– 3,8– 7,0– 4,4– 6,1
+ storting door het moederdepartement0,00,00,00,00,00,00,00,00,00,0
– aflossingen op leningen0,0– 33,5– 31,7– 31,7– 32,8– 14,9– 34,2– 35,3– 36,3– 37,2
+ beroep op leenfaciliteit0,0252,7253,1253,140,018,240,040,040,040,0
Totaal financieringskasstroom0,0– 4,3– 26,9– 27,71,50,72,0– 2,3– 0,7– 3,3
Rekening courant RHB 31 december97,143,368,449,049,922,749,749,351,552,0

1 realisatie

2 vastgestelde begroting

3 eerste suppletore begroting

4 vermoedelijk beloop

Toelichting bij het kasstroomoverzicht DTO

Operationele kasstroom

Hieronder zijn het resultaat en de balansmutaties verantwoord die het gevolg zijn van de reguliere bedrijfsvoering. Een belangrijk onderdeel hiervan wordt gevormd door de afschrijvingen, zie de betreffende toelichting onder «Lasten», hiervoor.

Investeringskasstroom

Voor de investeringen in onroerende zaken is in tegenstelling tot de ontwerpbegroting 2000 nog slechts een marginaal bedrag als stelpost per jaar opgenomen. De meeste DTO-locaties (ook de KTO-uitbreidingen) worden immers van het departement en de beleidsterreinen gehuurd.

De overige geplande investeringen betreffen voornamelijk vervangingsinvesteringen. Vanaf 2001 wordt uitgegaan van ongeveer f 5 miljoen extra investeringen als gevolg van de integratie van KTO's met DTO.

Financieringskasstroom

Uitkering aan moederdepartement. Voor 2000 is opgenomen de waarde van de vaste activa als tegenhanger voor het bedrag van de vermogensconversielening bij het ministerie van Financiën. Voor 2000 t/m 2005 is opgenomen de uitkering aan het moederdepartement naar aanleiding van de maximering van het eigen vermogen op 5% van de gemiddelde jaaromzet.

Aflossing op leningen. De bedragen hier verantwoord, zijn gelijk aan de afschrijvingen van DTO.

Beroep op leenfaciliteit. Hieronder zijn de door DTO bij het ministerie van Financiën geleende bedragen verantwoord. Voor 2001 en verdere jaren betreft het alleen de investeringsleningen.

4.2 DIENST GEBOUWEN, WERKEN EN TERREINEN (DGW&T)

I. ALGEMENE TOELICHTING

Missie en doelstelling

Algemeen. Het bij Defensie in beheer zijnde onroerend goed heeft een herbouwwaarde van ongeveer f 33 miljard gulden. Het jaarlijks door Defensie aan nieuwbouw en onderhoud te besteden budget bedraagt ongeveer f 700 miljoen gulden.

Missie. DGW&T is als vastgoedbeheerder voor Defensie de deskundige adviseur en intermediair die de ruimtelijke belangen van de klanten waarborgt en hun onroerend goed effectief en op maatschappelijk verantwoorde wijze inricht en beheert. DGW&T wil de klanten altijd en overal bijstaan in hun zorg voor de beschikbaarheid en bruikbaarheid van het vastgoed. DGW&T doet dit op een wijze die voor de defensie-organisatie als geheel zo efficiënt mogelijk is en aan de klanten een zo hoog mogelijke kwaliteit biedt.

Doelstelling. De DGW&T wil een betrouwbaar en zakelijk handelend overheidsbedrijf zijn. Daartoe streeft de DGW&T onder andere naar een verantwoorde kostenminimalisatie en naar het snel kunnen reageren op behoeften van de klant. De DGW&T wil de vastgoedbelangen en -verplichtingen van de klant onder alle omstandigheden behartigen en levert daarvoor een compleet en samenhangend dienstenpakket. De DGW&T wil gericht zijn op de primaire doelen van de klantenorganisaties in al haar geledingen. Zij wil zich daarbij profileren als «partner in business».

Positionering

Algemeen. Het vastgoed wordt bij Defensie beschouwd als een essentieel productiemiddel. Defensie heeft hierbij behoefte aan vastgoedbeheer en een vastgoedbeheerder die de primaire doelstellingen van de klanten volledig ondersteunt. Er is behoefte aan een eigen Defensie infra-organisatie voor taken in vredes- en crisistijd.

