27 127
Financiële verantwoordingen over het jaar 1999

nr. 19
FINANCIËLE VERANTWOORDING VAN DE NATIONALE SCHULD (IXA) OVER HET JAAR 1999

Deze financiële verantwoording bestaat uit:

– de rekening van verplichting, uitgaven en ontvangsten, zoals blijkt uit bijgevoegde staten, voorzien van een toelichting;

– de op deze rekening aansluitende saldibalans per 31 december 1999, voorzien van een toelichting.

Den Haag, 17 mei 2000

De Minister van Financiën,

G. Zalm

INHOUDSOPGAVE blz.

REKENINGSTAAT 
 – Uitgaven en verplichtingen4
 – Ontvangsten5
   
ALGEMENE TOELICHTING BIJ DE REKENING6
   
1.Inleiding en leeswijzer6
   
2.Dekking van de financieringsbehoefte in 19996
   
3.Activiteiten op de secundaire markt (omruil)9
   
4.Geldmarktactiviteiten11
   
5.Garantieverlening12
   
ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING BIJ DE REKENING13
 – Uitgaven en verplichtingen13
 – Ontvangsten16
   
SALDIBALANS (inclusief toelichting)19
   
BIJLAGE: Lijst met gebruikte afkortingen25

FINANCIËLE VERANTWOORDING VAN DE NATIONALE SCHULD (IXA) OVER HET JAAR 1999

Rekening van verplichtingen, uitgaven en ontvangsten

Staat behorende bij de financiële verantwoording over het jaar 1999 Rekening 1999 (exclusief suppletore mutaties), Nationale Schuld (IXA) Onderdeel uitgaven en verplichtingen (bedragen x f 1000)

   (1)(2)(3) = (2) – (1)
Art.OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatie1Verschil realisatie en oorspronkelijke begroting
   verplich-tingenuitgaven verplich-tingen uitgaven verplich-tingen uitgaven
  TOTAAL 74 282 287 152 574 104 78 291 817
         
11 Vaste schuld 73 574 603 151 397 019  
         
 01Rente vaste schuld30 486 55330 486 55331 837 66031 837 6601 351 1071 351 107
 02Aflossing vaste schuld43 084 80043 084 800108 829 631108 829 63165 744 83165 744 831
 03Agio bij inkoop schuld008 623 1958 623 1958 623 1958 623 195
 04Disagio bij uitgifte schuld001 924 5141 924 5141 924 5141 924 514
 05Overige uitgaven vaste schuld3 2503 250160 788182 019157 538178 769
         
12 Vlottende schuld 707 684 1 177 085  
         
 01Rente vlottende schuld706 684706 6841 176 6971 176 697470 013470 013
 02Overige uitgaven vlottende schuld1 0001 000388388– 612– 612

1 De gerealiseerde bedragen zijn steeds afgerond naar boven (op duizenden guldens)

Mij bekend,

De Minister van Financiën,

Staat behorende bij de financiële verantwoording over het jaar 1999 Rekening 1999 (exclusief suppletore mutaties), Nationale Schuld (IXA) Onderdeel ontvangsten (bedragen x f 1000)

   (1)(2)(3) = (2) – (1)
Art.OmschrijvingOorspronkelijk vastgestelde begrotingRealisatieVerschil realisatie en oorspronkelijke begroting
   ontvangstenontvangstenontvangsten
  TOTAAL57 918 802122 383 10964 464 307
      
11 Vaste schuld57 896 552122 035 312 
      
 01Ontvangen rente bij uitgifte vaste schuld1 267 8522 973 1771 705 325
 02Uitgifte vaste schuld56 628 700115 394 87358 666 173
 03Agio bij uitgifte schuld03 765 4963 765 496
 04Disagio bij inkoop schuld01 6911 691
 05Overige ontvangsten vaste schuld07272
      
12 Vlottende schuld22 250347 797 
 01Rente kortlopende vorderingen0167 577167 577
 02Rentevergoeding op schatkistsaldo22 250180 220157 970

Mij bekend,

De Minister van Financiën,

ALGEMENE TOELICHTING BIJ DE REKENING

1. Inleiding en leeswijzer

Het algemene deel van deze toelichting bij de rekening 1999 gaat in op de beleidsmatige aspecten van de financiering van de staatsschuld in 1999. De belangrijkste verandering in 1999 was uiteraard de komst van de euro. De introductie van de euro in de financiële markten is, evenals bij het Agentschap, succesvol verlopen. Om een goede uitgangspositie in de euro-markt te waarborgen heeft de Nederlandse Staat de gehele vaste, openbare schuld omgezet in euro's. Nieuwe schuld wordt voortaan uitsluitend geëmitteerd in euro's. In de desbetreffende tabellen is dan ook de euro als valuta gehanteerd, en niet de gulden. Daarnaast is in 1999 de samenwerking met Primary Dealers van start gegaan, die de Nederlandse Staat assisteren bij de afname, distributie en marketing van staatsleningen. Door een betere distributie kunnen de condities voor toekomstige uitgifte van staatsleningen gunstiger worden. De liquiditeit van de (secundaire) staatsfondsenmarkt is voorts vergroot door de oprichting van een electronisch handelsplatform, MTS-Amsterdam, in het najaar van 1999. MTS-Amsterdam is opgezet door het Agentschap in samenwerking met de 13 Primary Dealers en de software leverancier. In paragraaf 2 wordt ingegaan op de dekking van de financieringsbehoefte in 1999. In paragraaf 3 worden de activiteiten op de secundaire markt besproken, waaronder met name de omruilactiviteiten in het kader van de liquiditeitsverbetering van de staatsfondsenmarkt. De geldmarktactiviteiten van de Staat komen aan de orde in paragraaf 4. Tot slot wordt in paragraaf 5 ingegaan op de door het Rijk gegarandeerde leningen.

In de artikelsgewijze toelichting is op artikelniveau een vergelijking gemaakt tussen de raming bij de ontwerp-begroting 1999 en de realisatie. Bij het toelichten is een ondergrens gehanteerd van 5% van het begrote bedrag bij ontwerp-begroting 1999 en een omvang van tenminste f 5 mln. Door afronding kunnen totalen in tellingen afwijken van de som der delen.

