27 127
Financiële verantwoordingen over het jaar 1999

nr. 23
FINANCIËLE VERANTWOORDING VAN HET MINISTERIE VAN DEFENSIE (X) OVER HET JAAR 1999

Deze financiële verantwoording bestaat uit:

– de rekening van verplichtingen, uitgaven en ontvangsten, zoals blijkt uit bijgevoegde staten, voorzien van een toelichting;

– de op deze rekening aansluitende saldibalans per 31 december 1999, voorzien van een toelichting.

De financiële verantwoording van het agentschap «Defensie Telematica Organisatie» bestaat uit de rekening van baten en lasten en van kapitaaluitgaven en -ontvangsten, zoals blijkt uit de bijgevoegde staat, voorzien van een toelichting en de balans per 31 december 1999, voorzien van een toelichting.

De financiële verantwoording van het agentschap «Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen» bestaat uit de rekening van baten en lasten en van kapitaaluitgaven en -ontvangsten, zoals blijkt uit de bijgevoegde staat, voorzien van een toelichting en de balans per 31 december 1999, voorzien van een toelichting.

Den Haag, 17 mei 2000

De Minister van Defensie,

F. H. G. de Grave

Staat behorende bij de financiële verantwoording over het jaar 1999 Rekening 1999 (exclusief suppletore mutaties), Ministerie van Defensie (X) Onderdeel uitgaven en verplichtingen (bedragen x NLG 1000)

   (1) (2) (3) = (2) – (1)
Art. OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatie*1Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
   verplich-tingenuitgaven verplich-tingen uitgaven verplich-tingenuitgaven
  TOTAAL 14 140 309 14 995 151 854 842
         
01 Algemeen 794 221 760 355  
         
 20Personeel en materieel280 242281 163319 108326 57538 86645 412
 21Subsidies en bijdragen129 803129 803141 517141 47411 71411 671
 22Geheime uitgaven1 1001 1001 0301 030– 70– 70
 23Internationale verplichtingen136 222146 522155 619152 00919 3975 487
 24Garanties000000
 25Milieumaatregelen19 36019 3608 8029 786– 10 558– 9 574
 26Technologie-ontwikkeling27 91531 00447 38834 96219 4733 958
 27Loonbijstelling49 27949 27900– 49 279– 49 279
 28Prijsbijstelling000000
 29Overige departementale uitgaven135 990135 99098 55594 519– 37 435– 41 471
         
02 Pensioenen en uitkeringen 1 658 070 1 809 471  
         
 01Wachtgelden burgerpersoneel en inactiviteitswedden militair personeel000000
 02Militaire pensioenen en uitkeringen1 658 0701 658 0701 810 3161 809 471152 246151 401
         
03 Koninklijke marine 2 941 324 3 046 081  
         
 20Personeel en materieel2 042 1842 037 2782 190 4392 158 593148 255121 315
 21Subsidies en bijdragen533533529529– 4– 4
 22Investeringen groot materieel en infrastructuur2 931 713903 513518 825886 959– 2 412 888– 16 554
         
04 Koninklijke landmacht 4 711 036 4 738 782  
         
 20Personeel en materieel3 657 1013 659 1543 679 4903 653 25922 389– 5 895
 21Subsidies en bijdragen1 8541 8545751 833– 1 279– 21
 22Investeringen groot materieel en infrastructuur2 646 4301 050 028738 6901 083 690– 1 907 74033 662
         
05 Koninklijke luchtmacht 2 388 405 2 697 395  
         
 20Personeel en materieel1 918 7761 810 7751 917 3311 953 622– 1 445142 847
 22Investeringen groot materieel en infrastructuur556 537577 630474 474743 773– 82 063166 143
         
06 Koninklijke marechaussee 501 230 512 602  
         
 20Personeel en materieel449 335449 260485 941467 56536 60618 305
 22Investeringen groot materieel en infrastructuur51 77051 97047 68345 037– 4 087– 6 933
         
08 Multi-service projecten en activiteiten 692 787 932 031  
         
 01Luchtmobiele brigade116 975339 567126 031378 3519 05638 784
 02Vredesoperaties270 400270 400484 666456 358214 266185 958
 03Doelmatigheidsbesparingen000000
 04Overige uitgaven Internationale Samenwerking82 82082 82091 93497 3229 11414 502
         
09 Defensie Interservice Commando 453 236 498 434  
         
 02Personeel en materieel439 362439 362493 383481 06654 02141 704
 03Investeringen groot materieel en infrastructuur13 57213 87418 77817 3685 2063 494

*1 De gerealiseerde bedragen zijn steeds afgerond naar boven (op NLG 1000)

Mij bekend,

De Minister van Defensie,

Staat behorende bij de financiële verantwoording over het jaar 1999 Rekening 1999 (exclusief suppletore mutaties), Ministerie van Defensie (X) Onderdeel ontvangsten (bedragen x NLG 1000)

   (1) (2) (3) = (2) – (1)
Art. OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begroting RealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
   OntvangstenOntvangsten Ontvangsten
  TOTAAL 485 068 509 795 24 727
         
01 Algemeen 39 390 29 520  
         
 20Verrekenbare ontvangsten 38 690 17 595 – 21 095
 21Niet-verrekenbare ontvangsten 700 11 925 11 225
         
02 Pensioenen en uitkeringen 4 100 3 331  
         
 01Verrekenbare ontvangsten 1 500 2 861 1 361
 02Niet-verrekenbare ontvangsten 2 600 470 – 2 130
         
03 Koninklijke marine 116 160 135 268  
         
 20Verrekenbare ontvangsten 114 060 130 020 15 960
 21Niet-verrekenbare ontvangsten 2 100 5 248 3 148
         
04 Koninklijke landmacht 119 309 159 013  
         
 20Verrekenbare ontvangsten 111 919 146 735 34 816
 21Niet-verrekenbare ontvangsten 7 390 12 278 4 888
         
05 Koninklijke luchtmacht 98 200 107 531  
         
 20Verrekenbare ontvangsten 90 500 90 890 390
 21Niet-verrekenbare ontvangsten 7 700 16 641 8 941
         
06 Koninklijke marechaussee 9 129 9 952  
         
 20Verrekenbare ontvangsten 8 529 8 756 227
 21Niet-verrekenbare ontvangsten 600 1 196 596
         
08 Multi-service projecten en activiteiten 43 000 20 674  
         
 01Ontvangsten Luchtmobiele brigade 0 1 961 1 961
 02Ontvangsten naar aanleiding van Vredesoperaties 23 700 10 511 – 13 189
 03Overige ontvangsten Internationale Samenwerking 19 300 8 202 – 11 098
         
09 Defensie Interservice Commando 55 780 44 506  
         
 02Verrekenbare ontvangsten 55 780 43 616 – 12 164
 03Niet-verrekenbare ontvangsten 0 890 890

Mij bekend,

De Minister van Defensie,

Staat behorende bij de financiële verantwoording over het jaar 1999 Rekening 1999 (exclusief suppletore mutaties), Ministerie van Defensie (X) Onderdeel agentschappen (bedragen x NLG 1000)

   (1) (2)(3) = (2) – (1)
Art.Omschrijving Oorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatie Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
01 Agentschap Defensie Telematica Organisatie      
         
  Totale baten 401 000 533 000 132 000
  Totale lasten 402 900 532 400 129 500
  Saldo baten en lasten – 1 900 600 2 500
         
  Totale kapitaalontvangsten 0 5 100 5 100
  Totale kapitaaluitgaven 44 500 31 000 – 13 500
         
02 Agentschap Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen      
         
  Totale baten 148 400 174 779 26 379
  Totale lasten 147 200 173 777 26 577
  Saldo baten en lasten 1 200 1 002 – 198
         
  Totale kapitaalontvangsten 700 2 948 2 248
  Totale kapitaaluitgaven 6 900 7 158 258

Mij bekend,

De Minister van Defensie,

INHOUDSOPGAVE VAN DE FINANCIËLE VERANTWOORDING 1999

 Blz.:
   
Algemene toelichting 
1.Inleiding7
2.Leeswijzer7
3.Beleidsprioriteiten:8
 a. Gevechtskracht/overhead8
 b. Vredesoperaties8
4.Het totale realisatiebeeld9
5.Bedrijfsvoering10
 a. Het Veranderingsproces10
 b. Beleid Bedrijfsvoering Defensie11
 c. Informatievoorziening11
 d. Prestatie-indicatoren en kengetallen12
 e. Evaluaties en audits12
 f. Financieel beheer12
 g. Rechtmatigheidsonderzoek 1998 van de Algemene Rekenkamer13
 h. Financiële informatiesystemen14
6.Millennium14
7.Invoering Euro15
8.Misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O)16
9.Actieplan professioneel inkopen en uitbesteden17
   
Artikelsgewijze toelichting 
   
Verplichtingen en uitgaven 
 – Beleidsterrein Algemeen18
 – Beleidsterrein Pensioenen en uitkeringen37
 – Beleidsterrein Koninklijke marine41
 – Beleidsterrein Koninklijke landmacht63
 – Beleidsterrein Koninklijke luchtmacht84
 – Beleidsterrein Koninklijke marechaussee100
 – Beleidsterrein Multi-service projecten en activiteiten108
 – Beleidsterrein Defensie Interservice Commando113
   
Ontvangsten 
 – Beleidsterrein Algemeen131
 – Beleidsterrein Pensioenen en uitkeringen132
 – Beleidsterrein Koninklijke marine133
 – Beleidsterrein Koninklijke landmacht134
 – Beleidsterrein Koninklijke luchtmacht135
 – Beleidsterrein Koninklijke marechaussee136
 – Beleidsterrein Multi-service projecten en activiteiten137
 – Beleidsterrein Defensie Interservice Commando138
   
Agentschappen 
 – Defensie Telematica Organisatie140
 – Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen 151
   
Saldibalans per 31 december 1999 
 Saldibalans  
   
Bijlagen 
 – De wijze en de mate van inzet bij de verschillende vredesoperaties178
 – Overzicht afgeronde onderzoeken189
 – Afkortingenlijst192

1. Inleiding

Met deze financiële verantwoording wordt verantwoording afgelegd over de besteding van de begrotingsgelden in 1999. In totaal gaat het om een bedrag van f 15,0 miljard aan uitgaven, f 13,9 miljard aan verplichtingen en f 0,5 miljard aan ontvangsten. De financiële verantwoording van Defensie is opgebouwd uit twee delen: de rekening met een algemene en een artikelsgewijze toelichting inclusief de verantwoording van de agentschappen en de saldibalans met een toelichting.

In deze algemene toelichting wordt, na de leeswijzer, samenvattend en in hoofdlijnen ingegaan op de beleidsprioriteiten gevechtskracht/overhead en vredesoperaties, het realisatiebeeld, een aantal bedrijfsvoerings-aspecten en tenslotte, naast het actieplan «Professioneel inkopen en uitbesteden», andere thema's die in 1999 extra aandacht hebben gekregen.

In de artikelsgewijze toelichting worden de realisatiecijfers vergeleken met de begrotingsramingen. Dit gebeurt op het niveau van beleidsterrein, begrotingsartikel en begrotingsressort. Vervolgens volgen de rekeningcijfers van de agentschappen en de financiële verantwoording sluit af met een drietal bijlagen: een nadere toelichting bij de gerealiseerde bijdragen aan en inzet bij vredesoperaties, een overzicht van afgeronde onderzoeken (audits) en een afkortingenlijst.

2. Leeswijzer

a. Versnelling

In de begroting 1998 is melding gemaakt van de uit het verbeterd economisch beheer voortgevloeide nieuwe begrotingsindeling, waarbij de bedrijfsvoeringsbudgetten in de begrotingsartikelen «Personeel en materieel» zichtbaar worden gemaakt terwijl alle investeringen per beleidsterrein op één begrotingsartikel «Investeringen groot materieel en infrastructuur» worden geraamd.

In de Financiële verantwoording 1998 is derhalve voor het eerst verantwoording afgelegd over de gekantelde begroting. Door aanpassing van de interne tijdschema's was het tevens mogelijk eerder dan gebruikelijk, namelijk 6 april 1999, de Financiële verantwoording en slotwet 1998 aan het ministerie van Financiën aan te bieden.

Teneinde aan de regelgeving van vorengenoemd ministerie, ingegeven door de wens van de Tweede Kamer om de verantwoordingen, de slotwetten en de Rijksrekening op de derde woensdag van mei in ontvangst te nemen, te kunnen voldoen, heeft verdere aanscherping van de interne procedures plaatsgevonden zodat wat de verantwoording en de slotwet 1999 betreft voldaan kan worden aan de gestelde indieningstermijn van 15 maart 2000.

b. Norm bij het verklaren van verschillen

Voor het toelichten van verschillen tussen begroting en realisatie op het niveau van de artikelonderdelen zijn de volgende normen gehanteerd:

Norm bij het verklaren van verschillen
Voor begrotingsbedragenVerschillen
tot f 25 miljoen> 20% en minimaal f 1 miljoen
vanaf f 25 miljoen> f 5 miljoen

De normkeuze houdt in dat alleen verschillen die de aangegeven (absolute of relatieve) omvang te boven gaan worden toegelicht. Om redenen van beleidsrelevantie zijn in enkele gevallen ook kleinere verschillen toegelicht.

c. Verwijzingen naar suppletore begrotingen 1999

Tijdens de uitvoering van de begroting 1999 is de Tweede Kamer al voor het merendeel van de mutaties geïnformeerd door middel van een tweetal suppletore begrotingen over 1999. Voor een meer uitvoerige toelichting op de gerealiseerde verschillen wordt verwezen naar de memorie van toelichting bij deze begrotingen:

– eerste suppletore begrotingswijziging (samenhangende met de Voorjaarsnota): Wet van 8 juli 1999, Stb. 319;

– tweede suppletore begrotingswijziging (samenhangende met de Najaarsnota): Wet van 20 januari 2000, Stb. 65;

Daarnaast wordt verwezen naar het derde suppletore begrotingswijzigingsvoorstel (Slotwet) (Kamerstuk II, .. ..., X, 1999–2000).

3. Beleidsprioriteiten (Motie Melkert/Werkgroep Van Zijl)

a. Gevechtskracht/overhead

In vervolg op het Algemeen Overleg met de Vaste Commissie voor Defensie op 15 september 1999 over de financiële verantwoording 1998 en naar aanleiding van uw brief van 21 december 1999 heb ik u (met respectievelijk briefnummers F99006821 d.d. 12 november 1999 en F2000000501 van 31 januari 2000) geïnformeerd over de voorgenomen ontwikkelingen in het kader van het streven om te komen tot een beleidsbegroting en een beleidsverantwoording. Deze ontwikkeling loopt parallel met het streven naar een meer bedrijfsmatige aansturing van de defensieorganisatie, waarin doelstellingen en kengetallen voor sturing, beheersing toezicht en verantwoording in toenemende mate van belang zullen worden.

Zoals aangegeven zal de gevechtskracht worden vertaald naar «doelstellingen van operationele gereedheid». In de begroting 2000 is daartoe een eerste aanzet op ressortniveau gegeven. In de verantwoording over het jaar 2000 zal de realisatie van deze doelstellingen worden opgenomen.

In de Defensiebegroting 2001 dient ook het ondersteunende veld met behulp van meetbare doelstellingen te zijn verwoord. In de Defensiebegroting 2003 dient de eindsituatie te zijn bereikt en maken doelstellingen en prestatie-indicatoren/kengetallen deel uit van de bedrijfsvoering.

b. Vredesoperaties

Ten laste van het artikel 08.02 worden de uitgaven ten behoeve van vredesoperaties verantwoord. Deze uitgaven betreffen het Nederlandse aandeel (1,62 %) in de kosten van VN-operaties (contributies) en de additionele uitgaven die het gevolg zijn van de deelname van de Nederlandse krijgsmacht aan vredesoperaties.

Bij de opstelling van de ontwerpbegroting 1999 is uitgegaan van een beperkt aantal vredesoperaties. De totale voorziening voor additionele uitgaven ten behoeve van vredesoperaties en de VN-contributies bedroeg op dat moment f 270,4 miljoen. Naar aanleiding van de intensivering van de Nederlandse inzet in de Balkan zijn, naast een bedrag uit de eindejaarsmarge 1998 van f 7,5 miljoen, bedragen van respectievelijk f 50 en f 150 miljoen aan het budget toegevoegd. Deze mutaties brachten het niveau van de voorziening voor vredesoperaties in 1999 op een totaal van f 477,9 miljoen. Van deze voorziening is f 456,4 miljoen daadwerkelijk uitgegeven.

In de bijlage «De wijze en de mate van inzet bij de crisisbeheersings-, vredes- en humanitaire (CVH) operaties», wordt mede op uw verzoek, nader in detail ingegaan op de diverse operaties.

4. Het totale realisatiebeeld

In de onderstaande tabel, naar beleidsterreinen ingedeeld, is de realisatie 1999 (incl. HgIS) afgezet tegen de geautoriseerde begroting 1999. Voor een goed vergelijk zijn ook de realisatiecijfers van 1997 en 1998 opgenomen:

Uitgaven (bedragen x f 1000,–)Realisatie 1997Realisatie 1998Autorisatie-begroting 1999Realisatie 1999Verschil tussen autorisatie-begroting 1999 en realisatie 1999
  (1)(2)(3)(4) (5)=(3)-(4)
      AbsoluutRelatief
01Algemeen652 134681 871794 221760 355– 33 866– 4,3%
02Pensioenen en uitkeringen1 822 7441 690 2901 658 0701 809 471151 4019,1%
03Koninklijke marine2 663 4062 783 3612 941 3243 046 081104 7573,6%
04Koninklijke landmacht4 380 5554 313 0394 711 0364 738 78227 7460,6%
05Koninklijke luchtmacht2 794 4002 933 1122 388 4052 697 395308 99012,9%
06Koninklijke marechaussee461 570475 247501 230512 60211 3722,3%
08Multi-service projecten en activiteiten706 069623 641692 787932 031239 24434,5%
09Defensie Interservice Commando427 690488 029453 236498 43445 19810,0%
Totaal13 908 56813 988 59014 140 30914 995 151854 8426,0%

Ten opzichte van de autorisatiebegroting 1999 is per saldo ongeveer f 854,8 miljoen aan het Defensiebudget toegevoegd waarvan f 413,6 miljoen voor loon- en prijsbijstelling.

Voorts betreft het onder andere een hogere opbrengst van verkopen via de Dienst der Domeinen van het ministerie van Financiën (f 53,7 miljoen), de opvoering in dit jaar van de intertemporele compensatie en de eindejaarsmarge uit 1998 (f 292,1 miljoen), de uitgavenbijstelling in verband met de activiteiten in Kosovo (f 200 miljoen), de uitbreiding van de doelgroep veteranen die in aanmerking komt voor een uitkering van f 1 000, (f 20,5 miljoen), de uitbreiding van de aanmeldcentra asielzoekers (f 4,0 miljoen) en de invoering van de Euro (f 2,1 miljoen, zijnde 50% van de door Defensie geraamde uitgaven).

Hier tegenover staan budgetverlagingen van f 169,0 miljoen. Hiervan heeft f 150 miljoen betrekking op het Defensieaandeel in de Voorjaarsnotaproblematiek. Een bedrag van f 11,3 miljoen heeft betrekking op lagere (met de uitgaven verrekenbare) ontvangsten. In verband met onderlinge dienstverlening is een bedrag van f 7,7 miljoen overgeheveld naar andere ministeries.

Resteert een overschrijding van f 17,0 miljoen (excl. HgIS), hetgeen, conform de regels van de budgetdiscipline, ten laste van het budget 2000 gecompenseerd zal worden.

Naast de hiervoor aangegeven meer- en minderuitgaven op het totale defensieniveau zijn budgetherschikkingen tussen de beleidsterreinen doorgevoerd die een neutraal effect hebben op de hoogte van het defensiebudget en die vooral verband houden met onderlinge dienstverleningen, overhevelingen van functies en kasgeldaanpassingen van diverse groot materieelprojecten waarbij noodzakelijke meeruitgaven op projecten worden gecompenseerd door (autonome) projectonderschrijdingen.

Een verdere toelichting op de verschillen tussen autorisatie en realisatie op begrotingsartikelniveau is in de artikelsgewijze toelichting opgenomen.

5. Bedrijfsvoering

a. Het veranderingsproces

Een meer transparante en doelgerichte werkwijze bij het ministerie van Defensie is het doel van het veranderingsproces. De Kamer is hierover uitvoerig ingelicht (Kamerstukken II, 26 237, nr. 3). In de op 29 november 1999 verschenen Defensienota 2000 wordt de volledige uitvoering vóór 2003 van de in het kader van het Veranderingsproces Defensie aangekondigde maatregelen aangemerkt als één van de veranderdoelstellingen voor het functioneren van de defensieorganisatie. In 1999 is een begin gemaakt met de uitvoering van de desbetreffende maatregelen. Een speciale (hoogambtelijke) begeleidingsgroep is belast met de verdere uitwerking van en het bewaken van de samenhang tussen de genomen maatregelen. De effecten dienen hun beslag te krijgen over de volle breedte van de organisatie. Een onderdeel van de werkzaamheden vormt de verbetering van de werkwijze van het kerndepartement en de bestuursondersteunende staven van de krijgsmachtdelen, waarmee eind 1999 een begin is gemaakt. Dit moet in 2000 leiden tot een plan met concrete activiteiten.

In 1999 is een actief begin gemaakt met de uitvoering van de maatregelen in het kader van het veranderingsproces. De bevelhebbers – als verantwoordelijke lijnfunctionarissen – maken deel uit van het Politieke beraad (PB). Dit betekent dat zowel de verantwoordelijke functionarissen voor de beleidsontwikkeling als die voor de beleidsuitvoering deel uitmaken van dit beraad, waardoor een goede communicatie is verzekerd. De onderscheiden (afgeleide) verantwoordelijkheden binnen het lijn-staf model zijn verhelderd. Voor een goede controle op de uitvoering van de door de bewindslieden in het PB genomen besluiten zijn de – in 1999 geïntroduceerde – toprapportages van groot belang. Periodiek rapporteren de bevelhebbers, de Secretaris-Generaal, de commandant Dico en de CDS (voor vredesoperaties) over de taakuitvoering, de operationele gereedheid, de bedrijfsvoering en actuele thema's. De toprapportages zijn hiermee een belangrijk instrument voor het afleggen van verantwoording door de topfunctionarissen. Een groot voordeel hiervan is dat de problemen bij de (decentrale) uitvoerende organisaties aan de top zichtbaar worden, hetgeen de samenhang in de organisatie vergroot. Thans wordt gewerkt aan de verdere ontwikkeling van de toprapportages als sturingsinstrument en de vertaling van het beleid in doelstellingen. De veranderdoelstellingen in de DN2000 zijn hiervan een voorbeeld. In het kader van de verbetering van de informatievoorziening is ook de herinrichting van de ICT-infrastructuur van belang.

Aan een betere externe communicatie is hard gewerkt, hetgeen, onder andere, heeft geresulteerd in een nieuwe huisstijl voor het kerndepartement en een nieuwe internet-site voor Defensie. Ook de verbetering van de interne informatie- en nieuwsvoorziening staat hoog op de agenda. Het slagen van het veranderingsproces in termen van het scheppen van een breed draagvlak, bij voorbeeld, is sterk afhankelijk van een goede communicatie terzake. De maatregelen en het draaiboek van het Crisis onderzoeksteam van de Universiteit van Leiden over het slagvaardiger omgaan met bijzondere gebeurtenissen worden geïmplementeerd. In een Aanwijzing-CDS is het raamwerk voor de afhandeling van vredesoperaties vastgelegd. De planningscapaciteit van het Defensie Crisisbeheersingscentrum is uitgebreid en de evaluatie van crisisbeheersingsoperaties gebeurt voortaan door multidisciplinair samengestelde teams. De maatregelen ter verbetering van de mobiliteit van het personeel zullen begin 2000 van kracht worden. Al deze maatregelen en activiteiten dragen bij aan een andere werkwijze en een betere interne en externe communicatie zodat Defensie haar taken op een kwalitatief hoger niveau kan uitvoeren.

b. Beleid Bedrijfsvoering Defensie (BBD 2000)

Zowel in de financiële verantwoording over 1998 als in de begroting 2000 is de Tweede Kamer uitgebreid ingelicht over het bedrijfsvoeringsbeleid. De invoering van dit beleid geschiedt aan de hand van negen implementatiedoelstellingen. Aan de doelstellingen die in het lopende begrotingsjaar moeten worden gerealiseerd (mandatering van bevoegdheden, transparantie van doelstellingen, transparantie van doelbereiking, inrichting van de auditfunctie) wordt met voortvarendheid gewerkt. Naar het zich nu laat aanzien ligt de realisatie hiervan op schema. In de begroting 2000 is toegezegd dat de Tweede Kamer in de nu voorliggende verantwoording nader wordt ingelicht over de doelstelling integrale kwaliteitszorg. Deze doelstelling moest er toe leiden dat de RVE'n vóór eind 1999 plannen hadden opgesteld ter verbetering van de kwaliteit van hun interne bedrijfsvoering. Deze plannen worden opgesteld op basis van een diagnose, ook wel positiebepaling genoemd. Deze doelstelling is inmiddels op veel plaatsen in de Defensieorganisatie gerealiseerd. Een uitzondering vormen organisatieonderdelen die in verband met lopende reorganisaties nog niet aan deze positiebepaling zijn toegekomen.

Het begrip kwaliteitszorg is veelomvattender dan op het eerste gezicht lijkt. Het gaat bij kwaliteitszorg niet alleen om het leveren van een kwalitatief hoogwaardig product (resultaat) maar ook om de zekerstelling dat het product op langere termijn kwalitatief hoogwaardig blijft. De aandacht gaat daarom uit naar meerdere aspecten, zoals waardering van de omgeving, de afnemers, de leveranciers en het personeel, alsmede leiderschap, personeels- en middelenmanagement, beleid en strategie en tot slot de samenhang hierin via het management van processen. De positiebepaling, zijnde een kritische doorlichting van de gehele bedrijfsvoering, is een aanzet tot een verbeterproces dat zich uitstrekt over meerdere jaren. Hiermee wordt de aandacht voor kwaliteit (in de meest brede zin) in de organisatie gewaarborgd.

c. Informatievoorziening

De activiteiten op het gebied van de geautomatiseerde informatievoorziening hebben zich in 1999 vooral gericht op de verwezenlijking van drie doelstellingen:

a. Het geven van een aanzet tot het verwerven van systemen (of een pakket) ten behoeve van de integrale informatievoorziening van decentrale commandanten van materieel-logistieke organisaties, waarmee tevens kan worden voldaan aan de informatiebehoefte van de ambtelijke en politieke leiding. Naar verwachting zullen hiervoor midden 2000 concrete voorstellen worden gedaan.

b. Het standaardiseren van de ICT-infrastructuur door middel van het Defensiebreed implementeren van het LAN-2000. Hierbij is eind 1999 vertraging ontstaan, omdat prioriteit is gegeven aan de oplossing van het millenniumprobleem.

c. Ter verbetering van de beheersing van de uitgaven voor de geautomatiseerde informatievoorziening is het instrument programmamanagement ingevoerd. Dit moet er voor zorgen dat in principe alleen producten worden verworven die bij meerdere beleidsterreinen toepasbaar zijn. De beschikbare financiële middelen kunnen hierdoor doelmatiger worden besteed. Bovendien versterkt het de interoperabiliteit en transparantie binnen de organisatie.

d. Prestatie-indicatoren en kengetallen.

De inspanningen van Defensie om te komen tot een volwaardig systeem van doelstellingen en kengetallen worden gecoördineerd binnen het project «Doelstellingen en kengetallen» dat voor de begroting 2003 dient te zijn afgerond. De basis van een goed functionerend systeem van kengetallen is het hebben van concreet en meetbaar geformuleerde doelstellingen voor de output van Defensie en Defensie-onderdelen. Hiermee wordt het mogelijk om, met behulp van kengetallen, de doelrealisatie te monitoren en hierover te rapporteren. Afwijkingen, die met behulp van kengetallen worden gesignaleerd, kunnen aanleiding geven tot het uitvoeren van aanvullend onderzoek of het bijsturen van het beleid. De doelstellingen voor de operationele onderdelen van Defensie zijn gereed en opgenomen in de begroting 2000. Het systeem voor de bijbehorende kengetallen is gereed en wordt op dit moment met data gevuld. Op de opzet en werking van het systeem van kengetallen zal in de begroting 2001 worden teruggekomen. Aan de doelstellingen en bijbehorende kengetallen voor de ondersteunende eenheden wordt momenteel gewerkt.

e. Evaluaties en audits.

De resultaten van de in 1999 uitgevoerde audits en beleidsevaluaties zijn opgenomen in bijlage 2. De uitgevoerde bedrijfsvoeringsonderzoeken en beleidsevaluaties maakten onderdeel uit van het Auditplan Defensie, dat is gebaseerd op een uitgevoerde defensiebrede risico-analyse. Deze risicobenadering stelt Defensie in staat om de aanwezige auditcapaciteit in te zetten op de voor defensie meest risicovolle bedrijfsvoerings- en beleidsprocessen en de periodieke evaluatie van alle processen te bewaken. In 1999 is een review uitgevoerd naar de organisatie van de decentrale auditfuncties en de kwaliteit van de decentraal uitgevoerde bedrijfsvoeringsonderzoeken en beleidsevaluaties. Uit de reviews kwam naar voren dat de decentrale auditfuncties, door een juiste organisatie en de kwaliteit van de gestelde auditplannen en uitgevoerde onderzoeken, een bijdrage leveren aan de beheersing en verbetering van de decentrale bedrijfsvoering en aanvullende zekerheid verschaffen over de risico's verbonden aan de normale bedrijfsvoering bij Defensie.

f. Financieel beheer

1. Betalingsverkeer

Naar aanleiding van een door het ministerie van Financiën gehouden beleidsevaluatie naar het betalingsverkeer van de Rijksoverheid is in 1999 besloten om tot Europese aanbesteding van het bankverkeer van de gehele Rijksoverheid over te gaan. Het binnenlands en buitenlands bankverkeer van Defensie zijn daarbij separaat aanbesteed en in beide gevallen is de opdracht gegund aan RABO-Bank International.

Met de overgang naar de nieuwe huisbankier per 1 december 1999 zijn binnen Defensie aanvullende regels gesteld die zien op een efficiënt en beheersbaar betalingsverkeer. Een belangrijke doelstelling voor Defensie is om het contant geldverkeer terug te dringen. Regels zijn gesteld voor het gebruik van bankrekeningen door defensie-onderdelen; het centraal toezicht op het gebruik van creditcards is geïntensiveerd; de regels voor het verrekenen met andere overheidsdiensten en tussen defensie-onderdelen zijn aangescherpt en proeven worden genomen voor het op termijn invoeren van electronic banking en elektronisch betalen (pinnen en chippen).

2. Verbeterplannen financieel beheer

Voor het continu verbeteren van de kwaliteit van het financieel beheer geldt het Verbeterplan Financieel Beheer Defensie waarvan de beleidsterreinspecifieke en defensiebrede actiepunten periodiek worden geactualiseerd. Met de genomen acties is het financieel beheer in 1999 op orde gehouden. Door de omvang en complexiteit van sommige verbeterpunten, in samenhang met de beschikbare capaciteit en de schaarste aan financieel economisch personeel, moest ook in het jaar 1999 onverminderde aandacht aan de verbeterplannen worden geschonken. Voor het jaar 2000 is het streven gericht op het vaststellen van een beperkt aantal belangrijke verbeterpunten die ook in het jaar 2000 tot afronding kunnen komen.

Ten aanzien van de defensiebrede verbeterplannen zijn in 1999 belangrijke stappen gezet naar het uitgeven van een Handboek Financieel Beheer en het herstructureren van interne financieel-economische (FEZ-)opleidingen en het inrichten van een Trainees Interservice Projectenpool.

– Het Handboek moet het gebruik van de bestaande regelgeving op een gebruikersvriendelijke wijze voor alle defensie-onderdelen toegankelijk maken. Een testversie van een deel van het Handboek (het deelproces betalen) is via defensie-intranetten van de centrale organisatie en sommige andere beleidsterreinen beschikbaar gesteld aan een grote groep van gebruikers.

– Met het opnieuw vorm geven van interne FEZ-opleidingen wordt een kwaliteitsverbeterende impuls gegeven aan het potentieel van FEZ-medewerkers. Eind 1999 is een separate FEZ-opleidingsgroep (een formatie van vijf functies) ingericht die voor geheel Defensie de FEZ-opleidingen gaat verzorgen. Het streven is er op gericht de eerste cursussen medio 2000 te starten.

– Om de instroom van jong personeel te bevorderen is een Trainees Interservice Projectenpool (of kortweg TRIP) ingericht waarvan de projectorganisatie in Defensiebeheer wordt gehouden. Eind maart 1999 is de aftrap voor de eerste FEZ-projectenpool HBO/WO gegeven. In september 1999 is de FEZ-projectenpool MBO van start gegaan. Invulling wordt ook gegeven aan een verwervingspool, een organisatie/informatiepool en een ICT-pool. Andere maatwerkpools voor beleidsterreinen worden bezien op uitvoerbaarheid.

g. Rechtmatigheidsonderzoek 1998 van de Algemene Rekenkamer (Kamerstukken II, 26 627, nrs. 1–2)

Ten aanzien van de financiële verantwoording over 1998 stelde de Rekenkamer vast dat:

– de verantwoording in het algemeen een deugdelijke weergave is van de uitkomsten van het financieel beheer en is opgesteld volgens de voorschriften,

– de financiële verantwoordingen van de agentschappen Defensie Telematica Organisatie en de Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen aan de eisen voldoen.

De Rekenkamer stelde in het Rapport bij de Financiële Verantwoording 1998 ten aanzien van het financieel beheer, het materieelbeheer, de administratieve organisatie en de financiële functie nog tekortkomingen vast, doch zij zag af van een bezwaaronderzoek omdat zij op grond van de strakke monitoring van de verbeterprogramma's verwachtte dat het financieel beheer in opzet en werking in de loop van 1999 zou verbeteren.

In 1998 werden op grond van de bevindingen in het Rapport bij de Financiële Verantwoording 1997 bij de Koninklijke landmacht en het Defensie Interservice Commando bezwaaronderzoeken gestart. De door deze diensten opgestelde verbeterplannen werden door de Rekenkamer gevolgd. De Rekenkamer constateerde dat beide diensten veel werk hadden verzet en dat de verbeteroperatie met betrekking tot de werking van het financieel beheer haar eerste vruchten begon af te werpen. Op grond van deze positieve ontwikkelingen en het vertrouwen dat de Rekenkamer heeft in het vervolg van het verbeterproces heeft zij geen bezwaar gemaakt tegen het gevoerde financieel beheer bij de desbetreffende onderdelen.

h. Financiële informatiesystemen

Met behulp van de geïntegreerde verplichtingen-, kas- en kosten administratie wordt, door middel van standaard functies, voor geheel Defensie de bedrijfsvoering op financieel-economisch gebied in voldoende mate ondersteund.

De ontwikkelingen op het gebied van bedrijfsvoering bij Defensie, maar ook in het kader van de aansturing van departementen, zoals het VBTB alsmede de motie Melkert/Werkgroep Van Zijl, nopen ertoe om de geautomatiseerde financiële functies te integreren met de geautomatiseerde operationele, personele en logistieke functies. Immers, alleen met behulp van een concept van integrale informatievoorziening kunnen de aangehaalde ontwikkelingen in voldoende mate worden ondersteund.

6. Millennium

Het doel van de aanpak van de millenniumproblematiek bij Defensie was er voor te zorgen dat voor 1 januari 2000 alle vitale en zo veel mogelijk niet-vitale objecten met een millenniumprobleem werden gecorrigeerd en de noodzakelijke functionaliteiten met behulp van noodprocedures waren zeker gesteld.

Defensie is, zoals alle departementen, in 1997 begonnen met het inventariseren, analyseren, definiëren van de oplossing, het zonodig repareren of vervangen van alle mogelijke millenniumgevoelige objecten, alsmede het testen van de gekozen oplossing. Deze aanpak kan worden gekenschetst als een puur technische benadering. Mede gelet op het grote aantal geïdentificeerde (vitale en niet-vitale) objecten binnen Defensie (meer dan 200 000) was dit een moeilijk te besturen proces.

Medio 1998 heeft het Kabinet gekozen voor een procesgerichte benadering van de aanpak van het millenniumprobleem, waarbij de cruciale maatschappelijke diensten, crisisbeheersingsoperaties en overige belangrijke activiteiten en processen binnen Defensie de hoogste prioriteit hebben gekregen. Defensie heeft met behulp van het beschikbare analyse- en testinstrumentarium de hierbij betrokken systemen doorgelicht. Daaruit is gebleken dat een groot aantal millenniumgerelateerde problemen moest worden verholpen. Dit is gebeurd. Ondanks het systematisch inventariseren, analyseren en eventueel repareren cq. vervangen van soft- en hardware en het aansluitend testen van de gekozen oplossing, kon niet met volledige zekerheid worden gegarandeerd dat daadwerkelijk op 1 januari 2000 alle vitale maatschappelijke processen, producten en diensten zouden functioneren. Daarom zijn aanvullende maatregelen getroffen (contingencyplannen).

Er hebben zich binnen Defensie geen verstoringen van enige betekenis voorgedaan. Door het uitvoeren van uitgebreide testen, direct na de jaarwisseling, was ook zeer snel duidelijk dat de taken van Defensie uitgevoerd konden en kunnen worden. De continuïteit van de taakuitvoering van Defensie is derhalve niet in het geding geweest.

Bij incidentele verstoringen, die overigens niet van enige betekenis waren, zijn de daartoe geschreven contingencyplannen direct en zonder enige problemen in werking getreden. Hiervan is maximaal 24 uur gebruik gemaakt.

Voor Defensie waren de kosten voor de aanpak van de millenniumproblematiek oorspronkelijk geraamd op f 635 miljoen. Vooralsnog bedragen de expliciet aan het project toe te rekenen kosten voor de aanpak van de millenniumproblematiek (het analysetraject, het oplossingstraject, het contingencytraject, de projectorganisatie etc.) ongeveer f 550 miljoen.

7. Invoering Euro

De invoering van de euro geschiedt conform het in 1999 vastgestelde Draaiboek Euro Ministerie van Defensie, opgesteld door de Projectgroep Euro Defensie. Dit draaiboek ondersteunt de coördinatie van aanpassingen in de door het ministerie van Financiën gedefinieerde aandachtsgebieden. Het draaiboek is met het ministerie van Financiën, als coördinerend ministerie voor de invoering van de euro bij de Rijksoverheid, afgestemd. Alle beleidsterreinen hebben inmiddels een plan van aanpak ten behoeve van de invoering van de euro opgesteld. In 1999 zijn audits voorbereid naar de «sturing en beheersing van het europroject» en naar de «inventarisaties».

Defensie heeft in 1999 de planning- en analysefase grotendeels afgerond, zoals vermeld in de zesde Voortgangsrapportage van de Minister van Financiën. Defensie heeft gekozen voor een centrale sturing vanuit het functiegebied Directoraat-Generaal Economie en Financiën en een decentrale uitvoering door de beleidsterreinen.

In 1999 is binnen Defensie een aanzet gegeven tot de operationalisering van een euro-intranetsite, zodat Defensiemedewerkers deze kunnen raadplegen.

EURORAMINGEN EN REALISATIE DOOR HET MINISTERIE VAN DEFENSIE

Bedragen x NLG 1000,–

 Raming*Realisatie
1. Personele en materiële uitgaven1 345467
2. Wet- en regelgeving00
3. Automatisering2 858553
4. Voorlichting7130
5. Overige kosten00
Totaal4 2741 050

* conform raming Draaiboek Euro Defensie

Algemene toelichting 1

Het betreft hier uitgaven voor externe inhuur ten behoeve van de voorbereiding van de auditfunctie.

De audits waren oorspronkelijk ultimo 1999 voorzien, doch zijn begin 2000 uitgevoerd.

Algemene toelichting 2

De wijziging van wetgeving waarvoor Defensie verantwoordelijk is brengt geen extra uitgaven met zich mee. Inventarisatie van interne regelgeving geeft aan dat aanpassing van de regelgeving wel extra drukkosten met zich mee brengt. In 1999 zijn hiervoor geen uitgaven gedaan.

Algemene toelichting 3

De meeste extra uitgaven hebben betrekking op inhuur van automatiseringsdeskundigen van het Agentschap Defensie Telematica Organisatie. In verband met het millenniumproject worden oorspronkelijk in 1999 voorziene activiteiten in 2000 uitgevoerd.

Algemene toelichting 4

Defensie heeft een voorlichtingsplan opgesteld ten behoeve van de invoering van de euro. De uitgaven hebben betrekking op voorlichting aan het personeel.

8. Misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O)

M&O-beleid. Het beleid ter voorkoming en bestrijding van Misbruik en Oneigenlijk gebruik (M&O) is een onderdeel van het bij Defensie gevoerde financieel beheer. Dit beleid is binnen Defensie vastgelegd in het controlebeleid, vastgesteld door de Directeur-Generaal Economie en Financiën (DGE&F). Evaluatie van dit beleid vindt periodiek plaats. Daarnaast is het controlebeleid met betrekking tot subsidies en bijdragen vastgelegd in de Interimregeling Subsidies Defensie, gepubliceerd in de Staatscourant nr. 38 d.d. 24 februari 1993.

Bij de arbeidsvoorwaardelijke regelingen is het controlebeleid gericht op verificatie – waar mogelijk aan de hand van originele bewijsstukken – van door belanghebbenden verstrekte gegevens.

Ten behoeve van de controle op neveninkomsten in het kader van anticumulatie-bepalingen wordt gebruik gemaakt van inkomensgegevens van de Belastingdienst.

Voor wat betreft de militaire pensioenen vindt controle op in leven zijn van rechthebbenden plaats aan de hand van gegevens, afkomstig van de Gemeentelijke Bevolkings-Administratie (GBA), dan wel door middel van het opvragen van attestaties de vita.

Bij de regelingen voor vergoeding van ziektekosten worden de rechten van medebelanghebbende gezinsleden periodiek gecontroleerd, ondermeer aan de hand van op te vragen afschriften van verzekeringspolissen en dergelijke. Met betrekking tot de burger-medewerkers is in 1999 tijdens de steekproef extra aandacht geschonken aan de controle op meeverzekerde kinderen tussen 16 en 27 jaar. Voor wat betreft de controle op het medeverzekerd zijn van gezinsleden van militairen is in 1999 aangevangen met een integrale controle.

Definitieve afrekening van subsidies en bijdragen vindt plaats aan de hand van jaarverslagen die zijn voorzien van een accountantsverklaring betreffende de naleving van de subsidievoorwaarden.

Bij de Koninklijke landmacht is in de maanden januari/februari 1999 een rapport van bevindingen opgesteld omtrent het misbruik en oneigenlijk gebruik van financiële regelingen Koninklijke landmacht. De uitkomst van dit onderzoek heeft niet geleid tot aanpassing van controlemaatregelen en regelgeving.

M&O-gevoelige uitgaven en ontvangsten. Er is sprake van M&O-gevoeligheid zodra de aanspraak op een uitkering of subsidie, de verplichting om een heffing te betalen en/of de hoogte van de uitkering, subsidie of heffing afhankelijk is van gegevens die door een derde of andere belanghebbenden zelf verstrekt moeten worden.

De M&O-gevoelige uitgaven en ontvangsten en het daarmee gemoeide financiële belang betroffen in 1999:

a. Postactieve uitkeringen militair en burgerpersoneel, uitgevoerd door de Stichting Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en Onderwijs (USZO) (f 979,163 miljoen);

b. Militaire pensioenen (f 697,373 miljoen);

c. Veteranenuitkering (f 41,368 miljoen);

d. Interimbesluit Ziektekosten Burger Ambtenaren Defensie (IZBAD) (f 102,5 miljoen);

e. Ziektekostenverzekering militairen (f 59,921 miljoen)

f. Toelagen en toeslagen voor artsen, apothekers en dergelijke (f 6,6 miljoen);

g. Kinderopvang (f 5,757 miljoen);

h. Subsidies en bijdragen (f 143,836 miljoen);

i. Royalties bij projecten van de Commissie Ontwikkeling Defensie-materieel (CODEMA) (f 4,3 miljoen).

Voor bovenstaande regelingen geldt dat gezien het financiële belang en/of het gevoerde controlebeleid geen sprake kan zijn van resterende onzekerheden van materieel belang met betrekking tot de rechtmatigheid van de daarmee samenhangende uitgaven en ontvangsten.

9. Actieplan professioneel inkopen en uitbesteden

Eind 1999 is het actieplan «Professioneel inkopen en uitbesteden» aangeboden aan de Tweede Kamer. Over 1999 kan qua invulling derhalve van het actieplan op zich slechts beperkt worden gerapporteerd. Een uitgebreide jaarlijkse verantwoordingsrapportage zal eerst over het jaar 2000 mogelijk zijn.

Hieronder worden de zeven actiestappen weergegeven, zoals die in het actieplan staan vermeld. Het gaat hierbij in beginsel om informatie betrekking hebbend op 1999.

Stap 1. Binnen Defensie is de plaatsvervangend Secretaris-Generaal aangewezen als degene die verantwoordelijk is voor de uitvoering van het actieplan. Het Directoraat-Generaal Materieel (DGM) voert de dagelijkse activiteiten uit.

Stap 2. Inventarisatie van de inkoop/aanbestedingen vindt jaarlijks plaats via het jaaroverzicht materieelbeleid. Procedures/beleidsaanwijzingen zijn vastgelegd in de beleidsbundel DGM. Overige acties zullen met ingang van het jaar 2000 worden uitgewerkt in overleg met de andere betrokken departementen.

Stap 3. Analyse van de inkoopportefeuille op kernactiviteiten en mogelijkheden tot verdergaande uitbesteding vindt op verschillende wijzen plaats. Binnen het DMP-proces is voorzien in het per project afwegen van de mogelijkheden tot uitbesteden.

Daarnaast vindt via het traject van de Competitieve Dienstverlening (CDV), in 1999 opgestart, een afweging plaats die de komende jaren zijn beslag zal krijgen. Overigens zijn de afgelopen jaren al de nodige activiteiten uitbesteed.

Stap 4. Defensie werkt conform vigerende aanbestedingsregels. Regelgeving is via DGM-aanwijzingen bekendgesteld en specifiek ter ondersteuning van Europese aanbestedingen is een vraagbaak uitgegeven, die ook in elektronische vorm beschikbaar is gesteld.

Stap 5. Nader zal nog worden bezien welke voorwaarden nodig zijn in de organisatie en de ondersteuning met nieuwe informatie- en communicatietechnologie, met name op het gebied van e-commerce. De huidige opleidingseisen zullen worden getoetst.

Stap 6. De coördinatie tussen de departementen wordt in 2000 manifest. Het ministerie van Economische Zaken is het coördinerende ministerie voor dit actieplan.

Stap 7. Met het bovenstaande wordt invulling gegeven aan het rapportage-vereiste. In de begroting nieuwe stijl wordt ook ingegaan op het actieplan/innovatief aanbesteden.

Met betrekking tot de vier stappen voor de rijksoverheid als geheel kunnen over het jaar 1999 geen concrete zaken worden genoemd. Toetsing of de in het actieplan vermelde ambities zijn gerealiseerd behoort eveneens nog niet tot de mogelijkheden.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING VERPLICHTINGEN EN UITGAVEN

01. Beleidsterrein Algemeen

Algemeen

Financieel beheer

Beleidsdoelstelling Centrale organisatie.

De Centrale organisatie (CO) omvat het Kerndepartement (KD) en de Militaire Inlichtingendienst (MID). Als beleidsdoelstelling ten aanzien van het financieel beheer bij de CO zijn een adequate inrichting, beschrijving en werking van de financiële functie geformuleerd.

Beheersmaatregelen.

In 1998 is gestart met de uitvoering van het verbeterplan financieel beheer voor de CO. In 1999 is een vervolg gegeven aan de aktiviteiten op dit punt. De op te leveren resultaten zijn:

– een besturingsmodel voor de CO;

– een handboek administratieve organisatie (AO) voor de CO, gericht op de planning en control;

– een concreet intern controle- en auditplan voor de CO;

– het afdoen van de bevindingen van de accountantsdienst (DEFAC) over 1998.

Stand van zaken.

Voor een aanzienlijk deel zijn deze activiteiten per eind 1999 met tastbare resultaten afgerond. Binnen de CO is het beheer van het budget verdeeld over een vijftiental budgethouders, die verantwoording afleggen aan de controller. Voor de beschrijving van de verdeling van taken en bevoegdheden is een besturingsmodel uitgewerkt dat op besluitvormend niveau is bekrachtigd en inmiddels is geïmplementeerd. Het besturingsmodel geeft de samenhang van de processen aan.

De AO van het financiële functiegebied is nu voor een belangrijk deel beschreven. De bevindingen ten aanzien van de CO worden schriftelijk gerapporteerd aan de lijnmanager (de plaatsvervangend secretaris-generaal), de controller en de betreffende budgethouder. In 2000 wordt een aanvang gemaakt met de toetsing van de implementatie van het besturingsmodel en de werking van de beschreven deelprocessen.

Teneinde het financieel beheer proces op een hoger niveau te brengen en te houden wordt de geboekte voortgang bij de afhandeling van door DEFAC geconstateerde tekortkomingen in het beheer stringent bewaakt. De controller brengt puntsgewijs periodiek verslag uit aan de plaatsvervangend secretaris-generaal, het Directoraat-Generaal Economie en Financiën en aan de Defensie Accountantsdienst (DEFAC).

Personeelsbeheer

Beleidsdoelstelling Centrale organisatie

Voor de periode 1996 tot en met 2000 is voor de CO een reductie van 25% vastgelegd op alle beleids- en beleidsondersteunende formatieplaatsen bij de CO en de Haagse staven. In totaal zullen uiteindelijk 102,5 vte'n zijn gereduceerd. Door een gelijkmatige verdeling over de jaren, komt dit neer op 20,5 vte'n per jaar. Naast die procentuele reductie, is bij de CO aan een drietal organisaties separate taakstellingen in het kader van verbetering van de doelmatigheid opgelegd. Dit betreft 5 vte'n bij de staf Inspecteur-Generaal der Krijgsmacht (IGK), de Directie Voorlichting (10 vte'n) en de DEFAC (28 vte'n).

Beheersmaatregelen

Jaarlijks worden de hoofden van dienst benaderd met het verzoek aan te geven welke formatieplaatsen in het volgende jaar uit de betreffende organisatie kunnen worden geschrapt. De voortgang van de reductie-operatie van de CO wordt gevolgd aan de hand van de formatieve- en de werkelijke sterkte. De ressorts KD en MID kennen ieder een eigen traject. Op basis van de huidige afspraken dient het KD ultimo 2000 haar (formatieve) taakstelling te hebben gerealiseerd. Voor de MID wordt in 2000 een uitgewerkt reorganisatieplan ingediend.

Stand van zaken

Het beeld ten aanzien van de personele bezetting van de CO in het afgelopen decennium is dat in 1990, vóór de reductie-operaties als gevolg van de Defensienota en de Prioriteitennota, de CO een omvang had van 4891 formatieplaatsen. Per eind 1999 zijn er daarvan 1055 gereduceerd en zijn er per saldo 2212 overgeheveld naar de krijgsmachtdelen en Dico. In dit laatstgenoemde saldo van afgestoten functies is verdisconteerd de overheveling naar de CO van enkele honderden functies door de centralisatie van de MID in de jaren 1996 en 1997.

Kerndepartement

Het proces verliep niet altijd pijnloos. De moeite die het kostte om formatieplaatsen aan te wijzen werd groter naarmate de reductie vorderde. Toch hebben de dienstleidingen over het algemeen aan de verplichtingen voldaan. Over 1999 moeten nog 5,5 formatieplaatsen worden aangewezen voor reductie. De reducties in het kader van de doelmatigheidsverbetering bij de DEFAC en de directie voorlichting zijn tijdig, in 1996 en 1998, gerealiseerd.

Militaire Inlichtingendienst

Voor de MID geldt een eigen reorganisatietraject. Recent is hiertoe het beleidsvoornemen reorganisatie van de MID uitgebracht. Dit stelt de kaders waarbinnen de reorganisatie vorm en inhoud zal krijgen. In de artikelsgewijze toelichting is aangegeven voor welke aantallen de afbouw in 1999 is gerealiseerd.

De formatie-omvang van de CO per 31 december 1999 beloopt 869 vte'n bij het KD en 710 vte'n bij de MID.

Materieelbeheer

Ten aanzien van het KD is een beheersprocedure in de administratieve organisatie van de directie facilitaire zaken (DFZ) vastgelegd. Twee keer per jaar vindt een voorraadinventarisatie plaats door de zorg van de directeur DFZ. Voor de MID is een beheersprotocol in bewerking. Inzake de beheersmaatregelen op het gebied van het materieel is voor de CO een risico-analyse uitgevoerd. Op basis van de uitkomsten daarvan is vervolgens een verbeterplan materieelbeheer CO opgesteld. Naar verwachting zullen alle facetten van dit plan in de loop van het jaar 2000 zijn geïmplementeerd.

Voor de oplossing van de archiefproblematiek bij de MID is in 1999 een pilot gestart die is gericht op het betrouwbaar in kaart brengen van archieven en het elektronisch ontsluiten ervan.

De werking van de in de AO vastgelegde beheersmaatregelen wordt in zogeheten workshops geëvalueerd. Dit geldt zowel voor de maatregelen op het gebied van financieel beheer als voor het materieelbeheer.

Realisatie

De totaal geraamde en gerealiseerde uitgaven van het beleidsterrein Algemeen voor het jaar 1999 zijn als volgt te specificeren:

Uitgaven (x f 1000,–)

OmschrijvingBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
01.20 Personeel en materieel:    
– Kerndepartement185 247221 11935 87219%
– Militaire Inlichtingen Dienst87 93795 4427 5059%
– Wachtgelden en inactiviteitswedden7 97910 0142 03526%
Totaal Personeel en materieel281 163326 57545 41216%
01.21 Subsidies en bijdragen129 803141 47411 6719%
01.22 Geheime uitgaven1 1001 030– 70– 6%
01.23 Internationale verplichtingen146 522152 0095 4874%
01.24 Garanties000
01.25 Milieumaatregelen19 3609 786– 9 574– 49%
01.26 Technologie-ontwikkeling31 00434 9623 95813%
01.27 Loonbijstelling49 2790– 49 279– 100%
01.28 Prijsbijstelling000
01.29 Overige departementale uitgaven135 99094 519– 41 471– 30%
Totaal uitgaven Algemeen794 221760 355– 33 866– 4%

Toelichting

De verschillen worden naar oorzaak bij de realisatiecijfers van de uitgavenbegrotingsartikelen toegelicht.

01.20 Personeel en materieel

In dit artikel zijn de uitgaven opgenomen die nodig zijn voor het functioneren van het ambtelijk apparaat van de ressorts Kerndepartement (KD) en de Militaire Inlichtingendienst (MID).

Het artikel bevat onder meer de volgende componenten:

– loonkosten en overige tot het loon te rekenen kosten van de bewindslieden, het ambtelijk burgerpersoneel en het militair personeel dat bij het KD en bij de MID is geplaatst;

– overige personele uitgaven;

– materiële uitgaven;

– wachtgelden en de daarmee samenhangende uitvoeringskosten USZO.

Omschrijving (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen   Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
01.20 Personeel en materieel        
– Kerndepartement185 247230 68145 43425%185 247221 11935 87219%
– Militaire Inlichtingen Dienst87 01678 435– 8 581– 10%87 93795 4427 5059%
– Wachtgelden en inactiviteitswedden7 9799 9922 01325%7 97910 0142 03526%
Totaal280 242319 10838 86614%281 163326 57545 41216%

Het ressort Kerndepartement (KD)

Algemeen

Het ressort Kerndepartement bestaat naast de algemene leiding (minister, staatssecretaris, secretaris-generaal en plaatsvervangend secretaris-generaal, inclusief enkele onder hem ressorterende diensten) uit de Defensiestaf, de directoraten-generaal Personeel, Materieel en Economie en Financiën alsmede de zelfstandige directies Juridische Zaken, Algemene Beleidszaken, Voorlichting en de Defensie Accountantsdienst. Voorts is nog een aantal bijzondere organisatie-eenheden toegevoegd, zoals de staf IGK en defensiepersoneel werkzaam bij de permanente vertegenwoordiging van het Koninkrijk der Nederlanden bij de Navo en de Weu.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)VerplichtingenUitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
01.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel66 59364 553– 2 040– 3%66 59364 632– 1 961– 3%
01.20.02 Militair personeel31 56228 315– 3 247– 10%31 56228 915– 2 647– 8%
01.20.03 Overige personele uitgaven17 12116 606– 515– 3%17 12115 997– 1 124– 7%
01.20.04 Materiële uitgaven69 971121 20751 23673%69 971111 57541 60459%
Totaal185 247230 68145 43425%185 247221 11935 87219%

01.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van het KD verantwoord.

Zowel de sterkte van het KD als het gemiddeld salaris zijn gewijzigd. Dit heeft ertoe geleid dat de uitgaven voor het actief en niet-actief burgerpersoneel van het KD ruim f 1,9 miljoen lager uitvallen. Deze daling is wat betreft het actief-reguliere personeel toe te schrijven aan:

– het feit dat de uitgaven ten behoeve van HGIS-personeel separaat zichtbaar zijn gemaakt bij beleidsterrein 08. Multiservice projecten en activiteiten,

– een bijstelling van de begrotingssterkte als gevolg van het personeelsverloop,

– hogere uitstroom van herplaatsingskandidaten door succesvolle herplaatsing.

Daarnaast zijn er meer uitgaven benodigd geweest voor het inrchten van de traineepool economie en financiën.

Bij de categorie niet-actief personeel is de raming van zowel aantal als gemiddeld bedrag vooraf slechts bij benadering voorspelbaar. In deze categorie niet-actief personeel zijn ondergebracht: het langdurig ziek personeel, personeel met ouderschapsverlof en personen die gebruik maken van de PAS-regeling (partiële arbeidsparticipatie senioren). De stijging van het gemiddelde salaris van deze categorie wordt, naast een aanpassing aan het herziene loonpeil, veroorzaakt door een gewijzigde samenstelling van de rechthebbenden.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheid Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal waarvan:aantal vte'n675645– 30
– actief burgerpersoneelaantal vte'n649626– 23
– gemiddeld salarisx f 1,–101 190101 843654
– totale uitgavenx f 1000,–65 67263 754– 1 918
– niet-actief burgerpersoneelaantal vte'n2619– 7
– gemiddeld salarisx f 1,–35 42346 21110 787
– totale uitgavenx f 1000,–921878– 43
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–66 59364 632– 1 961

01.20.02 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van het KD verantwoord.

De grootste mutatie betreft de categorie beroeps onbepaalde tijd (BOT), waarvan de verantwoording van de uitgaven voor HGIS-personeel is overgeheveld naar beleidsterrein 08. Multi-service projecten en activiteiten. Daarnaast is de geraamde begrotingssterkte onderschreden als gevolg van personeelsverloop.

Militair personeelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal waarvan:aantal vte'n254224– 30
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n230210– 20
– gemiddeld salarisx f 1,–130 470134 0433 573
– totale uitgavenx f 1000,–30 00828 149– 1 859
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n2414– 10
– gemiddeld salarisx f 1,–64 75054 714– 10 036
– totale uitgavenx f 1000,–1 554766– 788
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–31 56228 915– 2 647

01.20.03 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de personele uitgaven anders dan salarissen verantwoord. Deze hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van de personeelssterkte. De uitgaven hebben onder meer betrekking op reizen, verplaatsen, representatie, persoonsgebonden toelagen en uitkeringen, onderwijs en opleidingen, inhuur van tijdelijk personeel en geneeskundige verzorging.

