nr. 40
BRIEF VAN DE MINISTER VAN FINANCIËN
Aan de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-Generaal
Den Haag, 8 december 2000
1. Inleiding
Op 13 en 14 november jongstleden heeft een bijeenkomst van de OECD plaatsgevonden
over «accrual budgeting and reporting» ofwel «accrual accounting»
(=baten-lastenstelsel). Uit deze bijeenkomst zijn interessante lessen te trekken
voor de rijksbrede invoering van het baten-lastenstelsel in Nederland. Tijdens
het Algemeen Overleg van 23 november jongstleden over hoofdstuk 4 van
de Miljoenennota 2001 inzake de integrale invoering van het baten-lastenstelsel
heb ik u toegezegd dit verslag aan u toe te sturen.
Deze brief bevat enkele hoofdlijnen van de internationale ontwikkelingen
omtrent het integrale baten-lastenstelsel. In het kader van de beleidsgroep
begrotingsstelsel zal waar nodig nader de diepte in gegaan worden.
2. Lessen
1) Veel landen zijn bezig. Een integraal baten-lastenstelsel
is reeds ingevoerd in Nieuw-Zeeland, Australië en het Verenigd Koninkrijk
(besluit is genomen en de invoering is gestart). Plannen tot integrale invoering
zijn, buiten Nederland, aanwezig bij Zwitserland, Zweden en Canada. Finland
en IJsland passen niet een integraal baten-lastenstelsel stelsel toe, omdat
zij geen activering van kapitaalgoederen hebben en geen afschrijvingen hebben
berekend. Frankrijk gaat de verantwoording in baten-lastentermen opstellen.
2) De invoering van het baten-lastenstelsel geschiedt
als onderdeel van een grootschaliger bestuurlijk hervormingstraject.
Zo is door Australië aangegeven dat accrual accounting essentieel was
voor een meer resultaatgericht overheidsmanagement; in Australië gaat
het nog verder dan VBTB omdat het direct gekoppeld is aan «productie-afspraken»
met de ambtelijke departementsleiding. Canada ziet het ook nadrukkelijk als
een middel om het overheidsmanagement te moderniseren. Daarin
vult accrual accounting de benadering van kostendekkende eenheden goed aan
en is beter management van vaste activa een belangrijk motief.
De beschikbare tijd voor de invoering verschilt overigens wel tussen de
landen. In Nieuw-Zeeland was sprake van een tijdspanne van twee jaar, vanwege
grote budgettaire problemen. In Canada is geen sprake van een dergelijke tijdsdruk.
Ook het Verenigd Koninkrijk en Zweden gaan uit van een meerjarig invoeringstraject.
3) De invoering van het baten-lastenstelsel is een
logische volgende stap op de werkwijze met agencies. Zowel Nieuw-Zeeland
als Zweden hebben de route gevolgd van eerst agentschappen en daarna integraal.
Opvallend is daarbij dat Zweden, net als Nederland, werkt met interne leningen.
4) De invoering van het baten-lastenstelsel geschiedt
veelal in fasen, waarbij eerst de verantwoording wordt aangepast en pas later
de begroting. Alleen in Nieuw-Zeeland is de begroting en de verantwoording
gelijk aangepast. De aanpassing van de begroting is wel het gewenste eindperspectief
omdat daarmee de sturing van overheidsorganisaties wordt aangepast, terwijl
bij de verantwoording alleen betere informatie wordt verstrekt. Door Australië
is aangegeven dat verslaggeving in accrual accounting het fundament vormde
voor accrual budgeting.
5) Over de mogelijkheden tot kasbeheersing in een baten-lastenstelsel
bestaan veel misvattingen. De ervaringen in Nieuw-Zeeland hebben
aangetoond dat in een baten-lastenstelsel een veel betere grip te krijgen
is op de kas doordat veel meer informatie over investeringsplannen beschikbaar
is. Een deel van het bestaande kasinstrumentarium kan worden blijven gebruikt,
bijvoorbeeld kredietlimieten. Canada brengt geen expliciete wijzigingen aan
in het stellen van de doelstellingen voor het begrotingsbeleid. Australië
daarentegen laat de directe sturing op de kas los en gaat daarvoor in de plaats
sturen op performance.