2. Dekking van de financieringsbehoefte in 1999

De financieringsbehoefte, exclusief de omruiloperaties, van het Rijk bedroeg in 1999 f 62,2 mld. Het merendeel hiervan (f 49,4 mld.) vloeit voort uit aflossingen van de schuld. Het restant (f 12,8 mld.) heeft betrekking op het feitelijk financieringstekort. De totale financieringsbehoefte is veel omvangrijker dan in 1996 en 1997. In deze jaren was de financieringsbehoefte in verband met herfinanciering van afgeloste schuld geringer. In 1998 en 1999 bereikt het deel van de financieringsbehoefte in verband met herfinanciering van afgeloste schuld een, in historisch perspectief, gebruikelijker niveau.

Tabel 1. Financieringsbehoefte van het Rijk (op kasbasis, mld. gld.)

  1998 1999
1. Feitelijk financieringstekort 8,2 12,8
     
2. Aflossing gevestigde schuld 42,2 108,9
– w.v. regulier28,4 43,1  
– w.v. vervroegd10,9 6,3 
– w.v. vervroegd ivm omruil2,9 59,5 
     
3. Financieringsbehoefte (1+2) 50,4 121,7
– idem, exclusief omruil 47,5 62,2

Het feitelijk financieringstekort bedroeg in 1999 f 12,8 mld. Voor de overheid als geheel werd een overschot gerealiseerd (EMU-definitie, zie MN 2001). De EMU-definitie wijkt af van het feitelijk financieringstekort. De financieringsbehoefte bedroeg in 1999 f 62,2 mld. (excl. aflossingen in verband met omruil). Voor een toelichting op de afwijking ten opzichte van de geraamde financieringsbehoefte ad f 56,6 mld. ten tijde van de ontwerp-begroting 1999 wordt verwezen naar de artikelsgewijze toelichting.

Grafiek 1 Financieringsbehoefte, 1993–1999 (in mld. gld.) kst-27127-19-1.gif

Vrijwel de volledige financieringsbehoefte is gedekt op de kapitaalmarkt. Het kapitaalmarktberoep bedroeg in 1999 f 115,3 mld. incl. omruil (zie tabel 2). De financieringsbehoefte is vooral gedekt via twee nieuwe leningen (zie tabel 3). Aan het eind van het jaar is f 6,7 mld. voor enkele dagen uitgezet op de geldmarkt. Naast dekking van de reguliere behoefte zijn ook kapitaalmarktmiddelen aangetrokken in het kader van de omruiloperatie en in verband met vervroegde aflossingen (zie paragraaf 3).

Tabel 2. Dekking van de financieringsbehoefte van het Rijk (mld. gld.)

 19981999
Financieringsbehoefte50,4121,7
Dekking door:  
– Kapitaalmarktberoep49,1115,3
– Mutatie DTC's2,1– 3,8
– Mutatie korte schuld 1,1
– Intering uitzettingen ult. 971,1  
– Intering uitzettingen ult. 98 1,8
– Overschot wachtgeldfondsen2,5 
– Diversen– 2,514,0
Totale dekking52,2128,4
   
Uitzettingen ult. 991,86,7

De dekking van de reguliere behoefte is gerealiseerd in tien emissies, die uitmondden in een over het gehele jaar evenwichtig gespreide financiering. Er is hierbij één bestaande staatslening (5½% Nederland 1998 per 15 januari 2028) heropend en twee nieuwe staatsleningen (3¾% Nederland 1999 per 15 juli 2009 en 3% Nederland 1999 per 15 februari 2002) uitgegeven (tabel 3).

Tabel 3. Emissies voor de dekking van de reguliere financieringsbehoefte in 1999 (mld. euro's).

Emissie maandnaam leningOpbrengstEffectief rendement
Januari3,75% Nederland 1999 per 15 juli 20092,53,93
Februari3% Nederland 1999 per 15 februari 20022,53,18
Maart3,75% Nederland 1999 per 15 juli 2009 (vervolguitgifte)2,34,18
April3,75% Nederland 1999 per 15 juli 2009 (vervolguitgifte)2,33,94
Mei3% Nederland 1999 per 15 februari 2002 (vervolguitgifte)2,52,91
Juni3,75% Nederland 1999 per 15 juli 2009 (vervolguitgifte)2,54,38
Juli3% Nederland 1999 per 15 februari 2002 (vervolguitgifte)2,03,59
September3,75% Nederland 1999 per 15 juli 2009 (vervolguitgifte)2,55,24
Oktober5,5% Nederland 1998 per 15 januari 2028 (vervolguitgifte)2,06,09
November3% Nederland 1999 per 15 februari 2002 (vervolguitgifte)2,04,01
 Totaal23,2  
 (in mld. gld.)(51,0) 

Als gevolg van bovenstaande emissies is de gemiddelde resterende looptijd van de openbare schuld vrijwel gelijkgebleven ten opzichte van ultimo 1998. Ultimo 1999 bedroeg de gemiddelde resterende looptijd van de gevestigde staatsschuld 6,5 jaar.

Grafiek 2 Gemiddelde resterende looptijd, jaarultimo-cijfers

kst-27127-19-2.gif

In 1999 heeft het Agentschap een Asset en Liability Management studie afgerond ter voorbereiding van het emissie- en schuldbeleid in 1999 en volgende jaren. Door de sterke verbetering van de overheidsfinanciën van de afgelopen jaren is het mogelijk te streven naar een iets korter gefinancierde schuldportefeuille. De doelportefeuille waarnaar de Staat momenteel streeft, kenmerkt zich door een iets hogere Cash Flow at Risk (te zien als de budgettaire fluctuaties tengevolge van veranderingen in marktrendement met betrekking tot herfinancieringen) en een duration – dat wil zeggen een gewogen gemiddelde looptijd van de gehele staatsschuld – die beperkt lager is (<4) dan in het verleden gebruikelijk was.