De voornaamste oorzaak van de aangegeven daling met f 2,062 miljoen van de overige persoonsgebonden personele uitgaven is gelegen in een beperking van dienstreizen en recepties en minder uitgaven voor dagelijks woonwerkverkeer tot een bedrag van in totaal f 2,359 miljoen. Dit leidt ook tot de afname van het per vte gerealiseerde bedrag. Een verhoging van het benodigde bedrag voor inhuur van tijdelijk personeel doet zich voor door inschakeling van twee extra vte'n voor het project mobiliteit en van vijf vte'n voor vervanging bij ziekte en incidentele projecten.

Overige personele uitgavenEenheid Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren13207
– bedrag per vtex f 1,–71 00077 9006 900
– totale uitgavenx f 1000,–9231 558635
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n (bp en mp)902843– 59
– gemiddeld per vtex f 1,–12 2279 884– 2 344
– totale uitgavenx f 1000,–11 0298 332– 2 697
– Totaal toegelicht bedragx f 1000,–11 9529 890– 2 062
Andere volumegegevens:     
– Representatie bijzondere projectenx f 1000,–4000– 400
– Georganiseerd overlegx f 1000,–2 5914 3341 743
– Raden en commissiesx f 1000,–593717124
– Lump-sum geneeskundige verzorgingx f 1000,–3750– 375
– Overige personele zakenx f 1000,–1 2101 056– 154
Sub-totaalx f 1000,–5 1696 107938
Totale uitgavenx f 1000,–17 12115 997– 1 124

01.20.04 Materiële uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de materiële uitgaven verantwoord. Het betreft hier uitgaven voor onder meer kleine bedrijfsmatige investeringen, huisvesting, bureauzaken, informatiesystemen, zaken van operationele aard, inventarisgoederen en klein materieel, data- en telecommunicatie, voertuigen en O-, I- en A-deskundigheid.

De stijging bij de post O-, I- en A-deskundigheid met 77 484 uren en f 19,4 miljoen wordt voornamelijk veroorzaakt door uitgaven ter bestrijding van het millenniumprobleem. In aanvulling daarop is ook sprake van middelen uit 1998, die in dat jaar niet ten volle tot besteding konden worden gebracht en zijn verantwoord in 1999. Bovendien zijn additionele uitgaven verwerkt voor de implementatie van het informatievoorzieningsbeleid.

De overige persoonsgebonden materiële uitgaven vallen in 1999 fors hoger uit. De voornaamste oorzaak is een mutatie in de huisvestingskosten van de CO, die ook in deze categorie zijn begrepen. In mei 1999 heeft de CO van de Koninklijke landmacht, om niet, een kantorenflat in Den Haag overgenomen. De overname was ten tijde van het samenstellen van de ontwerpbegroting voor 1999 nog niet bekend. De noodzakelijke bouwkundige aanpassing, aan de eisen op grond van de ARBO-wet, was dan ook niet te voorzien en de uitgaven van f 8,6 miljoen zijn om deze reden niet in de ontwerpbegroting voor 1999 begrepen. In combinatie met enkele andere posten leidt dit per saldo tot f 12,9 miljoen hogere uitgaven op dit onderdeel.

De verhoging bij de rubriek andere volumegegevens komt voornamelijk voor rekening van de post informatiesystemen. Deze valt f 10,1 miljoen hoger uit dan in de raming was voorzien. Voor ongeveer f 4 miljoen is dit te verklaren door overlopende rekeningen uit 1998 wegens onderhoud aan het begrotingsadministratiesysteem. Voor het overige heeft de mutatie betrekking op onderhoud aan het systeem EISDEF (Executive information system Defensie), onderhoud aan het Standaard Infrastructuur Plein (STIP) en voorts uitgaven voor Defensie Datacommunicatie Netwerk (DDN) -aansluitingen, System development workbench, video-conferenties, licenties voor het bezoldigings-ramingssysteem Systematiek van de Nieuwe Integrale Personeelsbegroting (SNIP) en klein bedrag voor internet privé. In dit laatstgenoemde geval gaat het om een eerste aanzet tot employée benefits.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur O-, I- & A-deskundigheiduren86 820164 30477 484
– gemiddeld uitgaven per uurx f 1,–2502500
– totale uitgavenx f 1000,–21 70541 07719 372
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n (bp en mp)902843– 59
– gemiddeld per vtex f 1,–25 61142 75217 141
– totale uitgavenx f 1000,–23 10136 04012 939
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–44 80677 11732 311
Andere volumegegevens:    
– kleine bedrijfsmatige investeringenx f 1000,–7 8955 848– 2 047
– informatiesystemenx f 1000,–15 47825 54710 069
– voertuigenx f 1000,–8241 174350
– overige materiële uitgavenx f 1000,–9681 889921
Sub-totaal andere volumegegevensx f 1000,–25 16534 4589 293
Totaal materiële uitgavenx f 1000,–69 971111 57541 604

Het ressort Militaire Inlichtingen Dienst (MID)

De MID voert zijn werkzaamheden uit op basis van de Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten (WIV).

De uitgaven voor de bedrijfsvoering van de MID worden verantwoord onder artikel 01.20 Personeel en materieel op de artikelonderdelen 05 tot en met 08. Daarnaast is voor de MID een aanvullend bedrag geraamd op het artikel 01.22 Geheime uitgaven.

In de ontwerpbegroting voor 1999 is voor de bedrijfsvoering van de MID in totaal f 89,0 miljoen opgenomen, daarvan f 87,9 op artikel 01.20 en f 1,1 miljoen bij de geheime uitgaven.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen   Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
01.20.05 Ambtelijk burgerpersoneel30 87832 9452 0677%30 87832 9432 0657%
01.20.06 Militair personeel35 11031 706– 3 404– 10%35 11031 103– 4 007– 11%
01.20.07 Overige personele uitgaven6 8064 224– 2 582– 38%6 8064 353– 2 453– 36%
01.20.08 Materiële uitgaven14 2229 560– 4 662– 33%15 14327 04311 90079%
Totaal87 01678 435– 8 581– 10%87 93795 4427 5059%

01.20.05 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van de MID verantwoord.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheid Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal waarvan:aantal vte'n35637418
– actief personeelaantal vte'n35236715
– gemiddeld salarisx f 1,–86 84188 3571 516
– totale uitgavenx f 1000,–30 56832 4271 859
– niet-actief personeelaantal vte'n473
– gemiddeld salarisx f 1,–77 50073 714– 3 786
– totale uitgavenx f 1000,–310516206
– totale uitgavenx f 1000,–30 87832 9432 065

01.20.06 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van de MID verantwoord.

De daling van de uitgaven met f 4,007 miljoen is toe te schrijven aan een forse onderschrijding van de sterkte van de MID. Dit houdt verband met het feit dat terughoudendheid is betracht bij de vulling in verband met de in het najaar van 1999 genomen reorganisatiebesluiten. Tevens is, aan de hand van de feitelijke verdeling van de bezetting over burgers en militairen, besloten een deel van de militaire functies tijdelijk om te zetten in burgerfuncties.

Het gemiddeld salaris van beide categorieën beroepspersoneel is fors gestegen. Voor een beperkt deel is dit een gevolg van de salarismaatregelen 1999. Daarnaast is binnen de categorie beroeps onbepaalde tijd sprake van een gewijzigde bestandssamenstelling door de veel lagere sterkte. Bij de beroeps bepaalde tijd is de afwijking bij het gemiddeld salaris te verklaren uit het feit dat, gegeven de beperkte omvang van het personeelsbestand, de invloed van individuele omstandigheden, zoals mutaties van leeftijden en rangen, zich sterker doen gevoelen.

Militair personeelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantalaantal vte'n408336– 72
waarvan:
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n394327– 67
– gemiddeld salarisx f 1,–87 03892 7375 699
– totale uitgavenx f 1000,–34 29330 325– 3 968
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n149– 5
– gemiddeld salarisx f 1,–58 35786 44428 087
– totale uitgavenx f 1000,–817778– 39
– Totaal toegelicht bedragx f 1000,–35 11031 103– 4 007

01.20.07 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de personele uitgaven anders dan salarissen verantwoord. Deze hebben zowel betrekking op burger- als militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van de personeelssterkte. De uitgaven hebben onder meer betrekking op reizen, verplaatsen, representatie, persoonsgebonden toelagen en uitkeringen, onderwijs en opleidingen, inhuur van tijdelijk personeel en geneeskundige verzorging.

Overige personele uitgavenEenheid Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur tijdelijk personeelmensjaren3,651,5– 2,15
– gemiddelde uitgaven per mensjaarx f 1,–71 00096 00025 000
– totale uitgavenx f 1000,–259144– 115
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n (bp en mp)760709– 51
– gemiddeld per vtex f 1,–8 4145 674– 2 740
– totale uitgavenx f 1000,–6 3954 023– 2 372
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–6 6544 167– 2 487
Overige personele uitgavenx f 1000,–15218634
Totale uitgavenx f 1000,–6 8064 353– 2 453

01.20.08 Materiële uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de materiële uitgaven verantwoord. Het betreft hier uitgaven voor onder meer kleine bedrijfsmatige investeringen, huisvesting, bureauzaken, informatiesystemen, zaken van operationele aard, inventarisgoederen en klein materieel, data- en telecommunicatie-apparatuur en voertuigen.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n (bp en mp)760709– 51
– gemiddeld per vtex f 1,–8 2428 822580
– totale uitgavenx f 1000,–6 2646 255– 9
Overige kleine bedrijfsmatige investeringenx f 1000,–8 87920 78811 909
Totale uitgavenx f 1000,–15 14327 04311 900

De overige persoonsgebonden materiële uitgaven van de MID komen nagenoeg overeen met de raming. Bij de overige kleine bedrijfsmatige investeringen is wel sprake van een significate bijstelling. De reden is een onderzoek dat binnen de MID gaande is, waarbij de informatiesystemen in kaart worden gebracht. Als bijproduct van dit onderzoek ontstaat duidelijkheid inzake de eigendom van een aantal informatiesystemen dat in gebruik is bij de MID. Voor een aantal van deze systemen werd de exploitatie voorheen door de krijgsmachtdelen betaald. Voornamelijk als gevolg van ontstane duidelijkheid ten aanzien van de eigendom, wordt het MID-budget nu belast met posten die niet in de initiële begroting 1999 zijn voorzien. Een en ander leidde tot meer uitgaven bij het materieelbudget van de MID met per saldo f 11,9 miljoen, dat binnen het bedrijfsvoeringsbudget van de MID merendeels kan worden gecompenseerd door de lagere personele sterkte van de MID.

Artikelonderdeel 01.20.09 Wachtgelden en inactiviteitswedden

De uitgaven op dit artikelonderdeel hebben betrekking op de diverse wachtgeldregelingen voor de burgerambtenaren van het KD en de MID. Separaat zichtbaar zijn de uitgaven voor wachtgelden in verband met het Sociaal Beleidskader (SBK) en de Uitstroom Bevorderende Maatregel Ouderen (UBMO).

Het beleid blijft er op gericht de instroom in de wachtgeldregelingen zoveel mogelijk te beperken door middel van een actieve herplaatsingsinspanning en het gebruik van SBK-instrumenten waaronder om-, her- en bijscholing. Sinds 1996 omvat dit artikel ook de uitgaven die betrekking hebben op de uitvoeringskosten van de Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en Onderwijs (USZO).

OmschrijvingEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Wachtgelden SBK/UBMO burgerpersoneel    
– aantallen in uitkeringsjarenaantal166155– 11
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–31 72938 6196 890
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–5 2675 986719
Overige wachtgelden burgerpersoneel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal5849– 9
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–26 98333 5716 588
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–1 5651 64580
Totaal toegelicht met ramingskengetallenx f 1 000,–6 8327 631799
Bij:     
– eigen risicodragerschapx f 1 000,–0743743
– uitvoeringskostenx f 1 000,–1 1471 640493
Totale uitgaven wachtgelden en inactiviteitsweddenx f 1 000,–7 97910 0142 035

Toelichting op de verschillen

De verplichtingen en uitgaven zijn hoger als gevolg van een andere instroom in de regeling dan was voorzien, tevens zijn de uitkeringen aangepast aan het vigerende loonpeil. Daarnaast zijn extra uitgaven verricht in verband met de voorbereidingen door de USZO in verband met de invoering van de Euro.

Uitgaven Sociaal Beleidskader

In onderstaand overzicht zijn de uitgaven voor het SBK opgenomen. De uitgaven hebben betrekking op burgerpersoneel van het KD en de MID. De verantwoording van de uitgaven vindt, met uitzondering van de wachtgelden, plaats ten laste van de desbetreffende artikelonderdelen ambtelijk burgerpersoneel en overige personele uitgaven. De uitgaven van de wachtgelden worden geraamd en verantwoord ten laste van dit artikelonderdeel 01.20.09.

Sociaal Beleidskader (bedragen x f 1000,–)Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
– Om-, her-, bijscholing en outplacement200100– 100
– Verplaatsen5030– 20
– Wachtgelden5 2675 424157
– BDOS plaatsingen2 9752 958– 17
Totaal Sociaal Beleidskader8 4928 51220

01.21 Subsidies en bijdragen

Ten laste van dit artikel zijn de uitgaven geraamd en verantwoord voor:

– subsidies aan verschillende instellingen, gebaseerd op het rapport Subsidie-beleid na 1986;

– bijdragen aan andere ministeries, verenigingen, stichtingen en comités.

Artikelonderdelen (bedragen x f 1 000,–)   Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
I. Subsidies:    
– Beukbergen07 5007 500
– Defensie jongerennetwerk01212
– het Comité International de Médicine et de Pharmacie Militaires42– 2– 50%
– de Koninklijke Vereniging ter beoefening van de Krijgswetenschap ten behoeve van de buitengewone leerstoel militair recht aan de Universiteit van Amsterdam en het tijdschrift de «Militaire Spectator»45056811826%
– Veteranenplatform260270104%
– Bond Nederlandse Militaire Oorlogsslachtoffers (BNMO)368751142%
– Defensie Vrouwennetwerk101000%
– Atlantic Exchange Program151500%
– Stichting Dienstverlening Veteranen10 01710 5245075%
– Stichting Maatschappij en Krijgmacht498515173%
– Stichting Vrouw en Uniform260– 26– 100%
– Stichting Homosexualiteit en Krijgsmacht555500%
– Nederlandse reservisten Federatie Krijgsmacht10010000%
– Stichting koepelorganisatie militaire tehuizen1 9101 947372%
– Stichting Protestants Interkerkelijk Thuisfront505000%
– Stichting Nationaal Katholiek Thuisfront252500%
– Stichting bijzondere scholen voor onderwijs op algemene grondslag9 91110 2703594%
Totaal subsidies23 36731 9508 58336%
Artikelonderdelen (bedragen x f 1 000,–)   Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
II Bijdragen aan:     
– ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (VIII):     
* in de doelsubsidies TNO/DO99 227102 3273 1003%
– ministerie van Buitenlandse Zaken (V):    
* Nationaal Bureau voor Verbindingsbeveiliging3 7833 78300%
* Stichting Nederlands Instituut voor Internationale Betrekkingen «Clingendael»1 7581 75800%
* Internationaal Comité van het Rode Kruis707000%
* Stichting Atlantische Commissie29829800%
– ministerie van Verkeer en Waterstaat (XII):     
* bijdrage aan het Nationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium1 0001 00000%
– ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (XVI):     
* bijdrage ten behoeve van het Informatie- en Coördinatie-orgaan Dienstverlening Oorlogsgetroffenen (ICODO)300288– 12– 4%
Totaal bijdragen106 436109 5243 0883%
Totaal subsidies en bijdragen129 803141 47411 6719%

Toelichting op de verschillen

Bij geringe verschillen tussen de uitgaven en verplichtingen op dit artikel wordt volstaan met een toelichting op de uitgavenmutaties. Het verschil van per saldo f 11,7 miljoen heeft de volgende oorzaken. In 1999 is tot een bedrag van f 7,5 miljoen een incidentele subsidie verleend aan de Stichting tot Steun van de Protestantse Geestelijke verzorging bij de Krijgsmacht, ten behoeve van de verbouwing van het vormingscentrum Beukbergen. Omdat Defensie aan deze subsidieverstrekking de voorwaarde heeft verbonden dat het vormingswerk voor militairen zal worden gecolloceerd op het vormingscentrum Beukbergen, is met de drie stichtingen die het vormingswerk verzorgen een separate overeenkomst gesloten. Hiermee is verzekerd dat de subsidie is verbonden met collocatie van het vormingswerk en met een daling van de dagprijs die Defensie voor het vormingswerk moet betalen.

Ook is verwerkt de uitdeling van de loon- en prijsbijstelling ten behoeve van de Nederlandse organisatie voor Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek (TNO) van f 3,1 miljoen, die is opgenomen onder de doelsubsidie TNO/DO en via het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen wordt verstrekt.

Voorts is sprake van een nadere bijstelling van een aantal subsidies en bijdragen. Ten dele ligt de oorzaak in de omstandigheid dat de begunstigde instanties hebben verzuimd een betalingsverzoek bij Defensie in te dienen. In comptabel opzicht is dit een vereiste voor de betaalbaarstelling.

01.22 Geheime uitgaven

Overeenkomstig artikel 19 van de Comptabiliteitswet 1976 en de regeling Rijksbegrotingsvoorschriften, is dit artikel bij Defensie aangewezen als het artikel waarop de geheime uitgaven zijn verantwoord.

Artikelonderdelen (bedragen x f 1000,–) Verplichtingen en uitgaven 
 Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
Geheime uitgaven1 1001 030– 70– 6%

Toelichting op de verschillen

De geheime uitgaven die worden verantwoord door de MID, worden gecontroleerd door de President van de Algemene Rekenkamer en een daartoe aangewezen accountant van de departementale accountantsdienst. Het beleid is erop gericht de onder dit artikel verantwoorde uitgaven tot het strikt noodzakelijke te beperken.

01.23 Internationale verplichtingen

Nederland neemt deel aan een aantal gemeenschappelijk gefinancierde programma's in Navo-verband. Hiermee wordt een bijdrage geleverd aan de samenhang van het bondgenootschap. Het betreft onder meer het Navo Veiligheids Investeringsprogramma (het vroegere Navo-infrastructuur-programma), de Militaire begroting en het «Airborne Early Warning and Control System» (AWACS).

Artikelonderdelen (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Navo Veiligheids Investeringsprojecten in Nederland23 54522 175– 1 370– 6%23 54519 700– 3 845– 16%
Bijdrage aan Navo Veiligheids Investeringsprogramma64 35669 2974 9418%64 35669 2884 9328%
Investeringen AWACS1 42112 11210 691752%11 72110 525– 1 196– 10%
Exploitatie AWACS14 80018 5893 78926%14 80018 5893 78926%
Bijdrage aan de militaire begroting van de Navo28 10029 0079073%28 10029 4671 3675%
Overige bijdragen4 0004 43943911%4 0004 44044011%
Totaal136 222155 61919 39714%146 522152 0095 4874%

Toelichting op de verschillen

Navo Veiligheids Investeringsprojecten in Nederland

De lagere realisatie wordt veroorzaakt door achterblijvende autorisatie door de Navo van voorgefinancierde projecten.

Bijdrage aan Navo Veiligheids Investeringsprogramma (NVIP)

In een recent verleden is het contributieplafond bij herhaling niet bereikt. In 1999 was dit anders. Met name de toetreding van nieuwe landen en de implementatie van de nieuwe commandostructuur zijn hier debet aan. Daarnaast zijn de inspanningen in Kosovo van invloed.

Investeringen AWACS

In het «modernisation programme» is een herfasering aangebracht, waardoor reeds betalingen in 1998 moesten plaatsvinden. Het effect voor 1999 zijn minderuitgaven tot een totaalbedrag van f 1,2 miljoen. De verplichtingenbijstelling betreft een administratief-technische aanpassing als gevolg van de inflatiecorrectie.

Exploitatie AWACS

De Navo-accountants hebben eind 1999 gemeld dat in de jaren 1992–1998 de aan de lidstaten gevraagde contributie f 145 miljoen te laag is geweest. Van dit bedrag is in 1999 ongeveer de helft gecorrigeerd door de lidstaten extra bedragen in rekening te brengen.

Bijdrage aan de militaire begroting van Navo

De bijdrage aan de militaire begroting van de Navo is met name verhoogd wegens extra uitgaven in verband met Navo-inspanningen in voormalig Joegoslavië.

Overige bijdragen

Deze rubriek betreft onder meer terugbetaling van belastingcompensaties die zijn begrepen in door onderdelen van Navo uitbetaalde pensioenen. De hogere realisatie is het gevolg van het inlopen van een in voorgaande jaren ontstane achterstand bij het in rekening brengen van deze compensaties.

01.24 Garanties

De in de begroting 1999 opgenomen garanties zijn reeds in voorgaande jaren aangegaan en hebben in 1999 niet geleid tot uitgaven. Bij de toelichting op de Saldibalans is een garantiebijlage opgenomen.

01.25 Milieumaatregelen

In dit artikel worden de uitgaven verantwoord voor wetenschappelijk onderzoek naar oppervlaktewater- en luchtverontreiniging. Daarnaast worden hier ook contributies aan milieu-organisaties en de inhuur van externe deskundigen op milieugebied verantwoord. Tevens worden op dit artikel de kosten van het onderzoek naar de omvang van het asbestprobleem bij de werkplekken van het defensiepersoneel verantwoord.

Artikelonderdelen (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Milieumaatregelen19 3608 802– 10 558– 55%19 3609 786– 9 574– 49%

Toelichting op de verschillen

Voor de uitvoering van het defensiebrede beleidsprogramma asbestinventarisatie is in 1998, als stelpost, een arbitrair bedrag van f 32 miljoen vrijgemaakt binnen de defensiebegroting en in gelijke delen van f 16 miljoen toegevoegd aan het CO-budget voor elk van de jaren 1998 en 1999. Dit beleidsprogramma is inmiddels afgerond in de vorm van een rapportage waarin, voor alle defensie-objecten, de vervuilde locaties in kaart zijn gebracht. De uitgaven zijn aanzienlijk bij de raming achtergebleven, aangezien het bedrijfsleven fors lagere offertes uitbracht dan was voorzien. Het gewenste doel is bereikt, terwijl kon worden volstaan met afgerond f 4 miljoen in 1998 en f 5,2 miljoen in 1999.

Bij de inventarisatie zijn 286 urgent te saneren situaties aangetroffen. Daarvan zijn 109 locaties inmiddels gesaneerd. Voor de goede orde wordt nog aangetekend dat deze saneringskosten niet in de hier genoemde bedragen zijn begrepen. Die komen voor rekening van de betreffende beleidsterreinen en worden in de respectievelijke begrotingen opgenomen.

01.26 Technologie-ontwikkeling

Algemeen

Ten laste van dit artikel zijn de uitgaven geraamd en verantwoord voor technologie-ontwikkeling, alsmede voor het gebruik van kennis en kunde door de Centrale organisatie (Wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling (Woo) voor de Centrale organisatie). De uitgaven hebben betrekking op de opbouw en het instandhouden van kennis en kunde voor Defensie. Dit betreft onderzoek ten behoeve van de primaire processen van Defensie, zoals beleids-, plannings- en besluitvormingsprocessen. De uitgaven voor het gebruik van kennis en kunde door de krijgsmachtdelen, inclusief de uitgaven voor de ontwikkeling van materieel ten behoeve van de krijgsmacht, komen ten laste van de krijgsmachtdeelbudgetten.

Het ministerie van Economische Zaken draagt financieel bij aan technologie- en materieelontwikkelingsprojecten, waarbij de bijdrage afhankelijk is van de bijdrage die door de industrie wordt geleverd.

Het streven is door middel van het financieren van dergelijke projecten de concurrentiepositie van de Nederlandse industrie op specifieke gebieden te verbeteren. Het overleg aangaande de financiële bijdrage van het ministerie van Economische Zaken vindt plaats in de Commissie ontwikkeling defensiematerieel (Codema).

Artikelonderdelen (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Bijdrage ruimtevaartprogramma4 0004 2002005%4 2004 20000%
Ontwikkeling defensie-technologie17 61541 28823 673134%20 50429 5459 04144%
Woo Centrale organisatie6 3001 900– 4 400– 70%6 3001 217– 5 083– 81%
Totaal27 91547 38819 47370%31 00434 9623 95813%

Toelichting op de verschillen

De verhoging van de verplichtingen vloeit voort uit aangegane meerjarige verplichtingen op het gebied van Euclid, Codema en sleutelmanagement, alsmede voor technologieprojecten.

Voor de ontwikkeling van technologie zijn aanzienlijke meeruitgaven noodzakelijk gebleken. Dit betreft onder meer een beleidsintensivering inzake de twee Codema-projecten mijnenveegsysteem en Tetra-engine. Tevens is voldaan aan uit 1998 overlopende betalingsverplichtingen. Tussen de ministeries van Economische Zaken en Defensie is overeengekomen dat de uitgaven ten behoeve van het militaire gedeelte van het luchtvaartcluster dat is gericht op de vervanger van de F-16 (Joint Strike Fighter), in het vervolg verantwoord worden ten laste van de begroting van het ministerie van Economische Zaken. Voor de periode 1999–2003 is hiermede f 45 miljoen gemoeid, waarvan f 1,5 miljoen in 1999.

De forse onderschrijding bij de rubriek wetenschappelijk onderzoek en ontwikkeling (Woo) is toe te schrijven aan een veranderde vraag. Deze is meer gericht op het gebruik van kennis en kunde, in de vorm van verzoeken om ondersteuning, ten gunste van de ontwikkeling van technologieprojecten.

Artikel 01.27 Loonbijstelling

Via dit artikel worden de ontvangen bedragen voor de loonbijstelling over de beleidsterreinen verdeeld.

Artikelonderdelen (bedragen x f 1000,–)  Verplichtingen en uitgaven 
 Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
Loonbijstelling49 2790– 49 279– 100%

Toelichting op verschillen

De stand ontwerpbegroting 1999 op dit artikel wordt met name verklaard door de gestalde bedragen voor de introductie van de kapitaaldekking voor militaire pensioenen. Aan dit bedrag is met de eerste suppletore begroting 1999 f 35,623 miljoen, die al in de begroting 1998 eveneens voor dit doel was gereserveerd, door middel van een intertemporele compensatie toegevoegd. Vervolgens is totaal f 78,6 miljoen overgeheveld naar beleidsterrein 02. Pensioenen en uitkeringen.

Voor de loonbijstelling 1999 is een bedrag van f 275,774 miljoen toegevoegd aan de Defensiebegroting. Hiervan is f 233,253 miljoen volgens onderstaande verdeling uitgedeeld aan de beleidsterreinen. Het resterende bedrag is herschikt ter aanwending voor arbeidsvoorwaardelijke voorzieningen in de komende jaren.

De verdeling over de beleidsterreinen van de loonbijstelling 1999 is als volgt (x f 1000):

BeleidsterreinOmschrijvingBedragen
 Artikel totaal
01 Algemeen 
 20Personeel en materieel10 326
02 Pensioenen en uitkeringen 
 02Militaire pensioenen en uitkeringen10 105
03 Koninklijke marine 
 20Personeel en materieel52 978
04 Koninklijke landmacht 
 20Personeel en materieel96 728
05 Koninklijke luchtmacht 
 20Personeel en materieel40 224
06 Koninklijke marechaussee 
 20Personeel en materieel13 961
09 Defensie Interservice Commando 
 02Personeel en materieel8 931
  Totaal233 253

Artikel 01.28 Prijsbijstelling

Via dit artikel worden de ontvangen bedragen voor de prijsbijstelling over de beleidsterreinen verdeeld.

Artikelonderdelen (bedragen x f 1000,–)  Verplichtingen en uitgaven 
 Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
Prijsbijstelling0000%

Toelichting

In de eerste suppletore begroting 1999 is een kwart van de reguliere prijsbijstelling over 1999 aan dit artikel toegevoegd. In de tweede suppletore begroting heeft een verhoging plaatsgevonden met een resterende (geactualiseerde) prijsbijstellingsreeks van f 110,369 miljoen. Beide tranches (totaal f 121,643 miljoen) zijn volgens onderstaande reeks over de daarvoor in aanmerking komende artikelen van de beleidsterreinen verdeeld (bedragen x f 1 000,–):

BeleidsterreinOmschrijvingBedragen
 Artikel totaal
01 Algemeen 
 20Personeel en materieel6 459
 21Subsidies en bijdragen603
 23Technologie-ontwikkeling600
 29Overige departementale uitgaven38
02 Pensioenen en uitkeringen 
 20Militaire pensioenen en uitkeringen304
03 Koninklijke marine 
 20Personeel en materieel23 996
 22Investering groot materieel en infrastructuur5 896
04 Koninklijke landmacht 
 20Personeel en materieel21 083
 22Investering groot materieel en infrastructuur22 832
05 Koninklijke luchtmacht 
 20Personeel en materieel11 792
 22Investering groot materieel en infrastructuur12 616
06 Koninklijke marechaussee 
 20Personeel en materieel1 206
 22Investering groot materieel en infrastructuur1 206
08 Multi-service projecten en activiteiten 
 01Luchtmobiele brigade8 624
09 Defensie Interservice Commando 
 02Personeel en materieel3 886
 03Investeringen groot materieel en infrastructuur502
  Totaal121 643

01.29 Overige interdepartementale uitgaven

Ten laste van dit artikel zijn de uitgaven verantwoord ten behoeve van het gehele ministerie van Defensie. Deze hebben betrekking op:

– voorlichting;

– schadevergoedingen;

– hulpprogramma's aan Navo-lidstaten, zoals steun aan landen met «developing defence Industries» (DDI);

– samenwerkingsprogramma's met de Midden- en Oost-Europese landen waaronder uitgaven voor wapenbeheersing;

– exploitatiekosten van het Weu-satellietcentrum;

– overige uitgaven, zoals drukwerk en publicatiekosten en de uitgaven in het kader van de wettelijke bepalingen omtrent telecommunicatie en frequentiebeheer.

Artikelonderdelen (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen   Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
01.29.01 Voorlichting3 80111 8078 006211%3 8016 8383 03780%
01.29.02 Schadevergoedingen12 8909 755– 3 135– 24%12 8909 792– 3 098– 24%
01.29.03 Samenwerkings-programma's4 7124 274– 438– 9%4 7124 308– 404– 9%
01.29.04 Overige uitgaven9 20412 9083 70440%9 20412 7953 59139%
01.29.05 Infrastructuur2 221– 108– 2 329– 105%2 221865– 1 356– 61%
01.29.06 ZVD-regeling103 16259 919– 43 243– 42%103 16259 921– 43 241– 42%
Totaal135 99098 555– 37 435– 28%135 99094 519– 41 471– 30%

Toelichting op de verschillen

De verlaging van de uitgavenraming op dit artikel met per saldo f 41,471 miljoen betreft de volgende bijstellingen:

Voorlichting

De voorlichtingsuitgaven vallen hoger uit als gevolg van onder meer de activiteit rond de Strategische toekomstdiscussie, de presentatie van achtereenvolgens de Hoofdlijnennotitie en de Defensienota, en de daarmee samenhangende druk- en verzendkosten.

Schadevergoedingen

Het feitelijke schadeverloop leidt tot minder claims. Dit geeft aanleiding de aannames die ten grondslag liggen aan de raming bij te stellen.

Overige uitgaven

De verhoging van de post overige uitgaven houdt verband met de financiering van een door het Nederlands Instituur voor Oorlogsdocumentatie (NIOD) uit te voeren onderzoek naar de gebeurtenissen in Srebrenica. Voor dit doel is f 3,8 miljoen betaald aan het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport.

Infrastructuur

Hangende de plannen tot vernieuwbouw van enkele gebouwen die in gebruik zijn bij TNO, is het onderhoud tot een minimum beperkt. In dit stadium leidt dit tot minder uitgaven.

ZVD-regeling

Als gevolg van een achterblijvend beroep op de regeling, vallen de uitgaven voor de Ziektekosten Voorziening Defensiepersoneel (ZVD) lager uit dan geraamd.

Met ingang van 1 januari 1999 is de toegang voor de UKW-ers (Uitkeringswet gewezen militairen) tot de Ziektekosten Voorziening Defensie (ZVD) is afgesloten. Voor de UKW-ers ontstaat per dezelfde datum aanspraak op de SZVK (Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht). Voor deze groep behoefde derhalve geen premie ZVD meer te worden betaald. De op basis van de nieuwe regeling noodzakelijke premie SZVK is verantwoord ten laste van artikel 02.02.

Voorts heeft USZO een op het jaar 1999 betrekking hebbende factuur van f 4 miljoen te laat ingediend bij de dienst die met de betaalbaarstelling is belast. Op dat moment was betaling ten laste van het dienstjaar 1999 niet meer mogelijk.

Bij de verplichtingenmutatie gaat het om het saldo van vorengenoemde verlagingen tot een bedrag van f 41,5 miljoen en verhogingen met in totaal f 4,1 miljoen als gevolg van aangegane verplichtingen met betrekking tot bodemsanering, engineering DGW&T, verzendkosten defensieperiodieken en drukkosten.

02. Beleidsterrein Pensioenen en uitkeringen

Algemeen

De totaal van de verantwoorde uitgaven van het beleidsterrein Pensioenen en uitkeringen voor het jaar 1999 zijn als volgt te specificeren:

(Bedragen x f 1000,–)  Verplichtingen en uitgaven 
 Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
02.01 Wachtgelden burgerpersoneel en inactiviteitswedden militair personeel000 
02.02 Militaire pensioenen en uitkeringen1 658 0701 809 471151 4019%
Totaal uitgaven Pensioenen en uitkeringen1 658 0701 809 471151 4019%

02.02 Militaire pensioenen en uitkeringen

De pensioenvoorziening en uitkeringen voor militair personeel zijn grotendeels in eigen beheer bij Defensie. Dit betreft met name de diensttijdpensioenen. De uitkeringen in verband met de Uitkeringswet gewezen militairen (UKW), de invaliditeitspensioenen en arbeidsongeschiktheid (IP/AO) zijn in handen van de Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en Onderwijs (USZO). Voor pensioenen ten behoeve van weduwen en wezen van militair personeel is het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds uitvoeringsorgaan, maar niet voor de nabestaanden-pensioenen die verband houden met overlijden als gevolg van een dienstongeval. Daarnaast zijn op dit artikel ook de uitgaven verantwoord die betrekking hebben op uitkeringen in het kader van het veteranenbeleid.

De leeftijdsopbouw van het bestand gewezen militair personeel is niet altijd evenwichtig. Dit werkt door in de uitgaven voor pensioenen en uitkeringen.

Artikelonderdelen (bedragen x f 1 000,–)   Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
Militaire nabestaandenpensioenen63 78662 299– 1 487– 2%
Militaire diensttijdpensioenen607 768635 07427 3064%
Militaire invaliditeitspensioenen182 064188 2816 2173%
Uitkeringswet gewezen militairen705 388762 35156 9638%
Sociale zorg13 43312 682– 751– 6%
Overige uitkeringen15 99115 849– 142– 1%
Reserve-overdracht17 0009 970– 7 030– 41%
Veteranenbeleid28 34043 11514 77552%
Verzekerdenadministratie24 3000– 24 300– 100%
Kapitaaldekking079 85079 850 
Totaal1 658 0701 809 471151 4019%

Toelichting op de verschillen per artikelonderdeel

Bij geringe verschillen tussen de uitgaven en verplichtingen op dit artikel wordt volstaan met een toelichting op de uitgavenmutaties.

Militaire diensttijdpensioenen

De meeruitgaven op dit artikelonderdeel worden veroorzaakt door een toename van het aantal uitkeringsjaren en een wijziging in het bedrag per uitkeringsjaar als gevolg van een veranderde opbouw van de groep pensioengerechtigden.

Militaire invaliditeitspensioenen

Met name door wijziging in de opbouw en samenstelling van de groepen van uitkeringsgerechtigden is per saldo op deze groep van uitkeringen f 6,217 miljoen meer uitgegeven.

Uitkeringswet gewezen militairen

Per 1 januari 1999 is toegang voor de UKW-ers (Uitkeringswet gewezen militairen) tot de Ziektekosten Voorziening Defensie (ZVD) afgesloten. Voor de UKW-ers is per dezelfde datum aanspraak ontstaan op de SZVK (Stichting Ziektekostenverzekering Krijgsmacht). Dit heeft meeruitgaven tot gevolg (ad f 21,2 miljoen) in verband met de noodzakelijke bijbehorende premiebetalingen.

In verband met de vigerende bevoorschottingssystematiek USZO, is ten laste van 1999 een restantvoorschot voor januari 2000 gekomen van f 7,0 miljoen.

De resterende meerlast wordt veroorzaakt door volumemutaties en aanpassing van de uitkeringen naar het loonniveau 1999.

Kapitaaldekking militaire pensioenen

Aan het ABP is een bedrag van f 79,850 miljoen overgemaakt als nominale bijdrage in de totstandkoming van kapitaaldekking voor de militaire ouderdomspensioenen.

Verzekerdenadministratie (VZA)

Als gevolg van de overname door het ABP van het beheer en de uitvoering van de militaire diensttijdpensioenen is de noodzaak tot het opzetten van een verzekerden-administratie voor deze categorie pensioenen door Defensie komen te vervallen. Afrekening zal met het ABP plaatsvinden doordat het ABP deze kosten binnen de reguliere kostenopslag in de door Defensie af te dragen premie opneemt.

De voor 1999 geraamde uitgaven (f 24,3 miljoen) zijn dan ook niet tot besteding gekomen en zullen, samen met de uit 1998 eveneens voor dit doel overgehevelde VZA-gelden (f 14,6 miljoen), in de tijd worden aangewend voor arbeidsvoorwaarden in latere jaren.

Reserve-overdracht

In de begroting is een bedrag van f 5,2 miljoen opgenomen ten behoeve van een aantal te treffen inhaalacties met betrekking tot verrekening van waarde-overdrachten tussen ABP en DMP. Door een tijdelijk capaciteitstekort bij het ABP en DMP, is een herfasering noodzakelijk gebleken met betrekking tot de in 1999 voorziene inhaalacties. Dit heeft geleid tot een incidentele onderuitputting. Tevens is sprake van een lager dan geraamde realisatie met betrekking tot reguliere overdrachten van in 1999 uitgestroomde militairen van f 3 miljoen. Deze wordt veroorzaakt door een lager dan geraamd beroep op waarde-overdracht. Daar tegenover staat een hoger bedrag aan waarde-overnames. Dit verschil van ongeveer f 1 miljoen wordt veroorzaakt door een hoger aanbod van waarde-overnames met betrekking tot nabestaandenpensioenen.

Veteranenbeleid

Op de mogelijkheid tot het verkrijgen van een uitkering ingevolge de f 1 000 maatregel is minder gebruik gemaakt dan verwacht. Naar verwachting zullen in 2000 alsnog de resterende uitkeringen worden betaald.

Door de Tweede Kamer is het wetsvoorstel Van Ardenne-Van der Hoeven «tot wijziging van de bepalingen betreffende pensioenen in de Uitkeringswet tegemoetkoming twee tot vijfjarige diensttijd veteranen» aanvaard. Dit heeft een uitbreiding van de doelgroep met veteranen die reeds een overheidspensioen ontvangen tot gevolg gehad.

Per saldo heeft het bovenstaande geleid tot meeruitgaven van f 14,8 miljoen.

Verantwoording volumemutaties

Militaire nabestaandenpensioenen

OmschrijvingEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Militaire nabestaandenpensioenen:    
– uitkeringsjarenaantal4 4074 139– 268
– bedrag per uitkeringsjaarx f 114 47415 052578
– toegelicht begrotingsbedragx f 100063 78662 299– 1 487

Militaire diensttijdpensioenen

OmschrijvingEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Militaire diensttijdpensioenen:    
– uitkeringsjarenaantal24 70025 027327
– bedrag per uitkeringsjaarx f 124 60625 376770
– toegelicht begrotingsbedragx f 1000607 768635 07427 306

Militaire invaliditeitspensioenen

OmschrijvingEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Invaliditeitspensioenen ex-dienstplichtigen < 65 jaar:     
– uitkeringsjarenaantal6 9176 97053
– bedrag per uitkeringsjaarx f 19 46310 223760
– toegelicht begrotingsbedragx f 100065 45871 2575 799
OmschrijvingEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Invaliditeitspensioenen beroeps < 65 jaar:    
– uitkeringsjarenaantal944924– 20
– bedrag per uitkeringsjaarx f 110 09010 364274
– toegelicht begrotingsbedragx f 10009 5259 57651
OmschrijvingEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Invaliditeitspensioenen ex-dienstplichtigen >= 65 jaar     
– uitkeringsjarenaantal4 8975 171274
– bedrag per uitkeringsjaarx f 111 87010 701– 1 169
– toegelicht begrotingsbedragx f 100058 12955 335– 2 794
OmschrijvingEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Invaliditeitspensioenen beroeps >= 65 jaar    
– uitkeringsjarenaantal1 9952 151156
– bedrag per uitkeringsjaarx f 116 04714 758– 1 289
– toegelicht begrotingsbedragx f 100032 01331 744– 269
OmschrijvingEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Arbeidsongeschiktheidspensioenen < 15%    
– uitkeringsjarenaantal2 3402 502162
– bedrag per uitkeringsjaarx f 12 7121 966– 746
– toegelicht begrotingsbedragx f 10006 3474 920– 1 427
OmschrijvingEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Bovenwettelijke arbeidsongeschiktheid:    
– uitkeringsjarenaantal1 0401 284244
– bedrag per uitkeringsjaarx f 15 9008 6232 723
– toegelicht begrotingsbedragx f 10006 13611 0724 936
OmschrijvingEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Suppletieregeling:    
– uitkeringsjarenaantal27629620
– bedrag per uitkeringsjaarx f 116 14514 787– 1 358
– toegelicht begrotingsbedragx f 10004 4564 377– 79

Uitkeringswet gewezen militairen

OmschrijvingEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Uitkeringswet gewezen militairen    
– uitkeringsjarenaantal10 23310 32289
– bedrag per uitkeringsjaarx f 168 93373 1744 242
– toegelicht begrotingsbedragx f 1000705 388755 30749 919
totaalx f 1000705 388755 30749 919
voorschot USZOx f 1000 7 0447 044
– toegelicht begrotingsbedragx f 1000705 388762 35156 963

03. Beleidsterrein Koninklijke marine

Algemeen

Bedrijfsvoering

In het jaar 1999 is verder gestalte gegeven aan de implementatie van het bedrijfsvoeringsbeleid Defensie. Dit beleid richt zich op resultaatgerichte bedrijfsvoering, waarbij verantwoordelijkheden en bevoegdheden zoveel als mogelijk worden neergelegd bij decentrale managers van resultaatverantwoordelijke eenheden (RVE'n). In convenanten zijn afspraken vastgelegd over de te leveren producten en activiteiten. Daarbij behoren financiële, personele en materiële middelen. Sinds 1997 wordt gewerkt aan de actualisering en nadere uitwerking van dit beleid dat haar oorsprong kent in het Beleid Bedrijfsvoering Defensie 1993 (BBD-93). Het geactualiseerde beleid, vastgelegd in het BBD-2000, is voor de Koninklijke marine een logische voortzetting van het bestaande beleid op het gebied van de bedrijfsvoering.

Het begrotingsjaar 1999 kan worden gekenmerkt als een jaar van beschouwing. Een onderzoek heeft plaatsgevonden naar de stand van zaken van het bedrijfsvoeringsbeleid. Naar aanleiding daarvan zullen vervolgstappen worden ondernomen.

In het licht van meer transparantie in de begroting zijn er ontwikkelingen gaande die leiden tot een verbeterd inzicht van producten en activiteiten van de krijgsmacht. In de ontwerpbegroting 1999 en ook in dit jaarverslag zijn de activiteiten betreffende de operationele eenheden opgenomen. In de ontwerpbegroting 2000 is een nieuwe stap gemaakt en is de doelstellingenmatrix geïntroduceerd, waarmee inzicht wordt verschaft in de inzetbaarheid van de Koninklijke marine. In de ontwerpbegroting 2001 worden doelstellingen opgenomen die vervolgens leiden tot kengetallen. Wat betreft de ondersteunende eenheden zullen de prestatie-indicatoren, zoals opgenomen in dit jaarverslag, in 2001 worden geëvalueerd.

Voor een goed decentraal beheer is kosteninzicht nodig. Dit wordt gerealiseerd door de invoering van uitgaven-, kosten- en hoeveelheidsbudgetten op de uitvoerende niveaus.

Op het gebied van de uitgavenbudgetten is een groot aantal stappen gezet. Veel budgetten zijn inmiddels gedecentraliseerd. Gedurende het jaar 1999 zijn budgetten gedecentraliseerd voor een totaalbedrag van f 90 miljoen. Hoewel in de visie van een aantal decentrale commandanten budgetten die nu nog centraal worden beheerd, kunnen worden gedecentraliseerd, zal daar vooralsnog niet de hoogste prioriteit liggen. Deze ligt bij het verder vormgeven van de decentrale bedrijfsvoering, met als bijzonder aandachtspunt de versteviging van een ordelijk financieel beheer. Ter ondersteuning van dit beheer wordt de administratieve organisatie van de financiële processen op decentraal niveau beschreven. Voor de ressorts CZMNED en CKMARNS en voor de Rijkswerf zijn deze beschrijvingen afgerond. Met de overige ressorts zijn afspraken gemaakt over de planmatige afronding van de beschrijvingen in 2000.

Ten aanzien van kostenbudgettering is in verband met de complexe beheersing van dergelijke budgetten het streven om het aantal kostenbudgetten te minimaliseren. Vooralsnog zijn voorraadbrandstof- en munitie (klein kaliber)-onttrekking de enige soorten kostenbudgetten die bij de Koninklijke marine ontwikkeld worden. Teneinde kostenbudgetten even volwassen te behandelen als uitgavenbudgetten is het noodzakelijk dat er goede ramingsmethodieken en registratiemogelijkheden, zoals bij de uitgavenbudgetten, ontwikkeld worden. Voor de voorraadonttrekking is de interface tussen het logistieke systeem en het financiële systeem gereedgekomen in 1999. In 2000 zal dit bij alle RVE'n geoperationaliseerd worden. Naast de invoering van de kostenbudgetten zal tevens onderzocht moeten worden in welke mate er geschoven mag worden tussen kosten- en uitgavenbudgetten.

Om de decentrale manager instrumenten ter beschikking te stellen om de bedrijfsprocessen bij de RVE beter te kunnen beheersen, was onder meer een herinrichting van de interne controle noodzakelijk. Eind 1998 is het project «Herinrichting interne controle Koninklijke marine» in het georganiseerd overleg met de bijzondere commissies militair en burgerpersoneel Koninklijke marine afgeprocedeerd. In 1999 heeft de reorganisatie van de interne controle binnen de Koninklijke marine geresulteerd in de inrichting van verbijzonderde interne controle-organen bij de decentrale RVE-commandanten en directeuren van de Haagse directies, ondergebracht in de desbetreffende controllerorganisatie. Het bureau Beleid en Review bij de Directeur Economisch Beheer Koninklijke marine (DEBKM) geeft invulling aan de functionele en sturende rol van DEBKM ten aanzien van de verbijzonderde interne controle. Hiertoe wordt door het bureau het beleid aangegeven en uitgedragen en treedt het op als coördinator en kwaliteitsbewaker. Met de decentralisatie van de interne controle werkzaamheden werd door het bureau Beleid en Review ook een aanzet gegeven voor het wijzigen van de methodiek: van gegevens gerichte controle naar procesgerichte controle.

Als gevolg van de toegenomen behoefte om de beheersing van de decentrale bedrijfsprocessen te toetsen, is twee jaar geleden de auditfunctie bij de Koninklijke marine geïntroduceerd. Audits worden uitgevoerd op basis van een jaarplan, waarin een selectie is opgenomen van beleidsonderwerpen en bedrijfsprocessen die beheersmatig een risico vormen voor de realisatie van KM doelstellingen. Naast het auditjaarplan vinden op ad hoc basis onderzoeken plaats naar aanleiding van verzoeken van het management en wordt bijgedragen aan het uitvoeren van Defensiebrede onderzoeken.

In 2000 zullen initiatieven worden ontplooid die moeten leiden tot een werkwijze om te komen tot een zogenaamde «in control statement» van de bevelhebber. Hierbij wordt ook de rol van onder meer de auditfunctie en de interne controle functie bij de totstandkoming van deze verklaring gedefinieerd.

Naast de beschrijving van de financiële processen worden ook de mogelijkheden onderzocht om te komen tot generieke regels die richting kunnen geven bij het beschrijven van de integrale bedrijfsprocessen bij de Koninklijke marine. Blauwdrukken voor Defensiebrede bedrijfsprocessen krijgen aandacht in het kader van programmamanagement. Maar ook in andere programma's uit programmamanagement wordt op basis van procesbeschrijvingen en gemeenschappelijke functionaliteit gewerkt aan concrete projectvoorstellen. Leidend is daarbij de wens om bestaande beleidsterrein specifieke informatiesystemen te vervangen door gemeenschappelijke informatiesystemen.

Bij de vervanging van de bestaande technische infrastructuur van de Koninklijke marine wordt, binnen de beschikbare budgettaire ruimte, gewerkt aan realisatie van de eisen conform de afspraken voor de Defensiebrede, gestandaardiseerde ICT-middenlaag. De voortgang in dit proces is afdoende. Dit geldt zeker als in ogenschouw wordt genomen dat in 1999 veel energie en middelen zijn besteed aan het millennium- bestendig maken van bestaande informatiesystemen en implementatie van de VIR standaarden voor systemen ter ondersteuning van de cruciale maatschappelijke diensten.

Personeel

Voor het jaar 1999 was voor het militair personeel een sterkte geraamd van 12 849 personen. De wervingsbehoefte is in het algemeen voor 85% gerealiseerd. De werving van met name technisch personeel is zeer problematisch gebleken. Ook blijkt, dat van het goedgekeurde BT-personeel bijna 7% niet opkomt.

Het belangrijkste knelpunt in 1999 is de werving van onderofficieren Technische Dienst en Wapentechnische Dienst Vliegtuigtechniek (WDV) en de Wapentechnische Dienst Scheepssystemen. De vacatures bij het WDV-personeel hebben een onvoldoende beschikbaarheid van boordvliegtuigploegen tot gevolg, waardoor de toewijzing van helikopters aan eenheden van de vloot beperkingen ondervindt.

De wervingsresultaten in het algemeen alsmede een nog immer hoge uitstroom zorgden voor een realisatie van 12 547 militairen.

De flexibilisering van de personeelsstructuur heeft geleid tot een verschuiving tussen de aantallen BOT- en BBT-militairen.

De voor het burgerpersoneel geraamde sterkte van 4 321 personen is met 33 onderschreden. Met name de werving van (technisch) personeel in de regio Den Helder verloopt moeizaam.

Realisatie

De totaal geraamde en gerealiseerde uitgaven van het beleidsterrein Koninklijke marine voor het jaar 1999 zijn als volgt te specificeren:

Uitgaven (x f 1000,–)

OmschrijvingBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
03.20 Personeel en materieel     
– Commandant der Zeemacht in Nederland (CZMNED)667 779739 44471 66511%
– Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied (CZMCARIB)100 766120 65919 89320%
– Commandant van het Korps Mariniers (CKMARNS)193 384209 12315 7398%
– Ondersteunende eenheden506 348556 66450 31610%
– Admiraliteit534 502500 085– 34 417– 6%
– Wachtgelden en inactiviteitswedden34 49932 618– 1 881– 5%
Totaal Personeel en materieel2 037 2782 158 593121 3156%
03.21 Subsidies en bijdragen533529– 4– 1%
03.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur903 513886 959– 16 554– 2%
Totaal uitgaven Koninklijke marine2 941 3243 046 081104 7574%

Toelichting op de verschillen

De verschillen worden naar oorzaak bij de realisatiecijfers van de uitgavenbegrotingsartikelen toegelicht.

03.20 Personeel en materieel

De uitgaven binnen het artikel 03.20 Personeel en materieel bij het beleidsterrein Koninklijke marine zijn geraamd en verantwoord bij de volgende vijf ressorts: Commandant der Zeemacht in Nederland, Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied, Commandant van het Korps Mariniers, Ondersteunende eenheden en Admiraliteit. Ook de uitgaven voor wachtgelden en inactiviteitswedden zijn op dit artikel geraamd en verantwoord.

Het ressort Commandant der Zeemacht in Nederland (CZMNED)

Het ressort Commandant der Zeemacht in Nederland (CZMNED) bestaat uit de Groep Escorte Schepen, de Groep Maritieme Helikopters, de Groep Maritieme Patrouille Vliegtuigen, de Onderzeedienst, de Mijnendienst en de Overige eenheden van CZMNED, zoals het commandement, het Kustwachtcentrum, het Maritiem Hoofdkwartier Nederland, kazernes en walinrichtingen.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
03.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel77 17771 230– 5 947– 8%77 17771 230– 5 947– 8%
03.20.02 Militair personeel501 812502 8631 0510%501 812502 8631 0510%
03.20.03 Overige personele uitgaven28 46556 79528 330100%28 46550 28521 82077%
03.20.04 Materiële uitgaven59 430147 25787 827148%60 325115 06654 74191%
Totaal666 884778 145111 26117%667 779739 44471 66511%

Activiteitentoelichting

Het ressort CZMNED heeft als hoofdactiviteiten ontplooid, het inzetbaar maken en houden van de operationele eenheden van de vloot en het inzetten van die operationele eenheden.

Conform het gestelde in de begroting is dit in 1999 gebeurd door de permanente deelname met elk een fregat aan de Standing Naval Forces Atlantic (STANAVFORLANT) en Mediterranean (STANAVFORMED), de permanente deelname met een mijnenjager aan de Standing Naval Force Channel (STANAVFORCHAN), de standaard inzet aan vaardagen en vlieguren ten behoeve van de Kustwacht Nederland en de deelname aan grotere oefeningen.

Daarnaast zijn eenheden ingezet voor de operaties Allied Harbour, Allied Harvest en AFOR (Albanian Force) gedurende de Kosovo-crisis.

03.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van het ressort CZMNED verantwoord.

Het verschil tussen raming en realisatie wordt met name veroorzaakt door aanpassing van de begrotingssterkte. In 1999 zijn, in verband met de overbrenging van het Opslag- en Distributiecentrum (ODC), 162 vte'n overgeheveld naar het Marinebedrijf.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheid Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal waarvan:aantal vte'n1 074913– 161
– actief burgerpersoneelaantal vte'n1 058893– 165
– gemiddeld salarisx f 1,–72 02178 2416 220
– totale uitgavenx f 1000,–76 19869 869– 6 329
– niet-actief burgerpersoneelaantal vte'n16204
– gemiddeld salarisx f 1,–61 18868 0506 862
– totale uitgavenx f 1000,–9791 361382
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–77 17771 230– 5 947

03.20.02 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van het ressort CZMNED verantwoord.

Militair personeelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal waarvan:aantal vte'n6 6226 443– 179
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n4 5454 315– 230
– gemiddeld salarisx f 1,–80 97884 6563 678
– totale uitgavenx f 1000,–368 046365 292– 2 754
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n2 0772 12851
– gemiddeld salarisx f 1,–64 40364 648245
– totale uitgavenx f 1000,–133 766137 5713 805
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–501 812502 8631 051

03.20.03 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de personele uitgaven anders dan salarissen verantwoord van zowel burger- als militair personeel. Deze zijn in sterke mate afhankelijk van de personeelssterkte en de gerealiseerde activiteiten. De uitgaven hebben onder meer betrekking op kleding en uitrusting, voeding, reizen, onderwijs en opleidingen en de inhuur van tijdelijk personeel.

De stijging van de uitgaven wordt voor het grootste deel veroorzaakt doordat gedurende het jaar uitvoering is gegeven aan verdere decentralisatie van taken en bevoegdheden en de daaraan verbonden overheveling van budgetten in het kader van het Verbeterd Economische Beheer (VEB). Hierdoor zijn uitgaven ten laste van dit ressort verantwoord die tot nu toe ten laste van het ressort Admiraliteit werden verantwoord. Ook de aanpassing van de regeling «woon-werkverkeer» in het kader van de arbeidsvoorwaarden heeft geleid tot hogere uitgaven. Bovendien is door de vacatureproblematiek binnen dit ressort meer tijdelijk personeel ingehuurd dan aanvankelijk was geraamd.

Overige personele uitgavenEenheid Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren94,8151,356,5
– bedrag per mensjaarx f 1,–72 07672 0826
– totale uitgavenx f 1000,–6 83110 9064 075
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n(bp en mp)7 6807 336– 344
– gemiddeld per vtex f 1,–2 8175 3682 551
– totale uitgavenx f 1000,–21 63439 37917 745
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–28 46550 28521 820

03.20.04 Materiële uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de materiële uitgaven verantwoord. Het betreft hier uitgaven voor onder meer huisvesting, bureauzaken, informatiesystemen, zaken van operationele aard, inventarisgoederen en klein materieel, onderhoud en herstel van het materieel, onderhoud van gebouwen en terreinen en bevoorrading.

De hogere realisatie wordt met name veroorzaakt door verdere decentralisatie van taken en bevoegdheden in de loop van het begrotingsjaar 1999. Deze uitgaven (f 46,8 miljoen) werden tot nu toe door het ressort Admiraliteit verantwoord. Tevens moest een achterstand in motorenrevisies van de Orions worden ingelopen.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur O-, I- & A-deskundigheidaantal mensjaren0,40– 0,4
– gemiddelde uitgaven per mensjaarx f 1,–257 0400– 257 040
– totale uitgavenx f 1000,–950– 95
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n (bp en mp)7 6807 336– 344
– gemiddeld per vtex f 1,–2 2584 3182 060
– totale uitgavenx f 1000,–17 34531 67414 329
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–17 44031 67414 234
Overige materiële uitgavenx f 1000,–42 88583 39240 507
Totaal materiële uitgavenx f 1000,–60 325115 06654 741

Toelichting op prestatie-indicator Overige materiële uitgaven

Specifieke gegevens materiële uitgavenEenheid Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
havenbezoekenaantal35239846
gemiddelde uitgaven per havenbezoekx f 1,–8 43515 4407 005
Toegelicht bedragx f 1 000,–2 9696 1453 176
kanaalpassages Kielerkanaalaantal3116– 15
gemiddelde uitgaven per kanaalpassagex f 1,–4 6452 875– 1 770
Toegelicht bedragx f 1 000,–14446– 98
kanaalpassages Suezkanaalaantal20– 2
gemiddelde uitgaven per kanaalpassagex f 1,–93 5000– 93 500
Toegelicht bedragx f 1 000,–1870– 187

Het ressort Commandant der Zeemacht in het Caribisch gebied (CZMCARIB)

Het ressort Commandant der Zeemacht in het Caribisch Gebied (CZMCARIB) bestaat uit het commandement der zeemacht in het Caribisch Gebied, de marinebasis Parera, de marinekazerne Suffisant, het vliegveld HATO-militair te Curaçao, de marinierskazerne Savaneta op Aruba, twee infanteriecompagnieën mariniers met ondersteuningspeloton, de Antilliaanse en Arubaanse militie, het transportschip Hr.Ms. Pelikaan en de radiostations in het Caribisch gebied.

