27 182
Wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en enkele andere wetten in verband met de instelling van de Raad voor de rechtspraak (Wet Raad voor de rechtspraak)

nr. 24
AMENDEMENT VAN HET LID DITTRICH

Ontvangen 18 mei 2001

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

I

In artikel I, onderdeel G, worden in artikel 2.2.4.3 het eerste en tweede lid vervangen door:

1. In geval van ongeschiktheid anders dan wegens ziekte kan de Raad de procureur-generaal bij de Hoge Raad voorstellen om een of meer leden van het bestuur voor te dragen voor schorsing of ontslag als lid van het bestuur.

2. De Hoge Raad gaat tot schorsing of ontslag over op initiatief van de procureur-generaal bij de Hoge Raad.

II

In artikel I, onderdeel H, worden in artikel 2.6.4.3 het eerste en tweede lid vervangen door:

1. In geval van ongeschiktheid anders dan wegens ziekte kan de Raad de procureur-generaal bij de Hoge Raad voorstellen om een of meer leden voor te dragen voor schorsing of ontslag als lid.

2. De Hoge Raad gaat tot schorsing of ontslag over op initiatief van de procureur-generaal bij de Hoge Raad.

Toelichting

Dit amendement kent niet de minister de bevoegdheid toe een of meer leden van het bestuur van het gerecht te ontslaan, maar de Hoge Raad, op initiatief van de procureur-generaal van de Hoge Raad. De artt. 46f en 46l van het wetsvoorstel Wet organisatie en bestuur gerechten bieden daarvoor aanknopingspunten.

Met dit amendement wordt voorkomen dat de rechterlijke onafhankelijkheid in gevaar komt. Ontslag en schorsing van rechters, ook als zij tevens bestuurder zijn, behoort aan de rechterlijke macht te worden toevertrouwd. De grond voor ontslag/schorsing wordt verruimd naar ongeschiktheid wegens ziekte.

Dittrich

Naar boven