Grafiek 3 toont het aflossingspatroon van de gevestigde staatsschuld ultimo 1999. Voor de middellange termijn heeft de Nederlandse staatsschuld een min of meer gelijkmatig herfinancieringspatroon.

Grafiek 3 Aflossingspatroon 2000–2028, ultimo 1999 (in mld. euro's)kst-27127-19-3.gif

3. Activiteiten op de secundaire markt (omruil)

De activiteiten van de Staat op de secundaire markt hebben betrekking op verschillende vormen van niet-reguliere aflossing, dat wil zeggen aflossing die plaatsvindt voor de expiratiedatum van de lening. Ook in 1999 hebben zich drie vormen van niet-reguliere aflossing voorgedaan, waarvan de omruiloperatie in omvang veruit de belangrijkste is geweest. Naast omruil heeft ook terugkoop plaatsgevonden, alsmede vervroegde aflossing op grond van de leningvoorwaarden.

Tabel 4. Vervroegde aflossingen inclusief terugkoop en omruil 1992–1999 (in mld. gld.)

 19921993199419951996199719981999
Vervroegde aflossingen3,34,13,906,66,813,865,8

Gelet op de renteniveaus is het ook in 1999 (zie grafiek 4) voordelig gebleken om vervroegd af te lossen. Vervroegde aflossing a pari is mogelijk als in de leningvoorwaarden een clausule is opgenomen waarin dat recht is bedongen. De beslissing tot vervroegde aflossing wordt genomen op basis van actuele rendementsverhoudingen op de kapitaalmarkt. Indien, rekening houdend met de te betalen boete, een bedrijfseconomisch voordeel resulteert, wordt overgegaan tot vervroegde aflossing. In 1999 is op onderhandse leningen voor een bedrag van f 6,3 mld. vervroegd afgelost en ingekocht. Het potentieel van vervroegd aflosbare leningen neemt in de loop der tijd af aangezien leningen met een dergelijke clausule conform internationaal gebruik sinds 1991 niet meer worden afgesloten.

Grafiek 4 10 jaarsrente, 1999 (in %)

kst-27127-19-4.gif

In het kader van het herstructureren van de staatsschuld is in 1999 ook viermaal de mogelijkheid geboden bestaande leningen om te ruilen. Door omruiling neemt de omvang van de (doel-)lening toe hetgeen het functioneren van de secundaire markt bevordert. Momenteel worden door beleggers leningen met een omvang van 10 mld. euro ofwel f 22 mld. het hoogst gewaardeerd. Deze liquiditeitsverbetering vergroot de aantrekkelijkheid van het product en leidt (op termijn) tot lagere financieringskosten.

Tabel 5. Overzicht van de aflossingen als gevolg van het herstructureren van de staatsschuld (bedragen in mld. euro's)

MaandLeningKoers van inkoopIngekocht bedrag
Juli8,25% Nederland 1992 per 15 februari 2002111,452,8
 8,25% Nederland 1992 per 15 juni 2002112,531,5
 7% Nederland 1995 per 15 juni 2005113,922,8
 6,75% Nederland 1995 per 15 november 2005112,952,0
September6,75% Nederland 1995 per 15 november 2005109,241,3
 8,5% Nederland 1991 per 1 juni 2006119,282,9
 8,75% Nederland 1992 per 15 januari 2007121,360,2
 8,25% Nederland 1992 per 15 februari 2007118,594,1
 8,25% Nederland 1992 per 15 september 2007119,202,6
Oktober8,25% Nederland 1992 per 15 juni 2002109,201,5
 7% Nederland 1993 per 15 februari 2003106,922,8
 7% Nederland 1995 per 15 juni 2005108,860,7
 6,75% Nederland 1995 per 15 november 2005107,740,1
November8,5% Nederland 1991 per 1 juni 2006119,570,3
 8,25% Nederland 1992 per 15 februari 2007119,200,3
 8,25% Nederland 1992 per 15 september 2007120,151,0
 Totaal 27,0
 (in mld. gld.) (59,5)

Er hebben in 1999 omruiloperaties plaatsgevonden in zes looptijdsegmenten (zie tabellen 5 en 6). Dit zijn de segmenten 2002–2008, met uitzondering van 2004. Er is niet geruild in het 2000en het 2001-segment, omdat schuldpapier met een dergelijk korte looptijd in feite het karakter heeft van geldmarktpapier. Bij de aanvang van 1999 waren er geen Nederlandse staatsleningen met een omvang van 10 mld. euro. Leningen met een dergelijke omvang worden, indien dit gepaard gaat met bepaalde marktconforme, modaliteiten, tegenwoordig door beleggers als liquide beschouwd. De omruil heeft samen met de nieuwe emissies in het 3- en 10-jaarssegment tot gevolg dat er in het jaar 2000 negen leningen zullen zijn met een volume van 10 mld. euro of meer. In totaal is in 1999 voor circa 30 mld. euro omgeruild. Samen met de reguliere financieringsbehoefte ter grootte van circa 25 mld. euro is in 1999 ruim 30% van de staatsschuld ververst. Omdat is geruild in dezelfde looptijdsegmenten, heeft omruil geen effect gehad op de gemiddelde looptijd, c.q. duration, van de staatsschuld.

Tabel 6. Emissies uit hoofde van omruil in 1999 (bedragen in mld. euro's)

Emissie maandnaam leningOpbrengstEffectief rendement
Juli3% Nederland 1999 per 15 februari 2002 (vervolguitgifte)4,93,51
 7,75% Nederland 1995 per 1 maart 2005 (vervolguitgifte)4,64,24
September6% Nederland 1996 per 15 januari 2006 (vervolguitgifte)4,64,97
 5,75% Nederland 1997 per 15 februari 2007 (vervolguitgifte)8,05,15
Oktober6,5% Nederland 1993 per 15 april 2003 (vervolguitgifte)4,44,73
 7,75% Nederland 1995 per 1 maart 2005 (vervolguitgifte)0,75,09
November6% Nederland 1996 per 15 januari 2006 (vervolguitgifte)0,44,84
 5,25% Nederland 1998 per 15 juli 2008 (vervolguitgifte)1,55,08
 Totaal29,2  
 (in mld. gld.)(64,2) 

Door de omruil is de effectieve waarde (de marktwaarde) van de staatsschuld niet veranderd. Wel is de nominale waarde van de schuld gestegen, doordat de rentecouponnen van bron- en doellening van elkaar verschillen. Als gevolg van de (gemiddeld) hogere rentecoupon aan de inkoopzijde werd agio geboekt die gefinancierd is door schulduitgifte. Voor een samenvatting van de effecten van de omruiloperatie op de staatsschuld wordt verwezen naar onderstaande tabel.