Markt. De primaire markt van de DGW&T is de Defensiemarkt. De bedrijfsvoering van de DGW&T zal gericht zijn op behoud van het aandeel op die markt door diensten te leveren met een zo gunstig mogelijke prijs/kwaliteit-verhouding. Om de capaciteit van de DGW&T zo efficiënt mogelijk in te kunnen zetten, wordt naar 100% marktaandeel op de Defensiemarkt gestreefd. Om dit ook op lange termijn te realiseren zal in beperkte mate worden gewerkt op de markt van de rijksoverheid.

Taken DGW&T

Door de DGW&T worden onderstaande taken verricht, verdeeld in drie hoofdgroepen, te weten:

a. Het waarborgen dat de krijgsmachtdelen ook onder niet-vredesomstandigheden kunnen beschikken over het onroerend goed dat nodig is voor de uitoefening van operationele en logistieke taken. Onder deze taakuitoefening valt ook de ondersteuning van operaties van delen van de krijgsmacht in bondgenootschappelijk- en VN-verband.

b. het binnen Defensie vervullen van de rol van vastgoedbeheerder en ingenieursbureau. Als vastgoedbeheerder biedt de DGW&T diensten aan op het gebied van algemeen-, juridisch- en technisch beheer (incl. service). Als ingenieursbureau is de DGW&T actief op de gebieden van nieuwbouwrealisatie en het daarmee samenhangend onderzoek en advies (ingenieursdiensten).

c. het, als uitvoerende dienst, belast zijn met departementale beleidsvoorbereidende, belangenbehartigende en adviserende taken op het gebied van vastgoedbeheer, bouwbeleid en ruimtelijke ordening en milieu.

Organisatie

Externe aansturing. De Bestuursraad DGW&T (onder voorzitterschap van Commandant Dico), bestaande uit vertegenwoordigers van de Bevelhebbers van de Krijgsmachtdelen, stuurt de DGW&T extern aan.

Statuut DGW&T. In het Statuut DGW&T is onder andere vastgelegd op welke wijze de DGW&T wordt aangestuurd en op welke wijze de DGW&T aan de voorzitter van de Bestuursraad DGW&T verantwoording aflegt. De Bestuursraad houdt toezicht op de realisatie van de beleidsplannen en keurt de begroting en de jaarstukken van DGW&T goed. Een deel van de financiële informatie die benodigd is voor de aansturing van de DGW&T wordt – in overeenstemming met het statuut – aangeboden in de vorm van kengetallen. De kengetallen worden elders in deze begroting meerjarig gepresenteerd.

Interne besturing. De organisatie van de DGW&T bestaat uit twee management-niveaus (Centrale Directie en Regionale Directies). De zeven Regionale Directies, waarvan één in Duitsland, functioneren als relatief zelfstandige business-units. De Centrale Directie heeft een sturende taak in het kader van de concernbesturing. Binnen de Centrale Directie is een bijzondere business-unit gepositioneerd, die met name is belast met de departementale beleidsvoorbereiding, belangenbehartiging en specialistische advisering.

Reorganisatie. Het voornemen bestaat om in de begrotingsperiode een reorganisatie uit te voeren binnen de DGW&T, waarbij schaalvergroting wordt gerealiseerd door het fuseren van de regionale directies in Nederland van zes naar drie. De business-unit structuur blijft daarbij in stand. Ook het bestaan van twee managementniveaus staat niet ter discussie.

De schaalvergroting is noodzakelijk in verband met de op termijn verwachte terugloop in omzet binnen Defensie, die verderop in deze begroting zal blijken. De reorganisatie is een instrument om onder meer de (kwantitatieve) resultaatsdoelstellingen uit deze begroting te realiseren. In kwantitatieve zin betekent de reorganisatie ook dat minder capaciteit benodigd zal zijn; de organisatie wordt kleiner. De ontwikkeling is in deze begroting aangegeven. Per einde 2000 moeten de stappen voor de (eerste) fusie een feit zijn.

Als gevolg van de reorganisatie kan er wellicht sprake zijn van gewijzigde locaties voor sommige DGW&T-onderdelen. Dat zal mogelijk tot afstotingen van en investeringen in huisvesting leiden. Momenteel kan de eventuele omvang daarvan nog niet worden geconcretiseerd. Om die reden is dat in deze begroting nog niet verwerkt.

