Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummer
Tweede Kamer der Staten-Generaal1999-200027208 nr. 3

27 208
Vaststelling van regels voor overgangs-, en invoeringsrecht voor de totstandkoming van de Wet arbeid en zorg (Invoeringswet arbeid en zorg)

nr. 3
MEMORIE VAN TOELICHTING

Het advies van de Raad van State wordt niet openbaar gemaakt, omdat het zonder meer instemmend luidt / uitsluitend opmerkingen van redactionele aard bevat (artikel 25a, vierde lid, onderdeel b, van de Wet op de Raad van State)

Algemeen

1. Inleiding

Het voorliggende wetsvoorstel vloeit voort uit het bij de Staten-Generaal ingediende voorstel van Wet arbeid en zorg. In het voorstel van Wet arbeid en zorg zijn de verschillende verlofrechten geregeld. In dat kader zijn het zogenoemde calamiteiten- en ander kortverzuim verlof, het zogenoemde politiek verlof en het ouderschapsverlof uit het Burgerlijk Wet- boek overgeheveld en daar waar nodig aangepast. In het voorstel van Wet arbeid en zorg is tevens een regeling voor het recht op zwangerschaps- en bevallingsverlof opgenomen en zijn de daarmee samenhangende uitkeringsrechten uit de Ziektewet (ZW) en de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ) overgeheveld. Hetzelfde geldt voor de uitkeringsrechten voor zelfstandigen.

Daarnaast is de Wet financiering loopbaanonderbreking in de voorstel van Wet arbeid en zorg opgenomen.

2. Het invoerings- en overgangsrecht

Met het voorstel van Wet arbeid en zorg zullen geen materiële wijzigingen optreden in het recht op zwangerschaps- en bevallingsuitkering. Ook ten aanzien van het recht op zwangerschaps- en bevallingsverlof zal er in de praktijk geen sprake zijn van een verandering. In de praktijk is het immers zo dat werknemers in de regel al gedurende 16 weken zwangerschaps- en bevallingsverlof wordt verleend. Met het voorstel van Wet arbeid en zorg wordt deze praktijk vastgelegd in een wettelijk verlofrecht.

Omdat het bij zwangerschap en bevalling om een kortdurende uitkering en een kortdurend verlof gaat, is er voor gekozen om het geval, waarin het recht op bevallingsuitkering op grond van de ZW of de WAZ reeds is ingegaan bij de inwerkingtreding van het voorstel van Wet arbeid en zorg, niet onder de werkingssfeer van het voorstel van Wet arbeid en zorg te brengen, maar daarvoor een overgangsregeling te treffen. Op deze wijze wordt voorkomen dat in de wet een recht op verlof geregeld moet worden met aftrek van de periode waarover reeds een bevallingsuitkering genoten is op grond van de ZW of WAZ. Tevens wordt op deze wijze voorkomen dat uitvoeringsinstellingen voor de resterende duur van het verlof opnieuw een bevallingsuitkering moeten gaan toekennen op grond van het voorstel van Wet arbeid en zorg.

In de situatie dat het zwangerschaps- en bevallingsverlof ingaat na de inwerkingtreding van het voorstel van Wet arbeid en zorg, is deze wet direct van toepassing In dat kader is een invoeringstermijn overbodig, omdat de regeling in het voorstel van Wet arbeid en zorg in belangrijke mate in overeenstemming is met het uitvoeringspraktijk.

Met het voorstel van Wet arbeid en zorg wordt tevens het recht op een betaald adoptieverlof ingevoerd. Het betreft hier een nieuw wettelijk recht op verlof voor werknemers en een recht op uitkering voor werknemers, zelfstandigen en overigen groepen.

In het voorstel van Wet arbeid en zorg is geregeld dat het recht op verlof of uitkering in verband met adoptie bestaat gedurende een tijdvak van zestien weken vanaf de eerste dag dat de feitelijke opneming ter adoptie een aanvang heeft genomen of zal nemen. Het recht op verlof of uitkering bedraagt ten hoogste drie aaneengesloten weken. Als gevolg hiervan bestaat ook recht op verlof of uitkering in verband met adoptie indien de feitelijke opneming ter adoptie is gelegen in de periode van zestien weken vóór de inwerkingtreding van het voorstel van Wet arbeid en zorg. Ook in die situatie geldt dat het verlof moet zijn opgenomen binnen zestien weken na de feitelijke opneming ter adoptie. Indien de feitelijke opneming ter adoptie bijvoorbeeld veertien weken voor de inwerkingtreding van het voorstel van Wet arbeid en zorg lag, kunnen nog twee weken verlof worden opgenomen. Omdat het in deze situatie niet mogelijk is het verlof vooraf te melden aan de werkgever of de aanvraag voorafgaand aan het verlof in te dienen bij het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv), zijn in het onderhavige wetsvoorstel ten aanzien van deze punten invoeringsbepalingen opgenomen. Deze invoeringsbepalingen zien tevens op de situatie dat de opname ter adoptie en de ingangsdatum van het verlof vrijwel direct volgen op de inwerkingtreding van het voorliggende wetsvoorstel.