Overigens is in dit kader tevens de relatie met de politiek gelegd. Nieuw-Zeeland
geeft aan dat autorisatie niet in zowel kas- als baten-lastentermen moet plaatsvinden,
maar alleen in baten-lastentermen. Zweden constateert dat de politieke sturing
(tijdens het veranderingstraject) nog sterk op de kas gericht blijft. En in
het Verenigd Koninkrijk is vooralsnog sprake van dubbele sturing en dubbele
autorisatie.
6) Er bestaan geen eenduidige opvattingen over het
meer of minder gebruiken van interpretatieruimte in het baten-lastenstelsel. Australië en Nieuw-Zeeland geven aan dat er niet meer interpretatiemogelijkheden
zijn. De Verenigde Staten kiezen vooralsnog niet voor het baten-lastenstelsel
juist vanwege de vrees voor interpretatiemogelijkheden en de «eigenheid
van de federale overheid».
Daarenboven worden in veel landen waarborgen getroffen voor een onafhankelijke
toetsing op de naleving van «accounting standards» in een onafhankelijke
(overheids)raad. Alleen in Australië en Nieuw-Zeeland wordt toezicht
op de richtlijnen gehouden door een gezamenlijk orgaan voor bedrijfsleven
en overheid.
7) Er is een aantal relevante thema's te benoemen uit
de reeds doorlopen/ingezette veranderingstrajecten. Dat zijn: voorlichting
(ook van politiek en burgers), betrokkenheid parlement, training (Australië geeft als tip vroegtijdig een «accounting centre of excellence»,
een zware adviesgroep voor baten-lastenvraagstukken, in te stellen), opleidingen,
informatietechnologie, activa-administratie (langdurig proces) en het gewenste
startbudget. Het Verenigd Koninkrijk kiest bewust voor pilots voor de invoering. Canada heeft gekozen voor de ontwikkeling
van een centraal informatiesysteem. Voor de invoering
is een clustering van ministeries toegepast om efficiencyvoordeelen te behalen.
Waar geen informatie over kapitaalgoederen aanwezig was, is gekozen voor een
actuele waarde. Zweden haalt de informatiesystemen gewoon (als standaardpakket)
uit de markt.
8) De relatie met de EMU is nog een onontgonnen terrein. Het Verenigd Koninkrijk stelt een «bluebook» op waarin
ze aangeven op welke wijze de accounting standards aansluiten op de ESR-verslaglegging
(het ESR bevat de internationaal vastgestelde richtlijnen die in Europa gehanteerd
worden voor het opstellen van nationale rekeningen). Ze wijken overigens wel
af, bijvoorbeeld door wel militaire goederen te activeren en door voorzieningen
toe te staan. Australië heeft een vergelijkbare ervaring, zij het met
de richtlijnen voor de nationale rekeningen van het IMF. Ook in Australië
wordt dus met meerdere standaarden gewerkt, ondanks dat men constateert dat
het eigenlijk niet zou moeten omdat de verschillende standaarden vergelijkbare
doelen dienen. Australië stelt verslaggeving volgens drie standaarden
op en maakt zo de verschillen ertussen eveneens zichtbaar. Activering van
militaire bezittingen vindt eveneens plaats in Canada en Zweden, vanuit de
optiek van een efficiënt functionerende overheid.
9) Er is geen duidelijke informatie over de kosten
van de invoering voorhanden. Australië heeft een indicatie gegeven:
25 miljoen Australische dollar aan directe kosten en 10 miljoen aan systemen.
De kosten die bij de agencies (en departementen) zijn gemaakt (het leeuwedeel),
zijn echter niet gemeten. Canada heeft aangegeven dat de kosten eenmalig circa
1 miljard Canadese dollar bedragen (circa 1,6 miljard gulden; overeenkomend
met 1% van de jaarlijkse begroting.
De Minister van Financiën,
G. Zalm