Doelmatigheid

Algemeen. DGW&T is een omzet-verantwoordelijke organisatie. Het agentschap DGW&T moet zijn opbrengsten halen uit de verkoop van diensten. De totale apparaatskosten moeten uit de opbrengsten worden gedekt.

Resultaatverantwoordelijkheid. De regionale directies zijn resultaatverantwoordelijk. Dit wordt onder andere zichtbaar in een vergaande delegatie van taken en bevoegdheden naar de regionale directies, waarbij de bemoeienis van de Centrale Directie met de uitvoering is teruggedrongen. Sturen op afstand volgens het principe «decentraal, tenzij..». Het beleid en het te verwachten resultaat van de business-units worden vastgelegd in afzonderlijke businessplannen. Deze vormen de basis van de convenanten die jaarlijks worden afgesloten tussen de directeur van het agentschap en de regionale directeuren. Door middel van aan de Directeur DGW&T aangeboden periodieke rapportages leggen de regionale directies verantwoording af.

Marktwerking. Tussen de DGW&T en de beleidsterreinen bestaat een zakelijke relatie. Hierdoor treedt regulering op van vraag en aanbod. Tevens bestaat voor de beleidsterreinen op beperkte schaal de mogelijkheid diensten uit de vrije markt te betrekken. Deze marktwerking draagt bij aan vergroting van de efficiency.

Kwaliteit van de dienstverlening. Binnen de DGW&T wordt hard gewerkt aan verbetering van de kwaliteit van de dienstverlening. Daarbij wordt als denkmodel het model van het Instituut Nederlandse Kwaliteit, ook bekend als het INK-model, gehanteerd. Verwacht wordt ultimo 2001 fase 2 in dit model te bereiken, dat wil zeggen dat DGW&T dan een procesgeoriënteerde organisatie zal zijn. De in voorgaande begroting opgenomen verwachting dat dit reeds in het jaar 2000 het geval zou zijn, bleek niet haalbaar.

Kengetallen

Naast indicatoren, zoals omzet en resultaat, vindt sturing plaats op basis van de kengetallen productiviteit, flexibiliteit en de verhouding direct/indirect personeel.

a. Productiviteit: geeft de gefactureerde omzet per directe medewerker (inbegrepen het uitbestedingsequivalent) weer. Het uitbestedingsequivalent is de in mensjaren uitgedrukte hoeveelheid werk die de DGW&T heeft uitbesteed c.q. zal gaan uitbesteden.

b. Flexibiliteit: is de verhouding tussen enerzijds het aantal inhuurkrachten, tijdelijke contractanten en uitbestedingsequivalenten en anderzijds de totale bestede directe capaciteit. Het uitbestedingsequivalent is de in mensjaren uitgedrukte hoeveelheid werk die de DGW&T om kwantitatieve heeft uitbesteed c.q. zal gaan uitbesteden.

c. Verhouding indirect/totaal: is een kengetal dat de verhouding aangeeft tussen het aantal indirecte mensjaren en het totaal aantal mensjaren.

In de toelichting bij de baten en lasten worden deze kengetallen meerjarig gepresenteerd.

Begroting van baten en lasten

De begroting van baten en lasten van het agentschap DGWT (bedragen x f 1 miljoen)
 1999120002200032000420012001 in euro's2002200320042005
Baten          
opbrengst moederdepartement171,9150,5152,6167,7158,571,9147,6142,6137,7132,7
opbrengst overige departementen0,20,20,20,40,40,20,50,50,50,5
opbrengt derden0,90,90,90,71,00,51,01,01,01,0
rentebaten0,00,00,00,00,00,00,00,00,00,0
bijzondere baten1,32,10,00,00,00,0    
mutatie onderhanden werk0,50,00,00,00,00,00,00,00,00,0
Totaal baten174,8153,7153,7168,8159,972,6149,1144,1139,2134,2
           
Lasten          
apparaatskosten          
– personeelskosten144,2123,7123,7138,1129,458,7118,3113,4108,5103,6
– materiële kosten20,420,220,220,120,19,120,120,120,120,1
rentelasten0,02,22,22,12,11,02,12,12,12,1
afschrijvingskosten          
– materieel5,95,95,96,16,12,86,16,16,16,1
– immaterieel0,00,00,00,00,00,00,00,00,00,0
dotaties voorzieningen0,31,61,61,61,60,71,61,61,61,6
bijzondere lasten2,40,00,00,00,00,00,00,00,00,0
buitengewone lasten0,60,10,00,00,00,00,00,00,00,0
Totaal lasten173,8153,7153,6168,0159,372,3148,2143,3138,4133,5
           