Artikelsgewijs

HOOFDSTUK 1. OVERGANGS- EN INVOERINGSBEPALINGEN MET BETREKKING TOT HET ZWANGERSCHAPS- EN BEVALLINGSVERLOF, DE UITKERING IN VERBAND MET ZWANGERSCHAP EN BEVALLING EN ADOPTIEVERLOF

Artikel I

Voor de toelichting op het eerste lid van dit artikel verwijzen wij naar paragraaf 2 van het algemeen deel van de toelichting. Met betrekking tot het tweede tot en met vijfde lid merken wij het volgende op. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van het voorstel van Wet arbeid en zorg wordt een groot aantal artikelen gewijzigd in verband met de overheveling van de zwangerschaps- en bevallingsuitkering van de ZW en de WAZ naar het voorstel van Wet arbeid en zorg. Op grond van het eerste lid van het onderhavige artikel blijft de ZW evenwel van toepassing op, op die datum reeds bestaande, zwangerschaps- en bevallingsuitkeringen op grond van artikel 29a, tweede en vijfde lid, ZW (oud). In verband daarmee is het noodzakelijk dat de artikelen 29a ZW, 71a Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) en 43 Werkloosheidswet (WW) met betrekking tot deze overgangsgevallen van toepassing blijven zoals dat het geval was voor de inwerkingtreding van het voorstel van Wet arbeid en zorg. Het tweede tot en met vijfde lid van het onderhavige artikel voorzien daarin.

Artikel II

Voor de toelichting op het eerste lid van dit artikel verwijzen wij naar paragraaf 2 van het algemeen deel van de toelichting. Met betrekking tot het tweede lid merken wij het volgende op. Met ingang van de datum van inwerkingtreding van het voorstel van Wet arbeid en zorg wordt een groot aantal artikelen gewijzigd in verband met de overheveling van de zwangerschaps- en bevallingsuitkering van de ZW en de WAZ naar het voorstel van Wet arbeid en zorg. Op grond van het eerste lid van het onderhavige artikel blijft de WAZ evenwel van toepassing op, op die datum reeds bestaande, zwangerschaps- en bevallingsuitkeringen op grond van hoofdstuk 3, afdeling 1, paragraaf 2, WAZ. In verband daarmee is het noodzakelijk dat de artikelen 37 en 46 Wet op de inkomstenbelasting 1964 (Wet IB), artikel 17 Wet op de loonbelasting 1964 (Wet LB) en artikel 1 Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen (WVA) met betrekking tot deze overgangsgevallen van toepassing blijven zoals dat het geval was voor de inwerkingtreding van het voorstel van Wet arbeid en zorg. Het tweede lid van dit artikel voorziet daarin.

Artikel III

Een werknemer heeft recht op adoptieverlof indien de adoptie is gelegen binnen de periode van zestien weken vóór de inwerkingtreding van het voorstel van Wet arbeid en zorg. Indien de feitelijke opneming ter adoptie bijvoorbeeld veertien weken voor de inwerkingtreding van het voorstel van Wet arbeid en zorg ligt, kunnen nog twee weken verlof worden opgenomen. Het is dan echter niet mogelijk om het tijdstip van ingang van het verlof 3 weken van tevoren te melden aan de werkgever, zoals is voorgeschreven in artikel 3:3, tweede lid, Wet arbeid en zorg. Hetzelfde geldt indien het recht op adoptieverlof ontstaat binnen 3 weken na de inwerkingtreding van het voorstel van Wet arbeid en zorg en de ingangsdatum van het verlof ook gelegen is in die periode. Met het oog daarop op is in artikel III bepaald dat melding in die situatie binnen het laatstbedoelde tijdvak van drie weken dient plaats te vinden. Een vergelijkbare bepaling is in het tweede lid opgenomen ten aanzien van het aanvragen van een uitkering.

HOOFDSTUK 2. WIJZIGING VAN VERSCHILLENDE WETTEN

Artikelen IV tot en met VII, XIV, onderdeel L, XV, onderdeel B, XVIII, XIX en XXVI, onderdeel H

In een aantal wetten zijn bepalingen opgenomen waarin is geregeld dat een, op grond van de desbetreffende wet opgelegde, boete tenuitvoer wordt gelegd via verrekening met een door de betrokkene te ontvangen ZW- of WAZ-uitkering. Waar de zwangerschaps- en bevallingsuitkering op grond van die wetten wordt overgeheveld naar het voorstel van Wet arbeid en zorg ligt het in de rede dat een dergelijke boete ook tenuitvoergelegd kan worden via verrekening met een door de betrokkene te ontvangen uitkering in verband met zwangerschap en bevalling op grond van het voorstel van Wet arbeid en zorg. Gelet hierop dient tevens een verrekening van de bedoelde boete met een uitkering in verband met adoptie of bij loopbaanonderbreking op grond van het voorstel van Wet arbeid en zorg geregeld te worden. De onderhavige artikelen voorzien hierin.

Artikel VIII

Bij de Beroepswet is een bijlage opgenomen bestaande uit de onderdelen A, B en C. Op besluiten op grond van de in die verschillende onderdelen opgenomen wetten kunnen – op onderdelen – verschillende regimes van toepassing zijn. Zo wordt de werking van een uitspraak van de rechtbank met betrekking tot een besluit, genomen op grond van een wettelijk voorschrift dat is opgenomen in onderdeel C, onder 1 tot en met 24a, van de bijlage, opgeschort totdat de termijn voor het instellen van hoger beroep is verstreken of, indien hoger beroep is ingesteld, op het hoger beroep is beslist (artikel 19 Beroepswet).