Tabel 7. Effecten omruiloperatie op de staatsschuld (mld. gld.)

 InkoopUitgifte
Nominale waarde59,564,2
Agio8,53,6
Lopende rente1,82,0
Effectieve waarde69,869,8

4. Geldmarktactiviteiten

Korte schuld maakt een relatief klein deel uit van de totale staatsschuld. Ultimo 1999 beloopt de korte schuld ruim f 12 mld., ca. 3% van de totale staatsschuld. Voor de korte financiering maakt de Staat vooral gebruik van DTC's. In tabel 7 is het verloop van het totale uitstaande volume van DTC's weergegeven.

Tabel 7. Uitstaande DTC's, 1994–1999 (in mld. gld., jaarultimo-standen)

 199419951996199719981999(1999*)
Toename per jaar4,64,92,9– 2,52,1– 3,8(– 1,7)
Uitstaande DTC's jaarultimo7,612,515,412,915,011,2(5,1)

* in mld. euro's

Sinds 1997 wordt het saldo van 's Rijks schatkist bij De Nederlandsche Bank constant gehouden. Vanaf 1999 wordt een marge voor het schatkistsaldo aangehouden tussen 0 en 50 mln euro.

De activiteiten van de Staat op de geldmarkt zijn vooral gericht op de regulering van het schatkistsaldo van het Rijk. Het belangrijkste instrument voor de regulering van het schatkistsaldo zijn eveneens de Dutch Treasury Certificates (DTC's). Ter bevordering van de transparantie van het gebruik van DTC's door de Staat is de uitgifte van DTC-programma's gestandaardiseerd. Dit betekent een vast uitgifteschema met van te voren bekende looptijden en maandelijks de bekendmaking van de DTC-kalender voor de komende twaalf maanden. Sinds 1998 wordt maandelijks een nieuw DTC-programma geopend met een maximale omvang van f 6,0 mld.

Grafiek 5 Plaatsing DTC's in 1999, naar programma (in mld. euro's)

kst-27127-19-5.gif

5. Garantieverlening

Bij het aangaan van door het Rijk gegarandeerde leningen beoordeelt het Agentschap de marktconformiteit van de rente in relatie tot de overige leningmodaliteiten. Daarbij is het uitgangspunt dat het rendement van dergelijke leningen in lijn moet zijn met dat van een vergelijkbare openbare staatslening, waarbij o.m. rekening wordt gehouden met de omvang van het te lenen bedrag. De procedure waarborgt dat de overheidssector zoveel mogelijk uniforme leningvoorwaarden hanteert. De beoordeling van garanties heeft ook in 1999 op bovenvermelde wijze plaatsgevonden en geeft geen aanleiding tot verdere opmerkingen.

Tabel 8. Door het Agentschap beoordeelde garanties (in mln. gld.)

 Ministerie1998 Totaal1999 TotaalHerf. Nieuw
XVIVWS494,0309,3246,662,7
XIIV&W387,4117,5270,0
XIVLNV36,346,942,34,6
XIIIEZ250,0110,2110,2
VBuZa500,082,682,6
VIIIOCW5,01,51,5
 Totaal1 285,3937,9600,6337,3

ARTIKELSGEWIJZE TOELICHTING

Uitgaven/verplichtingen

11.02 Aflossing vaste schuld

Realisatie-overzicht (x f 1 mln.)

 BegrotingRealisatieVerschil
Reguliere aflossingen43 059,843 049,5– 10,3
Niet reguliere aflossingen25,065 780,1+ 65 755,1
Totaal43 084,8108 829,6+ 65 744,8

Reguliere aflossingen

de in 1999 gerealiseerde vervroegde aflossingen hebben geleid tot bijstelling van de reguliere aflossingen– 14,3
er is afgelost op leningen die in het kader van het verkrijgen van de agentschapsstatus zijn overgenomen van de RGD per 1 januari 1999+ 4,0

Niet reguliere aflossingen

de mutatie heeft betrekking op de omruil operaties in 1999 waarbij kleinere staatsleningen (gedeeltelijk) omgeruild zijn naar meer liquide leningen in het 2002, 2003, 2005, 2006 en 2007 looptijd segment. Het omruilen leidt in 1999 tot bijstelling in de niet reguliere aflossingen+ 59 447,2
vervroegde aflossingen en inkoop van onderhandse leningen in 1999 hebben geleid tot bijstelling van de niet reguliere aflossingen+ 6 329,4
voor de amortisatie van Grootboekschuld wordt jaarlijks een stelpost raming opgenomen van f 25 mln. In 1999 is voor f 3,3 mln. geamortiseerd. De mutatie betreft een bijstelling op de raming– 21,7
overige mutaties+ 0,2
  + 65 744,8

Bij slotwet is voor f 3,7 mld. gemuteerd op dit artikel. Dit bedrag heeft betrekking op de laatste tranch van de omruiloperatie in november 1999. Aangezien de omvang van een omruiloperatie afhankelijk is van het aanbod uit de markt, zijn de begrote bedragen voor de omruil vrij terughoudend vastgesteld.

11.03 Agio bij inkoop schuld

Realisatie-overzicht (x f 1 mln.)

 BegrotingRealisatieVerschil
 08 623,2+ 8 623,2

Bij de inkoop van vaste schuld in 1999 is f 8 623,2 mln. agio gerealiseerd. Hiervan heeft f 8 549,3 mln. betrekking op de omruil operaties in 1999 waarbij kleinere staatsleningen (gedeeltelijk) omgeruild zijn naar meer liquide leningen in het 2002, 2003, 2005, 2006 en 2007 looptijd segment. Het overige agio (f 73,9 mln.) is gerealiseerd bij de inkoop van onderhandse leningen.