Saldo van baten en lasten1,00,00,10,80,60,30,90,80,80,7

1 financiële verantwoording 1999

2 ontwerpbegroting 2000

3 eerste suppletore begroting 2000

4 vermoedelijk beloop 2000

III. TOELICHTING OP DE «BEGROTING VAN BATEN EN LASTEN VAN HET AGENTSCHAP DGW&T»

Algemeen

De meerjarige resultaatsverwachting is een licht positief saldo van baten en lasten. In overeenstemming met de missie van de DGW&T streeft zij niet naar winst. Desalniettemin is een gering positief saldo van baten en lasten wel noodzakelijk in verband met de instandhouding van de onderneming en met het oog op mogelijke toekomstige risico's.

Baten

De opbrengsten van het moederdepartement vloeien voort uit de dienstverlening aan Defensie. De meerjarige omzetcijfers bewegen naar beneden. De trend die in de vorige begroting was opgenomen, is qua verloop niet gewijzigd. De omzetcijfers kennen een dalende tendens, terwijl met name in de eerste begrotingsjaren (2001 en 2002) de omzet hoger ligt dan in de vorige begroting. De verwachting is namelijk dat met name in de eerstkomende jaren sprake is van een flinke werklast, onder meer door te verwachten wijzigingen in de infrastructuur bij de krijgs-machtdelen. In de periode daarna wordt een verdere daling verwacht. Hoewel het maar een klein deel van de stijging ten opzichte van de vorige begroting uitmaakt, is ook de prijskant van de omzet een oorzaak voor de meerjarig gestegen omzet t.o.v. de vorige begroting. De DGW&T heeft er namelijk voor gekozen de tarieven te indexeren ter gedeeltelijke dekking van de stijging van de loonkosten als gevolg van het arbeidsvoorwaardenoverleg van de afgelopen jaren. Het andere deel wordt binnen de DGW&T door efficiencyverbeteringen gedekt. Ook zijn de rentekosten als gevolg van de voorgeschreven financiering met vreemd vermogen in de tarieven verwerkt.

De procentuele verdeling van de opbrengsten moederdepartement naar krijgsmachtdeel/belangrijkste klanten en productcategoriën is als volgt:

 
(in procenten)IngenieursdienstenVastgoeddienstenOverige dienstverleningTotaal
Koninklijke marine77 14
Koninklijke landmacht1928350
Koninklijke luchtmacht1017 27
Kon. marechaussee11 2
Overige klanten2237
 39556100

De opbrengsten van overige departementen

De opbrengsten van overige departementen (de zogenaamde tweeden) worden verkregen door op beperkte schaal diensten te verlenen aan de Rijksgebouwendienst en de Centrale Opvang Asielzoekers (COA).

Opbrengsten van derden

De verkoop van bestekken ten behoeve van aanbestedingen levert omzet van derden op (aannemers). Deze omzet wordt tot de baten uit normale bedrijfsuitoefening gerekend.

Rentebaten

Gezien het relatief geringe verwachte liquiditeitssaldo wordt de post rentebaten voor de toekomstige jaren vooralsnog op nihil gesteld, evenals dat in de vorige agentschapsbegroting het geval was.

Bijzondere baten

Hierbij gaat het om baten die samenhangen met prestaties uit voorgaande boekjaren, doch wel voortvloeien uit de normale bedrijfsuitoefening. Bijzondere baten worden naar haar aard niet voorzien.

Mutatie onderhanden werk

De mutatie in het onderhanden werk wordt voor de toekomstige jaren vooralsnog op nul geraamd.

Lasten

De categorie personeelskosten omvat de salariskosten van burger- en militair personeel, de geraamde kosten van inhuur en uitbesteding en de overige aan personeel gerelateerde lasten zoals bijvoorbeeld dienstreizen en opleidingen.

De ten opzichte van de vorige begroting gestegen personeelskosten in de begrotingsjaren 2000 en 2001 is een effect van een aantal ontwikkelingen. De gestegen omzet in de eerste jaren van de begrotingsperiode leidt tot een extra behoefte aan personeel. Dat wordt met name opgevuld met los personeel (tijdelijke ambtenaren en inhuurkrachten), gegeven de te verwachten teruglopende omzet in de komende jaren. Dit losse personeel (vooral de inhuurkrachten) is gemiddeld duurder dan het vaste personeel. Tevens is sprake van een prijseffect, dat zich onafhankelijk van de omzetontwikkeling manifesteert. In de jaren na 2001 is het naast een klein omzeteffect ten opzichte van de vorige begroting, met name het prijseffect dat de personeelskosten doet stijgen.