Het nieuwe onderdeel 2a voorziet erin dat op de uitkeringen in verband met zwangerschap en bevalling en adoptie hetzelfde regime van toepassing is als thans op de uitkeringen op grond van de ZW en de WAZ (waaronder de uitkeringen in verband met zwangerschap en bevalling) van toepassing is. Onderdeel 2b is een gevolg van de overheveling van de Wet financiering loopbaanonderbreking naar hoofdstuk 8 Wet arbeid en zorg. Het opnemen van een nieuw onderdeel 2b maakt dat onderdeel 24a met de aanduiding Wet financiering loopbaanonderbreking kan vervallen.

Artikel IX

Onderdeel A

In artikel 629 Boek 7 Burgerlijk Wetboek (BW) is de loondoorbetalingsverplichting van de werkgever ingeval van ziekte en bij zwangerschap en bevalling geregeld.

De aanpassing in subonderdeel 1 is noodzakelijk, omdat ingeval van zwangerschap en bevalling het niet langer een uitkering op grond van de ZW, maar op grond van het voorstel van Wet arbeid en zorg betreft. Er is aldus niet langer sprake van een uitkering op grond van een wettelijk voorgeschreven verzekering. Bovendien vindt financiering plaats uit het Algemeen Werkloosheidsfonds, waarin de werknemer (evenals de werkgever) deelneemt door middel van het betalen van premie.

In subonderdeel 2 wordt de tekst van lid 9 van artikel 629 Boek 7 BW aangepast aan lid 1 van dat artikel.

Onderdeel B

In artikel 629b Boek 7 BW is een loondoorbetalingsverplichting geregeld voor het geval dat een werknemer, onder meer als gevolg van zeer bijzondere persoonlijke omstandigheden, verhinderd is zijn arbeid te verrichten. Deze regeling is als calamiteiten- en ander kort verzuimverlof opgenomen in hoofdstuk 4 Wet arbeid en zorg, waardoor de regeling in het BW kan vervallen.

Onderdeel C

Artikel 635 lid 2 Boek 7 BW ziet op de opbouw van vakantie in de periode dat een werknemer geen loon, maar een uitkering ontvangt. De aanpassing is noodzakelijk, omdat ingeval van zwangerschap en bevalling het niet langer een uitkering op grond van de ZW, maar op grond van het voorstel van Wet arbeid en zorg betreft.

Het nieuwe lid 3 van artikel 635 Boek 7 BW geeft een met lid 2 vergelijkbare regeling van de opbouw van vakantierechten ingeval van adoptieverlof.

Onderdeel D

In artikel 636 Boek 7 BW komt de verwijzing naar artikel 629b te vervallen aangezien dit artikel zelf vervalt in Boek 7 BW (zie onderdeel B)

Onderdeel E

De in artikel 637 Boek 7 BW aangebrachte wijziging hangt samen met de vernummering in artikel 635.

Onderdeel F

De artikelen 643 en 644 Boek 7 BW regelen het zogenoemde politiek verlof en het ouderschapsverlof. Beide regelingen zijn overgeheveld naar resp. hoofdstuk 6 en 7 Wet arbeid en zorg en kunnen om die reden vervallen.

Onderdeel G

Artikel 645 Boek 7 BW wordt aangepast in verband met het vervallen van de artikelen 643 en 644 (zie onderdeel E).

Onderdeel H

Artikel 670 lid 2 Boek 7 BW wordt redactioneel aangepast aan de overheveling van de uitkering in verband met zwangerschap en bevalling van de ZW en de WAZ naar het voorstel van Wet arbeid en zorg.

Artikel 670 leden 6 en 7 wordt aangepast in verband met het vervallen van artikel 643 Boek 7 BW resp. het overhevelen van de regeling van het ouderschapsverlof van het BW naar het voorstel van Wet arbeid en zorg.

Onderdeel I

Met de onderhavige wijziging wordt artikel 670b lid, 2, tweede zin, Boek 7 BW redactioneel aangepast aan de overheveling van de uitkering in verband met zwangerschap en bevalling van de ZW en de WAZ naar het voorstel van Wet arbeid en zorg.

Artikel X

Onderdeel A

Evenals de uitkering op grond van de verplichte verzekering krachtens de ZW (waaronder thans ook de zwangerschaps- en bevallingsuitkering op grond van die wet) moet ook de uitkering in verband met zwangerschap en bevalling respectievelijk adoptie op grond van het voorstel van Wet arbeid en zorg, voor degene die verplicht verzekerd is op grond van de ZW, loon in de zin van de Coördinatiewet Sociale Verzekering zijn. De persoon die deze uitkering ontvangt zal immers ook verplicht verzekerd zijn voor de WW, de ZW en de WAO, zodat over die uitkering op grond van de WW, ZW en WAO ook premie moet kunnen worden geheven.

Het onderhavige artikel voorziet hierin.