11.04 Disagio bij uitgifte schuld

Realisatie-overzicht (x f 1 mln.)

 BegrotingRealisatieVerschil
 01 924,5+ 1 924,5

Het verschil wordt als volgt verklaard (x f 1 mln.):

de (vervolg) uitgiftes van de 3% 1999 lening per 15 februari 2002 (f 188,8 mln.), 3,75% 1999 lening per 15 juli 2009 (f 1 247,6 mln.) en de 5,5% 1998 lening per 15 januari 2028 (f 351,8 mln.) waarbij de koers onder pari lag waardoor disagio is gerealiseerd. + 1 788,2
het gerealiseerde disagio bij de omruiloperatie in juli 1999 waarbij kleinere staatsleningen (gedeeltelijk) omgeruild zijn naar de 3% 1999 lening per 15 februari 2002+ 136,3
  + 1 924,5

11.05 Overige uitgaven vaste schuld

Verplichtingen

Realisatie-overzicht (x f 1 mln.)

 BegrotingRealisatieVerschil
Provisie en kosten3,021,2+ 18,2
Boete0139,3+ 139,3
Overig0,30,30,0
Totaal3,3160,8+ 157,5

Provisie en kosten

Het verschil wordt als volgt verklaard (x f 1 mln.):

sinds 1 januari 1999 werkt het Agentschap met een stelsel van Primary Dealers om de internationale plaatsing van Nederlandse Staatsschuld verder te bevorderen en de concurrentiepositie van Nederlande Staatsobligaties in de eurokapitaalmarkt te versterken. Voor de activiteiten van de Primary Dealers is in 1999 f 19,4 mln. betaald. + 19,4
de overige kosten op dit onderdeel, welke bestaan uit o.a. aanmaak waardepapier, drukken schuldbewijzen, advertentiekosten staatsleningen en kosten settlement systemen, zijn lager uitgevallen dan geraamd– 1,2
 Totaal+ 18,2

Boete

Op grond van actuele rendementen op de kapitaalmarkt en rekening houdend met de te betalen boete kan de Staat overgaan tot vervroegde aflossing van leningen. Het verschil heeft betrekking op de boete die verschuldigd is op de vervroegde aflossing van onderhandse leningen

Uitgaven

Realisatie-overzicht (x f 1 mln.)

 BegrotingRealisatieVerschil
Provisie en kosten3,021,2+ 18,2
Boete0160,6+ 160,6
Overig0,30,30,0
Totaal3,3182,0+ 178,8

Het verschil wordt hoofdzakelijk veroorzaakt door de verschuldigde boete over in 1999 betaalde vervroegde aflossing van onderhandse leningen, zie ook toelichting realisatie-overzicht verplichtingen van dit artikel.

12.01 Rente vlottende schuld

Realisatie-overzicht (x f 1 mln.)

 BegrotingRealisatieVerschil
Rente DTC's668,1790,7+ 122,6
Rente overig kort papier0,053,7+ 53,7
Overige rentelasten38,6332,2+ 293,6
 706,71 176,7+ 470,0

Het verschil wordt als volgt verklaard (x f 1 mln.):

Rente DTC's

met ingang van 1999 is het kapitaalmarktberoep gelijkmatig over het jaar verspreid. Gezien de scheve verdeling van de financieringsbehoefte bestaan in het begin van het jaar grotere liquiditeitstekorten dan later in het jaar. Ter dekking worden extra DTC-programma's uitgegeven.+ 273,1
Tevens is een extra DTC-programma uitgegeven per 30 december 1999 als gevolg van de sluiting van het internationale betaalsysteem «Target» op 31 december 1999, dit in verband met de overgang naar het volgende millennium. + 66,6
omdat de gerealiseerde rente lager was dan de rente waarvan is uitgegaan bij de oorspronkelijk vastgestelde begroting daalt de rentelast op de vlottende schuld– 217,0
   
Rente overig kort papier
rente op callgeld en sell en buyback transacties wordt niet geraamd, omdat het gebruik van deze instrumenten afhankelijk is van de niet te voorziene fluctuaties in het schatkistsaldo+ 53,7
   
Overige rentelasten
rijksfondsen, agentschappen en Sociale fondsen kunnen tegoeden aanhouden in de schatkist. De mutatie heeft betrekking op een hogere vergoeding in 1999 als gevolg van positieve saldi van deze fondsen in de schatkist.  
 Hiertegenover staat de in rekening gebrachte rente als gevolg van roodstanden in de schatkist (zie ontvangstenartikel 12.01)+ 293,6
  +470,0

Ontvangsten

11.01 Ontvangen rente bij uitgifte vaste schuld

Realisatie-overzicht (x f 1 mln.)

 BegrotingRealisatieVerschil
Bijbetaalde rente950,02 638,5+ 1 688,5
Rente op leningen317,9334,7+ 16,8
 1 267,92 973,2+ 1 705,3

Het verschil wordt als volgt verklaard (x f 1 mln.):

Bijbetaalde rente

door maandelijkse emissies heeft de Staat met ingang van 1998 het financieringsbeleid transparanter gemaakt. Bij heruitgifte van bestaande leningen resulteert dit in de ontvangst van door de belegger bij te betalen lopende rente. De mutatie heeft betrekking op een in 1998 geraamde stelpost die te hoog blijkt te zijn– 319,5
de mutatie bevat de door beleggers betaalde opgelopen rente in verband met de omruil operaties in 1999 waarbij kleinere staatsleningen (gedeeltelijk) omgeruild zijn naar meer liquide leningen in het 2002, 2003, 2005, 2006 en 2007 looptijd segment. Hiertegenover staat de uitbetaalde opgelopen rente aan beleggers die verantwoord wordt onder uitgavenartikel 11.01.+ 2 008,0
   
Rente op leningen
de mutatie heeft betrekking op de rentecorrectie rijkshuisvestingsbudgetten+ 16,8
  + 1 705,3

In de realisaties is een ontvangst van 334,7 mln. rente op de rijkshuisvestingsbudgetten opgenomen. Deze ontvangst heeft een voorlopig karakter en wordt in 2000 definitief verrekend. De afrekening hangt samen met het verkrijgen van de agentschapsstatus van de RGD.