Personeelssterkte van het agentschap DGW&T

 
personeelsomvangBezetting per 1-1-200012000220012002200320042005
Militair personeel59525252525252
Burgerpersoneel9881 0101 003981961943924
Overige catagorieën:        
– inhuur, tijdelijke ambtenaren, uitzendkrachten26826121916413410372
TOTAAL1 3151 3231 2741 1971 1471 0981 048
Gemiddeld per vte (x f 1000):       
Ambtenaren86939393939393
Inhuurkrachten150130130130130130130

1 financiële verantwoording 1999

2 vermoedelijk beloop

De materiële kosten

Deze bestaan uit de exploitatie van ge-/verbruiksgoederen, de kosten van de ontwikkeling van informatiseringssystemen en de kosten van huisvesting, waaronder huren.

De rentelasten

De opgenomen rentelasten betreffen de aan het ministerie van Financien te betalen rente uit hoofde van de leenverplichting ter financiering van toekomstige investeringen en ter financiering van de boekwaarde van de per 31 december 1999 aanwezige activa (als gevolg van vermogensconversie).

De afschrijvingen

De DGW&T past in haar administratie de lineaire afschrijvingsmethode toe.

De afschrijvingstermijnen zijn:

immateriële vaste activan.v.t.
materiële vaste activa  
Gebouwen50 jaar
(houten) opslagloodsen25 jaar
Verhardingen25 jaar
Inventaris10 jaar
Computerapparatuur. 5 jaar
Transportmiddelen4 á 6 jaar
Overige activa5 jaar

De afschrijvingslasten in totaal zijn ten opzichte van de vorige begroting niet substantieel gewijzigd.

 
(x f 1 miljoen)20002001
Afschrijvingen materiële vaste activa:  
– Gebouwen1,11,1
– Inventaris/installaties0,40,4
– Hardware3,53,5
– Overige1,11,1
Afschrijvingen immaterieel00
Totaal afschrijvingen6,16,1

Dotaties voorzieningen

De dotaties hebben betrekking op de volgende voorzieningen: groot onderhoud (f 0,5 miljoen), garantieverplichtingen (f 0,25 miljoen), contractrisico's (f 0,25 miljoen), opstalrisico's (f 0,1 miljoen) en productiemiddelen (f 0,5 miljoen).

Bijzondere lasten

Hierbij gaat het om lasten die samenhangen met prestaties uit voorgaande boekjaren, doch wel voortvloeien uit de normale bedrijfsuitoefening. Voor toekomstige jaren wordt vooralsnog geen raming opgenomen.

Buitengewone lasten

De buitengewone lasten zijn de lasten die niet voortvloeien uit de normale bedrijfsuitoefening in enig boekjaar. Voor toekomstige jaren wordt vooralsnog geen raming opgenomen.

Resultaatbestemming

In deze begroting wordt er van uitgegaan dat het resultaat ten gunste wordt gebracht van de algemene reserve.

Kasstroomoverzicht

Het kasstroomoverzicht van het agentschap Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen (bedragen x f 1 miljoen)
 1999120002200032000420012001 Euro's2002200320042005
Rekening courant RHB 1 januari7,17,95,95,99,04,11,73,65,57,3
Totaal operationele kasstroom3,05,98,88,87,33,37,57,57,47,5
– investeringen– 7,1– 5,2– 8,3– 8,3– 6,5– 2,9– 6,5– 6,5– 6,5– 6,5
+ desinvesteringen0,30,50,40,41,50,70,50,50,50,5
Totaal investeringskasstroom– 6,8– 4,7– 7,9– 7,9– 5,0– 2,2– 6,0– 6,0– 6,0– 6,0
+ beroep op leenfaciliteit0,061,663,163,16,52,96,56,56,56,5
– uitkering aan moederdepartement10,0– 56,4– 54,8– 54,80,00,00,00,00,00,0
– aflossingen op lening Financiën0,0– 5,9– 6,1– 6,1– 6,1– 2,8– 6,1– 6,1– 6,1– 6,1
– aflossing lening moederdepartement– 7,40,00,00,0– 10,0– 4,50,00,00,00,0
Totaal financieringskasstroom2,6– 0,72,22,2– 9,6– 4,40,40,40,40,4
Rekening courant RHB 31 december5,98,49,09,01,70,83,65,57,39,2