Daarnaast beschikt CZMCARIB over het stationsschip met boordhelikopter en twee P3C Orions maritieme patrouillevliegtuigen van het ressort CZMNED en het 336 squadron van de Koninklijke luchtmacht met de daartoe behorende twee F27-M vliegtuigen. Verder worden twee civiele helikopters ingezet voor de helikoptervliegopleiding (HVO) en voor de Kustwacht.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
03.20.05 Ambtelijk burgerpersoneel5 8926 52863611%5 8926 52863611%
03.20.06 Militair personeel71 58178 5356 95410%71 58178 5356 95410%
03.20.07 Overige personele uitgaven5 49811 8036 305115%5 49812 3076 809124%
03.20.08 Materiële uitgaven17 79522 4964 70126%17 79523 2895 49431%
Totaal100 766119 36218 59618%100 766120 65919 89320%

Activiteitentoelichting

De Koninklijke marine is belast met de verdediging van de Nederlandse Antillen en Aruba. De defensie-inspanningen zijn er op gericht, naast de verdediging van het grondgebied van het Koninkrijk, een bijdrage te leveren aan de strijd tegen de handel in drugs. Om hieraan uitvoering te geven omvatten de hoofdactiviteiten die CZMCARIB ontplooit, het inzetbaar houden en het inzetten van de ter beschikking gestelde operationele eenheden.

De operationele planning werd dit jaar verstoord door orkaanpassages en de humanitaire hulptransporten naar Venezuela. Een groot aantal personele en materiële defensiemiddelen moest worden ingezet bij de militaire bijstand na de passages van de orkanen José en Lenny over de Bovenwindse eilanden en de hulptransporten. Hierdoor zijn enkele oefeningen niet doorgegaan, echter de toegevoegde waarde van de ernst-operaties heeft de weggevallen oefenmogelijkheden ruimschoots gecompenseerd.

In verband met het beëindigen van US Counter Drugs operaties met vliegende eenheden vanuit Panama zijn na de totstandkoming van een «letter of intent» tussen de autoriteiten uit de Verenigde Staten en het Koninkrijk, de Forward Operating Locations (FOL's) op Curaçao en Aruba ingericht.

Een belangrijke inspanning van de defensie-eenheden van CZMCARIB was ook dit jaar weer het leveren van een structurele bijdrage aan de operaties van de Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba.

03.20.05 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van het ressort CZMCARIB verantwoord.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheid Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
– actief burgerpersoneelaantal vte'n71765
– gemiddeld salarisx f 1,–82 98685 8952 909
– totale uitgavenx f 1000,–5 8926 528636

03.20.06 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van het ressort CZMCARIB verantwoord.

Het verschil tussen begroting en realisatie wordt voor het grootste deel veroorzaakt door de toegekende loon- en prijscompensatie (zoals vermeld in de tweede suppletore begroting 1999) en een koerscorrectie van de dollar in de berekeningssystematiek van de buitenlandtoelage. In het budget is geraamd met een dollarkoers van f 1,90. De werkelijke uitbetaling vond plaats tegen een gemiddelde koers van f 2,05.

Militair personeelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal waarvan:aantal vte'n601593– 8
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n3183268
– gemiddeld salarisx f 1,–112 604143 87731 273
– totale uitgavenx f 1000,–35 80846 90411 096
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n283267– 16
– gemiddeld salarisx f 1,–103 97293 846– 10 126
– totale uitgavenx f 1000,–29 42425 057– 4 367
– Antarumilaantal vte'n166152– 14
– gemiddeld salarisx f 1,–38 24743 2505 003
– totale uitgavenx f 1000,–6 3496 574225
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–71 58178 5356 954

03.20.07 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de personele uitgaven anders dan salarissen verantwoord. De uitgaven hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van zowel de personeelssterkte als de gerealiseerde activiteiten en hebben onder meer betrekking op kleding, voeding, reizen, verplaatsen, onderwijs en opleidingen, inhuur van tijdelijk personeel en voorziening woonruimte.

Het verschil tussen de raming en de realisatie wordt op hoofdlijnen veroorzaakt door verdere decentralisatie van taken en bevoegdheden (De hierbij behorende uitgaven werden tot nu toe verantwoord ten laste van het ressort Admiraliteit) en een overschrijding van het budget ziektekosten lokaal burgerpersoneel. Ter verbetering van de beheersing van deze kosten heeft CZMCARIB een werkgroep ingesteld die onderzoekt of een collectieve ziektekostenverzekering mogelijk is.

Overige personele uitgavenEenheid Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren3,33,70,4
– bedrag per vtex f 1,–72 07672 0760
– totale uitgavenx f 1000,–24126423
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n(bp en mp)672669– 3
– gemiddeld per vtex f 1,–7 82318 00110 178
– totale uitgavenx f 1000,–5 25712 0436 786
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–5 49812 3076 809

03.20.08 Materiële uitgaven

Onder dit artikelonderdeel zijn de materiële uitgaven verantwoord. Het betreft hier onder meer de uitgaven voor kleine bedrijfsmatige investeringen, huisvesting, bureauzaken, informatiesystemen, data- en telecommunicatie, inventarisgoederen en klein materieel, onderhoud en herstel van het materieel, het onderhoud van gebouwen en terreinen en tot slot brandstoffen, olie, smeermiddelen en bedrijfsstoffen.

Het verschil wordt ook hier voor een groot deel veroorzaakt door verdere decentralisatie van taken en bevoegdheden. Het implementeren van Windows-NT en de aanschaf van automatiseringsmiddelen zijn noodzakelijke stappen geweest om de totale ICT-infrastructuur af te stemmen op de eisen die de bedrijfsvoering hieraan stelt (kwaliteit en continuïteit). De realisatie hiervan werd eerder dan voorzien ter hand genomen teneinde tevens millenniumproblemen op te lossen.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n(bp en mp)672669– 3
– gemiddeld per vtex f 1,–12 16117 0754 914
– totale uitgavenx f 1000,–8 17211 4233 251
Overige materiële uitgavenx f 1000,–9 62311 8662 243
Totaal materiële uitgavenx f 1000,–17 79523 2895 494

Toelichting Overige materiële uitgaven

De budgetten voor brandstoffen, olie en smeermiddelen en overige zaken van operationele aard zijn in de loop van 1999 overgeheveld vanuit het ressort Admiraliteit.

Het ressort Commandant van het Korps Mariniers (CKMARNS)

Het ressort Commandant van het Korps Mariniers (CKMARNS) bestaat uit het hoofdkwartier van het Korps Mariniers en de Groep Operationele Eenheden Mariniers (GOEM), waarin de operationele eenheden zijn ondergebracht. In vredestijd bestaat de GOEM uit het 1e en het 2e mariniersbataljon, het gevechtssteunbataljon, het logistieke bataljon, het amfibisch ondersteuningsbataljon en de bijzondere Bijstandseenheid (BBE). Verder de marinierskazernes te Doorn, Rotterdam en Texel, het mariniersopleidingscentrum, de marinierskapel en de mobilisabele eenheden.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
03.20.09 Ambtelijk burgerpersoneel2 4592 71926011%2 4592 71926011%
03.20.10 Militair personeel158 623162 9744 3513%158 623162 9744 3513%
03.20.11 Overige personele uitgaven8 90017 1848 28493%8 90017 5778 67797%
03.20.12 Materiële uitgaven23 40226 0682 66611%23 40225 8532 45110%
Totaal193 384208 94515 5618%193 384209 12315 7398%

Activiteitentoelichting

Het ressort Commandant van het Korps Mariniers heeft als hoofdactiviteiten het inzetbaar maken en houden van de operationele eenheden en het uitvoeren van de opgedragen inzet.

In het jaar 1999 zijn als belangrijke activiteiten uitgevoerd: deelname aan een aantal grote oefeningen, het beschikbaar hebben van eenheden ten behoeve van inzet in het kader van SFOR en het ter beschikking stellen van eenheden ten behoeve van AFOR te Albanië.

Ondanks de inzet en gereedstellingen van eenheden voor Crisisbeheersings-, Vredes- en Humanitaire operaties en het daardoor niet doorgaan van een aantal oefeningen waaraan deelname was voorzien, is het oefen- en trainingsprogramma voor een groot deel gerealiseerd en is de operationele gereedheid op peil gebleven.

03.20.09 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van het ressort CKMARNS verantwoord.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheid Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
– actief burgerpersoneelaantal vte'n36382
– gemiddeld salarisx f 1,–68 30671 5533 247
– totale uitgavenx f 1000,–2 4592 719260

03.20.10 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van het ressort CKMARNS verantwoord.

De hogere uitgaven voor het BOT-personeel worden nagenoeg geheel veroorzaakt door de toegekende loon- en prijscompensatie.

Militair personeelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal    
waarvan:aantal vte'n2 3882 358– 30
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n1 1431 128– 15
– gemiddeld salarisx f 1,–74 26382 5618 298
– totale uitgavenx f 1000,–84 88393 1298 246
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n1 2451 230– 15
– gemiddeld salarisx f 1,–59 22956 785– 2 444
– totale uitgavenx f 1000,–73 74069 845– 3 895
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–158 623162 9744 351

03.20.11 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de personele uitgaven anders dan salarissen verantwoord. Deze hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van de personeelssterkte en de gerealiseerde activiteiten. Deze uitgaven hebben onder meer betrekking op kleding en uitrusting, voeding, reizen en onderwijs.

Het verschil wordt met name veroorzaakt door verdere decentralisatie van taken en bevoegdheden.

Overige personele uitgavenEenheid Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren8,29,61,4
– bedrag per mensjaarx f 1,–72 07671 771– 305
– totale uitgavenx f 1000,–59468995
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n(bp en mp)2 4242 396– 28
– gemiddeld per vtex f 1,–3 4277 0483 621
– totale uitgavenx f 1000,–8 30616 8888 582
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–8 90017 5778 677

03.20.12 Materiële uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de materiële uitgaven verantwoord. Het betreft hier onder andere de uitgaven voor huisvesting, bureauzaken, informatiesystemen, zaken van operationele aard, inventarisgoederen en klein materieel, onderhoud en herstel van het materieel, het onderhoud van gebouwen en terreinen, brandstoffen, olie, smeermiddelen en bevoorrading.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n(bp en mp)2 4242 396– 28
– gemiddeld per vtex f 1,–3 4593 644185
– totale uitgavenx f 1000,–8 3848 732348
Overige materiële uitgavenx f 1000,–15 01817 1212 103
Totaal materiële uitgavenx f 1000,–23 40225 8532 451

Het ressort Ondersteunende eenheden

Het ressort Ondersteunende eenheden bestaat uit het Marinebedrijf, het Centrum voor Automatisering van Wapen- en Commando Systemen en opleidingseenheden van de Koninklijke marine. Het Marinebedrijf bestaat uit de Rijkswerf, het SEWACO-bedrijf en het Marine Elektronisch en Optisch Bedrijf Oegstgeest (MEOB-O). De nieuwbouwwerkzaamheden, benodigd voor het colloceren van het MEOB-O bij de overige bedrijfsonderdelen zijn in 1999 gestart. Ten opzichte van het oorspronkelijke plan is enige vertraging opgetreden.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
03.20.13 Ambtelijk burgerpersoneel184 403199 59215 1898%184 403199 59215 1898%
03.20.14 Militair personeel140 189138 721– 1 468– 1%140 189138 721– 1 468– 1%
03.20.15 Overige personele uitgaven24 49639 12114 62560%24 49640 85816 36267%
03.20.16 Materiële uitgaven157 260186 36529 10519%157 260177 49320 23313%
Totaal506 348563 79957 45111%506 348556 66450 31610%

Activiteitentoelichting

De activiteiten van het ressort Ondersteunende Eenheden zijn er op gericht geweest om zodanige voorwaarden te scheppen dat de eenheden van de Koninklijke marine in materieel- en in personeel opzicht konden voldoen aan de vereiste operationele doelstellingen.

03.20.13 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van het ressort Ondersteunende eenheden verantwoord.

De hogere realisatie is met name het gevolg van een aanpassing van de begrotingssterkte door de overheveling van het Opslag- en distributiecentrum vanuit het ressort CZMNED.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheid Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal    
waarvan:aantal vte'n2 5172 656139
– actief burgerpersoneelaantal vte'n2 4772 594117
– gemiddeld salarisx f 1,–73 46075 4602 000
– totale uitgavenx f 1000,–181 961195 74313 782
– niet-actief burgerpersoneelaantal vte'n406222
– gemiddeld salarisx f 1,–61 05062 0811 031
– totale uitgavenx f 1000,–2 4423 8491 407
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–184 403199 59215 189

03.20.14 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van het ressort Ondersteunende eenheden verantwoord.

Militair personeelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal    
waarvan:aantal vte'n2 2092 067– 142
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n1 7381 603– 135
– gemiddeld salarisx f 1,–69 83973 4983 659
– totale uitgavenx f 1000,–121 380117 817– 3 563
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n471464– 7
– gemiddeld salarisx f 1,–39 93445 0525 118
– totale uitgavenx f 1000,–18 80920 9042 095
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–140 189138 721– 1 468

03.20.15 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de personele uitgaven anders dan salarissen verantwoord. Deze hebben betrekking op zowel burger- als militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van de personeelssterkte en de gerealiseerde activiteiten. Deze uitgaven hebben onder meer betrekking op kleding en uitrusting, voeding, reizen, verplaatsen, onderwijs en opleiding, representatie en inhuur van tijdelijk personeel.

De hogere realisatie is met name te verklaren door de uitgaven op basis van verdere decentralisatie en bijbehorende bevoegdheden en door het uitbesteden van werkzaamheden vanwege het grote aantal vacatures bij het Marinebedrijf.

Overige personele uitgavenEenheid Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren213,3296,883,5
– bedrag per vtex f 1,–72 07672 0760
– totale uitgavenx f 1000,–15 37221 3896 017
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n(bp en mp)4 6864 661– 25
– gemiddeld per vtex f 1,–1 9474 1772 230
– totale uitgavenx f 1000,–9 12419 46910 345
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–24 49640 85816 362

03.20.16 Materiële uitgaven

Ten laste van dit artikel zijn de materiële uitgaven anders dan personele uitgaven verantwoord en betreffen onder meer de uitgaven voor kleine bedrijfsmatige investeringen, huisvesting, bureauzaken, informatiesystemen, data- en telecommunicatie, inventarisgoederen en klein materieel, herbevoorrading, onderhoud en herstel van materieel, gebouwen en terreinen, milieu, uitbesteding aan O-, I- en A-deskundigen en uitgaven voor het oplossen van millenniumproblemen.

De hogere realisatie is met name te verklaren door de extra uitgaven vanwege verdere decentralisatie van budgetten en bijbehorende bevoegdheden en stijgende uitgaven voor de herbevoorrading, voornamelijk als gevolg van het opereren met nieuwe scheepstypes.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur O-, I- & A-deskundigheidaantal mensjaren3,70,8– 2,9
– gemiddelde uitgaven per mensjaarx f 1,–257 040257 0400
– totale uitgavenx f 1000,–958216– 742
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n(bp en mp)4 6864 661– 25
– gemiddeld per vtex f 1,–9 14510 3701 225
– totale uitgavenx f 1000,–42 85448 3355 481
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–43 81248 5514 739
Overige materiële uitgavenx f 1000,–113 448128 94215 494
Totaal materiële uitgavenx f 1000,–157 260177 49320 233

Prestatie-indicatoren

Benoemd onderhoud Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
Aantal meerjaarlijks onderhoud (MJO's) 43– 1
Aantal tussentijds onderhoud (TTO's) 671
Incidenteel onderhoud Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
Aantal reparatie-orders 10 86810 90032
Engineering (x aantal uren) Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
Marinebedrijf 183 498151 677– 31 821
Opleidingen (in aantallen leerlingen) Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
Initiële opleidingen 1 3151 126– 189
Loopbaanopleidingen 721686– 35
Functie-opleiding 20 72417 500– 3 224
Totaal opleidingen 22 76019 312– 3 448
Publicaties (in aantallen) Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
KIM 8178– 3

De uren engineering betreffen het ontwerpen en ontwikkelen van kleine verbeteringen voortgekomen uit materieelgebruik; tevens valt het configuratiebeheer hieronder. De onderrealisatie wordt veroorzaakt door bijstelling van de ramingssytematiek.

Het verschil tussen begroting en realisatie van de functie-opleidingen wordt grotendeels veroorzaakt door een aanpassing van de definitie. De realisatie is gebaseerd op het aantal geslaagden. In de ontwerpbegroting 1999 is echter uitgegaan van het aantal op te leiden leerlingen. Het aantal op te leiden leerlingen in 1999 bedroeg 19 800.

Het ressort Admiraliteit

Het ressort Admiraliteit bestaat uit de Marinestaf, de Directie Materieel, de Directie Personeel en de Directie Economisch Beheer en hun bijzondere organisatie eenheden (Hydrografie, Sociaal Medische Dienst en Audiovisuele Dienst).

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
03.20.17 Ambtelijk burgerpersoneel60 46764 6834 2167%60 46764 6834 2167%
03.20.18 Militair personeel95 267116 68721 42022%95 267116 68721 42022%
03.20.19 Overige personele uitgaven76 16838 868– 37 300– 49%76 16840 562– 35 606– 47%
03.20.20 Materiële uitgaven308 401267 330– 41 071– 13%302 600278 153– 24 447– 8%
Totaal540 303487 568– 52 735– 10%534 502500 085– 34 417– 6%

Activiteitentoelichting

De activiteiten van het ressort Admiraliteit omvatten:

– het voeren van het operationele beleid van de Koninklijke marine;

– het doen functioneren van de militaire eenheden en inrichtingen voorzover die onder de Admiraliteit zijn gesteld, in onderlinge samenhang en elk afzonderlijk ter uitvoering van de opgedragen taken in vredestijd en in geval van oorlogsvoorbereiding;

– het voeren van een personeelsbeleid en het onderhouden van een personeel-logistiek proces, dat er op gericht is de organisatie, te allen tijde en in alle omstandigheden te doen beschikken over de gewenste hoeveelheid voor zijn taak berekend en gemotiveerd personeel;

– het voeren van een materieelbeleid gericht op de materieel-logistieke processen;

– het bevorderen en bewaken van de doelmatigheid door het vormgeven aan het uitvoeren van het financieel-economisch beleid en het toetsen van de rechtmatigheid van de bestedingen;

– het voeren van een bedrijfsvoerings- en automatiseringsbeleid.

03.20.17 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten met betrekking tot het burgerpersoneel van het ressort Admiraliteit verantwoord.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheid Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal    
waarvan:aantal vte'n69170110
– actief burgerpersoneelaantal vte'n6786868
– gemiddeld salarisx f 1,–87 99192 6884 697
– totale uitgavenx f 1000,–59 65863 5843 926
– niet-actief burgerpersoneelaantal vte'n13152
– gemiddeld salarisx f 1,–62 23173 26711 036
– totale uitgavenx f 1000,–8091 099290
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–60 46764 6834 216

03.20.18 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten met betrekking tot het militair personeel van het ressort Admiraliteit verantwoord.

De hogere realisatie wordt nagenoeg geheel verklaard door een herschikking van personeel tussen de ressorts. Daarnaast zijn de uitgaven voor toelagen voor personeel geplaatst in het buitenland (onderwijskosten, toelage buitenland) gestegen.

Militair personeelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal    
waarvan:aantal vte'n1 0291 08758
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n796908112
– gemiddeld salarisx f 1,–104 106116 22812 122
– totale uitgavenx f 1000,–82 868105 53522 667
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n233179– 54
– gemiddeld salarisx f 1,–53 21562 3029 087
– totale uitgavenx f 1000,–12 39911 152– 1 247
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–95 267116 68721 420

03.20.19 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de personele uitgaven anders dan salarissen verantwoord. Deze hebben betrekking op zowel burger- als militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van de personeelssterkte en de gerealiseerde activiteiten. De uitgaven hebben onder meer betrekking op kleding en uitrusting, voeding, reizen, verplaatsen, representatie, geneeskundige verzorging, overige personele zaken, persoonsgebonden toelagen en uitkeringen, vliegopleidingen en inhuur van tijdelijk personeel.

De per saldo lagere verplichtingen en uitgaven zijn met name het gevolg van de verdergaande decentralisatie van taken en bevoegdheden in het kader van het Verbeterd Economisch Beheer (VEB).

Overige personele uitgavenEenheid Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren19,723,53,8
– bedrag per vtex f 1,–72 07672 0760
– totale uitgavenx f 1000,–1 4201 696276
– overige persoonsgebonden personele uitgaven voor de Admiraliteitaantal vte'n(bp en mp)1 7071 77366
– gemiddeld per vtex f 1,–4 2844 735451
– totale uitgavenx f 1000,–7 3138 3961 083
– overige persoonsgebonden personele uitgaven voor de gehele Koninklijke marineaantal vte'n(bp en mp)17 17016 835– 335
– gemiddeld per vtex f 1,–3 9271 810– 2 117
– totale uitgavenx f 1000,–67 43530 470– 36 965
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–76 16840 562– 35 606

03.20.20 Materiële uitgaven

Onder dit artikelonderdeel zijn de materiële uitgaven verantwoord die betrekking hebben op huisvesting, bureauzaken, informatiesystemen, geneeskundig materiaal, bevoorrading, munitie, data- en telecommunicatie, inventarisgoederen en klein materieel, onderhoud en herstel van materieel, gebouwen en terreinen, zaken van operationele aard, uitbestedingen aan O-, I- en A-deskundigen, B.T.W., invoerrechten en accijnzen, milieu, brandstoffen, olie en smeermiddelen alsmede uitgaven voor het oplossen van millenniumproblemen.

De per saldo lagere verplichtingen en uitgaven zijn met name het gevolg van de verdergaande decentralisatie van taken en bevoegdheden in het kader van het Verbeterd Economisch Beheer (VEB). Bovendien zijn bestelorders betreffende munitie-aankopen (ten behoeve van de schietvoorraad) in 1999 niet geheel tot betaling gekomen. De verlagingen werden voor een deel gecompenseerd doordat een betaling heeft plaatsgevonden in het kader van de overdracht van de Oude Rijkswerf aan de gemeente Den Helder, ten behoeve van de door de gemeente uit te voeren bodemsanering.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur O-, I- & A-deskundigheidaantal mensjaren2,55,53,0
– gemiddelde uitgaven per mensjaarx f 1,–257 040257 0400
– totale uitgavenx f 1000,–6501 412762
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n(bp en mp)17 17016 835– 335
– gemiddeld per vtex f 1,–6 3095 849– 460
– totale uitgavenx f 1000,–108 33198 473– 9 858
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–108 98199 885– 9 096
Overige materiële uitgavenx f 1000,–193 619178 268– 15 351
Totaal materiële uitgavenx f 1000,–302 600278 153– 24 447

Toelichting Overige materiële uitgaven

Specifieke gegevens materiële uitgaven

OmschrijvingEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Brandstoffen ,olie en smeermiddelencums   
– gasolie schepenx 1 000 m384,471,7– 12,7
– kerosine patrouillevliegtuigenx 1 000 m314,29,9– 4,3
– helikopterbrandstofx 1 000 m32,21,8– 0,4
Totaal toegelicht bedragx f 1 000,–40 34035 307– 5 033

Artikelonderdeel 03.20.21 Wachtgelden en inactiviteitswedden

De uitgaven op dit artikelonderdeel hebben betrekking op de diverse wachtgeldregelingen voor het burger- en militair personeel van de Koninklijke marine. Naast het reguliere wachtgeld zijn op dit artikelonderdeel ook de uitgaven voor wachtgelden en uitstroombevorderende maatregelen geraamd en verantwoord die uit het sociaal beleidskader (SBK) voortvloeien.

Artikelonderdelen (bedragen x f 1000,–)
OmschrijvingEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Wachtgelden SBK/UBMO burgerpersoneel    
– aantallen in uitkeringsjarenaantal312259– 53
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–49 80153 3173 516
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–15 53813 809– 1 729
Overige wachtgelden burgerpersoneel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal135118– 17
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–38 46755 83117 364
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–5 1936 5881 395
Wachtgelden SBK/UBMO militair personeel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal3617– 19
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–41 88950 8248 935
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–1 508864– 644
Werkloosheidsbesluit BBT-militairen     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal285146– 139
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–24 09522 890– 1 205
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–6 8673 342– 3 525
Overige wachtgelden militair personeel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal3635– 1
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–27 13927 857718
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–977975– 2
Bij: uitvoeringskostenx f 1 000,–4 4167 0402 624
Totaal toegelicht bedragx f 1 000,–34 49932 618– 1 881

Uitgaven Sociaal Beleidskader

Sociaal Beleidskader (bedragen x f 1000,–)Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
– Om-, her-, bijscholing en outplacement280141– 139
– Verplaatsen10018080
– Wachtgelden SBK/UBMO burgerpersoneel15 53813 809– 1 729
– Wachtgelden SBK/UBMO militair personeel1 508864– 644
– BDOS plaatsingen burgerpersoneel3 6733 73461
– BDOS plaatsingen militair personeel3 3223 37755
Totaal Sociaal Beleidskader 24 42122 105– 2 316

03.21 Subsidies en bijdragen

Ten laste van dit artikel zijn de uitgaven verantwoord voor subsidies en bijdragen. Deze worden verleend aan instanties die activiteiten uitvoeren die het belang van de Koninklijke marine direct of indirect dienen. De doelstellingen van deze instanties zijn uiteengezet in bijlage 6 (de subsidiebijlage) van de ontwerpbegroting 1999.

In het algemeen is het subsidiebeleid van de Koninklijke marine gericht op het subsidiëren van activiteiten van stichtingen en verenigingen die een relatie hebben met de personeelszorg en een nautische band met de organisatie hebben. Periodiek wordt geëvalueerd of de doelstelling(en) van de stichtingen of verenigingen nog in overeenstemming zijn met de wensen van de Koninklijke marine. Volgens de planning zal de eerstvolgende evaluatie in 2000 plaatsvinden.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
03.21.01 Subsidies33333300%33333300%
03.21.02 Bijdragen200196– 4– 2%200196– 4– 2%
Totaal533529– 4– 1%533529– 4– 1%

03.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur

Ten laste van dit artikel zijn de uitgaven verantwoord voor de investeringen in groot materieel en infrastructuur.

Het beleid is gericht op verbetering van het bestaande materieel, opheffing van tekortkomingen en vervanging van verouderd materieel door modern, hoogwaardig materieel. De nadruk ligt op investeringen ten behoeve van luchtverdediging, mijnenbestrijding, onderzeebootbestrijding in kustwateren en vergroting van de strategische mobiliteit bij inzet voor crisisbeheersingsoperaties.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Schepen831 200123 922– 707 278– 85%556 759588 68331 9246%
Vliegtuigen1 399 9009 875– 1 390 025– 99%28 71316 157– 12 556– 44%
Voertuigen0000%0000%
Elektronisch materieel180 20016 351– 163 849– 91%47 38239 175– 8 207–  17%
Bewapening0000%0000%
Munitie360 40082 366– 278 034– 77%44 99717 248– 27 749–  62%
Overig groot materieel103 613170 39566 78264%121 570141 71220 14217%
Infrastructuur56 400115 91659 516106%104 09283 984– 20 108– 19%
Totaal2 931 713518 825– 2 412 888– 82%903 513886 959– 16 554– 2%

Artikelonderdeel schepen

Op dit artikelonderdeel worden de uitgaven verantwoord voor investeringen in het varend materieel van de Koninklijke marine. Het betreft de volgende projecten: fregatten van de De Zeven Provinciën-klasse (LCF), het Project Aanpassing Mijnenbestrijdingscapaciteit (PAM), vervanging Hr.Ms. Zuiderkruis, het Landing Platform Dock (LPD), de onderzeeboten van de Walrus-klasse en de Landing Craft Utilities (LCU).

Project fregatten van de De Zeven Provinciën-klasse (LCF-fregatten)

De verplichtingen van dit project zijn per saldo f 12,5 miljoen hoger uitgevallen dan geraamd. Dit vindt met name zijn oorzaak in hogere verplichtingen voor de Active Phased Array Radar (APAR). Daarnaast hebben kleine aanpassingen in de projectplanning van een aantal deelprojecten (diverse communicatie- en informatieverwerkende systemen, onderdelen van het ESSM-systeem en boordreserve-onderdelen) per saldo geleid tot hogere verplichtingen. Deze aanpassingen hebben geen gevolgen gehad voor de hoogte van het samengestelde projectbudget.

De achterstand in de betalingen op het Bouwmeestercontract zijn deels ingelopen. Tevens is een aantal betaalmomenten in de tijd naar voren verplaatst (onder andere APAR) en zijn enkele wisselkoersen gestegen. Dit heeft geleid tot hogere uitgaven van f 72 miljoen ten opzichte van de begroting.

Project Aanpassing Mijnenbestrijdingscapaciteit (PAM)

Het Project Aanpassing Mijnenbestrijdingscapaciteit betreft het samenvoegen van de eerdere projecten «vervanging mijnenbestrijdingscapaciteit Dokkum-klasse» en «Capability Upkeep Program Alkmaar-klasse». De verplichtingen zijn nagenoeg geheel niet gerealiseerd als gevolg van de maatregelen in het kader van de totstandkoming van de Hoofdlijnennotitie/Defensienota. Als gevolg hiervan bleef ook de realisatie van de uitgaven met f 48 miljoen achter op de ontwerpbegroting.

Artikelonderdeel vliegtuigen

Op dit artikelonderdeel worden de uitgaven verantwoord voor het vliegend materieel van de Koninklijke marine. Het betreft hier voornamelijk de vervanging van de Lynx-helikopters door de NH-90 en het Capability Upkeep Program (CUP) van de P3-C Orion maritieme patrouillevliegtuigen.

Project NH-90

Het project NH-90 betreft de ontwikkeling, de productie en de ingebruikname van twintig helikopters ter vervanging van de Lynx-helikopters. De geraamde verplichtingen voor dit project zijn niet gerealiseerd door vertraging in de internationale besluitvorming over de productiefase. De lagere uitgaven zijn het gevolg van vertragingen in de ontwerp- en ontwikkelfase, die hebben geleid tot een aanpassing van het betalingsschema aan de actuele voortgang van het project.

Project CUP Orion

Het CUP-Orion is een technisch en operationeel verbeteringsprogramma van de capaciteit ten behoeve van crisisbeheersingsoperaties en het vervangen van verouderde apparatuur.

Ten gevolge van maatregelen in het kader van de totstandkoming van de Hoofdlijnennotitie/-Defensienota is het programma in de begroting 1999 een jaar extra vertraagd en zijn de verplichtingen niet gerealiseerd.

Artikelonderdeel Elektronisch materieel

Op dit artikelonderdeel worden de uitgaven verantwoord voor het elektronisch materieel van de Koninklijke marine, voorzover die niet in een projectbudget onder een ander artikelonderdeel zijn opgenomen. Het betreft met name het onderzeebootbestrijdingssysteem ATAS, het project Local Area Missile System (LAMS), het project satellietcommunicatie voor militair gebruik (MILSATCOM), het geïntegreerde verbindingenproject, de vervanging van verbindingsapparatuur voor de mariniers, de update van de Lynx Full Mission Flight Trainer (FMFT) en de basistrainer van de M-fregatten.

Project Verbeterd Actief Onderzeeboot Bestrijdingssysteem (ATAS)

Het Active Towed Array System (ATAS) is bedoeld voor het verbeteren van de actieve opsporingscapaciteit van de M-fregatten. De verplichtingen zijn als gevolg van de maatregelen in het kader van de totstandkoming van de Hoofdlijnennotitie/Defensienota uitgesteld tot na 2005.

Project Local Area Missile System (LAMS)

Het project LAMS is een ontwikkelingsproject met een viertal onderdelen. Het onderdeel lange afstand infrarood rondzoek- en volgsysteem (SIRIUS) is met twee jaar vertraagd doordat Canada haar verplichting tot het leveren van een Next Generation Signal Processor niet tijdig kon nakomen.

Project MILSATCOM

Dit project voorziet in de krijgsmachtbrede behoefte aan satellietcommunicatiecapaciteit voor militair gebruik. De Koninklijke marine verzorgt het single service management.

Het project bestaat uit twee delen. Het eerste deel betreft het inhuren van civiele en militaire ruimtecapaciteit en het realiseren van het grootste deel van de grondcomponent. Deel twee bestaat uit de realisatie van een militaire ruimtecapaciteit en het resterende deel van de grondcomponent. Door vertraging in de afronding van de besluitvorming over de voorstudie is de afronding van de verwervingsvoorbereiding van het eerste deel van het project voorzien in 2001. De in 1999 voorziene verplichtingen en uitgaven zijn goeddeels conform de begroting gerealiseerd.

Artikelonderdeel munitie

Op dit artikelonderdeel worden de uitgaven verantwoord voor de aanschaf van kapitale munitie zoals onder andere Standard-Missiles (SM), NATO Sea Sparrow-Missiles (NSSM), Evolved Sea Sparrow Missiles (ESSM), Harpoon-missiles en torpedo's. Tevens wordt met de aanschaf van conventionele munitie, zoals die voor de klein kaliber wapens en de Oto Melara-kanons, voor zover deze munitie als aanvulling op de oorlogsvoorraden wordt verworven, op dit artikelonderdeel verantwoord.

Binnen dit artikelonderdeel hebben externe factoren zoals vertraging van internationale besluitvorming en noodzakelijke synchronisatie met US Navy programma's geleid tot wijzigingen van projecten. Hierdoor zijn met name verplichtingen van de projecten Evolved Sea Sparrow Missiles (ESSM), Standard Missiles 2, Torpedo Mk46/mod 5a en munitie voor Medium Calibre Guns (MCG) voor het LCF verschoven naar latere jaren. Mede als gevolg hiervan bleef ook de realisatie van de uitgaven achter.

Artikelonderdeel overig groot materieel

Op dit artikelonderdeel zijn projecten verantwoord die naar hun aard niet in één van de andere artikelonderdelen van het groot materieel kunnen worden ondergebracht, waaronder automatisering van de bestuurlijke informatiesystemen en projecten die over het algemeen niet groter zijn dan f 5 miljoen.

De per saldo hogere realisatie van de verplichtingen en de uitgaven ten opzichte van de ontwerpbegroting is met name veroorzaakt door de wisselsets M-fregatten, diverse automatiseringsprojecten, het project Eén Marinebedrijf, MF/HF-zenders/ontvangers, het project Millennium en een aantal kleinere projecten.

Project vorming één marinebedrijf

Het Marinebedrijf bestaat uit de Rijkswerf, het Sewaco-bedrijf en het MEOB-Oegstgeest. De verplichtingen zijn overschreden door de gecombineerde aanbesteding van de nieuwbouw (zoals gepland) en van elektronische installaties (was gepland in 2000). Voor wat betreft de geraamde uitgaven is als gevolg van complicaties tijdens de bouw enige vertraging ontstaan bij de realisatie van de bouwtermijnen.

Project Millennium

Het aantal en de omvang van de voor het millenniumprobleem op te lossen objecten zijn anders uitgekomen dan aanvankelijk was voorzien. Als gevolg daarvan zijn de verplichtingen en uitgaven lager uitgekomen dan was begroot.

Artikelonderdeel Infrastructuur

Op dit artikelonderdeel is het (nieuw-)bouwprogramma voor gebouwen, werken en terreinen voor de Koninklijke marine verantwoord.

De per saldo hogere realisatie van de verplichtingen wordt onder meer veroorzaakt door het naar voren halen van gepland onderhoud aan de start- en rolbanen op het Marinevliegkamp Valkenburg, vanwege de slechte staat en de daarmee gepaard gaande veiligheidssituatie, de toevoeging van extra infrastructurele voorzieningen aan het Maritiem Hoofdkwartier/-Kustwachtcentrum (MH/KC) (zie tevens Kamerstukken II, 1999–2000, 25 865, nr.6) en een aantal kleinere projecten. Als gevolg hiervan heeft tevens een herfasering bij de ingenieursdiensten plaatsgevonden.

Het verschil in uitgaven wordt met name veroorzaakt door verschuivingen in de projectplanning van de bouw van het Opslagcomplex Brandstoffen en Chemicaliën, het MH/KC (vanwege de omvang en complexiteit van het project), de onderhoudsdienst op het Marinevliegkamp De Kooy (door de herziening van het programma van eisen), het dienstencomplex op de Marinekazerne Amsterdam alsmede een groot aantal kleine projecten.

04. Beleidsterrein Koninklijke landmacht

Algemeen

Bedrijfsvoering

Het jaar 1999 heeft in het teken gestaan van implementatie van de herschikking gevechtskracht en de voorbereidingen op het uitkomen van de Defensienota 2000. Dit heeft geleid tot een aanzienlijke extra inspanning van de staven door alle geledingen van de Koninklijke landmacht heen. Daarnaast moet geconstateerd worden dat met name door externe invloeden een groot aantal – aan de verbetering van de bedrijfsvoering gerelateerde – projecten in 1999 oorzaak is geweest van een grote werkdruk. In dit kader wordt onder andere genoemd de implementatie van de verbeterplannen financieel beheer; de voorbereiding op verbeterplannen materieelbeheer; implementatie BBD 2000, met name de ontwikkeling van doelstellingen en kengetallen voor het operationele proces; ontwikkelingen in begrotingsland zoals «Van Beleidsbegroting tot Beleidsverantwoording (Begroting 21e eeuw)» en diverse ontwikkelingen met betrekking tot informatievoorziening richting bewindslieden.

Alle maatregelen die in dit kader genomen zijn en nog genomen gaan worden, hebben grote invloed op de werkvloer. De betrokkenheid van de RVE-commandanten bij deze veranderingsprocessen is essentieel. Er vinden binnen de Koninklijke landmacht indringende gesprekken plaats over de bestuurbaarheid en beheersbaarheid van alle veranderingsprocessen. In 1999 zijn initiatieven ontplooit om het Planning- en Controlproces verder te rationaliseren en te vereenvoudigen, teneinde de sturing en verantwoording te verbeteren onder gelijktijdige vermindering van de administratieve werklast teneinde draagvlak voor vredesbedrijfsvoering te behouden. Dit is een continu proces dat ook het lopende jaar aandacht zal krijgen.

In het kader van BBD 2000 is in samenwerking met het 1 (GE/NL) Legerkorps het Handboek Doelstellingen en Kengetallen (operationele gereedheid) afgerond. De in dit handboek vastgelegde systematiek wordt in de eerste helft van 2000 beproefd.

Personeel

Op personeelsgebied geeft met name de categorie beroepspersoneel bepaalde tijd (BBT) een zorgelijk beeld te zien. De in de begroting 1999 aangegeven sterkte voor BBT is niet gerealiseerd. De vulling van het BBT-bestand neemt af doordat de instroom kleiner is dan de uitstroom en het percentage verlenging niet voldoende is om het verschil te compenseren. Er worden maatregelen getroffen om de gemiddelde jaarsterkte voor deze categorie personeel in gunstige zin te beïnvloeden.

In de recentelijk uitgebrachte Defensienota is onder andere een aantal personele maatregelen aangekondigd, waarbij de employability-mogelijkheden worden vergroot en een nieuwe personeelsstructuur zal worden doorgevoerd. Daarnaast worden maatregelen bezien om het opleidingsverloop (met name de eerste periode van de initiële opleiding) terug te dringen. In hoeverre besluiten ten aanzien van de arbeidspositie van BBT-personeel (waaronder verhoging jeugdlonen) reeds op korte termijn effect sorteren, valt momenteel niet te voorspellen. Dit zal in belangrijke mate afhangen van het tijdstip van implementatie en de wijze van communicatie.

De onderschrijding bij het burgerpersoneel is macro gezien niet schrikbarend, micro gezien levert het een behoorlijke mismatch op in gewenste kwaliteiten. Tekorten – en daarmee knelpunten in de bedrijfsvoering – worden met name gevoeld in de functiegebieden automatisering en financiën. Voor de korte termijn wordt de oplossing gezocht in de inhuur van personeel. Op langere termijn is een structurele oplossing noodzakelijk. Ook hier zal de doorvoering van het nieuwe personeelsbeleid uitkomst moeten brengen.

Grote materieelprojecten

Er zijn in 1999 vertragingen opgetreden in de voortgang en verplichtingenrealisatie van een aantal grote materieelprojecten. Het betreft met name de projecten Medium Range AntiTank (MRAT) en vervanging pantservoertuigen, die in internationale samenwerkingsverbanden gerealiseerd worden. Besluitvorming loopt moeizaam en blijkt nauwelijks door de Koninklijke landmacht te beïnvloeden. Vertragingen in dit soort omvangrijke projecten veroorzaken een boeggolf van verplichtingen in latere jaren en risico's voor onderrealisaties op de kortere termijn. Teneinde de doorlooptijden van de grote materieelprojecten beter te beheersen, voor zover dit door de Koninklijke landmacht is te beïnvloeden, is de «Coördinatiegroep Materieel» ingesteld. In deze coördinatiegroep zullen grote projecten veel stringenter bewaakt worden met als doel de doorlooptijd te verkorten.

Realisatie

De totaal geraamde en gerealiseerde uitgaven van het beleidsterrein Koninklijke landmacht voor het jaar 1999 zijn als volgt te specificeren:

Uitgaven (x f 1000,–)

OmschrijvingBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
04.20 Personeel en materieel     
– 1 (GE/NL) Legerkorps1 000 369989 500– 10 869– 1%
– Nationaal Commando (NATCO)1 130 3601 417 284286 92425%
– Commando Opleidingen (COKL)438 826422 307– 16 519– 4%
– Overige eenheden Bevelhebber der landstrijdkrachten (BLS)909 563545 548– 364 015– 40%
– Landmachtstaf (LAS)72 155182 139109 984152%
– Wachtgelden en inactiviteitsgelden107 88196 481– 11 400– 11%
Totaal Personeel en materieel3 659 1543 653 259– 5 8950%
04.21 Subsidies en bijdragen1 8541 833– 21– 1%
04.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur1 050 0281 083 69033 6623%
Totaal uitgaven Koninklijke landmacht4 711 0364 738 78227 7461%

Toelichting op de verschillen

De verschillen worden naar oorzaak bij de realisatiecijfers van de uitgavenbegrotingsartikelen toegelicht.

04.20 Personeel en materieel

Het ressort 1 (GE/NL) Legerkorps

Dit ressort betreft het Nederlandse deel van 1 (GE/NL) Legerkorps. Dit Nederlandse deel bestaat uit 1 (NL) Divisie «7 December», 11 Luchtmobiele brigade en het Nederlandse deel van de binationale legerkorpstroepen (Command Support Brigade).

Omschrijving (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen   Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
04.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel9 44711 8632 41626%9 44711 8632 41626%
04.20.02 Militair personeel861 172860 468– 7040%861 172860 468– 7040%
04.20.03 Overige personele uitgaven38 26642 8244 55812%38 26642 4294 16311%
04.20.04 Materiële uitgaven91 48457 583– 33 901– 37%91 48474 740– 16 744– 18%
Totaal1 000 369972 738– 27 631– 3%1 000 369989 500– 10 869– 1%

Activiteitentoelichting

In 1999 is met succes deelgenomen aan uitzendingen in het kader van SFOR in Bosnië, UNFICYP in Cyprus en KFOR in Kosovo. De voorbereidingen voor de rotaties van SFOR en UNFICYP zijn in volle gang. De deelname aan KFOR zal in 2000 nagenoeg worden beëindigd; de eenheden die nu zijn ingezet zullen niet meer worden afgelost. De uitgezonden eenheden hebben zich met steun van andere operationele eenheden goed voorbereid op de uitzending ondanks de hoge uitzenddruk en de achterblijvende vulling met BBT-personeel.

04.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van het ressort 1 (GE/NL) Legerkorps verantwoord.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheid Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantalwaarvan: aantal vte'n14016626
– actief burgerpersoneelaantal vte'n13616327
– gemiddeld salarisx f 1,–67 47872 2154 737
– totale uitgavenx f 1000,–9 17711 7352 558
– niet-actief burgerpersoneelaantal vte'n43– 1
– gemiddeld salarisx f 1,–67 50037 647– 29 853
– totale uitgavenx f 1000,–270128– 142
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–9 44711 8632 416

Toelichting

De stijging in het gemiddeld salaris is het gevolg van de loonmaatregelen in 1999 en uitbreiding van de personeelsdiensten met als gevolg een gewijzigde samenstelling van het personeelsbestand qua rangopbouw en anciënniteit.

04.20.02 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van het ressort 1 (GE/NL) Legerkorps verantwoord.

De stijging van de totale uitgaven voor beroepspersoneel onbepaalde tijd is, naast de loonbijstelling over 1999, met name het gevolg van de hogere sterkte doordat al het uitgezonden personeel administratief bij het 1 (GE/NL) Legerkorps wordt belast. Daartegenover daalt de sterkte bij de overige ressorts.

De daling van de uitgaven voor het beroeps personeel bepaalde tijd komt door de onderschrijding van de begrotingssterkte als gevolg van tegenvallende wervingsresultaten, een tegenvallend opleidingsverloop (minder instroom) en minder contractverleningen dan gepland.

Militair personeelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal waarvan:aantal vte'n13 87513 454– 421
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n4 0804 374294
– gemiddeld salarisx f 1,–79 90385 5445 641
– totale uitgavenx f 1000,–326 004374 17148 167
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n9 7959 080,4– 715
– gemiddeld salarisx f 1,–54 63753 555– 1 082
– totale uitgavenx f 1000,–535 168486 297– 48 871
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–861 172860 468– 704

04.20.03 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de personele uitgaven anders dan salarissen verantwoord. De uitgaven zijn in sterke mate afhankelijk van de burger- en de militaire personeelssterkte en de gerealiseerde activiteiten en hebben onder meer betrekking op reizen, onderwijs en opleidingen en de inhuur van tijdelijk personeel.

De stijging van het vermelde kengetal wordt verklaard door de uitbreiding van de tegemoetkoming dagelijks reizen (woon-werkverkeer).

Overige personele uitgavenEenheid Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren50,5626,9– 23,66
– bedrag per mensjaarx f 1,–80 00080 0000
– totale uitgavenx f 1000,–4 0452 155– 1 890
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n(bp en mp)14 01513 620– 395
– gemiddeld per vtex f 1,–2 3522 844492
– totale uitgavenx f 1000,–32 96238 7375 775
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–37 00740 8923 885
Overige personele uitgavenx f 1000,–1 2591 537278
Totaal overige personele uitgavenx f 1000,–38 26642 4294 163

04.20.04 Materiële uitgaven

Ten laste van dit onderdeel zijn de materiële exploitatie-uitgaven van het Legerkorps verantwoord. Dit betreffen voornamelijk de kosten verband houdende met oefeningen en inhuur van oefenterreinen, de inhuur van O-, I- en A-deskundigen en overige materiële uitgaven zoals binationale uitgaven, uitgaven internationale staven, zelfstandige aanschaf en uitbesteding. De KL-brede uitgaven voor huisvesting, inventarisgoederen en klein materiaal, onderhoud gebouwen en terreinen, data- en telecommunicatie worden bij het ressort NATCO geraamd en verantwoord.

De lage verplichtingenrealisatie wordt veroorzaakt doordat minder gebruik wordt gemaakt van oefenterreinen door de vele uitzendingen in het kader van vredesoperaties. De daling wordt versterkt doordat in 1998 al voor meer jaren de huur van oefenterreinen was vastgelegd.

Het verschil tussen begroting en realisatie wordt voornamelijk veroorzaakt door aanpassingen in het oefenprogramma door meer uitzendingen (KFOR).

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur O-, I- & A-deskundigheidaantalmensjaren34,6838,354
– gemiddeld uitgaven per mensjaarx f 1,–280 170280 1700
– totale uitgavenx f 1000,–9 71610 7451 029
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n(bp en mp)14 01513 620– 395
– gemiddeld per vtex f 1,–1 6261 337– 289
– totale uitgavenx f 1000,–22 78318 204– 4 579
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–32 49928 949– 3 550
Overige materiële uitgavenx f 1000,–58 98545 791– 13 194
Totaal materiële uitgavenx f 1000,–91 48474 740– 16 744

Het ressort Nationaal Commando (NATCO)

Het ondersteunend ressort Nationaal Commando (NATCO) is ingericht op basis van resultaat verantwoordelijke eenheden. De organisatie bestaat uit de volgende eenheden: Staf, de drie Regionaal Militair Commando's, het Nederlands Armed Forces Support Agency Germany (NASAG), het Landelijk Bevoorradingsbedrijf KL, het Nationaal Verzorgingscommando, het Hoger Onderhouds bedrijf KL, de Arbodienst KL, het Explosieven Opruimingscommando KL en de Prepositioned Organizational Material Sites (POMS) en het Koninklijk Tehuis voor Oud-militairen (KTOM) Bronbeek.

In het contractjaar 1999 zijn diverse reorganisaties gerealiseerd dan wel voortgezet welke reeds eerder zijn opgestart. Het betreft de navolgende – grotere – projecten:

– operationeel stellen van het Landelijk Bevoorradingsbedrijf KL (LBBKL);

– operationeel stellen van het Hoger Onderhoudsbedrijf KL (HOBKL);

– operationeel stellen van het National Support Command;

– voltooien van de migratie van DMKL-taken naar het NATCO en daarmee inhoud geven aan systeem- en assortimentsmanagement alsmede onderhouds- en bevoorradingsbeheersing;

– en het voorbereiden van de overdracht van het KTOM Bronbeek naar beleidsterrein Dico.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
04.20.05 Ambtelijk burgerpersoneel447 179485 26138 0829%447 179485 26138 0829%
04.20.06 Militair personeel217 125228 04610 9215%217 125228 04610 9215%
04.20.07 Overige personele uitgaven61 642193 628131 986214%61 642160 97599 333161%
04.20.08 Materiële uitgaven395 133559 234164 10142%404 414543 002138 58834%
Totaal1 121 0791 466 169345 09031%1 130 3601 417 284286 92425%

04.20.05 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van het ressort NATCO verantwoord.

Gezien de geplande reorganisatie NATCO-2000, waarbij het bestand burgerpersoneel verder neerwaarts moet worden bijgesteld, is C-NATCO al in 1999 met een pro-actief beleid gestart om personeel te stimuleren de organisatie te verlaten.

Hierbij moet worden aangetekend dat dit op een aantal plaatsen tot verstoring van de dagelijkse bedrijfsvoering leidt, aangezien ook personeel de organisatie verlaat op functies en plaatsen waar dat eigenlijk niet gewenst is. Een deel van dit probleem wordt opgelost door op essentiële functies, indien mogelijk, personeel in te huren. Voor het zittende personeel betekent dit veelal een hoge werkdruk en een toename van het ziekteverzuim. Dit vindt zijn weerslag door een stijging van het niet-actief personeel.

De stijging van het uitgaven voor actief personeel wordt voornamelijk veroorzaakt door de loonbijstelling 1999.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheid Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal waarvan:aantal vte'n6 8506 94999
– actief burgerpersoneelaantal vte'n6 7166 75034
– gemiddeld salarisx f 1,–65 28270 1714 890
– totale uitgavenx f 1000,–438 431473 63435 203
– niet-actief burgerpersoneelaantal vte'n13419965
– gemiddeld salarisx f 1,–65 28458 427– 6 856
– totale uitgavenx f 1000,–8 74811 6272 879
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–447 179485 26138 082

04.20.06 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van het ressort NATCO verantwoord.

De daling van het BOT-personeel wordt voornamelijk veroorzaakt doordat personeel bij uitzending administratief bij het 1(GE/NL)Legerkorps wordt belast. De stijging van de middensom van het BBT-personeel is het gevolg van de loonbijstelling en een gewijzigde rangsopbouw.

Militair personeelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal waarvan:aantal vte'n2 4302 379– 51
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n2 1602 095– 65
– gemiddeld salarisx f 1,–87 32192 1684 847
– totale uitgavenx f 1000,–188 613193 0734 460
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n27028414
– gemiddeld salarisx f 1,–58 16367 7559 592
– totale uitgavenx f 1000,–15 70419 2223 518
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–204 317212 2957 978
Uitgaven inzake de Nationale reservex f 1000,–12 80815 7512 943
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–217 125228 04610 921

04.20.07 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de personele uitgaven anders dan salarissen verantwoord. De uitgaven hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van zowel de personeelssterkte als de gerealiseerde activiteiten en hebben onder meer betrekking op reizen, verplaatsen, onderwijs en opleidingen, inhuur van tijdelijk personeel en de uitgaven voor kleding en voeding voor de gehele Koninklijke landmacht.

De stijging is voornamelijk het gevolg van de reorganisatie en herinrichting van de logistieke huishouding binnen de Koninklijke landmacht, die zich gedurende 1999 heeft voltrokken. Hierdoor worden de uitgaven voor «Kleding en uitrusting» en «Voeding» niet langer door de Directie Materieel (vallend onder ressort Overige BLS) verantwoord. Verder is sprake van meer inhuur van tijdelijk personeel door een meerbehoefte aan bewakingsdiensten van de Nederlandse Veiligheidsdienst.

Met betrekking tot de voorgenomen verwervingen van diverse kledingpakketten, waaronder de gevechtskleding Woodland, is het bestelmoment vanuit 2000 naar 1999 verschoven, zonder dat dit effect heeft op het jaar van aflevering en betaling. Tenslotte is door een hogere afgifte dan voorzien van kleding en uitrusting aan uitgezonden eenheden een groter deel van de uitgaven ten laste van uitgavenartikel 08.02 Vredesoperaties gebracht. De hierdoor ontstane financiële ruimte is binnen het artikelonderdeel aangewend. Dit betekent wel navenante hogere bestellingen ter aanvulling van de landsvoorraden.

Overige personele uitgavenEenheid Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren372,2463,391,1
– bedrag per mensjaarx f 1,–80 00080 0000
– totale uitgavenx f 1000,–29 77937 0657 286
– kleding en uitrusting t.b.v. militair personeel KL-breedaantal vte'n (mp)022 95122 951
– gemiddeld per vtex f 1,–0996996
– totale uitgavenx f 1000,–022 85822 858
– voeding KL-breedaantal vte'n(bp en mp)032 09732 097
– gemiddeld per vtex f 1,–02 0022 002
– totale uitgavenx f 1000,–064 25564 255
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n (bp en mp)9 2809 32747
– gemiddeld per vtex f 1,–3 1463 24599
– totale uitgavenx f 1000,–29 19430 2651 071
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–58 973154 44395 470
Overige personele uitgavenx f 1000,–2 6696 5323 863
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–61 642160 97599 333

04.20.08 Materiële uitgaven

Onder dit artikelonderdeel zijn de materiële uitgaven verantwoord voor de gehele Koninklijke landmacht. Het betreft hier onder meer de uitgaven voor kleine bedrijfsmatige investeringen, huisvesting, bureauzaken, informatiesystemen, data- en telecommunicatie, inventarisgoederen en klein materieel, onderhoud en herstel van het materieel, munitie, klein onderhoud van gebouwen en terreinen en brandstoffen, olie, smeermiddelen en bedrijfsstoffen.

Diverse ontwikkelingen hebben geleid tot budgetoverhevelingen tussen met name het ressort Nationaal Commando, de Directie Materieel (ressort Overige BLS) en de Landmachtstaf. Zo leidt de reeds eerder genoemde reorganisatie van de logistieke huishouding ook in de materiële uitgaven tot een budgetoverheveling door de Directie Materieel aan het Nationaal Commando. Dit komt onder meer tot uiting in de toename van de uitgaven voor «inventarisgoederen en klein materieel» en de «persoonsgebonden materiële uitgaven». Verder stijgen de uitgaven door een reorganisatie van de onderhoudstaken op het gebied van informatievoorziening en -technologie, waardoor de uitgaven van de desbetreffende programma's nu door het NATCO worden verantwoord. Hierdoor stijgt tevens het kengetal «persoonsgebonden materiële uitgaven».

Hiertegenover is budget door het Nationaal Commando aan de Landmachtstaf overgedragen door een andere organisatorische aanpak van het groot onderhoud aan gebouwen en terreinen.

De huisvestingskosten dalen door het geleidelijk afstoten van militaire objecten door de reorganisaties bij de Koninklijke landmacht.

Tevens is door hogere verstrekkingen van materieel dan voorzien in verband met de lopende VN operaties een groter deel van de uitgaven ten laste van het uitgavenartikel 08.02 Vredesoperaties gebracht. Hierdoor ontstond in 1999 financiële ruimte en is binnen dit artikelonderdeel aangewend. Dit betekent wel navenante hogere bestellingen ter aanvulling van de landsvoorraden.

Tenslotte wordt in de verplichtingensfeer een daling door vertraging van diverse munitie-bestellingen, waaronder 35mm PRTL-munitie in het kader van de gevechtswaarde-instandhouding door personele capaciteitsproblemen, gecompenseerd door hogere bestellingen van onderhouds-voorzieningen voor onder andere wielvoertuigen en manoeuvre-materieel, die de opheffing van opgetreden tekorten aan specifieke reservedelen tot doel hebben.

De herschikkingen van uitgaven tussen de ressorts NATCO, Overige BLS en LAS is van invloed op de oorspronkelijke kengetallen. De kengetallen zijn wel opgenomen maar derhalve niet meer te vergelijken met de oorspronkelijke begroting.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n(bp en mp)9 2809 32747
– gemiddeld per vtex f 1,–6 48416 0059 520
– totale uitgavenx f 1000,–60 175149 27689 101
– huisvesting KL-breedaantal vte'n(bp en mp)32 86932 097– 772
– gemiddeld per vtex f 1,–3 6473 505– 141
– totale uitgavenx f 1000,–119 873112 516– 7 357
– inventarisgoederen en klein materieel KL-breedaantal vte'n(bp en mp)32 86932 097– 772
– gemiddeld per vtex f 1,–1 1382 1751 037
– totale uitgavenx f 1000,–37 42069 82232 402
– onderhoud van gebouwen en terreinen KL-breedaantal vte'n(bp en mp)32 86932 097– 772
– gemiddeld per vtex f 1,–4 5341 678– 2 856
– totale uitgavenx f 1000,–149 03853 861– 95 177
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–366 506385 47518 969
Overige materiële uitgavenx f 1000,–37 908157 527119 619
Totaal materiële uitgavenx f 1000,–404 414543 002138 588

Het ressort Commando Opleidingen Koninklijke Landmacht (COKL)

Het ressort Commando Opleidingen Koninklijke landmacht (COKL) bestaat uit twaalf resultaatverantwoordelijke eenheden. Dit betreft naast de Staf negen opleidingscentra – Manoeuvre, Vuursteun, Genie, Logistiek, Rijden, Ede, Initiële Opleidingen, de Koninklijke Militaire School en het Instituut voor Leiderschap, Media en Opleidingskunde – en twee bijzondere organisatie-eenheden: de Begeleidings Organisatie Civiel Onderwijs en de Lichamelijke Oefening en Sportorganisatie.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
04.20.09 Ambtelijk burgerpersoneel60 11063 7193 6096%60 11063 7193 6096%
04.20.10 Militair personeel313 624293 400– 20 224– 6%313 624293 400– 20 224– 6%
04.20.11 Overige personele uitgaven40 70541 4117062%40 70541 0042991%
04.20.12 Materiële uitgaven24 38727 8703 48314%24 38724 184– 203– 1%
Totaal438 826426 400– 12 426– 3%438 826422 307– 16 519–  4%

Activiteitentoelichting

De missie van het COKL is het opleiden alsmede het op een andere wijze ter beschikking stellen van kennis en trainingen ten behoeve van de KL- en eventueel ander (krijgsmachtdeel)personeel, tot volle tevredenheid van leerlingen en «gebruikers» en tegen de laagst haalbare kosten. Hierin is COKL in 1999 geslaagd ondanks verstorende factoren zoals een hoog opleidingsverloop, achterblijvende werving en niet geplande uitzendingen. Het beperken van de invloed van deze verstoringen en het vergroten van de beheersbaarheid van de opleidingsbehoefte zijn de uitdagingen waarvoor het COKL zich in 1999 gesteld zag. De schaarse productiecapaciteit van COKL heeft geleid tot een prioriteitstelling ten gunste van de opleidingen voor uit te zenden personeel.

04.20.09 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van het ressort COKL verantwoord.

