Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2000-200127209 nr. 10

27 209
Wijziging van enkele belastingwetten c.a. in verband met de tweede tranche van het ondernemerspakket 2001 (Wet ondernemerspakket 2001)

nr. 10
AMENDEMENT VAN HET LID REITSMA

Ontvangen 7 november 2000

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel D, komt artikel 3.12, eerste lid, te luiden:

1. Tot de winst behoren niet voordelen uit landbouwbedrijf ter zake van:

a. waardeveranderingen van de ondergrond van een woning die de belastingplichtige anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staat, behalve voorzover de waardeverandering in de uitoefening van het bedrijf is ontstaan of verband houdt met de omstandigheid dat de grond voortaan of waarschijnlijk binnenkort buiten het kader van de uitoefening van een landbouwbedrijf zal worden aangewend;

b. waardeveranderingen van gronden – daaronder begrepen de ondergrond van gebouwen, andere dan bedoeld in onderdeel a – voorzover de waardeverandering van de grond is toe te rekenen aan de ontwikkeling van de waarde in het economische verkeer bij voortzetting van de aanwending van de grond in het kader van het landbouwbedrijf, en niet is ontstaan in de uitoefening van het bedrijf.

II

Artikel XII wordt vervangen door:

ARTIKEL XII

In de Wet op de inkomstenbelasting 1964 wordt artikel 8, eerste lid, onderdeel b, vervangen door:

b. voordelen uit landbouwbedrijf ter zake van:

1°. waardeveranderingen van de ondergrond van een woning die de belastingplichtige anders dan tijdelijk als hoofdverblijf ter beschikking staat, behalve voorzover de waardeverandering in de uitoefening van het bedrijf is ontstaan of verband houdt met de omstandigheid dat de grond voortaan of waarschijnlijk binnenkort buiten het kader van de uitoefening van een landbouwbedrijf zal worden aangewend;

2°. waardeveranderingen van gronden – daaronder begrepen de ondergrond van gebouwen, andere dan bedoeld in ten eerste – voorzover de waardeverandering van de grond is toe te rekenen aan de ontwikkeling van de waarde in het economische verkeer bij voortzetting van de aanwending van de grond in het kader van het landbouwbedrijf, en niet is ontstaan in de uitoefening van het bedrijf;.

Toelichting

Met de voorgestelde wijzigingen wordt beoogd voor wat betreft de behandeling van de ondergrond van de agrarische bedrijfswoning, het regime van de landbouwvrijstelling zoals dat bestond voor indiening van dit wetsvoorstel, te handhaven.

Reitsma