Kamerstuk

Datum publicatieOrganisatieVergaderjaarDossier- en ondernummerDatum ontvangst
Tweede Kamer der Staten-Generaal2000-200127208 nr. 12

27 208
Vaststelling van regels voor overgangs-, en invoeringsrecht voor de totstandkoming van de Wet arbeid en zorg (Invoeringswet arbeid en zorg)

nr. 12
VIERDE NOTA VAN WIJZIGING

Ontvangen 9 april 2001

Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:

1

Artikel XIV wordt als volgt gewijzigd:

a. Onderdeel B komt te luiden:

B

Artikel 7 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het derde lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Bij de vaststelling van de periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:18, eerste lid, of 3:19 van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.

2. Het vierde lid vervalt, onder vernummering van het vijfde tot en met zevende lid tot het vierde tot en met zesde lid.

3. In het tot zesde lid vernummerde zevende lid wordt «het eerste tot en met vijfde lid» vervangen door: het eerste tot en met vierde lid.

4. Aan het tot zesde lid vernummerde zevende lid wordt een zinsnede toegevoegd, luidende: alsmede de verzekerde die een uitkering geniet als bedoeld in het derde lid.

b. Er worden drie onderdelen toegevoegd, luidende:

CC

Aan artikel 13, vierde lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Bij de vaststelling van zowel het tijdvak van 52 weken als de periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:18, eerste lid, of 3:19 van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.

DD

Aan de artikelen 14, derde lid, 16, tweede lid, en 20, tweede lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Bij de vaststelling van zowel de eerstgenoemde als de laatstgenoemde periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:18, eerste lid, of 3:19 van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.

EE

Aan artikel 33, tweede lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Bij de vaststelling van zowel het tijdvak van dertien weken als de periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:18, eerste lid, of 3:19 van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.

2

Artikel XV komt te luiden:

ARTIKEL XV

De Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten wordt als volgt gewijzigd:

A

Artikel 6 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het tweede lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Bij de vaststelling van de periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18, eerste lid, of 3:19 van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.

2. Aan het vijfde lid wordt een zinsnede ingevoegd, luidende: alsmede de verzekerde die een uitkering geniet als bedoeld in het tweede lid.

B

Aan artikel 12, vierde lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Bij de vaststelling van zowel het tijdvak van 52 weken als de periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18, eerste lid, of 3:19 van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.

C

Aan de artikelen 13, derde lid, 15, tweede lid, en 19, tweede lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Bij de vaststelling van zowel de eerstgenoemde als de laatstgenoemde periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18, eerste lid, of 3:19 van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.

D

Aan artikel 27, tweede lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Bij de vaststelling van zowel het tijdvak van dertien weken als de periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, 3:10, eerste lid, 3:18, eerste lid, of 3:19 van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.

E

In artikel 46, tweede lid, wordt «de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen» vervangen door: de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen, de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen of de Wet arbeid en zorg.

3

Artikel XXI wordt als volgt gewijzigd:

a. Onderdeel E komt te luiden:

E

Artikel 71a wordt als volgt gewijzigd:

1. In het eerste lid wordt na de tweede zin wordt een zin ingevoegd, luidende: Bij de vaststelling van zowel het tijdvak van dertien weken als de periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.

2. In het tweede lid wordt «het recht op ziekengeld in verband met bevalling» vervangen door: het recht op uitkering bedoeld in artikel 3:7, eerste lid, of artikel 3:8 van de Wet arbeid en zorg.

3. Aan het tweede lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Bij de vaststelling van zowel het tijdvak van dertien weken als de periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, of artikel 3:8, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.

b. Er worden 4 onderdelen toegevoegd, luidende:

H

Artikel 19 wordt als volgt gewijzigd:

1. Aan het tweede lid wordt een zin toegevoegd, luidende: Bij de vaststelling van de periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8 of 3:10, eerste lid van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.

2. Aan het vierde lid wordt een zinsnede toegevoegd, luidende: alsmede de verzekerde die een uitkering geniet als bedoeld in het tweede lid.

I

Aan artikel 37, derde lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Bij de vaststelling van zowel het tijdvak van 52 weken als de periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.

J

Aan de artikelen 38, derde lid, 39a, tweede lid, en 43a, tweede lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Bij de vaststelling van zowel de eerstgenoemde als de laatstgenoemde periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.

K

Aan artikel 75d, tweede lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Bij de vaststelling van zowel het tijdvak van acht maanden als de periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, 3:8, of 3:10, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.

4

Aan artikel XXVI wordt, onder verlettering van de onderdelen H, I en J tot I, J en K, een onderdeel toegevoegd, luidende:

H

Aan artikel 38, eerste lid, wordt een zin toegevoegd, luidende: Bij de vaststelling van zowel het tijdvak van dertien weken als de periode van vier weken blijven perioden, waarin uitkering in verband met zwangerschap of bevalling op grond van artikel 3:7, eerste lid, van de Wet arbeid en zorg wordt genoten, buiten beschouwing.

Toelichting

Met deze nota van wijziging wordt het wetsvoorstel technisch aangepast. Met de tweede nota van wijziging is het wetsvoorstel Invoeringswet arbeid en zorg aangepast teneinde een wijziging aan te brengen in de wijze waarop de wachttijd voor de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen en de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (WAJONG) wordt berekend. Die aanpassing brengt met zich mee dat de periode waarin sprake is geweest van zwangerschaps- of bevallingsverlof, dan wel een uitkering in verband met zwangerschap en bevalling, niet meetelt voor de wachttermijn van 52 weken voor de WAO, WAZ en WAJONG. In de tweede nota van wijziging vervielen de bepalingen in het onderhavige wetsvoorstel betreffende het meetellen van een zwangerschapsof bevallingsuitkering voor de wachttijd. Evenwel werd niet expliciet geregeld dat die periode niet meetelt. De onderhavige nota van wijziging voorziet daar alsnog in. Voorts wordt hierin de doorwerking daarvan naar de termijnen voor de aangifte van ziekte en de aanvraag van een arbeidsongeschiktheidsuitkering geregeld.

In de reeds genoemde tweede nota van wijziging is – met de voorgestelde tweede zin van het tiende lid van artikel 629 van Boek 7 van het Burgerlijk Wetboek – bewerkstelligd dat onderbreking van een periode waarin loondoorbetaling in verband met ziekte plaatsvindt door een periode waarin zwangerschapsof bevallingsverlof wordt genoten, niet leidt tot het opnieuw aanvangen van een periode van 52 weken als bedoeld in het eerste lid van dat artikel. Een en ander is – in de voorgestelde tweede volzin van artikel 29, vijfde lid, van de Ziektewet (ZW) – overeenkomstig geregeld met betrekking tot de periode waarover ziekengeld wordt betaald. Aanpassing van de bepalingen in de WAO, WAZ en WAJONG, met betrekking tot het (niet) opnieuw aanvangen van de wachttermijn van 52 weken, is ten onrechte evenwel achterwege gebleven. Als gevolg daarvan zou een onderbreking van een periode waarin loondoorbetaling of uitkering van ziekengeld in verband met ziekte plaatsvindt (dan wel zou plaatsvinden indien betrokkene voor de ZW verzekerd zou zijn) door een periode waarin zwangerschaps- of bevallingsverlof wordt genoten, leiden tot het opnieuw aanvangen van de wachttermijn voor de WAO, WAZ of WAJONG. Met de onderhavige nota van wijziging wordt alsnog bereikt dat de termijnen in de WAO, WAZ en WAJONG aansluiten bij de termijnen in het BW en de ZW.

De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,

A. E. Verstand-Bogaert