Onderdeel B

Het gaat hier om een redactionele aanpassing in verband met de overheveling van de Wet financiering loopbaanonderbreking naar hoofdstuk 8 Wet arbeid en zorg.

Artikel XI

Onderdeel A

Met onderdeel A wordt degene die uitkering ontvangt op grond hoofdstuk 3 van het voorstel van Wet arbeid en zorg onder de term uitkeringsgerechtigde in de zin van de Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 gebracht.

Onderdeel B

Artikel 38, eerste lid, onderdelen a en b, wordt redactioneel aangepast in verband met de overheveling van de zwangerschaps- en bevallingsuitkering en de Wet financiering loopbaanonderbreking naar het voorstel van Wet arbeid en zorg.

Onderdeel C

Met onderdeel C wordt bewerkstelligd dat de rechtmatigheidsverklaring van het College van toezicht sociale verzekeringen, bedoeld in artikel 84, tweede lid, Organisatiewet sociale verzekeringen 1997 mede wordt verbijzonderd naar het voorstel van Wet arbeid en zorg. Dit gebeurt door naar deze wet te verwijzen in plaats van naar de Wet financiering loopbaanonderbreking.

Artikel XII

In artikel 14g, tweede lid, van de Toeslagenwet is geregeld dat een, op grond van die wet opgelegde, boete tenuitvoer wordt gelegd via verrekening met een door de betrokkene te ontvangen toeslag of loondervingsuitkering. Waar de zwangerschaps- en bevallingsuitkering op grond van de ZW wordt overgeheveld naar het voorstel van Wet arbeid en zorg ligt het in de rede dat een dergelijke boete ook tenuitvoergelegd kan worden via verrekening met een door de betrokkene te ontvangen uitkering in verband met zwangerschap en bevalling op grond van het voorstel van Wet arbeid en zorg. Daarnaast dient een verrekening van de bedoelde boete met een uitkering in verband met adoptie of loopbaanonderbreking op grond van het voorstel van Wet arbeid en zorg geregeld te worden. Het onderhavige artikel voorziet hierin. Tevens wordt van de gelegenheid gebruik gemaakt om artikel 14g, tweede lid, van de Toeslagenwet te harmoniseren met vergelijkbare bepalingen in andere wetten. Het ligt immers niet in de rede dat een boete op grond van de Toeslagenwet niet kan worden verrekend met een uitkering op grond van de vrijwillige verzekering op grond van de ZW, WW of WAO (een dergelijke uitkering valt niet onder de term «loondervingsuitkering»; zie artikel 1, eerste lid, onderdeel f, van de Toeslagenwet), waar bijvoorbeeld een uitkering op grond van de WAZ wel met een dergelijke uitkering op grond van een vrijwillige verzekering kan worden verrekend.

Artikel XIII

Onderdeel A

De werknemer in de zin van de WW die uitkering gaat ontvangen op grond van het voorstel van Wet arbeid en zorg behoudt de hoedanigheid van werknemer in de zin van de WW (zie artikel 8 WW). Met het onderhavige onderdeel wordt geregeld dat het Lisv dan als werkgever wordt aangemerkt (het voorgestelde vierde lid van artikel 11 WW). De uitzondering ingeval van een werkgeversbetaling geldt, op grond van het tot vijfde lid vernummerde vierde lid van artikel 11 WW, ook in dit geval.

Onderdeel B

Op grond van artikel 17a, eerste lid, WW worden – onder meer – weken waarin de werknemer geen arbeid kon verrichten wegens ziekte of arbeidsongeschiktheid, alsmede weken gedurende welke de werknemer geen arbeid heeft verricht in verband met het genieten van onbetaald verlof, niet in aanmerking genomen voor de referteperiode van 39 weken voor de wekeneis. Gelet hierop ligt het in de rede dat dat eveneens het geval is met weken waarin door de werknemer geen arbeid is verricht maar waarin wel recht bestaat op een uitkering in verband met zwangerschap en bevalling dan wel adoptie op grond van het voorstel van Wet arbeid en zorg.

Onderdeel C

Waar nu een uitkering in verband met zwangerschap en bevalling op grond van de ZW of de WAZ een uitsluitingsgrond vormt in het kader van de WW, dient dat eveneens het geval te zijn bij een uitkering in verband met zwangerschap en bevalling dan wel adoptie op grond van het voorstel van Wet arbeid en zorg. Tevens dient het ontvangen van een uitkering in verband met loopbaanonderbreking op grond van het voorstel van Wet arbeid en zorg een uitsluitingsgrond te zijn.

Onderdeel D

In artikel 27g, tweede lid, WW, is geregeld dat een, op grond van die wet opgelegde, boete tenuitvoer wordt gelegd via verrekening met een door de betrokkene te ontvangen ZW- of WAZ-uitkering. Nu de zwangerschaps- en bevallingsuitkering op grond van die wetten wordt overgeheveld naar het voorstel van Wet arbeid en zorg ligt het in de rede dat een dergelijke boete ook tenuitvoergelegd kan worden via verrekening met een door de betrokkene te ontvangen uitkering in verband met zwangerschap en bevalling op grond van het voorstel van Wet arbeid en zorg. Gelet hierop dient tevens een verrekening van de bedoelde boete met een uitkering in verband met adoptie of loopbaanonderbreking op grond van het voorstel van Wet arbeid en zorg geregeld te worden. Dit onderdeel voorziet hierin.