De stijging van het kengetal voor het actief burgerpersoneel betreft de loonbijstelling 1999.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheid Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal waarvan:aantal vte'n85586914
– actief burgerpersoneelaantal vte'n84185413
– gemiddeld salarisx f 1,–70 30473 5103 205
– totale uitgavenx f 1000,–59 12662 7703 644
– niet-actief burgerpersoneelaantal vte'n14151
– gemiddeld salarisx f 1,–70 28661 623– 8 662
– totale uitgavenx f 1000,–984949– 35
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–60 11063 7193 609

04.20.10 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van het ressort COKL verantwoord.

De uitgaven voor militair personeel zijn gedaald doordat met name het beroepspersoneel onbepaalde tijd (BOT) dat is uitgezonden administratief bij 1 (GE/NL) Legerkorps wordt belast. De kengetallen zijn gewijzigd als gevolg van de loonbijstelling 1999 en gewijzigde rang/schaalverhouding. Tevens is het kengetal voor het beroepspersoneel bepaalde tijd (BBT) aangepast aan het lagere niveau dat voor leerlingen wordt gehanteerd.

Militair personeelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal waarvan:aantal vte'n4 9594 854– 105
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n3 0802 899– 181
– gemiddeld salarisx f 1,–72 41278 3735 961
– totale uitgavenx f 1000,–223 029227 1814 152
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n1 8791 95677
– gemiddeld salarisx f 1,–48 21433 859– 14 355
– totale uitgavenx f 1000,–90 59566 219– 24 376
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–313 624293 400– 20 224

04.20.11 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de personele uitgaven anders dan salarissen verantwoord. De ramingen hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van de personeelssterkte en de gerealiseerde activiteiten en hebben onder meer betrekking op onderwijs en opleiding, reis- en verplaatsingskosten en inhuur van tijdelijk personeel.

De bijstelling van de totale uitgaven heeft met name betrekking op onderwijs en opleiding door de lagere opkomst BBT-leerlingen en minder deelnemers dan verwacht bij het Talen en Kenniscentrum.

Overige personele uitgavenEenheid Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren2,4911,59,01
– bedrag per mensjaarx f 1,–80 00080 0000
– totale uitgavenx f 1000,–199919720
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n(bp en mp)5 8145 724– 90
– gemiddeld per vtex f 1,–3 0463 399353
– totale uitgavenx f 1000,–17 70719 4541 747
– onderwijs en opleiding t.b.v. BBT-personeelaantal vte'n12 28611 841– 445
– gemiddeld per vtex f 1,–1 8341 658– 176
– totale uitgavenx f 1000,–22 53319 632– 2 901
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–40 43940 005– 434
Overige personele uitgavenx f 1000,–266999733
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–40 70541 004299

04.20.12 Materiële uitgaven

Ten laste van dit onderdeel zijn uitgaven zoals commandantenvoorzieningen, bureauzaken, informatiesystemen en inhuur O-, I- en A-deskundigen verantwoord. De KL-brede uitgaven voor huisvesting, inventarisgoederen en klein materiaal, onderhoud gebouwen en terreinen, data en telecommunicatie zijn bij het ressort NATCO verantwoord.

Verplichtingen

De belangrijkste oorzaak van de stijging van de verplichtingen is de door het COKL gewijzigde systematiek voor het aangaan van verplichtingen. Teneinde de realisatie van de begroting gedurende het begrotingsjaar gelijkmatiger en rustiger te laten verlopen heeft Staf COKL er bij de RVE'n op aangedrongen reeds in het kwartaal voorafgaande aan het begrotingsjaar verplichtingen aan te gaan en niet te wachten tot het begrotingsjaar is aangevangen.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n(bp en mp)5 8145 724– 90
– gemiddeld per vtex f 1,–2 9312 613– 318
– totale uitgavenx f 1000,–17 04114 958– 2 083
Overige materiële uitgavenx f 1000,–7 3469 2261 880
Totaal materiële uitgavenx f 1000,–24 38724 184– 203

Het ressort Overige eenheden Bevelhebber der Landstrijdkrachten (BLS)

Het ressort Overige eenheden BLS bestaat uit de Koninklijke Militaire Academie, de Topografische Dienst Nederland, de Centrale Dienst Personeel en Organisatie (CDPO) en de Directie Materieel Koninklijke landmacht. Daarnaast zijn er nog enkele kleine organisatie-elementen ondergebracht bij dit ressort zoals het personeel van de Koninklijke landmacht bij de Navo-staven.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
04.20.13 Ambtelijk burgerpersoneel103 308104 6651 3571%103 308104 6651 3571%
04.20.14 Militair personeel154 892167 06812 1768%154 892167 06812 1768%
04.20.15 Overige personele uitgaven184 02062 310– 121 710– 66%166 84762 450– 104 397– 63%
04.20.16 Materiële uitgaven474 571175 482– 299 089– 63%484 516211 365– 273 151– 56%
Totaal916 791509 525– 407 266– 44%909 563545 548– 364 015– 40%

04.20.13 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van het ressort OvBLS verantwoord.

De stijging van het kengetal is met name veroorzaakt door de loonbijstelling 1999 en de gewijzigde verhouding in de schalen.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheid Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal waarvan:aantal vte'n1 2571 152– 105
– actief burgerpersoneelaantal vte'n1 2331 119– 114
– gemiddeld salarisx f 1,–82 16991 5829 413
– totale uitgavenx f 1000,–101 314102 4621 148
– niet-actief burgerpersoneelaantal vte'n24339
– gemiddeld salarisx f 1,–83 08367 165– 15 919
– totale uitgavenx f 1000,–1 9942 203209
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–103 308104 6651 357

04.20.14 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van het ressort OvBLS verantwoord.

De wijzigingen in de kengetallen en de totale uitgaven bij het militair personeel zijn veroorzaakt door verschillende ontwikkelingen. De cadetten bij de KMA ontvangen per 1 augustus 1999 beroeps wedde in plaats van zakgeld en worden vanaf dat moment als beroepspersoneel in de sterkte meegeteld. Verder is de Individuele Begeleidingsdienst geconfronteerd met een lagere instroom van langdurig zieken en een hogere instroom van BBT personeel.

Militair personeelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal waarvan:aantal vte'n1 8091 932123
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n1 4761 397– 79
– gemiddeld salarisx f 1,–88 572100 51511 943
– totale uitgavenx f 1000,–130 733140 4409 707
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n33341582
– gemiddeld salarisx f 1,–59 91058 814– 1 095
– totale uitgavenx f 1000,–19 95024 4084 458
– zakgeldgenietendenaantal vte'n285120– 165
– gemiddeld salarisx f 1,–14 76818 5003 732
– totale uitgavenx f 1000,–4 2092 220– 1 989
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–154 892167 06812 176

04.20.15 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de personele uitgaven anders dan salarissen verantwoord. Deze uitgaven hebben betrekking op zowel burger- als militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van de personeelssterkte en de gerealiseerde activiteiten en betreffen onder meer reizen, verplaatsen, opleidingen en inhuur van tijdelijk personeel.

De daling van de uitgaven en de verplichtingen is voornamelijk het gevolg van de reorganisatie en herinrichting van de logistieke huishouding binnen de Koninklijke landmacht, dat zich gedurende 1998/1999 heeft voltrokken. Hierdoor zijn de uitgaven voor «Kleding en uitrusting» en «Voeding» (f 106 miljoen) niet meer door de Directie Materieel verantwoord, maar door het Nationaal Commando. Voorts is de bestelorder Nieuw Dagelijks Tenue vertraagd naar 2000 omdat meer tijd is benodigd voor de beproevingen van de in aanmerking komende modellen.

Overige personele uitgavenEenheid Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren51,8782,931,03
– bedrag per mensjaarx f 1,–100 000100 0000
– totale uitgavenx f 1000,–5 1878 2853 098
– kleding en uitrusting t.b.v. militair personeel KL-breedaantal vte'n(mp)23 6070– 23 607
– bedrag per vtex f 1,–1 8430– 1 843
– totale uitgavenx f 1000,–43 5030– 43 503
– voeding KL-breedaantal vte'n(bp en mp)32 8690– 32 869
– bedrag per vtex f 1,–1 9110– 1 911
– totale uitgavenx f 1000,–62 8180– 62 818
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n(bp en mp)3 3273 051– 276
– gemiddeld per vtex f 1,–4 6845 211527
– totale uitgavenx f 1000,–15 58515 900315
– overige persoonsgebonden personele uitgaven (KL-breed)aantal vte'n(bp en mp)32 86932 097– 772
– gemiddeld per vtex f 1,–1 1681 090– 78
– totale uitgavenx f 1000,–38 40334 987– 3 416
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–165 49659 172– 106 324
Overige personele uitgavenx f 1000,–1 3513 2781 927
Totaal Overige personele uitgavenx f 1000,–166 84762 450– 104 397

04.20.16 Materiële uitgaven

Ten laste van dit onderdeel zijn de materiële uitgaven van dit ressort verantwoord en betreffen ondermeer bureauzaken en inhuur O-, I- en A-deskundigen. De KL-brede uitgaven voor huisvesting, inventarisgoederen en klein materiaal, onderhoud gebouwen en terreinen, data en telecommunicatie zijn bij het ressort NATCO verantwoord.

De bij het artikelonderdeel 04.20.15 genoemde reorganisatie heeft ook in de materiële uitgaven geleid tot een wijziging in de verantwoording van de uitgaven. Het gaat hierbij met name om uitgaven voor (het onderhoud aan) inventarisgoederen en klein materieel, wielvoertuigen en geniematerieel, manoeuvre-materieel en artillerie en luchtdoelartillerie die niet langer door de Directie Materieel maar door het Nationaal Commando worden verantwoord.

Verder heeft het Millenniumprogramma met betrekking tot Sensor-, Wapen- en Commando-systemen (SEWACO) een veel lagere financiële inspanning gevergd dan voorzien. De keuze voor LAN-2000, mede in het kader van de millenniumproblematiek, heeft een verschuiving van millenniumuitgaven op het artikel Personeel en materieel naar millenniumuitgaven op het investeringsartikel tot gevolg gehad.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n(bp en mp)3 3273 051– 276
– gemiddeld per vtex f 1,–3 3293 820491
– totale uitgavenx f 1000,–11 07411 654580
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–11 07411 654580
Overige materiële uitgavenx f 1000,–473 442199 711– 273 731
Totaal materiële uitgavenx f 1000,–484 516211 365– 273 151

Het ressort Landmachtstaf (LAS)

Tot het ressort Landmachtstaf worden de volgende eenheden gerekend: de Bevelhebber, de Beleidsstaf, waaronder de Directeur Beleid en Planning, de Directeur Control en de Directeur Personeel, de Operationele Staf BLS en een ondersteunend element met daarin het kabinet van de BLS en een stafgroep met een aantal kleine eenheden. De Landmachtstaf ondersteunt de bevelhebber bij de aansturing van de Koninklijke landmacht en schept de beleidsmatige voorwaarden om de eenheden en/of het individuele (reserve)personeel van de Koninklijke landmacht gereed te hebben en beschikbaar te stellen voor alle taken in het gehele crisisbeheersingsspectrum.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
04.20.17 Ambtelijk burgerpersoneel28 31925 886– 2 433– 9%28 31925 886– 2 433– 9%
04.20.18 Militair personeel26 18730 9654 77818%26 18730 9654 77818%
04.20.19 Overige personele uitgaven5 4789 4924 01473%5 4789 3103 83270%
04.20.20 Materiële uitgaven12 171138 687126 5161 039%12 171115 978103 807853%
Totaal72 155205 030132 875184%72 155182 139109 984152%

04.20.17 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten met betrekking tot het burgerpersoneel van het ressort LAS verantwoord.

Het verschil in sterkte tussen de begroting en realisatie burgerpersoneel is ondermeer het gevolg van de uitgestelde overdracht van personeel belast met infrastructurele aangelegenheden vanuit NATCO.

De wijziging van het kengetal is met name het gevolg van de loonbijstelling en een toename van personeel met hogere rangen.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal waarvan:aantal vte'n340301– 39
– actief burgerpersoneelaantal vte'n336292– 44
– gemiddeld salarisx f 1,–83 28987 2293 940
– totale uitgavenx f 1000,–27 98525 497– 2 488
– niet-actief burgerpersoneelaantal vte'n484
– gemiddeld salarisx f 1,–83 50046 867– 36 633
– totale uitgavenx f 1000,–33438955
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–28 31925 886– 2 433

04.20.18 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten met betrekking tot het militair personeel van het ressort LAS verantwoord.

De toename van de aantallen BOT-personeel betreft de uitbreiding van de Operationele Staf. De wijziging van het kengetal is het gevolg van de loonbijstelling en de personeelsuitbreiding in voornamelijk hogere rangen. Dit heeft een stijging van het gemiddeld salaris tot gevolg.

Militair personeelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal waarvan:aantal vte'n24928031
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n24025717
– gemiddeld salarisx f 1,–106 883114 7497 866
– totale uitgavenx f 1000,–25 65229 5023 850
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n92314
– gemiddeld salarisx f 1,–59 44464 4495 005
– totale uitgavenx f 1000,–5351 463928
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–26 18730 9654 778

04.20.19 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de personele uitgaven anders dan salarissen verantwoord. Deze uitgaven betreffen zowel burger- als militair personeel, zijn in sterke mate afhankelijk van de personeelssterkte en de gerealiseerde activiteiten en hebben onder meer betrekking op reizen en verplaatsen, opleidingen en inhuur van tijdelijk personeel.

De stijging bij overige personele uitgaven betreft het afdoen van definitieve rekeningen inzake wetenschappelijk onderzoek.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren8,4813,665,18
– bedrag per mensjaarx f 1,–100 000100 0000
– totale uitgavenx f 1000,–8481 366518
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n (bp en mp)589580– 9
– gemiddeld per vtex f 1,–7 8277 391– 435
– totale uitgavenx f 1000,–4 6104 287– 323
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–5 4585 653195
Overige personele uitgavenx f 1000,–203 6573 637
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–5 4789 3103 832

04.20.20 Materiële uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn materiële uitgaven van het ressort LAS verantwoord. Deze uitgaven betreffen onder meer het inhuren van O-, I- en A-deskundigen, bureauzaken informatiesystemen en overige materiële zaken. Daarnaast zijn de KL-brede uitgaven voor groot onderhoud en beheerskosten van de Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen laste van dit artikelonderdeel verantwoord. De KL-brede uitgaven voor huisvesting, inventarisgoederen en klein materiaal, onderhoud gebouwen en terreinen, data- en telecommunicatie zijn bij het ressort NATCO verantwoord.

De toename van de materiële uitgaven is het gevolg van de overdracht door NATCO naar de LAS van de uitgaven inzake onderhoud en beheerskosten infrastructurele aangelegenheden van de Koninklijke landmacht.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur O-, I- & A-deskundigheidaantal mensjaren2,78,65,9
– gemiddeld uitgaven per mensjaarx f 1,–280 170280 1700
– totale uitgavenx f 1000,–7692 4071 638
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n(bp en mp)589580– 9
– gemiddeld per vtex f 1,–13 24410 662– 2 583
– totale uitgavenx f 1000,–7 8016 188– 1 613
– onderhoud van gebouwen en terreinen KL-breedaantal vte'n(bp en mp)032 09732 097
– gemiddeld per vtex f 1,–01 4841 484
– totale uitgavenx f 1000,–047 63647 636
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–8 57056 23147 661
Overige materiële uitgavenx f 1000,–3 60159 74756 146
Totaal materiële uitgavenx f 1000,–12 171115 978103 807

Artikelonderdeel 04.20.21 Wachtgelden en inactiviteitswedden

De uitgaven op dit artikelonderdeel hebben betrekking op de diverse wachtgeldregelingen voor het burger- en militair personeel van de Koninklijke landmacht. Naast het reguliere wachtgeld worden op dit artikelonderdeel ook de uitgaven voor wachtgelden en uitstroombevorderende maatregelen geraamd en verantwoord die uit het sociaal beleidskader (SBK) voortvloeien.

De instroom is beduidend lager uitgevallen dan gepland. De gemiddelde uitkeringsbedrag is gestegen omdat het bestand grotendeels bestaat uit (ex-)werknemers met een arbeidsverleden, die in aanmerking komen voor een loongerelateerde uitkering gecombineerd met een vervolguitkering.

Artikelonderdelen (bedragen x f 1000,–)

OmschrijvingEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Wachtgelden SBK/UBMO burgerpersoneel    
– aantallen in uitkeringsjarenaantal651603– 48
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–36 13440 0753 941
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–23 52324 165642
Overige wachtgelden burgerpersoneel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal483308– 175
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–26 75635 0008 422
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–12 92310 780– 2 143
Wachtgelden SBK/UBMO militair personeel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal963867– 96
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–37 87631 413– 6 464
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–36 47527 235– 9 240
Werkloosheidsbesluit BBT-militairen     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal741314– 427
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–24 14732 6028 455
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–17 89310 237– 7 656
Overige wachtgelden militair personeel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal6059– 1
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–31 61719 814– 11 803
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–1 8971 169– 728
Totaal toegelicht met ramingskengetallenx f 1 000,–92 71173 586– 19 125
Bij: uitvoeringskostenx f 1 000,–15 17022 8957 715
Totaal toegelicht bedragx f 1 000,–107 88196 481– 11 400

Toelichting op de verschillen

Bij geringe verschillen tussen de uitgaven en verplichtingen op dit artikel wordt volstaan met een toelichting op de uitgavenmutaties.

SBK/UBMO burgerpersoneel

De daling van het aantal uitkeringsjaren is het gevolg van de hogere uitstroom uit de regeling «WG-VUT met garantie» ten opzichte van de begroting 1999. Het bedrag per uitkeringsjaar is echter gestegen doordat de toegekende uitkering in het algemeen hoger ligt dan in de begroting 1999 is aangenomen.

Overige wachtgelden burgerpersoneel

Het aantal uitkeringsjaren is gedaald ten opzichte van de begroting 1999 doordat de instroom in met name de WBDP-regeling lager en de uitstroom hoger is dan verwacht. De stijging van het bedrag per uitkeringsjaar is het gevolg van het grotere bestandsaandeel in de wachtgeldregeling regulier, dat een hogere uitkering kent.

Wachtgelden SBK/UBMO militair personeel

De instroom is lager dan verwacht in de begroting 1999 onder andere als gevolg van de gunstige arbeidsmarkt. Mede hierdoor is het gerealiseerde bedrag per uitkeringsjaar lager dan verwacht.

Werkloosheidsbesluit BBT militairen

De lage realisatie van de in de begroting 1999 verwachte instroom is veroorzaakt door de gunstige arbeidsmarkt, de vergroting van de maatschappelijke meerwaarde en de begeleiding van het USZO. Het gemiddelde uitkeringsbedrag is gestegen, doordat de moeilijke bemiddelbare categorie langer in de regeling verblijft.

Overige wachtgelden militair personeel

De gerealiseerde instroom is nagenoeg conform de verwachting. Het lagere uitkeringsbedrag per jaar kan, vanwege het relatief kleine bestand, aanzienlijk fluctueren, afhankelijk van de tijdsduur van de uitkering en/of de hoogte van de uitkering (loonsuppletie, e.d.).

Uitvoeringskosten USZO

De forse stijging van de uitvoeringskosten USZO ten opzichte van de begroting 1999 is onder andere het gevolg van de invoering van de Euro en de hogere vergoeding voor de intensieve begeleiding van het personeel om de verblijfsduur in de diverse regelingen zo veel mogelijk te bekorten.

Sociaal Beleidskader

In onderstaand overzicht zijn de gerealiseerde uitgaven voor het Sociaal Beleidskader afgezet tegen de in de begroting 1999 opgenomen raming. De uitgaven hebben zowel betrekking op burgerals op militair personeel van de Koninklijke landmacht.

Sociaal Beleidskader (bedragen x f 1000,–)Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
– Om-, her-, bijscholing en outplacement4 5005 9001 400
– Verplaatsen465300– 165
– Wachtgelden SBK/UBMO burgerpersoneel23 50024 100600
– Wachtgelden SBK/UBMO militair personeel36 50028 500– 8 000
– BDOS plaatsingen burgerpersoneel4 7004 200– 500
– BDOS plaatsingen militair personeel16 20010 000– 6 200
Totaal Sociaal Beleidskader85 86573 000– 12 865

04.21 Subsidies en bijdragen

Ten laste van dit artikel zijn de uitgaven voor subsidies aan de stichtingen Koninklijk Nederlands Leger- en Wapenmuseum en Jeugdwerk Duitsland verantwoord.

De doelstellingen van deze instanties zijn uiteengezet in bijlage 6 (de subsidiebijlage) van de begroting 1999.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Subsidies1 935575– 1 360– 70%1 8541 833– 21– 1%
Bijdragen000000
Totaal1 935575– 1 360– 70%1 8541 833– 21– 1%

Toelichting op de verschillen

Doordat de verplichting met het Koninklijk Nederlands Leger en Wapenmuseum in 2000 in plaats van zoals gepland nog in 1999 is aangegaan, is er een verschil met de raming ontstaan. Voor de uitgaven heeft dit geen consequenties.

04.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur

Ten laste van dit artikel zijn de uitgaven voor investeringen in groot materieel en infrastructuur verantwoord.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Automatisering100 180176 58476 40476%82 039168 52986 490105%
Logistiek132 98589 170– 43 815– 33%81 870107 46125 59131%
Commandovoering, verbindingen en gevechtsinlichtingen357 80056 487– 301 313– 84%191 629147 841– 43 788– 23%
Elektronisch materieel62 0002 600– 59 400– 96%11 66923 21211 54399%
Nucleair, biologisch en chemisch materieel (NBC)9 300200– 9 100– 98%16 891748– 16 143– 96%
Luchtverdediging621 8007 700– 614 100– 99%91 20985 671– 5 538– 6%
Manoeuvre1 010 21058 140– 952 070– 94%264 825298 87834 05313%
Vuursteun113 50010 400– 103 100– 91%39 27626 641– 12 635– 32%
Gevechtssteun29 50031 6702 1707%23 32817 412– 5 916– 25%
Infrastructuur209 155305 73996 58446%247 292207 297– 39 995– 16%
Totaal2 646 430738 690– 1 907 740– 72%1 050 0281 083 69033 6623%

Artikelonderdeel automatisering

Bij het millenniumbestendig maken van de geautomatiseerde systemen is meteen besloten tot het kiezen van een nieuwe, defensiebrede, standaard: het LAN-2000. In de begroting 1999 werd er van uit gegaan de systemen millenniumbestendig te maken door het verrichten van onderhoud aan de programmatuur. Dit bleek echter dermate arbeidsintensief en vertragend, dat besloten is tot de ontwikkeling van een nieuwe standaard. Dit heeft geleid tot niet-voorziene ontwikkelingskosten. Dit alles heeft geleid tot een verschuiving van gelden van de exploitatie- naar het investeringsartikel en tot hogere uitgaven/verplichtingen op dit artikelonderdeel.

Artikelonderdeel logistiek

De lagere realisatie van de aan te gane verplichtingen in 1999 vindt zijn oorzaak in vertragingen in de behoeftestelling en in het verwervingstraject van de geneeskundige projecten tenten en airco, alsmede van onder andere de projecten uitbreiding waterzuiveringsinstallatie en aggregaten 15 kW. De in 1998 ontstane vertraging in de aflevering van het Mobiel Geneeskundig Operatiekamer Systeem (MOGOS) is in 1999 ingelopen en heeft geleid tot hogere uitgaven in 1999 dan oorspronkelijk begroot.

Artikelonderdeel commandovoering, verbindingen en gevechtsinlichtingen

De daling van de verplichtingen en de uitgaven in 1999 is met name het gevolg van de in 1998 reeds gerealiseerde verplichtingen en uitgaven voor het project Combat Net Radio (CNR). Verder zijn er vertragingen opgetreden in de projecten Milsatcom, Midlife Upgrade Zodiac (in relatie met Duitsland) en het Battlefield Management System onder andere als gevolg van niet-afgeronde studies.

Artikelonderdeel elektronisch materieel

De in 1999 aan te gane verplichting voor het project EOV, fase 2 is vertraagd door het besluitvormingsproces in Duitsland en verschuift vooralsnog naar het jaar 2000. De hogere uitgaven in 1999 is het gevolg van kleine mutaties voor de complementaire voorzieningen voor het project EOV, fase 1.

Artikelonderdeel nucleair, biologisch en chemisch materieel (NBC)

De capaciteitsproblemen in het verwervingstraject voor onder andere de projecten Compagnie-ontsmetting en Gasverkenningsuitrusting hebben geleid tot vertraging in de behoeftestellingen en studies, waardoor zowel de verplichtingen als de uitgaven niet zijn gerealiseerd in 1999.

Artikelonderdeel luchtverdediging

De daling van de in 1999 aan te gane verplichtingen wordt veroorzaakt door de herziening en herfasering van de projecten TICCS en SHORAD. Het project TICSS is geïntegreerd in het project SHORAD, terwijl dit laatste project onderwerp van studie is tussen de Koninklijke landmacht en de Koninklijke luchtmacht bij de voorgenomen oprichting van de Joint Air Defence Center.

De leveringen in het kader van het project GWI PRTL zijn vertraagd, waardoor de in 1999 geplande betalingen niet konden plaatsvinden en hierdoor verschuiven naar het jaar 2000.

Artikelonderdeel manoeuvre projecten

Door capaciteitsproblemen in het verwervingstraject zijn vertragingen in de studies voor de volgende projecten ontstaan: Sensorfuzed munition, Short Range AntiTank en Gevechtsveld Controle Radar.

Voorts zijn vertragingen ontstaan bij de behoeftestelling en de (internationale) besluitvorming van de projecten: Tactical Air Control Party, Duelsimulatoren/geïnstrumenteerd oefenterrein, Verlengde schietbuis Leopard 2 en Medium Range AntiTank.

Bovengenoemde vertragingen hebben geleid tot de daling van de voorgenomen verplichtingen.

De hogere uitgaven ten opzichte van de begroting 1999 zijn enerzijds het gevolg van het inlopen van in 1998 ontstane vertragingen onder andere voor de beproeving voor het project Medium Range AntiTank en door aanvullende behoeften aan richtmiddelen voor de Helderheids-Versterkers voor het project Vervanging Klein Kaliber Wapens. Anderzijds heeft de noodzakelijke langere voorbereidingstijd voor de verwerving van het project Vervanging Pantservoertuigen (ontwikkeling) geleid tot een vertraging, zodat in 1999 hiervoor geen uitgaven hebben plaatsgevonden.

Artikelonderdeel vuursteun

Door de in het verwervingstraject ontstane vertragingen voor de projecten Vuist, fase 2 en Grond-gebonden doelopsporingsmiddelen konden de in 1999 geplande verplichtingen niet worden aangegaan en zijn daardoor naar het jaar 2000 verschoven. Ook de in 1999 aan te gane verplichtingen voor het project Ballistische Meteo-apparatuur is voor een deel verschoven naar het jaar 2000. Bovendien is de behoefte aan deze apparatuur neerwaarts bijgesteld.

De lagere uitgaven in 1999 ten opzichte van de begroting 1999 wordt in hoofdzaak door de reeds in 1998 gerealiseerde betalingen als gevolg van meerleveringen voor het project Vuist, fase 1.

Artikelonderdeel gevechtssteun

Het in 1999 gerealiseerde hogere verplichtingenbedrag is onder andere het gevolg van de in 1999 aangegane verplichting voor het project Vervanging Leopard brugleggende tank; de verplichting was gepland in 1998. Voorts heeft vertraging in de besluitvorming voor het project Mijnenveeg-systeem geleid tot een verschuiving naar het jaar 2000, waardoor in 1999 minder verplichtingen en uitgaven zijn gerealiseerd.

Artikelonderdeel infrastructuur

De stijging van de verplichtingen is het gevolg van een verbeterde planmatige structuur van de bouwplannen. Tevens heeft de vertraging van 1998 geleid tot een boeggolfeffect in 1999. Het uitgaveneffect hiervan is pas merkbaar in 2000. Het verschil van de uitgaven ten opzichte van de ontwerpbegroting is toe te kennen aan vertragingen van IVZ Koninklijke landmacht (f 17 miljoen), Verplaatsen PIROC – nog niet beschikbaar hebben van terrein (f 13 miljoen) – en diverse legeringsprojecten (f 6 miljoen).

05. Beleidsterrein Koninklijke luchtmacht

Algemeen

Bedrijfsvoering

Het streven naar een verbeterde bedrijfsvoering heeft in 1999 binnen de Koninklijke luchtmacht ruime aandacht gekregen. Het nieuwe bedrijfsvoeringsbeleid is geformuleerd in het raamwerk Beleid Bedrijfsvoering Defensie 2000 (BBD2000), waarbij door formulering van essentiële doelstellingen een implementatietraject is ontwikkeld. Het bedrijfsvoeringsbeleid omvat de besturing en de beheersing van, het toezicht op en de verantwoording over de bedrijfsprocessen in de organisatie. Aan de invoering van de verbeterde bedrijfsvoering wordt inhoud gegeven door onder andere gebruik te maken van het model van het Instituut Nederlandse Kwaliteit (INK). Hiermee is een integrale veranderingsstrategie geïntroduceerd waarbij stap voor stap verbeteringen worden doorgevoerd.

Medio 1999 vond de reorganisatie van de Topstructuur Koninklijke Luchtmacht plaats. Hiermee is een duidelijker scheiding ontstaan tussen de taakvelden beleid en plannen, respectievelijk beheer en uitvoering. In lijn hiermee is besloten naast het HKKLu drie ressorts op te richten: het ressort Tactische Luchtmacht (TL), als operatiën uitvoerend deel van de Luchtmacht, het ressort Logistiek Centrum Koninklijke Luchtmacht (LCKLu) voor materieel-logistieke ondersteuning en het ressort Koninklijke Militaire School Luchtmacht Vliegbasis Woensdrecht (KMSL vlb. Wdt) voor opleidingen. Met de nieuwe Topstructuur Koninklijke Luchtmacht wordt tevens verder inhoud gegeven aan de decentralisatie van verantwoordelijkheden, bevoegdheden en budgetten.

De ressorts TL en KMSL vlb Wdt zijn in de loop van 1999 daadwerkelijk opgericht. Voor dit laatstgenoemde ressort heeft tevens de integratie plaatsgevonden van de opleidingscentra Koninklijke Militaire School Luchtmacht (KMSL) en Luchtmacht Electronische en Technische School (LETS). In september 1999 zijn de nieuwe infrastructurele voorzieningen voor KMSL vlb. Wdt in gebruik genomen en de nieuwe opleidingen gestart. Ten behoeve van de oprichting van het LCKLu vond in 1999 een groot aantal voorbereidende werkzaamheden plaats. Deze waren gericht op de invoering van SAP/R3 en de verhuizingen op de Vliegbasis Woensdrecht. In de eerste helft van 2000 zal het LCKLu gaan functioneren als zelfstandig ressort, waarbij de bedrijven DELM en DMVS de status van Resultaat Verantwoordelijke Eenheid (RVE) krijgen.

De uitvoering van het Koninklijke luchtmacht Implementatie Middenlaag-project (KLuIM) heeft in 1999 vertraging opgelopen. Het project, dat tot doel heeft het aanleggen van een ICT-architectuur om administratieve en operationele informatie binnen de Koninklijke luchtmacht te distribueren, voldoet op dit moment nog niet aan de technische eisen om volledig te kunnen worden uitgerold.

Materieel/logistiek beleid

Vervanging F-16

De behoeftestelling voor de vervanging van de F-16, in de vorm van een DMP-A brief, is begin april 1999 aangeboden aan de Tweede Kamer en vervolgens door de Tweede Kamer voor kennisgeving aangenomen. Naast de hiervoorgenoemde DMP-procedure is dit project door het Parlement aangewezen als zijnde «groot project». Hetgeen tot gevolg heeft dat in maart 2000 het zogenaamde basisdocument aan het Parlement zal worden aangeboden.

MLU F-16

Om de operationele levensduur van de F-16's te verlengen ondergaan deze vliegtuigen een Mid Life Update (MLU). In 1999 zijn 31 F-16's MLU gemodificeerd. Het modificatieprogramma heeft in 1999 vertraging opgelopen door de asbest- en chromatenproblematiek en de personele capaciteitsproblemen van het Depot Mechanisch Vliegtuigmaterieel en Straalmotoren (DMVS). Door centralisatie van inhuur van mechanisch en elektronisch geschoold personeel naar het DMVS is een deel van de problemen opgelost en de achterstand ingehaald.

Helikopters

Tot medio 2002 zullen 30 Apache AH-64D helikopters instromen. In 1999 zijn de eerste twee helikopters van dit type in Nederland gearriveerd. Het contract met de leverancier is vorig jaar uitgebreid voor de levering van reservedelen. De zes aan de Koninklijke luchtmacht overgedragen Chinook helikopters zijn in 1999 in operationeel gebruik genomen. Door wereldwijde problemen met de transmissie is de inzet van de Chinook helikopters nog beperkt. De verantwoording van de verplichtingen en de uitgaven vindt plaats op het uitgavenartikel 08.01 Luchtmobiele brigade.

Personeelsbeleid

Ondanks een geïntensiveerde werving is nog steeds sprake van een groot aantal vacatures. De Koninklijke luchtmacht wordt in toenemende mate geconfronteerd met tekorten in zogenaamde knelpuntcategorieën. Er is een breed pakket aan maatregelen in gang gezet om deze problematiek het hoofd te bieden. Maatregelen op korte termijn zijn gericht op een verantwoorde verdeling van het schaarse personeel binnen de genoemde knelpuntcategorieën, terwijl maatregelen op lange termijn zijn gericht op het verhogen van het wervingsrendement en het verlagen van de niet-reguliere uitstroom.

Financieel beleid

Tijdens de begrotingsuitvoering 1999 is, los van reguliere mutaties met een technisch karakter, zoals de loon- en prijsaanpassing, f 257 miljoen aan het budget van de Koninklijke luchtmacht toegevoegd, bedoeld voor beleidsintensiveringen. Dit bedrag, waarvoor elders binnen de Defensiebegroting compensatie is gevonden, is onder andere aangewend voor noodzakelijke aanpassing van het betalingsschema voor het project MLU F-16, extra uitgaven voor en activiteiten op het gebied van infrastructuur, het onderhoud van de F-16's en aanschaf van reservedelen voor de Apache AH-64D helikopters. Daarnaast kon hierdoor de stijging van de exploitatiekosten van de geleaste Apache Helikopters, de duurder geworden opleidingen voor helikoptervliegers en de initiële betaling voor de aanschaf van de Lantirn Pods worden gefinancierd.

De operaties op de Balkan in het tweede en derde kwartaal van 1999 hebben onvoorziene uitgaven veroorzaakt, zoals bijvoorbeeld voor de versnelde aanschaf van laserdoelaanstralingsapparatuur. Bovendien heeft in het derde kwartaal een verrekening plaatsgevonden van artikel 05.22 naar artikel 08.02 Vredesoperaties. Dit betreft verbruikte munitie voor een bedrag van f 39,5 miljoen.

Realisatie

De totaal geraamde en gerealiseerde uitgaven van het beleidsterrein Koninklijke luchtmacht voor het jaar 1999 zijn als volgt te specificeren:

Uitgaven (x f 1000,–)

OmschrijvingBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
05.20 Personeel en materieel    
– Commando Tactische Luchtstrijdkrachten (CTL)834 973736 884– 98 089– 12%
– Decentrale Ondersteunende Eenheden (DOE)298 091362 71264 62122%
– Hoofdkwartier Koninklijke luchtmacht (HKKLu)653 682827 176173 49427%
– Wachtgelden en inactiviteitsgelden24 02926 8502 82112%
Totaal Personeel en materieel1 810 7751 953 622142 8478%
05.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur577 630743 773166 14329%
Totaal uitgaven Koninklijke luchtmacht2 388 4052 697 395308 99013%

Toelichting op de verschillen

De verschillen worden naar oorzaak bij de realisatiecijfers van de uitgavenbegrotingsartikelen toegelicht.

05.20 Personeel en materieel

De uitgaven binnen dit artikel bij het beleidsterrein Koninklijke luchtmacht zijn geraamd en verantwoord bij de ressorts Commando Tactische Luchtstrijdkrachten, het ressort Decentrale Ondersteunende Eenheden en het ressort Hoofdkwartier Koninklijke Luchtmacht. De uitgaven voor wachtgelden en inactiviteitswedden worden eveneens op dit artikel verantwoord.

De begroting van het artikel Personeel en materieel is met een overschrijding van f 142,8 miljoen gerealiseerd. Dit komt overeen met een afwijking van 8% en wordt ondermeer veroorzaakt door de loon- en prijsaanpassingen (f 54,5 miljoen), duurder geworden vliegopleidingen en vliegtuig-onderhoud (f 56,4 miljoen) en de toegenomen leasekosten van de Apache helikopter (f 19,5 miljoen). De verschillen worden verder naar oorzaak toegelicht bij de realisatiecijfers van de uitgavenbegrotingsartikelen.

Als gevolg van de reorganisatie Topstructuur Koninklijke Luchtmacht en decentralisatie van beheerstaken hebben verschuivingen van aantallen personeel en budgetten plaatsgevonden. Bij deze herschikking heeft een bijstelling plaatsgevonden in de opbouw en samenstelling van de werkelijke aantallen personeel per ressort. Op grond hiervan zijn in 1999 de ramingen van zowel de personeelsaantallen als de middensommen gewijzigd. Dit verklaart de aanzienlijke positieve en negatieve verschillen tussen begrote en gerealiseerde personele uitgaven en gemiddelde salarissen.

Het ressort Commando Tactische Luchtmacht (CTL)

Algemeen

Het ressort Commando Tactische Luchtstrijdkrachten (CTL) bestaat, naast de Staf CTL, uit de clusters Jachtvliegtuigen, Helikopters, Grond-Lucht Geleide Wapens, Luchttransport en Air Operations Control Station. Na de goedkeuring van de reorganistie van de Topstructuur is een aantal kleine eenheden, zoals de Luchtmacht Meteorologische Groep (LMG) en de 2e Luchtmacht Verbindingsgroep (LVG), formeel rechtstreeks onder de C-CTL geplaatst.

Specificatie van de gerealiseerde uitgaven

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
05.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel28 62233 9375 31519%28 62233 9375 31519%
05.20.02 Militair personeel647 404544 012– 103 392– 16%647 404544 012– 103 392– 16%
05.20.03 Overige personele uitgaven61 61544 654– 16 961– 28%61 61544 479– 17 136– 28%
05.20.04 Materiële uitgaven97 332119 48222 15023%97 332114 45617 12418%
Totaal834 973742 085– 92 888– 11%834 973736 884– 98 089– 12%

Toelichting op verschillen

Het verschil tussen de begrote en gerealiseerde uitgaven bedraagt – f 98,1 miljoen. Dit wordt grotendeels veroorzaakt door meeruitgaven door loon- en prijsaanpassingen en minderuitgaven vanwege een herziene verdeling van de aantallen militair personeel per ressort.

Gerealiseerde activiteiten

De activiteiten van het ressort CTL zijn gericht op het inzetgereed houden van de operationele eenheden van de Koninklijke luchtmacht en op het daadwerkelijk inzetten van deze operationele eenheden. De activiteiten kunnen worden uitgedrukt in vlieguren en manoefendagen, die als volgt zijn geraamd en gerealiseerd.

OmschrijvingMeeteenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
JachtvliegtuigenVlieguren25 10022 835– 2 265– 9%
Object luchtverdedigingManoefendagen14 54511 636– 2 909– 20%
HelikoptersVlieguren17 91610 845– 7 071– 39%
LuchttransportVlieguren9 5008 999– 501– 5%
Geleide wapensManoefendagen20 36015 824– 4 536– 22%

De in de ontwerpbegroting 1999 opgenomen vlieguren betreffen het maximaal toelaatbare, logistiek verantwoorde aantal vlieguren. Door technische en materieel/logistieke problemen blijft het aantal met de helikopters gerealiseerde vlieguren achter bij de begroting. Door personele tekorten heeft de Object Luchtverdediging (OLVD) en het cluster Grond-Lucht Geleide Wapens het begrote aantal manoefendagen niet volledig kunnen realiseren.

05.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van het ressort CTL verantwoord.

De verhoging van het aantal vte'n burgerpersoneel is een gevolg van de eerder genoemde technische herschikkingen van de aantallen burgerpersoneel per ressort. De verandering van het gemiddeld salaris wordt veroorzaakt door een hiermee gepaard gaande gewijzigde bestands-samenstelling (leeftijden en schalen) en de loonbijstelling.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– actief burgerpersoneelaantal vte'n41650690
– gemiddeld salarisx f 1,–68 80367 069– 1 734
– totaal toegelicht bedragx f 1000,–28 62233 9375 315

05.20.02 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van het ressort CTL verantwoord.

De vermindering van het aantal vte'n militair personeel is een gevolg van de eerder gememoreerde herschikkingen van de aantallen militairen per ressort. In de categorie beroeps onbepaalde tijd is het gemiddeld salaris gedaald vanwege de hier mee gepaard gaande gewijzigde bestandssamenstelling (leeftijden en rangen). Met dezelfde oorzaak is het gemiddeld salaris in de categorie beroeps bepaalde tijd gestegen.

Militair personeelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal waarvan:aantal vte'n8 5417 316– 1 225
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n6 0395 235– 804
– gemiddeld salarisx f 1,–83 82179 472– 4 348
– totale uitgavenx f 1000,–506 198416 037– 90 161
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n2 5022 081– 421
– gemiddeld salarisx f 1,–56 43761 4975 060
– totale uitgavenx f 1000,–141 206127 975– 13 231
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–647 404544 012– 103 392

05.20.03 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de personele uitgaven anders dan salarissen van het ressort CTL verantwoord en hebben zowel betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van de personeelssterkte en de uitgevoerde activiteiten. De uitgaven hebben onder meer betrekking op kleding, voeding, reizen, opleidingen en geneeskundige verzorging.

Een verhoging van het benodigde bedrag voor de inhuur van tijdelijk personeel doet zich voor vanwege een aantal vacatures in verschillende functiegroepen. De toename van de overige persoonsgebonden personele uitgaven ten opzichte van de ontwerpbegroting vindt enerzijds een oorzaak in een bijstelling van de elementen die in dit kengetal zijn opgenomen en anderzijds door een bijstelling van de daadwerkelijke uitgaven op deze elementen. Eerstgenoemde oorzaak voor de mutatie wordt ingegeven door een kwaliteitsverbetering van het kengetal waarmee meerdere persoonsgebonden uitgaven zijn toegevoegd en uitgaven die geen relatie hebben met de begrotingssterkte uit het kengetal zijn geëlimineerd.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren153015
– gemiddelde uitgaven per mensjaarx f 1,–96 33398 2001 868
– totale uitgavenx f 1000,–1 4452 9461 501
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n(bp en mp)8 9577 822– 1 135
– gemiddeld per vtex f 1,–2 0513 5391 489
– totale uitgavenx f 1000,–18 36927 6859 316
– kleding en uitrusting voor militair personeelaantal vte'n(mp)8 5417 316– 1 225
– gemiddeld per vtex f 1,–202322120
– totale uitgavenx f 1000,–1 7282 355627
– voeding voor militair personeelaantal vte'n(mp)8 5417 316– 1 225
– gemiddeld per vtex f 1,–1 2961 458162
– totale uitgavenx f 1000,–11 06510 666– 399
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–32 60743 65211 045
Overige uitgavenx f 1000,–29 008827– 28 181
Totaal overige personele uitgavenx f 1000,–61 61544 479– 17 136

05.20.04 Materiële uitgaven

Dit artikelonderdeel omvat ondermeer de uitgaven voor huisvesting, telecommunicatie, munitie, het onderhoud van infrastructuur en (wapen)- systemen en de inhuur van O-, I- en A-deskundigheid door het ressort CTL.

Binnen het ressort CTL heeft een nadere prioriteitsstelling plaatsgevonden als gevolg waarvan meer uitgaven voor onderhoud van infrastructuur zijn gedaan. Dit vertaalt zich in hogere overige persoonsgebonden materiële uitgaven. De niet met kengetallen toegelichte materiële uitgaven zijn toegenomen door meer uitgaven voor het onderhoud van overige systemen, installaties en materieel.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur O-, I- & A-deskundigheidaantal mensjaren2,51,1– 1,4
– gemiddeld uitgaven per mensjaarx f 1,–240 000251 81811 818
– totale uitgavenx f 1000,–603277– 326
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n(bp en mp)8 9577 822– 1 135
– gemiddeld per vtex f 1,–6 0317 6931 662
– totale uitgavenx f 1000,–54 01760 1736 156
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–54 62060 4505 830
Overige uitgavenx f 1000,–42 71254 00611 294
Totaal materiële uitgavenx f 1000,–97 332114 45617 124

Het ressort Decentrale Ondersteunende Eenheden (DOE)

Het ressort Decentrale Ondersteunende eenheden werd tot de reorganisatie van de Topstructuur gevormd door het Depot Mechanisch Vliegtuigmaterieel en Straalmotoren (DMVS), het Depot Elektronisch Materieel (DELM), de Defensie Pijpleiding Organisatie (DPO), de Koninklijke Militaire School Luchtmacht (KMSL), de Luchtmacht Elektronische School (LETS), de Luchtmacht Meteorologische Groep (LMG), de 2e Luchtmacht Verbindingsgroep (2LVG) en een aantal overige kleine organisatie-eenheden.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
05.20.05 Ambtelijk burgerpersoneel51 67948 781– 2 898– 6%51 67948 781– 2 898– 6%
05.20.06 Militair personeel173 278231 22757 94933%173 278231 22757 94933%
05.20.07 Overige personele uitgaven19 37731 07811 70160%19 37725 6116 23432%
05.20.08 Materiële uitgaven53 75768 87215 11528%53 75757 0933 3366%
Totaal298 091379 95881 86727%298 091362 71264 62122%

Het verschil tussen de begrote en gerealiseerde uitgaven bedraagt f 64,6 miljoen, hetgeen een afwijking van 22% betekent. Dit verschil wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door:

– meeruitgaven als gevolg van de eerder gememoreerde herschikking van de aantallen militair personeel (f 61,5 miljoen);

– de loon- en prijsaanpassing 1999 (f 11,6 miljoen),

– minderuitgaven als gevolg van de achterblijvende wervingsresultaten door de aantrekkingskracht van de arbeidsmarkt (– f 17,6 miljoen) en

– een verhoging van de uitgaven voor de inhuur van tijdelijk personeel (f 6,2 miljoen) en de uitgaven voor de inhuur van O-, I- en A-deskundigheid (f 2,9 miljoen) als gevolg van de bestuurlijke integratie van de depots en de samenvoeging van de scholen.

Gerealiseerde activiteiten

De materieel-logistieke activiteiten van het ressort DOE omvatten het innoveren, instandhouden en verbeteren van de (wapen)systemen en het beschikbaar stellen van de materiële middelen die nodig zijn om de (wapen)systemen in gebruiksgerede staat te brengen en te houden. De systemen waar de activiteiten van de depots betrekking op hebben betreffen de F-16 jachtvliegtuigen, helikopters, lesvliegtuigen, geleide wapens en overige systemen. De opleidingsactiviteiten van het ressort DOE omvatten het geven van initiële en bijscholingsopleidingen om nieuw en zittend personeel gereed te maken en te houden. De realisatie van de activiteiten van het ressort DOE in 1999 zijn in de volgende twee tabellen weergegeven.

OmschrijvingBegroot 1999Realisatie 1999Verschil
Werklast in uren * 1000DMVSDELMTotaalDMVSDELMTotaalDMVSDELMTotaal
planmatig/preventief aantal uren onderhoud/modificatie180188368162188350– 180– 18
aantal uren incidenteel/correctief onderhoud213104317183108291– 304– 26
aantal uren engineering87641511344718147– 1730
Totaal aantal uren480356836479343822– 1– 13– 14

De achterblijvende realisatie van het preventief en correctief onderhoud door het DMVS wordt met name veroorzaakt door een groot aantal vacatures van mechanica- en elektronicapersoneel. Hierdoor is achterstand ontstaan in het afleverschema van de MLU F-16 en is gepland preventief onderhoud aan diverse helikoptertypen doorgesschoven naar het jaar 2000. Een deel van het voor 1999 geplande F-16 MLU-programma dat intern bij DMVS niet tot uitvoer is gekomen, is uitbesteed aan Fokker Services Woensdrecht (FSW). De overschrijding van het geplande aantal uren Engineering is slechts optisch van aard. In de ontwerpbegroting 1999 is per abuis een verkeerd aantal uren vermeld, de planning voor uren enigineering bedroeg 155 000 uren. De achterblijvende realisatie wordt met name veroorzaakt door de hierboven vermelde personele problematiek.

De achterblijvende realisatie van engineering door het DELM wordt eveneens veroorzaakt door een groot aantal vacatures. Als gevolg van de problematiek kunnen vacatures binnen de dienst Maintenance Engineering (nog) niet worden gevuld.

Omschrijving (aantal cursisten)Begroot 1999Realisatie 1999Verschil
algemene militaire- en kaderopleidingen1 050790– 260
initiële functie-opleidingen1 000620– 380
loopbaanopleidingen400288– 112
overige opleidingen11 0006 247– 4 753
Totaal13 4507 945– 5 505

Door achterblijvende wervingsresultaten is een minder dan begroot aantal algemene militaire- en kaderopleidingen verzorgd. Daarnaast is door de verhuizing van de LETS naar de KMSL vlb. Wdt een verminderde capaciteit ontstaan en zijn geplande opleidingen gedeeltelijk doorgeschoven naar 2000. Met ingang van de begrotingsuitvoering 1999 is de definitie van de prestatie-indicator «overige opleidingen» gewijzigd. De opleidingen die worden gegeven door het IDL, de KMA en externe instanties worden vanaf dat moment buiten beschouwing gelaten.

05.20.05 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van het ressort DOE verantwoord.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– actief burgerpersoneelaantal vte'n759722– 37
– gemiddeld salarisx f 1,–68 08867 564– 524
– totale uitgavenx f 1000,–51 67948 781– 2 898

05.20.06 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van het ressort DOE verantwoord.

De toename van het aantal vte'n militair personeel is een gevolg van de eerder gememoreerde technische herschikkingen van de aantallen militairen per ressort. Het gemiddeld salaris in de categorie beroeps onbepaalde tijd is gestegen vanwege de salarismaatregelen 1999. Het gemiddeld salaris in de categorie beroeps bepaalde tijd is niet alleen gestegen door de salarismaatregelen 1999, maar tevens door de gewijzigde bestandssamenstelling (leeftijden en rangen).

Militair personeelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal waarvan:aantal vte'n2 2882 976688
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n1 5831 824241
– gemiddeld salarisx f 1,–84 32786 2571 930
– totale uitgavenx f 1000,–133 490157 33323 843
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n7051 152447
– gemiddeld salarisx f 1,–56 43764 1447 707
– totale uitgavenx f 1000,–39 78873 89434 106
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–173 278231 22757 949

05.20.07 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de personele uitgaven anders dan salarissen verantwoord. De uitgaven hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van zowel de personeelssterkte als de gerealiseerde activiteiten en hebben onder meer betrekking op kleding, voeding, reizen, verplaatsen, opleidingen, inhuur van tijdelijk personeel en geneeskundige verzorging.

Binnen het ressort DOE is sprake van een groot aantal vacatures, waardoor een meer dan begroot aantal mensjaren tijdelijk personeel is ingehuurd. De toename van de overige persoonsgebonden personele uitgaven ten opzichte van de ontwerpbegroting vindt enerzijds een oorzaak in een bijstelling van de elementen die in dit kengetal zijn opgenomen en anderzijds door een bijstelling van de daadwerkelijke uitgaven op deze elementen. Eerstgenoemde oorzaak voor de mutatie wordt ingegeven door een kwaliteitsverbetering van het kengetal waarmee meerdere persoonsgebonden uitgaven zijn toegevoegd en uitgaven die geen relatie hebben met de begrotingssterkte uit het kengetal zijn geëlimineerd.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren30118,588,5
– bedrag per mensjaarx f 1,–68 90070 2781 378
– totale uitgavenx f 1000,–2 0678 3286 261
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n (bp en mp)3 0473 698651
– gemiddeld per vtex f 1,–1 1363 3382 202
– totale uitgavenx f 1000,–3 46012 3438 883
– kleding en uitrusting voor militair personeelaantal vte'n (mp)2 2882 976688
– gemiddeld per vtex f 1,–29131221
– totale uitgavenx f 1000,–666929263
– voeding voor militair personeelaantal vte'n (mp)2 2882 976688
– gemiddeld per vtex f 1,–1 288984– 304
– totale uitgavenx f 1000,–2 9472 928– 19
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–9 14024 52815 388
Overige uitgavenx f 1000,–10 2371 083– 9 154
Totaal overige personele uitgavenx f 1000,–19 37725 6116 234

05.20.08 Materiële uitgaven

Op dit artikelonderdeel zijn ondermeer de uitgaven voor huisvesting, telecommunicatie, munitie, het onderhoud van infrastructuur en (wapen)- systemen en de inhuur van O-, I- en A-deskundigheid door het ressort DOE verantwoord.

De meeruitgaven voor de inhuur van O-, I- & A-deskundigheid worden veroorzaakt door het noodgedwongen vullen van een aantal vacatures met externe deskundigen en vanwege de ondersteuning door externe deskundigen bij de oprichting van het LCKLu en de KMSL op de vliegbasis Woensdrecht (vlb. Wdt). Binnen het ressort DOE heeft een nadere prioriteitsstelling plaatsgevonden als gevolg waarvan meer uitgaven voor het onderhoud van infrastructuur en de aanschaf van inventarisgoederen zijn gedaan. Dit vertaalt zich in hogere overige persoonsgebonden materiële uitgaven. Daarnaast zijn de uitgaven voor groot en klein onderhoud, data- en telecommunicatie, onderhoud voertuigen en brandstoffen lager dan begroot. Tevens zijn als gevolg van de genoemde herstructurering de geplande onderhoudsactiviteiten vertraagd.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur O-, I- & A-deskundigheidaantal mensjaren0,712,411,7
– gemiddeld uitgaven per mensjaarx f 1,–240 000244 1944 194
– totale uitgavenx f 1000,–1693 0282 859
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n (bp en mp)3 0473 698651
– gemiddeld per vtex f 1,–6 7958 0551 260
– totale uitgavenx f 1000,–20 70329 7879 084
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–20 87232 81511 943
overige materiële uitgavenx f 1000,–32 88524 278– 8 607
Totaal materiële uitgavenx f 1000,–53 75757 0933 336

Het ressort Hoofdkwartier Koninklijke Luchtmacht (HKKLu)

Het ressort HKKLu wordt na de herziening topstructuur gevormd door de (Staf) Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten, bestaande uit de (staf) Plaatsvervangend Bevelhebber der Luchtstrijdkrachten (PBDL), de Directie Personeel KLu (DPKLu), de Directie Materieel KLu (DMKLu), de Directie Control KLu (DCKLu) en het Korps Luchtmacht Staf (KLS).

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
05.20.09 Ambtelijk burgerpersoneel39 77142 0172 2466%39 77142 0172 2466%
05.20.10 Militair personeel47 27790 20442 92791%47 27790 20442 92791%
05.20.11 Overige personele uitgaven119 127142 99423 86720%92 743163 56770 82476%
05.20.12 Materiële uitgaven555 508493 224– 62 284– 11%473 891531 38957 49812%
Totaal761 683768 4396 7561%653 682827 177173 49527%

Het verschil tussen de begrote en gerealiseerde uitgaven bedraagt f 173,5 miljoen. Dit verschil wordt met name veroorzaakt door:

– de eerder gememoreerde herverdeling van het aantal militairen per ressort (f 44,9 miljoen);

– de loon- en prijsaanpassing 1999 (f 17,6 miljoen);

– het verantwoorden van de operationele software van de F-16's op artikel 05.20 in plaats van artikel 05.22 (verplichtingen f 19,3 miljoen en uitgaven f 7,0 miljoen);

– de uitgaven van per saldo f 73,9 miljoen voor vliegopleidingen, vliegtuigonderhoud en de geleaste Apache helikopters door prijsontwikkelingen met duurder geworden cursusplaatsen, onderhoudscontracten en leasecontracten tot gevolg;

– meeruitgaven, f 5,4 miljoen, voor conversietraining en de opleiding van testvliegers, vanwege een toename van het aantal «crews» voor de luchttransportvloot;

– meeruitgaven, f 10,0 miljoen, om de voorraad reservedelen voor het onderhoud van de nieuwe helikoptertypen op een vereist niveau te krijgen;

– meeruitgaven, f 3,0 miljoen, voor de inhuur van tijdelijk personeel als gevolg van vacatures in een aantal kritieke functiegroepen.

De verplichtingenrealisatie is met f 66,8 miljoen achtergebleven omdat pas in 2001 een meerjarig contract voor de aanschaf van vliegtuigbrandstof wordt aangegaan.

Gerealiseerde activiteiten

Het ressort HKKLu formuleert het operationele, personele, materiële en financiële beleid van de Koninklijke luchtmacht en ondersteunt de eenheden van de Koninklijke luchtmacht bij de uitvoering daarvan. De in het oog springende activiteiten in 1999 betreffen het nieuw geformuleerde bedrijfsvoeringsbeleid en de reorganisatie van de Topstructuur Koninklijke Luchtmacht.

05.20.09 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van het ressort HKKLu verantwoord.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal waarvan:aantal vte'n578537– 41
– actief burgerpersoneelaantal vte'n542501– 41
– gemiddeld salarisx f 1,–69 67080 02010 350
– totale uitgavenx f 1000,–37 76140 0902 329
– niet-actief burgerpersoneelaantal vte'n36360
– gemiddeld salarisx f 1,–55 83353 528– 2 306
– totale uitgavenx f 1000,–2 0101 927– 83
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–39 77142 0172 246

05.20.10 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van het ressort HKKLu verantwoord.

De verhoging van het aantal militairen is een gevolg van de eerder gememoreerde herziene verdeling van de aantallen militairen per ressort. Het gemiddeld salaris is in beide categorieën gestegen vanwege een gewijzigde bestandssamenstelling (leeftijden en rangen).

Militair personeelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal waarvan:aantal vte'n643794151
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n382716334
– gemiddeld salarisx f 1,–85 202117 51032 308
– totale uitgavenx f 1000,–32 54784 13751 590
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n26178– 183
– gemiddeld salarisx f 1,–56 43777 78221 345
– totale uitgavenx f 1000,–14 7306 067– 8 663
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–47 27790 20442 927

05.20.11 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de personele uitgaven anders dan salarissen verantwoord. De ramingen hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van de personeelssterkte en de gerealiseerde activiteiten en hebben onder meer betrekking op kleding, voeding, reizen, opleidingen en geneeskundige verzorging.

Het verschil tussen de begrote en gerealiseerde overige persoonsgebonden personele uitgaven wordt veroorzaakt doordat bij het ramen ten onrechte de uitgaven voor vliegopleidingen in dit kengetal zijn begrepen. De uitgaven voor vliegopleidingen zijn gerealiseerd als niet met kengetallen toegelichte overige personele uitgaven.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren7811940,7
– bedrag per vtex f 1,–71 03872 4771 438
– totale uitgavenx f 1000,–5 5418 6033 062
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n (bp en mp)1 1851 295110
– gemiddeld per vtex f 1,–42 99222 438– 20 554
– totale uitgavenx f 1000,–50 94529 057– 21 888
– kleding en uitrusting vliegersaantal vliegers50853931
– gemiddeld per vliegerx f 1,–12 1488 191– 3 957
– totale uitgavenx f 1000,–6 1714 415– 1 756
– overige kleding en uitrusting voor militair personeelaantal vte'n (mp)643794151
– gemiddeld per vte mpx f 1,–19 16018 605– 557
– totale uitgavenx f 1000,–12 32014 7722 452
– voeding voor militair personeelaantal vte'n (mp)643794151
– gemiddeld per vtex f 1,–2 4313 209778
– totale uitgavenx f 1000,–1 5632 548985
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–76 54059 395– 17 145
Overige personele uitgavenx f 1000,–16 203104 17287 969
Totaal Overige personele uitgavenx f 1000,–92 743163 56770 824

05.20.12 Materiële uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de materiële uitgaven verantwoord. Deze hebben betrekking op huisvesting, telecommunicatie, munitie, het onderhoud van infrastructuur en (wapen)systemen en de inhuur van O-, I- en A-deskundigheid door het ressort HKKLu.

