nr. 7
NOTA VAN WIJZIGING
Het voorstel van wet wordt als volgt gewijzigd:
A
Artikel 1, eerste lid, wordt als volgt gewijzigd:
1. Onderdeel f komt te luiden:
f. deskundigen: personen, niet zijnde functionarissen van de HCNM of van
de OVSE, uitzendkrachten of stagiairs, die in opdracht van de OVSE of van
de HCNM werkzaamheden uitvoeren ten behoeve van de HCNM of bij de HCNM ten
behoeve van de OVSE;.
2. Onder verlettering van de onderdelen g tot en met k tot h tot en met
l wordt een nieuw onderdeel g ingevoegd, luidende:
g. functionarissen van de OVSE: personen in dienst van de OVSE, niet zijnde
functionarissen van de HCNM, uitzendkrachten of stagiairs;.
B
Artikel 2 wordt als volgt gewijzigd:
1. Voor de tekst wordt de aanduiding «1.» geplaatst.
2. Er wordt een lid toegevoegd, luidende:
2. Voor de toepassing van deze wet wordt de OVSE gelijkgesteld met een
volkenrechtelijke organisatie waarvan de HCNM onderdeel is. De in deze wet
opgenomen privileges en immuniteiten zullen op gelijke wijze worden toegepast
als de privileges en immuniteiten die zijn toegekend aan andere in Nederland
gevestigde volkenrechtelijke organisaties of aan onderdelen daarvan.
C
Artikel 10 wordt als volgt gewijzigd:
1. In het opschrift wordt na «HCNM» ingevoegd: , functionarissen
van de OVSE.
2. In de aanhef van het vierde lid wordt «Deskundigen» vervangen
door: Functionarissen van de OVSE en deskundigen.
3. In het vierde lid, onderdeel a, wordt voor «de deskundigen»
ingevoegd: de functionarissen van de OVSE of.
4. In het vierde lid, onderdeel d, wordt «met de HCNM, of vanuit
de HCNM met de OVSE,» vervangen door: met de HCNM of met de OVSE.
5. In het vijfde lid, onderdelen a en b, wordt na «een functionaris
van de HCNM» telkens ingevoegd: , een functionaris van de OVSE.
D
Artikel 11 wordt als volgt gewijzigd:
1. Het eerste lid komt te luiden:
1. De Secretaris-Generaal van de OVSE doet afstand van de immuniteit van
de betrokken functionarissen van de HCNM, van de OVSE en van deskundigen in
omstandigheden waarin de Secretaris-Generaal van mening is dat deze immuniteit
de rechtsgang zou belemmeren, en in alle gevallen waarin daarvan afstand kan
worden gedaan zonder dat inbreuk wordt gemaakt op het doel waarvoor deze immuniteit
werd verleend.
2. In het derde lid wordt «De HCNM werkt» vervangen door «De
HCNM en de OVSE werken» en wordt «van de HCNM» vervangen
door: van de HCNM en van de OVSE.
E
Artikel 12, derde lid, vervalt.
F
Artikel 16 komt te luiden:
Artikel 16 Aanvullende privileges en immuniteiten
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen in aanvulling op deze wet privileges
en immuniteiten aan de HCNM en aan de in de artikelen 10 tot en met 13 bedoelde
personen worden toegekend indien daartoe met het oog op een overeenkomstige
behandeling als andere in Nederland gevestigde volkenrechtelijke organisaties
of onderdelen daarvan ten deel valt, aanleiding bestaat.
G
Artikel 17 komt te luiden:
Artikel 17Inwerkingtredingsbepaling
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip.
Toelichting
Mede uit overleg met de OVSE en HCNM is gebleken dat enkele bepalingen
van het wetsvoorstel aanleiding kunnen geven tot misverstanden. Teneinde de
tekst zo nauw mogelijk te doen aansluiten bij de oogmerken van het wetsvoorstel,
brengt de onderhavige nota van wijziging enkele verduidelijkingen aan in het
wetsvoorstel.
Aan artikel 2 is een tweede lid toegevoegd, waarin de status van de HCNM
op voor geen misverstand vatbare wijze is omschreven. Door de wijzigingen
komt in de tekst van het wetsvoorstel sterker tot uitdrukking dat de HCNM
onderdeel is van een volkenrechtelijke organisatie, de OVSE. De verbeterde
tekst geeft geen voedsel meer aan de misvatting als zou de HCNM in juridisch
opzicht gelijkgesteld kunnen worden met een in Nederland gevestigd bedrijf.
Voorts is het oorspronkelijke artikel 16 vervallen. Een expliciete bepaling
dat het Nederlands recht van toepassing is, zou ten onrechte de indruk kunnen
wekken dat daarmee wordt weggenomen wat in de voorgaande bepalingen als specifieke
uitzonderingen op het Nederlandse recht is neergelegd, en is overigens overbodig.
Ook in dit opzicht beoogt het wetsvoorstel voor HCNM geen wezenlijk andere
positie te verankeren als geldt voor andere in Nederland gevestigde (onderdelen
van) internationale organisaties. Het vervallen van deze bepaling brengt niet
mee dat Nederlands recht niet van toepassing is op de HCNM. Evenals bij andere
in Nederland gevestigde organisaties geldt echter dat de toepassing van Nederlands
recht in sommige opzichten is beperkt, zoals onder andere blijkt uit de bepalingen
omtrent de onschendbaarheid van gebouwen en terreinen die in artikel 3 zijn
neergelegd. De OVSE en de HCNM zijn bevoegd tot het uitvaardigen van binnen
de gebouwen en terreinen geldende regelingen met het oog op het aldaar scheppen
van de noodzakelijke voorwaarden voor de onbelemmerde uitoefening van de taken
van de organisatie. Indien Nederlandse wetgeving onverenigbaar zou zijn met
deze regelingen blijft deze wetgeving op grond van artikel 3 buiten toepassing.
Bij nader inzien bleek de werkingssfeer van de door het wetsvoorstel toegekende
privileges en immuniteiten te beperkt. Ten onrechte hadden deze voorzieningen
geen betrekking op functionarissen van de OVSE die in Nederland verblijven
zonder dat hun werkzaamheden in direct verband met de HCNM gebracht zouden
kunnen worden. Mede met het oog op het Nederlandse voorzitterschap van de
OVSE in 2003 zijn artikel 1, onderdeel g, alsmede artikel 10 aangepast. In
dit verband is voorts artikel 11 aangepast, aangezien het de exclusieve bevoegdheid
van de Secretaris-Generaal van de OVSE is waar nodig afstand te doen van de
immuniteit van OVSE-functionarissen van de HCNM, functionarissen van de OVSE
alsmede van deskundigen.
Voorts is de mogelijkheid geopend om bij algemene maatregel van bestuur
aanvullende privileges en immuniteiten toe te kennen. Een vergelijkbare mogelijkheid
tot aanvulling bestaat eveneens ten aanzien van andere in Nederland gevestigde
volkenrechtelijke organisaties of onderdelen daarvan.
Tenslotte is artikel 17 aangepast in verband met de inwerkingtreding van
de Tijdelijke Referendumwet.
De Minister van Buitenlandse Zaken,
J. J. van Aartsen