Onderdeel E

Dit onderdeel voorziet in de aanpassing van artikel 34a, eerste lid, WW die noodzakelijk is in verband met de overheveling van de uitkering in verband met zwangerschap en bevalling van de ZW naar hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, Wet arbeid en zorg en de introductie van de adoptie-uitkering in die paragraaf.

Onderdeel F

Door de overheveling van de uitkering in verband met zwangerschap en bevalling van de ZW naar het voorstel van Wet arbeid en zorg, en de daaruit voortvloeiende aanpassing van artikel 29a ZW, worden de tweede zinnen van artikel 43, tweede en derde lid, WW overbodig en kunnen dan ook vervallen.

Onderdeel G

In artikel 61, tweede lid, WW is geregeld dat over de opzegtermijn, bedoeld in artikel 64, onderdeel b, van die wet, slechts recht op uitkering bestaat indien de werknemer beschikbaar is om arbeid te aanvaarden. In de tweede zin van dat lid is geregeld dat dat vereiste van beschikbaarheid niet geldt voor degene die wegens ziekte, gebreken, zwangerschap of bevalling ongeschikt is tot het verrichten van zijn arbeid. Naar het oordeel van de regering dient die eis van beschikbaarheid ook niet te gelden voor degene die – hoewel niet ongeschikt tot het verrichten van zijn arbeid – uitkering in verband met zwangerschap of bevalling respectievelijk adoptie ontvangt op grond van het voorstel van Wet arbeid en zorg.

Onderdeel H

Evenals dat het geval is bij uitkeringen op grond van de verplichte verzekering van de ZW, dient over de uitkering op grond van het voorstel van Wet arbeid en zorg aan de werknemer of gelijkgestelde, bedoeld in artikel 3:6, eerste lid, van die wet, (de ZW-verzekerde) de vervangende premie op grond van artikel 85, derde lid, WW te worden geheven in plaats van de wachtgeldpremie bedoeld in het eerste lid van dat artikel. Dit onderdeel voorziet daarin.

Onderdeel I

De onderdelen g tot en met i van artikel 92 WW worden redactioneel aangepast aan de overheveling van de Wet financiering loopbaanonderbreking naar het voorstel van Wet arbeid en zorg.

Onderdeel J

In onderdeel i van artikel 93 WW wordt de verwijzing naar de Wet financiering loopbaanonderbreking in verband met de overheveling van die wet vervangen door een verwijzing naar hoofdstuk 8 Wet arbeid en zorg.

De uitkering in verband met zwangerschap en bevalling respectievelijk adoptie aan de persoon die recht op die uitkering krijgt uit hoofde van zijn verzekering op grond van de ZW wordt op grond van het hier voorgestelde onderdeel j ten laste van het Algemeen werkloosheidsfonds gebracht. Dit geldt eveneens voor de aan die uitkering verbonden uitvoeringskosten. Dit komt overeen met de huidige financiering van de zwangerschaps- en bevallingsuitkering op grond van de verplichte of vrijwillige verzekering ingevolge de ZW.

Onderdeel K

Zoals het Lisv thans de mogelijkheid heeft om regels te stellen met betrekking tot de aanwijzing van de uitvoeringsinstelling bij samenloop van WW- en WAZ-uitkering, wordt dat nu ook mogelijk voor de samenloop van WW-uitkering en uitkering op grond van het voorstel van Wet arbeid en zorg. Deze mogelijkheid wordt niet beperkt tot de samenloop van WW-uitkering met uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2, Wet arbeid en zorg (de uitkering aan zelfstandigen en zelfstandige werknemers). Het is, gelet op artikel 19, vierde lid, WW immers mogelijk dat er een samenloop ontstaat van een adoptie-uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, Wet arbeid en zorg en een WW-uitkering. Het Lisv moet naar het oordeel van de regering ruimte hebben om ook in dat geval regels te stellen waarin de uitvoeringsinstelling wordt aangewezen.

Artikel XIV

Met dit artikel worden de aanpassingen aangebracht in de WAZ die noodzakelijk zijn in verband met de overheveling van de uitkering in verband met bevalling van hoofdstuk 3, afdeling 1, paragraaf 2, van die wet naar hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2, Wet arbeid en zorg. De wijzigingen zijn dan ook technisch/redactioneel en behoeven geen nadere toelichting, met uitzondering van onderdeel A.

In dat onderdeel wordt artikel 3 WAZ in die zin aangepast dat, naast degene die uitkering in verband met zwangerschap of bevalling geniet op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2, Wet arbeid en zorg, ook degene die uitkering in verband met adoptie geniet op grond van dat hoofdstuk verzekerd is ingevolge de WAZ. Dit betreft dus een uitbreiding van de kring van verzekerden. Het ligt naar het oordeel van de regering in de rede dat met betrekking tot het verzekerd zijn voor de WAZ deze twee groepen overeenkomstig worden behandeld.

Artikel XV

Onderdeel A

Dit onderdeel voorziet in de aanpassing van artikel 6, vierde lid, Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten in verband met de overheveling van de uitkering in verband met zwangerschap en bevalling van de ZW naar hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, Wet arbeid en zorg.