Het verschil tussen de begrote en gerealiseerde overige persoonsgebonden materiële uitgaven bedraagt ruim f 6 miljoen. Dit verschil is grotendeels veroorzaakt door een toename van het aantal informatiesystemen, waardoor de uitgaven voor het onderhoud hiervan zijn gestegen. Dit onderhoud wordt uitbesteed aan DTO. De niet met kengetallen toegelichte materiële uitgaven zijn bijna f 52 miljoen hoger dan begroot. Het duurder geworden vliegtuigonderhoud en de additionele aanschaf van reservedelen voor de Apache helikopters zijn de grootste veroorzakers hiervan.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur O-, I- & A-deskundigheidaantal mensjaren47,744,7– 3,0
– gemiddeld uitgaven per mensjaarx f 1,–240 000244 7654 765
– totale uitgavenx f 1000,–11 43810 941– 497
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n (bp en mp)1 1851 295110
– gemiddeld per vtex f 1,–62 58762 107– 481
– totale uitgavenx f 1000,–74 16680 4286 262
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–85 60491 3695 765
Overige materiële uitgavenx f 1000,–388 287440 02051 733
Totaal materiële uitgavenx f 1000,–473 891531 38957 498

Artikelonderdeel 05.20.13 Wachtgelden en inactiviteitswedden

De uitgaven op dit artikelonderdeel hebben betrekking op de diverse wachtgeldregelingen voor het burger- en militair personeel van de Koninklijke luchtmacht. Naast het reguliere wachtgeld worden op dit artikelonderdeel ook de uitgaven voor wachtgelden en uitstroombevorderende maatregelen geraamd en verantwoord die uit het sociaal beleidskader (SBK) voortvloeien.

Artikelonderdelen (bedragen x f 1000,–)

OmschrijvingEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Wachtgelden SBK/UBMO burgerpersoneel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal1481579
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–36 08143 7007 619
– toegelicht begrotingsbedragx f 1000,–5 3406 8611 521
Overige wachtgelden burgerpersoneel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal10784– 23
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–28 91634 0005 084
– toegelicht begrotingsbedragx f 1000,–3 0942 856– 238
Wachtgelden SBK/UBMO militair personeel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal9812325
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–54 02059 0004 980
– toegelicht begrotingsbedragx f 1000,–5 2947 2571 963
Werkloosheidsbesluit BBT-militairen     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal200146– 54
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–24 22526 1001 875
– toegelicht begrotingsbedragx f 1000,–4 8453 811– 1 034
Overige wachtgelden militair personeel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal552134
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–40 05547 0006 945
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–2 203987– 1 216
Totaal toegelicht met ramingskengetallenx f 1000,–20 77621 772996
Bij: uitvoeringskostenx f 1000,–3 2535 0771 825
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–24 02926 8492 821

Uitgaven Sociaal Beleidskader

Sociaal Beleidskader (bedragen x f 1000,–)Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
– Om-, her-, bijscholing en outplacement4004000
– Wachtgelden SBK/UBMO burgerpersoneel5 3406 8611 521
– Wachtgelden SBK/UBMO militair personeel5 2947 2571 963
– BDOS plaatsingen militair personeel8 1180– 8 118
Totaal Sociaal Beleidskader19 15214 518– 4 634

Aangezien in 1999 geen BDOS (Boven De Organieke Sterkte)-militairen geplaatst zijn, is het bedrag dat in de begroting is opgenomen niet gerealiseerd.

05.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur

Ten laste van dit artikel zijn de uitgaven verantwoord voor investeringen in groot materieel en infrastructuur.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Vliegtuigmaterieel (incl. F-16)52 993138 77985 786162%141 543357 841216 298153%
Vervoermiddelen51 2139 806– 41 407– 81%22 38614 535– 7 851– 35%
Elektrisch en elektronisch materieel343 921159 300– 184 621– 54%163 452162 835– 6170%
Bewapeningsmaterieel6 80012 4505 65083%25 13430 8235 68923%
Springstoffen en munitie13 1004 639– 8 461– 65%56 22430 281– 25 943– 46%
Overig materieel13 1885 700– 7 488– 57%18 218– 5 841– 24 059– 132%
Infrastructuur75 322143 80068 47891%150 673153 2992 6262%
Totaal556 537474 474– 82 063– 15%577 630743 773166 14329%

Artikelonderdeel Vliegtuigmaterieel (inclusief F-16)

MLU F-16 (Mid Life Update)-ontwikkeling, produktie en inbouw

De uitgaven in 1999 verbonden aan de MLU-ontwikkeling en de aanschaf en inbouw van de modificatiepakketten bedragen f 251,9 miljoen. Ten opzichte van de begroting betekent dit een verhoging van f 195,4 miljoen. Voor een deel was deze verhoging noodzakelijk omdat door versnelde onttrekkingen uit het zogenaamde Denver-account door MLU contractanten dit account op grond van VS-voorschriften diende te worden aangevuld.

Project MLU («Mid Life Update»)-gerelateerde projecten

Als onderdeel van de nationale aanvulling MLU is het project nachtzicht- en laserdoel-aanstralingsapparatuur geherfaseerd. Dit heeft geresulteerd in een verhoging van het verplichtingenniveau met f 21,5 miljoen en een verlaging van het uitgavenniveau met f 3,3 miljoen.

Simulator transporthelikopters

Aanvankelijk was de verwachting dat voor dit project in 1999 een verplichting zou worden aangegaan. Gelet op de complexiteit van dit project (op het gebied van training en veiligheidsaspecten) bevindt dit project zich momenteel nog in de studiefase. De verwachting is dan ook dat de verplichting pas in 2000 wordt aangegaan. Het verplichtingenniveau is hierom met f 50,0 miljoen verlaagd.

Additionele aanschaf doelaanstralingsapparatuur

In 1999 is een verplichting aangegaan van f 54,0 miljoen ten behoeve van de aanschaf van een zevental Laser Target Designator Pods (laserdoelaanstralingsapparatuur). Hiervan is in 1999 f 21,6 miljoen betaald.

Artikelonderdeel Vervoermiddelen

De geplande uitgaven voor vervoermiddelen betroffen de aanschaf en bedrijfsmatige vervanging van voertuigen. Vertraging in de uitvoering van het voertuigplan is er de oorzaak van dat een bedrag van f 41,4 miljoen niet meer in 1999 tot verplichting is gekomen. De hieraan verbonden uitgaven zijn eveneens neerwaarts bijgesteld met f 7,9 miljoen.

Artikelonderdeel Elektrisch en elektronisch materieel

De begrote en gerealiseerde uitgaven op dit artikelonderdeel zijn nagenoeg gelijk, maar binnen het artikelonderdeel doen zich enkele significante wijzigingen voor.

NAFIN

NAFIN beoogt de realisatie van een geïntegreerd telecommunicatienetwerk ten behoeve van de gehele defensie-organisatie. Het netwerk vervangt alle bestaande interlokale statische communicatienetwerken, zowel voor spraak- als datacommunicatie. Als gevolg van een gewijzigde technische invulling van NAFIN is het project herfaseerd. Hierdoor is ten opzichte van de begroting een bedrag van f 8,1 miljoen niet tot besteding gekomen in 1999.

Naderingsapparatuur

Dit project betreft de vervanging van de verouderde rondzoekradars van de vliegbases, die zorgdragen voor de zogenaamde «Sector Approach» (SAPP) van vliegtuigen. Een gewijzigde prioriteitsstelling heeft geleid tot herfasering van de verplichtingen (– f 91,9 miljoen) voor dit project.

Millennium

Doordat een aantal deelprojecten niet in 1998 kon worden afgerond, is een deel van de in 1998 verwachte uitgaven doorgeschoven naar 1999. Hierdoor is in 1999 voor ongeveer f 12 miljoen meer uitgegeven.

KLuIM

Vanwege de complexiteit van het project KLuIM (onder andere de afstemming met de onderdelen en de herstructurering van de informatievoorziening) is het noodzakelijk diverse items binnen dit project te herfaseren. Hierdoor ontstaat een vertraging waardoor een bedrag van f 8,5 miljoen niet in 1999 tot besteding is gekomen.

Artikelonderdeel bewapeningsmaterieel

PATRIOT modificaties

De bedoelde modificaties staan bekend als PDB (Post Deployment Build)/ SD (Sweep Down)-modificaties en omvatten zowel software als hardware modificaties. Deze modificatieprogramma's hebben tot doel te voorzien in een groter en verbeterd detectiebereik van met name kleine en laagvliegende doelen. Hiermee wordt het systeem voorbereid op de PAC-III standaard. De vertraging in het PAC-III programma heeft geleid tot herfasering van de fondsen voor dit project, waardoor het moment van verplichting in tijd is verschoven en de uitgaven neerwaarts zijn bijgesteld met f 5,2 miljoen.

Artikelonderdeel springstoffen en munitie

Radar LLGW AMRAAM

Naar aanleiding van een nadere prioriteitsstelling is in 1999 afgezien van een tweede serie AMRAAM-raketten en zijn fondsen herfaseerd. Het uitgavenniveau van dit project is met f 28,9 miljoen verlaagd.

Artikelonderdeel Overig materieel

De negatieve realisatie op dit artikelonderdeel wordt veroorzaakt door de verrekening met beleidsterrein 08. Multi-service projecten en activiteiten van verbruikte munitie voor een bedrag van f 39,5 miljoen. De vervanging van de verbruikte munitie zal vanaf 2000 plaatsvinden.

Artikelonderdeel Infrastructuur

Op grond van de herstructurering van de Koninklijke luchtmacht heeft een nadere prioriteitstelling binnen de infrastructuurbehoeften plaatsgevonden. Dit heeft er toe geresulteerd dat de infrastructuurbehoefte in tijd is verschoven (vertraging en versnelling) waardoor het zwaartepunt van het moment van aanbesteden in het jaar 1999 heeft gelegen. Hierdoor is een verhoging van het verplichtingenniveau noodzakelijk gebleken.

06. Beleidsterrein Koninklijke marechaussee

Algemeen

De formatiesterkte van de Koninklijke marechaussee is in 1999 opgehoogd. Op grond van de resultaten van een extern onderzoek naar de taakverdeling tussen het ministerie van Justitie en de Koninklijke marechaussee in de aanmeldcentra voor asielzoekers, is vastgesteld dat voor de drie bestaande centra 37 vte'n meer benodigd zijn.

Voor 1999 was voor het burgerpersoneel een gemiddelde sterkte van 251 vte'n geraamd. Deze raming is nagenoeg gerealiseerd en is uitgekomen op 247 vte'n. De sterkte BOT personeel (beroeps onbepaalde tijd) is 65 vte'n lager uitgekomen dan begroot als gevolg van een hoge, niet reguliere uitstroom. De geplande uitbreiding van het BBT-personeel (beroeps bepaalde tijd) is niet geheel gehaald. Op grond van de lage wervingsresultaten in 1998, is in 1999 de geprognosticeerde groei met 81 vte'n BBT-personeel neerwaarts bijgesteld. Daarnaast heeft in een aantal gevallen het in opleiding genomen personeel de opleiding vroegtijdig verlaten en hebben minder BBT-ers gebruik gemaakt van de mogelijkheid hun contract te verlengen.

Op diverse ondersteunende functies binnen de Koninklijke marechaussee zijn de knelpunten opgelost door de inhuur van uitzendkrachten.

In januari 1999 is een projectteam gestart met de implementatie van de aanbevelingen van het Interdepartementale Beleidsonderzoek naar het «Sturen op Resultaat». De activiteiten van het projectteam «BBKMAR 2000» (Beleid en Bedrijfsvoering 2000) hebben in 1999 geleid tot een beschrijving van de operationele producten van de Koninklijke marechaussee, de opzet van een planning en controlcyclus en de start van de operationele planning voor 2000. In 2000 zal dit worden uitgebouwd naar een integrale planning en controlcyclus. De aansturing van de Koninklijke marechaussee als geheel wordt nader uitgewerkt en het bedrijfsvoeringsinstrumentarium wordt verfijnd. In de loop van 2000 worden de projectactiviteiten afgebouwd. De nieuwe systematiek zal voor het eerst in de begroting 2002 zichtbaar zijn.

De Koninklijke marechaussee is voortdurend bezig met het verbeteren van het financieel beheer proces. Met een periodieke evaluatie worden gebieden geïdentificeerd die voor verbetering vatbaar zijn en worden gerichte maatregelen genomen en doorgevoerd. Aandachtsgebieden hierbij zijn: de communicatie en voorlichting over het financieel beheer proces binnen de Koninklijke marechaussee, eenduidige regelgeving, het opleidingsniveau, het voorafgaand toezicht en de beschrijving van de administratieve organisatie.

Van het lopende Interne Controle-jaarplan (IC-jaarplan) zijn in 1999 nagenoeg alle geplande controles gerealiseerd. De uitgevoerde controles hadden met name betrekking op het gevoerde financiële-, personele- en materiële beheer. Gelet op de implementatie van de IBO-aanbevelingen en het gebrek aan capaciteit waren voor het jaar 1999 geen audits en/of beleidsevaluaties in het auditjaarplan opgenomen. Er is wel een aantal ad-hoc onderzoeken uitgevoerd. Genoemd kunnen worden het onderzoek naar de legeringsaccommodatie bij het District KMAR Luchtvaart (DKMARLV) en de toelage onregelmatige dienst (TOD). De volgende onderzoeken zijn in de afrondende fase: Verwerving, Ontvangst en registratie beheer van Automatiseringsgoederen en de Prestatieverklaring van ontvangen goederen. In samenwerking met de Defensie Accountantsdienst is de ontwikkeling van het programma X-pier afgerond. Hiermee wordt de inzet van Seceurop bewakingspersoneel op Schiphol gepland.

In 1999 is door de Koninklijke marechaussee de aanpak van de millenniumproblematiek voortvarend ter hand genomen. Wat betreft de informatievoorziening en automatisering functioneerde KMARIM/LAN-2000 als de centrale spil voor de oplossing van het millenniumprobleem. Door de diversiteit en de relatieve ouderdom van veel systemen en software bij de Koninklijke marechaussee heeft de keuze voor KMARIM/LAN-2000 een situatie voorkomen dat veel werk en grote kosten gemaakt moesten worden om deze verouderde systemen draaiend te houden na 2000. Voorts is een relatieve achterstandsituatie ten aanzien van apparatuur en configuratiemanagement weggewerkt.

In het kader van millennium en de invoering van LAN-2000 is een groot gedeelte van de hardware (desktops en laptops) en het netwerk van het district Luchtvaart te Schiphol vervangen. Ten behoeve van de uitrol en migratie, alsmede voor de (her)bouw van systemen heeft inhuur van extern personeel plaatsgevonden, omdat de bestaande organisatie, vanwege een kwalitatieve en kwantitatieve onderbezetting, deze piekbelasting niet ten uitvoer kon brengen.

Het in 1998 op Schiphol ingerichte landelijke rekencentrum is in 1999 volledig operationeel gemaakt. Door middel van een beveiligde koppeling tussen het politiedatacommunicatiesysteem en het Defensie netwerk NAFNET kunnen de meeste KMAR-locaties via het netwerk terecht bij de door de Koninklijke marechaussee te gebruiken politiesystemen.

Ten behoeve van de vaststelling van de millenniumbestendigheid van diverse vitale objecten zijn verschillende zgn. «tijdreistesten», zowel per object als in ketenverband, doorlopen. Deze (keten)testen hebben onder andere plaatsgevonden ten aanzien van applicaties, netwerken, computerhardware, meldkamers en telefooncentrales. Op basis van de resultaten van deze testen zijn verschillende activiteiten ontplooid, zoals: de aanschaf van componenten ten behoeve van reparatie in eigen beheer; de reparatie van objecten door derden (onder andere het millenniumproof maken van het geavanceerde portofoon-/telefoonnetwerk op Schiphol); de vervanging van 11 telefooncentrales en het millenniumproof maken van het cruciale grensbewakingssysteem PAS.

De aanpak van de millenniumproblematiek is aangepast van een technische benadering (vitale objecten) naar een procesmatige benadering (cruciaal maatschappelijke diensten). In dit verband is begin 1999 binnen het ministerie van Defensie besloten om, naast het oplossings-/hersteltraject, op basis van een methodiek van risico-analyse met voorrang millennium contingency plannen voor de cruciaal maatschappelijke diensten op te stellen. Zowel ten aanzien van de ontwikkeling van deze plannen als met de uitvoering hiervan zijn de nodige uitgaven gemoeid geweest, zoals inhuur externe deskundigheid en aanschaf noodvoorzieningen.

Voor het nieuw digitaal landelijk netwerk voor mobiele communicatie C-2000 zijn in 1999 geen uitgaven gedaan. Het jaar 1999 is voor C-2000 een aanloopjaar geweest, waarbij het traject voor de startregio (regio Amsterdam) enkele maanden vertraging heeft opgelopen.

De nieuwbouw van de brigade Seedorf is in mei 1999 in gebruik genomen.

In 1999 werd rekening gehouden met de renovatie van de cellencomplexen bij de Koninklijke marechaussee. Dit project heeft een aanzienlijke vertraging opgelopen. Hoofdoorzaken voor de opgelopen vertraging zijn de personele capaciteit bij zowel de Koninklijke marechaussee als de DGW&T en het grote tijdbeslag dat de vele afzonderlijke locaties op de totale planning hebben.

Realisatie

De totaal geraamde en gerealiseerde uitgaven en verplichtingen van het beleidsterrein Koninklijke marechaussee voor het jaar 1999 zijn als volgt te specificeren:

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
06.20 Personeel en materieel:         
06.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel16 81018 0101 2007%16 81018 0101 2007%
06.20.02 Militair personeel342 839329 465– 13 374– 4%342 839329 407– 13 432– 4%
06.20.03 Overige personele uitgaven35 57451 67316 09945%35 57449 16813 59438%
06.20.04 Materiële uitgaven53 32485 73032 40661%53 24969 91716 66831%
06.20.05 Wachtgelden en inactiviteitsgelden7881 06327535%7881 06327535%
Totaal Personeel en materieel449 335485 94136 6068%449 260467 56518 3054%
06.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur51 77047 683– 4 087– 8%51 97045 037– 6 933– 13%
Totaal uitgaven Koninklijke marechaussee501 105533 62432 5196%501 230512 60211 3722%

Toelichting op de verschillen

De verschillen worden naar oorzaak bij de realisatiecijfers van de uitgavenbegrotingsartikelen toegelicht.

06.20 Personeel en materieel

De bedrijfsvoeringsuitgaven van de Koninklijke marechaussee worden in vijf vaste artikelonderdelen gepresenteerd: ambtelijk burgerpersoneel, militair personeel, overige personele uitgaven, materiële uitgaven en wachtgelden en inactiviteitswedden.

06.20.01 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven verantwoord voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van het beleidsterrein Koninklijke marechaussee.

De uitgaven voor het burgerpersoneel zijn ten opzichte van de ontwerpbegroting 1999 gestegen met f 1,2 miljoen. Dit betreft met name de loonbijstelling. Daarnaast is de stijging toe te schrijven aan de extra uitgaven voor overwerk en de aanstellingsen bindingspremies. De gerealiseerde sterkte van het burgerpersoneel komt nagenoeg overeen met de geautoriseerde sterkte in de ontwerpbegroting 1999.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantalwaarvan:aantal vte'n254250– 4
– actief burgerpersoneelaantal vte'n251247– 4
– gemiddeld salarisx f 1,–66 43072 4015 971
– totale uitgavenx f 1000,–16 67417 8831 209
– niet-actief burgerpersoneelaantal vte'n330
– gemiddeld salarisx f 1,–45 33342 333– 3 000
– totale uitgavenx f 1000,–136127– 9
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–16 81018 0101 200

06.20.02 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven verantwoord voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van het beleidsterrein Koninklijke marechaussee.

De uitgaven van het militair personeel zijn ten opzichte van de begroting 1999 met per saldo f 13,432 miljoen gedaald. Dit wordt veroorzaakt doordat de geplande uitbreiding van het BBT-personeel niet is gehaald als gevolg van de lage wervingsresultaten en een hoge niet reguliere uitstroom van BOT-personeel.

Militair personeelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantalwaarvan:aantal vte'n5 0744 808– 266
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n3 2093 144– 65
– gemiddeld salarisx f 1,–75 91577 5331 618
– totale uitgavenx f 1000,–243 611243 764153
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n1 8651 664– 201
– gemiddeld salarisx f 1,–53 20551 468– 1 737
– totale uitgavenx f 1000,–99 22885 643– 13 585
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–342 839329 407– 13 432

06.20.03 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de personele uitgaven anders dan salarissen verantwoord. Deze hebben betrekking op burger- en militair personeel, zijn in sterke mate afhankelijk van de personeelssterkte en de gerealiseerde activiteiten en hebben onder meer betrekking op kleding en uitrusting, voeding, reizen, onderwijs en opleidingen en de inhuur van tijdelijk personeel.

De toename van de uitgaven en verplichtingen voor de overige personele uitgaven met respectievelijk f 13,594 miljoen en f 16,099 miljoen hangt nauw samen met de uitbreidingen en intensivering van diverse taken. Doordat de Koninklijke marechaussee nog niet volledig is gevuld met regulier personeel zijn de knelpunten in het kader van de taakuitvoering opgevangen met onder andere uitzendkrachten (f 5,0 miljoen).

Op dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor verplaatsingskosten f 4,0 miljoen hoger dan in de ontwerpbegroting 1999 was aangegeven. Dit is ondermeer veroorzaakt door de hoge kosten van de inkwartiering van het personeel in accommodaties rond de luchthaven Schiphol. Vanaf 1 april 1999 is een prijsstijging doorgevoerd van ongeveer 50%.

De stijging van de verplichtingen ten opzichte van het bedrag van de raming is het gevolg van de mutaties zoals genoemd bij de uitgaven.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal uren156 250242 85486 604
– bedrag per uurx f 1,–32419
– totale uitgavenx f 1000,–5 0009 9574 957
– overige persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n (bp en mp)5 3255 055– 270
– gemiddeld per vtex f 1,–5 7427 7572 015
– totale uitgavenx f 1000,–30 57439 2118 637
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–35 57449 16813 594

06.20.04 Materiële uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de materiële uitgaven verantwoord. Het betreft hier uitgaven voor onder meer huisvesting, bureauzaken, informatiesystemen, zaken van operationele aard, inventarisgoederen en klein materieel, onderhoud en herstel van het materieel, onderhoud van gebouwen en terreinen en bevoorrading.

De uitgaven en verplichtingen voor de materiële uitgaven zijn ten opzichte van de ontwerpbegroting 1999 respectievelijk met f 16,668 miljoen en met f 32,406 miljoen gestegen. Als voornaamste oorzaken van deze meeruitgaven kunnen worden genoemd:

– de hogere verplichtingen voor de instandhouding van het operationeel materieel. Deze zijn voornamelijk een gevolg van het aansluiten van de Koninklijke marechaussee districten en brigades op het politie- en data communicatie netwerk (PODACS) f 3,2 miljoen. Daarnaast is een tweejarig contract afgesloten voor het gebruik van een mobiel data netwerk (f 1,5 miljoen);

– de hogere uitgaven (f 1,5 miljoen) en verplichtingen (f 5,0 miljoen) voor de inhuur van O-, I- en A-deskundigheid, vanwege de beslissing tot het implementeren van het Local Area Netwerk 2000 (LAN-2000). In 1999 is extra ICT-personeel ingehuurd om de uitrol en migratie voor de eeuwwisseling te kunnen garanderen. Ook zijn de exploitatiekosten in het kader van LAN-2000 in 1999 gestegen met f 4,0 miljoen;

– de hogere uitgaven (f 2,2 miljoen) en verplichtingen (f 3,0 miljoen) voor huisvesting, waarbij vooral de enorme stijging van de huurprijzen voor de huisvesting van locaties op en rond de luchthaven Schiphol een grote rol spelen;

– de inhuur van bouwkundige expertise (f 1,1 miljoen) voor zowel groot als klein onderhoud op locaties van de Koninklijke marechaussee in zowel binnen als buitenland;

– de stijging van de uitgaven (f 2,3 miljoen) voor data- en telecommunicatie door de noodzaak van mobiele bereikbaarheid;

– hogere uitgaven voor de exploitatiekosten voor voertuigen (f 1,9 miljoen). Door de taakuitbreidingen van de afgelopen jaren is het voertuigenpark van de Koninklijke marechaussee in omvang toegenomen. Hierdoor zijn de onderhoudskosten voor voertuigen gestegen. Op ad hoc basis wordt extra voertuigcapaciteit ingehuurd;

– een stijging van de uitgaven (f 3,0 miljoen) en verplichtingen voor munitie (f 4,0 miljoen) doordat in 1999 zowel de normale jaarbehoefte, alsmede de voorraad voor Action-3 oefenmunitie is aangeschaft.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur O-, I- & A-deskundigheidmensjaren19,424,85,4
– gemiddeld uitgaven per mensjaarx f 1,–272 649272 6490
– totale uitgavenx f 1000,–5 3006 7691 469
– overige persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n (bp en mp)5 3255 055– 270
– gemiddeld per vtex f 1,–4 8357 0562 221
– totale uitgavenx f 1000,–25 74535 6689 923
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–31 04542 43711 392
Overige materiële uitgavenx f 1000,–22 20427 4805 276
Totaal materiële uitgavenx f 1000,–53 24969 91716 668

Artikelonderdeel 06.20.05 Wachtgelden en inactiviteitswedden

De op dit artikelonderdeel verantwoorde uitgaven hebben betrekking op de diverse wachtgeldregelingen voor het burger- en militair personeel van de Koninklijke marechaussee.

De stijging met f 0,257 miljoen is een gevolg van de toename van het aantal burgers dat in 1999 in de wachtgeldregeling terecht is gekomen. Door de hierdoor ontstane wijziging in de opbouw van de uitkeringsgerechtigden is teven het uitkeringsbedrag per jaar gewijzigd.

OmschrijvingEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Overige wachtgelden burgerpersoneel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal1,553,5
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–27 33359 60032 267
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–41298257
Werkloosheidsbesluit BBT-militairen     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal15,4160,6
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–23 05221 625– 1 427
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–355346– 9
Overige wachtgelden militair personeel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal4,54– 0,5
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–20 44425 2504 806
– toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–921019
Totaal toegelicht begrotingsbedragx f 1 000,–488745257
Bij: uitvoeringskostenx f 1 000,–30031818
Totale uitgaven wachtgelden en inactiviteitsweddenx f 1 000,–7881 063275

06.22 Investeringen groot materieel en infrastructuur

Ten laste van dit artikel zijn de uitgaven verantwoord die voor het grootste deel bestemd zijn voor het te vervangen materieel. Voorts zijn automatiseringsmiddelen ten laste van dit artikel aangeschaft en verantwoord.

De uitgaven en verplichtingen op het artikel investeringen groot materieel en infra zijn ten opzichte van de begroting 1999 met respectievelijk f 6,933 miljoen en met f 4,087 miljoen gedaald. Als voornaamste oorzaken kunnen worden genoemd:

– lagere uitgaven voor elektrisch en elektronisch materieel ondermeer door vertraging van het meldkamerproject (f 1,1 miljoen). Daarnaast is door een negatief uitgevallen test van een prototype de hartslagdetectie apparatuur voor het Mobiel Toezicht Vreemdelingen (MTV) niet in 1999 gerealiseerd (f 1,4 miljoen);

– hogere verplichtingen en uitgaven (f 7,6 respectievelijk f 4,6 miljoen) voor automatiseringsmiddelen met name als gevolg van de noodzakelijke maatregelen ten behoeve van de millennium-problematiek;

– lagere uitgaven (f 0,8 miljoen) en verplichtingen (f 1,8 miljoen) voor overig groot materieel, door onder andere de verschuiving van verplichtingen naar 2000 voor observatie apparatuur ten behoeve van de Brigade Speciale Beveiliging;

– het niet aangaan in 1999 van de verplichting voor de cellencomplexen (f 3,0 miljoen) en de renovatie van de voormalige Highschool op de vliegbasis te Soesterberg (f 2,0 miljoen). In de uitgaven was voor deze projecten met respectievelijk f 2,0 miljoen en met f 1,0 miljoen rekening gehouden;

– door vertraging bij de grondtransactie (f 0,8 miljoen) met de gemeente Coevorden is de beoogde grond ten behoeve van de nieuwbouw van de brigade niet aangekocht. Als gevolg hiervan is het contract voor de bouw (f 3,0 miljoen) eveneens vertraagd. In de begroting was rekening gehouden met respectievelijk (f 0,8 en f 1,2 miljoen);

– het gedeeltelijk doorschuiven van een aantal verplichtingen (f 1,9 miljoen) waaronder de huisvesting van het bureau asielzaken op de luchthaven Schiphol en het honorarium voor bouwkundige adviezen.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Vervoermiddelen en vaartuigen8 2009 11391311%8 1009 2601 16014%
Elektrisch en elektronisch materieel7 0004 470– 2 530– 36%7 0004 709– 2 291– 33%
Automatiseringsmiddelen9 90017 5227 62277%10 30014 9014 60145%
Bewapeningsmaterieel2 0001 456– 544– 27%2 0001 427– 573– 29%
Springstoffen en munitie000000
Telefooninstallaties1 0001 90690691%1 100828– 272– 25%
Overig groot materieel4 7493 925– 824– 17%4 6832 898– 1 785– 38%
Infrastructuur18 9219 291– 9 630– 51%18 78711 014– 7 773– 41%
Totaal51 77047 683– 4 087– 8%51 97045 037– 6 933– 13%

08. Beleidsterrein Multi-service projecten en activiteiten

08.01 Luchtmobiele brigade

De specifiek voor de oprichting van de luchtmobiele brigade benodigde investeringen worden op dit artikel verantwoord.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Bewapende helikopter89 09398 7999 70611%270 557288 75318 1967%
Transporthelikopter8 6028 047– 555– 6%55 04373 41218 36933%
Luchtmobiel speciaal voertuig04 7754 77507 9547 954
Overige specifieke materieelprojecten6 750213– 6 537– 97%1 058142– 916– 87%
Infrastructuur grondcomponent7505– 745– 99%7500– 750– 100%
Infrastructuur luchtcomponent11 78014 1922 41220%12 1598 090– 4 069– 33%
Totaal116 975126 0319 0568%339 567378 35138 78411%

Toelichting op de verschillen

Bewapende helikopter

De stijging van de uitgaven voor de bewapende helikopter is voornamelijk te wijten aan een eerdere levering van onderdelen en het daardoor eerder betalen dan in het betalingsschema was voorzien. De mutatie bij de verplichtingen wordt veroorzaakt door de technische mutatie van de prijsbijstelling op het hoofdcontract en het verschuiven van aanvullende investeringen naar 2000 en verder.

Transporthelikopter

De stijging van de uitgaven wordt grotendeels veroorzaakt door een verschuiving van BTW-afdracht uit 1998 in verband met de Chinook transporthelikopter.

Luchtmobiel speciaal voertuig

De realisatie is veroorzaakt door de aanvullende behoefte van 28 voertuigen. Het verschil tussen verplichtingen en betalingen wordt gevonden in de vertraging in de aflevering van de eerste serie.

Overige specifieke materieelprojecten

De lagere realisatie van verplichtingen wordt veroorzaakt door de vertraging van het draagbaar mijndoorbraaksysteem op grond van beproevingsresultaten van de eerste versie.

Infrastructuur luchtcomponent

Door niet tijdige gunning van contracten is de realisatie van de uitgaven achtergebeleven bij de begroting. In 2000 zal dit tot realisatie leiden.

08.02 Vredesoperaties

Ten laste van dit artikel worden de uitgaven ten behoeve van vredesoperaties verantwoord. De uitgaven betreffen het verplichte Nederlandse aandeel (contributies) in de kosten van VN-operaties (1,62%) en de additionele uitgaven die het gevolg zijn van de deelneming van de Nederlandse krijgsmacht aan vredesoperaties.

De additionele uitgaven hebben betrekking op:

– personele exploitatie, waaronder toelagen en reis- en verblijfkosten;

– materiële exploitatie, waaronder brandstofverbruik, verbruiksartikelen, verbruik van munitie, gebruiksgereedmaken en onderhoud en herstel van materieel.

Vanwege de onzekerheid met betrekking tot de mate van inzet van defensiemiddelen zijn bij de opstelling van de ontwerpbegroting 1999 de uitgaven geraamd voor een beperkt aantal vredesoperaties. De totale voorziening voor additionele uitgaven ten behoeve van vredesoperaties en VN-contributies bedroeg op dat moment f 270,4 miljoen. Vanwege de intensivering van de Nederlandse inzet op de Balkan is, naast de eindejaarsmarge 1998 van f 7,5 miljoen, in eerste instantie f 50 miljoen en in tweede tranche f 150 miljoen aan het budget toegevoegd. Dit bracht de voorziening voor vredesoperaties in 1999 op een totaal van f 477,9 miljoen. Van deze voorziening is f 456,4 miljoen daadwerkelijk uitgegeven.

Onderverdeling naar contributies en vredesoperaties (bedragen x f 1 000)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
VN-contributies50 00026 035– 23 965– 48%50 00027 795– 22 205– 44%
F-16's Amendola33 800101 86568 065201%33 800101 86568 065201%
SFOR124 400129 5875 1874%124 400134 1289 7288%
UNFICYP8 7006 596– 2 104– 24%8 7006 596– 2 104– 24%
Restant voorziening53 500220 583167 083312%53 500185 974132 474248%
Totaal270 400484 666214 26679%270 400456 358185 95869%

Toelichting op de verschillen

VN-contributies

Evenals in 1998 is er in dit verslagjaar opnieuw sprake van het minder uitvoeren van vredesoperaties door de Verenigde Naties (VN). Hierdoor is het totale VN-vredesoperatiebudget verlaagd. Dientengevolge is het Nederlandse aandeel in de financiering van dit budget (1,62 %) afgenomen met f 22,2 miljoen.

F-16's Villafranca en Allied Force

Als gevolg van de inzet van de vliegtuigen van de Koninklijke luchtmacht en schepen van de Koninklijke marine in het kader van de ten tijde van de ontwerpbegroting niet geraamde luchtactie in Kosovo «Allied Force» zijn de additionele uitgaven significant hoger dan toentertijd geraamd. De uitgaven ten behoeve van de operatie Allied Force bedragen in totaal f 87,9 miljoen, gesplitst in uitgaven Koninklijke luchtmacht (f 84,4 miljoen) en Koninklijke marine (f 3,5 miljoen). In het bedrag van de Koninklijke luchtmacht zijn de uitgaven voor verbruikte munitie, f 40,4 miljoen, opgenomen. Het restant bedrag op deze kostensoort (f 14,0 miljoen) betreft uitgaven ten behoeve van de reguliere plaatsing van de F-16's op de vliegbasis Amendola in Italië.

Stabilisation Force (SFOR; Mechbat)

De additionele uitgaven zijn f 9,7 miljoen hoger uitgevallen dan ten tijde van de ontwerpbegroting 1999 geraamd. Op het moment van de eerste suppletore begroting is het budget nader bepaald op f 128,1 miljoen. Het resterende verschil van f 6,0 vindt met name zijn oorzaak in materiële uitgaven, zoals kleding en reservedelen (+ f 1,0 miljoen), transport- en telecommunicatiekosten (respectievelijk + f 1,2 en + f 3,6 miljoen) en een overrealisatie bij uitgaven voor accommodatie en huisvesting (+ f 1,3 miljoen). Daartegenover vertonen de overige uitgaven een onderrealisatie van f 1,1 miljoen.

UN Peacekeeping Force in Cyprus (UNFICYP)

De uitgaven ten behoeve van de VN-operatie op Cyprus zijn initieel te hoog ingeschat. Ten tijde van de eerste suppletore begroting is de raming naar beneden bijgesteld tot f 6,7 miljoen.

Restant voorziening

Ten laste van het restant van de voorziening vredesoperaties zijn de additionele uitgaven van de overige, veelal kleinere, operaties verantwoord. In het niveau van de ontwerpbegroting was tevens nog een bedrag gereserveerd voor in 1999 te starten nieuwe operaties waarvoor nog politieke mandatering moest plaatsvinden. Als voorbeeld hiervan moge de KFOR-uitgaven van f 110,825 miljoen dienen.

Ten tijde van de eerste suppletore begroting is het beschikbare budget over de dan lopende operaties verdeeld. Teneinde tot een vergelijking per operatie te kunnen komen, worden in onderstaande tabel de cijfers van de eerste suppletore begroting 1999 gepresenteerd naast de realisatiegegevens over 1999.

Soort uitgave (bedragen x f 1000,–)1e suppletore wet 1999realisatie 1999
VN-contributie31 00027 795
F-16's Amendola/Allied Force59 800101 865
Mechbat SFOR128 100134 128
Overige uitgaven SFOR10 8007 558
ECMM1 100807
UNIPTF700941
Allied Harbour Albanië27 50030 805
Humanitaire vluchten OS900201
Noodhulporganisaties70030
Shirbrig600323
MAPE500636
UNFICYP6 7006 596
Multinational Interception Force4 7005 147
Extraction Force27 40019 102
Kosovo Verificatie Missie5 6005 788
Kosovo Force (KFOR)0110 825
Overige operaties15 6003 810
Totaal321 700456 357

Toelichting op de belangrijkste verschillen in de uitgaven voor overige operaties

Overige SFOR

Onder deze operatie worden de additionele uitgaven gepresenteerd van overige uitgaven Koninklijke luchtmacht voor SFOR en voor de Koninklijke marechaussee. De uitgaven van de Koninklijke luchtmacht zijn f 2,1 miljoen achtergebleven op de raming vanwege de inzet van de middelen in de operatie Allied Force. De onderrealisatie bij de Koninklijke marechaussee bedraagt f 0,2 miljoen. Dit wordt veroorzaakt door lagere uitgaven voor personele vergoedingen en toelagen.

European Community Monitoring Mission (ECMM)

Door het meer gebruik van reguliere transportmiddelen SFOR en lagere uitgaven voor vergoedingen en toelagen valt de realisatie f 0,3 miljoen lager uit dan geraamd.

UN International Police Task Force (UNIPTF)

De overschrijding van de uitgaven (f 0,2 miljoen) vindt met name zijn oorzaak in hogere uitgaven voor opleidingen aan het instituut Clingendael.

Allied Harbour Albanië

De hogere uitgaven (f 3,3 miljoen) vindt zijn grond in meer uitgaven voor inzet van eenheden van de Koninklijke marine voor een langere duur dan voorzien (f 6,2 miljoen) en minder uitgaven vanwege een kortere inzet van eenheden van de Koninklijke landmacht in deze operatie (f 2,7 miljoen) en voorts een lagere waarde van de verstrekte hulpgoederen (f 0,2 miljoen).

Humanitaire projecten/vluchten Ontwikkelingssamenwerking

Onderschrijding van de uitgaven is veroorzaakt door minder aanvragen van het ministerie van Buitenlandse Zaken/Ontwikkelingssamenwerking voor inzet van vliegtuigen van de Koninklijke luchtmacht voor humanitaire bijstand.

Noodhulporganisaties

Het budget werd initieel geraamd op basis van het specifieke opleidings- en trainingsprogramma. Een in 1999 geplande oefening vond geen doorgang waardoor de realisatie achterbleef op de raming.

UN Stand-by Forces High Readiness Brigade (SHIRBRIG)

De uitgaven voor de in 1999 in Nederland gehouden oefening «Flexible start 99» zijn lager uitgevallen dan initieel geraamd. Een beperkt deel van deze uitgaven komt in 2000 tot realisatie.

Multinational Police Advisory Element (MAPE)

De meeruitgaven (f 0,1 miljoen) worden met name veroorzaakt door hogere uitgaven ten behoeve van opleidingen aan het instituut Clingendael.

Multinational Interception Force (MIF)

Doordat meer vaardagen en vlieguren zijn gemaakt, dan ten tijde van de eerste suppletore begroting 1999 geraamd, zijn de uitgaven f 0,4 miljoen hoger uitgevallen.

Extraction Force (EFOR)

Onder deze operatie zijn de uitgaven verantwoord van de militaire eenheden in Macedonië. Medio 1999 zijn deze eenheden overgegaan in de operatie KFOR. De uitgaven zijn vanaf dat moment aan de operatie KFOR toegerekend. Als gevolg daarvan is de realisatie significant op de raming achtergebleven (f 8,1 miljoen).

Kosovo Verificatie Missie (KVM)

Op deze kostensoort wordt de bijdrage aan de OVSE voor de KVM (4,07%) verantwoord. Deze missie is per medio 1999 beëindigd. De uitgaven werden gedaan door het ministerie van Buitenlandse Zaken en zijn verrekend met het ministerie van Defensie. De uitgaven zijn f 0,1 miljoen hoger uitgevallen dan geraamd.

Kosovo Force (KFOR)

In juni 1999 heeft de Veiligheidsraad van de VN de resolutie aangenomen die het mandaat verschaft voor de ontplooiing van een internationale veiligheidsmacht voor Kosovo (KFOR). Nederland levert een bijdrage aan KFOR. Ten tijde van het opstellen van de eerste suppletore begroting waren hiervoor geen uitgaven geraamd. Ter compensatie van onder meer deze extra uitgaven is het budget voor vredesoperaties na de eerste suppletore begroting met f 150 miljoen verhoogd.

Overige operaties

Onder de overige operaties zijn de additionele uitgaven begrepen van de operaties:

– de Westelijke Sahara (MINURSO); voorbereidingskosten op mogelijke uitzending: f 2,1 miljoen;

– de militaire bijstand in Honduras en Nicaragua naar aanleiding van de orkaan Mitch: f 0,5 miljoen;

– diverse kleinere operaties: f 1,2 miljoen.

De geplande uitgaven voor de ontmanteling van Russische nucleaire installaties (f 3 miljoen) zijn, vanwege vertraging van het Russisch/Nederlands samenwerkingsproject, niet tot realisatie gekomen.

Aansluitend op de toezegging in de brief aan de Tweede Kamer van 31 januari 2000, is ter verduidelijking van de spreiding in de uitgaven binnen de operaties is hierna een tabel opgenomen waarin de uitgaven per operatie en daarbinnen per kostensoort worden gepresenteerd.

Operatie/kostensoortF-16's AmendolaSFORAllied HarbourUNFICYPMIFEFORKFOROverigTotaal
Toelagen9 50856 9757 6834 9721 9515 95246 1801 715134 936
Kleding74 34094242 96 2088210 982
Voeding2 2826 4939583 6323 65634914 373
Personele voorbereiding 633    157 790
Materiële voorbereiding 38768   1 771 2 577
Brandstof10 9055 9321 320185750682519720 543
Transport2 4628 8144 168828 2 65812 5727731 579
Materieel65 58728 73512 6914171 5495 57925 6162 505142 679
Huisvesting6 2466 47181216 2 72811 221 27 494
Telecommunicatie1 72414 9911 11225 296304 18 452
Opleiding7916223 7141331 129
Overig3 1377 3481 197697907352 1747 57723 027
Totaal101 865141 68630 8056 5965 14719 102110 82512 535428 561

Toelichting bij de tabel

– de bedragen zijn in duizenden guldens;

– de uitgaven voor VN-contributies zijn niet opgenomen;

– de kostensoorten: personele en materiële voorbereiding zijn medio 1999 in de financiële administratie ingevoerd. Tot dat moment zijn de voorbereidingsuitgaven verantwoord onder de overige kostensoorten. Uitgedrukt in procenten van de totale additionele uitgaven voor vredesoperaties geeft dit het volgende beeld:

– personele voorbereidingskosten: 0,5 % (inclusief de opleidingskosten)

– materiële voorbereidingskosten: 0,6 %.

08.04 Overige uitgaven Internationale Samenwerking

Ten laste van het artikel 08.04 worden de uitgaven verantwoord die betrekking hebben op attachés, de kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba en onder overige uitgaven, de uitgaven voor het project humanitair ontmijnen (HOM2000).

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
08.04.01 Attachés31 98745 84913 86243%31 98745 84913 86243%
08.04.02 Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba50 83344 725– 6 108– 12%50 83350 112– 721– 1%
08.04.03 Overige uitgaven01 3601 36001 3601 360
Totaal82 82091 9349 11411%82 82097 32114 50118%

Toelichting op de verschillen

Attachés

Ten opzichte van de ontwerpbegroting is de realisatie van de uitgaven voor de onder attachés begrepen personen f 13,9 miljoen hoger uitgevallen. Een stijging in deze uitgavencategorie werd in de loop van 1999 onderkend. Daartoe heeft in 1999 budgetoverheveling van de Defensie- naar de HGIS-begroting van f 8,7 miljoen plaatsgevonden. Voorts is het budget verhoogd met f 0,8 miljoen voor prijscompensatie tot een totaal van f 41,5 miljoen. De resterende overschrijding (f 4,3 miljoen) vindt zijn oorzaak in :

– beperkte uitbreiding van het aantal als attaché aangemerkte personen (personen die onder «het dienst buitenlandse zaken voorzieningenstelsel» vallen);

– overloop van bijkomende uitgaven attachés van 1998 naar 1999;

– voor de raming wordt gebruik gemaakt van middensommen. Dit zijn berekende gemiddelde personele uitgaven. De realisatie van de uitgaven is sterk afhankelijk van de individuele omstandigheden en blijkt in 1999 in totaal hoger te zijn dan oorspronkelijk is geraamd.

Kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba

De onderrealisatie vindt met name zijn oorzaak in per saldo lagere uitgaven voor investeringen (f 0,6 miljoen). Dit betreft minder uitgaven voor Patrol Vessels en VHF-netwerk (uitgaven worden thans voorzien in 2000) en meer uitgaven voor vervroegde oplevering van infrastructurele projecten (verschuiving vanuit 2000). Het restant verschil (f 0,1 miljoen) zijn lagere exploitatie-uitgaven.

Overige uitgaven

Betreft een vanuit 1998 naar 1999 overlopende uitgave voor het project Humanitair Ontmijnen 2000.

09. Beleidsterrein Defensie Interservice Commando

Algemeen

Ten opzichte van de begroting 1998 is in de begroting 1999 van het Dico geen nieuwe organisatie-eenheid opgenomen en verantwoord. De verwachte overheveling van het Koninklijk Tehuis voor Oud-Militairen en Museum Bronbeek wordt pas in de loop van 2000 gerealiseerd terwijl de overheveling van het Bureau Vorderingen, Inhoudingen en Kortingen (VIK) van de Centrale Organisatie per 1 januari 2000 is gerealiseerd.

Naar verwachting wordt de Dienst Militaire Pensioenen (DMP) medio 2000 geprivatiseerd. Zij wordt ondergebracht bij het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP). Het Team Gegevensbeheer Verzekerdenadministratie (TGV) van het Defensie Archieven, Registratie- en Informatiecentrum (DARIC) is per 1 januari 2000 overgaan naar het ABP. Dit Team inventariseert de pensioen-afspraken van kort verband militairen.

Binnen het Dico heeft iedere organisatie-eenheid met de status van resultaatverantwoordelijke eenheid (RVE) een grote mate van zelfstandigheid om een zakelijke relatie met de klanten van het ministerie van Defensie te onderhouden. Hiertoe beschikken de commandanten over een eigen integraal bedrijfsvoeringsbudget. Naast de Staf Dico zijn de vier grootste eenheden afzonderlijk zichtbaar gemaakt in de begroting. Dit zijn de Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie (DVVO), Defensie Werving en Selectie (DWS), Instituut Defensie Leergangen (IDL) en Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf (MGFB).

De resterende eenheden zijn bij de Overige Interservice Diensten (OID) ondergebracht. De OID omvat de Dienst Personeels- en Salarisadministratie (PSA), het Defensie Materieel Codificatiecentrum (DMC), de Diensten voor Geestelijke Verzorging (DGV), Defensie Archieven-, Registratie-, en Informatiecentrum (DARIC), Bureau Internationale Militaire Sport (BIMS), de Maatschappelijke Dienst Defensie (MDD) en vooralsnog de Dienst Militaire Pensioenen (DMP).

Financieel Beheer

De procedure om te komen tot een continu proces om het financieel beheer op een hoger niveau te brengen en te houden is geïmplementeerd. De basis voor deze procedure wordt gevormd door het jaarlijkse rapport van de Defensie Accountantsdienst, aangevuld met bevindingen van andere instanties. De monitoring op de afdoening van de geformuleerde actiepunten wordt nauwlettend uitgevoerd door staf Dico.

Doelmatigheidskengetallen (voorhoedeproject)

In nauwe samenwerking met het ministerie van Financiën is Dico betrokken bij het voorhoedeproject doelmatigheidskengetallen. Het afgelopen jaar zijn voor de grootste eenheden van het Dico doelmatigheidskengetallen gedefinieerd. Deze zullen de komende tijd worden uitgewerkt. Met de thans gedefinieerde doelmatigheidskengetallen wordt tegemoet gekomen aan de wens om inzicht te krijgen in de kosten van de door ondersteunende diensten te leveren producten. In de begroting 2001 zullen deze worden benoemd. In de begroting 2002 zullen deze een nadere invulling krijgen.

Het totale realisatiebeeld

De totaal begrote en gerealiseerde uitgaven van het beleidsterrein Dico voor het jaar 1999 zijn als volgt te specificeren:

Uitgaven (bedragen x f 1000,–)

OmschrijvingBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
09.02 Personeel en materieel     
– Staf Dico9 37725 80916 432175%
– Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie (DVVO)107 645108 5989531%
– Defensie Werving en Selectie (DWS)89 053113 53124 47827%
– Instituut Defensie Leergangen (IDL)18 41919 4109915%
– Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf (MGFB)122 907124 3901 4831%
– Overige interservice diensten (OID)84 72278 715– 6 007– 7%
– Wachtgelden en inactiviteitswedden7 23910 6133 37447%
Totaal Personeel en materieel439 362481 06641 7049%
09.03 Investeringen groot materieel en infrastructuur13 87417 3683 49425%
Totale uitgaven Defensie Interservice Commando453 236498 43445 19810%

De verschillen worden naar oorzaak bij de realisatiecijfers van de uitgavenbegrotingsartikelen toegelicht. Deze betreft zowel de verplichtingen- als de uitgavenmutaties.

09.02 Personeel en materieel

Ten laste van dit begrotingsartikel zijn de verplichtingen en uitgaven verantwoord die betrekking hebben op de bedrijfsvoering van de tot het Dico behorende diensten en bedrijven. Hieronder vallen salarissen, andere personele en materiële uitgaven, alsmede kleine bedrijfsmatige investeringen. Een toelichting op de verschillen per te onderscheiden organisatie-eenheid volgt hieronder.

De Staf Dico

De Staf Dico ondersteunt de Commandant Dico bij de aansturing van de onder het Dico ressorterende eenheden. Ook verzorgt de staf ondersteuning op het gebied van personeels- en financieel beheer voor Dico-eenheden die deze taken om doelmatigheidsredenen niet uitvoeren.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)   Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
09.02.01 Ambtelijk burgerpersoneel2 3453 8091 46462%
09.02.02 Militair personeel2 2362 136– 100– 4%
09.02.03 Overige personele uitgaven1 256795– 461– 37%
09.02.04 Materiële uitgaven3 54019 06915 529439%
Totaal9 37725 80916 432175%

Toelichting op de verschillen

Naar aanleiding van de onderkende verhoogde werkdruk bij Staf Dico is besloten het personeelsplafond tijdelijk op te hogen. Dit heeft meeruitgaven voor ambtelijk burgerpersoneel tot gevolg. De meeruitgaven voor materiële uitgaven worden veroorzaakt doordat de kosten voor invoering en ontwikkeling van LAN-2000 en uitgaven voor de millenniumproblematiek voor alle Dico-eenheden zijn verantwoord bij Staf Dico.

09.02.01 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen en het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van de staf Dico verantwoord.

De aanstelling van tijdelijk extra personeel in verband met de hoge werkdruk betreft voornamelijk hoger gekwalificeerd personeel. Hierdoor en door algemene salarismaatregelen neemt het gemiddelde salaris toe.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– actief burgerpersoneelaantal vte'n253611
– gemiddeld salarisx f 1,–93 800105 80612 006
– totale uitgavenx f 1000,–2 3453 8091 464

09.02.02 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van de Staf Dico verantwoord.

De stijging van het gemiddelde salaris is veroorzaakt door wijzigingen in het personeelsbestand (door in- en uitstroom). Daarnaast hebben algemene salarismaatregelen verhogend gewerkt.

Militair personeelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n1815– 3
– gemiddeld salarisx f 1,–124 222142 40018 178
– totale uitgavenx f 1 000,–2 2362 136– 100

09.02.03 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de personele uitgaven anders dan salarissen verantwoord. Deze hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van zowel de personeelssterkte als de activiteitenplanning. De uitgaven hebben betrekking op voeding, reizen, onderwijs en opleidingen.

In de oorspronkelijke begroting waren tevens overige personele uitgaven geraamd die betrekking hadden op meerdere Dico diensten. De realisatie heeft echter deels plaatsgevonden bij de betreffende diensten zelf.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n43518
– gemiddeld per vtex f 1,–29 20915 588– 13 621
– totale uitgavenx f 1 000,–1 256795– 461

09.02.04 Materiële uitgaven

Onder dit artikelonderdeel zijn de materiële uitgaven verantwoord anders dan personele uitgaven. Het betreft hier uitgaven voor huisvesting, bureauzaken, automatisering, onderhoud en herstel en inhuur van O-, I- en A-deskundigheid. Tevens worden aanloopkosten voor nieuwe diensten die zijn opgenomen in het Dico, ten laste van dit budget verantwoord.

Er zijn geen nieuwe bedrijven bij Dico overgekomen zodat er geen uitgaven voor transitiekosten hebben plaatsgevonden. Mede hierdoor heeft er eveneens minder inhuur voor O-, I- & A deskundigheid plaatsgevonden De overschrijding van de automatiseringsuitgaven wordt veroorzaakt doordat de uitgaven voor de invoering van LAN2000 en de millenniumproblematiek voor alle Dico-eenheden zijn verantwoord bij Staf Dico.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n43518
– gemiddeld per vtex f 1,–24 18612 353– 11 833
– totale uitgavenx f 1 000,–1 040630– 410
Andere volumegegevens:    
– O-, I- & A deskundigheidx f 1 000,–2 200829– 1 371
– transitiekostenx f 1 000,–3000– 300
– automatiseringsuitgavenx f 1 000,–017 61017 610
Totaal toegelicht bedragx f 1 000,–3 54019 06915 829

De Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie

De taak van de Defensie Verkeers- en Vervoersorganisatie (DVVO) is het op ieder gewenst moment voorbereiden en (doen) leveren van vervoers- en verkeersdiensten voor het gehele ministerie van Defensie. De DVVO verzorgt alle niet-operationele verkeers- en vervoersdiensten, voor zover deze betrekking hebben op de algemene verdedigingstaak, taken in het kader van crisisbeheersingsoperaties, humanitaire operaties en overige vredestaken.

Artikelonderdeel (bedragen x f1 000,–)   Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
09.02.05 Ambtelijk burgerpersoneel14 51615 7201 2048%
09.02.06 Militair personeel29 87229 132– 740– 2%
09.02.07 Overige personele uitgaven4 6615 8181 15725%
09.02.08 Materiële uitgaven58 59657 928– 668– 1%
Totaal107 645108 5989531%
OmschrijvingEenheidAantal begrootAantal gerealiseerdPrijs per eenheid (bedrag x f 1,–)Totaal begroot (bedrag x f 1 miljoen)Totaal gerealiseerd (bedrag x f 1 miljoen)
Personenvervoer zonder chauffeurgebruiksdagen36 758145 741552,08,0
Busvervoergebruiksdagen5 96810 9138004,88,7
Goederenvervoer luchttonvlieguren3 9778 9188303,37,4
Personenvervoer luchtpersonenvlieguren56 03399 00120011,219,8
Goederenvervoer spoortonkilometers43 406 44465 858 5130,3013,019,8
Goederenvervoer waterlanemetervaardagen95 581224 943858,119,1
Ferryvervoer personenpersonenovertochten1 8814 5433000,561,36
Ferryvervoer goederenvoertuigovertochten4141 6141250,050,20

Toelichting

De vraag naar verkeers- en vervoersdiensten is naast de normale vredesbehoefte in belangrijke mate afhankelijk van de deelname door de krijgsmachtdelen aan crisisbeheersingsoperaties, in 1999 met name Kosovo.

09.02.05 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van de DVVO verantwoord.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantallen waarvan:aantal vte'n2152227
– actief burgerpersoneelaantal vte'n2122219
– gemiddeld salarisx f 1,–67 66570 7923 127
– totale uitgavenx f 1000,–14 34515 6451 300
– niet-actief burgerpersoneelaantal vte'n31– 2
– gemiddeld salarisx f 1,–57 00075 00018 000
– totale uitgavenx f 1000,–17175– 96
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–14 51615 7201 204

09.02.06 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van de DVVO verantwoord.

Het verloop bij BBT'ers is hoger uitgevallen dan verwacht. Daarnaast is gebleken dat een aantal functies niet kon worden gevuld. Doordat er veel uitzendingen voor vredesmissies waren is een aantal geplande oefeningen, waarvoor vervoerscapaciteit bij DVVO stond gepland, niet doorgegaan. Hierdoor is de dienstverlening, ondanks de onderbezetting, niet in het gedrang gekomen. Door algemene salarismaatregelen is het gemiddeld salaris bij militair personeel toegenomen.

Militair personeelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal waarvan:aantal vte'n481443– 38
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n243237– 6
– gemiddeld salarisx f 1,–70 67974 7814 102
– totale uitgavenx f 1000,–17 17517 723548
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n238206– 32
– gemiddeld salarisx f 1,–53 34955 3832 035
– totale uitgavenx f 1000,–12 69711 409– 1 288
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–29 87229 132– 740

09.02.07 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de personele uitgaven anders dan salarissen verantwoord. Deze hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van zowel de personeelssterkte als de activiteitenplanning. De uitgaven hebben betrekking op voeding, reizen, onderwijs en opleidingen alsmede inhuur van tijdelijk personeel.

De meeruitgaven van de persoonsgebonden personele uitgaven worden met name veroorzaakt door het feit dat door het grote aantal vacatures meer dan evenredig extra per functionaris is gereisd. Door uitzendingen zijn daarnaast veel meer (meerdaagse) buitenlandreizen gemaakt. Bovendien zijn, door de gestegen US$-koers, de personele uitgaven van Bureau USA aanzienlijk hoger uitgevallen.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren990
– gemiddeld salarisx f 1,–80 00097 11117 111
– totale uitgavenx f 1000,–720874154
– persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n696665– 31
– gemiddeld per vtex f 1,–5 6627 4351 772
– totale uitgavenx f 1000,–3 9414 9441 003
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–4 6615 8181 157

09.02.08 Materiële uitgaven

Onder dit artikelonderdeel zijn de materiële uitgaven anders dan personele uitgaven verantwoord. Het betreft hier uitgaven voor huisvesting, bureauzaken, automatisering, zaken van operationele aard, en onderhoud en herstel aan voertuigen en gebouwen.

