27 182
Wijziging van de Wet op de rechterlijke organisatie, de Wet rechtspositie rechterlijke ambtenaren en enkele andere wetten in verband met de instelling van de Raad voor de rechtspraak (Wet Raad voor de rechtspraak)

nr. 23
AMENDEMENT VAN HET LID DITTRICH

Ontvangen 18 mei 2001

De ondergetekende stelt het volgende amendement voor:

In artikel I, onderdeel H, vervalt artikel 2.6.2.3.

Toelichting

Dit amendement schrapt de ministeriële bevoegdheid tot het geven van algemene aanwijzingen aan de Raad. Een dergelijke aanwijzingsbevoegdheid komt blijkens de toelichting van de regering niet of nauwelijks voor. Heldere voorbeelden ervan kunnen niet worden gegeven. Waarom iets regelen wat geen realiteitswaarde heeft?

De ministeriële bevoegdheid om besluiten van de Raad te schorsen of te vernietigen en de invloed van de Minister op de begroting als sturingsinstrument m.b.t. het beheer zijn ruimschoots voldoende instrumenten om de ministeriële verantwoordelijkheid te kunnen dragen voor het scheppen van alle personele en materiële voorwaarden, waaronder de rechter zijn werk conform de daaraan te stellen eisen, kan doen.

Dittrich

Naar boven