Artikel XVI

Op grond van artikel 3, vierde lid, Wet brutering overhevelingstoeslag lonen geldt het recht op verhoging van het loon – bij het vervallen van de overhevelingstoeslag – op grond van het eerste lid van dat artikel niet voor loon in de vorm van uitkering op grond van de ZW. Voor uitkeringen op grond van de WAZ geldt dat recht op verhoging op grond van het eerste lid evenmin. Gelet hierop dient dat recht op verhoging ook niet te gelden voor uitkeringen op grond van het voorstel van Wet arbeid en zorg.

Artikel XVII

De redactionele aanpassing van artikel 30, tweede lid, onderdeel c, Wet financiering volksverzekeringen hangt samen met de overheveling van de Wet financiering loopbaanonderbreking naar het voorstel van Wet arbeid en zorg.

Artikel XX

In dit artikel wordt de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag aangepast aan de overheveling van de uitkering in verband met zwangerschap en bevalling van de ZW naar het voorstel van Wet arbeid en zorg. Voorts wordt met dit artikel ook de uitkering in verband met adoptie op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, van het voorstel van Wet arbeid en zorg onder de toepassing van de artikelen 15, eerste lid, 16, derde, vierde en zevende lid en artikel 17, eerste lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag gebracht. De uitkering op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2, van het voorstel van Wet arbeid en zorg wordt niet onder de toepassing van die artikelen gebracht. Indien dat wel zou gebeuren zou de beroepsbeoefenaar op arbeidsovereenkomst tweemaal recht op betaling van vakantie-uitkering over zijn uitkering hebben, namelijk op grond van het voorstel van Wet arbeid en zorg (artikel 3:27, eerste lid, onderdeel c) en op grond van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Artikel XXI

Onderdelen A, B, E en H

In onderdeel A wordt een nieuw artikel 7c in de WAO ingevoerd. Naast degene die uitkering in verband met zwangerschap of bevalling geniet opgrond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, Wet arbeid en zorg, is ook degene, die krachtens dat hoofdstuk uitkering in verband met adoptie geniet, verzekerd op grond van de WAO. In de onderdelen B, E en H worden de artikelen 10, 66 en 78 WAO hieraan aangepast.

Onderdeel C

Dit onderdeel voorziet in de aanpassing van artikel 19, vijfde lid, WAO in verband met de overheveling van de uitkering in verband met zwangerschap en bevalling van de ZW naar hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, Wet arbeid en zorg.

Onderdeel D

In artikel 29g, tweede lid, WAO, is geregeld dat een, op grond van die wet opgelegde, boete tenuitvoer wordt gelegd via verrekening met een door de betrokkene te ontvangen ZW- of WAZ-uitkering. Waar de zwangerschaps- en bevallingsuitkering op grond van die wetten wordt overgeheveld naar het voorstel van Wet arbeid en zorg ligt het in de rede dat een dergelijke boete ook tenuitvoergelegd kan worden via verrekening met een door de betrokkene te ontvangen uitkering in verband met zwangerschap en bevalling op grond van het voorstel van Wet arbeid en zorg. Gelet hierop dient tevens een verrekening van de bedoelde boete met een uitkering in verband met adoptie of loopbaanonderbreking op grond van het voorstel van Wet arbeid en zorg geregeld te worden. Dit onderdeel voorziet hierin.

Onderdeel F

Met dit onderdeel wordt artikel 71a, tweede lid, WAO redactioneel aangepast aan de overheveling van de uitkering in verband met zwangerschap en bevalling van de ZW naar het voorstel van Wet arbeid en zorg.

Onderdeel G

Dit onderdeel voorziet in de aanpassing van de artikelen 75a, derde lid, en 76f, vierde lid, WAO aan de overheveling van de Wet financiering loopbaanonderbreking naar hoofdstuk 8 Wet arbeid en zorg.

Artikel XXII

Met dit artikel worden de aanpassingen aangebracht in de Wet op de inkomstenbelasting 1964 die noodzakelijk zijn in verband met de overheveling van de uitkering in verband met bevalling van hoofdstuk 3, afdeling 1, paragraaf 2, WAZ naar hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2, Wet arbeid en zorg en van de Wet financiering loopbaanonderbreking naar hoofdstuk 8 Wet arbeid en zorg. Daarnaast wordt de uitkering in verband met adoptie op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2, Wet arbeid en zorg eveneens onder de werking van de betrokken artikelen van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 gebracht.

Artikel XXIII

Met dit artikel worden de aanpassingen aangebracht in de Wet op de loonbelasting 1964 die noodzakelijk zijn in verband met de overheveling van de uitkering in verband met bevalling van hoofdstuk 3, afdeling 1, paragraaf 2, WAZ naar hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 2, Wet arbeid en zorg en de introductie van de uitkering in verband met adoptie in die paragraaf alsmede een aanpassing die verband houdt met de overheveling van de Wet financiering loopbaanonderbreking naar hoofdstuk 8 Wet arbeid en zorg.