Door met name meer verplaatsingen van KLu-materieel en -personeel ten gevolge van uitzendingen is de realisatie inhuur vervoerscapaciteit meer dan begroot.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– O-, I- & A- deskundigheidaantal mensdagen15035– 115
– gemiddeld uitgaven per mensdagx f 1,–2 7471 971– 775
– totale uitgavenx f 1000,–41269– 343
– onderhoud voertuigenaantal kentekens630605– 25
– gemiddeld per kentekenx f 1,–11 0009 833– 1 167
– totale uitgavenx f 1000,–6 9305 949– 981
– onderhoud spoorwagonsaantal wagons4034030
– gemiddeld per wagonx f 1,–3 3281 464– 1 864
– totale uitgavenx f 1000,–1 341590– 751
– brandstoffen, olie en smeermiddelenaantal x 1000 km15 50011 027– 4 473
– gemiddeld 1000 kmx f 1,–21923718
– totale uitgavenx f 1000,–3 4002 612– 788
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–12 0839 220– 2 863
inhuur vervoerscapaciteitx f 1000,–39 50044 7255 225
overige uitgavenx f 1000,–7 0133 983– 3 030
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–58 59657 928– 668

Defensie Werving en Selectie

Defensie Werving en Selectie (DWS) verzorgt de werving en selectie van het door de krijgsmachtdelen en de Centrale Organisatie benodigde burger- en militair personeel.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)   Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
09.02.09 Ambtelijk burgerpersoneel11 03612 6511 61515%
09.02.10 Militair personeel18 73019 7411 0115%
09.02.11 Overige personele uitgaven2 3962 97157524%
09.02.12 Materiële uitgaven56 89178 16821 27737%
Totaal89 053113 53124 47827%

Toelichting op de verschillen

De hogere uitgaven op het artikelonderdeel materiële uitgaven houden met name verband met de wervingsactiviteiten. De toenemende vraag op de arbeidsmarkt maakt het noodzakelijk meer activiteiten te ontplooien om het aantal aan te stellen kandidaten te realiseren. De behoeftestel-lende beleidsterreinen hebben additionele budgetten beschikbaar gesteld. Daarnaast zijn de wervingsactiviteiten voor burgerpersoneel eveneens door DWS verzorgd.

Prestatiegegevens

Overzicht aan te stellen militair personeel

 Begroting 1999Bijgestelde behoeftestellingRealisatie 1999
  externe aanstellingsbehoefteinterne aanstellingsbehoefteexterne aanstellingsbehoefteinterne aanstellingsbehoefte
KM     
BOT2162126715680
BBT1 1441 2521 102
Totaal1 3601 464671 25880
      
KL     
BOT510190300142284
BBT3 8003 6003803 058219
Totaal4 3103 7906803 200503
      
KLu     
BOT4642593659
BBT750886684
Totaal7969285972059
      
KMAR     
BOT75570573
BBT6475424553739
Totaal722547115542112
      
Natres700432

Toelichting

Krijgsmachtdelen formuleren naast een externe aanstellingsbehoefte ook een interne aanstellingsbehoefte en registreren een externe en een interne aanstellingsresultaat (zie ook de brief van de Staatssecretaris van Defensie van 18 februari 2000 inzake de personeelsvoorziening van militairen in de krijgsmacht in 1999, Kamerstukken II, 1999/2000, 26 800 X, nr. 33). De aanstellingsbehoefte volgens de ontwerpbegroting 1999 is in de loop van het jaar bijgesteld aan gewijzigde planparameters voor wat betreft instroom, doorstroom en uitstroom.

Doelmatigheidskengetallen

Alhoewel de aard van de bij DWS opgenomen kengetallen op zich als zinvol kan worden bestempeld, is in de loop van 1999 bij de uitwerking van het voorhoedeproject Dico gebleken, dat in het kas-verplichtingenstelsel het rekenen met integrale kostprijzen vrijwel niet mogelijk is.

De doelmatigheid zal dan ook op een andere wijze zichtbaar gemaakt moeten worden. Momenteel wordt gewerkt aan de uitvoering van een pakket doelmatigheidsindicatoren die een beter beeld van DWS op dit gebied moeten gaan geven. De doelmatigheidskengetallen die in de begroting 1999 werden opgenomen, zijn om die reden dan ook niet meer in deze verantwoording vermeld.

09.02.09 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van DWS verantwoord.

De stijging van het gemiddelde salaris is veroorzaakt door wijzigingen in het personeelsbestand (door in- en uitstroom). Daarnaast hebben algemene salarismaatregelen verhogend gewerkt.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal waarvan:aantal vte'n178172– 6
– actief personeelaantal vte'n178170– 8
– gemiddeld salarisx f 1,–62 00073 62911 629
– totale uitgavenx f 1000,–11 03612 5171 481
– niet-actief personeelaantal vte'n022
– gemiddeld salarisx f 1,–067 00067 000
– totale uitgavenx f 1000,–0134134
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–11 03612 6511 615

09.02.10 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen en het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van de DWS verantwoord.

De stijging van het gemiddelde salaris is veroorzaakt door wijzigingen in het personeelsbestand (door in- en uitstroom). Daarnaast hebben algemene salarismaatregelen verhogend gewerkt, terwijl bij BBT'ers extra personeel is aangetrokken voor vulling van vacante functies van relatief hoger gekwalificeerd beroepspersoneel.

Militair personeelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal waarvan:aantal vte'n254251– 3
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n210185– 25
– gemiddeld salarisx f 1,–78 01083 1145 104
– totale uitgavenx f 1000,–16 38215 376– 1 006
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n446622
– gemiddeld salarisx f 1,–53 36466 13612 773
– totale uitgavenx f 1000,–2 3484 3652 017
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–18 73019 7411 011

09.02.11 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de personele uitgaven anders dan salarissen verantwoord. Deze hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van zowel de personeelssterkte als de activiteitenplanning. De uitgaven hebben betrekking op voeding, reizen, onderwijs en opleidingen, inhuur tijdelijk personeel en overige personele uitgaven.

Door een relatief groot vacaturebestand heeft extra inhuur over een langere periode plaatsgevonden tegen gemiddeld een hoger tarief dan oorspronkelijk gepland.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren484
– gemiddeld salarisx f 1,–60 00075 37515 375
– totale uitgavenx f 1000,–240603363
– persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n432423– 9
– gemiddeld per vtex f 1,–4 9915 598607
– totale uitgavenx f 1000,–2 1562 368212
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–2 3962 971575

09.02.12 Materiële uitgaven

Onder dit artikelonderdeel zijn de materiële uitgaven verantwoord anders dan personele uitgaven. Het betreft uitgaven voor huisvesting, bureauzaken, automatisering, huur banenwinkels, zaken van operationele aard en onderhoud en herstel. Ook de uitgaven voor werving en selectie worden onder dit artikelonderdeel verantwoord.

Steeds meer uitgaven voor huisvesting, geneeskundig materieel en brandstoffen voor voertuigen worden in rekening gebracht door de krijgsmachtdelen. Deze verstrekkingen vonden in het verleden voor het merendeel om niet plaats. Daarnaast hebben er meer uitgaven plaatsgevonden voor informatiesystemen, data- en telecommunicatie en aanschaf voertuigen dan waarmee in de oorspronkelijke begroting rekening was gehouden.

Als gevolg van de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt zijn extra wervingsinspanningen nodig geweest om in de behoefte te kunnen voorzien, waardoor de uitgaven voor werving zijn overschreden.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n432423– 9
– gemiddeld per vtex f 1,–6 99320 59613 603
– totale uitgavenx f 1000,–3 0218 7125 691
Andere volumegegevens:    
– Uitgaven wervingx f 1000,–53 87069 45615 586
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–56 89178 16821 277

Het Instituut Defensie Leergangen

Het Instituut Defensie Leergangen (IDL) heeft tot taak het verzorgen van loopbaanopleidingen voor midden-, hoger- en topmanagement en het verzorgen of ondersteunen van enkele andersoortige specialistische opleidingen. Daarnaast behoort ook het verlenen van faciliteiten voor en het organiseren van congressen tot het takenpakket.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)   Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
09.02.13 Ambtelijk burgerpersoneel2 9303 50257220%
09.02.14 Militair personeel6 2145 384– 830– 13%
09.02.15 Overige personele uitgaven4 3575 16781019%
09.02.16 Materiële uitgaven4 9185 3574399%
Totaal18 41919 4109915%

Toelichting

Doordat een aantal militaire functies niet kan worden gevuld is daar burgerpersoneel op geplaatst.

OmschrijvingAantal begrootAantal gerealiseerdVerschil
Opleidingen Koninklijke Marine1 2511 27625
Opleidingen Koninklijke Landmacht2 8321 855– 977
Opleidingen Koninklijke Luchtmacht1 8181 380– 438
Leergang Topmanagement Defensie2882880
International Stafofficers Course1 1021 232130
Overige Interservice Opleidingen428038

Toelichting

Het aantal opleidingen is afhankelijk van het aantal cursisten welke door de krijgsmachtdelen wordt aangewezen. Met name bij de Koninklijke landmacht en Koninklijke luchtmacht zijn de klasvullingen negatief beïnvloed door de uitzendingen in verband met crisisbeheersingsoperaties.

09.02.13 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van het IDL verantwoord.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal waarvan:aantal vte'n42475
– actief personeelaantal vte'n40466
– gemiddeld salarisx f 1,–70 40074 8264 426
– totale uitgavenx f 1000,–2 8163 442626
– niet-actief personeelaantal vte'n21– 1
– gemiddeld salarisx f 1,–57 00060 0003 000
– totale uitgavenx f 1000,–11460– 54
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–2 9303 502572

09.02.14 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van het IDL verantwoord.

Militair personeelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal waarvan:aantal vte'n5249– 3
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n5245– 7
– gemiddeld salarisx f 1,–119 500114 556– 4 944
– totale uitgavenx f 1000,–6 2145 155– 1 059
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n044
– gemiddeld salarisx f 1,–57 25057 250
– totale uitgavenx f 1000,–0229229
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–6 2145 384– 830

09.02.15 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de personele uitgaven anders dan salarissen verantwoord en hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van de personeelssterkte en de activiteitenplanning. De uitgaven hebben betrekking op voeding, reizen, onderwijs en opleidingen.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n94962
– gemiddeld per vtex f 1,–12 30912 33325
– totale uitgavenx f 1000,–1 1571 184– 27
Andere volumegegevens:     
– onderwijsgerelateerde uitgavenx f 1000,–3 2003 983783
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–4 3575 167810

09.02.16 Materiële uitgaven

Onder dit artikelonderdeel zijn de materiële uitgaven verantwoord anders dan personele uitgaven. Het betreft uitgaven voor huisvesting, bureauzaken, automatisering, zaken van operationele aard en onderhoud en herstel.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n94962
– gemiddeld per vtex f 1,–10 51115 0834 573
– totale uitgavenx f 1000,–9881 448460
Andere volumegegevens:    
– onderhoud en huisvestingx f 1000,–03 4003 400
– onderwijsgerelateerde uitgavenx f 1000,–3 930509– 3 421
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–4 9185 357439

Het Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf

Het Militair Geneeskundig Facilitair Bedrijf (MGFB) levert en ondersteunt de gezondheidszorg wanneer het optreden van de Nederlandse krijgsmacht dit vereist. Daarnaast bevordert het MGFB de samenhang in de militaire gezondheidszorg.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)   Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
09.02.17 Ambtelijk burgerpersoneel29 70529 337– 368– 1%
09.02.18 Militair personeel39 50437 860– 1 644– 4%
09.02.19 Overige personele uitgaven10 40613 0072 60125%
09.02.20 Materiële uitgaven43 29244 1868942%
Totaal122 907124 3901 4831%

09.02.17 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van MGFB verantwoord.

Het hogere gemiddelde salaris voor burgers is het gevolg van de algemene salarisherziening.

Daarnaast was er geen rekening gehouden met langdurig zieken terwijl er thans een aantal staat geregistreerd.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– actief burgerpersoneelaantal vte'n414376– 38
– gemiddeld salarisx f 1,–71 75176 3144 563
– totaal uitgavenx f 1000,–29 70528 694– 1 011
– niet-actief burgerpersoneelaantal vte'n01010
– gemiddeld salarisx f 1,–064 30064 300
– totaal uitgavenx f 1000,–0643643
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–29 70529 337– 368

Doelmatigheidskengetallen

MRC

omschrijvingaantal begroot 1999aantal gerealiseerd 1999prijs/ehd 1999 (x f 1,–)totaal begroot 1999 (x f 1000,–)totaal gerealiseerd 1999 (x f 1000,–)
revalidatie behandeluren43 00043 3642008 6008 673
verpleegdagen24 00025 3971804 3204 571
1e consulten7501 00013098130
andere verrichtingen   405
orthop. Instrument makerij3 7003 7464461 6501 671

CMH

omschrijvingaantal begroot 1999aantal gerealiseerd 1999prijs/ehd 1999 (x f 1,–)totaal begroot 1999 (x f 1000,–)totaal gerealiseerd 1999 (x f 1000,–)
1e consulten polikliniek20 17016 622751 5131 247
opnamen1 7041 426498470
verpleegdagen10 2909 9547507 7187 466
dagopnamen7301 212375274456
verrichtingen polikliniek17 00016 6491452 4652 414
verrichtingen OK3 1003 2301 1583 5903 740
verrichtingen fysiotherapie11 80011 60332378371
consulten diëtiek2 9202 08655161115
functie onderzoeken16 20016 0832554 1314 101

09.02.18 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen en het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van de MGFB verantwoord.

Het hogere gemiddelde salaris voor militairen is het gevolg van de algemene salarisherziening. Daarnaast geldt voor militairen beroeps bepaalde tijd dat er een aantal artsen is aangenomen om tijdelijk tekorten bij het beroepspersoneel weg te werken. Hierdoor is het gemiddeld salaris aanzienlijk toegenomen.

Militair personeelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal waarvan:aantal vte'n405369– 36
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n360318– 42
– gemiddeld salarisx f 1,–103 064105 6292 565
– totale uitgavenx f 1000,–37 10333 590– 3 513
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n45516
– gemiddeld salarisx f 1,–53 35683 72530 370
– totale uitgavenx f 1000,–2 4014 2701 869
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–39 50437 860– 1 644

09.02.19 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de personele uitgaven anders dan salarissen verantwoord. Deze hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van zowel de personeelssterkte als de activiteitenplanning. De uitgaven hebben betrekking op voeding, reizen, onderwijs en opleidingen, inhuur tijdelijk personeel en overige personele uitgaven.

Als gevolg van veel vacatures heeft er veel inhuur plaatsgevonden. Met name het Militair Geneeskundig Logistiek Centrum dat is belast met de uitvoering van het Horizontaal Plan van de Koninklijke landmacht heeft hiertoe veel externen moeten inhuren. Daarnaast is de geplande inhuur van medisch specialisten gerealiseerd.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– aantal uitzendkrachtenaantal vte'n183921
– gemiddeld salarisx f 1,–200 000140 385– 59 615
– totale uitgavenx f 1000,–3 6005 4751 875
– overige personele uitgavenx f 1000,–6 8067 532726
– totaal toegelicht bedragx f 1000,–10 40613 0072 601

09.02.20 Materiële uitgaven

Onder dit artikelonderdeel zijn de materiële uitgaven verantwoord anders dan personele uitgaven. Het betreft uitgaven voor huisvesting, bureauzaken, automatisering, huur, zaken van operationele aard en onderhoud en herstel.

Eind 1999 zijn twee contracten met relatieziekenhuizen afgesloten terwijl meerdere contracten gepland waren. De onderschrijding is aangewend voor uitgaven onderhoud infrastructuur en aanschaffingen van inventarisgoederen en klein materieel (zogenaamde groene goederen) via de Koninklijke landmacht.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Uitgaven geneeskundige zorgx f 1000,–19 21518 124– 1 091
Overige uitgavenx f 1000,–24 07726 0621 985
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–43 29244 186894

De Overige Interservice Diensten

De verplichtingen en uitgaven van de organisatie-eenheden Dienst Militaire Pensioenen (DMP), Defensie Archieven, Registratie- en Informatiecentrum (DARIC), Bureau Internationale Militaire Sport (BIMS), Dienst Personeel en Salarisadministratie (PSA), Dienst Materieel Codificatiecentrum (DMC), Diensten Geestelijke Verzorging (DGV) en Maatschappelijke Dienst Defensie (MDD) zijn in de hierna volgende toelichting op de cluster «Overige Interservice Diensten (OID)» betrokken.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)   Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
09.02.21 Ambtelijk burgerpersoneel29 62431 5231 8996%
09.02.22 Militair personeel24 96624 076– 890– 4%
09.02.23 Overige personele uitgaven3 9095 3041 39536%
09.02.24 Materiële uitgaven26 22317 812– 8 411– 32%
Totaal84 72278 715– 6 007– 7%

09.02.21 Ambtelijk burgerpersoneel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het burgerpersoneel van de OID verantwoord.

Ambtelijk burgerpersoneelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal waarvan:aantal vte'n413411– 2
– actief burgerpersoneelaantal vte'n411409– 2
– gemiddeld salarisx f 1,–71 80076 7734 972
– totale uitgavenx f 1000,–29 51031 4001 890
– niet-actief burgerpersoneelaantal vte'n220
– gemiddeld salarisx f 1,–57 00061 5004 500
– totale uitgavenx f 1000,–1141239
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–29 62431 5231 899

09.02.22 Militair personeel

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de uitgaven voor salarissen, overwerk, toelagen, alsmede het aandeel in de sociale lasten betrekking hebbende op het militair personeel van de OID verantwoord.

De stijging van het gemiddelde salaris is veroorzaakt door wijzigingen in het personeelsbestand (door in- en uitstroom). Daarnaast hebben algemene salarismaatregelen verhogend gewerkt.

Militair personeelEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Totaal personeelsaantal waarvan:aantal vte'n217195– 22
– beroeps onbepaalde tijdaantal vte'n217189– 28
– gemiddeld salarisx f 1,–115 051124 7309 679
– totale uitgavenx f 1000,–24 96623 574– 1 392
– beroeps bepaalde tijdaantal vte'n066
– gemiddeld salarisx f 1,–83 66783 667
– totale uitgavenx f 1000,–0502502
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–24 96624 076– 890

09.02.23 Overige personele uitgaven

Ten laste van dit artikelonderdeel zijn de personele uitgaven anders dan salarissen en salarisgebonden uitgaven verantwoord en hebben betrekking op burger- en militair personeel en zijn in sterke mate afhankelijk van zowel de personeelssterkte als de activiteitenplanning. De uitgaven hebben betrekking op voeding, reizen, onderwijs en opleiding.

De verwerking van reisdeclaraties en de implementatie van nieuwe systemen bij PSA heeft geleid tot een hogere inhuur van tijdelijk personeel. Bij de Diensten Geestelijke Verzorging betrof de inhuur een tijdelijke invulling in afwachting van een reorganisatie.

Overige personele uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– inhuur tijdelijk personeelaantal mensjaren3129
– gemiddeld salarisx f 1,–60 00074 58314 583
– totale uitgavenx f 1000,–180895715
– persoonsgebonden personele uitgavenaantal vte'n628608– 20
– gemiddeld per vtex f 1,–5 9387 2521 314
– totale uitgavenx f 1000,–3 7294 409680
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–3 9095 3041 395

09.02.24 Materiële uitgaven

Onder dit artikelonderdeel zijn de materiële uitgaven verantwoord. Het betreft hier uitgaven voor huisvesting, bureauzaken, automatisering, zaken van operationele aard en onderhoud en herstel.

De minder uitgaven materieel zijn het gevolg van het verantwoorden van millenniumuitgaven bij de Staf Dico.

Materiële uitgavenEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
– persoonsgebonden materiële uitgavenaantal vte'n628608– 20
– gemiddeld per vtex f 1,–8 40111 4263 025
– totale uitgavenx f 1000,–5 2766 9471 671
Andere volumegegevens:    
– Uitgaven expl. automatiseringx f 1000,–20 94710 865– 10 082
Totaal toegelicht bedragx f 1000,–26 22317 812– 8 411

Artikelonderdeel 09.02.25 Wachtgelden en inactiviteitswedden

De uitgaven op dit artikelonderdeel hebben betrekking op de diverse wachtgeldregelingen voor het burgerpersoneel van het Dico. Naast het reguliere wachtgeld wordt in dit artikelonderdeel ook ingegaan op de uitgaven voor wachtgelden en uitstroombevorderende maatregelen die voor het Dico uit het Sociaal Beleidskader voortvloeien.

OmschrijvingEenheidBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Wachtgelden SBK/UBMO burgerpersoneel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal vte'n11815234
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–37 43242 0534 621
– totale uitgavenx f 1000,–4 4176 3921 975
Overige wachtgelden burgerpersoneel     
– aantallen in uitkeringsjarenaantal vte'n256035
– bedrag per uitkeringsjaarx f 1,–40 72041 417697
– totale uitgavenx f 1000,–1 0182 4851 467
Totaal toegelichtx f 1000,–5 4358 8773 442
Bij: uitvoeringskostenx f 1000,–1 8041 736– 68
Totale uitgavenx f 1000,–7 23910 6133 374

Toelichting op de verschillen

Het Dico is samengesteld uit een aantal sterk gespecialiseerde ondersteunende diensten en bedrijven. Aan veel van deze bedrijven liggen doelmatigheidstaken ten grondslag. Door de samenstelling van de organisatie en de doelmatigheidstaakstellingen is gebleken dat het opnamevermogen van herplaatsers binnen Dico relatief gering is. Dit geldt ook voor herplaatsing bij de krijgsmachtsdelen. Als gevolg hiervan is het aantal personen dat gebruik maakt van de wachtgeldregeling hoger uitgevallen dan waarmee oorspronkelijk rekening was gehouden.

Uitgaven Sociaal Beleidskader

Sociaal Beleidskader (bedragen x f 1000,–)Begroting 1999Realisatie 1999Verschil
Om-, her- en bijscholing en outplacement340187– 153
Verplaatsingskosten240145– 95
Wachtgelden SBK/UBMO burgerpersoneel4 4176 3061 889
BDOS plaatsingen burgerpersoneel2 343760– 1 583
BDOS plaatsingen militair personeel1 4681 604136
totaal8 8089 002194

Toelichting op de verschillen

Via om- her- en bijscholing en externe bemiddeling is het aantal herplaatsingskandidaten fors afgenomen.

09.03 Investeringen groot materieel en infrastructuur

Ten laste van dit artikel worden de verplichtingen en uitgaven verantwoord geraamd voor investeringen in groot materieel en infrastructuur die niet onder het begrotingsartikel 09.02 Personeel en materieel worden geraamd en verantwoord. Het beleid is gericht op het vervangen van verouderd materieel door modern, voor de bedrijfsvoering geschikt materieel.

Artikelonderdeel (bedragen x f 1 000,–)Verplichtingen  Uitgaven
 Begroting 1999Realisatie 1999VerschilBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
Groot materieel7 3418 28694513%7 2959 4132 11829%
Infrastructuur6 23110 4864 25568%6 5797 9541 37521%
Totaal13 57218 7725 20038%13 87417 3673 49325%

Groot materieel

Er zijn meer voertuigen vervangen bij met name Defensie Verkeer- en Vervoersorganisatie (DVVO) dan gepland. Dit was noodzakelijk omdat de technische levensduur van aantal voertuigen was verstreken.

Infrastructuur

De meeruitgaven en -verplichtingen worden grotendeels veroorzaakt door de colocatie van de Diensten Geestelijke Verzorging. Deze colocatie was begroot onder materiële uitgaven.

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING ONTVANGSTEN

01. Beleidsterrein Algemeen

01.20 Verrekenbare ontvangsten

De op dit artikel verantwoorde bedragen hebben betrekking op ontvangsten die gerelateerd zijn aan de personele en materiële uitgaven op artikel 01.20, de overige departementale uitgaven op artikel 01.29 en de ontvangsten die voortvloeien uit internationale verplichtingen in verband met Navo-infrastructuur op artikel 01.23 van de uitgavenbegroting.

Ontvangsten (x f 1000,–)

OmschrijvingBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
01.20 Verrekenbare ontvangsten:     
01.20.01 Personele ontvangsten1 0367 2406 204599%
01.20.02 Materiële en specifieke ontvangsten5 8541 946– 3 908– 67%
01.20.03 Ontvangsten uit internationale verplichtingen i.v.m. Navo-infrastructuur31 8008 409– 23 391– 74%
Totaal artikel Verrekenbare ontvangsten38 69017 595– 21 095– 55%

Toelichting op de verschillen

De minderontvangsten van f 21,095 miljoen betreft het saldo van een aantal mutaties.

Bij de personele ontvangsten is sprake van een ontvangst van f 6,1 miljoen wegens een afrekening door de Stichting Ziektekostenverzekering Militairen (SZVK).

De reden van de achterblijvende materiële en specifieke ontvangsten is voor een deel te verklaren door beperking van een samenwerkingsproject met het ministerie van Justitie. Op grond van nader gemaakte afspraken komt Defensie in aanmerking voor een geringere vergoeding.

De ontvangsten uit hoofde van de met de Navo verrekenbare uitgaven vallen f 23,4 miljoen lager uit dan geraamd. Oorzaak is een te optimistische raming in combinatie met het feit dat Navo autorisatie voor een aantal verrekenbare werken heeft uitgesteld c.q. verschoven naar volgende jaren.

01.21 Niet-verrekenbare ontvangsten

Ten gunste van dit artikel zijn de ontvangsten verantwoord die niet verrekenbaar zijn met het uitgavenniveau.

Ontvangsten (x f 1000,–)

OmschrijvingBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
01.21 Niet verrekenbare ontvangsten:     
01.21.01 Milieuheffing000
01.21.02 Overige ontvangsten70011 92511 2251 604%
Totaal Niet-verrekenbare ontvangsten70011 92511 2251 604%

Toelichting op de verschillen

De hogere niet-verrekenbare ontvangsten, die overigens ten gunste komen van de algemene middelen van het ministerie van Financiën, houden voornamelijk verband met ontvangen royalties (+ f 4,3 miljoen), meer verrekende huisvestingkosten DTO/DGW&T (+ f 2,1 miljoen), te veel betaalde voorschotten in voorgaande jaren aan de Stichting bijzondere scholen voor onderwijs op algemene grondslag (+ f 1,7 miljoen), te veel betaalde A&O-gelden in voorgaande jaren (+ f 0,7 miljoen), rente-inkomsten AWACS (+ f 0,4 miljoen) en diverse kleinere posten.

02. Beleidsterrein Pensioenen en uitkeringen

02.01 Verrekenbare ontvangsten

De op dit artikel verantwoorde bedragen hebben betrekking op ontvangsten die gerelateerd zijn aan de uitgavenbegroting van pensioenen en uitkeringen.

Ontvangsten (x f 1000,–)

OmschrijvingBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
02.01 Verrekenbare ontvangsten1 5002 8611 36191%

Toelichting op de verschillen

De hogere realisatie van de ontvangsten op dit artikel ten opzichte van de ontwerpbegroting is voornamelijk het gevolg van intensivering van het debiteurenbeheer. Op grond van de Comptabiliteitswet, leidt dit tot verrekening in het lopende boekjaar waardoor een verschuiving optreedt in de verantwoording. Dit heeft tot gevolg dat de ten gunste van artikel 02.02 verantwoorde ontvangsten afnemen en het niveau van de verrekenbare ontvangsten onder artikel 02.01 stijgt.

02.02 Niet-verrekenbare ontvangsten

Ten gunste van dit artikel zijn de ontvangsten verantwoord die niet verrekenbaar zijn met het uitgavenniveau.

Ontvangsten (x f 1000,–)

OmschrijvingBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
02.02 Niet-verrekenbare ontvangsten:     
02.02.01 Ontvangsten AAW-fonds, inzake uitgaven gedaan in vroegere dienstjaren000
02.02.02 Restitutie teveel genoten uitkeringen2 600470– 2 130– 82%
Totaal artikel Niet-verrekenbare ontvangsten2 600470– 2 130– 82%

Toelichting op de verschillen

De lagere realisatie van de ontvangsten op dit artikel ten opzichte van de ontwerpbegroting met f 2,130 miljoen is voornamelijk het gevolg van intensivering van het debiteurenbeheer. Dit leidt tot verrekening in het lopende boekjaar waardoor, op grond van de Comptabiliteitswet, de niet met het uitgavenniveau verrekenbare ontvangsten afnemen en de verrekenbare ontvangsten toenemen.

03. Beleidsterrein Koninklijke marine

03.20 Verrekenbare ontvangsten

Ten gunste van dit artikel zijn de ontvangsten geraamd en verantwoord die in het bijzonder betrekking hebben op verhaalde salaris- en ziektekosten bij ongevallen en het uitlenen van personeel, inhoudingen wegens het verstrekken van kleding, voeding, huisvesting en dergelijke. Daarnaast betreft het artikel de ontvangsten van B.T.W. en accijnzen, de verkoop van zeekaarten, berichten aan zeevarenden, zeemansgidsen en dergelijke, de ontvangsten uit dienstverlening en ontvangsten betreffende verrekeningen met Navo-partners voor gezamenlijke projecten. Op dit artikel worden de ontvangsten gesplitst in enerzijds personele ontvangsten (03.20.01) en anderzijds in materiële en specifieke ontvangsten (03.20.02).

Deze ontvangsten zijn in het bijzonder te relateren aan de geraamde personele en materiële uitgaven van het artikel 03.20 Personeel en materieel.

Ontvangsten (x f 1000,–)

OmschrijvingBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
03.20 Verrekenbare ontvangsten:     
03.20.01 Personele ontvangsten26 21024 373– 1 837– 7%
03.20.02 Materiële en specifieke ontvangsten87 850105 64717 79720%
Totaal artikel Verrekenbare ontvangsten114 060130 02015 96014%

Toelichting op de verschillen

Personele ontvangsten

De per saldo lagere realisatie wordt met name veroorzaakt door een aantal nog niet door Univé voldane declaraties voor geneeskundige verzorging.

Materiële en specifieke ontvangsten

De per saldo hogere ontvangsten worden merendeels verklaard door de hogere opbrengsten van diensten verricht ten behoeve van derden door het Marinebedrijf.

Eind 1999 is door de Koninklijke marine geconstateerd dat over de jaren 1995 tot en met 1999 teveel B.T.W. van de fiscus is teruggevorderd, met name als gevolg van wijzigingen in het Voorraad Administratie Systeem (VAS), die het B.T.W.-programma hebben beïnvloed. Daarnaast is vastgesteld dat over de jaren 1992 tot en met 1999 te weinig (met name afstotingen aan de Domeinen) B.T.W. van de fiscus is teruggeclaimd. Begin januari 2000 is deze problematiek bezien door een samenwerkingsverband tussen de Koninklijke marine, de fiscus en de Defensie Accountantsdienst; hier is bepaald dat per saldo een bedrag van f 68,6 miljoen is teruggeclaimd. Thans wordt door de Koninklijke marine nog overleg gevoerd met de fiscus over het daadwerkelijk terug te betalen bedrag.

03.21 Niet-verrekenbare ontvangsten

Ten gunste van dit artikel zijn de ontvangsten verantwoord die niet verrekenbaar zijn met het uitgavenniveau. Dergelijke ontvangsten hebben in het bijzonder betrekking op:

– krijgstuchtelijke boetes;

– boetes wegens te late levering en nalatigheid;

– ontvangen royalties;

– rente-ontvangsten;

– overige ontvangsten.

Ontvangsten (x f 1000,–)

OmschrijvingBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
03.21 Niet-verrekenbare ontvangsten2 1005 2483 148150%

Toelichting op de verschillen

De hogere realisatie van dit artikel wordt voornamelijk veroorzaakt door een hogere renteboeking op de in de Verenigde Staten aan te houden trustaccount voor het NATO Seasparrow project dan was voorzien.

04. Beleidsterrein Koninklijke landmacht

04.20 Verrekenbare ontvangsten

Ten gunste van dit artikel zijn de ontvangsten verantwoord die in het bijzonder betrekking hebben op verhaalde salaris- en ziektekosten bij ongevallen, inhoudingen wegens het verstrekken van kleding, voeding, huisvesting en dergelijke en verhuur van woningen. Daarnaast betreft het artikel de ontvangsten van terugvordering van B.T.W., de verkoop van topografische kaarten en drukwerk en de ontvangsten uit dienstverlening.

Deze ontvangsten zijn te relateren aan de geraamde personele en materiële uitgaven van het artikel 04.20 Personeel en materieel.

Ontvangsten (x f 1000,–)

OmschrijvingBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
04.20 Verrekenbare ontvangsten:     
04.20.01 Personele ontvangsten79 72596 19416 46921%
04.20.02 Materiële en specifieke ontvangsten32 19450 54218 34857%
Totaal artikel Verrekenbare ontvangsten111 919146 73634 81731%

Toelichting op de verschillen

Personele ontvangsten

De ontvangsten op dit artikel onderdeel zijn in belangrijke mate afhankelijk van de personeelssterkte en activiteiten. Het betreft onder meer ontvangsten voor het verstrekken van kleding en voeding, huren, en geneeskundige verzorging.

De bijstelling van de ontvangsten is met name het gevolg van de afrekening inzake de verkoop van het Militair Hospitaal A. Matthijsen welke in 1998 was vertraagd en nu dit jaar is ontvangen. De verbeterde Kantinefaciliteiten door de invoering van de Materieel Personeels Verzorgings Pelotons heeft een stijging van de ontvangsten tot gevolg gehad.

Materiële en specifieke ontvangsten

De ontvangsten op dit artikelonderdeel zijn gebaseerd op de terugvordering van B.T.W. bij munitieverbruik in het buitenland, afrekening inzake leveringen Foreign Militairy Sales (FMS) en opbrengsten verkopen topografiche kaarten en diensten.

Met betrekking tot de terugvordering van de B.T.W. is in de afgelopen jaren een achterstand ontstaan. Deze achterstand is dit jaar gedeeltelijk ingelopen hetgeen een stijging van materiële ontvangsten heeft veroorzaakt. Ook de opbrengsten van de verkoop van topografische kaarten en verrekening van diensten is hoger geweest dan geraamd.

04.21 Niet-verrekenbare ontvangsten

Ten gunste van dit artikel zijn de ontvangsten verantwoord die niet verrekenbaar zijn met het uitgavenniveau. Het betreft bijvoorbeeld krijgstuchtelijke geldboetes, royalties, boetes en rente van voorschotten.

Ontvangsten (x f 1000,–)

OmschrijvingBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
04.21 Niet-verrekenbare ontvangsten7 39012 2784 88866%

Dit jaar zijn de ontvangsten hoger uitgekomen, doordat de meer opgelegde boetes inzake te late levering en in rekening gebrachte intrest op voorschotten zijn ontvangen.

05. Beleidsterrein Koninklijke luchtmacht

05.20 Verrekenbare ontvangsten

Ten gunste van dit artikel zijn de ontvangsten verantwoord die in het bijzonder betrekking hebben op personele, de materiële en specifieke ontvangsten. De geraamde ontvangsten zijn te relateren aan de geraamde personele en materiële uitgaven van het uitgavenartikel 05.20 Personeel en materieel.

Deze ontvangsten zijn in het bijzonder te relateren aan de geraamde personele en materiële uitgaven van het uitgavenartikel 05.20 Personeel en materieel.

Ontvangsten (x f 1000,–)

OmschrijvingBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
05.20 Verrekenbare ontvangsten:     
05.20.01 Personele ontvangsten25 30024 749– 551– 2%
05.20.02 Materiële en specifieke ontvangsten65 20066 1419411%
Totaal artikel Verrekenbare ontvangsten90 50090 8903900%

05.21 Niet-verrekenbare ontvangsten

Ten gunste van dit artikel zijn de ontvangsten verantwoord die niet verrekenbaar zijn met het uitgavenniveau. Het betreffen krijgstuchtelijke geldboetes, boetes voor te late levering en nalatigheid en rente van voorschotten. Rente-ontvangsten ontstaan door rente op het account bij de Colorado National bank te Denver, USA, waarop de betalingen met betrekking tot het F-16 project worden gestort en door rente-ontvangsten vanuit het «NATO Maintenance and Supply Agency» (NAMSA), voortkomende uit voorschotbetalingen die op rentedragende rekeningen uitstaan.

Ontvangsten (x f 1000,–)

OmschrijvingBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
05.21 Niet-verrekenbare ontvangsten7 70016 6418 941116%

Het verschil tussen de begrote en gerealiseerde niet-verrekenbare ontvangsten vindt een oorzaak in de toename van het aantal deelnemende landen binnen het MLU F-16 programma, waardoor de te verdelen ontwikkelingskosten per deelnemend land per saldo lager worden.

06. Beleidsterrein Koninklijke marechaussee

06.20 Verrekenbare ontvangsten

Ten gunste van dit artikel zijn de ontvangsten verantwoord die verrekenbaar zijn met het uitgavenniveau en hebben in het bijzonder betrekking op verhaalde salaris- en ziektekosten bij ongevallen, inhoudingen wegens het verstrekken van kleding, voeding en huisvesting en dergelijke, verrekeningen met derden in verband met dienstverlening.

Deze ontvangsten zijn in het bijzonder te relateren aan de geraamde personele en materiële uitgaven van het uitgavenartikel 06.20 Personeel en materieel.

Ontvangsten (x f 1000,–)

OmschrijvingBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
06.20 Verrekenbare ontvangsten:     
06.20.01 Personele ontvangsten3 7623 614– 148– 4%
06.20.02 Materiële en specifieke ontvangsten4 7675 1423758%
Totaal artikel Verrekenbare ontvangsten8 5298 7562273%

06.21 Niet-verrekenbare ontvangsten

Ten gunste van dit artikel worden de ontvangsten geraamd en verantwoord die niet verrekenbaar zijn met het uitgavenniveau. Het betreft onder andere ontvangsten in het kader van verstrekte reisdocumenten.

Ontvangsten (x f 1000,–)

OmschrijvingBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
06.21 Niet-verrekenbare ontvangsten6001 19659699%

Toelichting op de verschillen

De hogere ontvangsten op dit artikel van f 0,596 miljoen ten opzichte van de begroting 1999 zijn voornamelijk het gevolg van de verstrekking van grote hoeveelheden reisdocumenten op de luchthaven Schiphol.

08. Beleidsterrein Multi-service projecten en activiteiten

08.01 Ontvangsten luchtmobiele brigade

OmschrijvingBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
08.01.01 Ontvangsten Luchtmobiele brigade01 9611 961

Toelichting op de verschillen

Zoals reeds bij de tweede suppletore wet gemeld zijn de ontvangsten het gevolg van opgelegde boetes in verband met te late leveringen op Chinook- en Cougarhoofdcontracten.

08.02 Ontvangsten naar aanleiding van vredesoperaties

Op dit artikel worden met name de vergoedingen van de Verenigde Naties (VN) voor de Nederlandse deelname aan VN-vredesoperaties verantwoord. De hoogte van de vergoedingen is afhankelijk van de mate waarin Nederland aan deze VN-operaties deelneemt. Een verschuiving van Nederlandse inzet in vredesoperaties van VN-operaties naar door Navo geleide operaties valt te constateren. Voor deelname aan niet-VN-operaties worden geen vergoedingen voor inzet van defensiemiddelen ontvangen. Daarnaast speelt de financiële positie van de Verenigde Naties een belangrijke rol in het tijdstip van uit te keren bedragen.

Naast de VN-vergoedingen worden de kosten van door Defensie uitgevoerde humanitaire vluchten ten behoeve van Ontwikkelingssamenwerking via dit artikel verrekend.

Ontvangsten (x f 1000,–)

OmschrijvingBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
08.02 Ontvangsten naar aanleiding van vredesoperaties23 70010 511– 13 189– 56%

Toelichting op de verschillen

De afwijkingen ten opzichte van de ontwerpbegroting zijn ontstaan doordat de van de VN ontvangen vergoedingen voor de Nederlandse deelname aan vredesoperaties als gevolg van de financiële situatie van de VN zijn achtergebleven. In de ontvangsten voor humanitaire vluchten en wederopbouwprojecten zijn tevens opgenomen de verrekening van de humanitaire vluchten uitgevoerd in 1998.

08.03 Overige ontvangsten Internationale Samenwerking

Op dit artikel worden de ontvangsten verantwoord die samenhangen met de Homogene Groep Internationale Samenwerking, anders dan uit hoofde van deelname aan vredesoperaties en humanitaire vluchten ten behoeve van Ontwikkelingssamenwerking.

Ontvangsten (x f 1000,–)

OmschrijvingBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
08.03 Overige ontvangst Internationale Samenwerking19 3008 202– 11 098– 58%

Toelichting op de verschillen

De geraamde ontvangst van f 19,3 miljoen betreft de bijdrage van de Nederlandse Antillen en Aruba in de uitgaven voor de kustwacht Nederlandse Antillen en Aruba. De werkelijke ontvangst betreft een bijdrage van Aruba van f 7,9 miljoen. De afwikkeling van de vordering op de Nederlandse Antillen ondervindt vertraging.

Daarnaast is door inhouding c.q. verrekening van personele vergoedingen attachés f 0,3 miljoen als ontvangst op dit artikel verantwoord.

09. Beleidsterrein Defensie Interservice Commando (Dico)

09.02 Verrekenbare ontvangsten

Ten gunste van dit artikel zijn de ontvangsten verantwoord die in het bijzonder betrekking hebben op:

– geneeskundige verzorging;

– verhuur van wagons aan de Nederlandse Spoorwegen;

– verhuur van faciliteiten door het Instituut Defensie Leergangen.

Ontvangsten (x f 1000,–)

OmschrijvingBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
09.02 Verrekenbare ontvangsten:     
09.02.01 Personele ontvangsten53 53041 068– 12 462– 23%
09.02.02 Materiële en specifieke ontvangsten2 2502 54829813%
Totaal artikel Verrekenbare ontvangsten55 78043 616– 12 164– 22%

Toelichting op de verschillen

De lagere personele ontvangsten worden verklaard door het feit dat de fakturen op uitdrukkelijk verzoek van de zorgverzekeraar niet langer traditioneel maar elektronisch dienen te worden aangeleverd. Het instellen van vorderingen heeft hierdoor vertraging opgelopen.

09.03 Niet-verrekenbare ontvangsten

Ten gunste van dit artikel zijn de ontvangsten verantwoord die niet verrekenbaar zijn met het uitgavenniveau.

Ontvangsten (x f 1000,–)

OmschrijvingBegroting 1999Realisatie 1999Verschil
09.03 Niet-verrekenbare ontvangsten0890890

Toelichting op de verschillen

Deze ontvangsten hebben betrekking op uitgaven die in voorgaande jaren zijn gedaan.

AGENTSCHAPPEN

I. Defensie Telematica Organistie

De Defensie Telematica Organisatie (DTO) is het facilitaire informatie- en communicatietechnologie (ICT)-bedrijf van het ministerie van Defensie. De DTO is per 1 september 1997 opgericht en heeft per 1 januari 1998 de status van agentschap.

De producten en diensten die DTO aanbiedt zijn in een vijftal productgroepen ondergebracht. Het betreft:

Advies/Ontwikkeling

De productgroep advies /ontwikkeling betreft enerzijds de levering van advies met betrekking tot specificatie, ontwikkeling, verwerving, invoering, beheer, exploitatie, mogelijkheden en toepassing van ICT-middelen, -systemen en -infrastructuren. Anderzijds bevat deze productgroep de feitelijke ontwikkeling, integratie en modificatie van ICT-infrastructuren, -systemen, -applicaties en gegevensbanken op nagenoeg alle soorten platforms.

Beheer/exploitatie

De productgroep beheer/exploitatie bevat het uitvoeren van het technisch, functioneel en applicatiebeheer van de eigen ICT-infrastructuur en systemen. Tevens wordt, op basis van te maken afspraken, het technisch beheer en exploitatie van ICT-infrastructuren en -systemen van afnemers uitgevoerd.

Elektronisch transportnetwerk

De productgroep elektronisch transportnetwerk bevat de communicatiefaciliteiten voor spraak, data en video, evenals de toegang tot externe netwerken.

Generieke diensten

De productgroep generieke diensten bevat de diensten en applicaties voor algemeen gebruik die op of via de telematica-infrastructuur geleverd kunnen worden, zoals kantoorautomatisering, «electronic mail» en informatiegidsen.

Overige producten en diensten

Naast voornoemde producten en diensten levert DTO producten en diensten in de sfeer van opleiding, installatie en verhuur/verkoop van telematicamiddelen. Deze producten en diensten worden niet zelfstandig doch uitsluitend in relatie met de in de overige productgroepen opgenomen producten en diensten geleverd.

De hoofdvestiging van DTO bevindt zich in Den Haag. Daarnaast zijn er DTO-vestigingen in Soesterberg, Den Helder en Maasland. Verder bevindt zich in Woensdrecht een uitwijkcentrum.

Het Ministerie van Defensie is de markt van DTO. Binnen grenzen vast te stellen door de voorzitter van de Bestuursraad DTO kan DTO, onder bepaalde voorwaarden, ook producten en diensten leveren aan afnemers binnen de Rijksoverheid («tweeden») en de Navo.

De missie van DTO luidt:

«De Defensie Telematica Organisatie draagt als agentschap van Defensie zorg voor een doeltreffende en doelmatige dienstverlening op het gebied van Informatie en Communicatie Technologie aan de krijgsmacht, zowel in vredestijd, crisis- en oorlogsomstandigheden, als tijdens crisisbeheersingsoperaties».

I. GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAATBEPALING

Grondslagen voor de waardering

Algemeen

De activa en passiva zijn, voorzover niet anders vermeld, gewaardeerd tegen nominale waarde inclusief B.T.W.. Een nadere toelichting op de algemene waarderingsgrondslagen wordt hieronder gegeven.

Immateriële vaste activa

Immateriële vaste activa bestaan uit gekochte software en licenties voor het gebruik van software. Deze activa worden geactiveerd voor zover de aanschafwaarde groter is dan f 25 000,– inclusief BTW.

Materiële vaste activa

Deze activa zijn gewaardeerd tegen de aanschafwaarde, verminderd met de lineaire afschrijvingen. Er geldt een activeringsgrens voor vaste activa van f 10 000,– inclusief B.T.W.

Voorraden

De voorraden zijn gewaardeerd tegen de kostprijs of de eventueel lagere verwachte netto opbrengstwaarde.

Vorderingen

De vorderingen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. De voorziening voor het risico van oninbaarheid is gesaldeerd.

Overige activa en passiva

De overige activa en passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

Voorzieningen

De voorzieningen zijn gevormd voor specifieke verplichtingen en risico's die uitgaan boven het algemene risico dat aan het ondernemen als agentschap verbonden is.

Grondslagen voor de bepaling van het resultaat

Algemeen

De resultaten zijn berekend op basis van historische kostprijzen, waarbij de baten en lasten zijn toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben (matching-principle). Transacties in vreemde valuta zijn omgerekend in nederlandse guldens op basis van administratiekoersen. Deze koersen worden gehanteerd bij betalingen via het ministerie van Financiën en worden periodiek door dit ministerie vastgesteld.

Buitengewone baten en lasten

De buitengewone baten en lasten zijn baten en lasten die niet voortvloeien uit de normale bedrijfsuitoefening.

Afschrijvingsmethode en -termijnen

Alle afschrijvingen vinden lineair plaats en worden berekend op basis van de aanschafwaarde.

De afschrijvingstermijnen zijn:

immateriële vaste activa– software/licenties5 jaar
materiële vaste activa– terreinen10 jaar
 – gebouwen en glasvezel30 jaar
 – machines en installaties8 jaar
 – kantoorinventaris5 jaar
 – transportmiddelen4 jaar
 – PC's en printers3 jaar
 – overige computerapparatuur3–10 jaar

Onder de categorie terreinen vallen naast grond ook werken. Op grond wordt niet afgeschreven terwijl op werken wel wordt afgeschreven. Om deze reden is bij terreinen – in tegenstelling tot wat daarover is vastgelegd in de handleiding agentschappen – een afschrijvingstermijn vermeld.

De specificatie van de rekening van baten en lasten van het agentschap Defensie Telematica Organisatie (DTO) (bedragen x f 1000,–)

 (1)(2)(3) = (2) – (1)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begroting 1999Realisatie 1999Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
BATEN   
opbrengst moederdepartement395 600518 500122 900
opbrengst overige departementen5 3008 8003 500
opbrengst derden000
rentebaten100300200
buitengewone baten05 4005 400
exploitatiebijdrage000
Totale baten401 000533 000132 000
    
LASTEN   
apparaatskosten    
– personele kosten168 100233 70065 600
– materiële kosten183 200248 90065 700
rentelasten0100100
afschrijvingskosten   
– materieel46 60027 900– 18 700
– immaterieel3 8003 700– 100
dotaties voorzieningen1 2002 2001 000
buitengewone lasten015 90015 900
Totale lasten402 900532 400129 500
    
Saldo van baten en lasten– 1 9006002 500

II. TOELICHTING OP DE REKENING VAN BATEN EN LASTEN

ALGEMEEN

Ten opzichte van de ontwerpbegroting is er in deze financiële verantwoording sprake van een substantiële toename van zowel baten als lasten. Deze toename is voornamelijk te verklaren uit ten tijde van opstelling van de ontwerpbegroting nog niet bekende inzichten betreffende de vraag naar millenniumdiensten, waartoe ook de LAN-2000 dienstverlening wordt gerekend.

KENGETALLEN

In de begroting DTO 1999 zijn, aanvullend op de begroting van baten en lasten, onderstaand enkele kengetallen opgenomen.

Kengetallen Agentschap DTO

 Ontwerpbegroting 1999Realisatie 1999
Rentabiliteit agentschapsvermogen– 0,6%4,5%
   
Produktiviteit per werknemer (x f 1 000,-)290339
   
Resultaatmarge– 0,5%2,1%
• Omzet per klantgroep:   
• KM24,4%15,8%
• KL34,3%45,8%
• Klu20,3%16,4%
• KMar2,3%5,4%
• CO15,3%10,3%
• DICO2,1%5,6%
• Overig1,3%0,7%

Rentabiliteit agentschapsvermogen: De rentabiliteit van het agentschapsvermogen is het saldo van baten en lasten, exclusief buitengewone baten en lasten en rentebaten en -lasten, ten opzichte van het agentschapsvermogen aan het begin van het verslagjaar. Als gevolg van een belangrijk hogere dan geplande omzet en bedrijfsresultaat is dit kengetal hoger uitgekomen.

Productiviteit per werknemer: Onder productiviteit per werknemer wordt verstaan de gefactureerde omzet per medewerker (inclusief ingehuurd personeel). De stijging ten opzichte van het kengetal in de ontwerpbegroting 1999 wordt veroorzaakt doordat de omzet relatief meer toeneemt dan het aantal medewerkers. Dit komt onder andere doordat een belangrijk deel van de additionele millenniumomzet, handelsomzet (inclusief uitbesteding) betreft. Verder is het aandeel inhuur dat tegen kostendekkende marktprijzen wordt doorgefactureerd aan de klant toegenomen.

Resultaatmarge: De resultaatmarge is het saldo van baten en lasten, exclusief buitengewone baten en lasten en rentebaten en -lasten, ten opzichte van de omzet. Aangezien bij opstelling van de ontwerpbegroting nog werd uitgegaan van een enigszins negatief resultaat en er uiteindelijk een positief bedrijfsresultaat behaald is, is het kengetal overeenkomstig verbeterd. De toename van zowel omzet, kosten als resultaat wordt in de volgende paragrafen nader toegelicht, en is hoofdzakelijk het gevolg van de incidentele toename van de omzet in verband met millennium (inclusief LAN-2000).

Omzet per klantgroep: De omzet per klantgroep is de totale omzet voor een klantgroep ten opzichte van de totale netto omzet. De mutaties in de omzet per klantgroep ten opzichte van het niveau van de ontwerpbegroting, hangen met name samen met het feit dat de omvang van de millenniumomzet als totaal, maar ook per klantgroep, pas na opstelling van de ontwerpbegroting concreet is geworden.

BATEN

Omzet

De realisatie van de baten van f 533,0 miljoen is f 132,0 miljoen hoger uitgekomen dan het niveau van de ontwerpbegroting (f 401,0 miljoen). Deze substantieel hogere omzet hangt vrijwel volledig samen met de aanmerkelijk hogere vraag naar millennium (inclusief LAN-2000) diensten dan waarmee rekening werd gehouden in de ontwerpbegroting. Pas in 1999 bleek de werkelijke omvang van deze additionele omzet. Verder heeft een rol gespeeld dat een deel van de in 1998 geplande millenniumomzet is doorgeschoven naar 1999. De meeromzet manifesteert zich met name in de productgroepen Advies/Ontwikkeling en Overige producten (onder andere handelsomzet).

In 1999 zijn zowel prijsverhogingen als prijsverlagingen doorgevoerd. De verhogingen hadden voornamelijk betrekking op de arbeidsintensieve productgroepen als gevolg van een generieke loonkostenstijging en een relatief hoger aandeel van ingehuurd personeel in de totale capaciteit. De lagere tarieven zijn doorgevoerd bij de kapitaalsintensieve productgroepen, zoals elektronisch transport netwerk en beheer & exploitatie (met name gegevensverwerking en -opslag).

Rentebaten

De rentebaten bestaan uit de door het ministerie van Financiën betaalde vergoeding over het positief saldo van de rekening-courant van DTO bij de Rijksboekhouding. Het rentepercentage over 1999 bedroeg credit 2,75%. Het saldo van de rentebaten én rentelasten is tenslotte toch f 0,1 miljoen hoger als gevolg van het feit dat 1999 begonnen werd met een hogere stand van de liquide middelen dan ten tijde van opstelling van de ontwerpbegroting was ingeschat., Dit ondanks het gegeven dat het saldo van de rekening-courant enkele maanden negatief uitviel (zie hierna onder «Rentelasten»).

Buitengewone baten

De gerealiseerde buitengewone baten zijn het gevolg van de vrijval van f 5,4 miljoen van de balansvoorziening Millenniumkosten DTO-objecten ten gunste van het resultaat 1999.

LASTEN

Personeel

De realisatie van de personele lasten is f 65,6 miljoen hoger dan gepland. Dit is hoofdzakelijk het gevolg van een lagere dan geplande gemiddelde bezetting aan eigen DTO-personeel. Hier staat tegenover dat de kosten van inhuur van personeel beduidend hoger zijn dan begroot. Deze stijging is het gevolg van het vullen van vacante functies met inhuurpersoneel waar eigen personeel niet kon worden aangetrokken. Verder is er meer personeel ingehuurd om de grote vraag naar millennium- en LAN-2000 diensten in te kunnen vullen.

De gemiddelde bezetting in 1999 ten opzichte van de raming is als volgt:

Personeel Agentschap Defensie Telematica Organisatie (in volledige tijdsequivalenten) (VTE's))

 Ontwerpbegroting 1999Eerste suppletore begroting 1999Realisatie gemiddeld 1999
– Militairen160n.v.t.144
– Burgers1 070n.v.t.1 023
Totaal DTO-medewerkers1 230n.v.t.1 167
    
– Inhuur147n.v.t.388
    
Totaal aantal vte'n1 377n.v.t.1 555
Gemiddelde kosten per vte (x f 1 000)    
– DTO-medewerkers101n.v.t.108
– Inhuur300n.v.t.297

Materieel

Deze post omvat alle (exploitatie)lasten van DTO.

De hogere materiële lasten (f 65,7 miljoen) zijn specifiek voor 1999 en zijn voornamelijk veroorzaakt door de hogere dan ten tijde van de ontwerpbegroting bekende kosten verbonden aan de oplossing van de millenniumproblemen van de beleidsterreinen. Deze hogere lasten hebben ook geleid tot een hogere omzet.

Materiële kosten

(bedragen x f 1 000)Realisatie 1999
Directe kosten162 129
Huisvestingskosten9 975
Kantoorkosten5 529
Verkoopkosten1 226
Algemene kosten3 675
Kosten hard- en software66 411
Totale materiële kosten248 945

Rentelasten

De, niet geplande, rentelasten zijn het gevolg van de hoge uitgaven waarmee DTO gedurende het gehele jaar werd geconfronteerd als gevolg van de omvangrijke millenniumwerkzaamheden (inclusief LAN-2000). Daar facturering van de gerelateerde geleverde prestaties én betaling door opdrachtgevers met name cumuleerde in het laatste kwartaal, leidde dit medio 1999 tot een negatief saldo van de rekening-courant van DTO bij de Rijksboekhouding. Het ministerie van Financiën berekende hierover een debetrente van 4,75%. Zie ook onder «Rentebaten».

Afschrijvingen

De afschrijvingen zijn in deze financiële verantwoording f 18,8 miljoen lager dan in de ontwerpbegroting. Belangrijkste oorzaak hiervan is dat de afschrijvingen in de ontwerpbegroting nog waren gebaseerd op de zogenaamde indicatieve openingsbalans, aangezien de openingsbalans pas in september 1998 definitief werd vastgesteld. Uiteindelijk zijn diverse activa in de definitieve openingsbalans lager gewaardeerd dan in de indicatieve openingsbalans. Dit betrof met name de NAFIN gerelateerde activa en werd veroorzaakt door het toepassen van het beginsel van duurzame waardevermindering.

Afschrijvingen

(bedragen x f 1 000)Realisatie 1999
Licenties3 712
Gebouwen en terreinen2 003
Machines en installaties2 051
Comp.- en netwerkapp. & -infrastructuur22 697
Overige bedrijfsmiddelen1 121
Totale afschrijvingen31 584

Dotaties aan voorzieningen

Maandelijks heeft een reguliere dotatie van f 0,1 mln plaatsgevonden ten behoeve van de assurantievoorziening. Op jaarbasis is dus hiervoor een bedrag van f 1,2 miljoen gedoteerd. De afwijking ten opzichte van het niveau van de ontwerpbegroting van f 1,0 miljoen, betreft een voorziening ten behoeve van de overgang naar de euro. De dotaties die niet het bedrijfsresultaat beïnvloeden zijn verantwoord onder de buitengewone lasten (hieronder).

Buitengewone lasten

De buitengewone lasten zijn f 15,9 miljoen hoger dan begroot, en bestaan geheel uit dotaties aan voorzieningen ter dekking van toekomstige uitgaven, niet zijnde uitgaven die vallen onder de normale bedrijfsvoering. Ten laste van het resultaat 1999 zijn dotaties opgevoerd ten behoeve van de volgende onderwerpen:

– de afronding van de in 1999 doorgevoerde reorganisatie als gevolg van de oprichting van DTO, de integratie in 2000 en 2001 van de Krijgsmacht Telematica Organisaties van de Koninklijke landmacht in DTO,

– de kosten van het Sociaal Beleidskader als gevolg van de overname van de Berdis/Lotex-organisaties van de Koninklijke landmacht en de Koninklijke luchtmacht (gecodeerd berichtenverkeer),

– buitengewone huisvestingskosten, bedoeld om additionele kosten als gevolg van lopende verbouwingsactiviteiten op te vangen (verhuizingen, vervangende huisvesting).

Opbouw van het kasstroomoverzicht voor het agentschap Defensie Telematica Organisatie (bedragen x f 1 000,–)

  (1)(2)(3) = (2) – (1)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begroting 1999Realisatie 1999Verschil tussen oorspronkelijk vastgestelde begroting en realisatie
Liquide middelen 1 januari095 90095 900
     
1a.Saldo van baten en lasten– 1 9006002 500
1b.Gecorrigeerd voor afschrijvingen50 40031 600– 18 800
1c.Gecorrigeerd voor mutaties voorzieningen– 4 0005 5009 500
1d.Gecorrigeerd voor mutaties in het werkkapitaal0– 10 600– 10 600
     
– 1.Kasstroom uit operationele activiteiten44 50027 100– 17 400
     
2a.Investeringen: uitgaven onroerende zaken– 700– 4 100– 3 400
2b.Investeringen uitgaven overige kapitaalgoederen– 38 800– 26 90011 900
2c.Gecorrigeerd voor desinvesteringen05 1005 100
     
– 2.Kasstroom uit investeringsactiviteiten– 39 500– 25 90013 600
     
3a.Opname leningen van moederdepartement000
3b.Investeringsbijdrage departement000
3c.Aflossingen langlopende leningen– 5 00005 000
     
– 3.Netto kasstroom uit financieringsactiviteiten– 5 00005 000
     
 Mutatie liquide middelen01 2001 200
     
 Liquide middelen 31 december097 10097 100

III. TOELICHTING OP HET KASSTROOMOVERZICHT

Saldo van baten en lasten

Het gerealiseerde saldo van baten en lasten is f 2,5 miljoen beter dan was begroot. Dit is met name veroorzaakt door de lagere overheadkosten ten opzichte van het plan. Daarnaast is, vooral als gevolg van millennium- en LAN-2000 activiteiten, de afzet van een aantal diensten belangrijk hoger. Bij slechts gradueel toenemende vaste kosten, kon op deze wijze een belangrijke verbetering van het resultaat worden gerealiseerd. Verder is de in 1999 doorgevoerde reorganisatie, tegen lagere kosten dan was begroot, gerealiseerd.

