27 233
Subsidieregeling modernisering onderwijsleermethoden primair onderwijs

nr. 314
nr. 1
BRIEF VAN DE STAATSSECRETARIS VAN ONDERWIJS, CULTUUR EN WETENSCHAPPEN

Aan de Voorzitters van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal

Zoetermeer, 7 juli 2000

Ter griffie van de Eerste en van de Tweede Kamer der Staten-Generaal ontvangen op 12 juli 2000. De wens dat het in de maatregel of regeling geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld kan door of namens een van beide Kamers te kennen worden gegeven uiterlijk op 9 augustus 2000.

Bij gelegenheid van de voorjaarsnota heeft het kabinet besloten om 112 miljoen ter beschikking te stellen voor materiële instandhouding van het primair onderwijs. Dit budget is bedoeld om de scholen in de gelegenheid te stellen op korte termijn lesmiddelen aan te schaffen die aan alle eisen voldoen die er op dit moment aan gesteld kunnen worden.

De susidieverlening is neergelegd in een ministeriële regeling op basis van artikel 3, tweede lid, van de Wet overige OCenW-subsidies.

Deze wet schrijft ten aanzien van een dergelijke ministeriële regeling voor (artikel 3, derde lid) dat zij «aan beide kamers der Staten-Generaal wordt overgelegd en niet in werking treedt dan nadat vier weken na de overlegging zijn verstreken en gedurende die termijn niet door of namens een der kamers de wens wordt te kennen gegeven dat het in die regeling geregelde onderwerp bij de wet wordt geregeld».

Omdat overlegging plaatsvindt bij de aanvang van het zomerreces van beide kamers deel ik u mede dat inwerkingtreding in ieder geval niet zal plaatsvinden voor 26 september 2000, dat is drie weken na de hervatting van de werkzaamheden van de leden van de Eerste Kamer.

Voor een toelichting op deze ministeriële regeling verwijs ik u naar de desbetreffende bijgevoegde regeling.1

De Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen,

K. Y. I. J. Adelmund


XNoot
1

Ter inzage gelegd bij de afdeling Parlementaire Documentatie.

Naar boven