Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum indiening
Tweede Kamer der Staten-Generaal2000-200127400-VIII nr. 30

27 400 VIII
Vaststelling van de begroting van de uitgaven en de ontvangsten van het Ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VIII) voor het jaar 2001

nr. 30
MOTIE VAN HET LID DIJKSMA C.S.

Voorgesteld 16 november 2000

De Kamer,

gehoord de beraadslaging,

overwegende, dat materiële en immateriële bijdragen van ouders aan de school van hun kinderen een waardevolle bijdrage aan de school als gemeenschap kunnen zijn;

van mening, dat onderwijsinhoudelijke variëteit in het onderwijs dient te worden bevorderd;

van mening, dat het beginsel dat het primaire proces in het funderend onderwijs voor 100% bekostigd dient te worden door de overheid en dit onderwijs toegankelijk is voor alle kinderen, onaangetast moet blijven, dat de overheid garant dient te staan voor een hoge kwaliteit van essentiële onderdelen van het onderwijsleerproces, en dat blijvende inspanning en investeringen van de overheid noodzakelijk zijn om te voorkomen dat een toenemend beroep op private bekostiging van het onderwijs wordt gedaan;

spreekt uit dat financiële ouderbijdragen in het onderwijs bestemd dienen te zijn voor extra activiteiten die een school naast het reguliere onderwijsprogramma ontplooit, dat financiële ouderbijdragen op basis van vrijwilligheid en afhankelijk van het inkomen dienen te worden geheven, en dat zij ten goede behoren te komen aan de school als gemeenschap;

verzoekt de regering in overleg met de onderwijsorganisaties te komen tot een gedragscode waarin bovenstaande uitgangspunten worden vastgelegd,

en gaat over tot de orde van de dag.

Dijksma

Lambrechts

Ross

Rabbae

Van der Vlies

Schutte