Artikelen XXIV en XXV

Met deze artikelen worden de aanpassingen aangebracht in de Wet vermindering afdracht loonbelasting en premie voor de volksverzekeringen en de Ziekenfondswet, die noodzakelijk zijn in verband met de overheveling van de uitkering in verband met zwangerschap en bevalling van de ZW en de WAZ naar hoofdstuk 3, afdeling 2 Wet arbeid en zorg en de introductie van de uitkering in verband met adoptie in die afdeling.

Artikel XXVI

Onderdelen A, B en I

In onderdeel A wordt een nieuw artikel 8c in de ZW ingevoerd. Naast degene die uitkering in verband met zwangerschap of bevalling geniet op grond van hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, Wet arbeid en zorg, is ook degene, die krachtens dat hoofdstuk uitkering in verband met adoptie geniet, verzekerd op grond van de ZW. In de onderdelen B en I worden de artikelen 11 en 55 ZW hieraan aangepast.

Onderdelen C, D, E en F

In het bij onderdeel F voorgestelde artikel 29a ZW resteren de bepalingen inzake het recht op ziekengeld bij arbeidsongeschiktheid die haar oorzaak vindt in de zwangerschap of bevalling respectievelijk bij arbeidsongeschiktheid wegens ziekte – al dan niet ten gevolge van zwangerschap – in de periode dat de vrouw op grond van het voorstel van Wet arbeid en zorg recht heeft op uitkering in verband met zwangerschap, maar die uitkering nog niet is ingegaan. In de onderdelen C en D worden de artikelen 19, 19a en 19b ZW (dit laatste artikel treedt met ingang van 1 mei 2000 in werking) hieraan redactioneel aangepast. In onderdeel E wordt het bestaande tiende lid van artikel 29a van de ZW aangepast aan de overheveling van de uitkering in verband met zwangerschap en bevalling naar het voorstel van Wet arbeid en zorg. Daarbij wordt dat lid overgebracht naar artikel 29 ZW waar het inhoudelijk thuishoort.

Is de vrouwelijke werknemer voorafgaand aan of na afloop van het zwangerschaps- en bevallingsverlof ziek, dan ontvangt zij een ziekengeld ter hoogte van het volledige dagloon indien de ongeschiktheid tot werken veroorzaakt wordt door de zwangerschap of bevalling.

In die situatie treedt geen verandering op met de overheveling van de uitkering in verband met zwangerschap en bevalling naar het voorstel van Wet arbeid en zorg. Bij ongeschiktheid tot het verrichten van haar arbeid veroorzaakt door de zwangerschap of bevalling blijft voor de werkneemster recht op ZW-uitkering ter hoogte van het volledig dagloon bestaan.

In het advies bij de discussienota Arbeid en zorg hebben de Stichting van de Arbeid en het Clara Wichman Instituut aangegeven er voorstander van te zijn dat de uitkering bij arbeidsongeschiktheid die haar oorzaak vindt in de zwangerschap of bevalling, ook ondergebracht wordt in het voorstel van Wet arbeid en zorg.

Naar de mening van de regering zijn er echter goede gronden om bij ziekte ten gevolge van zwangerschap en bevalling ziekengeld op grond van de ZW te blijven uitkeren:

– De grondslag voor toekenning van een uitkering wordt in het geval van ongeschiktheid ten gevolge van zwangerschap gevormd door het feit dat sprake is van een verhindering om te werken wegens ongeschiktheid. De toekenning van een bevallingsuitkering op grond van het voorstel van Wet arbeid en zorg daarentegen vindt zijn grondslag in het bevallingsverlof, los van het feit of daarbij sprake is van een verhindering tot werken. In het ene geval is er dus een koppeling van het recht op uitkering aan het door ongeschiktheid verhinderd zijn om te werken en in het andere geval is het recht gekoppeld aan het verlof. Alleen voor de vaststelling van de hoogte van het ziekengeld is van belang of de ongeschiktheid haar oorzaak vindt in de zwangerschap of bevalling.

– Omdat het voorstel van Wet arbeid en zorg alle verlofrechten regelt hoort daar ook het recht op bevallingsverlof en de daaraan gekoppelde bevallingsuitkering in thuis. Met het overhevelen van het ziekendgeld bij ongeschiktheid veroorzaakt door zwangerschap of bevalling zouden wezensvreemde elementen in het voorstel van Wet arbeid en zorg ondergebracht worden zoals de controlevoorschriften die samenhangen met – het controleren van – ongeschiktheid tot werken, de reïntegratieverplichting en de daarbij behorende sanctiebepalingen.

Het onderbrengen in het voorstel van Wet arbeid en zorg van een uitkering bij ongeschiktheid is ook niet in overeenstemming met de doelstellingen van die wet. Het voorstel van Wet arbeid en zorg heeft als doel de combinatie van arbeid en zorg te bevorderen door het verlof samenhangend te regelen. Voor werknemers zal het in de praktijk overigens niet uitmaken in welke wet het recht op uitkering is ondergebracht.

Onderdelen G en J

Met deze onderdelen worden de artikelen 31, derde lid, en 69 ZW redactioneel aangepast aan de overheveling van de uitkering in verband met zwangerschap en bevalling van de ZW naar het voorstel van Wet arbeid en zorg.