Afschrijvingen

De lagere afschrijving van f 18,8 miljoen wordt veroorzaakt doordat de ontwerpbegroting nog was gebaseerd op de indicatieve openingsbalans en in de definitieve openingsbalans bepaalde activa uiteindelijk lager zijn gewaardeerd. Zie ook de betreffende verklaring onder «Lasten».

Mutaties voorzieningen

De mutatie ten opzichte van de ontwerpbegroting bedraagt f 9,5 miljoen. Hierin zijn, naast de reguliere dotatie ten behoeve van de assurantievoorziening, ook de diverse dotaties aan nieuwe voorzieningen en ook de vrijval van de voorziening millennium DTO-objecten meegenomen. De voorzieningen ten behoeve van nieuwe voor 2000 en volgende jaren zijn ten laste van het saldo van baten en lasten in 1999 gevormd. Het grootste deel hiervan, f 12,0 miljoen, heeft betrekking op de geplande integratie van DTO met ICT-onderdelen van de Koninklijke landmacht (KTO's en CCK). Zie ook de toelichting bij «Dotaties aan voorzieningen» en bij «Buitengewone lasten». Een specificatie van de voorzieningen is opgenomen onder «Toelichting op de balans».

Mutaties uit werkkapitaal

Bij opstelling van de ontwerpbegroting is er, bij ongeveer gelijkblijvende bedrijfsopbrengsten en lasten (ten opzichte van het lopend jaar), geen zinvolle inschatting te maken van de verwachte mutaties in het werkkapitaal. Om deze reden is hier een mutatie weergegeven van «nul». Zoals hiervoor reeds is toegelicht, is er uiteindelijk sprake geweest van een aanzienlijke meeromzet. Dit heeft onder andere geleid tot een toename van de debiteurenstand. De crediteurenstand is echter in mindere mate toegenomen. Per saldo is er dan ook een negatieve mutatie van f 10,6 miljoen in het werkkapitaal opgetreden.

Kasstroom uit investeringsactiviteiten

Het achterblijven van de investeringsuitgaven met f 13,6 miljoen is deels het gevolg van de desinvesteringen van f 5,1 miljoen, die hierin zijn gesaldeerd. De desinvesteringen hebben onder andere betrekking gehad op het ongedaan maken van een eerdere activering van een tweetal in 1998 opgeleverde kantooretages te Den Haag. Naderhand is besloten deze geactiveerde verbouwingskosten als vooruitbetaalde huur te boeken. Daarnaast is het absolute niveau van de investeringen lager. Dit is het gevolg van het gegeven dat de DTO-organisatie zich in 1999 vooral heeft gericht op de millenniumproblematiek van haar klanten. Overigens was het niveau van de investeringen in het bedrijfsplan 1999 (dat in het najaar 1998 is opgesteld) reeds naar beneden bijgesteld.

Kasstroom uit financieringsactiviteiten

In 1999 behoefde DTO niet terug te grijpen op financiering van haar activiteiten met vreemd vermogen. Eveneens was er geen sprake van, een in 1998 verkregen, af te lossen lening, hetgeen nog wel ten tijde van opstelling van de ontwerpbegroting werd verondersteld. De realisatie is hierdoor dan ook f 5,0 miljoen hoger dan was begroot.

De balans van agentschap Defensie Telematica Organisatie (DTO) per 31 december 1999 (bedragen x f 1 000,–)

OmschrijvingBalans 31-dec-99Balans 31-dec-98
ACTIVA  
Immateriële activa13 3037 744
Materiële activa   
• grond en gebouwen37 35638 324
• installaties en inventarissen5 8157 521
• overige materiële vaste activa157 856166 415
Voorraden24 84415 050
Debiteuren95 98136 274
Overlopende activa26 24916 604
Liquide middelen97 10495 900
Totaal activa458 508383 832
   
PASSIVA  
Agentschapsvermogen   
• algemene reserves244 765246 275
• bestemmingsreserves24 17218 498
• verplichte reserves00
• saldo exploitatie boekjaar 5634 164
Subtotaal Agentschapsvermogen269 500268 937
   
Aflossings- en rentedragend vermogen00
Voorzieningen38 24232 706
Kort vreemd vermogen   
• Crediteuren67 54042 323
• Overlopende passiva83 22639 866
Totaal passiva458 508383 832

IV. TOELICHTING OP DE BALANS

Toelichting op de balans DTO 1999

IMMATERIËLE ACTIVA 
(bedragen x f 1 000)Licenties
Aanschafwaarde t/m 31 december16 353
Investeringen 19999 992
Desinvesteringen 1999– 721
Aanschafwaarde t/m 31 december25 624
  
Afschrijvingen t/m 31 december 19988 609
Afschrijvingen 19993 712
Afschrijvingen t/m 31 december 199912 321
  
Boekwaarde per 31 december 199913 303
MATERIËLE ACTIVA(bedragen x f 1 000)Gebouwen terreinenMachines en instal-latiesComp.-, netwerk./-infraOverige bedrijfs-midd. Totaal mat. vaste activa
Aanschafwaarde t/m 31 december51 96820 803224 7205 954303 445
Investeringen 19994 07134514 3652 22721 008
Desinvesteringen 1999– 3 0360– 1 293– 40– 4 369
Aanschafwaarde t/m 31 december53 00321 148237 7928 141320 084
      
Afschrijvingen t/m 31 december 199813 64413 28260 6223 63791 185
Afschrijvingen 19992 0032 05122 6971 12127 872
Afschrijvingen t/m 31 december 199915 64715 33383 3194 758119 057
      
Boekwaarde per 31 december 199937 3565 815154 4733 383201 027

Vaste activa

De afschrijvingen op de vaste activa worden berekend op basis van de aanschafwaarde. Voor de afschrijvingspercentages zie onder «Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling».

Voorraden

De balanspost Voorraden bestaat per 31 december 1999 uit magazijnvoorraden (f 1,7 miljoen) en Onderhanden Werk (f 23,2 miljoen).

Debiteuren

De aanzienlijke toename is het gevolg van de hogere dan geplande totale omzet, gekoppeld aan de cumulatie van (millennium-)werkzaamheden inclusief LAN-2000 en bijbehorende bovennormale facturering in het laatste kwartaal van 1999.

Liquide middelen

Deze post betreft met name de rekeningcourant bij het ministerie van Financiën.

Agentschapsvermogen

Het agentschapsvermogen is weergegeven overeenkomstig de Handleiding Agentschappen.

In de Miljoenennota 2000 is de wijziging van de financiering van agentschappen beschreven. Deze wijziging is vastgelegd in de regeling «Vermogensvoorschriften Agentschappen 2000». De financiering van DTO wordt gewijzigd op basis van de in deze verantwoording gepresenteerde balanscijfers per 31 december 1999.

DTO zal in 2000 de boekwaarde van de vaste activa afrekenen met het ministerie van Defensie. De financiering zal plaatsvinden met de leenfaciliteit, waarbij rekening wordt gehouden met de omvang van het langlopend vreemd vermogen per 31 december 1999. Een raming van de consequenties is verwerkt in de begroting 2000. De definitieve cijfers van de afrekening op basis van de financiële verantwoording 1999 worden verwerkt in de eerste suppletore begroting 2000.

Agentschappen is het toegestaan vanaf 2000 maximaal een exploitatiereserve te hebben van 5% van de gemiddelde omzet, berekend over de drie afgelopen jaren. Bij DTO is dit overigens op basis van de twee afgelopen jaren, immers DTO opereert pas vanaf 1998 als agentschap. Voor DTO geldt dat er sprake zal zijn van overschrijding van deze maximaal toegestane exploitatiereserve. Over de gemaakte afspraken ten aanzien van de noodzakelijke afbouw van de exploitatiereserve zal informatie worden opgenomen in de eerste suppletore begroting 2000.

Algemene reserve

(bedragen x f 1 000)Balans 1999Balans 1998
Stand algemene reserve 1 januari246 275264 773
bij: toevoegingen a.g.v.  
– resultaat vorig boekjaar14 1640
   
af: onttrekkingen a.g.v.   
– mutatie bestemmingsreserve5 67418 498
Stand algemene reserve 31 december244 765246 275

1 DTO is per 1 januari 1998 agentschap.

Bestemmingsreserve

(bedragen x f 1 000)Balans 1999Balans 1998
Stand bestemmingsreserve 1 januari18 4980
bij: toevoegingen a.g.v.  
– afschrijvingen31 58434 680
– investeringsbijdrage moederdepartement00
– desinvesteringen5 090329
   
af: onttrekkingen a.g.v.   
– investeringen31 00016 511
Stand bestemmingsreserve 31 december24 17218 498

De bestemmingsreserve geeft het bedrag weer dat is gereserveerd voor toekomstige investeringen. In het licht van de per 1 januari 2000 ingegane vermogensstructuurwijziging voor agentschappen, en de bepaling daarbij dat nieuwe investeringen voortaan in principe met vreemd vermogen moeten worden gefinancierd, is bovenstaande bestemmingsreserve vanaf 2000 niet langer van toepassing.

Voorzieningen

(bedragen x f 1 000)Balans 31-12-98Dotaties 1999Onttrekkingen 1999Balans 31-12-99
Voorziening:    
– Millennium-kosten DTO-objecten6 4000– 5 4001 000
– Millennium-garantie-certificaten4 100004 100
– Garantie-aanspraken8 900008 900
– Assurantie-fonds eigen risico3 5421 20004 742
– Reorganisatie9 764394– 7 1583 000
– DO-IT012 000012 000
– Huisvesting02 00002 000
– Sociaal Plan Berdis01 50001 500
– Euro01 00001 000
Totaal der voorzieningen32 70618 094– 12 55838 242

Langlopende voorzieningen zijn gevormd in het kader van de garantie-aanspraken, assurantie eigen risico en herstructurering. Naast de reguliere garantievoorziening is er een voorziening met betrekking tot millennium-garantiecertificaten aan klanten. De herstructureringsvoorziening heeft betrekking op de invulling van de verdere integratie van de DTO-organisatie, waarvan de verdere implementatie van een integraal bedrijfsinformatiesysteem deel uitmaakt. De voorziening millennium DTO is ter dekking van de kosten die gemaakt moesten worden om de computersystemen jaar2000-bestendig te maken. Als gevolg van de uitloop van bepaalde werkzaamheden in het kader hiervan (zogenaamde na-ijleffect) resteert voor het jaar 2000 een voorziening van f 1 miljoen. De voorzieningen DO-IT, Huisvesting en Sociaal Plan Berdis zijn bedoeld voor de kosten van in 2000/2001 door te voeren nieuwe integraties. Tenslotte is nog een voorziening gevormd ter dekking van kosten voortvloeiend uit het aanpassen van de systemen in verband met de overgang op de euro. Zie ook onder «Mutaties voorzieningen», «Dotaties aan voorzieningen» en onder «Buitengewone lasten».

Crediteuren

De toename is met name het gevolg van de totale kosten en dus aanschaffingen die het gevolg zijn van de belangrijk hogere omzet over 1999 (ten opzichte van 1998). Hier staat een hogere toename van de debiteurenstand tegenover.

Overlopende Passiva

De toename is naast de onder deze balanspost verantwoorde zogenaamde termijnfacturering, vooral het gevolg van de stijging van bepaalde nog te betalen kosten, met name betreffende inhuur personeel en bepaalde wel geregistreerde maar nog niet ten laste van de crediteuren doorgeboekte facturen.

Saldo van baten en lasten

Het saldo van baten en lasten zal worden toegevoegd aan de algemene reserves.

II. Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen (DGW&T)

De Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen is vanaf 1 januari 1996 een agentschap van het ministerie van Defensie.

Het agentschap DGW&T behartigt alle vastgoed belangen en verplichtingen ten behoeve van de krijgsmachtdelen en levert daarvoor een compleet en samenhangend producten- en dienstenpakket dat bestaat uit:

A. Vastgoedbeheer

* Algemeen en technisch beheer

* Groot onderhoud

* Klein onderhoud

* Kleine aanpassingen (commandantenvoorzieningen)

* Storingsdienst

* Milieu-advies

B. Ingenieursdiensten

* Onderzoek & Advies

* Nieuwbouw

– voorbereiding en begeleiding van de uitvoering

* Bodemsanering

– begeleiding vooronderzoeken voor het bodemsaneringsprogramma

– voorbereiding en begeleiding van de uitvoering

* Geluidsisolatie

– begeleiding van de uitbesteding

C. Beleidsvoorbereiding Specialistisch Onderzoek & Advies

* Beleidsvoorbereiding

* Specialistisch onderzoek & advies

* Belangenbehartiging

* Advies aan departements- en politieke leiding

D. Out of Area optreden

* Ondersteuning

* Toezicht houden

De door het agentschap DGW&T opgestelde bedrijfsmissie luidt dan ook:

«Wij willen als vastgoedbeheerder voor Defensie de deskundige adviseur en intermediair zijn die de ruimtelijke belangen van de klanten zeker stelt en hun onroerend goed effectief en op maatschappelijk verantwoorde wijze inricht en beheert. Wij willen de klanten altijd en overal bijstaan in hun zorg voor de beschikbaarheid en bruikbaarheid van het vastgoed. Wij doen dit op een wijze die voor de Defensie-organisatie als geheel zo efficiënt mogelijk is en aan de klanten een zo hoog mogelijke kwaliteit biedt.»

I. GRONDSLAGEN VOOR WAARDERING EN RESULTAAT- BEPALING

Grondslagen voor de waardering

De activa en passiva zijn, voor zover niet anders vermeld, gewaardeerd tegen nominale waarde inclusief B.T.W. Hieronder wordt nadere toelichting gegeven op de algemene waarderingsgrondslagen.

Immateriële vaste activa

Immateriële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs.

Materiële vaste activa

Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs verminderd met afschrijvingen. Afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode op basis van verwachte levensduur, waarbij rekening gehouden wordt met eventuele restwaarde. De activeringsgrens bedraagt f 1 000,–.

Voorraden

Het karakter van de dienstverlening van de DGW&T is zodanig dat geen voorraden worden aangehouden, anders dan onderhanden werk. Het onderhanden werk wordt gewaardeerd op basis van directe uren maal kostprijs, vermeerderd met uitbestedingskosten. De kostprijzen per uur zijn gebaseerd op directe salariskosten, uitgaande van de normale bezetting op jaarbasis.

Debiteuren

De waardering van de post «debiteuren» vindt plaats tegen nominale waarde, rekening houdend met vermoedelijke oninbaarheid van een gedeelte hiervan.

Overige activa en passiva

De waardering van de overige activa en passiva vindt plaats op basis van nominale waarde.

Voorzieningen

De voorzieningen zijn gevormd voor specifieke verplichtingen en risico's die uitgaan boven het algemene risico dat aan het ondernemerschap als agentschap is verbonden of ter egalisatie van kosten.

Grondslagen voor de bepaling van het resultaat

Algemeen

De DGW&T hanteert voor haar resultaatsbepaling de methode van variabele kostencalculatie. Hierbij wordt het volgende model gehanteerd:

 Opbrengsten
Af:directe kosten
 Bruto marge
  
Af:indirecte kosten
 Resultaat uit normale bedrijfsuitoefening
 Saldo buitengewone baten en lasten
 Resultaat

Opbrengsten

De diensten in het Vastgoedbeheer worden gefactureerd op basis van aan het begin van het jaar vooraf overeengekomen vaste maandtermijnen.

De grondslag voor de diensten in het kader van Algemeen en Technisch Beheer wordt gevormd door de waarde van het vastgoed van de krijgsmachtdelen. Het honorarium dat de DGW&T voor de genoemde diensten ontvangt, is hiervan een overeengekomen promillage. De grondslag voor de opbrengst van de diensten Klein Onderhoud, Groot Onderhoud en Commandantenvoorzieningen wordt gevormd door het financieel volume van de in het verslagjaar aan de beleidsterreinen aangeboden gecertificeerde programmafacturen. Het honorarium voor DGW&T is hiervan een bepaald overeengekomen percentage. De Storingsdienst wordt verrekend op basis van het aantal uren vermenigvuldigd met een vast tarief.

De dienst Milieu-advies wordt gefactureerd op basis van een overeengekomen percentage van geraamde projectkosten.

De omzet uit Ingenieursdiensten wordt genomen na verkregen goedkeuring voor geleverde diensten van de betreffende krijgsmachtdelen. Zolang een fase niet is afgerond, vormt deze een onderdeel van de post onderhanden werk. Met de Koninklijke luchtmacht is een nieuwbouwprogramma overeengekomen dat in 12 maandelijkse termijnen wordt gefactureerd. De hieruit voortvloeiende omzet wordt genomen bij gunning en bij oplevering van het werk.

De diensten samenhangend met Beleidsvoorbereiding, Specialistisch Onderzoek en Advies worden uitgevoerd op basis van een regie-contract, doorgaans met een maximale richtprijs.

In het kader van de dienst Out of Area optreden levert de DGW&T ondersteuning en toezicht bij het optreden van de krijgsmacht in met name voormalig Joegoslavië.

Directe kosten

De directe kosten bestaan uitsluitend uit met de gefactureerde omzet samenhangende productieve uren, vermenigvuldigd met het kostprijstarief en vermeerderd met de kosten samenhangend met de uitbesteding van werkzaamheden; deze vormen te zamen de variabele kosten. Het kostprijstarief is gebaseerd op de directe salariskosten en een normale uurbezetting op jaarbasis.

Indirecte kosten

Alle overige kosten worden gerekend tot de indirecte kosten.

Afschrijvingsmethode en -termijnen

De DGW&T past in haar administratie de lineaire afschrijvingsmethode tot een restwaarde toe.

De specificatie van de rekening van baten en lasten van agentschap Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen (DGW&T) (bedragen x f 1 000,–)

 (1)(2)(3) = (2) – (1)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begroting 1999Realisatie 1999Verschil realisatie en oorspronkelijk vastgestelde begroting
BATEN    
    
opbrengst moederdepartement146 800171 87925 079
opbrengst overige departementen600152– 448
opbrengst derden1 000899– 101
Netto-omzet148 400172 93024 530
mutatie onderhanden werk0509509
som der bedrijfsopbrengsten148 400173 43925 039
rente baten07979
bijzondere baten01 2611 261
Totaal baten148 400174 77926 379
    
LASTEN   
    
apparaatskosten    
* personele kosten116 000144 22628 226
* materiële kosten22 50020 361– 2 139
rentelasten011
afschrijvingskosten   
* materieel6 7005 906– 794
dotaties voorzieningen1 900289– 1 611
bijzondere lasten02 3612 361
buitengewone lasten100633533
Totaal lasten147 200173 77726 577
Saldo van baten en lasten1 2001 002– 198

II. TOELICHTING OP DE REKENING VAN BATEN EN LASTEN

ALGEMEEN

In 1999 zijn door het agentschap DGW&T producten en diensten verleend op het gebied van vastgoedbeheer, ingenieursdiensten, beleidsvoorbereiding en specialistische onderzoeken en adviezen (BSOA) en out of area optreden. De afwijkingen tussen de in de begroting geraamde en de gerealiseerde omzet 1999 worden in deze toelichting op de rekening van baten en lasten verklaard.

KENGETALLEN

In de begroting 1999 van het agentschap DGW&T zijn, in lijn met het statuut DGW&T, drie kengetallen opgenomen die niet direct gerelateerd kunnen worden aan de begroting van baten en lasten. In onderstaand schema zijn de ramings- en realisatiegegevens opgenomen.

 Begroting 1999Realisatie 1999
Productiviteit (som der bedrijfsopbrengsten/directe medewerker) (x 1000)f 145f 163
Flexibiliteit (Incl. uitbestedingsequivalent)19%25%
Verhouding indirect/totaal24%27%

Productiviteit (f 0,163 miljoen)

Het kengetal voor de productiviteit is het quotiënt van de som der bedrijfsopbrengsten, en het aantal directe medewerkers uitgedrukt in vte'n. De som der bedrijfsopbrengsten bestaat uit de gefactureerde omzet, vermeerderd met de mutatie van het onderhanden werk per ultimo 1999. Het aantal directe medewerkers wordt gevormd door het aantal vaste directe medewerkers, inhuurkrachten, tijdelijke medewerkers en het zogenaamde uitbestedingsequivalent. De berekening is gebaseerd op de som der bedrijfsopbrengsten(f 173,439 miljoen) over het verslagjaar 1999, en het aantal directe medewerkers uitgedrukt in vte'n (1 061), gemiddeld over 1999.

De stijging van de productiviteit ten opzichte van de begroting 1999, heeft de volgende oorzaken:

– het aantal directe medewerkers is gedaald met circa 2% van het totaal, terwijl meer dan in voorgaande jaren gebruik is gemaakt van inhuurkrachten;

– er is sprake van verhoging van de omzet in het vastgoedbeheer.

Flexibiliteit (25%)

Het kengetal van de flexibiliteit is gedefinieerd als het quotiënt van het aantal inhuurkrachten, uitzendkrachten, tijdelijk contractanten, het uitbestedingsequivalent en het totaal aantal directe medewerkers.

De flexibele component bestond in 1999 gemiddeld uit 263 vte'n op een directe capaciteit van in totaal (gemiddeld) 1 061 vte'n. De stijging van de realisatie ten opzichte van de begroting is het gevolg van de toename van de omzet, die voor het merendeel met flexibel personeel is gerealiseerd.

Verhouding indirect/totaal personeel (27%)

Dit kengetal geeft de verhouding weer van het aantal indirecte medewerkers ten opzichte van het totaal personeel, beide uitgedrukt in vte'n, gemiddeld over 1999. De realisatie over 1998 bedroeg eveneens 27%. Het in de toelichting bij de begroting opgenomen normpercentage (25%) wordt hiermee overschreden. Dit heeft naar verwachting een tijdelijk karakter.

BATEN

Opbrengsten moederdepartement

Tijdens het opstellen van de begroting is als uitgangspunt verwerkt dat als gevolg van de neerwaartse beweging van de infrastructuurbudgetten van de krijgsmacht de omzet zou dalen. Dat uitgangspunt is nog steeds juist, alleen zal het tempo waarmee de daling zich voltrekt, lager liggen dan ten tijde van het opstellen van de begroting 1999 ingeschat. Bijgevolg is de omzet 1999 hoger geworden dan verwacht.

De gestegen opbrengsten bij het moederdepartement van f 25,079 miljoen zijn met name het gevolg van een hoger programmavolume van de bouw- en onderhoudsbudgetten van de Koninklijke landmacht en in mindere mate van de Koninklijke marine ten opzichte van waar in de ontwerpbegroting rekening mee was gehouden.

De opbrengst uit Out of Area optreden bedraagt ongeveer f 1,7 miljoen. De kostprijs van deze dienst bedraagt ongeveer f 2,8 miljoen. DGW&T levert hiermee binnen haar vermogen een materiële bijdrage aan vredesoperaties.

De verdeling van de omzet moederdepartement (f 171,879 miljoen) naar krijgsmachtdeel cq. belangrijkste productcategorieën is als volgt:

(in procenten)VastgoeddienstenIngenieursdienstenOverige dienstverleningOut of Area optredenTotaal
 Real.Begr.Real.Begr.Real.Begr.Real.Begr. 
Koninklijke marine8(8)6(4)14
Koninklijke landmacht30(32)16(16)147
Koninklijke luchtmacht18(20)7(10)25
Koninklijke marechaussee1(1)1(1)2
Overige klanten4(2)2(1)6(5)12
Totaal61(63)32(32)6(5)1100

Opbrengsten derden

De DGW&T vraagt aan aannemers een vergoeding voor geleverde bestekken. Dat heeft in 1999 geresulteerd in een omzet van f 0,899 miljoen.

Rentebaten

In de begroting werd geen rekening gehouden met rentebaten. Over het jaar 1999 heeft het agentschap DGW&T van het ministerie van Financiën rente-inkomsten ontvangen over de Rekening Courant ter grootte van f 0,079 miljoen. In de loop van 1999 is de stand van de creditrente een aantal maal gewijzigd. Met ingang van 1 januari 1999 bedroeg de creditrente 2,75%, met ingang van 9 april 1999 2,25% en met ingang van 5 november 1999 2,75%.

Mutatie onderhanden werk

In de begroting werd deze post als nihil verondersteld. Het onderhanden werk omvat het nog niet gefactureerde deel van de op projectbasis gecontracteerde projecten. Het onderhanden werk wordt gewaardeerd tegen directe kosten. De positieve mutatie op het onderhanden werk duidt op het minder snel tot realisatie leiden van projecten dan in de begroting gepland.

Bijzondere baten

De bijzondere baten bedragen f 1,261 miljoen. Deze bevatten de opbrengsten, voortvloeiend uit de normale bedrijfsuitoefening uit voorgaande boekjaren.

LASTEN

Personeel

De realisatie van de bezetting in 1999 ten opzichte van geraamd luidt als volgt:

 Begroting 1999 (vte'en)Realisatie per 31-12-1999 (vte'en)
Bezetting militair personeel7059
Bezetting burgerpersoneel1 042988
Overige categorieën  
– tijdelijk contract.*165268
– herplaatsers/personeel BDOS50
Totaal1 2821 315
Gem. kosten per vte (* f 1 000,–)   
– Ambtenaren8086
– Inhuurkrachten130150

* tijdelijke ambtenaren, inhuurkrachten en uitzendkrachten.

De personele lasten bedroegen in 1999 f 144,2 miljoen. Deze bestonden uit f 132,9 miljoen aan «vast, tijdelijk en ingehuurd personeel» en voor f 11,3 miljoen uit de component uitbesteding; het betreft hier uitbesteed werk. Ten opzichte van de begroting 1999 is er een toename geweest van de kosten voor «vast, tijdelijk en ingehuurd personeel» van ongeveer f 22 miljoen en van de kosten voor uitbesteding van ongeveer f 6 miljoen. De stijging in de uitbestedingskosten komt volledig voor rekening van de gestegen omzet. Datzelfde geldt voor het merendeel van kostenstijging van «vast, tijdelijk en ingehuurd personeel». De stijging in de kostencategorie «vast, tijdelijk en ingehuurd personeel» hangt voorts samen met de in omvang toegenomen indirecte activiteiten. De personeelsbezetting van zowel militairen als burgerpersoneel is in 1999 lager geweest dan verwacht, mede daardoor is ook meer tijdelijk personeel ingezet dan voorzien.

Materieel

De post materiële kosten omvat alle lopende exploitatielasten van de DGW&T. Een belangrijk deel van deze post wordt gevormd door exploitatiekosten binnen de hoofdcomponenten huisvesting (f 5,3 miljoen), transport (f 1,3 miljoen) en automatisering (f 4,5 miljoen). De materiële kosten hebben de begroting onderschreden met f 2,1 miljoen met name als gevolg van lagere huisvestingskosten dan begroot.

Rentelasten

De rentelasten bestaan uit de aan het ministerie van Financiën betaalde vergoeding voor de debetsaldi over de Rekening Courant over het jaar 1999. In de loop van 1999 is de stand van de debetrente een aantal maal gewijzigd. Met ingang van 1 januari 1999 bedroeg de debetrente 4,75%, met ingang van 9 april 1999 4,25% en met ingang van 5 november 1999 4,75%.

Afschrijvingen

De afname van de afschrijvingskosten ten opzichte van de begroting met f 0,794 miljoen is onder meer het gevolg van het achterblijven van investeringen van vorig jaar met name op het gebied van overige bedrijfsmiddelen. De afschrijvingen vinden lineair plaats tot een restwaarde, welke gelijk is aan de opbrengstwaarde bij afstoting, waarbij in de begroting is uitgegaan van een bepaald niveau van investeringen van het vorige jaar op basis waarvan de afschrijvingen worden berekend. Dit jaar liggen de investeringen op het niveau van de begroting.

De afschrijvingen bedragen totaal f 5,906 miljoen en zijn als volgt te specificeren (bedragen x f 1 miljoen):

 19991998
– Grond en gebouwen f 0,912 f 0,852
* automatiseringsmiddelenf 3,532 f 3,572 
* transportmiddelenf 0,876 f 0,737 
– Inventaris en installaties f 4,408 f 4,309
– Overige bedrijfsmiddelen f 0,586 f 0,606
* inventaris     
* communicatiemiddelen    
* productie-ondersteunende middelen     
* bedrijfsondersteunende middelen    
Totaal van de afschrijvingen f 5,906 f 5,767

Dotaties aan voorzieningen

De post dotaties aan voorzieningen kan als volgt worden gespecificeerd: (in duizenden guldens)

 1999
Netto dotatie dubieuze debiteuren733
Dotatie voorzieningen955
Af: Vrijval voorzieningen1 399
Totaal289

Voor de verdere specificatie wordt verwezen naar de toelichting bij de balans.

Bijzondere lasten

Onder deze post zijn de lasten verantwoord die voortvloeien uit normale bedrijfsuitoefening uit voorgaande boekjaren.

Buitengewone lasten

Onder de post buitengewone lasten zijn de kosten verantwoord die voortvloeien uit de niet normale bedrijfsuitoefening van de DGW&T.

Bestemming saldo van baten en lasten

Het saldo van baten en lasten zal overeenkomstig de besluitvorming in de bestuursraad van het agentschap DGW&T aan het agentschapsvermogen worden toegevoegd.

Opbouw van het kasstroomoverzicht voor het agentschap Dienst Gebouwen, Werken en Terreinen (bedragen x f 1 miljoen)

  (1)(2)(3) = (2) – (1)
OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begroting 1999Realisatie 1999Verschil tussen oorspronkelijk vastgestelde begroting en realisatie
 Liquide middelen 1 januari0,27,16,9
     
1a.Saldo van baten en lasten1,21,0– 0,2
1b.Gecorrigeerd voor afschrijvingen/mutaties voorzieningen6,65,3– 1,3
1c.Gecorrigeerd voor mutaties in het werkkapitaal0,0– 4,0– 4,0
1.Kasstroom uit operationele activiteiten7,82,3– 5,5
     
2a.Investeringen: uitgaven onroerende zaken– 0,5– 2,1– 1,6
2b.Investeringen uitgaven overige kapitaalgoederen– 6,4– 5,01,4
2c.Gecorrigeerd voor desinvesteringen0,70,3– 0,4
2.Kasstroom uit investeringsactiviteiten– 6,2– 6,8– 0,6
     
3a.Opname leningen van moederdepartement0,010,010,0
3b.Investeringsbijdrage departement0,00,00,0
3c.Terugbetaling voorschot afnemers Defensie0,0– 7,4– 7,4
3.Netto kasstroom uit financieringsactiviteiten0,02,62,6
     
 Liquide middelen 31 december1,85,23,4

III. TOELICHTING OP HET KASSTROOMOVERZICHT

Saldo van baten en lasten

Voor de verklaring van het saldo van baten en lasten wordt verwezen naar de toelichting op de resultatenrekening.

Afschrijvingen/mutaties voorzieningen

Voor de toelichting van de mutaties in de afschrijvingen en in de voorzieningen wordt verwezen naar de toelichting op de staat van baten en lasten en op de balans.

Mutaties in het werkkapitaal

De mutatie in het werkkapitaal (debiteuren plus overlopende activa plus onderhanden werk minus crediteuren minus overlopende passiva) wordt veroorzaakt door een stijging van met name de post debiteuren.

Uitgaven onroerende zaken

In 1998 is de geplande nieuwbouw in Havelte doorgeschoven naar 1999. Dit jaar is de nieuwbouw daadwerkelijk gerealiseerd met de bijbehorende uitgaven.

Uitgaven roerende zaken

In 1999 is minder geïnvesteerd dan begroot, met name op het gebied van transportmiddelen.

Desinvesteringen

De desinvesteringen zijn vooraf moeilijk in te schatten. Bij de opstelling van de ontwerpbegroting werd van een te positieve schatting uitgegaan.

Verrekening voorschot

Het voorschot van f 7,4 miljoen is in 1999 niet afgelost (om liquiditeitsredenen) en is in omgezet in een lening en aangevuld tot een bedrag van f 10 miljoen. De lening wordt in beginsel in 2001 terugbetaald, rekening houdend met de liquiditeitspositie van de DGW&T.

De balans van de DGW&T

 Balans 31-12-1999Balans 31-12-1998
(bedragen x f 1 000,–)   
Activa  
Immateriële vaste activa00
Materiële vaste activa  
* grond en gebouwen41 50140 308
* automatiseringsmiddelen7 2957 977
* transportmiddelen4 2893 747
* overige materiële vaste activa1 7121 844
Vlottende activa  
* onderhanden werk14 53814 028
* debiteuren28 41322 905
* overlopende activa6 7568 930
* liquide middelen5 2427 114
Totaal activa109 746106 853
   
Passiva  
Agentschapsvermogen   
* algemene reserves52 37350 235
* bestemmingsreserves2 8373 758
* verplichte reserves00
* saldo exploitatie boekjaar1 0021 217
Aflossings- en rentedragend vermogen  
* lening moederdepartement10 0000
* voorschot afnemers defensie07 383
Voorzieningen4 9645 562
Kort vreemd vermogen   
* crediteuren8 2015 252
* overlopende passiva30 36933 446
Totaal passiva109 746106 853

IV. Toelichting bij de balans

ACTIVA

Immateriële vaste activa

Niet van toepassing voor DGW&T.

Materiële vaste activa

Materiële vaste activa worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs verminderd met afschrijvingen. Afschrijvingen worden berekend volgens de lineaire methode op basis van verwachte levensduur, waarbij rekening gehouden wordt met eventuele restwaarde. De activeringsgrens bedraagt f 1 000,–.

De volgende afschrijvingstermijnen worden gehanteerd:

Gebouwen50 jaar
Houten opslagloodsen25 jaar
Verhardingen25 jaar
Inventaris10 jaar
Transportmiddelen4 à 6 jaar
Automatiseringsmiddelen5 jaar
Overige activa5 jaar

Op terreinen wordt niet afgeschreven.

Verloopstaat materiële vaste activa

(in duizenden guldens)grond en gebouwenautomatise-ringsmiddelentransportmiddelenoverige mater. vaste activatotaal
Boekwaarde 31-12-9840 3087 9773 7471 84453 876
Investeringen 19992 1052 8691 7134717 158
Boekwaarde verkopen01929517331
Afschrijvingen 19999123 5328765865 906
Boekwaarde 31-12-9941 5017 2954 2891 71254 797

GROND EN GEBOUWEN

Waardering van de gebouwen en verhardingen heeft plaatsgevonden op basis van uitgevoerde taxaties door beëdigde taxateurs, waarbij de herbouwwaarde is vastgesteld. Deze – actuele – herbouwwaarde is door middel van indexering aan de hand van bouwkostenindexcijfers herleid tot waarden op basis van historische kostprijzen in het stichtingsjaar van elk van de gebouwen.

De waardering van de terreinen heeft plaatsgevonden tegen de verkoopwaarde op 1 januari 1996, gelet op het feit dat de historische uitgaafprijzen in veel gevallen niet te achterhalen zijn.

AUTOMATISERINGSMIDDELEN

De post «automatiseringsmiddelen» bestaat uit de hardware en randapparatuur van de computers die bij de DGW&T in gebruik zijn, alsmede uit de standaard bijgeleverde (besturings) software. Activering van aangeschafte en ontwikkelde software ten behoeve van de dienstverlening van de DGW&T vindt niet plaats.

TRANSPORTMIDDELEN

De post transportmiddelen bestaat uit dienstpersonenauto's, servicewagens en terreinwagens.

OVERIGE MATERIËLE VASTE ACTIVA

De post «overige materiële vaste activa» bestaat uit de categorieën: communicatiemiddelen, inventaris en ondersteunende middelen.

Vlottende activa

ONDERHANDEN WERK

Het onderhanden werk omvat de lopende projecten binnen de productgroep Ingenieursdiensten. Het onderhanden werk wordt gewaardeerd tegen directe kosten tot een maximum van de te verwachten opbrengsten per betreffende fase. Het onderhanden werk heeft in 1999 per saldo nauwelijks wijziging ondergaan.

DEBITEUREN

De post «debiteuren» wordt gewaardeerd tegen nominale waarde, rekening houdend met vermoedelijke oninbaarheid. Voor 1999 is het bedrag van de vermoedelijke oninbaarheid vastgesteld op f 1,329 miljoen. In 1999 is f 0,733 miljoen aan deze voorziening gedoteerd op grond van het vastgestelde betaalgedrag van de belangrijkste klanten.

OVERLOPENDE ACTIVA

De post overlopende activa omvat de volgende posten:

(in duizenden guldens)31 december 199931 december 1998
Vooruitbetaalde bedragen419470
Nog te ontvangen bedragen6 2598 405
Te ontvangen goederen/diensten7855
Totaal6 7568 930

LIQUIDE MIDDELEN

De post liquide middelen omvat de volgende posten:

(in duizenden guldens)31 december 199931 december 1998
Gelden in rekening courant bij Ministerie van Financiën5 9877 242
Gelden te verrekenen met regionale directies– 765– 137
Kruisposten4– 4
Gelden in kas1613
Totaal5 2427 114

PASSIVA

Agentschapsvermogen

De post «agentschapsvermogen» geeft in totaliteit het saldo weer van de bezittingen en schulden van de DGW&T. De post «bestemmingsreserve» wordt gevormd door het totaal aan afschrijvingen en boekwaarden van verkopen te verminderen met de investeringen.

Het «saldo exploitatie boekjaar» geeft het resultaat over het boekjaar 1999 weer. Na goedkeuring van de departementale verantwoording van het ministerie van Defensie door de Staten-Generaal wordt de bestemming van het resultaat in de administratie en de beginbalans van het jaar 2000 verwerkt.

De opbouw van de algemene reserve is als volgt (bedragen x f 1 miljoen):

 19991998
Stand per 1 januarif 50,235f 53,878
   
Bij:   
* Saldo exploitatie boekjaar 1998f 1,217  
* Onttrekking aan bestemmingsreservef 0,921  
Af:   
* Saldo exploitatie boekjaar 1997 f 1,522
* Dotatie aan bestemmingsreserve f 2,121
Stand per 31 decemberf 52,373f 50,235

De opbouw van de bestemmingsreserve bedraagt (bedragen x f 1 miljoen):

 1999 1998
Stand per 1 januari f 3,758 f 1,637
     
Bij:     
toevoegingen als gevolg van:    
* afschrijvingenf 5,906 f 5,767 
* desinvesteringenf 0,331 f 0,168  
     
Af:    
onttrekkingen als gevolg van:    
* investeringenf 7,158 f 3,814 
Totale mutatie – f 0,921 f 2,121
Stand per 31 december f 2,837 f 3,758

In de Miljoenennota 2000 is de wijziging van de financiering van agentschappen beschreven (paragraaf 5.5). Deze wijziging is vastgelegd in de Regeling «Vermogensvoorschriften Agentschappen 2000». De financiering van DGW&T wordt gewijzigd op basis van de in deze verantwoording gepresenteerde balanscijfers per 31 december 1999.

DGW&T zal in 2000 de boekwaarde van de vaste activa afrekenen met het moederministerie. De financiering zal plaatsvinden met de leenfaciliteit, waarbij rekening wordt gehouden met de omvang van het langlopend vreemd vermogen per 31 december 1999. Een raming van de consequenties is verwerkt in de begroting 2000. De definitieve cijfers van de afrekening op basis van de financiële verantwoording 1999 worden verwerkt in de eerste suppletore begroting 2000.

Aflossings- en rentedragend vermogen

LENING MOEDERDEPARTEMENT

In 1999 is het per ultimo 1998 uitstaande voorschot omgezet in een lening en aangevuld tot een bedrag van f 10 miljoen. De lening wordt in beginsel in 2001 terugbetaald, rekening houdend met de liquiditeitspositie van de DGW&T. De post «lening moederdepartement» wordt gewaardeerd tegen nominale waarde.

VOORSCHOT AFNEMERS DEFENSIE

Het per ultimo 1998 uitstaande voorschot is in 1999 omgezet in een lening. Het uitstaande voorschot ultimo 1999 is derhalve nihil.

Voorzieningen

Deze post bestaat uit de volgende voorzieningen:

(in duizenden guldens)Stand 31-12-1998Dotatie 1999Onttrekking 1999Vrijval 1999Stand 31-12-1999
Groot onderhoud1 9123551547991 314
Garantieverplichtingen750000750
Contractrisico's500000500
Millennium problematiek600006000
Wachtgelduitkeringen1 500500002 000
Assurantie eigen risico30010000400
Totaal5 5629551541 3994 964

VOORZIENING «GROOT ONDERHOUD»

Deze voorzieningen worden gevormd ter egalisatie van kosten voor het planmatig onderhoud aan gebouwen in economisch eigendom. De jaarlijkse mutaties zijn gebaseerd op een onderhoudsplan. De vrijval voorzieningen ten bedrage van f 0,799 miljoen ontstaat als gevolg van geplande afstoting van het gebouw «Jagersborg» te Roermond (voor een bedrag van f 0,461 miljoen) en het niet meer uitvoeren van groot onderhoud aan het gebouw «Morsweg» te Leiden (voor een bedrag van f 0,338 miljoen).

VOORZIENING «GARANTIEVERPLICHTINGEN»

De voorziening «Garantieverplichtingen» betreft een voorziening ter dekking van aansprakelijkheidsrisico's met inbegrip van beroepsaansprakelijkheid. Krachtens de RVOI is de DGW&T in bepaalde gevallen aansprakelijk te stellen tot de hoogte van het honorarium. De dotatie aan deze voorziening is bepaald op basis van ongeveer 0,09 procent van de omzet. Aangezien in 1998 in verband met een te verwachten claim, die uiteindelijk niet is geëffectueerd, een extra bedrag is gedoteerd, is besloten geen dotatie ten laste van het resultaat 1999 te brengen.

VOORZIENING «MILLENNIUM PROBLEMATIEK»

De voorziening «millennium problematiek» is opgenomen ter egalisatie van kosten samenhangend met het millenniumprobleem. Onttrekkingen hebben zich niet voorgedaan. De voorziening is per 31 december 1999 vrijgevallen.

VOORZIENING «CONTRACTRISICO's»

De voorziening «contractrisico's» wordt opgenomen ter dekking van risico's die de DGW&T loopt in situaties waarbij de DGW&T contracten afsluit ten behoeve van derden. Voor dergelijke risico's heeft de DGW&T geen verzekering afgesloten. Dotaties aan de voorziening vonden in voorgaande jaren plaats op basis van een bepaald percentage van de omzet. Gelet op het feit dat tot nu toe niet sprake was van enige onttrekkingen, wordt de omvang van deze voorziening per 31 december 1999 toereikend geacht.

VOORZIENING «WACHTGELDUITKERINGEN»

De voorziening voor wachtgelduitkeringen dient ter dekking van de verplichtingen voortvloeiend uit wachtgeld aanspraken van voormalige medewerkers. (Buitengewone) lasten, zoals kosten wachtgeld, VUT en herplaatsers, die zijn ontstaan vanaf 1998 en voortvloeien uit maatregelen genomen na de totstandkoming van het agentschap, komen voor rekening van de DGW&T. Aan deze voorziening zijn in 1999 geen onttrekkingen gedaan, omdat de wachtgeldlasten zich niet in 1999 hebben gemanifesteerd. In de komende jaren kunnen deze wel tot uitdrukking komen.

VOORZIENING «ASSURANTIE EIGEN RISICO»

De voorziening «Assurantie eigen risico» wordt opgenomen ter dekking van risico's die de DGW&T loopt in situaties waarbij de DGW&T geen verzekering heeft afgesloten, zoals de opstallen. Dotaties aan de voorziening vinden binnen de DGW&T centraal plaats op basis van de geschatte premies.

Kort vreemd vermogen

CREDITEUREN

De post «crediteuren» wordt gewaardeerd tegen nominale waarde.

OVERLOPENDE PASSIVA

De post «overlopende passiva» omvat de volgende posten:

(in duizenden guldens)31 december 199931 december 1998
– met betrekking tot huidig boekjaar te betalen bedragen12 56013 981
– te betalen vakantiegelden4 0994 061
– te betalen gelden in het kader van interimuitkering ziektekosten1 2001 194
– te betalen bindingspremies2727
– diverse betalingen onderweg129
– vooruit ontvangen bedragen124450
– overlopende termijnen*12 75213 733
– verschillenrekening**– 394– 29
Totaal30 36933 446

* Het saldo van de rekeningen «termijnen ingenieursdiensten» en «gerealiseerde omzet termijnen ingenieursdiensten» is gelijk aan het bedrag dat door de DGW&T aan de krijgsmachtdelen als voorschot op de omzet uit ingenieursdiensten is gefactureerd en waarover nog geen opleveringsverklaring cq. eindafrekening van de zijde van de krijgsmachtdelen is ontvangen.

** Het bedrag bestaat voornamelijk uit vorderingen uit hoofde van ten onrechte doorbelaste kosten.

SALDIBALANS PER 31 DECEMBER 1999

De saldibalans van het ministerie van Defensie per 31 december 1999 is als volgt (bedragen in f):

DEBET31-12-199931-12-1998
1.Uitgaven ten laste van de begroting  
1a.Begrotingsjaar 199813 988 579 211,2613 988 579 211,26
1b.Begrotingsjaar 199914 995 141 013,44
3.Liquide middelen110 696 329,05127 446 397,86
4.Rekening-courant RHB0,000,00
5.Uitgaven buiten begrotingsverband132 174 752,77103 601 644,93
7.Openstaande rechten0,000,00
8.Extra-comptabele vorderingen240 628 878,55246 601 420,21
9a.Tegenrekening extra-comptabele schulden68 586 141,000,00
10.Voorschotten4 423 039 652,834 608 378 744,38
11a.Tegenrekening openstaande verplichtingen6 024 860 054,447 185 720 191,64
12.Deelnemingen13 333 333,3313 33 333,33
Totaal debet39 997 039 366,6726 273 660 943,61
    
CREDIT  
    
2.Ontvangsten ten gunste van de begroting  
2a.Begrotingsjaar 1998458 922 893,05458 922 893,05
2b.Begrotingsjaar 1999509 795 031,95
4a.Rekening-courant RHB28 015 247 788,3713 528 128 596,52
6.Ontvangsten buiten begrotingsverband242 625 593,15232 575 764,48
7a.Tegenrekening openstaande rechten0,000,00
8a.Tegenrekening extra-comptabele vorderingen240 628 878,55246 601 420,21
9.Extra-comptabele schulden68 586 141,000,00
10a.Tegenrekening voorschotten4 423 039 652,834 608 378 744,38
11.Openstaande verplichtingen6 024 860 054,447 185 720 191,64
12a.Tegenrekening deelnemingen13 333 333,3313 333 333,33
Totaal credit39 997 039 366,6726 273 660 943,61

Toelichting behorende bij de saldibalans van het ministerie van Defensie per 31 december 1999

ad 3. Liquide middelen

Het saldo op de saldibalans bedraagt f 110 696 329,05 en bestaat uit de volgende saldi:

Kasbeheerdersf 86 386 443,61
Concernrekeningenf –600 974,97
Valutarekeningenf 24 910 860,41
Totaalf 110 696 329,05

De verdeling is als volgt:

Kasf 33 333 897,76
Bankf 76 872 922,25
Postbankf 489 509,04
Totaalf 110 696 329,05

ad 5. Uitgaven buiten begrotingsverband (Derdenrekeningen vordering)

Het saldo op de saldibalans bedraagt f 132 174 752,77

Als criterium voor de toelichting naar grootte van vorderingen geldt een grensbedrag van > f 5,0 miljoen.

Hieronder volgt, voor zover van toepassing, per beleidsterrein een specificatie.

Beleidsterrein Koninklijke landmacht

Een bedrag van f 12,8 miljoen betreft een vordering op BSB Schinnen/254th die betrekking heeft op verrekening van salarissen. De ontvangst van dit bedrag wordt in het eerste kwartaal van 2000 verwacht.

Een bedrag van f 48,1 miljoen betreft twee vorderingen op POMSS (inzake verrekening salarissen f 42,4 miljoen en inzake verrekening exploitatie f 5,7 miljoen). Vanwege verlate functie opvolging bij de Amerikanen is achterstand ontstaan in instemming en afdoening van afrekeningen van mei t/m december 1999. De ontvangst van het volledige bedrag wordt in het tweede kwartaal van 2000 verwacht.

Uitgaven buiten begrotingsverband gedaan in 1998 of eerder welke in 1999 nog niet werden terugontvangen

Bij het Beleidsterrein Algemeen betreft dit een negental vorderingen voor een totaalbedrag van bijna f 0,8 miljoen. Redenen waarom deze vorderingen nog niet ontvangen zijn:

– trage afhandeling bij diverse instanties;

– het wachten op een aantal externe accountantsverklaringen.

Eén van de vorderingen met een waarde van ca. f 0,045 miljoen zal buiten invordering worden gesteld omdat diverse inspanningen om het bedrag te innen op niets uitliepen. Het genoemde bedrag is het restant van een grotere vordering van ruim f 0,7 miljoen uit 1994.

Bij de Koninklijke marine betreft het de volgende posten:

– Een bedrag van f 0,1 miljoen te ontvangen van DAF Trucks BV inzake een hydraulische laadkraan. Het bedrijf is failliet, doch de KM staat op de lijst van concurrente crediteuren. De vordering is in behandeling bij DJZ, wanneer afdoening plaatsvindt is niet bekend.

– Een bedrag van f 0,3 miljoen te ontvangen van de Marine Onderofficieren Club te Den Helder vanwege renovatiewerkzaamheden. Jaarlijks wordt f 0,08 miljoen afgelost, voor het laatst in 2003.

– Een bedrag van f 0,4 miljoen te ontvangen van de Nederlandse Antillen (bureau militaire zaken) inzake een bijdrage voor bouwkundig onderhoud in 1996. De ontvangst wordt in 2000 verwacht.

– Een bedrag van f 0,3 miljoen te ontvangen van de Nederlandse Antillen (bureau militaire zaken) inzake een bijdrage voor bouwkundig onderhoud in 1997. De ontvangst wordt in 2000 verwacht.

– Voorts staan van 1991 tot en met 1998 nog drieënvijftig (53) relatief kleine vorderingen uit met een totaalwaarde van f 0,1 miljoen.

Bij de Koninklijke landmacht betreft het de volgende posten:

– Een bedrag van f 2,9 miljoen te ontvangen van SHAPE betreffende het Navo-projekt Mobile War Headquarters. Door kosten-overrun van het project dienen bij Navo extra fondsen beschikbaar te worden gesteld. Op dit moment is het onduidelijk of de vordering nog ontvangen wordt.

– Een bedrag van f 0,13 miljoen te ontvangen van BSB Schinnen/254th betreffende salariskosten. Er is een discussie gaande over het functioneren van een aantal werknemers. In 2000 wordt een oplossing verwacht.

– Een bedrag van f 2,3 miljoen te ontvangen van de Belastingdienst betreffende teveel aangegeven en betaalde B.T.W. buiten de EU. Afdoening wordt in 2000 verwacht.

– Een viertal vorderingen voor een totaalbedrag van f 1,37 miljoen. Redenen waarom deze vorderingen nog niet ontvangen zijn:

– discussie met Belastingdienst over twee vorderingen met een totaal waarde van f 0,55 miljoen;

– vaststelling jaarcijfers inzake het International Long Range Reconnaissance Patrol School (ILRRPS) programma door de diverse participerende landen;

– discussie omtrent geheime uitgaven met het ministerie van Algemene Zaken.

Bij de Koninklijke luchtmacht betreft het de volgende posten:

– Een bedrag van f 0,9 miljoen te ontvangen van Airport Eindhoven inzake extra kosten voor aanleg van een startbaan. Ontvangst wordt in 2000 verwacht.

– Een bedrag van f 0,04 miljoen te ontvangen van fa. Van Rouwendaal inzake veroorzaakte kabelschade in 1997. Ontvangst wordt in 2000 verwacht.

Ad 6. Ontvangsten buiten begrotingsverband (Derdenrekeningen schuld)

Het saldo op de saldibalans bedraagt f 242 625 593,15

Dit bedrag bestaat voornamelijk uit af te dragen loonheffing en sociale lasten.

Daarnaast is in bovenstaand saldo tevens een bedrag opgenomen van f 3 307 169,38, zijnde het per 31-12-99 beschikbare saldo voor de invulling van pseudo-waivers. Het mutatie-overzicht van deze pseudo-waivers over 1999 is als volgt:

Saldo pseudo-waivers per 1-1-1999: f 5 347 624,38
Betalingen 1999 t.b.v. projecten:   
Aerodynamic and Acoustic Testing of Model Rotors (AATMR)f 1 379 082,61  
Tip Vortex Cavitation KLf 562 235,36 
Dynamisch gedrag van composiet scheepsconstructies (DYCOSS) f 99 137,03 
Totaal betalingen in 1999 f 2 040 455,00
Saldo pseudo-waivers per 31-12-1999 f 3 307 169,38

ad 7. Openstaande rechten

Het saldo op de saldibalans bedraagt f 0,00

Voor zover aanwezig zijn deze posten opgenomen onder het bedrag van extra-comptabele vorderingen. Er wordt hiervoor geen aparte administratie gevoerd.

ad 8. Extra comptabele vorderingen

Het saldo op de saldibalans bedraagt f 240 628 878,55

Opgave van vorderingen per 31 december 1999:

Aard van de vorderingBedrag
Vorderingen op de Verenigde Natiesf 111 204 906,99
Vorderingen NSK Marinef 7 568 785,79
Vorderingen NSK Landmachtf 9 425 188,36
Vorderingen NSK Luchtmachtf 4 695 381,59
Vorderingen NSK KMarf 638 232,12
Pensioenenf 3 060 155,77
Schadeverhaalf 4 434 496,26
Aanrijdingen/aanvaringenf 1 008 400,27
KM diversenf 47 639 802,01
Materiële aanschaffingen KLf 37 479 109,99
Materiële aanschaffingen KLuf 17 554 192,52
Salarissen SHAPE/54th ASG & MTMC Europef 2 871 842,21
Infrastructuur KLf 2 896 371,20
Overige gemeenschappelijke zakenf 4 169 155,33
DICO CMH/MRCf 13 591 790,08
Diversenf 1 221 345,59
Sub-totaalf 269 459 156,08
Af: openstaand op rekeningen buiten begrotingsverband, zg. derdenrekeningenf 28 830 277,53
Balanssaldo extra-comptabele vorderingenf 240 628 878,55

Opmerking:

Bij het beleidsterrein Algemeen zijn in 1999 twee vorderingen met een totaalwaarde van f 6 000,00 voorlopig buiten invordering gesteld omdat ze vermoedelijk oninbaar zijn. Voornamelijk op grond van het ontbreken van verhaalsmogelijkheden en mede op advies van de Directie Juridische Zaken (DJZ) zijn twaalf vorderingen met een totaalwaarde van f 109 933,80 definitief buiten invordering gesteld. Twee vorderingen omvatten bijna 68% van dit bedrag.

Daarnaast zijn vijf vorderingen met een totaalwaarde van f 44 882,51 kwijtgescholden. Eén vordering hiervan omvat een waarde van bijna 66%.

Bij het beleidsterrein Koninklijke marine werden in 1999 vier vorderingen voorlopig buiten invordering gesteld voor een totaalbedrag van f 214,10. Negentig vorderingen zijn definitief buiten invordering gesteld voor een totaalbedrag van f 241 660,63. Dit bedrag heeft grotendeels betrekking op één debiteur die failliet is verklaard.

Bij het beleidsterrein Koninklijke landmacht werden in 1999 éénduizend vierhonderd twintig (1420) vorderingen definitief buiten invordering gesteld voor een totaal bedrag van f 2 113 879,63. Het merendeel (1384) had betrekking op het corrigeren van vervuiling als gevolg van de implementatie NSK met een totaal waarde van f 807 309,07. Drie andere grote posten met een totaal waarde van f 1 287 592,93 hadden betrekking op gemaakte afspraken bij een faillissement en het ontbreken van een verhaalsmogelijkheid. De resterende drieëndertig vorderingen met een totaalwaarde van f 18 977,63 betreffen relatief kleine bedragen die om uiteenlopende redenen niet meer ontvangen kunnen worden.

Daarnaast hebben er vijftien administratieve aanpassingen plaatsgevonden met een waarde van f 516 333,65 wegens onterechte instelling van vorderingen.

Bij het beleidsterrein Multi-service Projecten en activiteiten (MUSP) werden in 1999 vijftien vorderingen inzake vredesoperatiën definitief buiten invordering gesteld voor een totaal waarde van f 7 512 437,00. Het grootste aandeel in dit bedrag komt voor rekening van drie vorderingen op een internationale instelling.

Als criterium voor de toelichting naar grootte van vorderingen geldt een grensbedrag van > f 5,0 miljoen. Hieronder volgt voor zover van toepassing per beleidsterrein een specificatie.

Beleidsterrein Koninklijke landmacht

Een vordering op SHAPE van f 5,1 miljoen het inzake project Mobile War Head Quarters. De ontvangst wordt verwacht in het derde kwartaal van 2000.

Beleidsterrein Multi-service Projecten en activiteiten (MUSP)

Een vordering van f 11,5 miljoen op de VN. Het tijdstip waarop ontvangst zal plaatsvinden is onbekend en afhankelijk van de liquiditeit van de VN. Insteldatum van de vordering is 10-07-1995 (maakt ook deel uit van de vorderingen ≥ f 0,1 miljoen welke werden ingesteld vóór 1998). Daarnaast een ingestelde vordering op 29-01-1998 eveneens op de VN van f 87,0 miljoen wegens de afrekening van UNPROFOR. Ook van deze vordering is niet bekend wanneer ontvangst zal plaatsvinden.

Een vordering op de Raad van ministers van Curaçao van f 8,5 miljoen voor het aandeel in de exploitatiekosten van de Kustwacht over 1998, is ingesteld in oktober 1998. Ontvangst wordt verwacht in 2000.

Een vordering op de Directeur van Financiën van Aruba van f 10,8 miljoen voor het aandeel in de exploitatie- en investeringsuitgaven over 1999 van de Kustwacht voor de Nederlandse Antillen en Aruba, is ingesteld in oktober 1999. Ontvangst wordt verwacht in 2000.

Verdeling vorderingen naar ouderdom

De verdeling van de extra-comptabele vorderingen naar ouderdom is hieronder in een grafiek weergegeven. kst-27127-23-1.gif

Vorderingen groter dan f 0,1 miljoen die zijn ingesteld vóór 1998.

Beleidsterrein Algemeen

Het gaat hier om acht vorderingen waarvan de grootste een vordering van f 1,6 miljoen op het failliet verklaarde bedrijf Compleet BV betreft. De Landsadvocaat bestudeert in 2000 de laatste mogelijkheid op verhaal bij de bestuurders.

Een andere grote vordering is die op Simon Engineering van f 1,3 miljoen (£ 0,4 miljoen). Er is een procedure tegen Lloyds Bank opgestart omtrent betaling van de bankgarantie.