11.02 Uitgifte vaste schuld

Realisatie-overzicht (x f 1 mln.)

 BegrotingRealisatieVerschil
 56 628,7115 294,9+ 58 666,2

In 1999 is in totaal voor f 58,7 mld. meer geëmitteerd dan bij ontwerpbegroting was geraamd. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door de omruil operaties in 1999 waarbij kleinere staatsleningen (gedeeltelijk) omgeruild zijn naar meer liquide leningen in het 2002, 2003, 2005, 2006 en 2007 looptijd segment. Deze omruil leidt tot een hoger kapitaalmarktberoep van f 64,2 mld. Tevens is in 1999 voor f 6,3 mld. aan onderhandse leningen vervroegd afgelost. Voor een nadere toelichting wordt verwezen naar tabel 2 van het algemeen deel van de toelichting. In het kader van het verkrijgen van de agentschapsstatus zijn financial lease contracten overgenomen van de RGD. De af te lossen hoofdsom op deze lease contracten is gestegen met f 2,5 mln.

11.03 Agio bij uitgifte schuld

Realisatie-overzicht (x f 1 mln.)

 BegrotingRealisatieVerschil
 03 7656,53 7656,5+

Bij de uitgifte van staatsleningen in 1999 is f 3 765,5 mln. agio gerealiseerd, doordat couponrentes van de geëmitteerde leningen hoger waren dan de geldende marktrendementen. Hiervan heeft f 3 753,3 mln. betrekking op de omruil operaties in 1999 waarbij kleinere staatsleningen (gedeeltelijk) omgeruild zijn naar meer liquide leningen in het 2002, 2003, 2005, 2006 en 2007 looptijdsegment. Het restant (f 12,2 mln.) heeft betrekking op het gerealiseerde agio bij de vervolguitgifte van de 3% lening 1999 per 15 februari 2002 in mei 1999.

12.01 Rente kortlopende vorderingen

Realisatie-overzicht (x f 1 mln.)

 BegrotingRealisatieVerschil
 0167,6167,6

Het verschil heeft betrekking op de ontvangen rentevergoeding inzake rijksbijdrage aan de Sociale fondsen, agentschappen en derden die tegoeden aanhouden in de schatkist.

12.02 Rentevergoeding op schatkistsaldo

Realisatie-overzicht (x f 1 mln.)

 BegrotingRealisatieVerschil
Vergoeding op schatkistsaldo2,316,9+ 14,6
Vergoeding op uitzettingen20,066,346,3
Rente inkoop DTC's0,097,0+ 97,0
Totaal22,3180,2+ 158,0

Het verschil wordt als volgt verklaard (x f 1 mln.):

een hoger schatkistsaldo in december 1998 en begin januari 1999 heeft geleid tot een hogere rentevergoeding door De Nederlandsche Bank. + 14,6
stabilisatie van het schatkistsaldo bij DNB tussen 0 en 50 mln. euro betekent dat overschotten in de geldmarkt moeten worden uitgezet. Overschotten in met name de tweede helft van 1999 hebben geleid tot hogere opbrengsten+ 46,3
inkoop van DTC programma's wordt als de markt omstandigheden gunstig zijn gehanteerd als geldmarktinstrument+ 30,2
doordat op 31 december 1999 het internationale betaalsysteem «Target» in verband met de overgang naar het volgende millennium gesloten was, is een gedeelte van het DTC-programma met aflossing op 31 december 1999 ingekocht. De mutatie heeft betrekking op de ontvangen rente bij inkoop DTC's. Zie ook uitgavenartikel 12.01. + 66,8
  + 158,0

Financiële verantwoording van de Nationale Schuld (IXA) over het jaar 1999

Saldibalans per 31 december 1999

NATIONALE SCHULD (IXA) SALDIBALANS VAN DE PER 31 DECEMBER 1999 (bedragen x f 1000)

DEBET CREDIT

OMSCHRIJVING31-12-199931-12-1998 OMSCHRIJVING31-12-199931-12-1998
1.Uitgaven t.l.v. de begroting 1997 49 416 517 2.Ontvangsten t.g.v. de begroting 1997 19 751 764
 Uitgaven t.l.v. de begroting 199874 056 66674 056 666  Ontvangsten t.g.v. de begroting 199852 138 17552 138 175
 Uitgaven t.l.v. de begroting 1999152 574 100   Ontvangsten t.g.v. de begroting 1999122 383 109  
         
3.Liquide middelen01 4. Rekening-courant RHB46 471 53538 296 917
         
5.Uitgaven buiten begrotingsverband6 742 8151 814 000 6.Ontvangsten buiten begrotingsverband 12 380 762 15 100 328
 Sub-totaal233 373 581125 287 184  Sub-totaal233 373 581125 287 184
         
7.Openstaande rechten 0 0  7a. Tegenrekening openstaande rechten00
         
9a. Tegenrekening extra-comptabele schulden408 275 801400 526 005 9. Extra-comptabele schulden 408 275 801 400 526 005
         
10.Voorschotten68 1000 10a.Tegenrekening voorschotten68 1000
 
11a. Tegenrekening openstaande verplichtingen12 14933 380 11. Openstaande verplichtingen 12 149 33 380
Totaal-generaal641 729 631525 846 569  Totaal-generaal641 729 631525 846 569

TOELICHTING BEHORENDE BIJ DE SALDIBALANS PER 31 DECEMBER 1999 VAN DE NATIONALE SCHULD (IXA)

ALGEMENE TOELICHTING

Alle bedragen zijn opgenomen tegen nominale waarden en vermeld in duizenden guldens tenzij anders aangegeven. Relevante posten worden hieronder nader toegelicht. Hierbij is de nummering van de saldibalans aangehouden. Als gevolg van afronding van bedragen op duizenden guldens, kunnen tellingen niet aansluiten bij de som der delen.