HOOFDSTUK 3. INTREKKING WETGEVING

Artikelen XXVII tot en met XIX

De Wet op het ouderschapsverlof geeft regels betreffende de aanspraak op ouderschapsverlof. Deze wet kan met ingang van de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 6 Wet arbeid en zorg worden ingetrokken.

De wet van 6 juni 1991, houdende regels betreffende de aanspraak op zwangerschaps- en bevallingsverlof van overheidspersoneel (Stb. 347) kan met ingang van de datum van de inwerkingtreding van artikel 3:31 Wet arbeid en zorg worden ingetrokken.

De Wet financiering loopbaanonderbreking kan per de datum van inwerkingtreding van hoofdstuk 8 Wet arbeid en zorg worden ingetrokken.

In verband met deze intrekkingen wordt voorzien in een overgangsregeling. Dit houdt in dat aanvragen/verzoeken die op basis van deze wetten zijn gedaan, op basis van de «oude» wetten zullen worden afgehandeld. Zo wordt vermeden dat er onduidelijkheid bestaat over welke wet op welk moment van toepassing is en op grond van welke wet een verzoek moet worden afgehandeld.

HOOFDSTUK 4. SLOTBEPALINGEN

Artikelen XXX en XXXI

Per 1 januari 2001 worden de WW en de ZW van toepassing op overheidswerknemers (zie het Besluit van 17 juli 1999 tot vaststelling van het tijdstip van aanvang van fase 2 en fase 3 van de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen (Stb. 354) jo. het Faseringsbesluit overheidswerknemers onder de Ziektewet en de Werkloosheidswet). Bij koninklijke boodschap van 3 mei 2000 is een voorstel van wet Aanpassingswet OOW ingediend waarin de Wet overheidspersoneel onder de werknemersverzekeringen wordt gewijzigd, onder meer met betrekking tot de wijzigingen in de WW per 1 januari 2001. Daarbij wordt een aparte paragraaf in de WW ingevoerd die ziet op de financiering van – onder meer – de WW- en ZW-uitkeringen van (gewezen) overheidswerknemers alsmede de tegemoetkomingen in het kader van de Wet financiering loopbaanonderbreking indien de vervanger een gewezen overheidswerknemer is. Met de overheveling van de uitkering in verband met bevalling van de ZW naar hoofdstuk 3, afdeling 2, paragraaf 1, Wet arbeid en zorg en de introductie van de uitkering in verband met adoptie in die paragraaf alsmede met de overheveling van de Wet financiering loopbaanonderbreking naar hoofdstuk 8 Wet arbeid en zorg moet een aantal artikelen in die nieuwe paragraaf in de WW worden aangepast. Bovendien moeten de artikelen 3:15 en 8:6, tweede lid, van het voorstel van Wet arbeid en zorg worden aangepast. De onderhavige artikelen voorzien daarin, waarbij er vooralsnog van wordt uitgegaan dat de Aanpassingswet OOW eerder in werking zal treden dan het voorstel van Wet arbeid en zorg. Mocht in een later stadium blijken dat het voorstel van Wet arbeid en zorg eerder in werking zal treden dan de Aanpassingswet OOW dan zal een nadere voorziening worden getroffen.

Artikel XXXII

Indien de artikelen I en II van de Wet van 20 januari tot wijziging van het Wetboek van strafrecht en andere wetten met oog op de opneming in het Wetboek van Strafrecht van eenvormige strafbepalingen inzake het verstrekken van onware gegevens en het nalaten te voldoen aan wettelijke verplichtingen om tijdig gegevens te verstrekken (concentratie strafbaarstelling frauduleuze gedragingen) (Stb. 40) in werking treden is het niet langer noodzakelijk om in de artikelen 3:16 en 3:27 Wet arbeid en zorg te verwijzen naar de strafbepalingen in de ZW respectievelijk de WAZ.

Artikelen XXXIII en XXXIV

In deze artikelen wordt de aanpassing geregeld van de Wet op de inkomstenbelasting 2001 alsmede de aanpassing van het onderhavige wetsvoorstel indien de wijziging van de Wet op de loonbelasting 1964 in het kader van de belastingherziening tot wet is verheven voor het tijdstip waarop dit wetsvoorstel tot wet is verheven.

Artikel XXXV

Met dit artikel wordt bewerkstelligd dat de, niet in Nederland noch in een verdragsland wonende, vrouw, die op grond van het overgangsrecht van de Wet beperking export uitkeringen recht zou krijgen op een uitkering in verband met zwangerschap en bevalling op grond van de ZW of de WAZ, na de inwerkingtreding van het voorstel van Wet arbeid en zorg recht op die uitkering krijgt op grond van laatstgenoemde wet.

Artikel XXXVI

Het voorstel van Wet arbeid en zorg kent een inwerkingtredingsbepaling waardoor het mogelijk is dat verschillende artikelen of onderdelen daarvan op verschillende tijdstippen in werking kunnen treden. Hiermee corresponderende artikelen of onderdelen daarvan van het onderhavige wetsvoorstel moeten gelijktijdig met die van het voorstel van Wet arbeid en zorg in werking treden. Het voorgestelde artikel XXXVI maakt dit mogelijk.

Mede namens de Minister van Justitie en de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties,

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. E. Verstand-Bogaert