Bij de overige zes vorderingen, een totaalbedrag van f 1,4 miljoen omvattend, is ontvangst afhankelijk van diverse factoren, zoals de afloop van procedures bij de landsadvocaat en een Londens advocatenkantoor, trage afhandeling bij de betalende instantie, het geven van een medische onderbouwing, de behandeling bij een deurwaarder danwel het in kleinere gedeeltes terugbetalen van de hoofdsom.

Beleidsterrein Koninklijke marine

Een vordering van f 0,1 miljoen op de Amerikaanse Marine. Het betreft de levering van scheepsbrandstof F-76. De vordering is ingesteld in 1992. De Amerikaanse ambassade zoekt dit uit en indien de vordering wordt erkend wordt deze in 2000 voldaan.

Een vordering van f 0,6 miljoen op Duitsland ingesteld in november 1984. Het betreft een restant van een vordering van f 2,1 miljoen. Duitsland ging niet accoord met het restantbedrag. De Marinestaf claimt nu bij de Navo. Daadwerkelijke ontvangst is onzeker.

Een vordering van f 0,2 miljoen op de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). Betreft de opleiding aan het KIM van VAE-officieren. De vordering is ingesteld in augustus 1996. Indien de vordering wordt erkend wordt deze in 2000 voldaan.

Een vordering van f 0,2 miljoen op de Amerikaanse Marine. Betreft de levering van scheepsbrandstof F-76. De vordering is ingesteld in mei 1997. De Amerikaanse ambassade zoekt dit uit. Wanneer daadwerkelijke ontvangst plaatsvindt is niet bekend.

Een vordering van f 0,4 miljoen op de Nederlandse Antillen (bureau militaire zaken). Betreft een bijdrage in het bouwkundig onderhoud over 1996. De vordering is ingesteld in juni 1997. Wanneer daadwerkelijke ontvangst plaatsvindt is niet bekend.

Een vordering van f 0,1 miljoen op de Amerikaanse Marine. Betreft de levering van brandstof F-35. De vordering is ingesteld in juli 1997. De Amerikaanse ambassade zoekt dit uit. Wanneer daadwerkelijke ontvangst plaatsvindt is niet bekend.

Beleidsterrein Koninklijke landmacht

Een vordering op een natuurlijk persoon van f 0,15 miljoen is ingesteld in februari 1997 en in behandeling bij DJZ. Ontvangst wordt in 2001 verwacht.

Een vordering op Aarding Beheer van f 0,3 miljoen ingesteld in oktober 1996, is intern Koninklijke landmacht in behandeling inzake de afwikkeling van overeenkomsten. Ontvangst is onzeker.

Een vordering op PRO-Rege van f 0,24 miljoen ingesteld in april 1991, wordt in jaarlijkse termijnen van f 300 000,00 afgelost en loopt in 2006 ten einde.

Een al langer lopende vordering op de Duitse overheid is in 1999 definitief vastgesteld op een waarde van f 1,1 miljoen. De Duitsers zouden diverse andere projecten met dit tegoed verrekend hebben. Een onderzoek hieromtrent is gaande. De ontvangst is onzeker.

Beleidsterrein Koninklijke luchtmacht

Een vordering op de Amerikaanse Marine van f 0,3 miljoen, ingesteld in 1995. De vordering is aan DJZ overgedragen.

Een vordering op Lloyds Bank van f 0,2 miljoen, ingesteld in 1997. In overleg met DJZ wordt bezien of de vordering in 2000 daadwerkelijk ontvangen kan worden.

Een aantal vorderingen op de Inspecteur der Invoerrechten met een totaal waarde van f 2,6 miljoen uit 1996 en 1997. Niet bekend is of en wanneer de bedragen ontvangen zullen worden.

Beleidsterrein Multi-service projecten en activiteiten

Het betreft hier tien vorderingen ter waarde van f 21,5 miljoen op de VN voornamelijk ingesteld in 1995 (98% van het bedrag, restant ingesteld in 1994), waarvan een aantal door de VN zijn gekenmerkt als «certified». De ontvangstdatum van de gelden blijft echter onduidelijk en is mede afhankelijk van de liquiditeit van de VN. De eerder vermelde vordering van f 11,5 miljoen bij de post «extra-comptabele vorderingen» maakt deel uit van het hier opgenomen bedrag.

Een vordering van f 2,8 miljoen op de Raad van Ministers van Curaçao. Betreft het aandeel in de exploitatiekosten van de Kustwacht Nederlandse Antillen. De vordering is ingesteld in oktober 1997. Wanneer daadwerkelijke ontvangst plaatsvindt is niet bekend.

Beleidsterrein Dico

Een vordering ingesteld in 1996 op SHAPE/54th ASG van f 0,2 miljoen wegens verrekening van reiskosten burgerpersoneel. Aan DJZ is advies gevraagd omtrent de incasso. Bewijsstukken zijn in augustus 1999 aan de debiteur verstrekt en deze voert controle uit.

Een vordering van f 0,1 miljoen op een medewerker van Defensie wegens pensioen bijdrage verhaal in verband met buitengewoon verlof. In januari 2000 is een terugvorderingbeschikking ingesteld.

ad 9. Extra-comptabele schulden

Het saldo op de saldibalans bedraagt f 68 586 141,00

Eind 1999 is door de Koninklijke marine geconstateerd dat over de jaren 1995 tot en met 1999 teveel BTW van de fiscus is teruggevorderd, met name als gevolg van wijzigingen in het Voorraad Administratie Systeem (VAS), die het B.T.W.-programma hebben beïnvloed.

Daarnaast is vastgesteld dat over de jaren 1992 tot en met 1999 te weinig (met name afstotingen aan de Domeinen) B.T.W. van de fiscus is teruggeclaimd. Begin januari 2000 is deze problematiek bezien door een samenwerkingsverband tussen de Koninklijke marine, de fiscus en de Defensie Accountantsdienst (DEFAC). Hier is bepaald dat per saldo een bedrag van f 68,6 miljoen teveel is teruggeclaimd. Thans wordt door de Koninklijke marine nog overleg gevoerd met de fiscus over het daadwerkelijk terug te betalen bedrag.

ad 10. Voorschotten

Het saldo op de saldibalans bedraagt f 4 423 039.652,83. De voorschotten zijn gewaardeerd tegen de in het jaar van verstrekking geldende plankoers. Voorschotten waarbij voor de verstrekking termijndollars zijn aangewend, zijn gewaardeerd tegen de betreffende termijnkoers.

Voorschotten naar ouderdom:

De verdeling van de voorschotten naar ouderdom is vermeld in onderstaande tabel. (bedragen x f 1,0 miljoen)

Jaar van ontstaanAlgemeenP&WKMKLKluMUSPOverigeTotaal
≤19956,80,0108,2101,1390,50,90,0607,5
19961,40,039,94,283,16,00,0134,6
19972,60,2111,036,2138,147,40,1335,6
19984,20,0164,438,7497,1183,80,5888,7
1999119,0958,1318,0194,2599,7254,812,82 456,6
Totaal134,0958,3741,5374,41 708,5492,913,44 423,0

De post overige bestaat uit de beleidsterreinen Dico (f 11,4 miljoen), Koninklijke marechaussee (f 2,0 miljoen).

Ten opzichte van de stand t/m 31-12-1998 is een bedrag verrekend van f 2 642,0 miljoen. In 1999 zijn voorschotten verstrekt voor totaal f 2 603,9 miljoen waarvan in 1999 reeds werd verrekend f 147,2 miljoen. De totale mutatie in de voorschottenstand ten opzichte van 1998 komt daardoor uit op – f 185,4 miljoen.

Als criterium voor de toelichting naar grootte van voorschotten geldt een grensbedrag van > f 50,0 miljoen.

Hieronder volgt voor zover van toepassing per beleidsterrein een specificatie.

USZO-voorschotten

De declaraties van de USZO met betrekking tot de post-actieven zijn als voorschot betaald en in de financiële verantwoording 1999 verwerkt als extra-comptabele voorschotten voor de volgende bedragen:

Beleidsterrein Alg.f 9,9 miljoen
Beleidsterrein P&Uf 957,6 miljoen
Beleidsterrein KMf 32,0 miljoen
Beleidsterrein KLf 94,8 miljoen
Beleidsterrein KLuf 26,5 miljoen
Beleidsterrein Kmarf 1,1 miljoen
Beleidsterrein Dicof 10,3 miljoen

Algemeen

De declaraties met betrekking tot de ziektekostenverzekering die betaald zijn aan de Dienst Ziektekostenvoorziening Defensie (ZVD) en de Stichting Ziektekosten Verzekering Krijgsmacht (SZVK) zijn in de saldibalans verwerkt als extra-comptabele voorschotten voor een totaal bedrag van resp. f 59,9 miljoen en f 15,0 miljoen. De definitieve vaststelling van het te verrekenen bedrag zal plaatsvinden in 2000.

Beleidsterrein Koninklijke marine

De volgende voorschotten > f 50,0 miljoen staan open bij de KM:

– f 58,6 miljoen inzake het Nederlands aandeel Combat Direction System LCF;

– f 72,0 miljoen inzake het Nederlands aandeel APAR radarsystemen LCF;

– f 51,5 miljoen inzake Smart-L 3D radarsystemen.

Beleidsterrein Koninklijke landmacht

Een voorschot van f 76,5 miljoen staat open ten behoeve van RPV systemen. Leverancier is Sagem in Frankrijk. Levering en verrekening vinden plaats tot en met 2001.

Beleidsterrein Koninklijke luchtmacht

Een voorschot van f 377,6 miljoen staat open ten behoeve van de MLU Productiefase (case NE-D-NMP). Dit bestaat voor het grootste gedeelte uit progress payments, die door de USAF aan leveranciers zijn verstrekt plus administratieve kosten. Verrekeningen vinden met grote regelmaat plaats.

Een voorschot van f 157,8 miljoen staat open ten behoeve van follow-on support F-16. Progress payments worden hiervan door de USAF aan leveranciers verstrekt. Verrekening vindt regelmatig plaats.

Een voorschot van f 67,5 miljoen staat open ten behoeve van de aanschaf F-16. Verrekening is begin 2000 afgerond.

Een voorschot van f 56,4 miljoen staat open ten behoeve van de vliegopleidingen. Verrekening zal in de komende jaren plaatsvinden.

Beleidsterrein Multi-service projecten en activiteiten

Een bedrag van f 445,4 miljoen, verstrekt aan MD Douglas via FMS-procedure ten behoeve van de aanschaf van Apache helikopters. Levering vindt plaats tot en met 2002 volgens het oorspronkelijk leverschema.

ad 11. Openstaande verplichtingen

Het saldo op de saldibalans bedraagt f 6 024 860.054,44. De met termijncontracten afgedekte verplichtingen zijn opgenomen tegen de betreffende termijnkoers.

De niet op termijn afgedekte US$-verplichtingen zijn gewaardeerd tegen de door het ministerie van Financiën voor 1999 voorgeschreven koers van f 1,95.

Bij de nieuw aangegane verplichtingen is uitgegaan van de methode van het opnemen in de rekening van zowel de positieve als negatieve bijstellingen op oude verplichtingen. Daar waar nieuw aangegaan negatief zou uitlopen is deze stand op nihil gesteld waardoor voor die artikelen wel een negatieve bijstelling is opgenomen.

Verplichtingen 1/1/1999f 7 185 720 191,64
Aangegane verplichtingen in verslagjaarf 14 674 572 441,87
Sub-totaalf 21 860 292 633,51
Tot betaling gekomen in verslagjaarf 15 833 710 732,67
Negatieve bijstellingen van aangegane verplichtingen uit eerdere begrotingsjarenf 1 721 846,40
Sub-totaalf 15 835 432 579,07
Openstaande verplichtingen per 31/12/1999f 6 024 860 054,44

Als bijlage is gevoegd een blad met de opbouw van de garantieverplichtingen.

Als criterium voor de toelichting naar grootte van openstaande verplichtingen geldt een grensbedrag van > f 100,0 miljoen. Hieronder volgt voor zover van toepassing per beleidsterrein een specificatie.

Beleidsterrein Koninklijke marine

Het gaat hier om één verplichting, te weten:

een verplichting van f 1 189,8 miljoen inzake het Bouwmeestercontract Luchtverdediging- en Commandofregatten (L.C.F.). Hierop resteert nog te betalen f 660,6 miljoen. De overeenkomst is gesloten met Schelde Scheepsnieuwbouw BV te Vlissingen. Dit project eindigt in 2005. Te leveren zijn vier schepen LCF op 1 maart 2002, 1 maart 2003, 1 maart 2004 en 1 maart 2005.

Beleidsterrein Koninklijke luchtmacht

Het gaat hier om twee verplichtingen, te weten:

– een verplichting van f 111,7 miljoen met betrekking tot de Mid-Life update productie F-16 (case NE-D-NMP), waarvan de leveringen plaatsvinden tot 2004;

– een verplichting van f 102,4 miljoen m.b.t. follow-on support F-16 (case NE-D-QBH). Dit betreft spare-parts, boekwerken etc. Afleveringen vinden periodiek plaats.

Beleidsterrein Multi-service projecten en activiteiten

Eén openstaande verplichting groter dan f 100,0 miljoen, te weten:

aanschaf van Apache gevechtshelikopters inclusief bijkomende kosten (leverancier MD Douglas via FMS-procedure) voor een bedrag van f 766,4 miljoen (leveringen tot en met 2002).

ad 12. Deelnemingen

Het saldo op de saldibalans bedraagt f 13 333 333,33.

Naam van de onderneming : Eurometaal N.V.

Wijze van deelneming : Aandelen.

Het ministerie van Defensie is in het bezit van 33 1/3 % van de aandelen. De waarde bedraagt, uitgedrukt in de oorspronkelijke aankoopprijs, 33 1/3 % van f 40,0 miljoen = f 13,3 miljoen.

Specificatie Garantieverklaringen per 31 december 1999 (RDB 5.8)

Begr. ArtikelBasis voor het aangaan van garantieverplichtingenAard van de verbintenisGegarandeerd bedragVerleende garantiesLooptijdOpenstaande garantie verplichtingen per 31-12-1998Mutatie garantie verplichtingenOpenstaande garantie verplichtingen per 31-12-1999
U 124Begrotingswet dd. 28 december 1960 Staatsbladnummer 566Leningen ter stimulering van de woningbouw met een looptijd van ten hoogste 40 jaarNiet nader geregeldGarantie aan de «Vereniging Pensioen Risico» te Amsterdam voor de betaling van rente en aflossing door de woningstichting «Ons Belang» te Amersfoort in verband met een geldlening van f 1 100 000 ingevolge een overeenkomst van 31 augustus 1961t/m 2001f 170 255,12–f 54 245,71f 116 009,41
U 124Derde wijzigings-overeenkomst op de Raamovereenkomst betreffende Eurometaal N.V. d.d. 19 maart 1990Borgstelling in verband met aan te gane geldleningen, 1/3 deel van maximaal f 6 000 000. Onder aantekening dat in geval het maximumbedrag van f 6 000 000 niet voldoende mocht blijken, betrokken partijen over een eventuele verhoging van dit bedrag nader met elkaar in overleg zullen tredenf 2 000 000Borgstelling ten behoeve van Eurometaal N.V. voor de door genoemde vennootschap op te nemen geldleningen ter verdere financiering van de vennootschapDoorlopendf 2 000 000,00f 0,00f 2 000 000,00
U 124Overeenkomst met de Vereniging Verbond van VerzekeraarsRegeling van de verhouding tussen Defensie en de Vereniging met als doel om de belemmeringen die Defensie-ambtenaren in het maatschappelijk verkeer ondervinden als gevolg van uitsluitingsclausules bij levensverzekeringen, gekoppeld aan de financiering van een woning, weg te nemenNiet nader geregeld onbepaaldP.M.P.M.P.M.
        f 2 116 009,41

BIJLAGE 1 DE WIJZE EN DE MATE VAN INZET BIJ DE CRISISBEHEERSINGS-, VREDES- EN HUMANITAIRE (CVH) OPERATIES

In het onderstaande wordt een nadere uiteenzetting gegeven van de wijze en mate van inzet bij de verschillende operaties. Per operatie worden de aan de operatie ten grondslag liggende internationale afspraken over taken aangegeven, waarna nader inzicht wordt gegeven in de voor die taken ingezette personele en logistieke middelen.

Stabilisation Force (SFOR)

Naar aanleiding van VNVR-resolutie 1031 d.d. 19 december 1996 heeft de NAR ingestemd met de SFOR-missie van 26 december 1996 t/m 20 juni 1998. Daarna heeft de NAR ook zijn goedkeuring uitgesproken naar aanleiding van VNVR-resolutie 1174 d.d. 15 juni 1998 met de verlenging van de SFOR-missie vanaf 20 juni 1998 (OP JOINT FORGE). Het mandaat is op 18 juni 1999 weer met 12 maanden verlengd. Belangrijk is dat niet meer wordt gesproken over een «end date» maar over een «end state». Zesmaandelijks zal SACEUR de NAR informeren over de missie en aanbevelingen doen over mogelijke troepenreducties («Sixth months' Review/Transition Strategy»).

De missie van SFOR:

Het bijdragen aan de implementatie van de Dayton-akkoorden door het realiseren van een zodanig veilige omgeving dat de verdere wederopbouw van Bosnië-Herzegowina kan worden voortgezet zonder de aanwezigheid van door Navo geleide troepen. Dit moment zal zijn bereikt als de partijen in Bosnië-Herzegowina de militaire afspraken van de Dayton-akkoorden naleven; afzien van het gebruik van geweld en illegale militaire acties en als de voorwaarden zijn geschapen voor de wederopbouw van het land, zoals een functionerend bestuursapparaat.

Ingezette middelen

In de periode van 1 oktober 1999 tot 1 februari 2000 heeft Nederland aan deze operatie deelgenomen met de volgende middelen:

EenheidPersonele inzetInzet Groot Materieel
Gemechaniseerd bataljon (inclusief logistiek, genie)8988 Leopard A5-tanks, 50 YPR-rupsvoertuigen, 10 Patria-pantserwielvoertuigen en 298 overige voertuigen
   
Contingentscommando (inclusief KMar)5432 voertuigen
   
Verbindingseenheid98 voertuigen
   
Joint Commissioned Observers8  
   
Geneeskundig detachement Sipovo17  
   
Personeel National Support Element (NSE) en SFOR-hoofdkwartieren78  
   
KCT detachement10in Nederland op 7 dagen Notice To Move (NTM).
   
Tactische reserve t.b.v. mechbat: mortierpeloton30 
   
Strategische reserve:  
– mariniersbataljon808YPR-rupsvoertuigen, BV-rupsvoertuigen, 81 mm mortieren
   
– Field Dressing Station99  
   
Fregat (STANAVFORMED)*168Fregat

* Standing Naval Force Mediteranean (STANAVFORMED) bestaat uit 6 à 7 fregatten afkomstig uit diverse Navo-landen, waaronder Nederland. Indien noodzakelijk kan (een deel van) de STANAVFORMED in de Adriatische Zee worden ingezet. Op permanente basis is één van de fregatten van STANAVFORMED in de Adriatische Zee.

Door de verschillende eenheden uitgevoerde activiteiten:

EenheidActiviteiten
Gemechaniseerd bataljon (inclusief logistiek, genie)patrouilles conform operatie-order mechbat – in gebieden met militaire «sites» – in gebieden zonder zulke «sites» – in gebieden met «spanningshaarden» totaal: 1049 patrouilles
  
 55 inspecties (weaponsites en kantonnementen)
  
 onschadelijk gemaakte munitie en explosieven: o.a. 3392 artilleriegranaten, 7757 mijnen, 3129 handgranaten (vanaf 1 jan '99)
  
 74 «Pronk-projecten» afgerond (vanaf 1 jan '99)
 39 «Pronk-projecten» lopend
  
 paraat gestaan voor «crowd and riot control» ter ondersteuning mechbat
  
Contingentscommandodagelijkse informatievoorziening ten behoeve van het ministerie van Defensie
  
Verbindingseenheidinterceptie en plaatsbepaling berichtenverkeer op continubasis
  
Joint Commissioned Observersinformatievoorziening ten behoeve van C-SFOR
  
Geneeskundig detachement Sipovogeneeskundige ondersteuning
  
Personeel NSE en SFOR- hoofdkwartierenondersteuning hoofdkwartieren
  
Alle eenhedenonderbrengen, verzorgen, informeren en transporteren van 720 bezoekers (vanaf 1 jan '99)
  
KCT detachementuitvoeren speciale operaties t.b.v. C-CJSOTF
  
Tactische reserve t.b.v. mechbat: 
mortierpelotonaanvullende vuursteun op 7 dagen NTM in Nederland
  
Strategische reserve:  
mariniersbataljon 
– Field Dressing Stationaanvullende capaciteit t.b.v. COM-SFOR
  
Fregatuitoefenen sea control op 10 dagen Notice to move

Nederlandse bijdrage ten behoeve van de operatie «ALLIED FORCE» (24 maart tot medio juni)

De Phased Air Operation «Allied Force» werd lange tijd als stok achter de deur gehouden om de Serven, en later ook het UCK, aan de onderhandelingstafel te krijgen voor het vinden van een oplossing voor het conflict rond Kosovo. De fasering had tot doel ruimte te geven voor reflectie, nadere politieke afweging en besluitvorming en varieerde van het houden van oefeningen tot het aanvallen van doelen in zowel Kosovo als Servië. Lange tijd was fase 1 van kracht. Nadat de Kosovo Verificatie Missie van de OVSE (OKVM) zich had teruggetrokken en er geen uitzicht was op een verbetering van de situatie, werd goedkeuring voor uitvoering van fase 2 (bombarderen doelen in Servië en Kosovo) door de militaire Navo autoriteiten operationeel gerechtvaardigd geacht, en noodzakelijk voor het aanpakken van de Joegoslavische activiteiten in Kosovo.

De Nederlandse deelname aan Allied Force werd uitgevoerd door de Deployable Air Task Force (DATF) op de vliegbasis Amendola te Italië.

Samenstelling DATF: 14 x F-16 MLU, 3 x F-16 OCU en 3 x RF-16 A. Personele sterkte DATF 335 personen. Personele sterkte CAOC Vicenza 22 personen.

De ondersteuning werd verleend door 2 KDC-10 tankervliegtuigen, 2 C-130 en 3 F-60 vliegtuigen die opereerden vanaf de vliegbasis Eindhoven. Vanaf medio juni is de samenstelling van het DATF teruggebracht naar 135 personen, 5 F-16 MLU en 3 RF-16A en bij het CAOC naar 12 personen.

Maritieme component Allied Force

De Navo achtte het noodzakelijk operatie «Allied Force» te voorzien van een maritieme component in verband met mogelijke dreigingen van de FRJ vloot. Tot dusver opereerden in de Adriatische Zee, het permanente Navo-vlootverband Middellandse Zee (STANAVFORMED) en 6th Fleet.

Het operatiegebied van de maritieme component van Allied Force bestond uit de Adriatische Zee met bijbehorend luchtruim ten noorden van 40° noorderbreedte. De belangrijkste taken van deze maritieme component waren het uitoefenen van «sea control», het observeren van de FRJ-marine en de in het gebied aanwezige Russische marineschepen en de bescherming van de eigen vlooteenheden. Vanaf 23 maart tot 24 juni werd deelgenomen door 1 NL P3C, welke onder US-OPCON was tijdens Noble Anvil, voor kustverkenning (speciale apparatuur) aan Allied Force voor ondersteuning van de maritieme eenheden nabij de kust van Montenegro.

Tevens waren vanaf medio mei een onderzeeboot van de Walrusklasse en het STANAVFORLANT fregat ingezet.

Nederland heeft aan de operatie deelgenomen met de volgende middelen:

EenheidPersonele inzetInzet Groot Materieel
Detachement jachtvlt Amendola (incl CAOC)360 personen Tevens OP JOINT FORGE20 F-16's Tevens OP JOINT FORGE
   
Luchttransportcapaciteit /AAR20 personen Tevens OP JOINT FORGE2 KDC-10, 2 C-130 en 3 F-60 Tevens OP JOINT FORGE
Bijdrage aan STANAVFORMED   
Periode 240399 – 240699165 personen1 fregat
Bijdrage aan Noble Anvil/Allied Force18 personen1 P3C
Bijdrage aan Allied Force Periode 100599 – 24069960 personen1 onderzeeboot Walrusklasse
   
Bijdrage aan Allied Force/STANAVFORLANT Periode 060699 – 240699190 personen1 fregat + lynx

Door de verschillende eenheden uitgevoerde activiteiten:

EenheidActiviteiten
Detachement jachtvliegtuigen Villa franca/Amendolauitvoeren van sorties ter ondersteuning van operatie «ALLIED FORCE»; 1178 missies (3546 uren)
Luchttransportcapaciteit/AARondersteuning van de operatie «ALLIED FORCE»; 219 missies (1530 uren)
Bijdrage aan STANAVFORMEDondersteuning van de operatie «ALLIED FORCE»
Orion detachementondersteuning van de operatie «ALLIED FORCE»
Onderzeeboot Walrusklasseondersteuning van de operatie «ALLIED FORCE»
Bijdrage STANAVFORLANTondersteuning van de operatie «ALLIED FORCE»

Nederlandse bijdrage ten behoeve van de operatie «ALLIED HARBOUR» in Albanië (april tot medio augustus)

Op verzoek van de Albanese regering en de UNHCR heeft de Navo de Albanese civiele autoriteiten en de internationale hulporganisaties ondersteund in hun inspanningen de vluchtelingen uit Kosovo op te vangen en hun menselijk leed te verlichten. Deze ondersteuning is door de Navo uitgevoerd onder de naam «Operatie ALLIED HARBOUR», zoals op 13 april 1999 is geaccordeerd door de NAR. Daartoe is de «Albanian Force» (AFOR) geformeerd onder leiding van COMAMF(L).

De missie van ALLIED HARBOUR

Het assisteren van de Albanese autoriteiten en internationale hulporganisaties bij de hulpverlening in Albanië aan vluchtelingen uit Kosovo en waarnodig het verlenen van lokale beveiliging van deze hulpverlening.

De taken van AFOR

AFOR bestond uit vier Task Forces voor het opbouwen van opvangkampen voor vluchtelingen, de beveiliging en ondersteuning van de aanvoer van hulpgoederen in Albanië, het transport van deze goederen en vluchtelingen in Albanië en de distributie van goederen aan vluchtelingen. Het beveiligd transporteren van vluchtelingen en goederen, zowel door de lucht als over de weg, was opgedragen aan Task Force ROMEO (TF-R). Daarnaast heeft TF-R zich ook met algemene beveiligingsopdrachten ten behoeve van AFOR beziggehouden. Tenslotte vormde een «Quick Reaction Force» een onderdeel van TF-R als reserve voor inzet in humanitaire en militaire crisissituaties.

Deelname aan AFOR

Nederland had de leiding over TF-R en leverde samen met België het hoofdkwartier van TF-R. Daarnaast namen Slovenië, Slowakije, Polen en Turkije deel aan TF-R. De Nederlandse eenheden zijn vanaf 15 april 1999 ontplooid. Hr.Ms Rotterdam heeft van 13 april t/m 31 mei deelgenomen aan de operatie. Nederland droeg bij aan AFOR met een «Joint NL Task Force» (NLJTG). Medio augustus is de genoemde Nederlandse bijdrage beëindigd.

EenheidPersonele inzetInzet Groot Materieel
Contco15 personen 
HQNLJTF50 personen  
HelidetachementZie OP JOINT GUARDIANZie OP JOINT GUARDIAN
Beveligingscie Kmarns105 personen  
Transportcie136 personen31 vrachtauto 4 ton, 16 vrachtauto 10 ton
Koninklijke marechaussee9 personen 
Geniepersoneel tot eind mei 199919 personen6 constructievoertuigen
Logistiek personeel112 personen  
HQ AFOR16 personen  
Hr.Ms.Rotterdam + 2 SH14D Lynx heli, landingsvaartuigen en Amphibious Beach UnitPeriode 22 april – 30 mei 1999. 217 personen110 voertuigen/aanhangers Hr.Ms.Rotterdam + Lynx detachement, 3 landingsvaartuigen
Field Dressing Station (FDS)30 personenFDS en 31 voertuigen

Door de verschillende eenheden uitgevoerde activiteiten:

EenheidActiviteiten
Contcodagelijkse informatievoorziening ten behoeve van het ministerie van Defensie
HQNLJTFaansturing van Task Force Romeo
Helidetachementops vluchten tbv van humanitaire operaties Zie OP JOINT GUARDIAN
Beveiligingscie Kmarnsbeveiliging van de humanitaire transporten;
Transportcieuitvoeren van humanitaire transporttaken;
Koninklijke Marechausseeuitvoeren van nationale politietaken
Geniepersoneeluitvoeren van constructiewerkzaamheden
Bewakingspersoneelbewaken van de Nederlandse helicopters
Logistiek personeeluitvoeren van werkzaamheden ten behoeve van de interne logistiek
Hrms. Rotterdamuitvoeren van operationele en logistieke taken; 30 vaardagen
HQ AFORondersteuning van AFOR
Lynx detachementoperationele vluchten + casevac

Kosovo Force (KFOR)

Implementation Force Kosovo (KFOR) – Operatie Joint Guardian

KFOR voorzag in een militaire aanwezigheid in Kosovo direct na het bereiken van een akkoord en is ontplooid met instemming alle partijen. KFOR moet toezicht houden op de uitvoering van de bepalingen van de vredesregeling voor Kosovo, met als einddoel het herstel van stabiliteit voor alle inwoners van Kosovo. Als voorbereiding was een deel van de troepenmacht in FYROM reeds aanwezig zodat snel tot inzet kon worden overgegaan na het bereiken van een akkoord. Tevens moest deze eenheid, gezien de lokatie (buurland Kosovo) voldoende robuust zijn om in eigen verdediging te voorzien.

KFOR komt voort uit de Extraction Force (EF) – Operation JOINT GUARANTOR. Deze operatie was een aanvulling op het gestelde in de VN-Veiligheidsraad Resolutie 1203 waarin was gesteld dat de veiligheid en de beveiliging van de waarnemers van de OKVM de verantwoordelijkheid van de regering van de FRY. Deze Operatie regelde de extractie van verificateurs uit Kosovo en zou plaats vinden met goedkeuring van de regering van de FRY.

Na het van kracht worden van de overeenkomst met Servië over de terugtrekking van troepen uit Kosovo (juni '99) neemt Nederland deel aan KFOR met een Geniehulpbataljon, een afdeling veldartillerie, augmentees, en – tot 30 september – een Chinook-helikopterdetachement.

Vanwege de grote verschillen gedurende het jaar 1999 worden de prestatie-indicatoren in twee periodes gesplitst gepresenteerd.

In de periode vanaf 1 januari 1999 tot 1 oktober 1999 heeft Nederland deelgenomen aan deze missie in Macedonië en nu ook in Kosovo met de volgende middelen:

EenheidPersonele inzetInzet Groot Materieel
Contco2626 wielvoertuigen
Genieconstructiedetachement (tot 22 april)856 grondverzetmachines 42 overige voertuigen
Geniehulpbataljon (vanaf juni)9013 Leopardtanks, 61 YPR, 10 M 577, 590 overige wielvoertuigen
Helikopterdetachement vanaf eind april65 119 (incl. OGRV)3 x CH – 47 Chinooks (tot 30 september); 4 x BO 105 (vanaf eind juli)
National support element vanaf juni 199930 34211 voertuigen 146 wvtgn
   
Personeel t.b.v. HQ KFOR (tot juni)1  
vanaf juni nat/intern augmentees59  
personeel t.b.v. GE Brigadestaf: MNB(S)23 
   
Vuurmondpeloton (tot juni)1205 M109 houwitzers
vanaf juni 11 AFDRA (incl. Mortieropsporingsradarbatterij)59220houw., 156 wvtgn, 2 Leo2, 24 YPR
   
Orion verificatie missie Eagle Eye19P3C

Door de verschillende eenheden uitgevoerde activiteiten:

EenheidActiviteiten
Contcodagelijkse informatievoorziening ten behoeve van het ministerie van Defensie
Genieconstructiedetachement (tot april '99)bouwen van infrastructuur op en rond de internationale compound te Petrovac
Geniehulpbataljonherstellen van gebouwen, wegen, overige infra leveren van ondersteuning aan NGO's
Helikopterdetachement550 operationele vluchten (718 uren) transportsteun*
National support elementondersteuning van het NL-personeel in Macedonië en Kosovo
Personeel t.b.v. HQondersteuning van de operatie
Personeel t.b.v. MNB(S)ondersteuning van de operatie
11 AFDRA (vuurmondpeloton)leveren van «force protection» leveren van gebiedsbeveiliging
Mortieropsporingsradarbatterijleveren van «force protection»
Orion P3Condersteuning van de operatie
 Ondersteunen van de operatie (verificatie)

* betreft tevens operationele vluchten ten behoeve van operatie ALLIED HARBOUR.

Ingezette middelen

In de periode vanaf 1 oktober 1999 tot 1 februari 2000 heeft Nederland deelgenomen aan de operaties in Macedonië/Kosovo met de volgende middelen:

EenheidPersonele inzetInzet Groot Materieel
Afdeling Veldartillerie (incl. mortieropsporingsradarbatterij)53410 houwitsers, 187 wielvoertuigen, 2 Leopardbergingtanks, 23 YPR rupsvoertuigen, 5 M577 rupsvoertuigen
Geniehulpbataljon (incl. een gemechaniseerde compagnie infanterie)8201 Leopard genietank, 29 YPR rupsvoertuigen, 274 wielvoertuigen
Helikopterdetachement783 BO 105 (+ 1 reserve)
Contingentscommando (incl. KMar)3123 wielvoertuigen
Nationaal Support Element24088 voertuigen
Personeel t.b.v. HQ KFOR71  
Personeel t.b.v. GE Brigadestaf16  
2 ploegen KCT20op 24 uur NTM in Nederland
Strategische reserve:   
– mariniersbataljon808YPR-rupsvoertuigen, BV-rupsvoertuigen, 81 mm mortieren
– Field Dressing Station99 

Door de verschillende eenheden uitgevoerde activiteiten:

EenheidActiviteiten
Afdeling Veldartillerie (incl. mortier-opsporingsradarbatterij)leveren van gebiedsbeveiliging voor het gebied van verantwoordelijkheid (Orahovac, Suva Reka en omgeving)
Geniehulpbataljonopvoeren van materialen en goederen t.b.v. NGO's noodvoorzieningen aanbrengen bij woningen en scholen herstel van waterleidingen en riolering zuivering van waterputten geven van lessen mine-awareness aan personeel van NGO's wegen visueel controleren op mijnen en overige munitie explosieven opruimen weg herstel
Helikopterdetachement339 operationele vluchten (286,8 uren) transportsteun
Contingentscommandodagelijkse informatievoorziening ten behoeve van het ministerie van Defensie
National Support Elementondersteuning van het NL-personeel in Macedonië/Kosovo
Personeel t.b.v. HQ (KFOR en GE-Brigadestafondersteuning van de operatie
Alle eenhedenonderbrengen, verzorgen, informeren en transporteren van ca. 600 bezoekers (vanaf 1 jan '99)
2 ploegen KCTforce protection t.b.v. NL-eenheden; op 24 uur NTM in Nederland
Strategische reserve: – mariniersbataljon – Field Dressing Stationaanvullende capaciteit t.b.v. KFOR

OVERZICHT BOSNIA - KOSOVO AIR COMPONENT

De Bosnia-Kosovo Air Component voorziet in ondersteuning van de operaties «Joint Forge» en «Joint Guardian». Deze missie komt voort uit operatie «Deliberate Forge» (SFOR) en «Allied Force» (Kosovo).

Ingezette middelen

In de periode vanaf 1 oktober 1999 tot 1 februari 2000 heeft Nederland deelgenomen aan de operaties in Macedonië/Kosovo met de volgende middelen:

EenheidPersonele inzetInzet Groot Materieel
Detachement Amendola (incl Combined Air Operation Centre)784 F-16's (3 RF-16 op 48 uur Notice to Move en 96 uur Ready to Employ in NL)
Luchttransport capaciteit/Air to Air (AAR) refuelling201 Fokker 60, 1 KDC 10 (gestationeerd in NL)
Maritiem Patrouille Vliegtuig (MPA)*201 P-3C Orion

* De MPA vliegt ten behoeve van de Kosovo Air Component 100 missie-uren per jaar vanaf Sigonella airbase.

Door de verschillende eenheden uitgevoerde activiteiten:

EenheidActiviteiten
Detachement Amendola1 210 operationele F-16 vluchten (3733,5 uren) (vanaf 1 jan '99)
Luchttransport capaciteit94 AAR-vluchten (625 uren), 125 transportvluchten (991 uren)
MPAUitoefenen sea control en verificatie missies boven land

OVERZICHT UNFICYP (UNITED NATIONS PEACE-KEEPING FORCE IN CYPRUS)

UNFICYP ziet sedert 1974 toe op de handhaving van de overeengekomen bufferzone tussen de Griekse en Turkse partijen in het conflict. Nederland draagt bij met 100 militairen aan het Britse contingent in sector 2 van de Bufferzone, de Mobile Force Reserve (MFR), de Force MP en staf UNFICYP. Sedert juni jl. is de Nederlandse bijdrage, samen met een onder bevel gestelde UK peloton, geconcentreerd in sector 2-west. De Nederlandse bijdrage loopt tot mei 2001.

Ingezette middelen

De Nederlandse bijdrage bestaat uit een detachement van 97 militairen van de Koninklijke landmacht en 3 militairen van de Koninklijke marechaussee alsmede één functionaris in het hoofdkwartier van UNFICYP.

EenheidActiviteiten (24-uurs dienst)
«Bengal»-peloton en «Liri»-pelotonbeveiligen bufferzone (cease fire line) – posten op waarnemingstoren, – patrouillegang, – optreden als «snelle-reactie eenheid»
«MFR»-peloton– bewaking/beveiliging op de UNPA – uitvoeren van patrouilleversterkingsopdrachten – evt. optreden als crowd control unit

OVERZICHT OVERIGE OPERATIES

UNIPTF (United Nations Police Task Force). Het UNIPTF-personeel, waaronder 54 Nederlandse marechaussees, heeft tot taak het observeren, inspecteren, begeleiden en rapporteren over alle activiteiten op het gebied van wetshandhaving, met inbegrip van de justitiële organisatie, structuur en procedures, alsmede het observeren, adviseren en trainen van Bosnisch politiepersoneel.

ECMM (European Community Monitor Mission). Deze waarnemersmissie richt zich onder meer op overleg met lokale civiele, kerkelijke en militaire autoriteiten over gevangenenruil, uitwisseling van gesneuvelde militairen, gezinsherenigingen, voedseldistributie, terugkeer vluchtelingen, ontheemden en evacués en herhuisvesting. Het missiegebied van de ECMM strekt zich naast Bosnië-Herzegowina uit over Servië (incl. Kosovo), Kroatië, Montenegro en Albanië. De door de ECCM-monitors verzamelde informatie wordt niet alleen aan de hoofdsteden van de EU, maar ook aan andere internationale organisaties die in die regio werkzaam zijn, bekend gesteld. Vanaf 1 juni 1999 zenden alle krijgsmachtdelen militairen uit. Nederland neemt deel met 18 militairen. Vanaf medio februari is dit aantal teruggebracht tot 10 (8 waarnemers en 2 verbindingsspecialisten).

UNTSO (United Nations Truce Supervision Organisation). In deze missie houden militaire waarnemers toezicht op de bestandslijnen tussen Israël en haar buurlanden. Ten behoeve van UNTSO leveren de KL, de KLU en de KM in totaal 11 militaire waarnemers.

MAPE (Multinational Advisory Police Element). De taak van het MAPE is het opzetten en toezien op de wederopbouw van het politie-apparaat in Albanië. De KMAR draagt aan deze operatie bij met personeel (8 personen) dat adviseert en instructie geeft.

OVSE (Organisatie voor Veiligheid en Samenwerking in Europa).

A. De KL en de Klu zijn afwisselend in Moldavië vertegenwoordigd met één officier als waarnemer.

B. Twee Nederlandse militairen worden in Albanië ingezet als waarnemer aan de grens tussen Albanië en Kosovo . Alle krijgsmachtdelen dragen – bij toerbeurt – bij aan deze missie.

C. Aan de Head of Mission OVSE Kosovo is op verzoek sedert juli jl. als militair adviseur een kolonel (KLU) toegevoegd. Op aangeven van de Head of Mission behoeft de functie vanaf begin maart (rotatie kolonel) niet meer door een militair te worden gevuld.

CMAC (Cambodian Mine Action Centre). CMAC-personeel adviseert en instrueert lokaal personeel in Cambodja met betrekking tot het ruimen van mijnen en explosieven. Met ingang van april 1999 wordt met drie deskundigen (KL) op het gebied van EOD aan deze operatie bijgedragen.

FEDMAC (Federation Mine Action Centre). Nederland heeft sinds september 1997 aan Bosnië-Hercegowina MAC (BHMAC) met een wisselend aantal militairen bijgedragen. Sinds 1 september 1998 draagt NL bij met één Technical Advisor van de KL in de staf van het Federation MAC in Sarajevo. Het Federation MAC maakt, samen met het Republica Srpska MAC, deel uit van BHMAC.

UNMIK (United Nations Mission in Kosovo). Als onderdeel van UNMIK is de United Nations International Police (UNIP) belast met het opzetten van een politiemacht in Kosovo. Een kolonel van de Koninklijke marechaussee is in de UNIP specifiek belast met de organisatie van de grenspolitie.

MIF (Multinational Interception Force). Een multinationaal vlootverband opereert in de Arabische Golf met als taak het toezien op de naleving van de VN-sancties tegen Irak. Nederland draagt sinds 1996 jaarlijks gedurende enkele weken bij aan de MIF met een fregat en een maritiem patrouille vliegtuig P-3C Orion. In de periode van 1–25 maart zullen ook dit jaar weer een fregat en een P-3C Orion deel uit maken van de MIF.

Ingezette middelen

Hieronder volgt een overzicht van de middelen ten behoeve van de kleinere operaties. Gezien de – relatief – geringe uitgaven behorende bij deze operaties, zijn deze niet verbijzonderd. Bij de onderstaande operaties is geen sprake van de inzet van groot materieel.

OperatiePersonele bijdrage
UNIPTF54
ECMM18
UNTSO11
UNMiBH1
MAPE8
OVSE4
CMAC3
FEDMAC1
UNMIK1
MIF175

Orkaan «Lenny»

Op 17 november jl. bevond de orkaan «Lenny» zich 65 km noordwestelijk van Sint Maarten. Verwacht werd dat de orkaan binnen 24 uur de Bovenwindse Eilanden zou passeren en grote schade zou veroorzaken op Sint Maarten. Vooruitlopend op een verzoek van de Gouverneur van de Nederlandse Antillen vertrok het Noodhulp Verkenningsteam (NHVT) naar Sint Maarten.

Op verzoek van het Nationaal Crisis Centrum (NCC) zijn de volgende activiteiten door Defensie ontplooid:

– Het NHVT is ingezet ten behoeve van het inventariseren van schade en het doen van aanbevelingen voor de uitvoering van de opbouwfase;

– er zijn 3 vluchten met de KDC-10 voor het vervoer van hulpgoederen uitgevoerd;

– er zijn 3 Movement Control Teams ingezet;

– door de Commandant Zeemacht in het Caribisch Gebied zijn het stationschip, een transportschip, een kustwachtvaartuig, 3 P-3C Orions en 2 F-27M vliegtuigen ingezet.

BIJLAGE 2 OVERZICHT AFGERONDE ONDERZOEKEN

Naast de in Kamerstuk II 1999/2000 26 800, nr. 3 vermelde afgeronde onderzoeken werden in 1999 de navolgende onderzoeken afgerond.

beleidsterreinsoort onderzoekonderwerpdoelstellingresultaten
DefensiebreedBeleidsevaluatie ex postBeleid inzake nazorg in de krijgsmachta. Het vaststellen hoe het nazorgbeleid zich heeft ontwikkeld.b. Het vaststellen hoe de huidige situatie is t.a.v. de nazorg.c. Het beoordelen van het actuele nazorgbeleidOp basis van het uitgevoerde onderzoek is vastgesteld dat verantwoordelijkheden voor nazorg eenduidig en goed vastgelegd moeten zijn en dat er voor slachtoffers of hun nabestaanden een aanspreekpunt bij de organisatie moet zijn. Voorts dienen de contacten van de organisatie naar slachtoffers en nabestaanden via een kanaal te lopen
     
AlgemeenBedrijfsvoeringsauditInhuur organisatie- en adviescapaciteitHet verbeteren van de beheersing van het behoeftestellingsproces betreffende de inhuur van organisatie- en adviescapaciteitOp een groeiend aantal aspecten is sprake van een beheerst proces. Ondergeschikte aanbevelingen verdienen de aandacht
     
AlgemeenBedrijfsvoeringsauditTechnologie-ontwikkelingHet verbeteren van de beheersing van technologie-ontwikkelingsprocessenEr is sprake van een beheerst proces
     
KMBedrijfsvoeringsauditHet convenantproces bij resultaatverantwoordelijke eenhedenInventarisatie stand van zaken implementatiedoelstellingen 1 tot en met 5 van het BBD 2000 en identificeren verbeterpunten in het convenantproces bij resultaatverantwoordelijke eenhedenNader inzicht in verbetermogelijkheden van sturing en beheersing met convenanten zal worden gebruikt in diverse werkgroepen
     
KMBedrijfsvoeringsauditProcessen van de Centrale Documentatie Informatievoorziening (CDI)Verschaffen van inzicht in en verbeteren van de kwaliteit van de besturing en beheersing van de processenVerbetering van de processen bij de CDI wordt vorm gegeven door invoering van nieuwe beheersmaatregelen
     
KMBedrijfsvoeringsauditProductaudit naar millenniumdossiersVerschaffen van zekerheid omtrent juistheid, compleetheid en kwaliteit van de millenniumobjectdossiersDoor verhoging van de alertheid in het laatste stadium van objectafwikkeling is voldoende zekerheid verkregen over de millenniumbestendigheid
     
KMBedrijfsvoeringsauditBeheersbaarheid Aanvraag tot Herstel (ATH) circuit bij het MarinebedrijfHet vergroten van de beheersing van het ATH circuit bij het MarinebedrijfEen verbeterplan is opgesteld gericht op doelmatigheidsverbetering in het ATH-proces
     
KLBeleidsevaluatie ex postEvaluatie reservistenbeleidOnderzoek gericht op het verkrijgen van inzicht in de resultaten van het reservistenbeleidOp diverse aspecten is de uitwerking van het reservistenbeleid voor verbetering vatbaar, met name als gevolg van nieuwe ontwikkelingen en voortschrijdend inzicht; zowel de nota als de contouren behoeven actualisatie op grond van de gesignaleerde knelpunten; er is sprake van versnippering van taken, invalshoeken en verantwoordelijkheden op het terrein van het reservistenbeleid welke gestroomlijnd moeten worden
     
KLBedrijfsvoeringsauditAudit misbruik en oneigenlijk gebruik belastingfaciliteiten in DuitslandMinimaliseren misbruik en/of oneigenlijk gebruik belastingfaciliteiten in DuitslandVerschillende aspecten rondom de administratieve organisatie, het controlebeleid, het sanctiebeleid en de voorlichting zijn voor verbetering vatbaar; niet is vastgesteld dat op grote schaal belastingfaciliteiten oneigenlijk zouden worden gebruikt, noch dat de controle op de geldende regels serieuze tekortkomingen vertoont
     
KLBedrijfsvoeringsaudit/Financial auditMilitaire personeelsadministratie (voorheen: Nieuw Salaris Systeem Krijgsmacht)Onderzoek naar de betrouwbaarheid en de rechtmatigheid van de personeelsgebonden mutaties die binnen de KL-organisatie in het Human Resource System (HRS) en het Nieuw Salaris Systeem Krijgsmacht (NSK) worden ingevoerdIn een tweetal auditrondes zijn alle decentrale P-diensten bezocht, waarbij alle P-processen zijn beoordeeld. De bevindingen hebben geleid tot centrale en decentrale aanbevelingen tot verbeteringen in zowel de regelgeving als de uitvoering
     
KLBedrijfsvoeringsauditBeheersing grote automatiseringsprojecten (fase 3)Onderzoek naar de mate waarin de beheersbaarheid van (grote) automatiseringsprojecten is verbeterdBinnen het project PRIO-P is het totale risicomanagement op aanvaardbare wijze vorm gegeven. De planmatige aanpak voor risicomanagement startte goed maar is blijven steken in de nadere uitwerking. De behandeling van risico's in het project en de deelprojecten is tekort geschoten. De top-risico's zijn in het project voldoende bestreden
     
KLBedrijfsvoeringsaudit/financiële auditVerantwoording Materiële Personele Verzorging (MPV)Het onderzoeken van de actualiteit van de regelgeving en het beoordelen en zonodig bijstellen van de administratieve organisatie en de MPV- en financiële informatiestromena. Naar aanleiding van het onderzoek over de verantwoording over 1997 zijn de nodige correcties aangebracht b. Naar aanleiding van het onderzoek naar de actualiteit van de regelgeving zijn het voorschrift MPV 2/9200, de beschrijving van de administratieve organisatie en het rekeningstelsel/boekingsingang opnieuw opgesteld; de bedrijfsadministratie is getoetst en opnieuw opgezet; het mpv-is is geupdate en millenniumbestendig gemaakt
     
KLBeleidsevaluatie ex postDecentrale opleidingsbevoegdheidOnderzoek gericht op het verkrijgen van een KL-breed inzicht in de wijze van omgaan met de decentrale bevoegdheid opleidingen toe te wijzen aan personeelHet onderzoek heeft deel uitgemaakt van de POEMA-audit; vastgesteld is dat decentrale commandanten opleidingen toewijzen overeenkomstig de aan hen toegekende bevoegdheden
     
KLBedrijfsvoeringsauditAudit Systeem Milieuzorg KLHet onderzoeken van eventuele knelpunten die er nog leven in de organisatie op het moment van invoering van SMIKLUit interviews met alle spelers in dit veld zijn aanbevelingen en actiepunten gekomen die zullen worden gebruikt bij de verdere invoering van het SMIKL
     
KluBedrijfsvoeringsauditVraagregulatie Defensie Verkeers- en Vervoerorganisatie (DVVO)Het verkrijgen van inzicht in de mate van beheersing van het proces van vraagregulering en het aandragen van aangrijpingspunten voor verbeteringa. De informatievoorziening vanuit DVVO naar de krijgsmachtdelen biedt onvoldoende mogelijkheden tot sturing. DVVO heeft een verbeterplan opgesteldb. Door het ontbreken van financiële prikkels krijgt de doelmatigheid onvoldoende aandacht
     
KmarBedrijfsvoeringsauditDe realisatie van de totstandkoming van de nieuwbouw van de Koningin Beatrix Kazerne te Den HaagDoel van het onderzoek is om op basis van een feitenonderzoek naar de beheersbaarheid qua opzet en de beheersing van de gevolgde procedures lering te trekken ten behoeve van toekomstig projectmanagement. Conclusies en aanbevelingen hebben geleid tot een Aanwijzing Projectbeheersing, die d.m.v. brief BDM 20 991/67 154, d.d. 01-11-1999 is vastgesteld
     
DICOBedrijfsvoeringsauditGirotel bij DWSHet verkrijgen van informatie voor de controller DICO inzake de kwaliteit van de opzet en het bestaan van de administratieve organisatie en maatregelen van IC van Girotel bij DWSDe AO is nog niet voldoende beschreven. Aanbevelingen zijn geformuleerd t.b.v. het aanpassen c.q. vastleggen van de AO/IC Girotel in SDW/AO

BIJLAGE 3 AFKORTINGENLIJST

A&OArbeidsmarkt- en Opleidingsfonds voor de overheid
AAWAlgemene Arbeidsongeschiktheidswet
ABPAlgemeen Burgerlijk Pensioenfonds
ALVDActieve Luchtverdediging
AMRAAMAdvanced Medium Range Air tot Air Missiles
AOAdministratieve organisatie
AOCSAir Operations Control Station
APARActive Phased Array Radar
APBActiviteiten Plan en Begroting
ATTSAdvanced Trauma Training System
AWACSAirborne Early Warning and Control System
AWBZAlgemene Wet Bijzondere Ziektekosten
AZUAcademisch Ziekenhuis Utrecht
BBEBijzondere bijstandseenheid
BBTBeroeps bepaalde tijd
BDLBevelhebber der Luchtstrijdkrachten
BDOSBoven de Organieke Sterkte
BDZBevelhebber der Zeestrijdkrachten
BIMSBureau Internationale Militaire Sportwedstrijden
BLSBevelhebber der Landstrijdkrachten
BNMOBond Nederlandse Militaire Oorlogsslachtoffers
BOTBeroeps onbepaalde tijd
BPBurgerpersoneel
BSOABeleidsvoorbereiding, Specialistische Onderzoeken en Adviezen
BTWBelasting Toegevoegde Waarde
CABISCentrum voor Advisering en Informatietechnologie Services
CDPOCentrale Dienst Personeel en Organisatie
CDSCombat Direction System
CDVCompetitieve-dienstverlening
CEPMACentral Europe Pipeline Management Agency
CMHCentraal Militair Hospitaal
COCentrale organisatie
CODEMACommissie ontwikkeling defensiematerieel
COKLCommando Opleidingen
CTLCommando Tactische Luchtmacht
CUPCapability Upkeep Program
CZMCARIBCommandant der Zeemacht in het Caribisch gebied
CZMKMARNSCommandant van het Korps Mariniers
CZMNEDCommandant der Zeemacht in Nederland
DARICDefensie Archieven, Registratie- en Informatiecentrum
DCDirectie Control
DDIDeveloping defence industries
DEBDirectie Economisch Beheer
DELMDepot Elektrisch Materieel
DGVDiensten voor Geestelijke Verzorging
DGW&TDienst Gebouwen, Werken en Terreinen
DicoDefensie Interservice Commando
DMDirectie Materieel
DMCDefensie Materieel Codificatiecentrum
DMPDienst Militaire Pensioenen
DMVSDepot Mechanisch Vliegtuigmaterieel en Straalmotoren
DOEDecentrale Ondersteunende Eenheden
DPDirectie Personeel
DPMDefensie Planningsmemorandum
DPODefensie Pijpleiding Organisatie
DTODefensie Telematica Organisatie
DSPDefensie Strategisch Plan
DVVODefensie Verkeers- en Vervoersorganisatie
DWSDefensie Werving en Selectie
ENJJPTEuro Nato Joint Jet Pilot Training
EOVElektronische Oorlogvoering
FMSForeign Military Sales
GGWGrond-lucht Geleide Wapens
GVKKAGeïntegreerde Verplichting-, Kas- en Kostenadministratie
HAWKHoming All the Way Killer
HGISHomogene Groep Internationale Samenwerking
HKKLuHoofdkwartier Koninklijke luchtmacht
HOBKLHoger Onderhoudsbedrijf Koninklijke landmacht
HOMHumanitair Ontmijnen
HSAHolland Signaal Apparaat
IBISIndividueel Budget Informatiesysteem
IBOInterdepartementaal Beleidsonderzoek
ICODOCoördinatie-orgaan Dienstverlening Oorlogsgetroffenen
ICTInformatie-Communicatie-Technologie
IDLInstituut Defensie Leergangen
IGKInspecteur-Generaal der Krijgsmacht
IMGInspecteur Militaire Gezondheidszorg
INKInstituut Nederlandse Kwaliteit
IP/AOInvaliditeitspensioenen en arbeidsongeschiktheid
IRLLGWInfra Rood Lucht Lucht Geleide Wapens
ITInformatie-technologie
IVZIntegrale Veiligheidszorg
KDKerndepartement
KIMKoninklijk Instituut voor de Marine
KLKoninklijke landmacht
KLIMKoninklijke landmacht Implementatie Middenlaag
KLPDKorps Landelijke Politiediensten
KLuKoninklijke luchtmacht
KLUIMKoninklijke luchtmacht Implementatie Middenlaag
KMKoninklijke marine
KMAKoninklijke Militaire Academie
KMarKoninklijke marechaussee
KMARIMKoninklijke marechaussee Implementatie Middenlaag
KMSLKoninklijke Militaire School Luchtmacht
LAMSLocal Area Missile System
LASLandmachtstaf
LBBKLLandelijk Bevoorradingsbedrijf Koninklijke landmacht
LCFLuchtverdedigings- en Commandofregat
LCKLuLogistiek Centrum Koninklijke luchtmacht
LETSLuchtmacht Elektronische School
LLGWLucht-Lucht Geleide Wapens
LPDLanding Platform Dock
LUMOBLuchtmobiele Brigade
LVGLuchtmacht Verbindingsgroep
MAPEMultinational Advisory Police Element
MCPMaster Controle Plan
MDDMaatschappelijke Dienst Defensie
MEOBMarine Elektronisch en Optisch Bedrijf
MGFBMilitair Geneeskundig Facilitair Bedrijf
MHAMMilitair Hospitaal A. Matthijsen
MIDMilitaire Inlichtingendienst
MIFMultinational Interception Force
MILSATCOMMilitaire Satelliet Communicatie
MKADMarine Kazerne Amsterdam
MLUMid-Life Update
MOGOSMobiel Geneeskundig Operatiekamer Systeem
MOUMemorandum Of Understanding
MPMilitair personeel
MYVMobiel Toezicht Vreemdelingen
NA&ANederlandse Antillen en Aruba
NafinNetherlands Armed Forces Integrated Network
NARNiet-actief regulier personeel
NATCONationaal Commando
NavoNoord-Atlantische Verdragsorganisatie
NBCNucleair, biologisch en chemisch materieel
NLRNationaal Lucht- en Ruimtevaartlaboratorium
NSCNational Support Command
NVIPNavo Veiligheids Investeringsprogramma
O, I & AOrganisatie, Informatie en Automatisering
OIDOverige Interservice Diensten
P&MPersoneel en materieel
PAMProject Aanpassing Mijnenbestrijdingscapaciteit
PembaPremiedifferentiatie en Marktwerking bij Arbeidsongeschiktheidsverzekeringen
PhidefProjectgroep herstructurering informatievoorziening defensie
PSADienst Personeels- en Salarisadministratie
RDMRotterdamse Droogdok Maatschappij
RPVRemote Piloted Vehicles
RVEResultaatverantwoordelijke eenheden
RVOIRegeling van de Verhouding tussen Opdrachtgever en adviserend Ingenieursbureau
SBKSociaal Beleidskader
SEWACOSensor-. Wapen- en commandosysteem
SFORStability Force
SHORADShort Range Air Defence
SMART-LSignaal Multibeam Radar for Acquisition and Targeting L-band
SNIPSystematiek van de Nieuwe Personeelsbegroting
STANAVFORCHANStanding Naval Forces Channel
STANAVFORLANTStandard Naval Forces Atlantic
STANAVFORMEDStanding Forces Mediterranean
STOAGStichting Bijzondere Scholen Bijzonder Onderwijs
TBAWet Terugdringing Beroep op Arbeidsongeschiktheidsregelingen
TBDTo Be Decided
TGVTeam Gegevensbeheer Verzekerdenadministratie
THGTactische Helikopter Groep
TNO(Nederlandse organisatie voor) Toegepast Natuurwetenschappelijk Onderzoek
TDOToelage onregelmatige dienst
UBMOUitstroom Bevorderende Maatregel Ouderen
UKWUitkeringswet gewezen militairen
USZOStichting Uitvoeringsinstelling Sociale Zekerheid voor Overheid en Onderwijs
VAEVerenigde Arabische Emiraten
VEBVerbeterd Economisch Beheer
VNVerenigde Naties
VTEVoltijds Equivalent
WAOWet op de Arbeidsongeschiktheid
WBDPWerkloosheidsbesluit Defensiepersoneel
WEUWest-Europse Unie
WORWet op de ondernemingsraden
ZVDZiektekostenvoorziening Defensiepersoneel
Naar boven