1 realisatie 1999

2 oorspronkelijke begroting 2000

3 eerste suppletore begroting 2000

4 vermoedelijk beloop 2000

IV TOELICHTING OP HET «KASSTROOMOVERZICHT VAN HET AGENTSCHAP DGW&T»

In het overzicht van kapitaaluitgaven staat centraal de meerjarige verwachting omtrent de omvang en besteding van de beschikbare investeringsruimte en de liquiditeitsverwachting in het algemeen.

Operationele kasstroom

De operationele kasstroom is het jaarlijkse totaal van het bedrijfsresultaat, de afschrijvingen, de mutaties in de voorzieningen en in het netto werkkapitaal. De jaarlijkse schommelingen die in de bovenstaande tabel tot uitdrukking komen, komen overeen met de schommeling in het bedrijfsresultaat zoals aangegeven in het overzicht «begroting van baten en lasten».

Investeringskasstroom

De investeringskasstroom is redelijk constant. In 2000 en 2001 is de in eerdere begrotingen reeds genoemde nieuwbouw op de dienstkring Soesterberg opgenomen.

Financieringskasstroom

In de financieringskasstroom zijn meerdere zaken tot uitdrukking gebracht, die stapsgewijze worden toegelicht:

• Op de regel «beroep op leenfaciliteit» is de lening ter financiering van de investeringen opgenomen.

• De regel «aflossing lening Financiën» geeft de aflossingen weer op de leningen die in het kader van de conversie en van de investeringen zijn afgesloten

• Op DGW&T rust in beginsel de verplichting om de lening van het moederdepartement in 2001 terug te betalen, afhankelijk van de liquiditeitspositie.

Kengetallen

In de begroting van het agentschap DGW&T zijn, in lijn met het statuut DGW&T, drie kengetallen opgenomen.

Kengetallen agentschap DGW&T
 19991200022000320012002200320042005
Productiviteit per directe medewerker (x f 1000)163151165165166166167167
Verhouding indirect/totaal (in %)2726272727272726
Flexibiliteit (in %)251923181513119

1 financiële verantwoording 1999

2 oorspronkelijke begroting

3 vermoedelijk beloop

Productiviteit per directe medewerker

De productiviteit per directe medewerker zal de komende jaren naar verwachting licht kunnen stijgen. De relatief grote sprong in productiviteit ten opzichte van de vorige begroting is mede in belangrijke mate het gevolg van tariefseffecten in de omzetontwikkeling, hetgeen aangeeft dat een positieve ontwikkeling in dit kengetal niet zonder meer aangeeft dat de productiviteit in reële termen is gestegen. Het gebruik van dit kengetal wordt mede daarom heroverwogen.

Verhouding indirect/totaal

Uit oogpunt van doelmatigheid is beleid ontwikkeld om de omvang van het bestand aan indirect personeel gelijke tred te laten houden met de omvang van het directe bestand, dat als gevolg van de productiviteitsontwikkeling zal afnemen. Het aandeel van het indirecte bestand in het totale personeelsbestand is gebonden aan een maximumnorm van 0,25 (1 op 3). Ondanks dat het uit de bovenstaande tabel nog niet blijkt, wordt ernaar gestreefd dit percentage te laten teruglopen. De reorganisatie is er mede op gericht de trend naar de beleidsdoelstelling te bewegen.

Flexibiliteit

Het beleid ter handhaving van een minimum flexibiliteit van 15% in de directe sector van de DGW&T wordt ook in de toekomst voortgezet. Uit de geschetste ontwikkeling in de omzetprognoses op basis van de meerjarenverwachting blijkt, dat in de begrotingsperiode de flexibiliteit onder druk zal staan. Die onderschrijding wordt evenwel acceptabel geacht, omdat de opgebouwde flexibiliteit juist bedoeld was om omzetfluctuaties te kunnen absorberen. Om redenen van doelmatigheid zou het – voor Defensie en voor het agentschap – onverstandig zijn de flexibiliteit niet voor dit doel te gebruiken en de omzetdaling (mede) af te wentelen op het vaste personeel. De noodzakelijke stijging (ten opzichte van de vorige begroting) van de personeelssterkte in de eerste helft van de begrotingsperiode zal dan ook met flex