Specifieke toelichting per saldibalanspost

4. Rekening-courant RHB

Deze post geeft de financiële verhouding met de Rijkshoofdboekhouding weer. De bedragen zijn overeenkomstig de opgave van de Rijkshoofdboekhouding per 31-12-1999.

5. Uitgaven buiten begrotingsverband

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

 ultimo 1999ultimo 1998
Callgeldleningen u/g5 551 1451 814 000
Buy/sellback1 191 6700
 6 742 8151 814 000

De intra-comptabele vordering heeft betrekking op het per 31 december 1999 uitstaande saldo aan callgeldleningen en de buiten begrotingsverband geboekte aankoop van staatsschuld bij buy/sellback transacties (inclusief agio en meegekochte rente).

6. Ontvangsten buiten begrotingsverband

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

 ultimo 1999ultimo 1998
DTC's11 190 43915 000 000
Callgeldleningen o/g1 190 003100 000
Sell/buyback00
Saldo derdenrekening320328
 12 380 76215 100 328

De intra-comptabele schulden hebben voornamelijk betrekking op het per 31 december 1999 uitstaande saldo aan DTC's (Dutch Treasury Certificates). Het uitstaande bedrag heeft betrekking op 5 DTC-programma's met vervaldata 31 december 19991 (f 0,22 mld.), 31 januari 2000 (f 2,13 mld.), 29 februari 2000 (f 0,37 mld.), 31 maart 2000 (f 1,67 mld.), en 30 juni 2000 (f 6,80 mld.).

9. Extra-comptabele schulden

De extra-comptabele schulden hebben betrekking op in het verleden binnen begrotingsverband geboekte ontvangsten, waarvan op termijn nog verrekening met derden zal plaatsvinden. Deze post betreft de staatsschuld (vaste schuld) en de aflosbaar gestelde, maar nog niet betaalde aflossing toonderschuld. In onderstaand overzicht is de specificatie van deze post opgenomen.

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

 Ultimo 1999ultimo 1998
Vaste schuld408 272 788400 522 059
   
Nog te betalen aflossing   
– naamschuld2500
– toonderschuld2 7633 946
 408 275 801400 526 005

Voor een specificatie naar jaar van uitgifte van de stand van de vaste schuld (f 408,28 mld.) per 31 december 1999 van de saldibalans wordt verwezen naar de bijlage.

In het kader van het verkrijgen van de agentschapsstatus van de Rijksgebouwendienst (RGD) per 1 januari 1999 heeft het Agentschap van Financiën door de RGD beheerde contracten overgenomen. Dit betreft financial lease contracten, een indexlening en een bijdrage aan OC&W ten behoeve van een leningovereenkomst van het Rijksmuseum. Er zijn 26 financial lease contracten met het ABP overgenomen, deze hebben afloopdatum variërend van 2016 tot 2022. Per ultimo 1998 waren deze leaseverplichtingen op de saldibalans van VROM opgenomen voor f 2,69 mld. De totale leaseverplichting is per ultimo 1999 f 2,61 mld., waarvan restanthoofdsom f 1,16 mld. De indexlening is afgesloten bij het PGGM, deze had per ultimo 1999 een restant hoofdsom van f 114,1 mln. De toekomstige verplichtingen aan OC&W bedragen f 8,4 mln.

10. Voorschotten

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

 ultimo 1999ultimo 1998
Voorschot FES68 1000
 68 1000

Het voorschot van f 68,10 mln. heeft betrekking op de bijdrage aan het Fonds Economische Structuurversterking, welke in 2000 op basis van realisaties wordt verrekend. Deze betaling is opgenomen is de oorspronkelijk vastgestelde begroting voor het jaar 1999, en is conform het ingediende voorstel tot wijziging van de FES-wet.

11. Openstaande verplichtingen

Deze post kan als volgt worden gespecificeerd.

 ultimo 1999ultimo 1998
Binnen begrotingsverband12 14933 380
Buiten begrotingsverband00
 12 14933 380

De openstaande verplichtingen binnen begrotingsverband hebben betrekking op na 31 december 1999 te betalen boete op reeds aangezegde vervroegde aflossingen van onderhandse leningen (f 12,12 mln.) en provisie op geldmarkt transacties (f 0,03 mln.).

Niet opgenomen is een bedrag van f 1,88 mln. aan reeds vervallen, maar nog niet opgevraagde rente grootboeken, -toonderschuld en geblokkeerde rente naamschuld. Deze openstaande verplichting per 31 december 1999 wordt, conform artikel 4 CW, niet op de saldibalans vermeld, omdat de verplichting geacht wordt te zijn aangegaan op het moment van betaling.

BIJLAGEN BIJ DE SALDIBALANS IXA PER 31 DECEMBER 1999

Specificatie van de vaste schuld naar jaar van uitgifte1 per 31 december 1999 (bedragen x f 1 mln.)

Jaar van uitgifteOpenbaarOnderhandsTotaal2
Vóór 198088,07,095,0
198065,7140,0205,7
1985 2,02,0
1986 21,921,9
1987 13,013,0
1988 0,60,6
199034 465,210 521,244 986,4
199139 523,98 165,347 689,2
199215 436,63 324,118 760,7
199348 290,01 385,049 675,0
199432 500,037,532 537,5
199537 622,480,037 702,4
199643 669,6 43 669,6
199730 052,4 30 052,4
199844 084,9 44 084,9
1999258 779,5 58 779,5
Totaal3384 578,323 697,6408 275,8

1 Jaar van eerste uitgifte betekent dat ingeval van een heropening van een lening, het bedrag wordt opgenomen bij het oorspronkelijke jaar van eerste uitgifte van de (heropende) lening.

2 In 1999 bedroeg het kapitaalmarktberoep f 115,3 mld. (inclusief omruiling). De uitsplitsing over het eerste jaar van uitgifte is als volgt: 1999: f 57,5 mld., 1998: 7,8 mld., 1997: f 17,6 mld., 1996: f 10,9 mld., 1995: f 11,8 mld. en 1993: f 9,7 mld. Bedrag is inclusief restant hoofdsom van f 1,3 mld. van de door het Agentschap van Financiën van de Rijksgebouwendienst in 1999 overgenomen leningen.

3 Door afronding kan de som van de componenten afwijken van het totaal.

Omvang van de vaste en vlottende schuld en de vlottende vorderingen ultimo december 1999 (bedragen x f 1 mld.)

 Vaste schuldVlottende schuldTotaalVlottende vorderingen
1993365,63,0368,60
1994360,37,6367,80
1995383,912,5396,40
1996390,915,4406,20
1997393,512,9406,41,1
1998400,515,1415,61,8
1999408,312,4420,76,7

BIJLAGE LIJST VAN GEBRUIKTE TERMEN EN HUN BETEKENIS

Agentschap

Een agentschap is een onderdeel van een ministerie waarvoor een afwijkend beheer wordt gevoerd, met als doel een doelmatiger beheer te realiseren. Het Agentschap van het Ministerie van Financiën heeft niet de status van een agentschap, maar vormt een directie binnen de Generale Thesaurie.

Amortisatie

Aflossing op eerder uitgegeven leningen door middel van inkoop.

Benchmarklening

Toonaangevende lening die een referentiekader biedt voor een bepaald looptijdsegment.

Buy- en sellbacktransactie

Een buy- en sellbacktransactie is een contante aankoop van een hoeveelheid stukken in combinatie met een gelijktijdig afgesloten termijnverkoop van dezelfde stukken (bijvoorbeeld staatsobligaties of DTC's). In de tussenliggende periode wordt de facto een bedrag in de geldmarkt uitgezet, waarover een rentevergoeding wordt ontvangen.

Call- en call-fixe leningen

Dagelijks opvraagbare geldmarktlening zonder onderpand met een looptijd van meestal 1 dag (call) tot enkele dagen (call-fixe).

Clearing

Systeem van collectieve afwikkeling van effectentransacties door middel van af/bijschrijving op geld- en effectenrekeningen.

Disconto

Rente die vooraf wordt betaald.

Dutch State Loans (DSL's)

Engelse benaming voor Nederlandse staatsleningen.

Dutch Treasury Certificates (DTC's)

Schuldbewijzen met een korte looptijd uitgegeven door het Rijk om tijdelijke kastekorten van het Rijk te financieren. DTC's worden uitgegeven en verhandeld op discontobasis.

Economische en monetaire Unie (EMU)

Unie tussen EU-lidstaten, neergelegd in het Verdrag van Maastricht, waarbij in de derde fase sprake is van onherroepelijk vastgestelde wisselkoersen (met één munt) en volledig vrij kapitaal-verkeer. In de EMU wordt een gecentraliseerd monetair beleid gevoerd door de Europese Centrale Bank (ECB). Tevens vindt coördinatie van het budgettaire beleid plaats.

Emissieportefeuille

Obligaties van een al bestaande lening, die – al dan niet direct volgend op een emissie van die lening – door het Agentschap in portefeuille zijn genomen en die geleidelijk in de markt worden geplaatst. Bij de afgifte gelden dezelfde settlementscondities als bij de secundaire handel ter beurze.

Financieringsbehoefte van het Rijk

De som van het feitelijke financieringstekort en de aflossingen op de gevestigde staatsschuld.

Financieringstekort (feitelijk) van het Rijk

Het saldo van de relevante uitgaven en ontvangsten, minus de mutatie in het saldo van de derdenrekening.

Financieringstekort (beleidsrelevant) van het Rijk

Feitelijk financieringstekort met correcties voor onder meer debudgetteringen, vervroegde aflossing van woningwetleningen, studieleningen, (dis)agio op staatsleningen en saldo Fonds Economische Structuurversterking.

Front loading van kapitaalmarktberoep

Dekking van meer dan de helft van de financieringsbehoefte van een jaar in de eerste helft van dat jaar.

MTS

MTS Amsterdam N.V., opgericht door de Staat der Nederlanden, de Primary Dealers en MTS S.P.A. Italië, om te voorzien in een electronisch handelssysteem voor de secundaire handel in Nederlandse staatsleningen.

Liquiditeit

In een markt met voldoende liquiditeit kunnen grote posten verhandeld worden zonder dat dit een substantiëel effect op de prijs (koers) heeft.

Rekenrente

Boekhoudkundig veronderstelde rente in begroting en meerjarencijfers.

Schatkistsaldo

Saldo op de rekening van het Rijk bij De Nederlandsche Bank.

Sell- en buybacktransactie

Een sell- en buybacktransactie is een contante verkoop van een hoeveelheid stukken in combinatie met een gelijktijdig afgesloten termijnaankoop van dezelfde stukken (bijvoorbeeld staatsobligaties of DTC's). In de tussenliggende periode wordt de facto een bedrag in de geldmarkt opgenomen, waarover een rentevergoeding wordt betaald.

Spread

Positief of negatief renteverschil, b.v. tussen leningen met een verschillende looptijd of tussen leningen van verschillende landen.

Staatsschuld

Het totaal van de uitstaande geldelijke leningen van de Staat (gevestigde en vlottende schuld) is de bruto staatsschuld. Leningen met een oorspronkelijke looptijd van twee jaar of langer vormen de gevestigde staatsschuld. Leningen met een oorspronkelijke looptijd korter dan twee jaar vormen de vlottende staatsschuld.

Tender

Inschrijving op een openbare lening door middel van opgaven van bedragen en maximum koersen waartegen men de obligaties wenst te verkrijgen.

Toonbankuitgifte

Uitgiftesysteem van openbare staatsleningen waarbij de inschrijving gedurende een langere periode open staat. Gedurende deze periode kan de uitgiftekoers worden aangepast. Dit biedt de mogelijkheid om flexibel in te spelen op zich wijzigende marktomstandigheden.

Yieldcurve

Geeft de relatie weer tussen het rendement van staatsleningen en de bijbehorende looptijden.


XNoot
1

Doordat op 31 december 1999 het internationale betaalsysteem «Target» in verband met de millennium overgang was gesloten is f 220,37 mln. op 3 januari 2000 daadwerkelijk betaald.

Naar boven